Dossier Pleegzorg: 'Hoe hecht je band met je pleegkind ook is: de bloedband met zijn natuurlijke ouders is heilig'

Pleegzorg komt onder de aandacht als het misgaat, als er een drastisch tekort aan pleeggezinnen is, of als er, zoals nu, in de Vlaamse soap 'Thuis' een verhaallijn aan besteed wordt. Lowie (Matthias Vergels) en Olivia (Moora Vander Veken) hebben de zorg voor Emil Mertens (Stan Kersbergen) op zich genomen. Maar dat loopt niet van een leien dakje.

(Verschenen in Humo 3746 op 19 juni 2012)


Meer informatie over pleegzorg »

Maar pleegzorg blijft vooral een verhaal van mensen: van pleegouders die hun huis en hart openstellen voor andermans kroost, van natuurlijke ouders die afscheid nemen van hun dierbaarste bezit, van pleegkinderen die hun valiesjes pakken. Humo sprak met ze allemaal.


Het pleegkind: ‘Huilen, huilen, huilen’

Goedele (24) «Het ging niet meer tussen mijn ouders. Mijn vader werkte dubbele shifts om rond te komen, terwijl mijn moeder zich thuis maar weinig aantrok van mij en mijn zus. Toen heeft mijn pa beslist om ons af te staan. Niet dat hij ons per se kwijt wilde, hij deed het meer om mijn ma te tonen: ‘Kijk wat er gebeurt als je je niks van de kinderen aantrekt.’ Kort daarna zijn ze uit elkaar gegaan. Ik was nog een kleuter.

»Eerst hebben mijn zus en ik – ik had nog een tweede zus, maar zij is gehandicapt en woonde niet thuis – in een paar instellingen gezeten. Van daaruit zijn we naar mijn pleegouders gegaan.»

HUMO Was je boos op je pa omdat hij jullie had afgestaan?

Goedele «Eigenlijk niet, nee. Zelfs niet toen we nog in die instelling zaten. We hadden het er beter dan thuis. Daar moesten we onze plan trekken: ‘Heb je honger en wil je een boterham? Smeer hem dan zelf.’

»In een instelling zit je wel met zo veel kinderen samen dat het er altijd druk is – je bent er nooit eens alleen. Bij ons pleeggezin waren ze ook met vijf kinderen, maar de drukte was er veel fijner. Eén van de kinderen was een meisje van mijn leeftijd, en met haar klikte het meteen. Mijn zus en ik kregen ook onze eigen kamer. Voor mams en paps maakte het niet uit: pleegkind of eigen kind, iedereen werd gelijk behandeld.»

HUMO ‘Mams’ en ‘paps’? Niet ‘mama’ en ‘papa’?

Goedele «Nee. Hun andere kinderen waren toen nog heel klein en dat had hen misschien in de war gebracht. Zo wisten ze dat hun mama en papa niet de onze waren, en dat wij niet hun echte zussen waren. Ik

begreep dat wel. Ik was me er goed van bewust: ‘Ooit moeten we hier weer weg. Ik kan er maar beter van genieten zolang het duurt.’

»Bij mijn pleegouders maakten we opeens deel uit van een echt gezin, waar iedereen samen aan tafel zat. Plots had ik ook hobby’s: ik volgde tekenles, dansles, turnles, dictieles en ging naar de Chiro. Hun eigen kinderen deden dat ook, dus sloot ik gewoon aan bij de rest. Ik heb nog mijn plechtige communie bij hen gedaan, samen met hun oudste dochter. En elk kind kreeg even veel cadeaus en zakgeld.

»Eigenlijk is alles altijd vlot verlopen, behalve dan misschien met mijn zus: zij was liever bij mama gebleven, die al die jaren bezoekrecht is blijven houden. ‘Je mag naar je mama’: de eerste keer dat ze me dat zeiden, sloeg de schrik me om het hart: ‘Ik mag toch wel terugkomen, hè?’ Op den duur logeerden we elk weekend bij haar en haar nieuwe vriend, en dat ging goed – vooral dankzij die nieuwe vriend, die zelf ook een dochter had – maar voor mij kon het toch niet snel genoeg zondagavond zijn.

»Zo heb ik zes zalige kinderjaren beleefd, tot de dag dat ik terugkwam van een Chirokamp. Mams kwam me halen en zei: ‘Je koffers staan gepakt: je mag weer bij je mama gaan wonen.’ De hemel viel op mijn kop. Ik ben beginnen te huilen, huilen, huilen.»

'Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar ik zie mijn pleegmama liever dan mijn echte mama' Goedele

HUMO Hadden ze je dan niet op die terugkeer voorbereid?

Goedele «Misschien hadden ze ons er iets over verteld, maar ik kan me daar niks van herinneren. Alleen dat huilen op weg naar huis herinner ik me nog heel goed.

»Van mams en paps mocht ik bij hen blijven, maar kennelijk vond de nieuwe vriend van mijn ma dat haar kinderen bij haar moesten zijn. De jeugdrechter ging daarmee akkoord en tegen zijn beslissing kon niemand iets beginnen. Ik ben lang kwaad geweest op mijn ma, omdat ze me had weggehaald bij mijn pleeggezin.

»Lang is het niet blijven duren: na twee jaar zette mijn ma’s vriend ons allemaal op straat – hij had iemand anders ontmoet – en konden we naar het vrouwentehuis. Niet veel later is mijn ma opnieuw zwanger geworden. Om te helpen bij de opvoeding van mijn nieuwe zusje ben ik deeltijds gaan werken. Een diploma heb ik nooit behaald. Dat zusje is nu acht en heeft het enorm getroffen: ze krijgt meer dan genoeg aandacht thuis. Net alsof mijn ma wil bewijzen: ‘Kijk, nu kan ik het wel.’ Sorry, voor mij is het te laat.

»Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar ik zie mijn pleegmama liever dan mijn echte mama. In september trouw ik, en ik heb mams gevraagd om mijn getuige te zijn. Waarom zou ik mijn ma vragen? Zij en ik hebben nooit een goeie band gehad. Het is altijd aan me blijven knagen dat ze me in de steek heeft gelaten. Zelf denkt ze daar liever niet meer aan. Ze heeft haar nieuwe vriend nog altijd niet opgebiecht dat haar dochters ooit in een pleeggezin hebben gezeten. Waarom niet? Het doet pijn dat ze daar niet eerlijk over kan zijn.

»Mijn pa is ook geen engel – nooit geweest. Tijdens één van zijn weinige bezoekjes heeft hij me een keer diep gekwetst. Mijn zus was aan het spelen met een timmerbankje met een hamer en vijsjes. Toen zei hij plots tegen mij: ‘Jij mankeert anders ook wel een vijs, net als je moeder.’ Dat zeg je toch niet tegen een kind!

»Onlangs heb ik hem toch nog een keer opgezocht – uit nieuwsgierigheid, denk ik. We hadden afgesproken in het stationsbuffet van Dendermonde. Ik zag hem eerst in de weerspiegeling van het venster: hij zag er niet uit! Eerst wilde ik me niet omdraaien, maar toen belde hij op mijn gsm: begon dat ding op tafel te rinkelen en moest ik me wel omdraaien. Eerst geloofde hij niet dat ik het was: ‘Zo’n mooie meid, dat kan mijn dochter niet zijn!’ Nee, dat wil ik nooit meer meemaken. Ik heb hem niet uitgenodigd op mijn huwelijksfeest.»

HUMO Heeft die tijd bij je pleegouders een grote rol gespeeld in wie je later geworden bent?

Goedele «Zeker. Maar was ik langer bij hen gebleven, dan stond ik nu misschien nog verder. Ik weet zeker dat ik mijn school dan wel had afgemaakt.»

HUMO Ben je altijd contact met je pleeggezin blijven houden?

Goedele «We hebben elkaar lang niet gezien. Op een dag was ik bij mijn schoonouders en zag ik een mevrouw uit een auto stappen: mams. Ik ben direct naar haar toegelopen. ‘Je bent geen haar veranderd!’ zei ze. Het klikte meteen weer zoals vroeger. Sindsdien kom ik geregeld bij hen over de vloer. Ook mijn vriendin hebben ze direct aanvaard. Af en toe, als ik wat aandacht nodig heb, stuur ik mams een sms om te zeggen dat ik haar graag zie. En dan antwoordt zij: ‘Ik zie je even graag als mijn eigen kinderen.’

»Mijn vriendin en ik proberen al een tijdje zwanger te raken, voorlopig zonder succes. Lukt het niet, dan willen we pleegzorg of adoptie overwegen. Liever adoptie: bij een pleegkind zou ik bang zijn om gehecht te raken aan een kind dat je toch weer moet loslaten. En loslaten heb ik al net iets te vaak moeten doen.»

'Ik heb op geen enkel moment gedacht: ‘Hm, zouden we niet beter een goudvis nemen?'


De ervaren pleegouders: ‘Simpele dingen’

Luc «Al sinds ’92 vangen Karin en ik pleegkinderen op. Waarom we ermee begonnen zijn? Omdat we altijd al een groot gezin wilden, en ook voor onze vijf kinderen: om hun te tonen dat niet iedereen het geluk heeft in een warm nest op te groeien.»

Karin «We hebben hen altijd bij onze keuze voor pleegzorg betrokken. Op den duur wisten ze hoe laat het was als we weer eens zeiden: ‘Mannekes, tijd voor een familieraad!’ En altijd was het antwoord ja. Zelfs al zaten we met een vol huis, dan nog kon er wel een pleegkindje bij: ‘Kom, je mag op mijn kamer slapen. Ik haal het kampeerbed wel boven.’

»Onze eigen kinderen mochten er niet onder lijden: daar trokken wij de grens. Daarom hebben we ook altijd gekozen voor pleegkinderen die gewoon kunnen meedraaien. Een pleegkind mag je gezin niet ontwrichten – dan werkt het niet.»

Luc «Af en toe was het wel zwaar. Na een bezoekje van haar vader kwam Ilse bijvoorbeeld eens thuis met haar zakken vol gestolen snoep: ‘Papa zei dat ik dat mocht meenemen.’ Daar sta je dan, als pleegouder. We zijn ’s avonds met haar naar die winkel teruggegaan om alles op te biechten en te betalen.»

HUMO Dat de omgang met natuurlijke ouders soms stroef verloopt, daar hoor je pleegouders wel vaker over klagen.

Karin «De meeste natuurlijke ouders zijn dankbaar dat wij hun kinderen een thuis geven, maar af en toe heb je een ouder die je het gevoel geeft dat je zijn kind afpakt. En dan zijn er weleens wrijvingen. Een voorbeeld: op een keer hadden we het haar van een pleegzoontje laten knippen; de week nadien ging hij op bezoek bij zijn mama en kwam hij met een totaal andere coupe terug. Alsof ze wilde tonen: ‘Ik beslis wat er met mijn kind gebeurt.’ Nu, we begrijpen wel dat zoiets gevoelig kan liggen.

»Hoe het pleegkind zijn pleegouders het best noemt, dat is ook vaak wat zoeken. Sommige ouders zien er geen graten in dat hun kind ons aanspreekt met ‘mams’ en ‘paps’; anderen houden het liever op ‘tante’ of ‘Karin’. Zelf heb ik liever niet dat een pleegkindje me zo aanspreekt, omdat dat verwarrend kan zijn: niet elk kind vertelt graag op school dat hij in een pleeggezin woont – kinderen willen toch vooral graag zijn zoals de rest, hè.»

Luc «We vinden het geen grote moeite om pleegkinderen in het gezin te betrekken. Werd er bijvoorbeeld een baby geboren, dan stonden de namen van de pleegkindjes die op dat moment bij ons woonden gewoon mee op het geboortekaartje.

»Het enige verschil is dat een eigen kind makkelijker dingen van je gedaan krijgt. Bij een pleegkind ben je net iets consequenter: nee is nee.»

Karin «Ja, maar dat komt ook omdat Pleegzorg Vlaanderen dat vraagt. Vaak hebben pleegkinderen iets meer structuur nodig. Niet dat ze hier meteen een waslijst met regels krijgen: meestal voelen ze zelf aan wat mag en wat niet mag. Da’s ook het voordeel als je zelf al kinderen hebt: de pleegkinderen volgen gewoon de rest en ze corrigeren elkaar.»

HUMO Maakt jullie omgeving een onderscheid tussen jullie eigen kinderen en jullie pleegkinderen?

Karin «Familie en vrienden zeker niet. Ook op het werk maken ze er geen probleem van als ik verlof moet nemen voor Felix, ons pleegkindje van vijf.»

Luc «De meeste mensen vinden het chapeau wat we doen. ‘Ik zou het niet kunnen!’ – die reactie krijgen we vaak.»

Karin «Toen ze zagen hoe goed dat hier verliep, zijn vrienden van ons zelf ook met pleegzorg begonnen, terwijl ze zelf toch ook al een groot gezin hadden. Vroeger gingen we weleens samen met hen naar Center Parks. Dan zag je ze daar grote ogen opzetten: ‘Zijn jullie van een instelling of zo?’ (lacht)»

HUMO Voor veel pleegkinderen was op reis gaan wellicht een totaal nieuwe ervaring.

Karin «Klopt. Sommigen praten er nog altijd over. »Het is vaak aanpassen voor pleegkinderen. Dat merk je vooral aan kleine dingen. Ik vraag bijvoorbeeld geregeld aan de kinderen: ‘Zeg eens, wat eten we vandaag?’ De eerste keer dat ik dat vroeg aan Bieke, die net uit een instelling kwam, was dat kind verwonderd: ‘Dat heeft nog nooit iemand aan mij gevraagd!’»

Luc «Ik herinner me ook hoe de boterhammen van David ’s ochtends absoluut moesten klaarliggen, anders raakte hij in paniek – bij zijn mama moet hij soms honger geleden hebben. Hij was ook altijd bang dat we hem na school niet meer zouden komen ophalen. Hard om te zien, maar tegelijk deed het deugd dat wij hem wél zulke simpele dingen konden bieden.»

HUMO Pleegzorg komt vaak neer op een verschuiving tussen sociale klassen.

Karin «En dat is goed; het geeft veel kinderen een kans om uit de kansarmoede te breken. Bijvoorbeeld als ze lang genoeg bij hun pleeggezin blijven om op te groeien en een partner te vinden die het beter heeft. Zo hoeven hun eigen kinderen later niet dezelfde problemen door te maken.»

Luc «We maken ons geen illusies: vaak is pleegzorg een druppel op een hete plaat. En toch: jaren later van expleegkinderen horen hoe dankbaar ze nog altijd zijn, dat voelt fantastisch.»

'Hoe hecht je band met je pleegkind ook is: de bloedband met zijn natuurlijke ouders is heilig'

HUMO Afscheid nemen: raak je daar als doorgewinterde pleegouder ooit aan gewend?

Luc «Het blijft zwaar, maar hoe hecht je band met je pleegkind ook is: de bloedband met zijn natuurlijke ouders is heilig. Zelfs als een pleegkind al uren op z’n mama zit te wachten, met z’n neus tegen het vensterraam, en die mama op het laatste moment afbelt, dan nog mag je niet zeggen: ‘Da’s toch wel erg van je mama.’

»Aan de andere kant: omdat jij die bloedband niet hebt, is het iets gemakkelijker om weer afscheid te nemen.»

HUMO Hebben jullie achteraf altijd contact gehouden?

Karin «Meestal wel, ja. Bieke en David waren onze eerste pleegkindjes; hun mama had zich met een drankprobleem laten opnemen. Ze zijn toen negentien maanden bij ons gebleven, maar jaren later zijn ze nog eens teruggekeerd, mét een halfzus erbij. Kennelijk hadden ze zelf aan de pleegzorgdienst gevraagd of ze weer bij ons mochten komen wonen. Bieke moest net haar plechtige communie doen. Ik zie haar hier nog in tranen staan: ‘Ik heb niks om aan te trekken!’ Toen zijn we in allerijl van alles gaan kopen om haar alsnog een leuk feest te geven.

»Op haar zeventiende is ze zelfs nóg een keertje teruggekeerd: toen was ze zelf wat ontspoord en bij de politie beland. We hebben even getwijfeld – onze eigen kinderen waren net aan het puberen. Uiteindelijk heeft ze hier nog een jaar gewoond en ik moet zeggen: ze gedroeg zich als een bijou. Zei ik: ‘Om twaalf uur thuis’, dan stónd ze hier om twaalf uur.»

Luc «Daarna is ze zelfs serieus beginnen te studeren. Ja, dat meisje wist heus wel wat ze wilde. Ze had alleen even een houvast nodig.»

Karin «We hebben nooit een kind geweigerd. Op dat vlak worden we prima begeleid: onze pleegzorgdienst wéét wie bij ons past.

»Enkele jaren geleden hebben we even overwogen om ermee te stoppen. We vonden dat we onze maatschappelijke plicht zo onderhand wel hadden vervuld. Maar toen kwam dat telefoontje voor Felix, die al een jaar in een instelling zat voor niet-begeleide minderjarigen. We kregen het niet over ons hart hem daar te laten zitten.»

Karin «Ik denk wel dat Felix ons laatste pleegkind wordt. We worden stilaan zelf wat ouder en dat voel ik. Toen ik hem vorig jaar leerde fietsen, was ik bekaf van achter hem aan te hollen.»

Luc «Wat we bij het begin voor ogen hadden – onze kinderen een ruimere blik op de wereld bieden – hebben we sowieso bereikt. Heeft er een klasgenootje thuis problemen, dan zit die binnen de kortste keren mee aan onze keukentafel of wordt het logeerbed weer bovengehaald. Ze staan stil bij het leed van anderen, en dat is fijn om te zien.»


De natuurlijke moeder: ‘Een andere uitweg’

Esther Sanchez «Ik was al even samen met mijn vriend toen hij van mij een kindje wilde. Toen ik niet veel later in verwachting bleek, veranderde hij plots van mening: hij wilde vrij zijn, zei hij. Ik heb er weinig woorden aan verspild: ‘Daar is de deur!’ Het duurde niet lang of ik kwam hem tegen met een andere vrouw. Bovendien ging hij overal in het dorp rondstrooien dat het kind niet van hem was. Kreeg ik ook dát te verwerken.

»Ik heb er nog geen moment spijt van gehad dat ik mijn baby toen heb gehouden – ik ben er volledig voor gegaan. Maar na Danny’s geboorte liep alles mis: ik kon mijn appartement niet langer betalen en moest terug bij mijn ouders intrekken. Omdat Danny zo slecht sliep, kwam ik op den duur niet meer tot rust. Zo ben ik in een zware depressie beland – ik wist uit het verleden dat ik daar vatbaar voor was. Ik nam medicatie, maar die hielp niet. Ik heb meer dan eens aan het kanaal gestaan: ‘En nu gooi ik me erin.’»

HUMO Weerhield de gedachte aan je baby je ervan de stap te zetten?

Esther «Integendeel. Ik dacht alleen nog: ‘Wat hééft Danny aan me?’ Niet dat ik hem ooit heb verwaarloosd – ik kon hem wel eten geven en een badje. Maar hem aandacht geven, dat kon ik niet. Dat is het rotste gevoel dat er bestaat: als je moet toegeven dat je niet voor je eigen kind kan zorgen. »Geen idee waar ik de kracht vandaan haalde, maar op één van die keren aan het kanaal dacht ik plots: ‘Er móét een andere uitweg zijn.’ Ik ben naar huis gegaan, heb de Gouden Gids genomen en ben lukraak naar kinderopvang beginnen te zoeken. Zo ben ik bij Molenberg beland, een centrum waar ze kinderen opvangen van ouders die het moeilijk hebben, desnoods ook ’s nachts. Ik mocht Danny onmiddellijk drie dagen per week brengen, maar dat bleek al snel niet genoeg: ik slaagde er maar niet in mijn depressie te overwinnen.»

HUMO Kon je niet bij familie terecht?

Esther «Nee. Dat vangnet heb ik niet. Die mensen hebben allemaal hun eigen leven.

»Het was de begeleidster van Molenberg die als eerste het woord ‘pleegzorg’ liet vallen. Eerst schrok ik: ik kende pleegzorg alleen als iets dat door een jeugdrechter wordt opgelegd; ik begreep niet hoe mijn situatie in dat plaatje paste. Na een maand of twee nadenken zag ik in hoe goed het voor Danny zou zijn: hij zou opgroeien met een mama én een papa – dat kon ik hem niet geven. Ik nam mezelf voor: ‘Ik zorg eerst dat hij op een goeie plek terechtkomt, daarna kan ik er voor mezelf nog altijd een einde aan maken.’

»Voor het zover was, zijn er nog tal van gesprekken met psychiaters en psychologen geweest. Ik had het gevoel dat ze mijn situatie volkomen begrepen, en toch: toen de kogel eindelijk door de kerk was en ze een pleeggezin hadden gevonden, voelde dat als een enorm verlies. Ik zie mezelf nog altijd in mijn auto huilen – uren heb ik daar zo gezeten.

»Ik zal de datum nooit vergeten: op 21 juli 2003 is Danny bij Anja en Jimmy gaan wonen. Hij was bijna twee.»

'Het heeft jaren geduurd, maar intussen voel ik me geen slechte moeder meer. Ik heb mijn zoon tot een prachtkind zien opgroeien' Esther

HUMO Wat was je eerste indruk van hen?

Esther «Het waren gewone, eenvoudige mensen. Bij één van onze eerste ontmoetingen heb ik hun verteld dat Danny een schat was, maar dat hij soms wat vermoeiend kon zijn. Anja lachte, alsof ze wilde zeggen: ‘Dat vinden we helemaal niet erg.’ Toen wist ik: ‘Dit komt goed.’

»Ik heb Anja en Jimmy toen ook gezegd dat ze van Danny mochten houden als was hij hun eigen kind, en dat hij ook van hen mocht houden als waren zij zijn echte ouders. Ik begrijp dat sommige natuurlijke ouders daar bang voor zijn, maar voor mij was dat een vereiste: Danny moest zich absoluut geliefd voelen.

»Na de eerste bezoekweekends kon Danny weleens hartverscheurend huilen als ik hem terugbracht. Dan zat ik zelf ook een potje te janken achter het stuur op de terugweg. Maar dan belde Anja altijd: ‘Esther, het is goed, hoor. Hij is weer rustig.’»

HUMO Hoe reageerde je omgeving?

Esther «Ik ben er altijd open over geweest, ook al voelde ik dat veel mensen me veroordeelden. Ze vonden me een slechte moeder. Ik had zogezegd voor de gemakkelijkste oplossing gekozen: mijn kind liet ik opvoeden door een ander, ter wijl ik zelf deed wat ik wilde. Wisten zij veel hoeveel pijn ik leed. Ik hield me recht door de gedachte: ‘Ik heb mijn zoon niet meegesleurd in mijn miserie.’

»Ik heb nog twee oudere kinderen, en zij hebben mij nooit veroordeeld. Tamara heb ik alleen opgevoed; ze heeft acht jaar in Brussel gestudeerd en is onlangs weer thuis komen wonen. Anthony was zeven toen ik het hoederecht aan zijn papa heb gegeven; hij is nu twintig en we zien elkaar geregeld. Alle drie mijn kinderen hebben een heel goeie band met elkaar.»

HUMO Wanneer heb je Danny uitgelegd waarom hij niet bij zijn mama kon wonen?

Esther «Daar heeft Anja me bij geholpen: vanaf zijn zesde vertelde ze hem dat mama ziek was en daarom niet voor hem kon zorgen. Waarop hij me tijdens een bezoek trots kwam zeggen: ‘Mama, ik weet hoe het zit: jij bent ziek in je kop en daarom kan je niet voor me zorgen.’ (lacht) Hij kon zo lief zijn. Dan bracht hij me een glas water als ik doodvermoeid op de zetel lag: ‘Mama, ik zal wel voor je zorgen’

»Danny komt hier nu om de twee weken van vrijdag tot zondag, en de helft van elke vakantie. We genieten er allebei van. Maandag is voor mij lang een rotdag geweest, omdat het huis dan weer leeg is, maar na acht jaar ben ik er eindelijk aan gewend. »Tijdens het weekend vertelt hij weleens over zijn mammie – intussen zijn Anja en Jimmy uit elkaar en is zij een alleenstaande moeder – maar ik ga hem er zeker niet over uithoren. Anja en ik trekken ook altijd aan hetzelfde zeel wat zijn opvoeding betreft, en ze betrekt me bij alle grote beslissingen: voor welke school kiezen we, mag hij bij de Chiro? Ik blijf nog altijd zijn mama, hè. Maar of Anja hem nu melk of limonade geeft bij zijn boterhammen, daar bemoei ik me niet mee. Eigenlijk heeft Danny het een stuk beter dan een kind van gescheiden ouders, die soms bekvechten om elk detail.

»Het heeft jaren geduurd, maar intussen voel ik me geen slechte moeder meer. Ik heb mijn zoon tot een prachtkind zien opgroeien. De schuldgevoelens zijn ook weg, vooral dankzij de begeleiding die ik al die jaren kreeg van de pleegzorgdienst.»

HUMO Hoe groot is de kans dat Danny weer bij jou komt wonen?

Ester «Die vraag krijg ik vaak. Dan zeg ik altijd: ‘Danny’s wortels liggen bij Anja en hij is daar gelukkig.’ Hij heeft daar ook zijn pleegzus – Anja heeft nog een meisje in pleegzorg dat ongeveer even oud is – en een hele familie, met oma en tante en nonkel en neefjes en nichtjes. Dat ik als mama mijn zoon graag bij me heb en hem mis, is voor mij geen reden om hem dat af te nemen.»


De prille pleegouders: ‘We doen het!’

HUMO Als pleegouders van een peuter hebben jullie veel belang bij het decreet dat nu op tafel ligt: voor kinderopvang zullen jullie straks wellicht het laagste tarief betalen, in plaats van de volle pot. Zijn daarmee alle financiële obstakels voor pleegzorg van de baan?

Wouter «Voor mijn part mogen ze dat minimumtarief ook op het ziekenfonds toepassen: creëer een voordelig statuut voor pleegkinderen, zodat het remgeld voor de pleegouders zo laag mogelijk blijft. Nu kunnen medische kosten weleens oplopen, zeker als het gaat om een baby.»

Wim «Het zou fijn zijn als pleegzorg een nuloperatie zou worden. We kennen mensen die best wel een pleegkind willen opvangen, maar de boot om financiële redenen afhouden. Da’s jammer.»

Wouter «In december had Lucas RSV en moest hij in het ziekenhuis opgenomen worden. Een kind van anderhalf kan je daar toch niet alleen laten? Maar een pleegouder heeft geen recht op zorgverlof. Je hebt wel zes dagen pleegverlof per jaar, maar die zijn bedoeld om administratieve zaken af te handelen – als je naar de jeugdrechtbank moet, bijvoorbeeld.»

Wim «Er is ook geen speciaal verlof voorzien om je pleegkind in het begin op te vangen. In ons geval was dat wel even vervelend, want het is allemaal vreselijk snel gegaan. Op vrijdag kregen we een telefoontje dat ze dringend op zoek waren naar een gezin voor een éénjarig jongetje; op maandag konden we zijn dossier inkijken; op dinsdag hebben we beslist: ‘We doen het!’ – en op vrijdag was Lucas er al.»

Wouter «Zo snel gaat het normaal niet: doorgaans zijn er wenmomenten en logeerweekends. Bij Lucas moest er gewoon snel een oplossing gevonden worden: zijn mama was uit the picture verdwenen en zijn papa kan om praktische redenen niet voor hem zorgen.»

Wim «Voor de rest heeft hij een vrij normaal leventje achter de rug: zijn papa ziet hem graag en omgekeerd ook.

»Tijdens onze intake hadden we gevraagd alleen pleegkinderen zonder al te grote problematiek te ontvangen. Voor een kind met pakweg een drugsverleden voelen we ons als kersverse pleegouders niet klaar. Je mag heel precies aangeven wat voor kindje je wilt: geslacht, leeftijd, godsdienst... Bij ons was vooral de leeftijd van belang: van nul tot twee jaar. Omdat onze vrienden ook nog jonge kinderen hebben.»

HUMO Hebben jullie eigenlijk een babyborrel gegeven om de komst van Lucas te vieren?

Wim «Nee. Zoiets vonden we niet gepast: dat een kindje niet meer bij zijn natuurlijke ouders kan blijven, is niet bepaald een reden om te vieren.

»Je merkte ook aan Lucas dat het afscheid met zijn papa emotioneel zwaar was: niet dat hij huilde, maar hij viel wel als een blok in slaap zodra hij in onze auto zat. Op de één of andere manier moet hij dat toch beseft hebben.»

HUMO Wie heeft Lucas aan jullie overgedragen?

Wouter «De begeleidster van de pleegzorgdienst. We hebben Lucas’ papa wel eerst ontmoet op de dienst: hij wilde zien bij wat voor mensen zijn zoon terecht zou komen. Hij zat er een beetje mee dat we een homokoppel zijn, denk ik.»

Wim «Intussen staan we een jaar verder en iedereen is gelukkig – Lucas, zijn papa, wij.»

HUMO Weten jullie eigenlijk hoelang Lucas nog bij jullie blijft?

Wouter «Nee. Bij de intakegesprekken kregen we de keuze tussen crisisopvang – dat is voor maximum één maand – of langdurige opvang. Wij hebben voor het tweede gekozen, al is dat relatief: als Lucas’ papa morgen beslist dat hij weer zelf voor zijn zoon wil zorgen, kan het vlug gaan. Dat komt omdat het een vrijwillige plaatsing is. Wordt de plaatsing opgelegd door de jeugdrechtbank, dan kan die beslissing maar één keer per jaar herbekeken worden.»

HUMO Als pleegouder weet je op voorhand wel dat het tijdelijk is.

Wim «Daar hamert de pleegzorgdienst van bij het begin op: ‘Een pleegkind zal nooit jouw kind worden.’ Ze hebben ons ook gewaarschuwd: ‘Reken niet op veel begrip van je sociaal netwerk. Op het ogenblik dat Lucas weggaat, zal iedereen zeggen: ‘Dat wist je toch!’’»

Wouter «Die onzekerheid heb ik al een plaatsje kunnen geven. Nu geniet ik gewoon van mijn tijd met Lucas.

»We weten ook: als hij straks terug naar zijn papa gaat, zal hij in goede handen zijn. Dat maakt het een pak draaglijker.»

HUMO Komt pleegzorg niet altijd neer op hechten met de handrem op?

Wim «Nee. Dat kán je niet. Je kan iemand niet voor zestig procent graag zien.»

Wouter «In het begin lijkt het of je aan het babysitten bent op het kindje van vrienden. Maar na een tijd voel je dat het méér wordt: je wordt bezorgder en gaat hem sneller missen als hij er even niet is.

»Om de twee weken brengen we Lucas op zaterdag naar zijn papa, en op zondag komt hij terug. Voor Lucas hebben die weekends nooit een probleem gevormd.»

Wim «Zijn mama ziet Lucas voorlopig niet. Gisterennacht begon hij plots te roepen: eerst om Wouter en mij; toen dat niet werkte om zijn papa; en toen die niet kwam, riep hij plots om zijn mama. Hij kent haar niet, maar hij hoort dat van de andere kindjes in de crèche.»

HUMO Jullie noemt hij dus Wouter en Wim?

Wim «Niet dat zijn papa daar per se op stond, maar hij apprecieert wel dat we zijn zoon duidelijk maken dat hij maar één vader heeft.»

HUMO Waarom hebben jullie niet voor adoptie gekozen?

Wim «We hebben het even overwogen. In België mogen homo’s wel adopteren, maar veel andere landen staan dat niet toe. Oké, je kan altijd voor binnenlandse adoptie kiezen. Dat gaat dan over zo’n vijfentwintig à dertig kinderen per jaar. Als zo’n kindje dan bijvoorbeeld bij een moslima geboren wordt, is die meestal niet bereid om het door een homokoppel te laten adopteren. We hadden geen zin om tien jaar op een wachtlijst te staan en dan alsnog door iedereen voorbijgestoken te worden.

»Bovendien is bij adoptie de begeleiding achteraf nihil, terwijl wij altijd op de pleegzorgdienst kunnen terugvallen.»

HUMO Is jullie homo-zijn tijdens de selectieprocedure een issue geweest?

Wouter «We voelden ons even welkom als de hetero’s. Natuurlijk werden er wel vragen gesteld, maar die waren vooral van praktische aard: ‘Stel dat jullie de zorg voor een meisje krijgen en ze bereikt de tienerleeftijd, hoe ga je daar dan mee om?’ Niet dat ze een antwoord verwachten, ze willen gewoon dat je daar even bij stilstaat.»

Wim «Tijdens de infosessies vooraf krijg je soms ook de vreselijkste cases te horen: over een meisje van drie maanden waarvan de vagina door de papa als asbak was gebruikt, of over een kind dat steelt. Allemaal in de hoop dat je probleemsituaties snel zal herkennen en ingrijpen.»

Wouter «Het is niet de bedoeling kandidaat-pleegouders af te schrikken. Iedereen die samen met ons de intake heeft gevolgd, heeft inmiddels een pleegkind.»

Wim «Ik heb op geen enkel moment gedacht: ‘Hm, zouden we niet beter een goudvis nemen?’»

HUMO De belangrijkste reden voor pleegouders om ermee te stoppen is het gebrek aan inspraak.

Wim «Daar kunnen wij inkomen. Pleegouders hoeven bijvoorbeeld niet gehoord te worden door de jeugdrechtbank.»

Wouter «Eigenlijk ben je overgeleverd aan de goodwill van anderen: er wordt alleen naar je mening gevraagd als zij zin hebben om naar je te luisteren. »Nog zo’n onzekerheid: als Lucas straks terugkeert naar zijn papa, zullen we hem dan nog mogen bezoeken? Dat bepalen de natuurlijke ouders, tot nader order. Het zou fijn zijn als we daar gewoon recht op zouden hebben.»

HUMO Zouden jullie het pleegouderschap ondanks alles aanraden?

Wim «Absoluut. De onzekerheid en het soms nog manke statuut wegen niet op tegen alle fijne momenten: Lucas zien lachen, een knuffel van hem krijgen, hem voor het eerst iets nieuws zien doen... Het is sowieso een winwinsituatie, voor ons én voor hem. Je moet heus geen halve heilige zijn om pleegouder te worden. Puur uit opportunisme kan ook (lacht)

* De namen van alle pleegkinderen behalve Goedele zijn gefingeerd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234