null Beeld

Dossier natuurrampen: de tornado in Oostmalle

25 juni 1967, ik herinner me de laffe warmte van die zondag, het onweer dat al tegen de achterkant van de lucht plakte, de windstilte in de populieren en hoe mijn broer en ik op straat achter een gele kanarie aan renden, niks lijkt makkelijker te vangen dan zo’n vogel die nog nooit op een voetpad gezeten heeft. En dan ineens een stofwolk en een donderslag. Het onweer begon! Ook in Oostmalle. Vooral in Oostmalle!

''Wij vlogen met onze frituur door de lucht''

»Ik keek door het raam van het gemeentehuis, en uit de donkere, bruingele lucht zag ik een vloot voorwerpen horizontaal komen aanstormen: een massa platen, planken en brokken. In een reflex bukte ik me en drukte me tegen de muur. Het licht ging uit en in de duistere raadszaal vloog het glas naar alle kanten. De genodigden wierpen zich in paniek plat op de vloer, sommigen kropen tegen de muur, in een hoek van de zaal of onder de zware eiken tafel. Verschillende mannen schoorden de deur die uit haar hengsels dreigde te vliegen. Zetels slingerden tegen de muur. De borstbeelden van koning Albert en koningin Elisabeth bonkten naar beneden.» (Uit “Tornado. Toen verging de wereld in Oostmalle!”)

Camille Delvaux (61) is oud-leraar geschiedenis en de schrijver van dat (non-fictie!) rampboek.

HUMO U beschrijft de tornado in Oostmalle als “de grootste tornado in de geschiedenis van het avondland”.

Delvaux «Ik heb lange tijd gecorrespondeerd met het KMI in Ukkel en uit hun opzoekingen bleek dat er op die schaal, met die kracht en die omvang, nog nooit een tornado is geweest in West-Europa. Meestal gaat het in België niet verder dan een windhoos met beperkte vernielingen. In Oostmalle zijn 470 van de 900 woningen beschadigd, 117 zijn totaal vernield. Hier heeft de slurf de aarde geraakt over een afstand van zes kilometer. Het beginspoor is 200 meter breed en daar waar de slurf de meeste weerstand ondervond van bomen en huizen – in het park en in de dorpskern – is het spoor verbreed tot 400 en 600 meter. In het park de Renesse zijn tientallen eeuwenoude bomen “kapotgewrongen”. Ontworteld of afgeknakt is niet het juiste woord. Er stonden daar sequoia’s van 130 jaar oud, 30 meter hoog en met een stam zo dik, dat twee mensen met gespreide armen ze amper konden omvatten, die bomen zijn op manshoogte “losgeschroefd”, uit elkaar gedraaid, alsof de slurf van die tornado een kurketrekker was. Het is een kracht die alle verbeelding te boven gaat.

»Die draaiende beweging is ook elders waargenomen. Toen het onheil begon, waaiden de klakken van de harmoniemuzikanten (er was een feestelijke plechtigheid voor een zevende zoontje, een “Boudewijn”, in een Oostmals gezin, jh) in zuidelijke richting. Nauwelijks enkele seconden later maakte hun pet rechtsomkeer en vloog boven de hoofden van de verbaasde eigenaars in noordelijke richting. Een vrouw wilde haar Belgische driekleur nog binnenhalen, maar floep, de “feestvlag” vloog uit haar handen, om tien, twintig meter verder terug te draaien en nog vlugger voorbij haar huis te waaien dan ze weggevlogen was! Een ceremonie-auto, een Chevrolet Impala van 1200 kilo, vloog eerst zuidwaarts, maar smakte na een brute bocht op zijn oorspronkelijke plaats terug!

»Ik heb in ’40 als twaalfjarige knaap de noodlottige aftocht uit Duinkerken meegemaakt, een hel, een chaos was het daar. Ik heb dus een duidelijk beeld van wat men oorlogsgeweld noemt, paniek en bombardementen, maar toen ik me op die zondagnamiddag in het gemeentehuis bevond, toen wist ik niet wat me overkwam. Een mens heeft op zo’n moment niet veel gedachten, maar één gedachte schoot toch door me heen: “Het is ermee gedaan. De wereld vergaat, dit is het einde!” In mijn ogen was het alsof de wereld instortte, niet meer of minder dan de Apocalyps. Er was dat oorverdovend gebrul dat alles overstemde, het was zo’n geraas dat ik de toren van de kerk en van het gemeentehuis niet heb horen instorten, terwijl dat toch vlakbij gebeurde. Een straaljager die laag overvliegt, dat is een schrikwekkend geluid, wel, dat gebulder was erger dan TIENTALLEN straaljagers! Een getuige op straat vertelde dat zijn trommelvliezen “op barsten stonden”. Andere mensen hebben het vergeleken met het nijdige flappen van een natte vlag bij hevige wind, maar dan HONDERDEN keren versterkt. Een reusachtig geratel, zo leek het, allicht veroorzaakt door het razendsnel tegen elkaar botsen van duizenden brokstukken in die slurf.»

(Het aanrazen van een tornado wordt ook nog vergeleken met het gedonder van een sneltrein door een tunnel, “het gebulder van een miljoen gek geworden stieren” of “een reus die met een gigantische kettingzaag door de straat loopt”. jh)


Het mirakel van Oostmalle

De slurf is ook over de vijver van het park gescheerd, heeft alle water en modder opgezogen – de vijver was helemaal leeg – en die smurrie boven het dorp uitgestort. De mensen in het dorp waren onherkenbaar geworden, door hun moddermaskers, iedereen zag eruit als een coureur na een slijkkoers. Geburen en goeie vrienden hielpen elkaar zonder dat ze elkaar herkenden.

null Beeld

«Buiten was het een ruïne. Tegen de gevels, tussen uitgerukte palen en bomen, omgekeerde autowrakken en stenen brokstukken lagen mensen – net neergesmeten poppen ) te huilen en te tieren. Sommigen lagen doodstil, die waren zeker dood, dacht ik. Ondertussen brak er een wolkbreuk los. Het stortregende zoals ik nog nooit in mijn leven had meegemaakt.»

Na de eerste schok, zag je twee soorten reacties. Sommige mensen begonnen onmiddellijk hulp te bieden, bomen door te zagen, gewonden verzorgen enzovoort. Anderen waren blijkbaar hun tegenwoordigheid van geest kwijt. Er was een vrouw die de gang van haar huis uitborstelde, terwijl datzelfde huis geen dak meer had! Een oud vrouwtje waste haar toen nog heel gebleven ruiten, terwijl het stof nog rondwolkte. Een man trachtte het raam van de voorgevel te herstellen, terwijl daarachter een groot gat gaapte. Mensen stonden machteloos, mensen wisten niet wat doen en vielen dan maar terug op die kleine routineuze handelingen.

HUMO Zijn er ooggetuigen die de slurf hebben gezien?

Delvaux «De oprukkende “tuba” is in de buurt van Meise gefotografeerd door een fotograaf van het KMI. Dichter in de buurt is de slurf ondermeer waargenomen door een fietser die van Westmalle naar Oostmalle reed en door een buschauffeur die nog net uit het dorp is kunnen vertrekken, zijn bus zat vol deuken, slijk en blaren. Wie de slurf heeft waargenomen, stond natuurlijk op een veilige afstand. Die mensen hebben ook opgemerkt dat hele vluchten vogels voor de slurf wegvlogen en uitzwermden, de vogels zijn de enige die het hebben voelen aankomen.»

HUMO Wilde geruchten deden na de ramp de ronde.

Delvaux «Mijn zoontje van elf was in het Chirolokaal, daar knalden de bomen door de vensters. De leiders hebben die kinderen tegen een veilige muur geduwd tot het allemaal voorbij was, en dan was het wachten op de ouders die hun kind kwamen halen. Al die vaders en moeders kwamen schreiend binnen en vertelden dat er “zeker tientallen doden” waren. Ons zoontje van elf moest een half uur wachten voor hij ons terugzag, hij dacht dat wij allemaal dood waren. Toen ik over het dorpsplein liep dacht ik ook dat er tientallen slachtoffers waren. Er lagen in elk geval tientallen bewegingloze mensen: met een voet kwijt, met een balk door hun buik, onder een boom gekneld. Als je dat hebt gezien, begrijp je absoluut niet dat daar geen dode is gevallen. Achteraf heeft men dat het “mirakel van Oostmalle” genoemd.

«De meeste mensen dachten dat het oorlog was, dat Oostmalle door een zwaar bombardement was getroffen. Alsof dat moest “bewezen” worden, gierde een formatie straaljagers over het dorp, enkele minuten na de ramp. Later bleken het jagers te zijn, afkomstig van een vliegmeeting in Melsbroek. De BRT-radio onderbrak ook herhaaldelijk zijn uitzendingen en aanvankelijk kwamen de berichten erop neer dat Oostmalle totaal vernield” was, wat uiteraard voor paniek heeft gezorgd bij familieleden van inwoners van Oostmalle.»


De “ramptoeristen” komen!

HUMO Werd er niet voor plunderingen gevreesd?

Delvaux «Niet dat ik gehoord heb, maar er zijn wel voorzorgen genomen, er was immers geen licht in het dorp en de meeste huizen zaten vol gaten en openingen. In een paar straten hebben groepjes burgers wacht gelopen, en algemeen gold er een beperkt “uitgaansverbod”: alleen de inwoners van de gemeente mochten ’s nachts in het dorp blijven, en men werd verzocht thuis te blijven. Het dorp was ook volledig afgesloten door de ordediensten.

«De meeste mensen hebben die eerste nacht niet geslapen, ze hebben de hele nacht gepraat. Er was een grote behoefte om te praten, men zocht buren en kennissen op om de toestand te bespreken. Ik herinner me hoe ik om halfzes naar huis ging en hoe de stralende junizon opkwam boven het dorp dat daar zo stil in stukken lag.»

HUMO ’s Maandags werd het dorp weer “opengesteld” en die eerste dag telde men al 20. 000 “ramptoeristen”.

Delvaux «Zondagsavonds, twee uur na de ramp was het hier al een echte begankenis. De mensen kuierden rond zoals in een dierentuin, elkaar aanstotend en de huizen aanwijzend die het zwaarst waren getroffen. Terwijl de bewoners het eerste opruimwerk verrichtten, flaneerden er honderden en honderden langs die spectaculaire miserie. Het leek wel de dijk in Blankenberge! Altijd maar heen en weer door die rampstraten. “Da’s toch erg, hé, kijk daar eens, die auto! En ginder, was een gat in die muur!” Men poseerde voor foto’s bij de grootste puinhopen en bij de gekst gekantelde auto’s. Anderzijds zijn er ook een paar inwoners geweest die – in plaats van puin te ruimen – met een lijkbiddersgezicht voor hun huis gingen zitten, een buske of een kartonnen doos op hun knieën: “Help ons!”. Zondagavond negen uur is Oostmalle ontruimd, maar maandag was weer een “hoogdag”, en dinsdag! De auto’s stonden tot in Vlimmeren, op vier kilometer van hier. Richting Westmalle, idem. Richting Herentals, ook file. Van overal kwamen ze, zelfs met bussen! Een week heeft die sightseeing geduurd. Om toch iets te recupereren voor de gemeenschap, gingen de jeugdbewegingen aan alle invalswegen postvatten om kijkgeld te vragen.»

HUMO Eén van de eerste bezoekers was de koning. Hoe werd hij onthaald!

Delvaux «Wanneer je naar de foto’s van dat bezoek kijkt, zie je praktisch allemaal “toeristen” rond hem staan. De Oostmallenaren waren immers aan het werk in hun huis en die kwamen pas van hun ladder – met hun klakske in hun handen – wanneer de koning voor hun huis stond. De mensen die hem op bezoek hebben gehad, waren vol lof. Vooraf zullen ze misschien gedacht hebben dat zo’n hoog bezoek maar een formeel protocol was, maar de koning vergat het protocol, stelde allerlei vragen, kroop via een wankel laddertje op een zolder, ging daar onder de blote hemel staan, ja, dat heeft een heel goeie indruk gemaakt. In Ruisbroek is de koning zwaar aangepakt, dat is te begrijpen, die mensen waren kwaad over het dijkbeheer en de manke hulporganisatie. Hier in Oostmalle trof geen enkele instantie schuld.»


De stilte ná de storm

HUMO Praten de mensen van Oostmalle nog vaak over die orkaan?

Delvaux «Nee. Na de uitbetalingen van het rampenfonds is er een stilzwijgen ontstaan. Kort na de ramp wilde ieder zijn verhaal kwijt, er was toen ook een spontane solidariteit binnen het dorp en vooral binnen de Kempen, maar toen het geld uit Brussel kwam, is er nijd en afgunst ontstaan. De verschillende vergoedingen van het rampenfonds hebben van de beste buren vijanden gemaakt.

»Die uitbetalingen kwamen in drie schijven. Na de eerste schijf ging iedereen spontaan vergelijken: “Ik heb zoveel! En hoeveel hebben jullie? Wat?! Zovéél?? Hoe komt dat? Jullie hebben zeker staan liegen tegen die expert! “En hop, het zat ertegen. Toen de tweede en de derde schijf kwam, zweeg alleman. Het moet voor die experts ook niet gemakkelijk geweest zijn: hoe schat je een inboedel die door het raam is weggevlogen?! En wat zeg je als getroffene tegen een expert die langskomt op een ogenblik dat er al veel hersteld is? Een mens kan toch niet op een hoop stenen zitten wachten tot de schade is vastgesteld! Er was hier voor 200 miljoen schade, en er was amper 50 miljoen te verdelen. 40 miljoen giften en 10 miljoen van de regering.»

HUMO: Zo’n tornado snijdt willekeurig door een dorp. Het ene huis wordt compleet verwoest, dat van de overbuurman heeft geen schrammetje. Werden niet-getroffenen scheef bekeken?

Delvaux «Nee. Omdat de mensen die niet geteisterd waren onmiddellijk en massaal hulp geboden hebben. Daar viel niks op aan te merken. Wat die "financiële wrevel” betreft, die is met de jaren weggeëbd, maar de littekens van die zondag zijn er toch nog. Er waren zoveel persoonlijke drama’s. Een jong stel dat maanden aan zijn nieuwe woning had gebouwd, was de dag voor de tornado in dat huis gaan wonen – eindelijk was het af – en de dag daarop lag alles in puin. Stel je maar eens in de plaats! Oudere mensen, heel hun leven gewerkt, en nu ze van hun oude dag gingen genieten, hadden ze geen huis meer! Wat moesten die doen? Waar vonden die nog een inkomen?»

HUMO: Waarom hebt u dat boek pas twintig jaar later geschreven?

Delvaux «De heemkundige kring had me erom gevraagd, de “verjaardag” was een aanleiding. Maar het is geen gewoon “gelegenheidsboek”, geen losse collectie van krantenknipsels en foto’s. Het is een neerslag van zoveel mogelijk persoonlijke getuigenissen, ik ben tientallen mensen weer gaan opzoeken, want élke Oostmallenaar heeft zijn verhaal: “Ik stond hier… en ik riep nog…” Voor mij is het ook een gebeurtenis die me nooit meer zal loslaten. Het moment dat ik mijn gezin thuis weervond, veilig en wel, dat vergeet ik nimmer: het gelukkigste ogenblik van mijn leven! Maar er is ook de schrik. Als er ’s zomers een onweer dreigt en de wolken stapelen zich op tot een donkere, onheilspellende lucht, dan ben ik niet gerust. En ik weet dat ik niet de enige ben: tel het aantal rolluiken maar eens dat dan naar beneden gaat! Ik ben nochtans nooit bang geweest van onweer, vroeger stond ik altijd naar de bliksem te kijken, maar nu is dat anders, nu volg je die wolken en die wind tot ze veilig afgedreven zijn. Vooral het “zwanger worden” van die lucht, het samenpakken van die dikke torenwolken, dat vind nog altijd bedreigend, omdat die tornado ons precies op dat moment heeft overvallen.

»Tot slot wil ik nog een vreemd toeval vermelden. Bij het vaststellen van de schade in de toren ontdekte ik een eeuwenoude inscriptie in de klokkenstoel van de Mariaklok. “ Van Tempeest, blixem en alle ongeval, beschermpt voortaan Maria dees parochie van Oostmal.” Gegraveerd in 1683. Niemands wist van die gewijde spreuk tot de tornado kwam…»


Amerika: gemiddeld 600 tornado’s per jaar

25.6.67 : Een uur eerder dan de ramp in Oostmalle trok de tornado door de Westhoek. Dikkebus, Kemmel, Brielen en Boezinge lagen onder een “slurfbaan” van 300 m breedte. In totaal werden 500 woningen beschadigd en er vielen een tiental gewonden. Na Oostmalle richtte de hoos zich langzaam op, maar plofte terug neer in Zuid- Nederland (Chaam en Tricht). Daar vielen zeven doden.

22.9.82 : Een windhoos treft Léglise (nabij Neufchâteau). 80 % van de woningen werd geheel of gedeeltelijk vernield. Grafstenen werden van het kerkhof gelicht, de klokken van de kerk waren spoorloos verdwenen. Twee zwaargewonden, waaronder een autobestuurder wiens wagen werd opgetild en tegen een boom gesmakt. Een van de eerste gemeenten die geld stuurden, was Malle.

5.8.86 : Windhoos in het Waasland. Duizenden ontwortelde bomen, tientallen afgewaaide daken. Bewoners spraken “van het geluid van een cirkelzaag. Het was alsof die wolk over de grond rolde en alles meesleurde.”

8.2.88 : Windhoos in Oudenburg. 80 miljoen F schade. De meeste en de hevigste tornado’s komen voor in de Verenigde Staten. Over een periode van 30 jaar zijn er meer dan 19.000 waargenomen, met een jaarlijks hoogtepunt in mei (gemiddeld vijf tornado’s per dag). In de afgelopen 50 jaar hebben de Amerikaanse tornado’s ongeveer 9.000 slachtoffers geëist. Er is een “tornado-strook” die door het noorden van Texas en door Oklahoma, Kansas en Missouri loopt. Over die baan die 750 km lang en 650 km breed is, “scheuren” jaarlijks zo’n 300 tornado’s, dat is meer dan om het even waar ter wereld. Groot-Brittanië heeft er gemiddeld 60 per jaar. Italië slechts 10 op 25 jaar.


In het “oog” van de tornado

Tornado’s gaan gepaard met de krachtigste winden die op aarde voorkomen. Hoewel de tornado zich slechts met een gemiddelde snelheid van 50 km per uur verplaatst, vermoedt men binnen de slurf snelheden van 300, 400 en zelfs 500 km per uur. Men “vermoedt” het, omdat de meettoestellen doorgaans weggerukt of kapotgeslagen worden. Een tornado heeft maar een korte levensduur: meestal minder dan 20 minuten en zelfden meer dan twee of drie uur. Tornado’s worden wel eens vergeleken met orkanen, maar de diameter van een orkaan loopt al gauw in de honderden kilometers, terwijl de baan van een windhoos nooit breder is dan een halve kilometer. Die “vernauwing” maakt het vernietigende effect des te groter.

Een tornado ontstaat wanneer luchtmassa’s met een verschillende temperatuur en een verschillend vochtgehalte samenkomen. Normaal schuift de koudere lucht onder de warmere. Wanneer de koudere lucht over de warmere heenschuift, ontstaat een onstabiele toestand die gepaard gaat met (hevige) “stijgstromingen”. Een gewone onweersbui kan het resultaat zijn, maar wanneer de “convergerende” luchtmassa’s gaan ronddraaien, ontstaat een tornado. Het wervelen begint langzaam maar wanneer de spiraal zich vernauwt, neemt de snelheid toe. Zoals bij een kunstschaatser die een pirouette maakt en steeds sneller ronddraait door de armen langs het lichaam te brengen. Kort nadat er binnen zo’n onweerswolk een rotatie is ontstaan, strekt een wervelende tentakel zich naar de aarde uit en gaat de tornado op weg. Waar hij de grond raakt, trekt hij een spoor van vernieling.

Middenin de slurf zit een “kalm oog”. Bij de orkaan zorgt zo’n oog voor enkele kilometers vreemde windstilte, bij een tornado is dat oog maar een voorschoot groot en is directe waarneming ervan vrijwel onmogelijk. Tenzij de slurf even los van de grond komt – ook in Oostmalle en omstreken “stuiterde” de hoos op en neer – en iemand zich vlak onder het oog bevindt. Totnutoe bestaat er slechts één melding van een persoon die in het oog heeft gekeken. Will Keller, een boer uit Kansas, stond op 22 juni 1928 met de deur van de schuilkelder in de hand: «De tornado kwam steeds dichterbij, terwijl het uiteinde zich langzaam van de grond verhief. Ten slotte hing het uiteinde recht boven me. Er heerste een doodse stilte. Ik rook een sterke, gasachtige geur en ik had moeite met ademhalen. Uit het uiteinde kwam een gierend, sissend geluid. Ik keek omhoog en tot mijn verbazing kon ik tot in het hart van de tornado kijken. De opening waardoor ik keek, was cirkelvormig, ongeveer 15 tot 30 meter in doorsnede, en ze liep, voorzover ik kon schatten, bijna één kilometer recht in de hoogte. De binnenwanden van deze pijp bestonden uit ronddraaiende wolken, dat was duidelijk te zien door de bliksemschichten die voortdurend van de ene kant naar de andere zigzagden. Zonder die bliksems had ik trouwens de opening niet gezien en had ik er zeker niet in kunnen kijken. Onderaan de rand van de grote wervelwind werden voortdurend kleine tornado’s gevormd.»


Water- en vuurhozen

Waar een tornado de grond raakt, laat hij door de zuiging halfronde sporen achter. In de oudheid zag men die sporen aan voor de hoefafdrukken van een reuzenpaard dat, bereden door de duivel, over het land stormde. De grote vernielingen worden niet alleen aangericht door de wind, maar ook door de zeer lage luchtdruk die in de kern van de hoos heerst. Als die kern over een gebouw passeert, is de luchtdruk binnenshuis, zodat het gebouw letterlijk ontploft. Het drukverschil bij een tornado is vergelijkbaar met een plotse belasting van 600 kg per vierkante meter. Dat huizen aan de ene kant van de straat exploderen en aan de overzijde slechts lichte glasschade oplopen, is te wijten aan het grillige “smalspoor” van de tornado.

Naast de windhoos zijn er nog andere hozen. De zandhoos is een kleinere wervelwind die voorkomt in droge en halfdroge streken. Zandhozen zijn meestal minder krachtig dan tornado’s, hoewel ze ook in staat zijn auto’s en caravans om te kiepen. De waterhoos is een tornado op zee. Ze komt tot stand wanneer een slurf wervelende lucht vanuit een stormwolk neerdaalt. Enorm hoeveelheden water worden daardoor opgezogen en in de hevigdraaiende trechter rondgeslingerd. Waterhozen komen vaak voor in warme zeeën, meestal groepsgewijs, met drie of vier tegelijk. Ze vormen slechts een gevaar voor kleinere vaartuigen. Vuurhozen ontstaan boven grote brandhaarden. Vuur verwekt sterke stijgwinden: hoe groter de hitte, hoe krachtiger de stijgwinden. Wanneer de vuurhoos eenmaal gevormd is door haar eigen wervelwinden, kan ze wegdraaien van de vuurhaard terwijl ze vonken en gloeiende as rondstrooit. De massale bombardementen boven Hamburg en Dresden in de Tweede Wereldoorlog moesten volgens plan “vernietigende vuurstormen ontketenen”.


Achtduizend kilo de lucht in!

Hilda (54) en Leo De Vos (55) stonden op de zondag van de tornado in hun frituur op het dorpsplein van Oostmalle.

Hilda «Onze frituur was de “frituur van ’t plein”, de ouders en later de zus van Leo hadden al 25 jaar op die plek van het dorpsplein gestaan, wij stonden er zeven jaar. Het was een frituur met een groot “terras”, koepeltje, planken vloertje, en een beschutte ruimte voor de wachtende klanten. ’t Was een mooie wagen, één van de eerste aluminium frituurwagens in de streek die zo’n “veranda” hadden.

»We waren die zondag om twee uur opengegaan, het was drukkend warm. Toen het doopsel van dat zevende zoontje voorbij was en de mensen naar de receptie in het gemeentehuis gingen, zagen we het onweer “groeien”, de wolken werden alsmaar “lelijker”. Maar we hadden geen tijd om naar de lucht te kijken, we verwachtten veel volk van die plechtigheid en dus draaiden we al volop papieren zakjes in elkaar. Ineens begon het inpakpapier dat in stapeltjes op de toog lag, op te vliegen en rond te draaien, flapflap, het ene vel na het andere. Toen de wind ook aan de opklapluifel begon te snokken, zei Leo: “Ik doe ‘m toe!”.»

Leo «De deur van het “terras” kletste open en toe en tegen een jong Hollands koppel dat buiten friet stond te eten, zei ik: “Kom binnen, want ik ga sluiten.” Ik neem die stang van de luifel vast, en ineens vlogen wij door de lucht!»

Hilda: «Wij vlogen met onze frituur door de lucht!»

Leo: «Een frituur van ácht ton! Achtduizend kilo de lucht in! Ik dacht aan een gasontploffing, ik voelde niet dat ik vloog, maar ik herinner me wel dat ik plots op de frituur neerkeek. Later besefte ik dat ik op dat moment waarschijnlijk hoger dan de frituur vloog. Op dat moment moet ik de luifel losgelaten hebben en smeet de wind mij tussen een aantal geparkeerde autobussen. Die bussen stonden op 70 à 80 meter van de frituur. Ik ben nog rechtgekrabbeld, ik heb een balk met een tv-antenne op me zien afkomen en van de rest herinner ik me niets meer. Die balk is in mijn nek gedrongen. (Toont het litteken). Twee jaar heeft het geduurd voor die wonde wilde helen, dat zal vol vuil en rottigheid.»

Hilda «Dat Hollands koppel is met het terras weggekeild. Ik ging met de wagen de lucht in. Alles kantelde en wiebelde, maar of de wagen echt overkop is gegaan, weet ik niet. Ik had in elk geval het gevoel dat ik om en om gesmeten werd. Vijftig meter verder is de wagen achter een huis geland, op zijn dak, met de wielen omhoog. Vlak ernaast hebben ze een “beestenwagen” gevonden. Die stond op het dorpsplein naast onze frituur en die is op dezelfde plaats neergestort, ook op zijn dak. Later bleek dat die “beestenwagen” en onze frituur over de sacristie van de kerk waren gevlogen, dat gebouw is zo’n tien meter hoog! En je moet weten, in onze wagen stonden vier ketels met kokend hete olie, tachtig kilo frietvet dat op 180 graden stond te branden. Dat is allemaal mee door de lucht geslingerd, samen met tientallen bokalen mayonaise, pickles, mosterd, en ajuintjes. Die scherven zijn op verschillende plaatsen in mijn benen en dijen gedrongen, drie slagaders werden doorgekerfd. Ik was ook zwaar verbrand op armen en benen, dat vet stolde op mijn huid. Mijn haar hing ook vol vet en stoofvlees. En bloed natuurlijk, ik verloor veel bloed, dat spoot er aan alle kanten uit. Eerst dacht ik dat er een gasfles ontploft was, want dat was het eerste geluid dat ik hoorde na die val, een gasfles die sissend leegliep, een heel benauwend geluid was dat.


De tranen van de koning

«Ik ben dan half overeind gekropen, schuivend over vet en sausen en glas, en toen viel de ijskast op mijn rug, de flesjes rinkelden en rolden eruit. Hoe ik toch buitengeraakt ben, weet ik niet meer, maar ik stond voor een huis waarvan de gordijnen door het houtwerk hingen en binnen hoorde ik kindjes wenen en huilen. Nee, dacht ik, hier ga ik niet binnen. Ik mankte over het dorpsplein, alleen, er was niemand te zien. Eén muzikant van de fanfare koerste voorbij, recht op de trappers van zijn fiets. “Mijnheer!” riep ik, maar die keek nog niet om. Ik moet er ook verschrikkelijk hebben uitgezien met dat bloed en dat vet en de kleren van mijn gerukt. Ik ben dan tussen die geparkeerde bussen en omgevallen bomen naar Leo beginnen zoeken. Eerst vond ik de man van dat Hollands koppel. Die lag op zijn rug met zijn armen wijdopen en die herhaalde alsmaar: “Mijn vrouw! Mijn vrouw!” Toen vond ik Leo, bewusteloos, en ik heb hem meegesleurd tot in een café. Om mijn gutsend bloed te stelpen, hebben ze mijn armen en benen afgebonden met doekjes die op de cafétafels lagen. Heel die tijd was ik bij bewustzijn: na de val, in de ambulance waar ze door de mobilofoon maar steeds herhaalden dat mijn voet “moest worden afgezet” en in het ziekenhuis waar de mensen tot in de hangen lagen en de dokters schuddekoppend naast mijn bed stonden, ik denk dat ze mij al hadden opgegeven. Tegen mijn schoonvader zeiden ze: “Blijf maar bij de telefoon zitten, want morgenvroeg is ze er misschien niet meer.” En die mens is de hele nacht opgebleven, ’s morgens was hij heel tevreden, want er was geen telefoon geweest. Wist hij veel dat alle telefoonverbindingen met Oostmalle die nacht verbroken waren.»

Leo «Zondagavond hoorde ik op de televisie in de ziekenzaal dat er één slachtoffer was: de “uitbater” van de frituur. Mens dat pákte mij verschrikkelijk! Ik was zeker dat ze Hilda bedoelden! Later bleek dat ik voor dood was opgegeven. Dat zijn van die emoties, die geraak je nooit meer kwijt.»

Hilda «’s Maandags is de koning op bezoek geweest. Hoe dikwijls ze mijn haar met droogshampoo bewerkt hebben om dat vet eruit te krijgen, om mij een beetje “toonbaar” te maken! Bleek als een lijk lag ik daar, maar ik heb zijn gezicht heel dicht bij het mijne gezien, zo diep boog hij zich voorover, en de tranen liepen over zijn wangen. (ontroerd) Bij de koning, ja. Leo en ik hebben nog maanden in het ziekenhuis gelegen en dan heeft het nog eens maanden geduurd voor ik weer goed kon lopen. Ja, wij hebben veel pijn gehad. En wij zijn nog altijd bang van storm, en wind en onweer.»


Beven als een riet

Leo «Die eerste jaren na de tornado waren een verschrikking. Stak er wat wind op – hoe vaak gebeurt dat niet? – dan stapten wij in onze auto en dan reden wij weg. Zomer of winter, die auto in, de autosnelweg op en maar rijden, rijden om weg te zijn. Hoeveel keren zouden wij niet in Keulen en Aken rondgelopen hebben?!»

HUMO: Keulen en Aken?

Leo «Omdat de dichtstbijzijnde snelweg naar Keulen en Aken gaat. Dat mocht vijf of zes uur ’s morgens zijn, een goed uur later stonden wij in Duitsland.»

Hilda «Zo ongevaarlijk was dat wegvluchten niet, want op de snelweg waait het natuurlijk óók. De auto kan beginnen slingeren, er vallen soms takken op de weg.»

Leo «Begon het overdag te waaien, dan was het nog enigszins te dragen, maar was het ’s nachts, dan was die angst zo overweldigend dat we niet thuis konden blijven. Dat wegrijden via de snelweg doen we nu niet meer, maar dat heeft toch drie, vier jaar geduurd. Het leek of we daar niet anders konden.

»Wanneer we dan weer thuis waren, werd er met geen woord meer over gerept. Onderwerpen als storm of wind of onweer komen hier in huis nooit ter sprake.

»De ergste maanden zijn februari en november, dat zijn twee stormmaanden. Let maar eens op, tussen 9 en 15 november stormt het bijna altijd. Is er op de weerberichten ergens sprake van storm of kans op onweer, dan luistert mijn vrouw naar álle weerberichten. Op radio, op tv, op BRT, op de Hollandse zender, overal. Zij wil alles precies weten, en ik kán het niet horen, ik zou de tv afzetten.»

Hilda «Zolang de weerman over storm praat, ben ik niet gerust. Komt de storm niet langs Oostmalle, dan ben ik kwaad op de weerman. Kwaad dat hij mij zo angstig heeft gemaakt, dan ben ik in staat naar Ukkel te bellen. Begint het te waaien en komt er storm, dan is die angst niet meer te controleren. Je wil stoelen binnenzetten en bloempotten, je let op de toppen van de bomen, je bibbert dat het “weer voor vannacht zal zijn”. Leo drinkt dan een stevige borrel, ik neem kalmeermiddelen. Maar soms ben ik al zo gespannen dat ik niet meer de kalmeren bén. Het zweet staat dan in mijn handen, ik heb pijn in mijn buik, ik bel naar mijn moeder en naar andere familieleden dat ze hun vensters goed moeten sluiten, ik sluit de deuren, ik sluit de rolluiken en ik begin door het huis te lopen, van voor naar achter, van achter naar voor. Ik kan niet meer zitten, ik kan niet meer tv kijken, met mij is dan letterlijk geen huis te houden. Eén keer was ik zo hysterisch van schrik, dat ik niet meer kon praten, ik zat daar maar te beven, (emotioneel) ik dacht dat ik gek werd.»

Leo «Dat zit er bij ons in en dat gaat er volgens mij nooit meer uit. Een film of een feuilleton op tv waar storm of wind in voorkomt, de knop om! Zijn er overstromingen of aardbevingen in het journaal, dan keer ik mijn rug, ik kan die miserie niet zien.»

Hilda «Ik wel. Ik zou er alles over willen weten. Het schrikt mij af en tegelijk houdt het me bezig. Ik zou zo graag dat boek over Oostmalle willen lezen, maar ik geraak altijd maar een paar bladzijden ver, tussen de regels komen de tranen en gebeurt weer alles voor mijn ogen…»

Leo «Ik heb dat boek nog niet vastgepakt. Kijk naar mij, (toont zijn handen), mijn handen, mijn armen, ik zit hier weer te beven als een riet.»

Hilda «Leo verwerkt dat anders. Ik ben ook bang, maar ik leef méé als er elders zoiets gebeurt. Toen die windhoos door Léglise trok, wilde ik daar per sé naartoe. Niet uit sensatiezucht, maar gewoon om met die mensen te spreken. Hoe zij het beleefd hadden. Dat “trok” mij ongelooflijk, ik zou er te voet naartoe zijn gegaan, maar Leo wilde absoluut niet. Mij lucht het op als ik over die doorstane angst kan spreken, maar Leo is meer gesloten.»

Leo «Kan je nu geloven dat dit de eerste keer is dat ik over die tornado praat. Wanneer de mensen opvingen dat ik van Oostmalle was, dan kwam vroeg of laat toch altijd de vraag: “En? Niks meegemaakt met die tornado?” Nee, zei ik dan, ik was op dat moment niet thuis. Ook over die angst voor storm of wind heb ik in geen twintig jaar iets verteld. Hilda heeft mij moeten dwingen om hier bij te zijn. Ik zit nog te bibberen, maar ik ben toch opgelucht dat ik het eens gezegd heb!»

«Je zal het nooit vergeten. Oostmalle. Niets akeligers dan een half ingestorte kerk. En de TV-reporters, de slachtoffers, het puin, de ruïnes, de werklieden die voorlopige herstellingen uitvoerden. De burgemeester zei: vijf minuten heeft het geduurd. De pastoor zei: hooguit negentig seconden. Huilende mensen, kinderen met vraagogen, de chaos, de Apocalyps: het werd allemaal groter en erger in jezelf. (…) Je draaide de radio gek. Op elke post werd over Oostmalle bericht. Je kocht alle kranten en je las vier-vijfmaal dezelfde verslagen. (…) Hij schafte zich stapels meteorologische boeken aan, want hij moest weten wat hem en de zijnen elk ogenblik van de dag boven het hoofd kan hangen. En elk uur het weerbericht op de radio en ’s avonds op televisie. De onrust bij het kleinste zuchtje.. (…) Je was bang, en je zou het nog maanden lang zijn. » (Uit “De dag dat Lester Saigon kwam” van Walter van den Broeck).


Prikkeldraad werd “wasdraad”

Pol Thielemans, vader van een gezin met 9 kinderen, woonde aan de Merksplassebaan. U leest wel: “woonde”.

Thielemans «Ik stond naast het kippenhok wat te kletsen met de buurman, toen de lucht zo zwart werd als de nacht. Mijn buurman zei: “Ik ga naar huis.” “Ik ga ook maar naar binnen” antwoordde ik en ik stond nog geen drie tellen in dat hok of alles bonkte en donderde door elkaar. In een flits was dat gebeurd. In een zucht, in een paar seconden dat je geen hap adem kon krijgen. Ik repte me naar het woonhuis en ondertussen vlogen de pannen me achterna. Het regende pannen, en toch is er geen enkele tegen mijn hoofd gewaaid. Ons huis was één grote stofwolk, geen steen die nog behoorlijk op de andere stond. Ineens hoorde ik mijn vrouw om hulp roepen, ze zat ingesloten in de achterkamer waar ze net het venster had willen sluiten. In een flits zag ik ook nog drie van de kinderen naar de stal vluchten, ik kon ze nog net inhalen en vastgrabbelen, en gelukkig maar, want op dat moment viel de schoorsteen van de stal in stukken naar beneden. Twee meter verder en ze hadden eronder gelegen. Ik heb dan de deur van de achterkamer geforceerd, mijn vrouw zat onder een muur die naar binnen was gevallen. Haar been was bijna afgesneden door grote stukken scherp glas, maanden heeft ze in het ziekenhuis gelegen. Ons kleinste dochtertje lag in de kinderwagen bij het venster, ze was uit die voiture “gezogen” en onder de kachel geschoven, daar lag ze te schreien.

»Maar ons huis! Ons huis was kapot. Het dak was weg, de deuren lagen eruit, de vensters hingen eruit, scheuren in de muren, de trap ingestort. In twee seconden onbewoonbaar gemaakt. In mijn tuin lagen schaliën van de kerk, wij wonen op 400 meter van de toren! In het veld staken balken, zo diep, dat ik ze met een schop moest uitgraven. Vraag met niet waar ze vandaag kwamen! Binnen in huis lagen kaders van fietsen, hoe kwamen die daar, van wie waren die fietsen, ik weet het nog niet! Er lag in huis ook een grote portretfoto van twee oude mensen. Een buurman heeft er weken mee rondgelopen om hem terecht te brengen. Niemand kende die mensen!

null Beeld

»De dag tevoren had ik hooi binnengereden, dat kon ik weggooien, het zat vol stof en steenslag. Mijn “patatten” moest ik niet meer rooien, ze lagen bloot op het veld, ik kon ze zo oprapen. Mijn bieten, dik en dun, alle uit de grond getrokken en het loof er propertjes afgerukt. Mijn kippen, wég. Mijn twee pauwen, nooit meer teruggezien. Mijn pony, op hol geslagen. Dat beest hebben ze drie kilometer verder kunnen tegenhouden. Een groot stuk pinnekesdraad was “wasdraad” geworden. De tornado had – over een afstand van vijftig meter – alle pinnetjes tegen de weipaal geregen. Als je dat met een tang zou doen, dan ben je gemakkelijk een uur bezig. Nu was dat op een seconde gebeurd. Je kan je niet voorstellen wat voor een ongelooflijke kracht daarachter zit.»

HUMO Wat dacht je toen dat allemaal gebeurde?

Thielemans «Ik wist niet wat er gebeurde, ik wist niet wat een tornado was, ik kende het woord niet eens. Voor ik besefte wat er gebeurd was, was ik drie dagen ouder. Drie dagen heb ik hier versuft rondgelopen. Ze zeggen dat het zo verschrikkelijk heeft gestortregend kort erna. Daar weet ik niks van! Ik ben zelfs niet naar het dorp gaan kijken. Ik had hier al miserie genoeg. Wat nog heel was heb ik bijeengezocht. Veel was dat niet, dat kon gemakkelijk op één kruiwagen. En waar moest ik heen met die acht kinderen? Waar moesten wij slapen, waar moesten wij wonen? Een paar sukkelaars nemen ze wel in huis, maar een gezin met acht kinderen, wie ziet dat graag komen?! ’s Maandags is de koning hier ook langsgeweest, maar ik heb bijna niks verstaan van wat hij zei, hij sprak zo stil. Maar nadien heb ik de mensen wel horen roddelen. Ik zou zogezegd van de koning deze woning gekregen hebben. Gratis! Dikke leugens zijn het, want aan wie betaal ik dan huur? Ook aan de koning misschien? En was het dan ook aan de koning te danken dat wij jaren in een “noodhuis” hebben moeten wonen? Een krot was dat, dat durf ik gerust te zeggen. De kinderen waren er bang, bij het kleinste zuchtje wind begonnen de pannen al te schuiven. Aan die tornado heb ik alleen maar schade en verlies overgehouden. Plus één kast. Daar staken de stukken baksteen los doorheen. Die kast heb ik bijgehouden, dat is een souvenir, die doe ik voor geen geld meer weg!

»Nu wonen we in een goed huis, maar ik ben nog steeds bang. Komt er een onweersbui opzetten, dan hou ik die in de gaten tot ze voorbij is. En dondert het ’s nachts, dan blijf ik geen seconde langer in bed. Ik kan toch niet slapen, ik ga beneden aan tafel zitten wachten tot het voorbij is. Een Oostmallenaar die zegt dat hij niet bang is van storm of onweer, die is niet goed wijs, die heeft die dag niks meegemaakt. Jongen, voor mij moet dat spel nooit meer terugkomen. En voor u hoop ik hetzelfde!»


Tornado met sardienen

In Oostmalle ging een etalage van een schoenwinkel aan diggelen en waaiden de schoenen weg. In een telefooncel waar zes mensen zich hadden binnengewurmd, waren de deuren averechts opengezwiept en werden twee mensen naar buiten gezogen. Een portefeuille werd drie kilometer verder gevonden. In een woning zocht men naar de broek van vader, met 16.000 F in de zakken. Ze was met onbekende bestemming “vertrokken”. Een man die zijn geld niet naar de bank wilde dragen, maar het liever tussen de gleuven van de zolderbalken verstopt had was ook alles kwijt. Boeren moesten koeien afmaken omdat ze tegen de schrikdraad waren geslingerd: poten gebroken, uier eraf. Vogels werden uit hun hokken meegesleurd, gejaagd door de wind. Uit Sleeswijk-Dordrecht (Ned.) op ca. 130 km van Oostmalle, kwam een brief dat een schoolwerk was teruggevonden in een aardappelveld aldaar.

De hevige opwaartse winden binnen een tornado zijn het die in staat zijn mens en dier, soms zelfs vrachtwagens en treinen, op te tillen. Ooit ging geen huis drie kilometer door het zwerk! De windkracht van een tornado maakt van de nietigste dingen gevaarlijke projectielen. Zandkorrels en stenen worden “kogels”. Stukjes stro boren zich als pijlen vast in houten palen en muren. Dat een tornado de veren van kippen plukt, is niet opmerkelijk, maar wat een inwoner van Scottsbluff (Nebraska) aantrof, was wel uniek: een ei met één enkel gaatje in de schaal. Zonder verdere barsten had de hoos een boon in de dooier schoten!

Ooit werden tijdens een tornado de muren van een winkel opengereten, een baby werd door het gat naar buiten gesleurd, over een aantal gebouwen getild en kwam toen zonder een schrammetje neer in een tuin, een paar straten verder. In Lanard (Illinois) werd een auto met twee inzittenden 30 meter verder “geparkeerd” zonder dat de passagiers gewond raakten. Een stal werd opgetild terwijl de vrouw en de koeien in het gebouw niets overkwam. Soms worden spiegels intact teruggevonden mijlenver van hun oorspronkelijke plaats. Keukenkasten maken een reis door de lucht zonder dat ook maar één oortje van het servies breekt! Die (uitzonderlijke) zachtaardige “luchtverplaatsingen” zijn waarschijnlijk te danken aan andere opwaartse winden die de weggeslingerde voorwerpen tijdens hun val afremmen. Niet alleen servieskasten vallen uit de lucht. In oude kronieken vinden we meldingen van allerlei vreemde “regens”: kikkers, vissen, kwallen, ratten, hagedissen, stenen en aardkluiten, het plénst naar beneden. Verbeelding of bijgeloof? Vaak is een tornado er de oorzaak van. Tijdens een storm in Engeland (’78) werd een stoet ganzen door de slurf opgezogen en pas 45 km verder vielen ze uit de hemel. Zeer recent regende het sardienen in Ipswich (Australië). Op zondag 5 februari ’89 woedde een zware storm voor de kust en kilo’s sardienen warden tot 50 km landinwaarts meegezogen om daar kronkelend op het droge te vallen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234