null Beeld

Dossier donorkinderen (2): vader onbekend

In België is de anonimiteit van spermadonoren nog altijd gewaarborgd. Maar de roep van donorkinderen om die op te heffen klinkt almaar luider. Er is een wetsvoorstel in de maak, en dit jaar komt er een grote databank voor donorgegevens in Europa. ‘Weten waar je vandaan komt is een mensenrecht’: de cri du coeur van Generatie Cryo.

Ze is het kind van een donor en staat voor een groot moment: over enkele weken geeft zij op haar beurt het leven door. En dat geeft haar, zegt ze, de nodige kracht om te spreken. Maar dan wel onder een pseudoniem, want haar nichtjes – ook donorkinderen – zijn nog niet over hun afkomst gebrieft. In la Flandre profonde is kunstmatige inseminatie met andermans zaad nog altijd een taboe: iedereen weet dat het gebeurt, niemand rept er met een woord over. Laten we de acht maanden zwangere vrouw dus Els noemen.

'Het is niet eenvoudig als de helft van jezelf opeens in het niets verdwijnt'

Els «Ik was een jaar of achttien toen er een babyborrel werd gehouden in de familie. Mijn vader kwam, met een slok op, naar me toe en zei: ‘Leuk, hè, al die mensen die vanzelf kinderen kunnen krijgen. Bij mijn broers en mijzelf is dat niet gelukt.’ Ik was stomverbaasd, maar voor ik iets kon uitbrengen, was hij alweer verdwenen.

»Die nacht heb ik geen oog dichtgedaan: zijn woorden bleven door mijn hoofd spoken – ze bevestigden wat ik al mijn hele leven vermoedde. Als kleuter had ik al eens tegen mijn tante gezegd dat ik eraan twijfelde of ik wel de dochter van mijn vader was: ik voelde dat er iets niet klopte. Dat ik het nooit goed genoeg deed.

»Na die slapeloze nacht ben ik op mijn ouders afgestapt: ‘Ik wil nu weten hoe het zit.’ Papa is opgestaan en weggelopen. Mama is met mij naar boven gegaan, naar mijn slaapkamer, want mijn vier jaar jongere broer mocht niet horen wat wij te bespreken hadden.

»Toen heeft ze alles verteld. Mijn vader komt uit een gezin met vijf jongens. Drie van hen zijn op jonge leeftijd aan hun geslachtsdelen geopereerd, en blijkbaar is er toen iets misgegaan, met onvruchtbaarheid tot gevolg. Mémé, de moeder van papa, voelde zich schuldig en zweeg als het graf: het mocht niet uitkomen, ook al omdat de dokters dat hadden geadviseerd.

»Mama en papa hebben een tijdlang geprobeerd om kinderen te krijgen, daarna hebben ze zich laten testen en heeft mama papa voor de keuze gesteld: ‘Ofwel nemen we kinderen via een donor, ofwel ga ik weg.’ Daarmee moet ze papa erg gekwetst hebben. Haar kinderwens zat diep.

»Na dat gesprek ben ik onmiddellijk naar mijn vader gelopen. Hij vroeg: ‘Wil je nu een andere papa?’ Ik schrok me rot. Natuurlijk wilde ik geen andere papa: hij zou altijd mijn papa blijven. Maar uit zijn reactie leidde ik af dat hij geen zelfvertrouwen had tegenover zijn kinderen. Voor hem waren wij de voortdurende confrontatie met zijn eigen onvruchtbaarheid.

»Achteraf zei mama: ‘Zie maar dat je er met niemand over spreekt, ook niet met je broertje.’ Ik heb vier jaar lang gezwegen, maar die periode was de hel: ik voelde me belogen en bedrogen. En ik ging er langzaam onderdoor. Ik kreeg allerlei lichamelijke klachten: mijn maag speelde op, mijn darmen raakten in een knoop en ook mijn hart ging onregelmatig slaan – ik had last van hartritmestoornissen. ‘Stress,’ zei de dokter. En ik dacht: ‘Stress? Ik ben gek aan het worden, ik doe het mezelf aan.’»


Vers sperma

Els «Na vier jaar heeft mama het tegen mijn broer gezegd. Ik dacht: ‘Eindelijk iemand die me zal begrijpen!’ Maar mijn broer ging achteraf rustig met papa praten. Voor hem veranderde er niks. Ik probeerde hem nog te overreden, maar ik botste tegen een muur: ik was nog altijd alleen. Waardoor mijn schuldgevoel wéér opspeelde: ‘Mag ik wel voelen wat ik voel?’ Ik ben gecrasht – en ik ben naar een psychologe gegaan.

»Volgens haar leed ik aan een posttraumatische stressstoornis. Mijn zelfbeeld was zo laag dat ik zelfs niet kon antwoorden op de vraag: ‘Wat zijn je goede eigenschappen?’ Twee jaar lang heeft de psychologe me geholpen om mezelf weer op te bouwen: ik moest een eigen persoonlijkheid ontwikkelen, ik hoefde niet langer het meisje te zijn dat vóór alles haar papa wilde behagen.

»Het gaat intussen beter, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Ik heb weinig fiducie in vriendschappen en relaties. Mijn vriend heeft moeten leren leven met mijn diepe wantrouwen en blijft onwaarschijnlijk positief: ‘Maak je geen zorgen, ik ga niet bij je weg.’ Maar in mijn vorige relaties duwde ik mensen weg. Ik zei zo vaak dat ze me bedrogen, dat ze me uiteindelijk ook gíngen bedriegen.

»De psychologe heeft me ook in contact gebracht met een collega van haar: iemand die in het ziekenhuis wensouders begeleidt bij in-vitrofertilisatie. Ze leert ouders hoe ze het hun donorkinderen beetje bij beetje kunnen vertellen. Ze is ook gaan aankloppen bij de dokter die mama indertijd heeft begeleid bij haar inseminatie, maar heeft de deur in haar gezicht gekregen: de dokter wilde niks kwijt. De laborante van de dokter heeft wél gesproken. Ze heeft me het profiel geschetst van de donoren aan het eind van de jaren 80: mannen die zelf kinderen hadden en doneerden na overleg met hun vrouwen. Geen studentjes die een kwakje afleverden, maar mensen die beseften wat ze deden. Daar was ik heel blij mee. Ik schrok er wel van dat de donoren allemaal uit de provinciestad kwamen waar wij ook wonen. Ik kan mijn donorvader op straat tegen het lijf lopen!

»In de jaren 80 ging het er losjes toe: er was nog geen onderzoek naar mogelijke genetische afwijkingen bij donoren – er werd níks onderzocht. De inseminatie gebeurde ook met vers sperma: de donor leverde het in één kamertje aan, en in een ander kamertje werd een vrouw ermee bevrucht. Mama blijft ervan overtuigd dat ze de donor uit het ziekenhuis heeft zien vertrekken. Bij mijn broer, die in het begin van de jaren 90 werd geboren, gebeurde de bevruchting met ingevroren sperma – die donor heeft ze dus níét gezien (lacht).

'Het laat je nooit los: je wilt weten wie je bent. Je ziet gezichten op straat en denkt: ‘Misschien is hij wel mijn vader. En die daar mijn halfbroer’'

»Ik heb bij de ombudsman van het ziekenhuis mijn medisch dossier opgevraagd, maar die reageerde uitermate defensief: ‘Dat zal niet meer lukken: dossiers worden na dertig jaar vernietigd.’ Ik antwoordde dat ik 26 was en daarna volgde een rist andere bezwaren. Uiteindelijk wilden ze de informatie toch overmaken, op voorwaarde dat mama haar toestemming gaf. Gelukkig deed ze dat.

»Een tijdje later viel er een brief van het ziekenhuis in de bus: drie velletjes nietszeggende gegevens. Mijn geboortegewicht, mijn lengte, het verloop van de eerste weken, dat soort dingen. Met de toevoeging dat ik blij mocht zijn dat ik de info gratis kreeg.

»De laborante heeft me verteld dat het ziekenhuis sinds 2000 is overgeschakeld op het sperma van Deense donoren: het risico op inteelt was te groot. Maar ik ben altijd op mijn hoede geweest als het om relaties ging. De eerste vraag die ik aan een vriendje stelde, was: ‘Is je papa ooit donor geweest?’ Bij mijn ex was dat bijvoorbeeld het geval.

»Je bent voortdurend op zoek, hè. Je vergelijkt foto’s, je ziet gezichten op straat, je denkt: ‘Misschien is hij wel mijn vader.’ Of: ‘Misschien is hij wel een halfbroer, of zij een halfzus.’ En ik heb ook al meegemaakt dat wildvreemden me op straat staande hielden en bij hoog en laag beweerden dat ik familie was. Dat ze foto’s uit hun portefeuille opdiepten om hun gelijk te halen.

»Het laat je nooit los: je wilt weten wie je bent. Zeker als je zelf zwanger bent. Ik geef straks de helft van mijn genen door, genen die ik niet ken. Hopelijk zitten daar geen ziektes bij waarvoor ik mijn biologische vader nodig heb. Want geheim is geheim in België: donoren blijven anoniem. Ik heb gehoord van een vrouw die voor haar genezing de stamcellen van haar donor nodig had, maar er was geen doorkomen aan – in het ziekenhuis stuitte ze op een muur van tegenwerking.

»Ik heb mijn zwangerschap zo lang mogelijk verzwegen voor papa, tot mijn vriend me dwong om het te zeggen: ‘Je kunt er niet meer naast kijken.’ Mijn vader was tot tranen toe bewogen door het nieuws. ‘Ik ga mijn best doen om dat kindje graag te zien,’ zei hij, ‘maar de eerste weken na de geboorte zal je me niet vaak zien.’ Hij kan het blijkbaar niet aan. Als hij naar mijn ronde buik kijkt, zie ik dat hij moet slikken – alsof het niet helemaal zíjn kleinkind is.

»Ik wil vermijden dat dergelijke misverstanden in de toekomst nog voorkomen. Het is hoog tijd dat donorkinderen hun schaamte afwerpen en spreken. Want nu, na al die jaren, weet ik: er is niks om je voor te schamen.»


Onecht kleinkind

In België blijft de identiteit van een donor strikt geheim. Dat hoort zo volgens de wet. Er is één uitzondering: als de wensouders voor een familielid of een kennis kiezen als donor. Dan is ‘bekende donatie’ toegestaan. Maar in alle andere gevallen is het dus njet: donorkinderen hebben niet het recht om te weten wie het zaad of de eicellen voor hun bestaan heeft aangeleverd. Een donor van zijn kant krijgt ook geen informatie over zijn nakomelingen. Zijn geslachtscellen of gameten mogen ook maar bij zes vrouwen gebruikt worden. Maximaal zes kinderen voor één donor, dus. Maar: één vrouw kan meer dan één kind baren met het zaad of de eicellen van één donor.

Maar donorkinderen eisen steeds luider hun rechten op: ze willen net als adoptiekinderen weten van wie ze afstammen. In Zweden, Zwitserland, Engeland en Nederland is de anonimiteit- van donoren al opgeheven. In België moet dat ook, vindt Steph Raeymaekers van Donorkinderen België, zélf een donorkind. ‘Ik ben verwekt door een beleid dat kinderen produceert, maar hun rechten miskent. Je afkomst kennen is een fundamenteel mensenrecht.’

Raeymaekers maakt deel uit van een drieling, twee zussen en één broer, die besloten niet meer te zwijgen toen hun namen niet werden afgedrukt op de doodsbrief van hun oma – alsof zij geen echte kleinkinderen waren. ‘Sindsdien veroorloof ik me de luxe om publiekelijk te getuigen.’

Donorkinderen azen niet op het geld van donoren, zegt ze.

Steph Raeymaekers «Het gaat niet om afstammingsclaims, maar om de erkenning van je bestaan.

»Ik besef hoe groot het verlangen naar een kind kan zijn. Mijn vriend en ik hebben ook een tijdlang vruchteloos geprobeerd om kinderen te krijgen: ons leven heeft er een jaar door stilgestaan. We hebben zelfs een tijdlang dezelfde procedure gevolgd als mijn ouders indertijd, tot het plotseling toch lukte. Kortom: ik heb alle begrip voor een kinderwens, maar daarom mag je een kind zijn rechten nog niet ontzeggen. De identiteit van een kind is afhankelijk van het gezin waarin het opgroeit, maar ook van zijn oorsprong.»

En er is nog iets. Steph Raey-maekers heeft een erfelijke oogziekte, naar alle waarschijnlijkheid zal ze met het vorderen van de jaren blind worden. De kans is groot dat de ziekte van haar donor komt. Daar kan ze mee leven: het was een onbekende aandoening, zegt ze.

Raeymaekers «Waar ik wel boos om ben, is dat ik niks wist voor ik zelf aan kinderen begon. Ze hadden me wel mogen waarschuwen. Dat zei de oogspecialist ook toen hij de diagnose van mijn ziekte stelde: ‘Denk daaraan, mevrouw, voor u aan kinderen begint.’ Ik antwoordde: ‘Te laat: ik heb er al twee.’ Nu bestaat de kans dat ik mijn blindheid aan de kinderen heb doorgegeven. En dat mijn broer en zus het ook hebben. En de kinderen van mijn zus.»


Koffie-met-melkvlekjes

De discussie over een gebrek aan transparantie in het donorensysteem kwam op gang in de zomer van 2013, toen bekend raakte dat met het zaad van donor 7.042 van de Deense spermabank Nordic Cryobank verschillende kinderen waren verwekt met het neurofibromatosegen van het type 1 (NF-1), een defect gen dat de zenuwen kan aantasten. ‘Inmiddels zijn wereldwijd negentien kinderen besmet,’ zegt Steph Raeymaekers, ‘van wie drie in België.’ Het drama zou nooit zulke proporties hebben aangenomen als de Deense spermabank snel had gereageerd. In juni 2009 meldde het Gentse ziekenhuis Sint-Lucas dat een kind met NF-1 was geboren, pas eind december 2009 waarschuwde de spermabank de andere ziekenhuizen die het sperma van donor 7.042 gebruikten. En nog veel later, in oktober 2012, stuurde de Deense overheid een rapid alert naar alle Europese fertiliteitscentra. De vraag blijft: waarom heeft dat zo lang geduurd?

In Denemarken wierp Lone Søgaard-Kristensen zich op als woordvoerster van de benadeelde wensouders. Haar dochtertje, dat uit het zaad van donor 7.042 is geboren, is ook draagster van het defecte gen. Søgaard-Kristensen is van plan de spermabank voor het gerecht te dagen. ‘Er is reden om aan te nemen dat ze niet zorgvuldig gehandeld hebben,’ zegt ze. ‘Wij hebben vernomen dat donor 7.042 een vriend is van de eigenaar van de spermabank en dat hij niet medisch gescreend is. In elk geval: ik heb geen enkel bewijs van een medische screening gezien. Bij zijn donatie zou hij nochtans al enkele koffie-met-melkvlekjes op zijn lichaam hebben vertoond: symptomen van NF-1. In 2006 wist een Amerikaanse moeder al dat haar dochter besmet was met NF-1, maar ze heeft Nordic Cryobank niet op de hoogte gebracht. Ook in België zijn in 2009 nog vrouwen met het zaad van donor 7.042 bevrucht, nadat de ziekte in een Gents ziekenhuis was vastgesteld. Conclusie: het systeem heeft niet gewerkt. We moeten dringend ingrijpen – de wetten voor deze business zijn te oud.’

Met Søgaard-Kristensens dochter gaat het, alle verhoudingen in acht genomen, goed. ‘Ze is een gezonde vijfjarige meid wier brein om de zes maanden op hersentumoren wordt gescand. Dat is telkens weer een beproeving, maar wij mogen niet klagen. Ik ken moeders in de Verenigde Staten en Denemarken van wie de kinderen, die ook met het zaad van donor 7.042 zijn verwekt, intussen chemotherapie krijgen. Dat is ons tot nog toe bespaard gebleven.’

Lone Søgaard-Kristensen en haar vriendin maken zich momenteel het meest zorgen om hun zoontje, dat geboren is uit het zaad van donor 7.202 van Nordic Cryobank. ‘Donor 7.202 blijkt inmiddels drie zieke kinderen te hebben voortgebracht, die zouden lijden aan het Noonansyndroom, een erfelijke ziekte die een hartaandoening en een kleine gestalte veroorzaakt. Ik doe het in mijn broek.’

Maar Søgaard-Kristensen is geen doetje. Ze heeft donor 7.202 in voorlopige quarantaine laten plaatsen. Ze zal niet rusten, zegt ze, voor ze weet wat er aan zijn zaad scheelt. En weer peroreert ze over het verdorven systeem. ‘It’s all about money. Vorig jaar heeft Nordic Cryobank, in volle crisis, 80 miljoen euro winst gemaakt.’


Open donatie

Ivo Belet, christendemocratisch Europarlementslid, heeft naar aanleiding van het Deense schandaal verscheidene vragen gesteld aan de Europese Commissie.

Ivo Belet «De Europese wetgeving is niet waterdicht. Een Deense donor mocht tot voor kort vijfentwintig vrouwen bevruchten. Hoeveel kinderen hebben we in het geval van donor 7.042 al geteld? 99, hoor ik.

»In België mag je maximaal zes vrouwen met hetzelfde sperma laten insemineren. Hoeveel Belgische vrouwen zijn zwanger geworden met het zaad van donor 7.042? Zestien, samen hebben ze twintig kinderen ter wereld gebracht, waarvan er drie het defecte gen hebben meegekregen.

»Het rapid alert-systeem moet, als er iets fout gaat, onmiddellijk alle andere Europese spermabanken op de hoogte- te brengen: dat alarm is veel te laat afgegaan. Enfin, het incident met Nordic Cryobank heeft aangetoond dat het systeem niet werkt.»

Maar er is beterschap op komst, zegt Belet, in de vorm van een centrale databank voor Europese donorgegevens.

Belet «Databank is een groot woord. Het is veeleer een netwerk van achtentwintig nationale registers die aan elkaar worden gekoppeld, waarop het rapid alert-systeem wordt geënt. In principe zou het in de loop van dit jaar in gebruik moeten zijn.»

Nationaal register? In België bestaat zo’n register nog altijd niet, ook al werd het in de wet van 2007 in het vooruitzicht gesteld. De Belgische ziekenhuizen spelen nog altijd soloslim: ze beheren elk hun informatie. N-VA-senator Elke Sleurs: ‘Minister Laurette- Onkelinx heeft gezegd dat het centrale register er ‘tegen het einde van 2012’ zou komen. Daarna zei ze: ‘Tegen het einde van 2013.’ Maar het is er nog altijd niet.’

Raeymaekers «In België mag een donor maximaal zes vrouwen zwanger maken met zijn zaad, maar je kunt de wet niet laten naleven. Want hoe weet je dat een donor niet van kliniek naar kliniek gaat, en zich telkens als nieuwe donor laat registreren? Er is geen centraal register, er is geen controle.»

Herman Tournaye, het hoofd van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Brussel zegt dat de sector vragende partij is voor zo’n register: ‘Hoe sneller, hoe liever – maar we weten ook dat het niet simpel is.’

Het kabinet van minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx is karig met commentaar. Nee, het centrale register is er nog niet. Maar het zal er komen. Nog voor het einde van de legislatuur? ‘Nee, dat niet.’

Belet «België heeft geen keuze: het register moet er komen van Europa.»

Elke Sleurs, zelf gynaecologe, bereidt een wetsvoorstel voor dat een einde moet maken aan de anonieme status van de donor in België. Ze pleit voor de onmiddellijke oprichting van een Bewaar- en Beheerinstituut, dat meer zou zijn dan een nationale databank met de gegevens van donoren. Donorkinderen zouden er, begeleid door professionals, vanaf jonge leeftijd informatie kunnen opvragen over hun afkomst. ‘Op hun twaalfde zouden ze over de niet-identificeerbare gegevens van de donor kunnen beschikken, op hun zestiende over de identificeerbare. Als ze – om dringende redenen – al vóór hun twaalfde gegevens willen opvragen, kan dat ook: via hun ouders.’

Volgens het voorstel van Sleurs zouden donorkinderen dus geleidelijk meer te weten kunnen komen over hun afkomst.

Elke Sleurs «Niet alle donorkinderen zijn daarop gebrand, maar ze hebben wel allemaal recht op de juiste informatie. Ga maar eens na hoe vaak een mens zegt: ‘Het zit in de familie.’ Je familie is een ijkpunt in je leven. Maar blijkbaar zijn we daar altijd blind voor gebleven, omdat de kinderwens centraal staat in onze samenleving. Je kunt een koppel het recht op een kind niet ontzeggen, vinden we. En daarom negeren we de rechten van het kind.»

Herman Tournaye «Open donatie is een eis van een minderheid van de donorkinderen. Voor mij is de cruciale vraag: hoe zijn die kinderen te weten gekomen dat ze van een donor afstammen? Donorkinderen die het op een ongepaste manier vernemen, door scheidingsperikelen bijvoorbeeld, hebben er meestal moeite mee. De anderen worstelen er minder mee. Het beste voorbeeld zijn de kinderen van lesbische paren, van wie de ouders het niet verborgen kunnen houden. Wel, die donorkinderen willen meestal niet weten wie hun biologische vader is – wel wat voor iemand het is.»

Sleurs opteert voor een geleidelijke opheffing van de anonieme status van de donor: in een overgangsfase zal de donor eerst nog kunnen kiezen of hij open of anoniem doneert, pas later moeten alle donaties open. ‘Anders zullen we geen veranderingen kunnen doorvoeren, vrees ik.’

Tournaye «Ik ben voorstander van een viersporenbeleid. Eén: de donor is anoniem. Twee: de donor is een bekende van de wensouders. Drie: de donor is een onbekende voor de wensouders, maar hun kind kan desgewenst de identiteit van de donor krijgen. Vier: de wensouders beschikken over niet-identificeerbare gegevens van de verder anonieme donor. Wat mij betreft mag de wet in die zin worden aangepast.

»Open donatie is geen oplossing: dat zien we in landen waar dat systeem al langer bestaat: Zweden, Engeland, Nederland, Zwitserland. Kandidaat-donoren haken af, er ontstaat schaarste en wensouders gaan op zoek naar een ‘wilde donor’ op het internet. Of ze reizen naar het buitenland.»

Belet «Je mag de toestroom van donoren niet droogleggen, anders drijf je mensen in de illegaliteit. Terwijl je net dat illegale circuit moet aanpakken.»



'Vroeger was het risico op inteelt groot. De eerste vraag die ik aan een vriendje stelde, was: ‘Is je papa ooit donor geweest?’' DonorKind Els


Kulargument

Laura Witjens, de Nederlandse chief executive van de Engelse National Gamete Donation Trust, heeft geen begrip voor het argument dat open donatie zal leiden tot een gebrek aan kandidaat-donoren. ‘Een kulargument,’ zegt ze.

Laura Witjens «Je moet moeite doen voor je donoren. Je moet hen ook duidelijk maken waar het om gaat: een mens. En die mens kan vroeg of laat bij je aan de deur staan. Niet omdat hij op zoek is naar een plaatsvervangende vader, wel omdat hij benieuwd is naar fysieke kenmerken en erfelijke eigenschappen. Je gaat dus niet meer op zoek naar studenten – ‘Doneer en voor de rest heb je er geen last van.’ Nee, je zoekt iets oudere, meer bewuste mensen die in de meeste gevallen zélf kinderen hebben gehad. Die zich kunnen inbeelden dat donorkinderen nieuwsgierig zijn en tegelijk afstand kunnen bewaren.

»In Engeland is het aantal spermadonoren met 50 procent gestegen sinds 2004. Maar eerlijk is eerlijk: ook de vraag is exponentieel toegenomen. Sommige Britse klinieken laten sperma uit Denemarken overvliegen of halen eicellen uit Spanje omdat het makkelijker is.»

Hoe dan ook: een eventueel gebrek aan donoren – een praktisch argument – mag de ethische discussie niet in de weg staan, zegt de Vlaamse kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen.

Bruno Vanobbergen «In de Belgische wetgeving staat het belang van de donor en de wensouders centraal. Er wordt geen rekening gehouden met het donorkind zelf. Het is hoog tijd dat we daar verandering in brengen: kinderen hebben recht op informatie over hun donor. Een donor mag, wat ons betreft, alleen anoniem blijven als de bekendmaking van zijn identiteit te veel schade zou veroorzaken.»

Vanobbergen ziet parallellen met de rechten die adoptiekinderen in de loop der jaren hebben verworven.

Vanobbergen «Er moet een onafhankelijk instituut komen dat informatie bewaart en bij conflicten het belang van de opheffing van de anonimiteit van de biologische ouders afweegt.

»Wensouders moeten begeleid worden in het informeren van hun kinderen. Nu zwijgen ze meestal: driekwart van de Belgische wensouders zegt niks tegen hun donorkinderen.»

Tournaye «In Zweden bestaat open donatie al twintig jaar: volgens onderzoekers zegt de helft van de wensouders nog altijd niks.»


Anderhalve papa

Kenneth (een pseudoniem, red.) is, net als zus Els, een donorkind, maar hij denkt anders over zijn afkomst.

Kenneth «Ik besef al heel lang dat ik niet op mijn vader lijk, maar om eerlijk te zijn: ik heb daar nooit diep over nagedacht. Mijn moeder heeft me op de hoogte gebracht toen ik de middelbare school had beëindigd. Ik herinner het me nog goed: ik kwam thuis in volle euforie, er stond zelfs een Omer voor me klaar op tafel, en toen zei ze: ‘We moeten eens praten.’

»De tranen stonden in haar ogen toen ze zei: ‘Je vader is je vader niet.’ Daarna legde ze uit wat hem in zijn jeugd was overkomen, toen chirurgen nog halve slagers waren. Dat was een klap: van de hemel tuimelde ik in de hel. Ik ben erg aan mijn familie gehecht, ik kijk ook erg op naar de tak van mijn vader: ze hebben allemaal veel bereikt op professioneel vlak.

»Mijn vader was ook aangedaan toen hij wist dat ik op de hoogte was. Hij huilde en gaf me een knuffel – wat hij anders nooit doet. Ik zei: ‘Jij blijft wel mijn vader.’ En dat meende ik: hij heeft me mijn eerste stapjes helpen zetten, hij heeft me leren fietsen, hij kwam kijken als ik voetbalde – natuurlijk is hij mijn vader. Ik neem hem ook niks kwalijk: het was moedig wat hij heeft gedaan. Ik betwijfel overigens of mama hem heeft verplicht. Ze wilde wel kinderen, maar hij zal gedacht hebben: ‘Als ik het niet doe, ben ik haar kwijt.’

»Ik heb een korte identiteitscrisis gehad: het is niet eenvoudig als de helft van jezelf opeens in het niets verdwijnt. Ik herinner me een Ronde Van Vlaanderen waar we, zoals gebruikelijk, met de hele familie langs vaderskant naar zaten te kijken. En ik besefte: ongeveer iedereen weet ervan, maar niemand spreekt erover. Toen ben ik even naar buiten gelopen om te huilen. Ik vond het doodjammer dat ik genetisch niet bij hen hoorde. Die avond ben ik nog met vrienden op stap gegaan en heb ik véél gedronken.

»Mijn leven is niet veranderd: ik was thuis altijd de optimist, en dat ben ik gebleven: als je een probleem hebt, pak je het aan. Ik wilde niet te veel aandacht schenken aan die biologische vader van me. Dat maakt je alleen maar ziek, zoals met mijn zus is gebeurd. Ik weet dat het iemand uit deze stad was, ik weet dat hij zelf al kinderen had – en dat volstaat. Anderhalve papa, daar komen alleen maar problemen van. Die man wil mij niet in zijn buurt, en mijn papa wil ook niet dat ik hem ga zoeken. Waarom zou ik het dan doen? Ik heb dat ook tegen mijn zus gezegd, maar ze nam het slecht op. Zij had in stilte gehoopt dat we samen op zoek zouden gaan. Sindsdien is onze relatie dus bekoeld. Maakt niet uit: ik ben het gewend om mijn eigen boontjes te doppen. Thuis heb ik veel vrijheid gekregen, maar weinig schouderklopjes: wat ik ook deed, het was zelden goed genoeg.

'Ik maak deel uit van een drieling. Wij besloten niet meer te zwijgen nadat onze namen niet werden afgedrukt op de doodsbrief van onze oma' Donorkind STeph Raeymaekers

»Op een dag las ik een artikel op Facebook: ‘De leeftijd van kandidaat-spermadonoren is verlaagd van 25 naar 21 jaar.’ (Een tijdelijk actie, red.) Ik dacht: ‘Ik meld me aan.’ Wat later ging ik op gesprek in Gasthuisberg. Ik doneerde in een kille kamer met een sofa, een tafel en een toilet, en ik kreeg 15 euro met de belofte dat ik na enkele maanden het resultaat van mijn sperma-analyse zou krijgen. Alles bleek dik in orde. De verpleegster was lyrisch: ‘Kijk ook maar uit als je mét bescherming vrijt.’ (lacht) Daarop onderwierp ik me aan een bloedtest, gaf een interview over ziektes in de familie, liet mijn geslachtsdelen controleren en had ook nog een gesprek met een psycholoog. Die vond mij natuurlijk geweldig interessant: een donorkind dat zelf doneert! Hij dacht dat ik het vanwege mijn persoonlijke achtergrond wilde doen, maar dat ik zes kinderloze gezinnen gelukkig kon maken, was mijn enige motivatie.

»Mijn vriendin reageerde eerst geschrokken: ‘Ik zal niet de eerste zijn die een kind van je draagt.’ Maar ze heeft me ook niet tegengehouden. Mijn zus was boos. ‘We hebben hetzelfde genetische materiaal,’ zei ze, ‘je had me om toestemming moeten vragen.’ Larie, zij heeft ook geen toestemming gevraagd om zwanger te worden.

»Nogmaals: ik heb het gedaan om goed te doen. Niet opdat ik over twintig jaar iemand aan de deur zou krijgen: ‘Papa, ik wil je beter leren kennen.’ Ik wil anoniem blijven, maar als dat later nodig zou blijken, wil ik ook bloed- of stamcellen doneren, niet-identificeerbare persoonlijkheidskenmerken en desnoods een foto geven, maar géén contactgegevens. Als je één keer je biologische vader hebt gezien, vergeet je dat beeld nooit meer. Het schuift dan voor het beeld van je echte vader. En dat is nefast. Ik wil zélf mijn biologische vader ook niet kennen: dat is leven in het verleden. En in het leven moet je vooruit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234