null Beeld

Dossier Stress: De toppoliticus, de bandwerker, de werkloze en de luchtverkeersleider getuigen

In de eerste twee delen van Humo’s stressdossier las u wat stress zoal aanricht in het menselijke lichaam, en hoe u met positief denken en mentale discipline veel onheil kunt afwenden. In dit laatste deel graven we ons dieper de echte wereld in: hoe gaan een toppoliticus, een bandwerker, een luchtverkeersleider en een werkloze om met stress?

'De productiviteit en de efficiëntie kelderen. Ze zouden het beter inhuman resources noemen'


Doe Humo's Stresstest: test zelf uw stressniveau »

Wat doet stress met uw lichaam? Bekijk de infographic »

De toppoliticus: Yves Leterme

Een hardnekkige maar achterhaalde overtuiging, links en rechts nog altijd als waar aangenomen: stress is een managersziekte. Lange dagen en verpletterende verantwoordelijkheden: de denkfout is snel gemaakt. Maar wat blijkt uit onderzoek, op apen én ambtenaren: alfamannetjes ondervinden minder stress dan onderdanige exemplaren, en topkaders minder dan middenkaders. Ik praat erover met ex-premier Yves Leterme. Leterme is nu voorzitter van denktank IDEA, maar ik keer met hem terug naar de roerige jaren 2007 tot 2011. Eclatante verkiezingssuccessen, bankencrises, vruchteloze communautaire en regeringsonderhandelingen: enigszins stresserend, nemen we aan.

Yves Leterme «Ja. (Corrigeert snel) Enfin: het waren drúkke jaren, en dat is niet noodzakelijk hetzelfde. Ik maak een onderscheid tussen constructieve druk en prestatiedrang enerzijds en de onzekerheid over het al dan niet slagen van je plannen anderzijds. Twee soorten stress, die soms samenkomen. Ik denk dan aan het communautaire akkoord dat uitbleef na de verkiezingen van 2007. Stresserend en frustrerend: het zorgde voor een gevoel van onmacht, na een toch wel ruime electorale overwinning.»

HUMO Bij die verkiezingen kreeg u 800.000 voorkeurstemmen achter uw naam: uw bedje leek gespreid.

Leterme «De regeringsonderhandelingen waren bij momenten slopend. Doorgaans slaap ik gemakkelijk, maar toen heb ik wel enkele doorwaakte nachten meegemaakt: ‘Waar ben ik nu in terechtgekomen?’ Die slaapproblemen zijn gelukkig nooit systematisch geworden.»

HUMO Het klassieke stressmodel van Robert Karasek maakte komaf met het idee dat stress een managersziekte is. Bij leidinggevenden zijn de demands weliswaar hoog, maar daar staat een grote mate van controle en regelruimte tegenover. Geldt dat ook voor de premier?

Leterme «De premier is het sluitstuk en bepaalt de agenda en het ritme: dat is positief. Ik kende mijn dossiers en kon ook goed inschatten welke standpunten de anderen zouden innemen: dat bood houvast en controle. Het nadeel is dat de premier veroordeeld is tot het sluiten van akkoorden. Vicepremiers kunnen vrede nemen met het uitblijven van een akkoord, als ze maar niet moeten toegeven op partijstandpunten. Een premier heeft die vrijheid niet: het akkoord is het fundament van de job, de inhoud komt eigenlijk op de tweede plaats. Mijn controle was begrensd door de bereidwilligheid van mijn politieke tegenstanders. Ik was afhankelijk van een ja van Joëlle Milquet, of van de interne strubbelingen bij de MR en het FDF. Je hebt géén greep op de situatie als anderen niet bereid zijn op je argumenten in te gaan.»

HUMO De politiek is notoir onvoorspelbaar: volgens de wetenschap een belangrijke stressfactor.

Leterme «Het is een harde stiel. Ik kan veel gemakkelijker afstand nemen van wat ik nu doe, voor IDEA en bijvoorbeeld de UEFA, omdat de persoonlijke betrokkenheid minder is. Toppolitiek gaat over jezelf, over je wezen. Of het in de feiten belangrijk is, is nog iets anders, maar politiek draait rond machtsposities, opiniepeilingen en voorkeurstemmen.»

'Het einde van het kartel met de N-VA was niet mijn keuze, maar die van Kris Peeters'

HUMO De publieke opinie: nog iets wat tot kopzorgen kan leiden?

Leterme «Ik ben er op een gegeven moment mee gestopt om voortdurend rekening te houden met het Volksempfinden. Als politicus ben je zo geconditioneerd, zeker in een versplinterd partijpolitiek landschap als het onze. Ik had als partijvoorzitter de paarse meerderheid gebroken, was minister-president geworden en later de populairste politicus van het land: dan heb je de neiging om veel rekening te houden met hoe je overkomt. Zolang de peilingen goed zijn, geeft dat een constructieve drang; als de perceptie dreigt te keren, zorgt dat voor nervositeit. Zodra ik dát kon loslaten, heb ik een geweldige ontspanning en energieboost gevoeld. Ik herinner me zelfs het precieze moment waarop die ommekeer er kwam: het laatste weekend van september 2008. Ik had het CD&V-congres toegesproken over het einde van het kartel met de N-VA, mijn geesteskind. Ook al kon ik mij er rationeel in vinden, het was níét mijn keuze, maar die van Kris Peeters. Vanaf dan was ik niet langer alleen de feitelijke leider van mijn partij: ik heb me daar rekenschap van gegeven en ben rechtstreeks naar de Wetstraat vertrokken voor wat het belangrijkste weekend van mijn politieke carrière zou worden.»

HUMO 27 september 2008: Fortis, de bankenwereld en het kapitalisme wankelen.

Leterme «De bankencrisis was de meest acute situatie die ik heb meegemaakt: de belangen waren enorm en de deadlines spannend. Zeker bij die eerste interventie, toen Fortis millimeters van een bankroet verwijderd was. Ik weet nog dat ik aan Jean-Claude Trichet (destijds voorzitter van de Europese Centrale Bank, red.) vroeg hoeveel tijd we hadden voor een oplossing: ‘Tot de beurzen openen,’ zei-ie. Maar de beurzen in het Verre Oosten gaan door het tijdsverschil natuurlijk veel vroeger open. Ik begon te rekenen en begreep al snel dat we belachelijk weinig tijd hadden. Acht uur, maximum tien. Maar zelfs in de meest hectische omstandigheden heb ik altijd geprobeerd om rustig te blijven. Mensen die me toen hebben meegemaakt, zullen bevestigen dat ik daarin geslaagd ben.»

HUMO Hoe houdt men het hoofd koel op zulke momenten?

Leterme «Lichaamsbeweging helpt. Ik ben gisteren na een lastige vergadering vijftig minuten door Stockholm gaan wandelen: dat is verkwikkend. Ik heb gelukkig een redelijk goeie fysieke conditie en probeer tijdens de moeilijkste momenten niet te veel te eten. Goed omringd zijn helpt ook, net als focussen op de essentie.»

HUMO Uw relatie met de pers liep ook niet altijd van een leien dakje. Zoals die keer dat u bleef doorpraten zelfs nadat Ivan De Vadder uit beeld was gestapt omdat hij niet tevreden was met uw antwoorden.

Leterme (zuinig lachje) «Dat, ja. Maar meestal ging het andersom. ‘Terzake’-journalisten namen soms een lange aanloop voor ze tot de kern kwamen. Ik had al snel begrepen dat je hen uit het lood kon slaan door dan heel kort te antwoorden: ja of nee (lacht). Wég stress. Voor spannende onderhandelingen had ik zoals iedereen trucs: er was bijvoorbeeld één bijzonder sterke minister in de Vlaamse regering die ik uit evenwicht probeerde te brengen met detailvragen. Over één zinnetje op bladzijde 17 van zijn nota. Zo verleg je de druk ook.»

HUMO In februari 2008 werd u met inwendige bloedingen in het ziekenhuis opgenomen. Een prangend geval van stress, schreven de kranten, na een ‘moordend jaar’ en ‘een kruisgang’.

Leterme «Daarvoor kun je altijd op de pers rekenen, natuurlijk. Nee, het ging om een mechanisch probleem, en de dokters hebben me uitgelegd dat het hoogstens versneld was door stress en vermoeidheid. Ik was moe, zwaar verkouden en had talrijke alarmsignalen van mijn lichaam genegeerd. Ik herinner me wel een gesprek met wijlen Jean-Luc Dehaene in die periode, die me vertelde dat zijn psoriasis (een auto-immuunziekte die de huid treft, red.) in perioden van hoogoplopende stress opflakkerde.»

HUMO Is stress een courant gespreksonderwerp onder politici?

Leterme «Nee: er wordt hoogstens geklaagd over te zware agenda’s en korte nachten. In de politiek moet het vooral lijken alsof je géén stress voelt. Karel De Gucht was daar goed in. Maar eerlijk: ik heb nooit een collega weten bezwijken onder de druk. Ik heb er wel in huilen zien uitbarsten: doen alsof je over het kookpunt gaat, maakt natuurlijk deel uit van het spel.»

HUMO Mag er niet over stress gesproken worden omdat het als een teken van zwakte beschouwd kan worden?

Leterme «Dat denk ik wel, ja: het kan uitgebuit worden.»

HUMO Nog méér taboe in toppolitieke kringen: de burn-out. Guy Vanhengel is zo goed als de enige die er ooit vrijelijk voor uitkwam. Of zijn topministers gewoon uit ander hout gesneden? Zie ook: het Engelse Whitehall-onderzoek, dat aantoonde dat hoge ambtenaren minder stress ervaren dan degenen die lager in de pikorde staan.

Leterme «Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. In de Kamer zag ik parlementsleden soms beven als ze voor de eerste keer moesten tussenkomen. Plankenkoorts. En als mensen me wilden spreken voor een sollicitatie of de verdediging van een kandidatuur, kwamen ze ook weleens hypergestresseerd mijn kantoor binnen. Dat vond ik dan vreemd, omdat ik daar zelf absoluut niet mee vertrouwd ben.»


De werkloze: Daniëlle

In het stressvraagstuk vaak glad over het hoofd gezien: werklozen. Nochtans zijn ze allesbehalve immuun. Meer nog: burn-outs vallen ook voor bij werklozen. Ik praat erover met Daniëlle, 39 en sinds februari vorig jaar op zoek naar werk. Als ze zichzelf ‘gestresseerd’ noemt, playback ik – goedbedoeld en met educatief oogmerk – de volksmond: ‘Hoe kan een werkloze in godsnaam stress ervaren?’ Daniëlle: ‘Een mening die ik kan begrijpen, ik dacht er wellicht ook zo over toen ik nog werkte.’ De gang van Daniëlles zaken, in het kort: na vijftien jaar buitenland keerde ze vijfenhalf jaar geleden terug naar België. Ze ging aan de slag bij een maritiem bedrijf, waar ze het snel tot teamleider schopte, maar na twee jaar werd ze zwanger.

'1.500 euro? Om niets te doen? Schappelijk, dacht ik in het begin nog'

Daniëlle «Naast alle gelukzaligheid bracht het moederschap ook stress mee, want ik was nogal carrièregericht: ik werkte graag en hard. Dat bleek moeilijk te combineren met het ouderschap. Wat me een schuldgevoel gaf, in twee richtingen. Ik probeerde te schipperen, maar toen mijn kind bijna naar school moest, heb ik toch maar ouderschapsverlof aangevraagd. Dat is in slechte aarde gevallen, want na een poosje ben ik op staande voet ontslagen. Natuurlijk had dat alles te maken met dat ouderschapsverlof, maar probeer dat maar ’ns te bewijzen.

»In eerste instantie was ik opgelucht. Ik had plots zeeën van tijd voor mijn dochter, zonder dat ik zélf een drastische beslissing had moeten nemen. Bovendien heeft het bedrijf me nog enkele maanden uitbetaald: ik heb de eerste maanden als ouderschapsverlof opgevat. De stress kwam pas toen ik opnieuw een job moest beginnen te zoeken, vooral omdat de zoektocht niet echt vlotte en ik gezondheidsproblemen kreeg. Ik moest me dan ook inschrijven als werkzoekende: iets wat me heel zwaar viel. ‘Ik, aan de dop? Dat bestaat niet.’ Het idee alleen al bezorgde me stress. Maar toen ik alles in orde had gebracht en ik mijn eerste uitkering kreeg, was ik opgelucht. 1.500 euro? Om niets te doen? Schappelijk, dacht ik (lacht).

»Desondanks bleef ik werk zoeken. Ik mag dan wel kieskeurig zijn – omdat ik bijna 40 ben en niet meer om de haverklap van baan wil veranderen – tóch heb ik veel bedrijven aangeschreven. De laatste maand: tien à vijftien brieven. Een fulltime job, maar tot nog toe heeft het niets opgeleverd.

»Solliciteren is niet doelloos, maar het doel is abstract, bijlange niet zo scherp afgelijnd als een deadline: het geeft een ander soort stress. Wachten op een antwoord: dat knaagt. Afgewezen worden is moeilijk, maar de meeste bedrijven laten gewoon níéts weten. Je hebt geen perspectief, je weet niet waar je zult eindigen: die onzekerheid is verschrikkelijk. Het gaat ver: ik heb nog niet eens een job, maar lig nu al vaak te piekeren over wat er zal gebeuren als ik er wél één vind. Zal ik de proefperiode van zes maanden overleven? Zullen ze me houden of moet ik weer op zoek? Intussen kalft je uitkering maand na maand af. En na twee jaar is het helemaal gedaan. Ook een probleem: ik beteken niets voor de samenleving en dat vind ik erg frustrerend. Ik mag zelfs geen vrijwilligerswerk doen zonder uitdrukkelijke toestemming van de RVA. Tegelijk voeren ze het activeringsbeleid op. Heel terecht, vind ik, maar telkens als ik zo’n brief van de RVA of de VDAB in de bus vind, word ik zenuwachtig. Tot ik lees wat de voorwaarden zijn: ‘Eén actie per week.’ Dan denk ik: ‘Is het dat maar?’ Veel van die brieven zijn trouwens erg onduidelijk: is een uitnodiging voor een gesprek verplicht of vrijwillig? Natuurlijk is dat stresserend.»

HUMO Hoe ervaart u die stress?

Daniëlle «Ik slaap met periodes heel slecht. Ik pieker me suf, mijn hoofd blijft malen. Mensen zeggen altijd dat ik er rustig uitzie, maar dat is de buitenkant: binnenin is het chaos. Ik ga geregeld naar de reflexologe, dat ontspant me. Ze zegt dat mijn nek en schouders volledig geblokkeerd zitten. Voortdurend: ik merk het zelfs niet meer. Ik ben ook bij de dokter beland met een bore-out, een soort burn-out. Ik moet mezelf dwingen om tot de andere, dagdagelijkse dingen te komen. Poetsen. Naar de bakker gaan. Belangrijk, want anders raak je geïsoleerd. Nog zoiets: je tuimelt uit het sociale leven. Ik heb de volledige zomervakantie met mijn kind doorgebracht. Ik heb ervan genoten, begrijp me niet verkeerd, maar ik was wel constant samen met een 3-jarige. Ik kom nog weinig in contact met volwassenen om over volwassen dingen te spreken. Ik ben heel graag mama, maar ik ben ook meer.

»Als mensen me vragen wat ik doe, antwoord ik niet meer dat ik werkloos ben – dat is te terneerdrukkend – maar dat ik op zoek ben naar een nieuwe uitdaging – veel lichter. Een spel met woorden, dat weet ik, maar het maakt voor mij een enorm verschil. Ik probeer met simpele dingen mijn focus te verleggen. Zo ga ik geregeld achter mijn naaimachine zitten: ik ben daar niet goed in, maar doordat ik er mijn hoofd bij moet houden, verleg ik mijn aandacht naar het hier en nu. Daardoor stopt het gepieker even. Klinkt dat zoals mindfulness? Mediteren is niks voor mij, daarvoor ben ik te chaotisch: het zou me alleen maar stress bezorgen.»


De bandwerker: Frans

Het model van Karasek leert dat de meest stressvolle jobs een hoge werkdruk met weinig regelruimte combineren. Langs de lopende band zijn de risico’s op lichamelijke en fysieke klachten het grootst. Ik ga langs bij Frans, die als operator werkt. In de maakindustrie betekent dat: bandwerk. Frans: ‘Ik moet elke vijftien minuten dezelfde handeling doen, maar het is geen bandwerk zoals bij de Volvo.’

Frans «Ik zit aan een tamelijk ingewikkelde machine en heb vijf computerschermen voor mij. Er is van alles dat beweegt: het is geen apenwerk, maar echt uitdagend is het na al die jaren ook niet meer. Af en toe is er een storing: dat zorgt voor wat afwisseling. Ik werk sinds 1980 in mijn bedrijf: ik heb mijn job altijd graag gedaan. Het was hard labeur, maar er was ook veel leut: we riepen naar mekaar of gooiden met water. Tegelijk werd het werk gedaan.

»Op een gegeven ogenblik werd mijn bedrijf overgenomen. En toen nog eens. We kwamen in handen van een multinational, en toen sloop het gif binnen: herstructureringen en ontslagen. Vroeger stonden we met vier man, twee per machine. Vier werden er drie. Drie werden er twee. Wij doen nu een job van zestien uur in acht uur tijd, en ze zouden het liefst hebben dat we nog méér doen. Na verloop van tijd begin je dat té hoge tempo te voelen: wanneer je thuiskomt, plof je neer in de zetel. Mijn vrouw – intussen ex – had niets aan mij. Zij was kunstenares en maakte gouden juwelen. Maar ik kon het getik van haar hamertje niet meer verdragen. We zijn veertien jaar getrouwd geweest, maar nu zijn we uit elkaar. Zonder ruzie, hoor: zij was een dagmens en ik een nachtmens, en dat gaat niet samen. Kon ik mijn hart niet luchten bij haar? Ze is een kunstenares, hè. Ze zei: ‘Stop dan toch met werken.’ Maar dat gaat natuurlijk niet zomaar.

»Het is nooit goed genoeg voor onze bazen. Mensen worden verondersteld om twaalf uur aan een stuk te werken: natúúrlijk gaan ze lopen. Nieuwe collega’s met een tijdelijk contract weigeren een vast contract. Het verloop is groot. Sommige van onze bazen zeggen ronduit: ‘Hoe minder volk, hoe minder problemen.’ Een collega heeft een dochter die economie studeert, en hij had haar cursus human resources doorgenomen: hoe beter een arbeider zich voelt, zo blijkt, hoe beter hij presteert. Bij ons redeneren ze andersom, ze zouden het beter inhuman resources noemen. Het bedrijf mikt op 2,8 procent ziekteverlet, maar begin dit jaar zaten we boven de 8 procent. De productiviteit en de efficiëntie kelderen. Maar ze zullen nooit toegeven dat het aan de herstructureringen ligt.

»Eind 2013 ben ik uitgevallen, maar toen was ik al jaren op de sukkel. Eerst kreeg ik spierpijn: in mijn nek en rug zat alles vast. Ik ging naar de osteopaat: dat deed deugd, maar ook hij zei: ‘Stress. Je moet stoppen met werken.’ Dat is ook weer zo’n alternatief type: ik kán niet zomaar stoppen met werken – ook al heb ik nooit geldzorgen gehad. Ik heb een klein huisje, met zonnepanelen en al: dat is afbetaald.

»Later kreeg ik hoofdpijn en kon ik niet meer slapen: ik ben slaappillen beginnen te nemen, en dat doe ik nog altijd. Zonder gaat niet, na 37 jaar ploegenarbeid. Een krankzinnig systeem, maar de economie moet blijven draaien, hè? Ik heb trouwens de indruk dat de helft van mijn collega’s aan de slaappillen zit. Ik kreeg last van mijn buik en mijn maag, was misselijk en geconstipeerd. De bedrijfsdokter zei dat het door de sigaretten kwam: tarara. Op den duur dacht ik dat ik darmkanker had. Ik heb een colonoscopie laten doen: niets te zien. Toen werd ik kortademig, en ben ik naar de longspecialist getrokken. Alles in orde. Ik ben bij de cardioloog beland met hartkloppingen. Daar heb ik zo’n inspanningsproef moeten doen op de fiets: met mijn hart is niets mis. Dat weet ik dan tenminste, maar ook in zíjn dossier staat letterlijk: stress. Zelfs toen heb ik niet ingebonden, al arriveerde ik steeds later op het werk.»

'Ik ben voor mijn burn-out uitgekomen, als enige. De rest zwijgt en zit zes maanden thuis met een 'hernia''

HUMO Maar er kwam een kantelpunt.

Frans «Ja, toen mijn beste vriend stierf. Hij kampte al een tijdje met een burn-out, maar durfde niet thuis te blijven, uit angst om zijn werk te verliezen. Hij hield zich staande met peppillen. Een aanslag op zijn lijf, natuurlijk: hij is gestorven aan een hartslagaderbreuk. Een uur eerder was ik nog bij hem geweest. Toen is er bij mij iets geknakt. Op een ochtend heb ik hier urenlang in de zetel gezeten: ik was wel opgestaan, maar was niet wakker. Alle fut was uit mijn lijf gegutst. Ik heb de dokter gebeld en hij zei: ‘Gij blijft thuis.’

»De dokter schreef antidepressiva voor, maar ik was helemaal niet depressief. Ik ging ook naar de psycholoog, en die wilde mij per se activeren: ‘Zet je wekker, ga lopen.’ Depressie en burn-out worden vaak verward, maar iemand met een burn-out heeft geen energie om te gaan lopen, die moet rusten. Ik trok de natuur in, om te wandelen of te fietsen. Ik werkte in de tuin. Zo ben ik er geleidelijk aan doorheen gekomen.

»Ik ben voor mijn burn-out uitgekomen, als enige. De rest zwijgt en zit zes maanden thuis met een ‘hernia’. Ik weet wel beter, ik herken de signalen. Ze worden bitsig, kunnen niks verdragen, worden agressief. Ze zweten, krijgen zúlke kringen onder hun oksels. Het is warm in de fabriek, maar zó warm nu ook weer niet. Mijn collega zegt soms: ‘Ik krijg hier een punthoofd.’ ‘Blijf dan thuis,’ zeg ik, maar ze durven niet. Wie drie keer ziek is, moet bij de personeelschef komen. Ik heb het meegemaakt: ‘Gaat het niet thuis?’ Ik dacht dat ik zou ontploffen: ‘Moet ge mijn medisch dossier eens zien misschien?’

'Foert leren zeggen: dat is mijn redding geweest'

»Ik werk nu vier vijfde. Na vier dagen is het vaatje af en heb ik een dag nodig om te recupereren. Dat is anders dan wanneer je een dag in de tuin hebt gewerkt: die vermoeidheid zit hier (tikt tegen zijn hoofd) . Ik heb nog altijd stress, dat zet zich meteen op mijn borst en mijn sinussen, maar ik heb geleerd om te zeggen: ‘Foert.’ Als het niet lukt omdat we de mensen of de middelen niet hebben, dan lukt het niet. Maar goed: ik ben 56, mij mogen ze buitengooien. Als het niet aan de N-VA had gelegen, was ik nu al met brugpensioen: ik moet er nu vier jaar bij doen, maar dat is niet erg. Foert leren zeggen: dat is mijn redding geweest.»


De luchtverkeersleider: Dirk

We eindigen onze veldstudie in een uithoek van de luchthaven van Zaventem, waar de controletoren van Belgocontrol oprijst. De luchtverkeersleiders loodsen er elke dag duizenden vliegtuigen door het Belgische luchtruim. De job van luchtverkeersleider heet zowel in de volksmond als in de wetenschappelijke literatuur zenuwslopend te zijn. Iets waar Dirk , 51 jaar oud en 28 jaar anciënniteit, zich in kan vinden.

Dirk «Al maak ik wel een onderscheid tussen verantwoordelijkheid en stress. Op onze verantwoordelijkheid valt niet af te dingen: die is enorm. We werken met vliegtuigen die honderden mensen aan boord hebben: je kunt je simpelweg geen fouten of slordigheden permitteren. Stress kán een gevolg zijn van die verantwoordelijkheid, maar is vooral afhankelijk van externe factoren – noodweer, een toestel dat ons niet oproept wanneer het dat zou moeten doen, een bird strike (jargon voor een botsing tussen een vogel en een vliegtuig, red.) of een brandstoftekort. Die dingen heb je niet in de hand, maar de stress belandt wel op onze schouders.

»Wij werken soms op het scherp van de snee: twee vliegtuigen moeten horizontaal minstens vijf zeemijlen uit elkaar blijven. Als je tegen die grens aan werkt, is dat spannend, maar op een góéde manier. Het houdt je alert. Het stressniveau is trouwens niet afhankelijk van de drukte: twee vliegtuigen volstaan voor een incident. Eén piloot die niet meteen antwoordt, zorgt meteen voor een adrenalinestoot en een verhoogde hartslag. Fight or flight, heet dat zeker?»

HUMO Constant hypergeconcentreerd zijn, bedacht op eventuele noodsituaties: dat moet toch in de kleren kruipen?

Dirk «Na anderhalf uur nemen we meestal een pauze. Dat is niet verplicht, maar als ik opleidingen geef, zie ik bij jonge collega’s hoe de concentratie zakt na die periode. Meestal beslis je op zo’n moment zelf: ‘Ik schuif even op voor een collega.’ Dan loop ik wat rond, ik drink een koffie en doe een babbeltje.

»Soms gebeurt er weken aan een stuk níéts, en vervolgens heb je vijf emergencies in twee dagen. Ik heb één keer een acute noodsituatie meegemaakt: bij dichte mist – de zichtbaarheid was nul – was een Scandinavian bijna geland, toen ik op de grondradar een flikkering zag op de landingsbaan. Dat kan van alles zijn: een storing, een vogel, maar evengoed een autootje dat nog snel oversteekt. Dan moet je in een fractie van een seconde beslissen. Ik heb dat vliegtuig een overshoot gegeven (het vliegtuig weer laten optrekken, red.). Ik heb nooit geweten wat er aan de hand was, maar heb het wel gevóéld. Nu, daarnet was het minder rustig dan nu, maar jij zou er weinig van gemerkt hebben. Wij voelen de adrenaline pompen, maar uiterlijk blijven we onbewogen. Meestal. Ik zie het zelf wél aan sommige collega’s. De stem gaat een beetje de hoogte in, ze beginnen sneller te praten en met hun voeten te wippen. Er is dus wel stress op de werkvloer, en als die te lang duurt, kan dat gezondheidsgevolgen hebben. Daarom gaan luchtverkeersleiders met 55 op dispo.»

HUMO Onderzoek toont inderdaad aan dat een verhoogde polsslag, zweten, hogere adrenaline- en noradrenalineniveaus vaker voorkomen bij luchtverkeersleiders. Dat vertaalt zich uiteindelijk in gezondheidsproblemen als een hoge bloeddruk en maagzweren.

Dirk «Ik heb zelf nog geen klachten gehad: we moeten elk jaar een heel streng medisch onderzoek ondergaan, en ik zie ook wel dat mijn collega’s steeds bewuster aan hun gezondheid werken. Ik let bijvoorbeeld erg op mijn voeding: men verwacht dat je tiptop in orde bent. Daar speelt een zekere sociale controle: wij hebben zelf niet graag dat iemand aan de radar gaat zitten als hij niet 100 procent is. Iemand die medicijnen neemt, moet beseffen dat zoiets invloed kan hebben, en de meesten zullen het ook wel zelf aangeven – zelfs als ze een hoestsiroop nemen.»

HUMO Luchtverkeersleiders duiken ook vaak op in de lijst met risicoberoepen voor burn-outs.

Dirk «Het is een job die voldoening geeft – net een belangrijke buffer tegen burn-out. Als je een potentieel gevaarlijke situatie goed hebt afgehandeld, ben je tevreden. Nog een voordeel: als je vertrekt, zit het werk erop. Na een halfuur op de motor ben ik mentaal weer bedaard, zélfs als er iets gebeurd is.»

HUMO Bijkomende complicatie: luchtverkeersleiders werken in shift. De wetenschappelijke bevindingen zijn stellig: ploegenarbeiders lopen meer risico op stressgerelateerde aandoeningen, doordat de productie van stresshormoon cortisol – die in normale omstandigheden een dag-nachtritme volgt – verstoord raakt.

'Ik ben gescheiden van mijn vrouw en dat heeft zeker ook met mijn job te maken'

Dirk «Nachtdiensten zijn fysiek belastend, zeker als je niet meer zo jong bent. De nacht duurt van tien uur ’s avonds tot acht uur ’s morgens. De dag ervoor en de dag erna ben je thuis, maar voor de rest is het ritme zoek.

»Dat heeft natuurlijk een weerslag op je familieleven. Ik ben gescheiden van mijn vrouw en dat heeft zeker ook met mijn job te maken. Ik werk al jaren minstens één op de twee weekends. Daardoor kon ik in de week wel vaker voor de kinderen zorgen, maar als ik thuis was, was mijn vrouw weg: veel gezellig samenzijn zat er niet in. Dat leidt uiteraard tot spanningen.»

HUMO Mogen we nog één keer uit het handboek stressbeheersing citeren? Niks zou beter zijn om gespannen toestanden op de werkvloer te verlichten dan een goede relatie met collega’s en oversten.

Dirk «Er zijn hier héél weinig problemen onder collega’s. Dat heb ik ook gemerkt op 27 mei, toen we getroffen werden door een stroompanne: in zo’n geval telt niemand zijn uren. Wij zijn een community: sommige collega’s gaan zelfs samen basketten of voetballen. Weet je, na een incident kunnen wij een beroep doen op het CISM – het Critical Incident Stress Management-team – maar ik heb nog nooit met die mensen gepraat, omdat ik veel kwijt kan bij mijn collega’s. Een zeldzaam voordeel van het ploegensysteem: tijdens de nacht zit je dicht op mekaar, en dat schept een band. Sommige collega’s worden zo vrienden, en vrienden zien het wanneer er iets scheelt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234