null Beeld

Dossier Schuld en Boete: Gilbert Degrave, de trucker van de brand in de Mont Blanctunnel

'Het moest daar ooit fout lopen. Alleen had ik niet gedacht dat ik het van dichtbij zou meemaken.' Gilbert Degrave, de vrachtwagenchauffeur van de brand in de Mont Blanctunnel.

Redactie

(Verschenen in Humo 3518 op 5 februari 2008)

'Ik had altijd weer dezelfde nachtmerrie: een ontploffing, een vuurbal en ik er midden in'

Wat zich in de late ochtend van woensdag 24 maart 1999 afspeelde halfweg de tunnel die Frankrijk met Italië verbindt, is met geen pen te beschrijven. Als de koeltruck van Gilbert Degrave, die bloem en margarine vervoert, vuur vat, verandert de mollenpijp in een mum van tijd in een vuurzee waar geen doorkomen meer aan is. Degrave kan als bij wonder aan de steekvlam ontsnappen. De auto’s achter hem zijn minder fortuinlijk: drie vrachtwagens gieren hem in de dichte rook nog voorbij, alle andere gaan in vlammen op. Negenentwintig mensen stikken of worden levend verbrand in een temperatuur van rond de duizend graden. Mede door het falen van de veiligheidsdiensten maken zij geen enkele kans. Het duurt meer dan twee dagen voor de brand geblust is. Uit het onderzoek achteraf blijkt dat videocamera’s niet werkten en noodsluizen niet bereikbaar waren. Ook de organisatie was een ramp: een Heizeldrama op de openbare weg.

‘Die dag gebeurde wat wij, truckers, al lang hadden voorspeld,’ zegt Gilbert Degrave. ‘Het moest daar ooit fout lopen. Alleen had ik niet gedacht dat ik het van dichtbij zou meemaken.’

null Beeld

Behalve Degrave veroordeelde de rechter in Bonneville ook de Franse veiligheidschef van de tunnel (30 maanden, waarvan zes effectief), de burgemeester van Chamonix (zes maanden met uitstel), de concessiehouder (twee jaar met uitstel) en de drie exploitatiemaatschappijen van de tunnel (250.000 euro samen) – draconische straffen kon je het bezwaarlijk noemen. Vrachtwagenbouwer Volvo werd vrijgesproken.

Degrave, een hoekige maar niet onvriendelijke man uit de buurt van Komen, schiet nog altijd in overdrive als hij over het vonnis begint. Het zit hem hoog dat ze hem, de kleine camionneur, de zwartepiet hebben toegeschoven. Het is altijd hetzelfde, bromt hij: ‘Mensen noemen ons ‘de moordenaars van de weg’. Cowboys, gekken en imbecielen die naar niks of niemand omkijken. Mij zul je niet horen beweren dat er geen halve garen rondrijden, alleen, ze zijn maar een kleine minderheid. En wij krijgen allemaal de naam.’


De vuurbal

Gilbert Degrave was niet voorbestemd voor het transport. Hij had graag gestudeerd voor ingenieur bouwkunde, maar thuis zaten ze na de dood van zijn vader nogal krap bij kas, en dus begon hij als jongen van veertien in de bouw. Hij zou snel opklimmen tot werfleider, maar zijn koffers stonden altijd klaar om, als het bouwbedrijf beroerde tijden doormaakte, in zijn truck de wereld te veroveren. De bouw en het transport, entre les deux son coeur balançait.

Gilbert Degrave «Alles bij elkaar heb ik dertig jaar gereden: meer gereden dan gebouwd, dat is zeker. Ik hield van het avontuur. In België, Nederland, Duitsland en Frankrijk rondjes om de kerktoren draaien was niks voor mij. Ik reed naar Sicilië, en van Sicilië naar Griekenland, en van Griekenland naar Portugal, en van daaruit weer naar Italië – als ik niet af en toe bij mijn patron op een paar dagen rust aandrong, liet hij me maandenlang door Zuid-Europa reizen. Dat stoorde me niet: ik deed het graag.»

HUMO Hoeveel kilometer reed u per dag?

Degrave «In het begin reed ik dag en nacht, zondag en weekdag. Ooit heb ik in één jaar tijd 240.000 kilometer gedaan. Dat hebben ze voor mij moeten uitrekenen, ik wist dat zelf niet. Mij interesseerde alleen: rijden, reizen, zien. Ik heb natuurlijk niet veel bezienswaardigheden bezocht, en zo’n camion is ook niet handig om de Boulevard des Anglais in Nice mee te verkennen, maar het allerbelangrijkste was: ik was ergens anders. Begrijpt u? »Met al die nieuwe reglementeringen kom je tegenwoordig bijna niet meer aan rijden toe. Je verspeelt zoveel tijd met wachten dat je minstens vijftien uur per dag achter het stuur zit. En die stress! Op je gemakje 120 per uur rijden kan niet meer. Je moet van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat goed uit je doppen kijken. En nog zijn de bazen niet tevreden, comme toujours.»

HUMO Zullen we even terugkeren naar dinsdag 23 maart ’99, de dag waarop u richting Mont Blanctunnel vertrok. Was u, om wat voor reden ook, gestrest?

Degrave (hoofdschuddend) «Ik ben vertrokken bij Puratos in GrootBijgaarden. Mijn bestemming was Parma: ik kende de route, ik ging daar vaak naartoe.»

HUMO Puratos was een klant. Voor welk transportbedrijf reed u in die tijd?

Degrave «Vandevoorde uit Jette.»

HUMO Zeker weten? Achteraf is er nog discussie geweest of u daar wel een contract had.

Degrave «Ik werkte bij Majestic in Tienen. Daar had ik ruzie gekregen over een nieuwe truck, waarna ik naar Vandevoorde ben getrokken. Hij hééft me een arbeidscontract gegeven – dat papier heb ik nog. Hij moest me nog inschrijven in Luxemburg, waar de zetel van zijn bedrijf was, maar dat heeft hij nooit gedaan. Hij heeft me ook nooit betaald, overigens. Ja, hij gaf me geld voor mijn onkosten onderweg, de diesel en zo, maar ik heb geen cent salaris gezien.

»Een week voor het ongeluk had ik tegen hem gezegd: ‘Ik rij nog één keer naar Parma; daarna wil ik mijn salaris, anders is het afgelopen.’ Vijf maanden lang had ik niks verdiend, pour l’amour du métier. Maar stress gaf me dat niet, helemaal niet: als ik niet betaald kreeg, ging ik toch gewoon voor een ander bedrijf rijden? Iedereen in de sector kende me.»

HUMO De volgende ochtend hebt u naar verluidt nog uw vrachtwagen gecontroleerd.

Degrave «Deed ik elke dag, even rond de vrachtwagen lopen. Kijken of de oplegger nog goed aan de trekker vastzat. Richtingaanwijzers checken. Lichten. Banden. Zeil. Dat soort dingen. Ik had geslapen op mijn vaste parking in Bourg-en-Bresse. Brussel – Bourg-en-Bresse, dat is acht uur en drie kwartier rijden. De ideale plek om te rusten voor de volgende dag.»

HUMO Is het van daaruit nog ver naar de Mont Blanctunnel?

Degrave «Tweeënhalf uur.

»Net voor de klim naar de tunnel heb ik nog controle gehad van de Franse gendarmerie. Niet erg: ik wilde toch even stoppen, want ik moest naar het toilet. Ik weet nog dat ik die gendarmes vroeg me zo snel mogelijk te controleren: ‘Ik moet héél dringend.’ – ‘Pas notre problème,’ zeiden ze (lacht).

»Die controle is goed verlopen, ik ben naar het toilet gerend, en achteraf heb ik nog een koffie gedronken. Ik had een zee van tijd, want ik moest de volgende dag pas lossen in Parma. Pas daarna ben ik naar boven gereden en in de rij gaan staan voor de péage.»

HUMO Voor de hoeveelste keer deed u dat, denkt u?

Degrave «Vierhonderdste keer? Vijfhonderdste? Zoiets.»

HUMO Met welk gevoel was u altijd door de tunnel gereden?

Degrave «Ik mag niet zeggen dat ik de tunnel haatte, maar wij chauffeurs waren er wel bang voor. We wisten dat het link was. Als je te veel naar rechts uitweek, kon je de kantsteen en het gewelf raken. En links moest je ook uitkijken: er was zo weinig ruimte. Ik had al twee achteruitkijkspiegels aan tegenliggers verloren in die tunnel.

»Die dag ben ik rustig binnengereden, mine de rien. Ik had geen rook gezien, en de man aan het loket had ook niks opgemerkt. Pas na verloop van tijd gingen vrachtwagens uit de andere richting met hun lichten knipperen. De eerste na een kilometer of vier, even voor halfweg. Dat was vreemd. Knipperen met je lichten doe je om elkaar gedag te eggen, maar nooit in een tunnel: je dreigt elkaar te verblinden.

»Een meter of vijfhonderd verderop gebeurde het weer: de grote lichten van een tegenligger – aan en uit. Toen begon het me te dagen: er moet iets ernstigs aan de hand zijn. Een paar seconden later knipperde de volgende vrachtwagen weer. ‘Er rijdt vast een ambulance achter me die niet voorbij kan,’ denk ik.

»Ik kijk links in mijn achteruitkijkspiegel en ik zie niks. Ik kijk rechts – en ik schrik me de pleuris: daar kringelde rook op. Maar op mijn dashboard brandde geen enkel lampje, geen enkele indicatie dat het fout ging. Wat moest ik doen? Dénken, zo helder mogelijk blijven denken. Ik dacht: ‘De motor van de koelinstallatie staat in brand.’ Die motor bevindt zich tussen de trekker en de oplegger. Mijn plan was: aan de kant gaan staan, die motor uitzetten en doorrijden. Als ik de tun-nel uit was, kon ik de motor dan van naderbij inspecteren.

»Alleen, het is makkelijker gezegd dan gedaan, stoppen in een tunnel met zo’n semi, een trekker met oplegger. In de tunnel zijn er om de paar honderd meter parkeerhavens, maar die zijn te eng om in één keer in te rijden. Je kunt erin, maar dan moet je manoeuvreren, en je legt het verkeer stil. Ik heb dan maar mijn knipperlichten opgezet en ben heel langzaam vertraagd, zonder te remmen, om geen kettingbotsing te veroorzaken – er is ook geen enkele auto op een andere gebotst.

»Er brandde nog altijd geen lichtje op mijn dashboard. Bon, ik stap uit. De vrachtwagens achter me staan stil, op drieà vierhonderd meter. Terwijl ik naast de truck sta, is de rook al overal. Hij komt, merk ik, van onder mijn stuurcabine, waar de turbo zit. En twee, drie seconden later volgt een ontploffing: stuurcabine in lichterlaaie. Ik probeer de brandblusser nog te grijpen, maar de vlammen gaan veel te hoog. Er komt een vuurbal op me af: ik moet rennen voor mijn leven.

»(Nadrukkelijk) Ik heb altijd volgehouden: het komt van mijn turbo, die knal. Anders is het niet te verklaren.»

HUMO Probeer je op zo’n moment nog te begrijpen wat er gebeurt?

Degrave «Nee, je probeert je leven te redden, zo eenvoudig is het. Ik ben gerend in de richting waar ik nog licht zag. Richting Italië, dus. Lopen, lopen, lopen, tot de eerstvolgende parkeerhaven. Daar stond een agent te bellen met de brandweer. Ze hadden al op de camera’s gezien dat er iets loos was: alle verkeer dat uit Italië kwam, stond stil.

»’Snel, de camionette in,’ zei de agent. ‘Het wordt te erg.’ Onderweg hebben ze alle chauffeurs opgepikt die daar stilstonden – sommige zijn ook zelf teruggereden. (Trots) Geen enkele chauffeur die uit Italië kwam, is in de brand gebleven. Je hoort mij niet zeggen dat ik het leven van die mensen heb gered, maar ik heb wel geholpen.»

HUMO Was u in shock?

Degrave «Ik wist niet precies wat er gebeurde, maar ik voelde het gevaar. Van de drie vrachtwagens die me vanuit Frankrijk nog zijn voorbijgereden herinner ik me niks meer. Trou de mémoire. Is dat het gevolg van een shock? In elk geval: de rest herinner ik me maar al te goed.

»Een getuige heeft me later nog verweten dat ik niet onmiddellijk de hulpdiensten heb gebeld. Momentje, hè. Ik ben uitgestapt om te zien wat er scheelde, en enkele seconden later was er al die vreselijke knal – wat had ik kunnen doen? Maar die getuige zei: ‘Hij is uitgestapt en beginnen te lopen.’ Gelukkig beweerde zijn vrouw, die bij hem was, exact het tegendeel. (Zucht) In dat proces ging het maar om één ding: ik moest hangen. Question d’argent.»


Politiek proces

HUMO Waarom is die vrachtwagen in brand gevlogen, volgens u?

Degrave «Dat is dé vraag, natuurlijk.»

HUMO Het proces heeft geen uitsluitsel gebracht.

Degrave «Het was een politiek proces: men wílde daarover geen uitsluitsel. Frankrijk had net het schandaal met het besmette bloed gehad, ze wilden geen nieuw schandaal. Ze hebben het geregeld op hun manier.

»Volgens mij is een scheurtje in de brandstofdarm de oorzaak: een druppel diesel is terechtgekomen op de oververhitte turbo – de klim naar de tunnel is niet minnetjes – en het zaakje is ontploft.

»Op het proces zei de procureur: ‘Als je was blijven rijden, was er niks ontploft.’ Flauwekul. Als ik was doorgereden, was ik enkele honderden meters verderop ontploft. Dan waren er geen negenendertig mensen omgekomen, maar zestig of zeventig. Dan had geen énkele vrachtwagen me nog kunnen passeren. Dan had ik het verkeer uit Italië ook aangestoken.»

HUMO U beweert dat het proces niet correct is verlopen. ‘Het was politiek’, ‘het ging om geld’ – wat bedoelt u precies?

Degrave «Ze verwijten mij dat ik in de fout ben gegaan door in de tunnel, in volle verkeer dus, te stoppen. Ik kon niet anders! Ze hebben het zelf geprobeerd, een vrachtwagen in de tunnel laten parkeren: het is hen ook pas gelukt in twee tijden. Eén minuut had die vrachtwagen nodig, in ideale omstandigheden: veel licht, geen verkeer. En de stuurcabine was dertig centimeter lager dan de mijne! En er was geen brand! Ik zweer het: als je camion in brand staat, doe je er niet één maar twee minuten over.

»Als ik verneem dat Volvo met 52 procent de hoofdaandeelhouder is van Renault Trucks, is het plaatje voor mij volkomen duidelijk. Volvo mocht geen schuld treffen. Als Volvo zich terugtrekt, boos om een voor hen ongunstig vonnis, bestáát Renault Trucks niet meer.

»Het beste bewijs: in die periode zijn in zes maanden tijd maar liefst 48 vrachtwagens van Volvo in brand gevlogen. Er scheelde wel degelijk iets mee. Mij hoor je niet zeggen dat Volvo de enige schuldige is – daarvoor werden de veiligheidsvoorschriften te veel met voeten getreden – maar ze zijn zonder twijfel medeverantwoordelijk. Na het ongeval hebben ze onmiddellijk hun trucks aangepast: twee, drie kleine dingen veranderd aan de motor. Dat zegt toch genoeg?

»(Zucht) U kunt zich niet voorstellen hoe stuntelig de gerechtelijke experts het ongeval gesimuleerd hebben. In de openlucht, met sinaasappelkistjes en een oude stofzuiger! Zo gingen ze na wat voor effect diesel op een turbomotor heeft. Mijn voorstel was de simulatie te laten plaatsvinden bij Claeys, een specialist in Oostkamp, in de juiste omstandigheden. Dat is gebeurd, en de motor is in brand gevlogen. Alleen: de rechter heeft met die expertise geen rekening gehouden.

»Een Zwitsers expert, een specialist in tunnelbranden, zat helemaal op mijn lijn. ‘Meneer Degrave heeft gelijk: het komt van de motor.’ En: ‘Ik begrijp niet hoe Degrave nog leeft, met al die koolstofdioxide die hij heeft ingeademd.’

»Soms denk ik: degene die achter me reed, had slimmer moeten zijn. Die zag, beter dan wie ook, dat mijn vrachtwagen in brand stond. Die wist hoe groot het gevaar was. Die had, uit eigen beweging, moeten stoppen en iedereen achter zich houden. Waarom is hij me blijven volgen en heeft hij me uiteindelijk, toen ik stilstond, nog ingehaald? Voor de rechtbank zei hij: ‘Moi, j’ai sauvé ma peau’ – hij heeft zijn eigen vel gered. En daar kreeg hij felicitaties voor. Ik begrijp het allemaal niet zo goed.»


Papieren a.u.b.

HUMO Had u, toen u aan de Italiaanse kant weer uit de tunnel kwam, al een idee van de omvang van de ramp?

Degrave «Die agent bracht me naar het kantoor van de directeur. Op talloze schermen zag je de ravage binnen in de tunnel. ‘Heb je gezien wat je hebt aangericht?’ riep hij. Ik kreeg niet de tijd uit te leggen wat me overkomen was. ‘Hebt u uw papieren bij zich?’ vroeg hij. Ik zeg: ‘Papieren? Alles is in vlammen opgegaan.’ Toen kwam hij een beetje bij zinnen: hij stelde voor me door een dokter te laten onderzoeken. ‘Niet nodig,’ zei ik. ‘Maar een kop koffie zou er wel ingaan.’

»In dat kantoor heb ik de Italiaanse exploitant horen bellen met zijn Franse collega. Hij vroeg: ‘Wat doe ik? Je prends les fumées chez nous, ou vous les gardez chez vous? Leid ik de rook af naar de Italiaanse kant van de tunnel, of stuur ik hem naar Frankrijk?’ De Fransen hebben het bestaan van dat gesprek altijd ontkend, maar ik kon het woordelijk volgen – het verliep in het Frans. En ze hebben de rook naar Frankrijk afgeleid. Een stommiteit, natuurlijk: aan de Franse kant stonden er nog tal van wagens mét chauffeurs, aan de Italiaanse kant was iedereen al ontzet.

»Na het ongeval hebben de Fransen nog tien minuten lang auto’s in de tunnel gestuurd. Dát is de waarheid.

»De veroordeelde Franse veiligheidschef is ook maar een sukkelaar. Hij heeft alles op zich genomen: il a été payé pour prendre tout sur sa tête. Er werkte zoveel niet: de video, de telefoon... De Italiaanse brandslang sloot niet aan op de Franse, ongelofelijk maar waar.»

undefined

null Beeld

HUMO Wat hebt u na dat bezoek aan de directeur gedaan?

Degrave «Wat staan lummelen met de andere chauffeurs op een parking: niemand keek naar ons om. ’s Avonds kwam de directeur ons melden dat we met zijn allen in een naburig hotel werden gelogeerd. Daar, in hotel Mont Blanc in Courmayeur, heb ik in het tv-nieuws gezien dat er al twee doden waren. En even later kwam een chauffeur me vertellen dat er al een derde en een vierde waren. Ik zeg: ‘Hou maar op, ik wil het niet meer weten.’ En we zijn gaan slapen.»

HUMO Hebt u goed geslapen? Degrave «Niet geslapen. Mijn Franse collega lag bij mij op de kamer, en hij heeft ook geen oog dichtgedaan.»

HUMO Nachtmerries?

Degrave «Drie maanden lang élke nacht. Vreselijk. Daarna doken ze nog sporadisch op, en na een jaar of drie was het voorbij.»

HUMO Wat zag u in die nachtmerries?

Degrave «Altijd hetzelfde: die vuurbal. De knal van de ontploffing, mijn vrachtwagen schoot in brand en ik zat er middenin. En dan die negenendertig doden: hoe zijn zij aan hun eind gekomen? Pas op het proces heb ik vernomen dat de meesten zijn gestikt – ze zijn niet levend verbrand. Voordien wist ik van niks: als ik iets vroeg, kreeg ik geen antwoord. Ik stelde me de gruwelijkste dingen voor.»

HUMO ’s Anderendaags is de Franse gendarmerie u in het hotel komen oppikken.

Degrave «Samen met de eerste chauffeur die uit Italië kwam, werd ik meegenomen voor ondervraging. In een kwartiertje heb ik uitgelegd hoe mijn vrachtwagen vuur had gevat en wat er daarna was gebeurd; toen mocht ik weer beschikken. Ik vroeg nog: ‘Is het ernstig?’ – ‘Geen idee,’ zei mijn ondervrager. Hij was per helikopter naar Italië overgevlogen, zei hij. Hij wist niet hoeveel slachtoffers er waren.»

HUMO Op dat moment, bijna vierentwintig uur na de feiten, was het vuur nog lang niet geblust.

Degrave «Nee, maar ik had geen idee – niemand zei me wat. Na het verhoor ben ik teruggekeerd naar het hotel, waar ik tot zaterdagochtend ben gebleven, zonder nieuws van wie of wat dan ook. Ik ging er nog altijd van uit dat er vier à vijf doden waren.»

HUMO Wanneer hebt u vernomen dat het er meer waren?

Degrave «Toen ik terug in België was.»

HUMO Pardon?

Degrave «Wat ik zeg: in België. Mijn collega’s waren één voor één uit het hotel vertrokken; ik bleef alleen achter, zonder bericht van de politie. Gelukkig kende de hoteluitbater de plaatselijke commissaris. Na een paar telefoontjes zei hij: ‘U kunt beschikken, naar het schijnt.’ Ik ben dan, vergezeld door twee motards, naar de luchthaven in Turijn gebracht. Daar heb ik het vliegtuig naar België genomen.

»In Brussel stonden vier mensen me op te wachten: mijn baas en zijn vennoot, mijn vrouw en een vriend. ‘Morgen regelen we alles op kantoor,’ zei mijn baas. De volgende dag: niemand te bespeuren. ‘Meneer Vandevoorde is dringend weggeroepen,’ zei zijn vennoot. Maar ze hadden nog een truck op overschot, zei hij, een 420 zoals mijn vorige, en die moest ik even samen met hem gaan monsteren – dan kon ik drie dagen later alweer aan de slag. Geen sprake van, zei ik. ‘Ik vertrek níét zolang ik mijn salaris niet heb gekregen.’ Enfin, meneer Vandevoorde zou ’s anderendaags op kantoor zijn en alles afhandelen. Ik heb nooit meer wat van hem vernomen: hij is, onder de ogen van de politie, gevlucht naar Ecuador.

»In die dagen werd ik ondervraagd door de Franse politie op het Brusselse justitiepaleis. Zij hebben me verteld dat er negenendertig doden waren. Ik schrok me rot. Mijn vrouw had op televisie gezien dat het er dertig waren. Opeens waren het er nog eens negen meer.»

Mevrouw Degrave «Niemand was mij komen vertellen wat mijn man was overkomen.»

Degrave «Een journalist had haar gebeld met de mededeling dat ik dood was: levend verbrand in de tunnel. ‘Kan niet,’ zei mijn vrouw. ‘Ik heb hem een kwartier geleden nog aan de lijn gehad.’ Gelukkig had ik haar kunnen bereiken.»

HUMO Wat deed het met u, het bericht dat er negenendertig doden waren?

Degrave «Ik werd gék. Er werkte niks in die tunnel, dat wisten we, maar zoveel slachtoffers? Ik sprong vooral uit mijn vel van het idee dat ze die tunnel na mij niet meteen afgesloten hadden: hoe was het in hemelsnaam mogelijk? Tien minuten lang hebben ze daar in Frankrijk nog mensen de dood ingejaagd! En de prefect (hoofdcommissaris van de Franse politie, red.), de man die alles voor het zeggen had, een intimus van president Chirac, is níét veroordeeld. Na het drama is hij uit zijn functie ontheven – en kreeg hij de tunnel in Fréjus onder zijn hoede. (Zucht) Negenendertig: ik worstel nog altijd met dat getal.»

undefined

null Beeld

HUMO Hebt u ooit gedacht dat u zelf in de fout bent gegaan?

Degrave «Dat denk ik soms nog.»

HUMO U hebt ooit gezegd: ‘Ik ben schuldig omdat ik niet ben gestorven in die tunnel.’

Degrave «Het is te zeggen: mijn dood was de Fransen goed uitgekomen. Helaas voor hen leef ik nog.»

HUMO Hebt u het zwaar gehad?

Degrave «De eerste maanden heb ik niet gereden. Daarna ben ik opnieuw begonnen, omdat het de enige manier was om het ongeval te boven te komen. Maar als ik aan de kant van de weg een auto in de kreukels of een uitgebrande vrachtwagen zag, had ik het zwaar. Ik ben váák moeten stoppen.»

HUMO Hebt u een psycholoog geconsulteerd?

Degrave «Op het ministerie hadden ze me een lijst met psychologen gegeven. Bon, ik maak een afspraak met iemand, ik leg mijn zaak uit. En hij zegt: ‘Het spijt me, maar ik kan u niet helpen: ik ben geen specialist in branden.’ En hij gaf me het adres van een collega die dat wél is. Ik heb geen afspraak bij die man gekregen: het paste nooit.»

HUMO Had u behoefte aan psychologische bijstand?

Degrave (knikt) «Overdag ging het nog, maar ’s nachts ging het malen in mijn hoofd, en werd ik ook boos: op mezelf en op het systeem. Ik heb náchten wakker gelegen.»

HUMO U had voor die tijd nooit een ongeval gehad, hè.

Degrave «Nee, het was de eerste keer.»

HUMO Was uw eer als chauffeur gekrenkt?

Degrave «Mijn eer is nog altijd gekrenkt. Voor de publieke opinie zijn vrachtwagenchauffeurs d’office de slechteriken. Kranten hebben zelfs geschreven dat ik wapens naar Kosovo smokkelde: ‘Twintig ton wapens, inclusief luchtraketten.’ Hoe verzinnen ze het! Alles hebben ze eraan gedaan om een moordenaar van mij te maken: ik was het grootste monster op aarde.

»In het begin gingen de families van de slachtoffers daar ook in mee. Ze wisten niet beter. Naarmate het proces vorderde, kwam daar verandering in: veel nabestaanden zijn me komen zeggen dat ik er ook niks aan kon doen. Zeventig à tachtig procent van hen dacht er zo over, schat ik.»

Mevrouw Degrave «In Bonneville waren we in hetzelfde hotel ondergebracht als de nabestaanden. Dat was niet makkelijk.» Degrave «De eerste avond verliet een koppel het restaurant: die mensen hadden een kind verloren in de brand, en ze weigerden te eten in mijn aanwezigheid.»

Mevrouw Degrave «Ze zijn ook vertrokken uit het hotel.»

Degrave «Ze zeiden: ‘We blijven niet in het hotel met een moordenaar.’ Mijn advocaat zei dat het een voorspel was op wat me tijdens het proces te wachten stond: ‘Voor al die nabestaanden ben jij degene die de catastrofe hebt veroorzaakt.’

»Die mensen werden ook opgehitst door de voorzitter van de vereniging der nabestaanden. Die had in de brand zijn vrouw, zijn zoon en zijn zwager verloren: hij was niet meer voor rede vatbaar. Op een dag kwam een vrouw me in de gerechtszaal de hand schudden. Achteraf verklaarde ze in de pers: ‘Nu heb ik tenminste de moordenaar van mijn zoon in de ogen gekeken.’ Zulke dingen heb ik meegemaakt.»

HUMO Dat incident heeft de internationale media gehaald. Die dame zei: ‘Ik heb Gilbert Degrave verteld dat een kapitein zijn schip niet verlaat.’

Degrave «Ik vroeg: ‘Had ik me dan levend moeten laten verbranden?’ – ‘Mijn zoon is er ook in gebleven,’ antwoordde ze.»

HUMO Volgens de kranten bent u na die ontmoeting in tranen uitgebarsten.

Degrave «Het was niet simpel. Als ik ’s avonds terug in het hotel kwam, keken de nabestaanden me met de nek aan. Als ze me standrechtelijk hadden kunnen executeren, hadden ze het niet gelaten. Gelukkig aten de gendarmes die de veiligheid op het proces verzekerden, ook in ons hotel. Al die gendarmes stonden overigens achter mij: ze zagen allemaal dat ik de zwartepiet kreeg.»

HUMO U bent de zondebok?

Degrave «Oorspronkelijk was ik niet eens een beschuldigde in deze zaak. Ik was een slachtoffer. Dat bén ik ook. Op het proces is gezegd: ‘De doden hadden tol voor de tunnel betaald: ze hadden recht op bescherming, maar die is hun ontzegd.’ En ik dan? Ik heb ook tol betaald, hoor. Ik heb die camion echt niet zélf in brand gestoken.»

HUMO Men heeft ook gesuggereerd dat een weggeworpen brandende sigaret de oorzaak van alle onheil was.

Degrave «Ze zeiden om het even wat, om de schuld toch maar niet bij Volvo te hoeven leggen. Dat ik een brandende peuk door het venster heb gegooid, en dat die is aangezogen door de koelinstallatie. Ik rook nooit in een tunnel! Ik gooi geen peuken door het raam! Oké, zeiden ze: misschien kwam het peukje van een tegenligger. Ook larie. Het vuur kwam van onder mijn truck vandaan – van de turbo. Niet van de koelinstallatie.

»De onderzoeksrechter heeft van meet af aan gezegd dat ik een slachtoffer was. Mijn eerste verhoor was in een kwartier afgelopen!»

HUMO Waarom bent u dan beschuldigde in plaats van slachtoffer geworden?

Degrave «Een verzekeringskwestie. Dat leg ik alleen off the record uit. (Opnametoestel moet uit) En wee uw gebeente als u daar toch over schrijft: ik zal u weten te vinden!

»Nee, ik moest hangen. Dat heb ik begrepen toen ik de rechter zijn vonnis hoorde vellen: ‘Ik kan niet anders dan u tot vier maanden met uitstel veroordelen.’»

HUMO U bent nog altijd boos, blijkbaar.

Degrave «Het is geen eerlijk vonnis. Met een Franse chauffeur was het nooit zo gegaan: dat hebben véél Franse journalisten me gezegd. Maar het ging om een Belgische chauffeur met een Belgische verzekeraar, Fortis. Het was van tevoren bedisseld: Volvo moest ontzien worden, een verzekeraar moest betalen. Ze hadden gewoon geld nodig.»

Mevrouw Degrave «En het schrijnende is: de mensen die het geld écht nodig hadden, omdat hun man in de brand was gebleven, hebben het minste gekregen. Is dat gerechtigheid?»

Degrave «Imbuvable!»


De sterkste

HUMO Waarom bent u na het ongeval niet opnieuw in de bouw gaan werken?

Degrave «Ik had veel geld verloren: ik moest zo snel mogelijk weer aan het werk. Ik stond ook dicht bij mijn pensioen. Ik wilde niet meer achter een stuur zitten, maar ik moest vooruit. Voor mijn vrouw, maar ook voor mezelf: om er weer bovenop te komen.»

HUMO U bent nu met pensioen, maar u hebt uw zoon de liefde voor het avontuur meegegeven. Hij is ook vrachtwagenchauffeur. Bent u daar blij mee?

Degrave «Als ik eerlijk ben: nee. Maar hij doet het ook graag, hè.

»Twee jaar na mijn ongeval belt hij me op, een beetje in paniek: een jongeman is, na een avondje stappen, met hoge snelheid zijn geparkeerde oplegger binnengereden. Hij vraagt: ‘Papa, wat moet ik nu doen?’ – ‘Kalm blijven, jongen, de politie zal je ondervragen zoals het hoort, maar laat je niet gaan: jij hebt niks verkeerd gedaan.’ En hij is het te boven gekomen.»

HUMO Is zelf een fout begaan het ergste?

Degrave «Stél: mijn zoon heeft door zijn eigen schuld een zwaar ongeval. Dan nog zal ik hem verdedigen: wie niks doet, kan ook niks verkeerd doen. Er gebeuren iedere dag duizenden ongevallen. Als internationaal chauffeur mag je niet twijfelen: wie bang is, is verloren. Maar: je moet je grenzen kennen. Toen ik nog chauffeurs opleidde, zei ik altijd als we de Mont Blanctunnel naderden: ‘Pas op voor hem: hij is de sterkste – over tweeduizend jaar zal hij er nog zijn.’»

HUMO Bent u achteraf nog door de tunnel gereden?

Degrave «Twee keer, met mijn zoon: hij zat aan het stuur. Het was nog helemaal als vroeger: die tunnel deugt niet. Alleen de verlichting is beter geworden. (Zucht) Je zou eens moeten weten hoeveel zo’n tunnel aan tol opbrengt. Per dag!»

HUMO Zélf nog een keer door de tunnel rijden was misschien de grootste overwinning geweest.

Degrave «Achteraf ging ik altijd via de tunnel van Fréjus.»

HUMO U zult de geschiedenis ingaan als de man die het drama van de Mont Blanc heeft veroorzaakt. Kunt u daarmee leven?

Degrave «Dat is mijn lot: ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Maar hoezeer ik ook meevoel met de slachtoffers, het leven gaat door. Wat ik op het proces heb gehoord, heeft me gesterkt in mijn overtuiging: ik heb mezelf niks te verwijten. Dat geeft me kracht. Je peux toujours marcher la tête haute. Ik ben geen moordenaar.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234