null Beeld

Dossier straffeloosheid: 'Het is onmogelijk te zeggen hoeveel veroordeelden hun celstraf echt uitzitten'

Jaarlijks spreken Belgische rechters duizenden definitieve straffen uit. Maar van een aanzienlijk deel daarvan komt helemaal niets terecht. Gevangenisstraffen worden niet uitgezeten, geldboetes niet betaald, werkstraffen niet uitgevoerd. Volgens justitiespecialisten is dat de oorzaak van een wijdverbreid gevoel van straffeloosheid.

Slechts een deel van alle misdrijven in dit land wordt effectief aangepakt, zoals in 2011 bleek uit cijfers van toenmalig justitieminister Stefaan De Clerck. Belgische magistraten gaan bijvoorbeeld maar in de helft van alle drugszaken tot vervolging over. Daarnaast is de rechtsgang onbetamelijk traag, waardoor strafbare feiten verjaren en rechters zich verplicht voelen mildere straffen uit te spreken – zelfs in gevallen van zware misdaden als moord – omdat tijdens de procesgang de ‘redelijke termijn’ is overschreden. Tegelijk lopen gerechtelijke onderzoeken vaak vast, zinken weg en komen nooit meer boven water.

Maar de ellende blijkt zich over het héle traject van de rechtsgang uit te strekken, tot en met de uitvoering van de straffen. Want zelfs áls het tot een veroordeling komt, wil dat nog niet zeggen dat justitie haar werk doet en gerechtigheid laat geschieden. In ons land is het namelijk mogelijk dat een veroordeelde crimineel, na het aanhoren van zijn veroordeling, fluitend de rechtszaal uitloopt, thuis zijn vonnis in de vuilnisbak mikt, en nooit nog iets van justitie hoort.

Het probleem is al langer bekend in gerechtelijke kringen. Een tijd geleden wees Michel Rozie, de vroegere eerste voorzitter van het Antwerpse hof van beroep, op de structurele gebreken bij de strafuitvoering: ‘Heel wat straffen worden in dit land gewoon níét uitgevoerd.’ Dat wordt ons bevestigd door specialisten als Brice De Ruyver, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Gent, Gert Cockx, nationaal voorzitter van de politievakbond NSPV (Nationaal Syndicaat Politie- en Veiligheidspersoneel, red.) en Gino Hoppe van de socialistische vakbond ACOD, verantwoordelijk voor de sectoren Justitie en Binnenlandse Zaken.

En ook een zetelende magistraat als Peter D’Hondt, politierechter in Dendermonde, vindt dat het nu eindelijk eens gezegd moet worden: ‘Als een strafrechter een straf uitspreekt waarvan hij weet dat die niet uitgevoerd zal worden, dan wordt het strafrecht toch een cynisch gebeuren? Als je voor de zoveelste keer iemand voor je neus krijgt die nog geen dag in de gevangenis heeft doorgebracht, terwijl hij vele jaren in de cel had moeten zitten, dan wordt het je weleens te veel. Dan vraag je je af: ‘Wat zit ik hier eigenlijk te doen?’’


Zeventig keer voor de rechter

Peter D’Hondt «Het gebrek aan strafuitvoering is vooral bij verkeerszaken, mijn corebusiness, een groot probleem. Verkeersovertredingen liggen gevoelig omdat ze heel frequent zijn en een grote ravage veroorzaken. Bovendien kosten verkeersongevallen met doden en zwaargewonden de Belgische staat in termen van bruto binnenlands product 6,8 miljard euro per jaar. Dat is meer dan 18,5 miljoen euro per dag! Hoe groot is het overheidstekort? 11 miljard? Als je de kosten van de lichte verkeersongevallen bij die 6,8 miljard optelt, dan zit je al aan dat bedrag. Los de ellende in het verkeer op en je hebt je overheidstekort teruggedrongen.»

Maar zolang verkeersdelinquenten hun straf niet aan den lijve of in hun portemonnee voelen, zal de verkeersellende niet snel verdwijnen, meent D’Hondt. De voorbeelden van recidivisten die lachen met ons rechtssysteem illustreren hoe dramatisch het gesteld is met de Belgische strafuitvoering.

In november 2011 verscheen een man uit Lokeren voor de politierechtbank in Dendermonde. Hij moest zich komen verantwoorden voor gsm’en achter het stuur. Hij was al 55 keer eerder veroordeeld en hij had een rijverbod tot 2014. Maar in de Dendermondse rechtbank bleek dat hij zijn rijbewijs nooit had ingeleverd. En niemand had hem daar ooit op aangesproken. Zo makkelijk ontwijk je dus een rijverbod.

Ook Moujahid Z. uit Antwerpen had een indrukwekkend strafblad bij elkaar gespaard: hij stapelde de ene agressieve verkeersovertreding op de andere. Meer dan 40 veroordelingen reeg hij aaneen, waarvan 21 keer bij verstek, en samen goed voor 29 jaar cel. In totaal kreeg hij ook twee keer een levenslang rijverbod. Maar Moujahid Z. trok zich er niets van aan. Hij betaalde zijn boetes niet en stuurde telkens opnieuw zijn kat naar de rechtszittingen. Terwijl hij 34 keer het bevel kreeg om zich aan te melden aan de gevangenispoort, genoot Z. van zijn vrijheid en bleef hij rustig rondrijden. Hij werd 13 jaar lang ongemoeid gelaten, zonder dat iemand hem kwam zoeken. Pas in mei 2013 moest hij de gevangenis in, nadat de politie hem eindelijk had opgepakt. Maar toen ging Z. in beroep tegen de 21 verstekvonnissen en dat leverde een mooie winst op: 15 van die vonnissen werden gereduceerd tot één enkele veroordeling vanwege het principe van ‘de eenheid van opzet’. Zijn 29 jaar, oftewel 348 maanden, werden afgeslankt tot slechts 59 maanden.

Midden oktober veroordeelde Dina Van Laethem, politierechter in Halle, een man uit Sint-Pieters-Leeuw tot anderhalf jaar gevangenisstraf en een boete van 24.000 euro. In de afgelopen jaren is de man meer dan zeventig keer voor de rechter gebracht en veroordeeld. Hij heeft een strafblad van tien pagina’s lang. Drie keer kreeg hij een levenslang rijverbod, zeventien keer werd hij betrapt terwijl hij dat rijverbod aan zijn laars lapte, waarbij hij zeven keer rondreed zonder verzekering. In totaal is hij tot meer dan 70 maanden gevangenisstraf veroordeeld. Daarvan zat hij er nog geen vier uit. ‘Wat voor zin heeft het nog straffen uit te spreken als ze nauwelijks worden uitgevoerd?’ vroeg de politierechter zich hardop af. Op de vraag hoe het mogelijk is dat de man moeiteloos aan al die straffen kon ontsnappen, kwam geen antwoord.

In 2013 spraken correctionele rechtbanken meer dan 19.000 veroordelingen met gevangenisstraffen zonder uitstel uit. 18.500 keer beslisten de correctionele rechters een geldboete zonder uitstel op te leggen. 5.750 mensen kregen een verplicht uit te voeren werkstraf. De hoven van beroep behandelen jaarlijks ook 5.000 à 6.000 correctionele hogere beroepen. Indrukwekkende cijfers. Maar hoeveel van die straffen worden er eigenlijk uitgevoerd? Het antwoord is steevast hetzelfde: men weet het niet. Justitie en de andere betrokken overheden, zoals Financiën, hebben gewoon geen flauw idee.

‘Dat komt omdat er geen statistieken over bestaan,’ zegt Koen Peumans, tot voor kort woordvoerder van de FOD Justitie. ‘Justitie heeft daar nooit veel werk van gemaakt. De aandacht daarvoor is relatief nieuw in dit departement. Bij het gevangeniswezen weten ze hoeveel mensen er in de gevangenis zitten en bij de justitiehuizen kent men het aantal mensen met een enkelband, maar daar is alles mee gezegd. We weten dus niet wie er níét in de gevangenis zit, maar daar wel hoort te zitten, en wie er geen enkelband draagt, terwijl hij of zij er wel één zou moeten dragen. Maar is dat zo’n groot probleem? Van de vorige minister van Justitie, Annemie Turtelboom, menen wij te hebben begrepen dat vandaag álle straffen worden uitgevoerd.’

In januari van dit jaar meldde Turtelboom inderdaad triomfantelijk dat vanaf 1 februari 2014 alle straffen vanaf 4 maanden ook daadwerkelijk uitgevoerd zouden worden. ‘Daarmee maken we een einde aan 20 jaar straffeloosheid,’ zei ze in ‘Reyers laat’. ‘Nooit gedacht dat we vandaag zoveel verder zouden staan,’ schreef Turtelboom toen op haar eigen website.

HUMO Meneer Peumans, hoe weet u of Turtelbooms woorden met de realiteit stroken als er simpelweg geen cijfers voorhanden zijn?

Koen Peumans «Tja... We zouden eigenlijk over geaggregeerde gegevens moeten beschikken van elke persoon, vanaf het moment dat hij met justitie in aanraking komt, gedurende zijn hele rechtsgang en eventuele veroordeling, tot en met de uitstroom bij de justitiehuizen die de veroordeelde tijdens de uitvoering van zijn straf controleren en opvolgen. Maar die gegevens bestaan niet. Jean-Paul Janssens, de nieuwe voorzitter van de FOD Justitie, heeft nu wel iemand aangesteld die het justitiële beleid van informatie moet voorzien en die zal zich deze vraag ook wel stellen.»

Ook Laurent Sempot, de woordvoerder van het Belgische gevangeniswezen, kan niet antwoorden op onze vraag.

Laurent Sempot «Het is gewoon onmogelijk te zeggen hoeveel veroordeelden hun celstraf echt uitzitten. We kunnen er zelfs geen steekhoudende statistieken over samenstellen. Daarvoor zit het systeem te ingewikkeld in elkaar, met te veel factoren die een rol spelen. Bijvoorbeeld: een man is definitief veroordeeld tot een gevangenisstraf. Maar hij heeft een tijd in voorlopige hechtenis gezeten en die hechtenis is even lang als zijn uiteindelijke celstraf. Dan mag die man onmiddellijk na zijn veroordeling naar huis. Maar dat betekent dat hij bij ons, het gevangeniswezen, alleen maar een verdachte was. Hier zal hij dus nooit worden geregistreerd als een veroordeelde die zijn straf heeft uitgezeten.»


64 miljoen euro

En hoe zit het met de verbeurdverklaringen – een belangrijk instrument van Justitie om zware en georganiseerde criminaliteit aan te pakken en ervoor te zorgen dat misdaad níét loont?

‘Hoeveel verbeurdverklaringen er jaarlijks worden uitgesproken door de rechtbanken, hoeveel die waard zijn en hoeveel van die verbeurdverklaringen ook worden uitgevoerd? Daar heeft niemand enig idee van,’ zegt men bij het COIV, het Centraal Orgaan voor Inbeslagneming en Verbeurdverklaring, een onderdeel van Justitie dat voor het Openbaar Ministerie werkt. ‘Er zijn geen statistieken voorhanden. Wat dat betreft maakt België inderdaad geen goede beurt. Al zijn er wel meer landen in Europa waar dat niet zo goed werkt.’

Hoeveel miljoenen euro de Belgische overheid elk jaar laat liggen aan misgelopen verbeurdverklaringen van criminele winsten en misdadig patrimonium, daar hebben we dus het raden naar. Alle verbeurdverklaringen moeten in theorie door de griffies van de rechtbanken worden overgemaakt aan het COIV, maar in de praktijk blijkt dat vaak niet te gebeuren.

Wat betreft de inning van penale boetes zijn er wél cijfers beschikbaar.

D’Hondt «Volgens een audit van het Rekenhof is van de penale boetes die in 2012 door een correctionele rechter werden opgelegd maar 14 procent geïnd door Financiën. Voor de politierechters lag dat percentage rond de 27 procent. Dat zijn hallucinante cijfers.»

Uit dat rapport bleek ook dat van de 83 miljoen euro aan opgelegde boetes uiteindelijk slechts 19 miljoen euro werd geïnd, zodat de schatkist maar liefst 64 miljoen liet liggen.

‘Ik begrijp onze overheid niet,’ zegt D’Hondt. ‘We zitten budgettair in zwaar weer, de begroting is een probleem. Nu de overheid aan iedereen vraagt zelf een duit in het zakje te doen, zou je toch verwachten dat men diegenen die veroordeeld werden tot het betalen van boetes zou aanmanen dat te doen. Het gaat om miljóénen euro’s. En toch doet men het niet.’


‘Wij zijn niet verantwoordelijk’

De strafuitvoering in ons land zit verspreid over een aantal departementen en de communicatie en samenwerking tussen die departementen blijkt veel te wensen over te laten. Wie moet er bijvoorbeeld in de gaten houden of een veroordeelde zijn straf wel uitzit?

D’Hondt «Het lijkt me evident dat het Openbaar Ministerie controleert of veroordeelden hun straf uitzitten. Het OM moet weer de rol opnemen die hem in de grondwet en in het strafrecht is toebedeeld: de coördinator en de baas zijn van de opsporing, de vervolging en de strafuitvoering. Het is niet aan ons, zetelende rechters, om dat te controleren. Dat is ook niet te doen. Weet u wat wij als rechter allemaal op ons bord krijgen? Ik heb bijvoorbeeld strafzitting op vrijdag, non-stop van 9 tot 16 uur. Ik heb eens 166 zaken in één dag behandeld. Dat is voorlopig het record. Mijn gemiddelde ligt tussen 100 en 110 zaken per dag.»

Brice De Ruyver «De strafuitvoering moet in gang worden gezet door het OM. In het geval van de vrijheidsstraffen vordert het OM de uitvoering, zoals dat heet, en moet de administratie van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen dan voor die uitvoering zorgen. Penale boetes en inbeslagnames moeten dan weer worden uitgevoerd door de dienst Domeinen en Penale Boetes van de FOD Financiën.»

Dat is dus de theorie. Maar zoals blijkt weet men vaak niet wie wat moet doen en schuift men de verantwoordelijkheid gewoon door naar een andere dienst.

Laurent Sempot «Het is niet het gevangeniswezen dat ervoor moet zorgen dat veroordeelden hun straf uitzitten. Het parket moet de veroordeelde die na de rechterlijke uitspraak niet onmiddellijk in hechtenis is genomen, schriftelijk bevelen zich op een bepaalde datum in de gevangenis aan te bieden om zijn straf uit te zitten. Pas als de veroordeelde aan de gevangenispoort staat, wordt hij onze verantwoordelijkheid.»

HUMO De gevangenis krijgt toch op voorhand bericht van het parket dat er iemand aankomt?

Sempot «Dat weet ik niet. Ik weet niet hoe de communicatie tussen parket en gevangeniswezen verloopt.»

HUMO Pardon? Het zou toch vreemd zijn dat het parket de Penitentiaire Inrichtingen niet inlicht over de komst van nieuwe veroordeelden? Dan is het wel heel makkelijk om aan een gevangenisstraf te ontsnappen: je negeert gewoon het oproepingsbriefje van het parket.

Sempot «Maar dan wordt de politie gewaarschuwd en word je opgespoord.»

HUMO En wie zal de politie dan waarschuwen? In de gevangenis wéét men niet dat de veroordeelde zich moest aanbieden, want hij is niet komen opdagen. En dus zal het parket niet verwittigd worden, en de politie óók niet.

Sempot «Wij hebben geen zicht op de beslissingen van het parket en het waarom van die beslissingen. Wij zijn daar niet verantwoordelijk voor. Er zijn bijvoorbeeld mensen die meermaals worden veroordeeld. Het gebeurt dan dat het parket beslist om een straf niet onmiddellijk uit te voeren, maar bijvoorbeeld te wachten tot de man voldoende straffen heeft om ze in één keer uit te voeren.»

HUMO Het parket wacht tot iemand voldoende straffen bij elkaar heeft gespaard: dat moet u eens uitleggen.

Sempot «U maakt er een karikatuur van. Nogmaals: wij zijn niet verantwoordelijk voor de beslissingen van het parket. Dat moet u aan het parket vragen.»

Bij de correctionele strafuitvoeringsdienst van het parket van Antwerpen legt een vriendelijke dame ons aan de telefoon uit hoe het gaat: ‘Het oproepingsbriefje wordt afgeleverd door de politie. Er staat op wanneer je je in welke gevangenis moet aanbieden. De gevangenis zelf? Nee, die wordt niet op de hoogte gebracht door ons. Daar weten ze van niets.»

Deze aanpak opent dus mogelijkheden voor wie zijn straf wil ontlopen. Moet het verbazen dat iemand 34 keer een oproepingsbrief kan negeren zonder dat iemand hem daarop aanspreekt?


‘Onvermogende’ criminelen

De Ruyver «Het probleem van de strafuitvoering is nog veel acuter bij de zogeheten ‘penale vermogensstraffen’, zoals boetes, proceskosten en verbeurdverklaringen. Het is gewoon schrijnend dat men er niet in lijkt te slagen om op een efficiënte manier de hand te leggen op goederen en eigendommen die door de rechter verbeurd zijn verklaard.»

Alle vonnissen die betrekking hebben op die vermogensstraffen gaan van Justitie naar de ontvangers van Domeinen en Penale Boetes van de FOD Financiën, die de openstaande schulden moeten innen. Maar insiders vertellen ons dat dat systeem vierkant draait en soms zelfs bewust wordt gesaboteerd. Ten eerste doen de strafuitvoeringsdiensten van de parketten, die de vonnissen moeten overmaken aan Financiën, dat niet altijd even zorgvuldig: er vallen weleens vonnissen tussen de plooien. Maar ook de ontvangers doen niet altijd hun werk. Bij Financiën staat men namelijk niet te springen om deze job, het is een bijzonder moeilijke en ondankbare klus. Stel je voor: de rechter heeft een crimineel, die bijvoorbeeld een cannabisplantage beheerde, veroordeeld tot het terugbetalen van de geschatte winst. Dat loopt al snel in de miljoenen. ‘Begin er maar aan hè, als simpel ambtenaartje zonder veel macht,’ zegt een insider bij Financiën. ‘Het enige wat je kunt doen is een deurwaarder inschakelen. Maar zo’n crimineel heeft zich natuurlijk allang onvermogend gemaakt. Zijn eigendommen staan op naam van zijn vrouw en zijn moeder; zijn geld staat op bankrekeningen in Gibraltar. En je weet hoe dat gaat bij een ministerie: als de ontvanger er niet in slaagt dat geld binnen te halen, dan wordt zijn baas kwaad. Dus wat doen sommige ontvangers? Die schrijven die vonnissen gewoon niet in de boeken. Met andere woorden: ze doen alsof ze die vonnissen nooit hebben gekregen.’

HUMO Wordt het Openbaar Ministerie dan niet zenuwachtig? Vragen ze daar dan niet: ‘Zeg, ontvanger, hoe zit het met die verbeurdverklaring?’

Insider «Ik vrees dat men zich daar bij het parket dan niet meer mee bezighoudt. Men vraagt ons in elk geval niet vaak of een bepaalde boete is geïnd of een verbeurdverklaring is uitgevoerd.»

Gert Cockx (NSPV) «Op papier hebben wij een vervangende gevangenisstraf voor mensen die hun geldboetes niet betalen. Maar de gevangenissen zitten vol, dus wie gaat er mensen die hun boetes niet betalen in de cel steken? Dat gebeurt in de praktijk niet. Net zoals er niets gebeurt tegen onverbeterlijke verkeersovertreders. Die blijven de regels gewoon aan hun laars lappen en niemand houdt hen tegen. Hun auto in beslag nemen? Kan niet. Ze hebben geen eigen auto; ze rijden rond in wagens die zijn ingeschreven op naam van een vennootschap, of van een vriend. Of ze huren of leasen hun auto. En Justitie in België lijkt daar geen antwoord op te hebben.»

Volgens Brice De Ruyver moet de hele strafuitvoering onder de paraplu van Justitie komen en moet het departement Financiën buiten het systeem worden gehouden.

De Ruyver «Het is nooit goed dat een bedrijf het resultaat van zijn activiteiten niet ziet. Men moet de link herstellen tussen wat Justitie doet en wat het departement oplevert. Justitie moet dus de boetes innen en de verbeurdverklaringen uitvoeren en niet Financiën, waar de penale boetes maar een deeltje van de activiteiten zijn en de betrokkenheid dus niet erg groot is. Zo zou Justitie eindelijk kunnen laten zien dat het departement ook geld kan opleveren.»


Snelheidsovertreding? Geseponeerd!

HUMO Hebben we in België te maken met een verregaande vorm van straffeloosheid?

De Ruyver «Hoe zou je het anders noemen? Als straffen te vaak niet worden uitgevoerd, faalt het systeem. Iemand een celstraf van bijvoorbeeld twee jaar opleggen, dat is niet niks, hè? Daar moet je al het één en ander voor hebben mispeuterd. Als je die straf vervolgens niet uitvoert, dan is dat een kwalijke zaak. In de bestraffing zit immers niet alleen een stuk heropvoeding, maar ook vergelding en afschrikking. Als de strafuitvoering in een rechtsstaat niet meer werkt, dan wordt het hele strafrecht zinloos en verliest de burger alle vertrouwen. En dat vertrouwen in onze rechtsstaat is op dit moment beschamend laag.»

D’Hondt «Mensen die lak hebben aan alles, de ene snelheidsovertreding na de andere begaan en daardoor een onveiligheidsgevoel in de maatschappij creëren, voelen zich door de heersende straffeloosheid gesteund in hun gedrag. Die trappen op het gaspedaal in het gerechtelijk arrondissement waar snelheidsovertredingen systematisch worden geseponeerd. Dat is niet goed voor de verkeersveiligheid, maar het is nog erger dat de legitimiteit van onze normen, van de wetgeving en van onze instellingen wordt aangetast. Dat is nefast voor de rechtsstaat en frustrerend voor de rechters. Rechtbanken mogen toch geen praatbarakken worden waar schijnvertoningen worden opgevoerd?»

Cockx «Als overtreders niet aan den lijve ondervinden dat wat ze doen niet mag, heeft justitie geen zin meer. Slechte strafuitvoering maakt ons werk zinloos. Ik begrijp de frustratie van veel rechters. Maar wat denkt u van de politiemensen die zien dat de criminelen, die zij vaak op heterdaad betrappen, niet gestraft worden?»

De falende strafuitvoering betekent ook een zware aderlating voor de Belgische schatkist. De Luikse procureur-generaal Christian De Valkeneer berekende dat Justitie dit jaar met een deficit van 90 miljoen euro zit. Een deel daarvan moet op het conto geschreven worden van lange en dure gerechtelijke onderzoeken en processen die uiteindelijk tot niks leiden.

D’Hondt «Die falende strafuitvoering kost enorm veel geld: politieagenten steken er hun uren in, het parket is er maanden, soms jaren mee bezig, de opsporingsmethoden zijn vaak duur, de griffiers moeten hun werk doen, de deurwaarders leveren dagvaardingen af... Allemaal om voor een correcte procesgang te zorgen. Maar ondanks het feit dat er zo veel tijd, moeite en geld in wordt gestoken is er geen return on investment.»


Rondtrekkende bendes

‘Die manke strafuitvoering maakt van België het geprefereerde doelwit van rondtrekkende dadergroepen uit Oost-Europa,’ zegt Brice De Ruyver. Gert Cockx treedt hem bij: ‘De georganiseerde bendes komen naar België om het hele land af te stropen. ’s Morgens worden ze met een busje afgezet in een dorp en dan doen ze hun ronde. Ze pakken wat ze vast kunnen krijgen en worden ’s avonds weer opgepikt door het busje en naar Antwerpen of Brussel gebracht, waar ze hun buit moeten afleveren.’

HUMO U suggereert dat ons falende justitiële systeem uitnodigend werkt op buitenlandse criminele groepen?

De Ruyver «De verstekvonnissen en de manke strafuitvoering in dit land zijn een enorme incentive voor buitenlandse criminelen om naar hier te komen. Want wat hebben ze te vrezen als ze worden opgepakt? Niet meer dan een paar maanden voorarrest in een overbevolkte cel. Maar een overbevolkte cel in België is nog altijd véél beter dan wat ze gewoon zijn in Polen, Bulgarije, Litouwen of Roemenië. Ze worden bijna altijd vrijgelaten lang voor het tot een proces komt en dan gaan ze er meteen vandoor. De lange en dure gerechtelijke onderzoeken tegen die bendes leiden op die manier soms tot niets. Uiteindelijk worden die criminelen bijna allemaal bij verstek veroordeeld. En de boetes die ze krijgen en hun buit die verbeurd wordt verklaard? Daar lachen ze eens mee. De opbrengst van hun criminele activiteiten wordt in de helingscircuits gepompt in hun land van herkomst, waar ze veilig ver weg zitten van de Belgische justitie.

»Net zoals water altijd naar het laagste punt loopt, verplaatst criminaliteit zich naar daar waar ze makkelijk gedijt. En België is op dat vlak momenteel het laagste punt in West-Europa. Wij hebben alles tegen. Wij zijn een klein en welvarend land met een uitgebreid wegennet, waardoor je zo over de grens bent. Daardoor is de pakkans al bijna nul. Bovendien houden wij ervan onze rijkdom uitgebreid te etaleren. Overal is onze welvaart zichtbaar: in de stadswoningen, fermettes en villa’s met mooie ruime tuinen en met grote, dure auto’s op de oprit. Voor rondtrekkende criminelen is ons land een trekpleister. Daarom krijgen wij die 75.000 inbraken per jaar maar niet naar beneden. Die groepen zijn goed voor één derde van alle inbraken.

»Hoe we dat moeten aanpakken? Door afschrikking, door de strafuitvoering weer consequent te maken, zodat het niet meer interessant is om bij ons de crimineel te komen uithangen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234