Dossier Duurzaamheid: de rush op schalie- en steenkoolgas

Als komende winter de kerncentrales op een derde van hun kracht draaien, gaan dan overal de lichten uit? En moeten we met het oog op de blijvende onrust in Oekraïne niet investeren in de ontginning van steenkoolgas en eventueel schaliegas in de eigen ondergrond? Of volstaat het om met z’n allen radicaal voor zonnepanelen en windenergie te kiezen? Humo ging op zoek naar de energie van morgen.

‘Na het tijdperk van de goedkope energie volgt het tijdperk van de extreme energie,’ meent de Amerikaanse journalist Richard Heinberg. Schaliegas is volgens hem de nieuwste zeepbel. ‘Het is viagra voor de economie: kortstondig genot met verstrekkende gevolgen.’ Voorstanders zeggen dat we schaliegas nodig hebben, maar hoe realistisch is het om gas te winnen uit een gesteente dat kilometers diep zit? En is wat technisch mogelijk is, per definitie realistisch?

‘Een rot gesteente, een vuil gesteente, een vergaarbak van zware metalen. Cadmium, lood, koper, zink.’ Professor geologie Rudy Swennen legt een pikzwart klompje steen in mijn hand. Het voelt schilferig aan, als houtskool, maar het is beenhard. Ik schraap met mijn nagel over de steen. Geen kras.

‘Bovendien is het laag radioactief.’

Alsof hij ter plekke in mijn handpalm ontbrandt, laat ik de steen vallen. We staan in de kelder van het geologisch instituut van de KU Leuven in Heverlee en voor ons ligt een lade vol zwarte, versteende klei en samengedrukte resten van organisch materiaal van de zeebodem die het huidige land 320 miljoen jaar geleden was. Op 2.000 tot 3.000 meter diepte is het de hermetisch afgesloten kluis van een – volgens niet altijd even betrouwbare bronnen – immense gasvoorraad. Om die te ontginnen moet je dus eerst in de diepte boren en vervolgens onder hoge druk water, zand en chemicaliën naar beneden pompen, zodat de steenlaag kraakt en het gas vrijkomt. Dat procedé heet fracking. De risico’s zijn groot: het drinkwater kan vervuild raken en de boringen kunnen kleine aardbevingen veroorzaken.

Het schaliegesteente in de kelder in Heverlee komt uit Seilles, een deelgemeente van Andenne, ten oosten van Namen. Daar ligt het aan de oppervlakte, als een grillige zwarte strook. Het gas is er al lang geleden uit ontsnapt. Wat rest, is een hinderlijk chemisch afvalproduct voor de uitbaters van steengroeven.

‘Als je vóór 1990 vertelde dat je met schiefers bezig was, dan verklaarde men je gek,’ zegt Swennen. ‘Om er het kleinste spoor van plantaardig of dierlijk materiaal in te vinden, heb je de sterkste microscopen nodig.’ Die hebben ze niet in Heverlee, wel in Aken of in Edinburgh. In die laboratoria zullen doctoraatsstudenten zich de komende jaren over brokjes gitzwart gesteente buigen. Hun opdracht: onderzoeken welk organisch restmateriaal er in de stenen zit en hoeveel, inschatten hoeveel gas ze bevatten en of het economisch haalbaar is om dat eruit te halen. ‘Wat in de Ardennen en in Wallonië aan de oppervlakte ligt, zit in Vlaanderen op 2.000 tot 3.000 meter diep in de ondergrond.’

Dat is een schatting. Als we zekerheid willen, moeten we boren.

Rudy Swennen «Hoe de ondergrond er op 1.500 tot 1.800 meter uitziet, weten we behoorlijk goed door de jarenlange ontginning van steenkool in onze voormalige mijnen. We weten ook dat er in die lagen gas zit. Maar dieper heeft men in Vlaanderen nog niet vaak onderzoek gedaan.

»Ik pleit voor een gecombineerde aanpak. Schaliegas, steenkoolgas, geothermie: het zit allemaal in de ondergrond. We moeten op z’n minst weten wat de mogelijkheden zijn. Binnenkort wordt er in Mol geothermisch onderzoek verricht. Maar we mogen niet dieper boren om te kijken of er schalie zit, want politiek ligt dat te gevoelig. Voor geothermie moet je ook fracken, in mindere mate weliswaar, maar je kunt niet anders dan stenen kraken. Bovendien: het is toch niet omdat je wil weten wat er zit, dat je dat ook moet exploiteren? Als je een debat wil voeren, moet je toch weten waar je het over hebt?

»Shell heeft mij al gevraagd om een excursie in Wallonië te organiseren. Ze wilden me geld geven voor een onderzoek van zes maanden, maar omdat ik vier jaar nodig zou hebben, is één en ander niet doorgegaan. Waren we het wel eens geraakt, dan waren de resultaten voor hen geweest. De Duitse energiegigant Wintershall, de Britse boorfirma Cuadrilla: allemaal hebben ze al interesse getoond. Willen we de kennis over onze ondergrond echt aan de buitenlandse industrie overlaten?»

Wetenschappers houden van vereenvoudigde modellen, maar de werkelijkheid van schaliegas laat zich niet zo eenvoudig modelleren. Bij iedere potentiële boring schiet er een actiegroep uit de grond. Niet alleen boomknuffelaars en de toekomstige buren van boortorens zijn tegen, ook gemeentebesturen en lokale bedrijven tekenen verzet aan. In Nederland zijn ze ondertussen met 140, in Frankrijk is de afkeer nationaal. Al is het daar vooral de alomtegenwoordige nucleaire sector die geen andere spelers op haar terrein wenst. In het debat over schaliegas is dé hamvraag: hoeveel miljarden euro’s willen we als samenleving investeren in alweer een fossiele brandstof? Want naar schaliegas boren kost geld. Veel geld. Misschien wel meer geld dan het in essentie opbrengt. Is het dan niet verstandiger om diezelfde miljarden euro’s in bronnen te pompen die niet uitgeput raken? Zon en wind zijn eindeloos, terwijl iedere boorput vroeg of laat leeggepompt is.


Boren in Limburg

Bij de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) houden ze niet van die tweedeling. Ze hebben het niet graag over of-of, maar spreken liever over en-en. ‘Om de overgang naar 100 procent duurzaam te maken, hebben we veel fossiele brandstof nodig,’ zegt Koen Nulens. Hij is mijnbouwkundig ingenieur en beheert het dossier van het steenkoolgas. Hoe ontvlambaar dat is, werd duidelijk op een septemberochtend in 2012. Nulens raakte zijn bureau niet binnen omdat de poorten van LRM waren vastgeketend. ‘LRM gaat over lijken’, stond op het spandoek dat over de Heras-afsluiting gedrapeerd hing. Nulens betreurt het gebrek aan nuance: ‘Steenkoolgas is geen schaliegas. Voor ons is het eenvoudig: geen fracking, geen lozing van vervuild pompwater.’

In 2011 sloot Nulens voor LRM een samenwerkingsakkoord af met het Schotse bedrijf Composite Energy, dat nog tijdens de procedure werd overgenomen door het Australische Dart Energy. Overnames zijn schering en inslag in de wereld van de boorbedrijven: de grote spelers slokken de kleine op. Die kleintjes maken zich aantrekkelijk door zo veel mogelijk exploitatievergunningen te stockeren en verkopen zichzelf aan de hoogst biedende. Het zegt iets over het manische van de inzet op onconventioneel gas. Omdat het zo moeilijk te ontginnen is, zijn de risico’s minstens even onconventioneel en worden de verwachtingen opgeklopt. En hoe groter de bubbel, hoe groter de kans op uiteenspatten.

Koen Nulens «Dat klopt misschien voor schaliegas, maar met steenkoolgas nemen we een berekend risico: we weten dat er een voorraad in de steenkoollagen zit. We kennen de dikte van die lagen; nu is het aan ons om te bepalen of het economisch en maatschappelijk zinvol is om die te ontginnen.»

Uiteindelijk richtten Dart Energy Europe en LRM samen de dochteronderneming Limburg Gas nv op. Voor elke euro die LRM investeert, doet Dart Energy er 4 bij. En zo ligt er nu 10 miljoen euro op tafel voor het ‘opsporen van steenkoolgas’. In april 2013 leverde de Vlaamse overheid een opsporingsvergunning af. Limburg Gas heeft twee jaar om een proefboring te doen. Kostprijs: 1 à 2 miljoen euro. Kans op slagen: onzeker. ‘Om eerlijk te zijn: we zijn al lang niet meer zo optimistisch.’

Nulens vouwt een kaart open. Eén zone is in hoekige, geometrische figuren verdeeld en in het groen omlijnd. Het is een gebied van 362 vierkante kilometer, van Eisden over Genk tot Beringen. Hier mag Limburg Gas nv zijn testboring doen. Ten noorden en ten zuiden van de strook lopen stippellijnen tot in Oostham. Wie een vergunning aanvraagt, kan ook daar gaan boren. ‘Kijk, Limburg is geen woestijn. We kunnen niet boren onder woningen, dorpskernen of in natuurgebieden. Het aantal mogelijke boorpunten is dus beperkt. Als we zullen boren – en ik zeg duidelijk: áls – zal dat eerder in het noordoosten van de zone zijn.’

In juni 2013 nodigde Nulens de bevoegde ambtenaren van alle betrokken gemeenten uit op de hoofdzetel van LRM om uit te leggen wat de bedoeling was. Hij benadrukte dat er nog geen sprake was van gaswinning, dat het om een onderzoek ging en dat eventuele boringen niet eens zo veel zouden verschillen van de vroegere steenkoolontginning. Alleen zou men nu geen Italianen en Polen de ondergrond insturen, maar een hoogtechnologische boorpijp. Eerst verticaal, en dan horizontaal, de juiste laag in. En hij herhaalde: no fracking. ‘De dikte van de lagen laat dat niet toe. Als je gaat fracken, loop je het risico verbinding te maken met lagen waarmee je geen verbinding wíl maken.’ Hij hamerde erop dat het een gouden kans was voor een geteisterde provincie, dat gas het meest broeikasvriendelijke van alle fossiele brandstoffen is, en dat het werkgelegenheid kon opleveren. Als, als, als. Nulens kon de voorwaardelijkheid van de hele operatie niet genoeg benadrukken.

Zonder het te beseffen, herhaalde Nulens in zijn presentatie de mantra van de gemiddelde schaliegaslobbyist in Brussel. Het staat letterlijk zo te lezen in het rapport ‘Lobbying Shale Gas in Europe’, dat in mei 2012 verscheen: ‘Overschat de potentie. Zet het in de markt als een stabiele, zekere en duurzame energiebron. Benadruk de impact op werkgelegenheid. Speel in op het verlangen om energieonafhankelijk te zijn. Wijs erop dat impact op natuur, milieu en mens niet wetenschappelijk bewezen zijn.’ Minimaliseer de risico’s en pomp de potentie op. Case closed.


Principes of cash

De eerste reactie kwam uit As. De gemeente verklaarde zich steenkoolgasvrij. Even later volgden Genk en Houthalen-Helchteren. ‘We voelden ons voor voldongen feiten geplaatst,’ zegt Joke Quintens, kamerlid voor SP.A en schepen van Leefmilieu van Genk. ‘Dit was geen emotionele of impulsieve beslissing. Soms moet je een principieel standpunt innemen. Wij willen inzetten op duurzame energie en op energiebesparing: steenkoolgas hoort daar niet bij.’ Maar wat betekent zo’n verklaring? En hoe onwrikbaar zijn principes op het moment dat ze voor geld ingeruild kunnen worden? In 2010 had Cuadrilla in het Nederlandse Boxtel 50.000 euro en nog eens 100.000 euro veil om te mogen boren. Boven op de 122.522 euro per jaar voor de huur van het terrein. De 150.000 euro werd overgemaakt, de huur werd netjes betaald, ook al verwees de rechter de boorvergunning naar de prullenmand. Boxtel heeft zich nu ook schaliegasvrij verklaard, maar het geld werd niet teruggestort.

Joke Quintens (laconiek) «Wegen principes op tegen harde cash? Dat is een goede vraag. We hebben ze ons nog niet moeten stellen. We hebben een begroting van 100 miljoen euro. Ik denk dat we makkelijk 150.000 euro kunnen verdienen door de juiste bedrijven aan te trekken en gericht te besparen. Met EnergyVille op de oude mijnsite van Waterschei hopen we duizend jobs per jaar te creëren in de sector van de duurzame energie. Dat is investeren in de toekomst. Wij willen van zwart naar groen goud.»

De zin nestelt zich in mijn hoofd. Niet omdat hij zo goed klinkt, maar omdat ik hem al eerder heb gehoord. Ik blader in mijn notities. Rudy Swennen? Nee. En dan zie ik hem. Gemarkeerd in geel. Koen Nulens zei het precies zo: ‘Zwart goud groen maken.’ Voor hem kon dat met steenkoolgas, als aanvulling op zo veel andere onderzoeken en ontwikkelingen. LRM blijkt ook één van de drijvende krachten achter EnergyVille te zijn.

‘Dat is geen contradictie, nee,’ zegt Nulens als ik hem erover aanspreek.

Nulens «Het bewijst twee dingen: dat sommige gemeenten een beetje overspannen reageren en dat onze focus absoluut op hernieuwbare energie ligt. In onze portfolio zit voor 60 miljoen euro aan investeringen in wind, zon en biomassa. Voor steenkoolgas hebben we 2 miljoen euro eigen kapitaal vrijgemaakt. Je moet gewoon realistisch zijn. Als we de kerncentrales sluiten, zullen we nood hebben aan fossiele brandstoffen om de overgang naar duurzame energie te maken. En dan kun je maar beter inzetten op de meest zuivere van die fossiele brandstoffen. Ik zeg het nog eens: het is en-en. Niet of-of.»


Sweet spot

Aangezien we met z’n allen realistisch moeten zijn, besluit ik naar Fort Worth, Texas te reizen, om na te gaan hoe realistisch de ontginning van schaliegas en steenkoolgas precies is. De stad ligt zo’n 50 kilometer ten westen van Dallas. De Nederlandse dichter Leo Vroman woonde er tot zijn dood in februari, maar verder was de stad nergens bekend voor. Tot de rush op schaliegas begon. Langs Burlington Road en Minton Road zie ik de eerste kaalgevreten cirkels in het landschap, verder naar het westen volgen ze elkaar in sneltempo op – sommige omkranst door kranen, vrachtwagens en containers; andere verlaten. Het zijn boorputten in verschillende stadia van activiteit. Nieuw, in ontwikkeling en alweer uitgeput. Fort Worth is één van de vele hoofdsteden van Saoedi-Amerika. Ook die volgen elkaar in sneltempo op.

Want zoveel is ondertussen duidelijk: de levensduur van een schaliegasput is korter dan voorspeld. Op radio en televisie, in reclamecampagnes en presidentiële toespraken en op buitenlandse handelsmissies wordt nog gepocht over een gasvoorraad van 100, zelfs 150 jaar, maar op interne vergaderingen knaagt de twijfel – 20 jaar is er het meest hoopvolle scenario. Het is niet voor niks dat Shell al de handdoek in de ring heeft gegooid in de VS. Schaliegas is niet zomaar de volgende fossiele brandstof. Tussen wat in de grond zit en wat je uit de grond kunt halen, gaapt een enorme kloof. Een gebroken steen kun je niet blijven breken. Er is de sweet spot, de plek waar fracken vlot gaat en er op korte termijn redelijk veel gas kan worden gewonnen, maar daarbuiten gaat het allemaal – boren, fracken, ontginnen – een pak moeizamer. En net als die andere spot is de sweet spot onzichtbaar. Je ontdekt hem proefondervindelijk, door in zo veel mogelijk richtingen horizontaal te boren.

Vanuit de boorputten in Fort Worth schieten de ondergrondse tunnels van 15 tot 20 centimeter diameter alle kanten op. Tot 4 kilometer ver reiken ze. Onder scholen, onder het ziekenhuis en zelfs onder de landingsbanen van de luchthaven. Per dag wordt hier zo’n 165 miljoen kubieke meter gas naar boven gepompt. Sinds 2011 blijft die hoeveelheid min of meer gelijk. Het aantal boorputten nam wel continu toe. ‘Je moet zo veel mogelijk blijven boren om de winning op peil te houden,’ schrijft de Amerikaanse journalist Richard Heinberg in het onlangs verschenen ‘Schaliegas, piekolie en onze toekomst’. Heinberg is al jaren een kritische observator van schaliegas. Hij noemt het één van de symptomen van hoe we ons krampachtig aan fossiele brandstoffen vastklampen. Het is simpel, meent hij: schaliegas is een hype, geen energiemirakel. Het is een door Wall Street-traders opgeblazen zeepbel van onvervulbare verwachtingen. ‘Geld maakt mensen gek. Daar draait het om.’

Richard Heinberg kent de argumenten van de voorstanders uit het hoofd. Ze zeggen dat er voldoende koolwaterstoffen in de grond zitten, dat het gewoon een kwestie is van ze eruit te halen. Ze zeggen dat ze jobs creëren. Ze geven toe dat ze een chemisch mengsel in de grond pompen, maar zeggen dat zoiets perfect veilig kan. Aan de telefoon vanuit San Francisco weerlegt Heinberg die stellingen één voor één.

Richard Heinberg «Eén: energie opwekken kost energie en geld. Een basisregel van iedere gezonde economie luidt dat een investering pas zinvol is als ze meer opbrengt dan ze kost. Als je 1 euro in een makkelijk te ontginnen olieveld op het land stopt, dan haal je er 100 euro uit. Alleen: van die olievelden worden er de laatste jaren geen nieuwe meer ontdekt. Wat rest zijn de moeilijk te ontginnen gebieden. In de diepzee, op de Noordpool, in ondergrondse gesteenten. Het kost een pak meer moeite om daar de energie uit te halen. In Canada denken ze er op dit moment aan om een kerncentrale te bouwen om teerzanden te ontginnen. Hoe extreem ben je dan bezig? Bij wind- en zonne-energie is de verhouding tussen investering en opbrengst één op twintig. Bij schaliegas zitten ze tussen één op drie en één op tien. Neem het van mij aan: zonder de huidige belastingvoordelen voor de ontginning van schaliegas en de lage rente had deze rush op gas nooit plaatsgevonden. Het was onbetaalbaar geweest.

»Twee: ‘Honderdduizend jobs erbij,’ beweren de uitbaters van boorbedrijven. Wat ze er niet bij vertellen, is dat het om tijdelijke jobs gaat, dat veel van die jobs naar externe specialisten gaan en dat in dat getal ook dienstverleners zoals strippers, prostituees en Thaise masseuses opgenomen zijn.

»Drie: beveiliging kost geld. De marge tussen investering en opbrengst is echter zo klein aan het worden dat boorbedrijven daar maar wat graag op beknibbelen. Natuurlijk bestaat de techniek om de boorgangen zo te beveiligen dat de kans op lekken tot een minimum wordt beperkt. De vraag is niet zozeer of dat nu gebeurt, maar wel of we ons een ongeluk kunnen veroorloven. Er worden nu al verhoogde hoeveelheden radioactiviteit gemeten in rivieren in de buurt van boorputten. Er lekt methaan in de atmosfeer, een zeer krachtig broeikasgas. Als er echt fouten gemaakt worden, zullen de gevolgen catastrofaal zijn. Een dag zonder elektriciteit en transport zullen we nog wel overleven. Maar een dag zonder zuiver water?»


Gas onder de piepers

Er is niet alleen het gevaar op verontreiniging, voor de schaliegasontginning heb je gigantische hoeveelheden water nodig: 20 miljoen liter voor één fracksessie. ‘En dat terwijl droogte een steeds nijpender probleem wordt in de VS,’ zegt Heinberg. ‘Ik kreeg net een sms van vrienden: ‘It rains! It rains!’ De laatste keer was drie maanden geleden. Regen is tegenwoordig nieuws.’

In de Nederlandse Noordoostpolder is regen nog heel gewoon. Na de winter liggen de akkers langs de Voorsterweg in Marknesse er donker bij. Zeventig jaar geleden was het zeebodem, nu is het de vruchtbaarste landbouwgrond van Nederland. ‘World Potato Capital’, zo noemen ze zichzelf in de Noordoostpolder graag.

Twee jaar geleden stopte er een 4x4 even voorbij de Hof van Heden, de gerestaureerde boerderij van Ben en Thea van Wesemael. Twee mannen in pak met gummilaarzen aan liepen het veld in. ‘Landmeters,’ dacht Ben en hij sloeg verder geen acht op hen. Ook de bedrijfsnaam op de 4x4 bleef niet hangen. Tot het nieuws bekend raakte dat er naar gas geboord zou worden in de Noordoostpolder. Naast het huis van Ben en Thea. Toen wist Ben het weer. ‘Cuadrilla’ had er op het portier gestaan.

‘We vonden het niet eens zo vreemd. Toen we het huis zo’n dertig jaar geleden kochten, stond er een eind verderop ook een boortoren. Er ligt hier blijkbaar een klein gasveld, maar dat is nooit ontgonnen. De toren werd weer afgebroken. ‘Het begint weer van voren af aan,’ dachten we. Tot we van de buren een paar kilometer verder vernamen dat het niet om gewoon gas, maar om schaliegas ging.’

De plek bleek niet lukraak gekozen: de grond is van de staat. De boer die hem bewerkt, heeft een jaarcontract. ‘Hij wist nergens van,’ zegt Ben. ‘Er is niemand bij hem aan de deur geweest met een voorstel om hem te compenseren. Eerst haalde hij zijn schouders op. Nu is hij ook radicaal tegen.’

Keerpunt was een informatievergadering voor de buurtbewoners. Henk Duyveman, de Nederlandse baas van het Britse boorbedrijf Cuadrilla, was er ook, samen met een afgevaardigde van een pr-bureau. Ze hadden het vooral over jobs, en over het feit dat de mogelijke gevolgen voor het milieu zwaar overdreven werden. Fracking is veilig, klonk het. Ze probeerden de gemoederen te sussen, maar ze bereikten het omgekeerde. Na de vergadering plaatsten 100 van de 140 aanwezigen hun handtekening onder de inderhaast opgestelde petitie ‘Noordoostpolder schaliegasvrij’. Drie maanden later telde die al 5.000 handtekeningen. Ook het gemeentebestuur verklaarde de gemeente schaliegasvrij en maakte 50.000 euro vrij voor een eigen lobbyist in Den Haag.

Nationaal kwam er een moratorium op boringen, in afwachting van bijkomend onderzoek. ‘Uitstel van executie,’ meent Ben. ‘De minister koopt tijd. Hij gaat er nog altijd van uit dat er op een dag naar schaliegas wordt geboord. Hij zoekt alleen nog de plek waar de minste weerstand wordt geboden.’

Nu registreert Ben iedere beweging in de buurt. ‘Ik verwacht elke dag dat het zal beginnen. Als ik mensen op het veld zie, word ik onrustig, terwijl ik daar vroeger helemaal niet op lette.’ Onlangs verzamelde er een groepje met camera’s en verrekijkers. ‘Maar ze zagen er niet uit als gasmensen. Ze droegen geen pakken en aktetassen. Ze hadden mutsen op en parka’s aan.’ Het waren mensen uit Oekraïne, die op werkbezoek waren om te zien hoe de Nederlandse actievoerders het aanpakten.


Fiasco in Polen

Op 5 november 2013 werd een handtekening gezet die volgens deskundigen de verhoudingen in de wereld definitief zou veranderen. Derek Magness en James Johnson van Chevron tekenden met de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj en zijn minister van Energie Eduard Stavitsky een deal van 10 miljard dollar voor de ontginning van schaliegas in het Olessaka-veld, in het westen van Oekraïne. ‘In 2020 zijn we zelfvoorzienend,’ jubelde Janoekovitsj die dag voor de camera’s. Zes maanden eerder had Shell onder de vleugels van Nederlands premier Mark Rutte ook een contract getekend voor de ontginning van het Yuzivska-veld in het oosten van Oekraïne.

In Europa beschikken Frankrijk en Polen theoretisch over de grootste voorraden schaliegas. Met een meerderheidsaandeel in kernenergie kant de Franse regering zich mordicus tegen schaliegas. In Polen ziet de praktijk er na ettelijke proefboringen minder veelbelovend uit. Oekraïne gold tot een paar maanden terug als het land van de volgende energierevolutie. Milieunormen zijn er nagenoeg onbestaand en dus kan boren er relatief goedkoop. Maar Poetin ging dwarsliggen. Hij vreesde voor de drinkwatergebieden aan de grens met Rusland. Bizar gevolg: wie in Oekraïne tegen schaliegas is, staat aan de kant van Poetin.

In Polen krijgen de bewoners van Zurowlaw dat verwijt wel vaker te horen. In dat dorp komen iedere avond een tiental dorpsbewoners samen in een werfcabine op een veld. Ze maken een vuur aan en bespreken de stand van zaken. Al twee jaar verhinderen ze Chevron te boren op het aanpalende veld. In ruil daagt Chevron hen systematisch voor de rechter. De beschuldiging is meestal dezelfde: onrechtmatig gebruik van eigendom. De achterkant van hun protestcaravan leunt tegen de achterkant van de container van een veiligheidsfirma die in opdracht van Chevron het veld bewaakt. Als ze de grens tussen beide velden overschrijden, wordt automatisch de politie verwittigd. Het is een machtsspel tussen een multinational en boeren in een godvergeten dorp.

Vier velden huurt Chevron van de dorpelingen. Ze krijgen er 2.000 euro per jaar voor en hangen in ruil voor 58 jaar vast aan het contract. Als ze sterven, gaat het contract automatisch over op hun kinderen. ‘Meer weten we trouwens niet over de overeenkomst,’ vertelt boer Andrzej Bak. Hij zit iedere avond in de werfcabine. ‘Op de contracten rust absolute geheimhouding. Als de boeren ze aan derden tonen, kunnen ze boetes tot 5.000 euro krijgen.’

De onrust in het dorp begon in de winter van 2011. Chevron had de contracten afgesloten en organiseerde een informatievergadering om de dorpelingen gerust te stellen. Er was niets om zich zorgen over te maken, werd er gezegd. Ze zouden een twaalftal keer boren. Gewoon om te onderzoeken of het wel de moeite waard was. Het frackingmengsel dat ze zouden gebruiken, was niet schadelijker dan alledaags afwasmiddel of tandpasta. Maar waarom, vroegen de dorpelingen zich af, doet de multinational zo zijn best om te doen alsof er niets aan de hand is?

‘We vertrouwden het niet,’ zegt Bak. ‘We deden ons eigen onderzoek en ontdekten heel andere verhalen over fracking en schaliegas. Over de risico’s op vervuiling. Over de boortorens die dag in, dag uit draaien. Dit is een dorp van boeren. Al eeuwenlang. Wij leven van onze grond. Hier zit ook één van de grootste drinkwaterreservoirs van Polen in de grond. De hele omgeving is een paradijs voor beschermde vogelsoorten. Hier hoort geen boortoren thuis.’? Die avond in de caravan buigen ze zich zenuwachtig over kaarten. Na maanden van rust kwam er die dag een auto aangereden. Twee mannen rolden kabels uit en boden dorpelingen 5 euro aan om de kabels over hun veld te mogen trekken. ‘Voor seismologische metingen.’

‘Weer een zet van Chevron,’ meent Bak. ‘We worden voortdurend angst aangejaagd. Wat gaat er gebeuren?’ Hij wrijft met zijn hand over zijn gezicht. ‘Het is een eindeloos gevecht. In september vorig jaar waren we in Brussel. We hadden een kwartier om op een studiedag over schaliegas onze vrees uit te leggen. Het was alsof we in een wassenbeeldenmuseum spraken. We voelden ons compleet genegeerd. Maar we gaan door. Opgeven is geen optie.’

Van de twaalf geplande putten in de omgeving van Zurawlow heeft Chevron er al vier geboord. ‘Maar echt succesvol lijken ze niet te zijn,’ grijnst Bak. Ook de officiële statistieken tonen dat aan: Polen zou niet het beloofde paradijs zijn. Maar na Polen is er altijd nog Oekraïne. ‘De miserie is dat ze met al hun dromen en beloftes mensen en dorpen uit elkaar rukken.’


Witte wonderstenen

In zijn laboratorium in Heverlee is Rudy Swennen op de hoogte van de problemen in Polen. ‘Men komt er van een kale reis terug. Er zitten wel grote voorraden schaliegas in de grond, maar het gesteente barst niet zoals gedacht en dus is het rendement niet wat het had kunnen zijn.’ Hij toont me een reeks andere stenen: wit, krijtachtig en vol gaten. ‘De olievoorraden van de toekomst,’ zegt hij. ‘Die velden vind je voor de kust van Brazilië, 5 kilometer onder het zeeniveau. De gaten van de stenen zitten vol olie: 7 kilometer diep moet je boren om die boven te halen. Dat is de absolute grens van wat technisch mogelijk is. In vergelijking daarmee stelt de schaliegaswinning niets voor.’

Aan de andere kant van de oceaan zucht Richard Heinberg diep als ik hem over de witte wonderstenen vertel. ‘Wie echt slim is, weekt zich los van de grote energieaanbieders en produceert vanaf nu zijn eigen energie. Als individu, als dorp of als stad. Zonder afhankelijk te zijn van olie of gas. Volgens mij is het al lang niet meer en-en. Het is of-of.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234