Dossier Moord en Doodslag in België. Deel 2: De grote verdwijntruc met het lijk

Drie jaar na haar verdwijning wordt het lichaam van de mooie, 30-jarige Albana Margjeka teruggevonden: in foetushouding, gegoten in de betonnen pijler van een brug in Wallonië.

'Overal ter wereld geldt de stelregel: geen lijk, geen moord'

‘Als een moordenaar uiteindelijk in zijn opzet geslaagd is en het slachtoffer dood is, moet hij het lichaam nog ergens kwijtraken,’ zegt forensisch patholoog Wim Van de Voorde, die in de eerste aflevering van deze reeks uitlegde waarom een mens doodmaken helemaal niet zo eenvoudig is als het op televisie soms lijkt.

Wim Van de Voorde «De boodschap is: snel zijn. Want al na een paar uur treedt de lijkstijfheid in. Het lichaam wordt dan zo stijf als een plank en zo krijg je het echt niet meer in een tapijt gerold, laat staan dat het nog in je autokoffer past. Je moet het verplaatsen in de eerste uren na de dood, wanneer het lichaam nog plooibaar is.»

Albana Margjeka was nog maar een paar uur dood toen ze in een bolletje gerold onder het beton belandde in een brug over een riviertje in de bossen van Walcourt, bezuiden Charleroi. Het was forensisch patholoog Jean-Pol Beauthier, één van de bekendste wetsdokters in Wallonië, die voor de aartsmoeilijke opdracht stond om het lichaam uit zijn betonnen sarcofaag te halen. En daarvoor had hij de hulp van de haven van Antwerpen nodig.

Jean-Pol Beauthier «Technisch gezien was het de moeilijkste zaak uit mijn carrière. We moesten er eerst achter komen of er wel degelijk een lichaam in de brug zat. Het weghalen van de betonnen pijler was een spectaculaire onderneming waar grote drilboren en kranen aan te pas kwamen. Nadien zijn we met het betonnen gevaarte naar de haven van Antwerpen gereden, waar de douane over enorme scanners beschikt waarmee vrachtwagens en scheepscontainers doorgelicht worden om te kijken of er geen verstekelingen aan boord zitten. We hadden eerst in Charleroi geprobeerd met een draagbare scanner van het DVI-team (Disaster Victim Identification, red.), maar die bleek niet sterk genoeg. De Antwerpse scanner was dat wel. We zagen het lichaam in het beton zitten, in foetushouding. Het was essentieel om precies te weten waar het zat, want we moesten het er zo ongeschonden mogelijk uithalen om te kunnen bewijzen hoe de vrouw gestorven was.

'Met pikhouwelen beitelden we ons voorzichtig een weg. Er verscheen een stukje teen, een voet, een onderbeen. Het lijk in de betonnen sarcofaag was perfect bewaard' Wetsdokter Jean-Pol Beauthier

»Nadien was het handwerk: met pikhouwelen beitelden we ons voorzichtig een weg door het beton. Er verscheen een stukje teen, een voet, een onderbeen. De ontbinding was nog niet vergevorderd. De vrouw had vier jaar lang in een betonnen cocon gezeten, afgesneden van de lucht en van insecten. We konden het lichaam er volledig uithalen. Daarna moest het snel gaan: eens zo’n jaren oud lijk in aanraking komt met de lucht gaat de ontbinding van het vlees razendsnel. Uit de autopsie bleek dat de vrouw met extreem geweld was omgebracht. Ze had twee kogels in de borst, een ingeslagen schedel en wurgsporen aan de hals. De hele operatie, die geleid werd door de excellente ploeg van het Belgische DVI, duurde 48 uur. Iedereen was opgelucht dat ze geslaagd was. Zoiets doe je maar één keer in je leven.»


Pretty woman

'Albana Margjeka werd uit het prostitutiemilieu gehaald door weldoener Christian De Groote. Het verhaal dat begon als 'Pretty Woman' eindigde met twee schoten in de borst en een verbrijzelde schedel.'

Maar hoe was het lijk van de jonge vrouw drie jaar eerder in dat bruggetje geraakt? Het verhaal begint in 2006 op de trottoirs van de quartier chaud in Charleroi. Albana Margjeka is een hardwerkend hoertje dat zich Tatjana laat noemen. Het leeuwendeel van haar zuurverdiende centen stuurt ze naar haar familie in Albanië, met wat overblijft probeert ze in België de eindjes aan elkaar te knopen voor haar en haar dochtertje Eneida. In november 2006 ontmoet ze haar droomprins: ene Christian De Groote, een rijke ritselaar die goede sier maakt in de bordelen van Charleroi, waar hij zich ‘Monsieur Christian’ laat noemen. Wat volgt is ‘Pretty Woman’ in Charleroi. Monsieur Christian haalt de straatarme Albana van het trottoir en samen betrekken ze een grote, witte villa – een voormalig luxebordeel – in Marcinelle. Albana’s dochter krijgt voor het eerst in haar leven een eigen kamer en een computer. ‘Mijn leven is een sprookje,’ vertelt Albana wanneer ze haar oude vriendinnen gaat bezoeken op haar vroegere werkplek. Ze wil niks liever dan zo snel mogelijk zwanger worden en haar redder een zoon schenken.

De barsten in de romance komen al na enkele maanden. De kleine Eneida hoort haar moeder en haar nieuwe stiefvader elke avond ruziën, meestal over geld. Als Monsieur Christian te veel gedronken heeft, slaat hij haar moeder. In de ochtend van 15 januari 2008 verneemt Albana dat ze zwanger is. Die middag vertrekt ze met de auto om te gaan shoppen. Niemand zal haar nog terugzien.

Het onderzoek naar de verdwijning zakt al in elkaar voor het goed en wel begonnen is. Sporen zijn er nauwelijks. Christian De Groote zegt dat Albana wellicht met haar minnaar naar Albanië is gevlucht, maar voor haar vriendinnen is dat weing plausibel: ze zou nooit vertrokken zijn zonder haar dochtertje Eneida. Er is nog iets vreemds: De Groote beweert dat Albana naar Brussel is gereden, maar het laatste signaal van haar gsm wordt 100 kilometer zuidelijker opgevangen, in de buurt van Walcourt. Dezelfde antenne vangt ook het signaal op van de telefoon van De Groote. Het brengt weinig zoden aan de dijk. In Charleroi ligt niemand wakker van de verdwijning van de ex-prostituee. Er staat geen woord over in de kranten. De politie vindt belangrijkere zaken om zich op te storten. Alleen Simon Parizel, een speurder van de moordsectie van Charleroi, blijft zich in zijn vrije momenten verdiepen in de zaak. Hij negeert de schampere opmerkingen van zijn collega’s die hem vragen hoeveel tijd hij nog in dat ex-hoertje zal steken.

‘Vlak na de verdwijning kwam het dochtertje van Albana bij ons op het bureau,’ vertelde speurder Parizel daarover in de RTBF-uitzending ‘Devoir d’enquête’.

Simon Parizel «Eneida was nog maar 12. Ze wist alleen dat haar moeder weg was, verder niets. Ze was ontredderd. Ze dacht dat haar moeder haar in de steek had gelaten. Het was hartverscheurend. Je wil dat meisje haar moeder teruggeven, zelfs als dat betekent dat ze weet dat ze dood is.»

Maar daarvoor moet Parizel eerst een lijk vinden.


Diep in het Polderbos

‘Overal ter wereld geldt dezelfde stelregel: geen lijk, geen moord,’ zegt François Kind, oud-speurder bij de moordsectie van de federale politie Antwerpen. Een aanzienlijk deel van zijn tijd bij de politie ging op aan het zoeken naar lijken, het omwoelen van tuinen, het graven in bossen, het dreggen van poelen.

'Het Polderbos was in de loop der jaren helemaal veranderd, maar de verdachte herinnerde zich nog precies waar hij het lijk had begraven.[Oud-speurder François Kind'
]

François Kind «Er is bijna altijd een link tussen de dader en de plaats waar hij zijn slachtoffer dumpt. Het kan een bos zijn waar hij als kind speelde, een plaatsje waar hij een liefje heeft gehad, een plek die hij kent van het werk. We gaan ook altijd zoeken in de tuin, een populaire plek om een lijk te begraven. Zodra je met een lijk zit, moet je er niet te ver meer mee voyageren. Transport houdt altijd een risico in: stel dat je met dat lijk in de koffer een auto-ongeval krijgt, of een politiecontrole… Dan hang je.»

Het overkwam vier jonge daders van een brutale roofmoord op de Tongenaar Eddy Destexhe in 2006. Toen ze van bij hun slachtoffer naar huis reden, stootten ze op een nachtelijke politiecontrole op de E313. Die ontdekten een bebloede hamer in de koffer en bloedspatten op de kleren van één van de inzittenden. Toen ook de portefeuille van het slachtoffer in de achterzak van één van de vier jongemannen werd gevonden, was de link snel gelegd.

Kind «Weinig daders rijden rond met een lijk in hun auto. De meest uitgekookte gaan met hun toekomstig slachtoffer naar de plek waar ze van plan zijn om het lijk te dumpen, om ze daar ter plekke af te maken. En wat meer is: nadien vergeten ze nooit meer waar ze hun slachtoffer hebben begraven.»

Kind maakte het zelf mee in de zaak van de Polderbosmoorden, een cold case uit 1998 die pas zeven jaar later werd opgelost. Een jonge vrouw en een student waren vermoord en ergens in het uitgestrekte natuurgebied van het Polderbos in Hoboken begraven. Jarenlang zocht Kind naar de lijken, maar het was uiteindelijk één van de verdachten zelf die hem de plek aanwees waar hij al zeven jaar naar zocht.

'Daders vergeten nooit de precieze plek waar ze een lijk hebben begraven, zelfs al is het in de jungle. Het is te ingrijpend in hun leven' Oud-speurder François Kind

Kind «Die avond gingen we met hem het Polderbos in, we volgden hem een kwartier lang tussen verwilderde bosjes en kreken en waren allang de weg kwijt toen hij bij een boom bleef staan: ‘Hier ligt hij.’ Het was wonderbaarlijk. Het Polderbos was in de loop der jaren helemaal veranderd van uitzicht, het was een echte jungle, maar hij herinnerde zich de plek nog precies. Tijdens het assisenproces zijn we met de jury opnieuw naar het bos gegaan, en we vonden de plek alweer niet terug. Maar de verdachten liepen er recht naartoe. Ze vergeten het nooit. Het is te ingrijpend geweest in hun leven.»


Zonder bewaarmiddelen

‘Daders die hun slachtoffer in een bos begraven of ergens in een rivier gooien denken misschien dat ze zo hun sporen uitwissen, maar eigenlijk is het niet zo slim,’ zegt wetsdokter Wim Van de Voorde.

Van de Voorde «Ze doen het om het lichaam te verbergen, maar eigenlijk bewaren ze het op die manier. Een lichaam dat in het water ligt, zal twee keer trager ontbinden dan een lijk in de openlucht. Bij een begraven lichaam verloopt het ontbindingsproces zelfs vier tot acht keer trager.

»Een lichaam laten ontbinden is nog altijd de beste manier om sporen uit te wissen. Al na een paar dagen wordt het veel moeilijker om verwondingen juist te interpreteren en de doodsoorzaak vast te stellen. Een lijk begint al na een dag of twee te ontbinden, wanneer de lijkstijfheid verdwijnt. Het is een vieze aangelegenheid: de huid wordt glibberig en slibt eraf, er komt roodbruin rottingsvocht vrij dat een ondraaglijke stank verspreidt, het lichaam begint op te zwellen door gasophopingen en wordt moeilijk manipuleerbaar. Het menselijk lichaam vergaat niet tot stof en as, maar tot stinkend vocht en gas.»

Een moordenaar die wil dat het lijk snel ontbindt, moet het achterlaten in een bos in de openlucht, zonder het te bedekken met takken of bladeren, en moet hopen dat het de eerste maanden niet wordt gevonden. Na een maand tot een jaar blijft alleen nog het skelet over, maar het kan ook veel sneller gaan als vliegenlarven en kevers of ander gedierte een handje komen helpen. Een vlieg kan een kadaver tot op een afstand van 60 kilometer traceren en komt er als de wiedeweerga op af om haar eitjes te leggen in de oogkassen en andere vochtige lichaamsholtes.

Van de Voorde «Ik heb ooit het skelet onderzocht van een vrouw die negen maanden in een bos had gelegen. Ze werd in augustus 2004 in Euskirchen net voorbij de Duitse grens teruggevonden door een paddenstoelenplukster. Het kadaver was toegetakeld door everzwijnen. De armen, een aantal ribben en een onderbeen ontbraken. We konden het lijk nog identificeren – het was Karine Janssens, 39 jaar, in november 2003 verdwenen in Scherpenheuvel. Maar de doodsoorzaak hebben we niet meer kunnen vaststellen. Haar minnaar is uiteindelijk wel op basis van andere bewijzen voor de moord veroordeeld.»

HUMO Sommige daders steken het lijk in brand om de sporen uit te wissen. Is dat een goed idee?

Van de Voorde «Bij verkoolde lijken is vooral de buitenkant van het lichaam zwaar beschadigd. Je kunt het tijdstip van overlijden niet meer bepalen en je kunt veranderingen aan de huid zoals lijkvlekken niet meer beoordelen, maar uit het toxicologisch onderzoek en de inwendige letsels kun je wel nog heel wat afleiden. Om een lichaam volledig te verkolen heb je heel lang heel hoge temperaturen nodig. Eventjes een lichaam laten verdwijnen door een vuurtje te stoken is dus niet zo evident.

»Bij lijken die in het water gegooid worden, maken daders dan weer dikwijls de fout dat ze het niet genoeg verzwaren. De lichaamsgassen zorgen ervoor dat het al snel weer boven komt drijven. Om het lijk op de bodem te houden moet het verzwaard worden met minstens 120 procent van het lichaamsgewicht.»


Het cement van de vriendschap

Op 7 oktober 2011 verschijnt in La Dernière Heure een krantenartikel over vijf cold cases in Charleroi. Journalist Frédéric Dubois schenkt, op vraag van de politie, uitgebreid aandacht aan de verdwijning van Albana Margjeka. Het artikel is een valstrik. Speurder Simon Parizel heeft bij het uitvlooien van de administratie van Christian De Groote een interessante naam ontdekt: Frans Rudelopt, een metselaar die in een chalet in de bossen van Walcourt woont – in de buurt van de antenne die het laatste gsm-signaal van Albana heeft opgevangen. Parizel laat de telefoon van Rudelopt en De Groote afluisteren. De val klapt onmiddellijk dicht. De vrouw van Frans Rudelopt, die het artikel heeft gelezen, belt met een vriendin en vertelt dat Frans met de zaak te maken heeft. Parizel laat de man meteen oppakken voor verhoor.

'Frans Rudelopt betonneerde het lijk van Albana Margjeka in de peiler van de brug voor zijn chalet. Toen de brug klaar was, verraadde niks dat er een vrouwenlichaam in zat.'

Rudelopt is een man van het harde buitenwerk, van vroeg opstaan, van bakstenen, cement en mortel. Hij en Christian De Groote zijn al dertig jaar vrienden.

‘Het was geen evenwichtige vriendschap,’ vertelt Philippe Balleux, de advocaat van Rudelopt.

Philippe Balleux «Het leek meer op een meester-slaafrelatie. Christian De Groote was ‘Monsieur Christian’, terwijl mijn cliënt gewoon ‘Frans’ bleef. Hij was een soort goedkoop manusje-van-alles voor De Groote. Soms pleegden ze samen diefstallen: sigaretten, spoorwegkabels, koperen leidingen… Altijd was het Monsieur Christian die de lakens uitdeelde en Frans die het werk deed. Als ze gesnapt werden, was Frans de klos. Maar die vond dat niet erg. Dat hoorde erbij, vond hij. Hij was trots dat hij mocht werken voor Monsieur Christian. Het was bijna devotie.»

Ondervraagd door de politie, houdt Rudelopt zich aanvankelijk van de domme. Maar wanneer de speurders hem confronteren met de telefoontap beseft hij dat ontkennen geen zin heeft en rolt het verhaal eruit. Ja, hij heeft het lijk van Albana Margjeka verstopt. Op vraag van zijn vriend, Monsieur Christian.

Balleux «Op die bewuste dag, 15 januari 2008, krijgt mijn cliënt in de namiddag telefoon van Christian De Groote. Of hij meteen naar huis kan komen, want ‘hij heeft een stommiteit begaan’. Als Rudelopt thuiskomt, ziet hij de dode vrouw liggen achter een muurtje. Er zit een enorme bloedvlek op haar borst. ‘Dat is mijn vrouw, ik heb haar gedood,’ zegt Monsieur Christian. Hij vraagt Rudelopt om hem te helpen het lichaam te verbergen. Mijn cliënt is verrast, overweldigd, in paniek.

»Het toeval wil dat hij net op dat moment bezig is met het verbreden van een brug over een riviertje aan het begin van de oprit die naar zijn chalet leidt. Zijn grote vriend staat daar met een lijk, hij moet het ergens kwijt, en de oplossing ligt 2 meter verder. Hij duwt het lichaam in de pijler van de brug en giet er die avond de eerste laag beton over. Professioneel, zoals het een metser betaamt. Wanneer de brug klaar is, verraadt niets dat er een vrouwenlijk in zit. De lijkhonden van de politie roken trouwens helemaal niets aan de brug.

»Wat me opviel tijdens dat eerste verhoor, was de complete opluchting bij Frans Rudelopt toen hij zijn verhaal aan de politie deed. Het was een geheim dat hij al drie jaar torste en dat hij nauwelijks kon dragen. Hij had het toch gedaan, uit vriendschap voor Monsieur Christian. Maar hij verging van spijt. Ergens voelde hij zich in de val gelokt door zijn vriend. Hij vertelde me dat hij elke dag dacht aan de vrouw die in zijn brug zat. Dat hij probeerde om niet met zijn auto over de plek te rijden waar ze lag, uit respect. Hij was niet trots op wat hij gedaan had.»

Wanneer Christian De Groote aan de tand wordt gevoeld, gebeurt het ondenkbare. Monsieur Christian, die bijzonder weinig aangeslagen lijkt door het nieuws dat zijn echtgenote dood is teruggevonden, draait de rollen om. Niet hij, maar Rudelopt heeft zijn vrouw vermoord. De Groote heeft hem beschermd en niets gezegd aan de politie vanwege hun dertigjarige vriendschap. Maar nu Rudelopt hem beschuldigt, is het cement van hun vriendschap verbrokkeld en kan hij niet anders dan de waarheid vertellen. De Groote stelt zich burgerlijke partij tegen Rudelopt. Zo is hij, wat schizofreen, beschuldigde en slachtoffer in één en hetzelfde dossier.


Operatie Dissolver

Een lijk in beton doen verdwijnen: het lijkt iets voor de maffia. Lange tijd werd geopperd dat de in 1989 verdwenen journalist Stéphane Steinier ergens in een blok beton van een gebouw in Charleroi begraven zat. De Italiaanse koppelbaas Carmelo Bongiorno uit Charleroi werd in 1994 tot levenslang veroordeeld voor de moord op Steinier, maar zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Een informant zei later dat de jonge journalist in zwavelzuur was opgelost, een bekende methode van de Italiaanse maffia om haar tegenstanders van de aardbodem te doen verdwijnen. Maar kan dat wel? Italiaanse wetenschappers deden experimenten met varkens en stelden vast dat de zwavelzuurmethode veel trager werkte dan de verhalen van informanten lieten uitschijnen (het duurde twee dagen in plaats van ‘15 tot 20 minuutjes’), en dat er altijd resten overbleven.

Er was dan ook flink wat scepsis toen in ons land het Brusselse gerecht in 1998 diende te bewijzen dat de Hongaarse dominee Andras Pandy erin geslaagd was zes van zijn familieleden in het ontstoppingsproduct Cleanest op te lossen. Het was wetsdokter Wim Van de Voorde die met een geheim experiment met menselijke resten in zijn laboratorium bewees dat het kon.

Van de Voorde «Het was een uniek experiment, dat klaarblijkelijk nog nergens ter wereld was gedaan. In de wetenschappelijke literatuur vind je er niks van terug. Ook wij hebben er tot vandaag nog altijd niet over gepubliceerd omdat het zo’n delicaat onderwerp is. En je moet mensen ook niet op ideeën brengen. Je loopt er niet mee te koop.»

Pandy’s dochter Agnes legt na maanden ondervragingen door de politie gedetailleerde verklaringen af over de dodingen waar ze aan heeft meegewerkt en verklaart dat ze de lichaamsdelen samen met haar vader oploste in Cleanest, waarna alles in de riool werd weggespoeld. Probleem: Andras Pandy blijft ontkennen, en er is verder geen enkel materieel bewijs.

Van de Voorde «De Brusselse onderzoeksrechter Bruno Bulthé is toen naar ons gekomen. Hij moest een manier vinden om aan te tonen dat het merkwaardige en bijna niet te geloven verhaal van Agnes Pandy toch klopte. Alles stond of viel met het waarheidsgehalte van haar beweringen. Een collega had al een experiment gedaan met een soepbeen in Cleanest, maar dat was niet gelukt. Toen ontdekte men dat de samenstelling van het product sinds 1990 was veranderd, en dat het goedje in de jaren 80 een veel agressievere werking had.

»Bulthé zei dat het geen zin had om het op dieren uit te proberen. Het moest met menselijk materiaal gebeuren, anders zouden de advocaten twijfel zaaien over de waarde van het experiment. We hebben samengezeten met verschillende deskundigen om de ethische kwesties uit te klaren. Uiteindelijk werd beslist om niet een heel lichaam te gebruiken, maar wel een aantal delen van een lichaam dat aan de wetenschap was afgestaan: een hoofd, een arm, een been en enkele organen. De rest van het lichaam zou zoals voorzien begraven worden. We hebben het toen met de grootste discretie opnieuw geprobeerd met het product in haar originele samenstelling in een labo, met camera’s die het experiment de klok rond filmden.

»Het verrassende resultaat van ‘Operatie Dissolver’ was dat het verhaal van Agnes Pandy perfect kon kloppen. Na een uur waren de zachte weefsels al sterk aangetast en was de temperatuur in de kuip gestegen van 20 naar 60 graden. Na vijf uur was ook het bot aangevreten. Op 24 uur tijd was nagenoeg alles opgelost, op enkele kleine botfragmentjes na. Ook die verpulverden in de dagen nadien. Het resultaat was een siroopachtige substantie, vergelijkbaar met ruwe olie.

»Toen het experiment uitlekte – ik weet nog dat ik op zaterdagochtend mijn auto stond te wassen toen ik de eerste telefoon van een journalist kreeg – onstond er heel wat commotie over, zelfs tot in het parlement. Etienne Vermeersch zei dat we apen hadden moeten gebruiken. Het heeft enorm veel stof doen opwaaien. Gelukkig hadden we alles zorgvuldig overwogen en uitgevoerd. Maar de proef is wat mij betreft niet voor herhaling vatbaar.»


De klungelaar van Bergen

'De slachter van Bergen zaaide in 1997 maandenlang paniek door her en der vuilniszakken te droppen met lichaamsdelen van in totaal vijf vermoorde vrouwen.'

Pandy zaagde zijn slachtoffers in stukken voor hij ze in zuur oploste. Dat doen wel meer moordenaars. De bekendste werd nooit gepakt: in 1997 zaaide de slachter van Bergen maandenlang angst en paniek in de Henegouwse stad door her en der vuilniszakken te droppen met lichaamsdelen van in totaal vijf vermoorde vrouwen. De zogenaamde slachter van Bergen kreeg navolging van de slachter van Maldegem, de West-Vlaamse ingenieur Julien Staelens, die zijn eigen vrouw Diana Flement in stukken sneed en er prat op ging dat hij een veel betere methode gebruikte dan ‘de klungelaar van Bergen’. Hij dumpte de stukken in het kanaal volgens wat hij zelf ‘de paddenstoelenmethode’ noemde. Staelens verpakte de lichaamsdelen in acht vuilniszakken die hij luchtdicht samenperste en met kleefband dichtplakte. Daarna omwond hij ze met ijzerdraad waaraan hij een baksteen vastmaakte, die het pakketje naar de bodem van het kanaal zou doen zinken. Hij gooide de zakken op acht verschillende plekken in het kanaal, en zorgde ervoor dat bij enkele pakketten toch water kon binnensijpelen. Na verloop van tijd zouden die, door de gasvorming bij de rotting, als paddenstoelen traag weer naar boven komen. Staelens was erg trots op zijn methode en legde de techniek aan de speurders uit alsof hij de werking van een microgolfoven demonstreerde. Hij had het zo gedaan, zei hij, omdat hij wilde dat een aantal delen van zijn echtgenote na enkele weken zouden teruggevonden worden, om de erfeniskwestie niet op de lange baan te schuiven.

'Een lijk wordt vaak in stukken gesneden om praktische redenen. Het is gemakkelijker te transporteren' Wetsdokter WIM Van de Voorde

Wim Van de Voorde «Een lijk in stukken snijden doet denken aan een seriemoordenaar, maar het gebeurt ook in gewone huis-, tuin- en keukenmoorden, en vaker dan je denkt. De reden is meestal gewoon praktisch: het is gemakkelijker te transporteren. In vaktermen noemen we dat de defensieve mutilatie. Iemand wil van een lijk af raken, begint te snijden en de stukken in tassen te proppen, om ze daarna overal te gaan dumpen.

»Dat klinkt eenvoudiger dan het is: ik kan als dokter een lijk op een propere manier versnijden met een scalpel, maar de meeste mensen hebben geen idee waar ze aan beginnen. Het snijwerk neemt uren in beslag in een zee van bloed en viezigheid. Ze beginnen met de armen en de benen, want die zitten het meest in de weg. Je moet eerst door de spieren en het vetweefsel zien te raken eer je de botten kunt doorhakken. Vooral aan de benen waar grote bloedvaten zitten, stroomt het bloed eruit. En dan zijn ze nog niet aan het hoofd en de romp begonnen. Als ze de romp in twee snijden en de ingewanden vallen eruit, wordt het helemaal een kliederboel.

»Het is echt een zwaar corvee, ook mentaal. Het vergt een enorm doorzettingsvermogen. Je hebt net iemand vermoord, je beslist om je slachtoffer in stukken te snijden, en als je een tijdje bezig bent, besef je dat je nog uren zoet bent en dat je nadien nog veel werk aan het opkuisen mag besteden. Je kunt niet halverwege stoppen, je moet doorbijten. Het vraagt veel meer tijd dan de doding zelf. De wilskracht die je nodig hebt om zo ver te gaan, kan alleen opgebracht worden door de dader. Zoiets doe je alleen omdat je ab-so-luut niet ontdekt wil worden.»

Sommige daders snijden hun slachtoffer in stukken om het daarna nog jaren in de diepvriezer te bewaren. Michel Scantamburlo, een opvoeder van de Christelijke Mutualiteiten in Schaarbeek, bezorgde de speurders koude rillingen toen ze in 1999 op de bodem van zijn diepvriezer onder de kroketten zijn vreselijke geheim ontdekten. Scantamburlo had zijn echtgenote Francine Van Goidsenhoven in 1991 gewurgd, na zestien jaar huwelijk, en bewaarde haar versneden lichaam al acht jaar in zijn viersterren-Bauknecht in de kelder. De minnaressen die hij in huis nam, vroren hun dagelijkse voedingswaren nietsvermoedend in boven zijn echtgenote, die nu uit zeventien stukken bestond.

Op zijn assisenproces in 2003 probeerde Scantamburlo, die in de kranten als een horrorpriester werd omschreven, de jury ervan te overtuigen dat hij het lichaam zo lang had bijgehouden omdat hij besefte dat hij ooit zou moeten boeten. Na de moord volgden acht jaren vol schuldbesef en de ondraaglijke vrees voor een stroompanne. Elke ochtend begroette hij zichzelf in de spiegel met de woorden ‘Dag moordenaar’. ’s Nachts sloop hij soms naar de kelder en opende hij het deksel van de diepvriezer op een kier. ‘Francine, wat heb ik je aangedaan?’ fluisterde hij de groenten en spagettisaus toe. De jury was niet te verwurmen. De man kreeg dertig jaar cel.

Van de Voorde «Er bestaat ook offensieve mutilatie, een bijna rituele slachting waarbij de dader een dood lichaam verminkt uit seksuele perversie of om zijn woede op het slachtoffer te koelen. Ze snijden de borsten eraf of zagen de buik open en halen de ingewanden eruit…Denk aan Jack the Ripper. Dat soort moorden ben ik nog niet zo dikwijls tegengekomen.

'Een geval van kannibalisme in Mechelen kwam nooit tot een proces. De dader stikte in een orgaanbrok van zijn moeder' Wetsdokter WIM Van de Voorde

»Kannibalisme heb ik in mijn carrière nog maar twee keer gezien. De laatste keer was een 21-jarige, psychisch gestoorde jongeman in het Mechelse die zijn moeder had vermoord. De buren waren gealarmeerd door het gehuil en geschreeuw van de moeder en belden de politie. De agenten zijn via het balkon van de buren in het appartement binnengeraakt, want de voordeur was gebarricadeerd. Het lichaam van de vrouw was afschuwelijk toegetakeld: overal steekwonden, een uitgerukt oog, een opengesneden buik waar de darmen uit lagen. Op het fornuis stond een pan met ingewanden, klaar om te bakken. De zoon zat in de gang op de grond en had zich verslikt in een orgaanbrok (de baarmoeder, red.): hij was aan het stikken. Niet lang daarna is hij gestorven aan de hersenschade die hij bij de verstikking had opgelopen.»


De grote verdwijntruc

Op maandag 18 november 2013 verschijnen Christian De Groote en Frans Rudelopt zij aan zij voor het assisenhof van Bergen. De oude vrienden zijn vijanden geworden. Beiden worden beschuldigd van moord, beiden ontkennen en wijzen naar elkaar.

Balleux «Rudelopt was doodongerust. Het idee dat hij de rest van zijn dagen in een gevangeniscel kon slijten maakte hem gek. Van Christian De Groote had hij doodsbedreigingen gekregen: als hij zijn versie niet veranderde, zou hij iemand betalen om een kogel door zijn kop te schieten.

'Advocaat Philippe Balleux over de zaak van het meisje in de brug: 'Ik trok het me persoonlijk aan. Als ik niet had gewonnen, was ik gestopt als advocaat.'

»Voor mij was Rudelopt niet zomaar een cliënt. Ik had een immens vertrouwen in die man. Ik geloofde dat hij niets te maken had met de moord. Vanaf de eerste keer dat ik hem ontmoette, zag ik een oprechte man, géén manipulator – daar had hij de intellectuele capaciteiten niet voor – en hondstrouw. Hij had het vel van zijn vriend gered. Als dank wilde die hem laten opdraaien voor de moord. Het was het ultieme verraad. Ik voelde me persoonlijk verantwoordelijk voor zijn lot. ‘Als ik deze zaak niet win, dan houd ik ermee op,’ had ik me voorgenomen. ‘Dan ben ik het niet waard om advocaat te zijn.’»

Beide beklaagden zijn in de loop van het onderzoek dankzij de procedureslagen van hun advocaten vrijgelaten en verschijnen als vrije mannen voor het assisenhof. Dat zorgt voor de bevreemdende situatie dat nabestaanden en beschuldigden tijdens de pauzes op hetzelfde koertje sigaretten staan te roken.

In de loop van het twee weken durende proces wordt langzaam duidelijk dat alle bewijzen in de richting van Christian De Groote wijzen. Zijn verhaal wankelt. ‘Hij heeft de onderzoekers van bij het begin op allerlei dwaalsporen gezet, in de diametraal tegenovergestelde richting van waar het lichaam van Albana lag,’ zegt advocaat-generaal Ingrid Godart in een vlammend eindpleidooi. Ook zij gelooft inmiddels niet meer dat de simpele Frans Rudelopt iets met de moord zelf te maken heeft.

Op dinsdag 26 november 2013 trekt de jury zich terug om te beraadslagen over de schuldvraag. Het lange gespannen wachten voor beklaagden en nabestaanden begint. Na enkele uren is er plots opvallend veel politiebeweging rond het justitiepaleis. Het gerucht loopt dat Christian De Groote onvindbaar is. Wanneer de jury haar verdict in de zaal bekendmaakt, staat Frans Rudelopt alleen in de beklaagdenbank. Het gerucht over De Groote klopt. Hij is ribbedebie.

'Interpol zette moordenaar Christian De Groote op haar lijst van gezochte personen sinds hij op zijn proces de benen nam.'

Balleux «Hij had de bui zien hangen. De Groote werd schuldig bevonden aan moord met voorbedachten rade en bij verstek veroordeeld tot levenslang. Mijn cliënt Rudelopt werd vrijgesproken van de moord, en kreeg twee jaar voor heling van het lijk. Toen ik de vrijspraak hoorde, ben ik beginnen te wenen. Het was een zaak die me diep geraakt had. Bij Frans Rudelopt was er immense opluchting. Toen bleek dat De Groote gevlucht was, zei hij: ‘Nu weet ik het zeker: hij is nooit mijn vriend geweest. Anders was hij nu niet weggelopen.’»

Omdat De Groote als een vrij man op zijn proces is verschenen, moet de politie wachten tot de jury klaar is met de strafmaat en de motivatie van het vonnis. Pas wanneer het hof zijn onmiddellijke aanhouding beveelt, kan de jacht geopend worden en vertrekken de faxen met een aanhoudingsbevel naar de luchthaven van Zaventem en alle grensovergangen.

De Groote heeft op dat ogenblik al tien uur voorsprong. De zoektocht levert niets op. Twee weken later neemt Interpol de 56-jarige truckchauffeur op haar website op in de lijst van gezochte personen. De man is nog steeds spoorloos.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234