Dossier Ontrouw: het dubbelleven zoals het is

Clinton deed het. Mitterrand deed het. Koning Albert deed het. Patrick Dewael deed het. Mensen van alle rangen en standen doen het: hun partner bedriegen met een ander.


Meer ontrouw »

Eén van hen is Murielle, 45 en art director bij een groot reclamebureau in Brussel. Ze woont in een statig herenhuis in de buurt van Antwerpen, samen met haar vriend Peter, 50, en Annemieke, 19, Peters dochter uit een eerste huwelijk. De laatste twee jaar is ze bijna 'clean', zoals ze het zelf noemt – ‘af en toe ga ik over de middag met een collega naar een rendez-voushotel, maar verder ben ik een kuise madame’ – maar Murielle heeft jaren ervaring met ontrouw. Pas na lang wikken en wegen was ze bereid haar verhaal te doen. 'Buitenechtelijke seks is een even groot taboe als zwart geld,' zegt ze. 'Alleen is er voor overspel geen amnestie. Denk ik. Wéét ik.'

MURIELLE D. «Mijn vader was schrijnwerker. Hij maakte ramen en deuren, af en toe zelfs doodskisten. Hij was altijd in den atelier. Als ik naar school ging was hij al aan het werk, als ik terugkwam was hij nog bezig.

»Na het avondeten dronk hij een druppel. En het bleef nooit bij één glas: pa was alcoholist. In de schrijnwerkerij stonden bakken bier, voor overdag. ’s Avonds schakelde hij over op jenever. Als mama daar iets over zei, werd hij kwaad. Dan smeet hij de deur achter zich dicht en ging hij zich bedrinken op café. Dat is hem fataal geworden: op een nacht heeft hij zich doodgereden onder een vrachtwagen. Mama, mijn zus en ik moesten alleen verder. Ik was vijftien.

»Die dag is een keerpunt in mijn leven. Het was twee uur in de ochtend toen de politie kwam aanbellen, en ik was nog wakker. Ik had de hele tijd naar een fotootje van mijn lief liggen kijken. Carlo en ik kenden elkaar nog maar een maand, maar ik was helemaal weg van hem. Drie jaar ouder, goodlooking, een brommertje... Ik zwijmelde al als ik naar zijn foto keek (glimlacht).

»Maar er was nog iets anders gebeurd, die avond. Nadat pa weer eens in volle colère vertrokken was, had mama mij voor het eerst in vertrouwen genomen. ‘Mijn leven is een hel,’ had ze gezegd. En: ‘Ik heb nooit liefde gekend.’

»Die nacht, met Carlo's foto in mijn handen, had ik mij liggen afvragen of ík liefde zou kennen. Sindsdien zit dat zinnetje van mijn moeder in mijn hoofd, nu al dertig jaar lang. Als Peter vanavond thuiskomt en mij een kus op de wang geeft, zal ik denken: is het dit, Murielle?


De staande wip

« Na de humaniora ben ik in Gent moraalfilosofie gaan studeren. Best interessant – ik kreeg les van intelligente, flamboyante professoren als Leo Apostel en Etienne Vermeersch – maar ik had vooral belangstelling voor wat er buiten de muren van de universiteit gebeurde. Elke avond ging ik uit. Een reactie op mijn jeugd, denk ik. Achttien jaar lang had ik in een cocon geleefd. Tot mijn vijftiende was er de ijzeren hand van pa, nadien het verdriet van mama. In het weekend mocht ik wel uit, en na Carlo had ik nog een paar vriendjes gehad, maar door de week zat ik thuis. Dan zat mama zwijgend naast me tot ik klaar was met studeren, en dan begon ze te vertellen. Die hechte band verstikte mij. Het was een bevrijding toen ik eindelijk op kot ging.

»Ik werd een nachtvlinder: het ene café uit, de andere kroeg in. Elke avond kon ik met een andere jongen naar bed, maar daar ging ik zelden op in. Ik ben geen type voor one-night stands: ik kan alleen vrijen als ik het gevoel heb dat er een soort band is, een beetje een relatie. Of is het de illusie van een relatie?

»Patrick was de baas van een studentencafé waar ik dikwijls kwam. Op een ochtend na een nachtje doorzakken - alleen wij tweeën waren nog in het café - raakten we in gesprek. Hij vertelde dat zijn vriendin boven lag te slapen, en we maakten wat grapjes over vrijen en betrapt worden. Maar er gebeurde niets: toen ik naar mijn kot ging, gaf hij me een kuise zoen op de wang, c’est tout.

»De volgende avond ben ik teruggegaan. We hebben zitten kletsen tot het ochtendgloren: toen haalde hij croissants, en dronken we koffie in het café. Meer dan een week heeft zich dat ritueel elke dag herhaald; toen hebben we voor het eerst gevreeën. Tot dan toe had ik alleen ervaring met liggende seks, Patrick heeft mij de euh... staande wip geleerd (lacht).

»Na twee maanden kregen we ruzie: ik vond dat Patrick moest breken met zijn vriendin, hij wilde liever nog wat wachten. Een week lang hoorde ik niets van hem, en toen stond hij op een ochtend voor mijn deur - met croissants, én de vraag of ik bij hem in wilde trekken. ‘En Marijke?’, vroeg ik. ‘Gone with the wind,’ was het antwoord.

»Het werd zomer. Patrick hield het café open, ik studeerde. Enfin, studeren: slagen was een mission impossible, ik kon alleen maar proberen de schade te beperken. Ik wist dat ik mijn moeder daarmee zwaar zou ontgoochelen, en ik wilde haar niet nog meer pijn doen door te vertellen dat ik samenwoonde, met een cafébaas dan nog - dan zou ze meteen aan het drankprobleem van mijn vader moeten denken. Dus zei ik dat ik in de vakantie afwisselend thuis en op mijn kot zou studeren.

»De meeste mensen zouden dat beschouwen als een leugentje om bestwil, maar ik niet. Ik zie het als de eerste leugen in wat een patroon zou worden. Zoals andere vrouwen met de kruisjessteek bloemen op kussens borduren, zo maak ik crochetwerkjes in de liefde.

»Het werd september. Patrick en ik hadden afgesproken op een vrijdag, maar ik verlangde zo naar hem dat ik besloot al op donderdag naar Gent te gaan. Het was elf uur ’s ochtends, het café was dicht. Ik sloop op mijn kousen de trap op en deed voorzichtig de deur open: daar lag Patrick in bed, met Marijke in zijn armen. Ik wilde gillen, maar er kwam geen geluid. Zo stil als ik gekomen was, sloop ik weer weg.

»Terug op mijn kot heb ik urenlang op bed liggen huilen, tot ik geen tranen meer overhad. Patrick had eerst Marijke bedrogen, en nu mij: nu wist ik zelf wat ontrouw was.

»De volgende middag ging ik terug naar het café. Patrick wilde mij zoenen, maar ik wilde niet. Hij vroeg wat er was, en ik zei: ‘Marijke.’ Hij: ‘Die heb ik in geen weken meer gezien.’ Toen deed ik ‘m het hele verhaal. Hij werd ontzettend boos: hij riep dat hij al die tijd was blijven neuken met Marijke, dat ik een jaloerse trut was en dat hij helemaal niet van me hield. Ik nam de sleutels van zijn appartement uit mijn handtas, gooide ze voor zijn voeten en zei: ‘Je bent een klootzak, Patje.’ Toen ik op straat stond wist ik: hoofdstuk afgesloten. Time for a change.»


L'homme fatal

MURIELLE «Ik zakte voor mijn examens, maar van werken wilde mijn moeder niet horen: ik moest verder studeren. Omdat ik geen studiebeurs meer kreeg, heeft ze haar laatste centen van haar spaarrekening gehaald. ‘Ik reken op je,’ zei ze.

»Voortaan ging ik naar de les en studeerde ik. In de kroegen kwam ik niet meer, zeker niet meer in die van Patrick.

»Jan was een medestudent die vaak naast me zat in de aula. Op een dag vroeg hij of ik geen zin had om samen een koffie te gaan drinken. Hij was intelligent maar een beetje saai. Hij had wel mooie ogen, en hij was erg charmant. Na een week gingen we samen naar de film. In de bioscoop streelde hij zachtjes mijn handen. Na afloop kusten we, en hij ging mee naar mijn kot. Vergeleken met de wilde vrijpartijen met Patrick stelde de seks niet veel voor, maar ik wilde een gewone relatie met een gewone jongen.

»Toen ik mama over Jan vertelde, was ze in de wolken. Ze zei het er niet bij, maar ik weet zeker dat ze dacht: ‘Ons Murielle heeft een dikke vis aan de haak geslagen.’ Jans moeder had een apotheek, zijn vader was professor aan onze universiteit.

»Jan wilde me aan zijn ouders voorstellen, maar ik was bang dat zijn vader mij niet zou zien zitten: ‘De bissende dochter van een schrijnwerker met een drankprobleem.' Hij stelde mij gerust: 'Mijn vader kan heel charmant zijn.'

»We werden uitgenodigd voor het kerstdiner. Jan had mij verteld dat hij in een groot herenhuis woonde: het bleek een klein kasteel met een park te zijn, én met huispersoneel. We kregen champagne. Toen mijn glas half leeg was, schonk Jans vader bij. We keken elkaar recht in de ogen - iets langer dan nodig, zoals dat heet. De rest van de avond voelde ik me op mijn ongemak: niet omdat hij de hele tijd naar mij zat te kijken, maar omdat ik wist dat het helemaal fout ging.

»Nog geen week later stond hij Jan en mij aan de aula op te wachten om samen iets te gaan drinken. Hij had alles goed voorbereid: toen Jan even naar het toilet moest, gaf hij mij vlug een briefje. Bij het afscheid gaf hij mij een zoen, waarbij hij snel mijn wang streelde. In verhalen lees je weleens dat een vrouw 'in vuur en vlam staat', maar (verlegen lachje) ik werd ogenblikkelijk nat.

»Ik was wel een beetje ontgoocheld toen ik het briefje las. Ik had gehoopt op een vurige liefdesverklaring, maar er stond alleen een plaats en een tijdstip. Ik vergeet nooit dat ik de uren tot onze ontmoeting telde: 74! Het waren misschien wel de langste uren van mijn leven. Terwijl ik met Jan praatte, dacht ik aan zijn vader. Terwijl we vrijden, zag ik de ogen van zijn vader. Mijn verstand zei me dat ik moest stoppen nu het nog kon, maar elke vezel in mijn lijf hunkerde naar die man.

»We hadden afgesproken in een etablissement aan de rand van de stad - ik had Jan wijsgemaakt dat ik met mijn moeder naar het ziekenhuis moest. Ik trilde als een espenblad toen ik binnenging. Jans vaders kuste mij op de mond en nam mij in zijn armen alsof we elkaar al jaren kenden.

»Hij zei: ‘Wij weten allebei waarom we hier zijn, Murielle.' Bijna wilde ik zeggen: ‘Ja, meneer.’ Hij was mij voor: ‘Zeg maar Filip.’ ‘Filip,’ herhaalde ik, en ik pakte zijn handen in de mijne. Het drong niet goed tot me door, maar hij legde meteen de regels vast: zijn zoon en zijn vrouw mochten niets weten van onze relatie, en hij was niet van plan te scheiden. ‘Akkoord?’ - ‘Ja, Filip.'

»Hij rekende af, en we reden naar een rendez-voushotel. Onderweg vertelde hij dat hij 48 was, meer dan twee keer zo oud als ik. Op de kamer begon hij mij uit te kleden, en tegelijkertijd zichzelf. Alles ging vanzelf. Na afloop zei hij: ‘Dit smaakt naar meer.’ Op geen enkel ogenblik vroeg hij mijn mening. Ik had nog nooit zo’n zelfverzekerde man meegemaakt. Ze spreken vaak over une femme fatale, maar hij was l’homme fatal.»


De zelfmoord

MURIELLE «Aanvankelijk zagen we elkaar één keer per week, nadien twee, soms drie keer. Ik had nog altijd een relatie met Jan, en dat dubbelleven begon mij te storen. Na veel zeuren kreeg ik Filip zo ver dat hij er met zijn vrouw over zou praten. Ik zou het aankaarten met Jan, maar hij vroeg mij héél voorzichtig te zijn. Voor het eerst werd bevestigd wat ik zelf inmiddels al vermoedde: Jan was een depressieve jongen. Hij slikte pillen, en had op zijn zestiende geprobeerd zelfmoord te plegen...

»Filip moest voor een congres naar Dubrovnik, en hij vroeg of ik mee wilde. Ik was in de wolken: behalve een schoolreisje naar Parijs was ik nog nooit in het buitenland geweest. Dubrovnik was prachtig, we hadden een hotelkamer met uitzicht op zee, we liepen hand in hand door de stad... We hoefden niet bang te zijn om betrapt te worden: er was nog één Vlaamse professor, maar die had ook zijn lief mee (lachje).

»De vierde dag van ons verblijf kreeg Filip telefoon van zijn vrouw. Hij werd lijkbleek: Jan had zelfmoord gepleegd.

»Hij legde de hoorn neer, nam mij in zijn armen en zei: ‘Ze wisten het, Murielle. Ik weet niet hoe, maar ze wisten het van ons.’ Ze: zijn vrouw én Jan. ‘Nu ben ik alles kwijt,’ snikte hij. ‘Je hebt mij nog,’ troostte ik hem, maar hij reageerde niet. In één klap besefte ik dat ik voor hem nooit méér was geweest dan een avontuurtje. Dat deed me nog meer pijn dan de zelfmoord van Jan. Het klinkt misschien hard, maar Jan zat niet in mijn hart. Ik was iets met hem begonnen omdat ik zo graag gewoon wilde zijn in de ogen van mijn moeder.

»Op het vliegtuig naar België wilde Filip niet naast mij zitten: hij had tijd nodig, zei hij. In Zaventem gaf hij mij geld om de trein te nemen. Hij werd afgehaald door zijn broer. Ik werd niet uitgenodigd voor de begrafenis, ik ben ook niet gegaan.

»Een paar maanden later ben ik Filip nog eens tegengekomen op de universiteit. Hij ontweek mij. Eén keer heb ik op het punt gestaan contact met hem op te nemen. Niet om weer iets met hem te beginnen, jamais de ma vie, maar om hem te vragen of hij ook met zo'n enorm schuldgevoel zat - net als ik.»


Huisje weltevree

« Ik weet niet waar ik zou staan als ik Carla niet had. Zij is psychologe: ze is me aanbevolen door mijn dokter, die vond dat pillen alléén geen remedie zijn tegen schuldgevoel. Inmiddels is Carla een goede vriendin geworden. Ze heeft me leren aanvaarden dat het leven verder gaat, no matter what. Dankzij haar heb ik mij opnieuw opengesteld voor mannen, want in de twee jaar na Filip heb ik niemand gehad. Ik kwam alleen buiten om naar de les te gaan. Ik studeerde als een gek, en ik slaagde met onderscheiding in mijn kandidaturen.

»Om één of andere reden was ik geïntrigeerd geraakt door alles wat te maken had met reclame, dus toen ik hoorde over een vakantiejob bij een toonaangevend reclamebureau in Brussel, aarzelde ik geen moment. De jobomschrijving was niet echt waw: faxen, kopiëren, telefoneren. Maar het was een toffe bende met heel veel creatieve gasten. Eén van hen was Peter. Omdat hij in de buurt van Gent woonde, reed hij mij soms naar mijn kot. Op een avond was het echt terrasjesweer en zijn we iets gaan drinken. Hij vertelde dat hij een dochtertje had, Annemieke, en dat hij aan het scheiden was van zijn vrouw.

»Drie maanden later ben ik bij hem ingetrokken, en daarna zijn we drie, vier jaar lang een gelukkig gezin geweest. Ik stopte met mijn studie en ging werken op het bureau. Maar dat werd overgenomen door een grotere firma, en Peter werd kaderlid. Hij kwam steeds later thuis en was altijd doodmoe. We konden nog goed met elkaar opschieten, maar we leefden als broer en zus: seks stond er niet meer op het menu.

»Als je niet openstaat voor avontuurtjes, gebeurt er ook niks. Op een avond - Peter zat in het buitenland, Annemieke was bij haar moeder - had ik afgesproken met een collega. Toen hij me na het etentje naar huis bracht, zag ik dat hij zijn tandenborstel en een proper hemd had meegenomen. Ik heb hem kordaat duidelijk gemaakt dat hij meteen zijn biezen kon pakken.»


De abortus

MURIELLE «Een halfjaar later stoof diezelfde collega op een morgen in de parkeergarage op me af. ‘Waarom Chris wel en ik niet?’ Toen ik in de lift stapte, riep hij mij na: ‘Bazenneukster.’

»Hij was te weten gekomen dat ik een relatie had met Chris, de grote baas. Die had mij al vanaf zijn eerste werkdag het hof gemaakt, maar pas toen Peter en ik al twee jaar bijna niet meer hadden gevreeën, gaf ik toe aan zijn avances. Van romantiek was weinig sprake: het begon met een soort Lewinsky-Clinton-scène in de toiletten, later werden het vluggertjes in kleine hotelletjes. Soms hadden we minder dan een uur om te seksen en daarna nog een broodje te eten (lacht).

»Chris was getrouwd en had drie puberkinderen. Ik was een beetje verliefd op hem, maar ik wilde zijn huwelijk niet kapotmaken. Ik wilde ook niet weg van Peter. Ik dacht: wat niet weet, niet deert. Een beetje de moraal van de jezuïeten, quoi: ik was de vrouw van Peter en de minnares van Chris.

»Misschien had het altijd zo kunnen blijven, maar het leven is onvoorspelbaar. Ik werd zwanger. Van Chris. Carla ging met me mee naar de dokter. Zij legde hem de delicate situatie uit. ‘Wil je het kind houden?’, vroeg ze mij, en toen begon ik verschrikkelijk te huilen. Ik had altijd graag een kind gewild, maar Peter wilde er niet meer aan beginnen. En nu was ik eindelijk in verwachting - van een getrouwde man.

»Als ik het kind hield, zou Peter te weten komen dat ik hem ontrouw was geweest en mij stante pede buitengooien. Carla raadde mij aan voorzichtig te polsen wat Chris van plan was. Ik vertelde hem dat ik een appartementje voor ons tweeën had gevonden. ‘Zottin,’ lachte hij. ‘En stel dat ik zwanger ben?’, vroeg ik. Ik zag ‘m wit wegtrekken: ‘Bén je dat dan?’ Toen ik ja zei, antwoordde hij heel cru: ‘Er bestaat zoiets als abortus. Ik wil geen kleine koters meer.’

»Carla maakte voor mij een afspraak met de abortuskliniek - zelf kon ik dat niet. Ik wilde het kind niet wegdoen, maar ik kon het ook niet houden: ik zag het niet zitten om het in m'n eentje op te voeden, en ik wilde Peter en Annemieke niet kwijt.

»Chris speelde het hard. Op een dag kreeg ik telefoon van zijn vrouw: of ik eindelijk haar man met rust wou laten, want dat ze anders de politie erbij zou halen. Toen ik Chris daarnaar vroeg, zei hij: ‘Ze weet het.’ Ik denk dat hij haar iets op de mouw gespeld had om de meubelen te redden. Hypocriet, maar ik verwijt hem niets: ik bleef ook maar bij Peter voor het gemak, de gewoonte...

»Abortus was in de gegeven omstandigheden de beste beslissing. Dat meen ik echt. Toch knaagt het. Ze zeggen dat alles slijt, maar sommige dingen vergeet je nooit. Ik loop al jaren rond met hevige hoofdpijnen. Elke dag slik ik drie, vier Perdolans, en soms schrijft de dokter mij zwaardere pillen voor. Regelmatig moet ik gal braken. Mijn moeder had verdriet omdat ze geen liefde kende, maar je kunt ook veel verdriet hebben als je liefde wél beantwoord wordt.»


Opnieuw verliefd

MURIELLE «Thuis was niets nog hetzelfde. Als ik Annemieke zag, dacht ik aan het kind dat ik nooit zou hebben. Zag ik Peter, dan dacht ik: is dit het nu? Op een dag ben ik in het asiel een hond gaan halen, Louba. Hij werd mijn steun en toeverlaat. Hij kroop dikwijls bij mij in bed.

»Peter was intussen overgeplaatst naar Breda, en hij was nog vaker weg dan vroeger. Als hij thuiskwam en ik sliep al, nam hij de logeerkamer. Voor de buitenwereld waren we een gelukkig koppel, maar vanbinnen ging ik stilletjes dood aan de leegte en het gemis. Ik vluchtte in mijn werk: ’s ochtends was ik als eerste op kantoor, ’s avonds ging ik er als laatste weg. Vier jaar heb ik zo geleefd. Toen gebeurde wat ik nooit meer had verwacht: ik werd opnieuw verliefd!

»Ik zag ‘m voor het eerst bij een toneelstuk in de Vooruit. Mark was een heel ander type dan alle vorige mannen in mijn leven: geen zwart maar blond haar, geen bruine maar blauwgroene ogen. Na de voorstelling kwam hij bij ons aan het tafeltje zitten. Hij was met een vriend, ik met Carla. Peter ging nooit mee naar het theater. Peter ging liever squashen en tennissen.

»Na afloop bracht Mark eerst Carla en dan mij naar huis. Ik liet mij afzetten aan het bushokje: ‘De laatste honderd meter loop ik wel,’ zei ik. ‘Is je man jaloers?’, wilde hij weten. En: ‘Zien we elkaar nog eens?’ Ik gaf hem het telefoonnummer van mijn werk, want ik wilde niet dat hij me thuis zou bellen. Peter was inderdaad jaloers. In het begin van onze relatie maakte hij soms een scène als ik met iemand anders op stap ging. Als hij echt kwaad werd, sloeg hij me zelfs. Het was al een paar keer gebeurd dat ik niet kon gaan werken vanwege de blauwe plekken. Hij was er pas mee opgehouden toen ik ermee dreigde bij hem weg te gaan.

»De volgende dag, op het werk, ging de telefoon. ‘Meneer V.,’ zei de telefoniste. ‘Ken ik niet, maar geef hem maar door.’ Toen herkende ik zijn stem: Mark. Hij moest een maand naar het buitenland, zei hij, maar daarna wou hij me graag terugzien. ‘Je hebt indruk op me gemaakt,’ zei hij. ‘Wat is je vooral opgevallen?’, vroeg ik. Hij: ‘Je laarsjes van lakleer en je parfum.’ - ‘Ah ja?’ - ‘Kenzo.’ Terloops vertelde hij dat hij mij erg aantrekkelijk vond. Het was vier jaar geleden dat een man dat nog tegen mij gezegd had.

»Een maand en een dag later belde hij me om te gaan lunchen. Twee uur later zaten we tegenover elkaar. Hij had een cadeautje voor me: een hertje van kristal. Handwerk. Ik dacht: hier hangt romantiek in de lucht.

»Drie weken zaten we voor een weekendje in Londen, anderhalve maand later gingen we samen op vakantie naar Caïro. Ik had Peter wijsgemaakt dat ik met Carla naar Rome ging: dat leek me minder verdacht. Toen ik vanuit onze hotelkamer naar Peter belde om te zeggen dat Rome zo fantastisch was, zag ik Mark bedenkelijk kijken. Aan tafel zei hij: ‘Je leidt een dubbelleven, Murielle. Hoe lang ga je dat volhouden?’

»Mark was getrouwd en had twee jonge zoontjes, maar woonde niet meer bij zijn vrouw. Hij wilde scheiden, zei hij, alleen niet onmiddellijk. Zelf voelde ik er ook niets voor om alle bruggen met Peter en Annemieke meteen op te blazen. En dus vonden we een oplossing: ik huurde een studio halfweg tussen Marks appartement en mijn kantoor. Eerst vond Peter het een belachelijk idee, maar uiteindelijk zwichtte hij voor mijn argumenten: ik moest ’s avonds vaak vergaderen, hij zat vaak in Nederland, ik kon niet autorijden, etcetera.

»Ik had al enige ervaring met leugens en halve waarheden, maar dit keer moest ik héél creatief zijn. Ik vroeg een telefoonaansluiting aan, die aankwam op Marks appartement. De eerste weken was Peter wantrouwig en belde hij me regelmatig, zelfs midden in de nacht: toen was hij er blijkbaar gerust op. Aanvankelijk bleef ik twee, drie nachten per week bij Mark slapen, na een halfjaar zat ik er ongeveer de hele week. Ik raakte er stilaan van overtuigd dat hij de man van mijn leven was.»


Het aanzoek

MURIELLE «Zes jaar heeft onze relatie geduurd. Als ik eraan terugdenk, splits ik die zes jaar op in fases, zoals het Romeinse Rijk in de geschiedenisles: opkomst, bloei en ondergang. De eerste twee jaren vlógen voorbij. We waren stapelverliefd: ik heb nooit zoveel gevreeën als toen. We reisden ook ontzettend veel. Mark was inkoper voor een internationaal computerbedrijf, en hij moest vaak naar het buitenland. En ik ging mee - tot in Amerika en China toe. Peter zei alleen maar: ‘De reismicrobe heeft je wel érg te pakken.’

»Ik vroeg Mark maar zelden hoe het stond met zijn scheiding. In het weekend ging hij naar zijn vrouw en zijn kinderen; ik ging naar Peter en Annemieke. ’s Zondags kookte ik voor hen. Ik maakte een stoofpotje van lamsvlees en groenten, en dan zette ik altijd stiekem twee porties apart voor de maandagavond, als ik bij Mark was. Peter en Mark vonden dat allebei lekker: dat was zo ongeveer het enige wat ze gemeen hadden (lacht). Mijn specialiteit was stoofpot, mijn leven was een hutspot.

»Die eerste twee jaar was ik happy. Op mijn werk presteerde ik ontzettend goed: Mark haalde het beste in mij naar boven. Zonder hem zou ik nooit zo snel carrière gemaakt hebben. Mijn besluit stond vast: ik wilde weg bij Peter. Ik was intussen 36, mijn biologische klok tikte, ik wilde een kind van Mark. ‘Moet kunnen,’ zei die, ‘maar niet nu. Binnenkort.’ Hij wilde wel weg bij zijn vrouw, bleef hij zeggen, maar hij wilde zijn kindjes niet kwijt. Dat begreep ik, maar ik had het er steeds moeilijker mee.

»We gingen op vakantie naar Toscane. Op een avond, aan de rand van het zwembad, nam hij mijn handen in de zijne en vroeg: ‘Murielle, wil je met me trouwen?’ Ik was totaal verbouwereerd. ‘Je bent nog getrouwd met een ander, Mark,’ zei ik. Maar hij zou nu echt snel scheiden, beloofde hij: een kwestie van maanden, hooguit een jaar. Ik was in de wolken. Eindelijk was het einde van mijn dubbelleven in zicht.»


Grof spel

MURIELLE «Toen we terug in België waren, bleek dat één van Marks kinderen zwaar ziek was. De jongen had een lange herstelperiode voor de boeg, en Mark wilde daarbij zijn. We zouden elkaar een tijdje wat minder zien, zei hij. Ik begreep het, maar ik zat in de put.

»Een halfjaar heb ik het volgehouden: toen had ik geen energie meer om te vechten. Ik weet het nog goed, het was op een zondagochtend, ik werd wakker naast Peter en ik zei tegen mezelf: ik zet een punt achter mijn relatie met Mark.

»In afscheid nemen ben ik nooit goed geweest: ik wil mensen geen pijn doen. Dus nam ik mij voor de relatie langzaam te laten doodbloeden. Stom: het heeft nog bijna een jaar geduurd voor we echt uit elkaar waren. Dat jaar was een hél. We maakten ruzie, we probeerden elkaar te kwetsen, Mark werd ziekelijk jaloers. Ik voelde overal pijn, ik dacht dat ik kanker had. Tot Carla me de raad gaf voor de korte pijn te kiezen en er onmiddellijk een streep onder te trekken.

»De volgende dag ben ik naar Marks appartement gegaan om mijn spullen te halen. Ik bracht ze met een taxi naar mijn studiootje, ik liet me terug naar het appartement rijden en ging op de bank zitten wachten tot hij thuiskwam. Nog voor hij goed en wel binnen was, zei ik: ‘Ik ga weg, Mark.’ - ‘Terug naar Peter?’ - ‘Ja.’ Hij begon heel hard te huilen. ‘Ik hou van je.’ Hij vroeg of ik hem nog een kans wilde geven, maar dat wilde ik niet meer.

»Wat er toen gebeurde, had ik nooit kunnen bedenken. Die nacht heeft Mark een lange brief aan Peter geschreven, die bij thuis in de bus is komen steken. De volgende ochtend belde Peter me op. Hij ging compleet door het lint en zei dat ik binnen 24 uur uit zijn huis en zijn leven moest verdwijnen. Ik zag maar één uitweg: liegen, again. (sluit de ogen, schudt snel met haar hoofd) Ik vertelde hem dat ik inderdaad ooit een vluchtige affaire met Mark had gehad, en dat hij mij sindsdien was blijven achtervolgen. Peter stelde mij voor de keus: ‘Ga naar de politie en dien een klacht in wegens stalking. Anders zet je hier geen voet meer binnen.’

»En dat heb ik dan gedaan. Bewijsmateriaal was niet moeilijk te vinden. In de weken vóór de breuk had ik Mark zoveel mogelijk ontweken. Hij moet hebben aangevoeld dat het voorbij was, denk ik: hij belde mij voortdurend op, en stuurde sms’jes en mails. Daar ben ik mee naar de politie gestapt.

»Met de kopie van mijn verhoor en van de klacht ben ik ’s avonds naar Peter gegaan. Na uren praten beloofde hij mij nog één kans te geven. Hij gaf toe dat het voor een stuk ook zijn schuld was dat ik was vreemdgegaan: hij had mij verwaarloosd. Die nacht hebben we gevreeën, voor het eerst in jaren. Pas maanden later heb ik Peter durven vragen of hij ooit een andere vrouw had gehad. Hij lachte alleen maar. Daar moet ik het mee doen. Misschien is het beter zo.

»Inmiddels probeerde Mark op alle manieren met mij in contact te komen, maar ik wilde niets meer met hem te maken hebben. Ik nam een ander mobiel nummer, op kantoor hield mijn secretaresse de boot af. Eén brief heeft mij bereikt: een schrijven van zijn advocaat, die mij wilde dagvaarden in verband met mijn klacht. Op advies van mijn eigen raadsman heb ik toen laten weten dat ik emotioneel verward was toen ik die klacht indiende. Ik heb er nooit meer iets van vernomen: ik neem aan dat de zaak geseponeerd is.

»Ik begrijp dat Mark een uitleg van me wilde: het ís moeilijk als je te horen krijgt dat je geliefde je verlaat. Alleen had hij me verschrikkelijk geraakt door die brief te schrijven. Misschien vermoedde Peter allang dat ik iemand anders had, maar hij vroeg er niet naar, en ik vertelde hem niets. Dat was mijn manier om ermee om te gaan. Niemand heeft het recht zich daarmee te bemoeien, ook Mark niet. Vooral Mark niet.

(na een lange stilte) «Ik lees graag. Een paar jaar geleden heb ik bij De Slegte een boek gevonden van Colin Thubron, ‘Een wrede waan’, over een leraar die na een bruusk afgebroken liefdesverhouding in een psychiatrische inrichting belandt. Zover ging het bij mij niet, maar ik had het ontzettend moeilijk. Op mijn werk dacht ik dat iedereen mij nastaarde, alsof ze wisten van mijn dubbelleven. Thuis was het spitsroeden lopen. De band met Annemieke was niet meer zoals vroeger. Peter was soms heel lief, soms verschrikkelijk kwaad en verdrietig. En ik was gewoon kapot. De enige die mij kon opvangen was Carla. Soms zag ik haar drie keer per week. Bij haar kon ik mijn verhaal kwijt, bij haar mocht ik huilen.

»Na de affaire met Mark ben ik 7 kilo afgevallen, bewust. Ik ben ook naar de kapper geweest voor een andere look. Ik wilde er helemaal anders uitzien: het verandert niets aan wat er vanbinnen in je omgaat, maar het helpt om 't te verdringen. (cynisch) Ik werd stilaan een specialist in verdringen: de zelfmoord van Jan, de abortus, het dubbelleven met Mark...

»Drie maanden geleden heb ik Mark toevallig teruggezien in de stad. Naast hem liep een jonge vrouw die ik kende. Mark had ons eens aan elkaar voorgesteld op een vernissage; later had hij me opgebiecht dat ze, vóór hij mij kende, een korte verhouding hadden gehad. (lachje) Blijkbaar waren ze nu alweer een tijdje samen. Mark duwde een buggy voor zich uit. Eén moment flitste het door mijn hoofd om ‘m aan te klampen en ‘m te vragen: 'Ben je nu eindelijk bij je vrouw weg, of leid je nog steeds een dubbelleven?' Maar ik wist: niet doen. Bij een kind snijden ze de navelstreng door, zodat het kan leven. Bij een volwassene moet je soms elke band verbreken, zodat je kunt overleven.»


Tafel en bed

MURIËLLE «Heel af en toe denk ik terug aan wat er was. Mark was de man van mijn leven, no doubt. Misschien hadden we altijd samen kunnen blijven, maar het is anders gelopen. Er is geen weg terug. Peter heeft aanvaard dat ik terugkwam, en daar ben ik hem dankbaar voor. We kennen elkaar al zo lang. Alle scherpe kantjes zijn eraf. Niet slecht. Aan de andere kant... Tja.

»Twee weken geleden zag ik op tv een reclamespotje dat me erg aangreep. Een koppel zit zwijgend tegenover elkaar te eten. In de ondertitels lees je hun gedachten: ze weten precies wat de ander denkt en wat hij gaat zeggen. Mijn hart kromp ineen: met Peter en mij is het precies zo. Alles is gezegd, alles is herhaling.

»Door mijn werk kom ik met veel mensen in contact. In het reclamemilieu heb je veel snoeshanen, maar ook veel toffe mannen. Mooi, gevoel voor humor, dikwijls niet onbemiddeld. Ik word nog regelmatig gevraagd voor een etentje. Ik ga daar geregeld op in, maar ik weet op voorhand dat het eenmalig is: als de man merkt dat er na de tafel geen bed volgt, is het vlug voorbij met de invitaties.

»Elfriede Jelinek schrijft dat liefde en seks heel moeilijk samengaan. Ze zegt: liefde heeft het gelijkgestemde nodig, seksualiteit het tegengestelde. Ze heeft gelijk. Liefde is continuïteit en bestendiging, seks is aantrekking en afstoting. Er zijn natuurlijk relaties waarin de twee samengaan, maar ik vrees dat die zeldzaam zijn.

»Ik heb vier goede vriendinnen, Carla inbegrepen. Van ons vijven is er maar één die haar geliefde trouw gebleven is; de andere vier hebben ooit weleens een scheve schaats gereden, of doen dat nog. Ik ben zelf ook niet helemaal clean. Eén, twee keer per maand ga ik met een collega kameren. We hebben een duidelijke afspraak: we delen wat intimiteit, maar we beginnen niets met elkaar. Hij is al dertig jaar getrouwd, ik zie mezelf als de vrouw van Peter. Peter is de constante in mijn leven. Hij is geen slechte man, en ik hou ook van hem. De crisis met Mark heeft ons dichter bij elkaar gebracht.

»Ik ben 45 nu. Meestal denk ik: geen avonturen meer, Murielle. Ik voel nog altijd het verlangen om dé liefde tegen het lijf te lopen, maar als het niet gebeurt, zal ik er niet om treuren. Ik ben verder geraakt dan mijn moeder: ik heb een paar liefdes gekend. Een mens mag niet alles willen, zeker?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234