Sarah: ‘Ik hield me zo stil mogelijk. ‘Geen weerstand bieden,’ dacht ik. ‘Overleven” Beeld Getty Images
Sarah: ‘Ik hield me zo stil mogelijk. ‘Geen weerstand bieden,’ dacht ik. ‘Overleven”Beeld Getty Images

dossierverkrachting

Dossier Verkrachting in België 7 slachtoffers per dag – maar 1 op de 10 daders wordt gestraft

Annemie Bulte

INTRO

‘Eerst gaat hij me verkrachten, daarna word ik vermoord: dat was het enige waar ik aan kon denken. Ik moest die man tot rede brengen, ik móést het overleven.’ Sarah (37) werd in april 1993 in haar kot overmeesterd door een man die zich voor politieman uitgaf. De dader bleek, net als Ronald Janssen in zijn jonge jaren, een serieverkrachter die in studentenhuizen opereerde. Na acht slachtoffers werd hij gepakt, en hij kreeg twintig jaar cel. ‘Ik ben er zeker van: als hij vrijkomt, begint hij onmiddellijk opnieuw.’

SARAH «Het was een vrijdagavond, iets na zes uur. Ik zat op mijn kot te studeren, want mijn examens – derde jaar Germaanse filologie – kwamen eraan. Plots meende ik iets te horen aan de deur. Ik deed mijn kot altijd op slot, omdat het wat verdoken lag aan de achterkant van een groot gebouw met appartementen en studio’s. Het lag aan het einde van een lange gang, achter een hoekje.

»Ik ging naar de deur en voelde aan de klink. Dat detail herinner ik me heel goed: ik trok de klink naar beneden, en ze bleef een paar tel-en hangen. Dat was niet normaal. Ik ging weer achter mijn bureau zitten. Een halve minuut later werd er geklopt. ‘Wie is daar?’ vroeg ik, op mijn hoede. Het was niet normaal dat iemand het gebouw binnenraakte zonder eerst beneden te bellen. ‘Politie!’ riep een stem.

»Ik draaide het slot om en deed de deur open: voor mij stond een imposante gestalte. Hij stapte onmiddellijk binnen en draaide de deur achter zich op slot. Een vreemde man met een verwilderde aanblik, oververhit, buiten zichzelf van wellust. Hij ademde zwaar, bijna woest, en stond direct met zijn penis uit zijn broek. Ik was overweldigd, maar probeerde na te denken. Met mijn frêle gestel was ik fysiek totaal niet tegen hem opgewassen. ‘Ik heb hier geen telefoon. En als ik nu begin te roepen, kan niemand mij horen,’ dacht ik. Het was vrijdagavond, de meeste studenten waren al naar huis voor het weekend. Ik zat gevangen.»

‘DAT KLOPT NIET’

Elke dag worden in België minstens zeven vrouwen of kinderen verkracht: dat blijkt tenminste uit cijfers van de parketten. ‘Maar het werkelijke aantal verkrachtingen kennen we niet,’ zegt psychologe Danièle Zucker. ‘Wellicht ligt het een pak hoger, want ongeveer dertig procent van de vrouwen die verkracht worden, dient geen klacht in.’ Zucker deed vorig jaar een onderzoek naar de manier waarop verkrachtingsdossiers door het gerecht worden behandeld. Daaruit blijkt dat het voor de daders in ons land bijna nooit tot een veroordeling komt. Van de honderd bestudeerde dossiers uit 2007 en 2008 leidden er maar vier tot een veroordeling. En in amper één geval moest de dader daarna effectief naar de gevangenis.

DANIÈLE ZUCKER «Mijn studie ging alleen over dossiers met één da-der en één meerderjarig slachtoffer. Maar ook als je de algemene cijfers bekijkt – met inbegrip van groepsverkrachtingen en kinderverkrachtingen – scoort België opvallend slechter dan de rest van Europa. Samen met Schotland, Ierland en Engeland hebben wij verhoudingsgewijs het minst aantal veroordelingen in verkrachtingsdossiers. In 2006 ging het bijvoorbeeld maar om dertien procent. Het overgrote deel van de klachten bereikt de rechtbank nooit, omdat de dader niet gevonden is of bij gebrek aan voldoende bewijsmateriaal.»

Zuckers onderzoek paste in een ruimere Europese studie die er kwam op initiatief van professor Liz Kelly, hoofd van het departement child and Woman Abuse van de Metropolitan University in Londen.

ZUCKER «Ik heb de resultaten van mijn studie een paar maanden geleden aan de Senaat voorgesteld. Er zaten toen veel magistraten in de zaal, en ze waren absoluut niet te spreken over de cijfers: ‘Die kunnen niet kloppen.’ Het is waar dat er wat speling op kan zitten – zo zijn er bijvoorbeeld meer onbekende daders dan bij vergelijkende studies in het buitenland – maar de tendens is duidelijk, en die kan je niet negeren.»

OVERLEVEN

SARAH «‘Je gaat me toch niet ver-krachten,’ vroeg ik hem wel tien keer. Misschien was het naïef, maar ergens hoopte ik dat ik hem nog tot rede kon brengen. Ik trachtte kalm te blijven en op hem in te praten. ‘Ik ga u niet verkrachten als ge voor mij masturbeert,’ riep hij met een schril stemmetje. ‘Dat is het enige wat ik u vraag!’

»Ik probeerde een gesprek. ‘Waarom kom je hier? Waarom ga je niet naar de hoeren?’ – ‘Ik heb geen geld!’ Hij had gedronken: ik zag het aan zijn ogen en rook het aan zijn adem. Hij had zeven pinten op, vertelde hij, om zich moed in te drinken – blijkbaar had hij alles dus bewust gepland.

»Hij werd alsmaar wilder en heviger, en hij verplichtte me hem te kussen: ‘Anders verkracht ik je!’ Ik vroeg of hij het normaal vond wat hij deed. ‘Nee, ik vind het níét normaal!’ brulde hij, met zijn gezicht vlakbij het mijne.

»Ik weet niet wat het meest vernederend was: de verkrachting zelf of de aanloop die hij nam. Hij dwong me om te zeggen dat hij een mooie penis had. Ik, heel koel: ‘Ja, hij ziet er goed uit.’ Daarna wilde hij me uitkleden. Ik wilde niet dat hij de kleren van mijn lijf zou scheuren, dus zei ik dat ik me dan nog liever zelf uitkleedde. Ik moest op bed gaan liggen en allerlei dingen zeggen. ‘Zeg dat je me wil pijpen.’ – ‘Nee, dat wil ik niet zeggen.’ – ‘Ge móét, of ik verkracht u!’ Ik kreeg het dan toch over mijn lippen, en hij zei: ‘Nu ga je het doen ook. Je hebt gezegd dat je wilde!’ – ‘Nee, dat was alleen omdat ik moest van u.’

»Hij werd steeds dwingender en agressiever, en uiteindelijk heeft hij me verkracht. Ik hield me zo stil mogelijk: ik dacht dat dat de beste manier was om er zo weinig mogelijk schade aan over te houden. Geen weerstand bieden. Overleven. Toch ben ik geknakt: ik ben beginnen te wenen, van de schrik en van de pijn. »Achteraf heb ik geworsteld met de vraag of ik het niet beter anders had aangepakt. Had ik me niet meer moeten verdedigen? Had ik moeten tegenstribbelen? Iemand zei me achteraf: ‘Ik zou zijn ogen uitgekrabd hebben.’ Maar ik wist dat ik geen schijn van kans had. Ga je je dan eerst laten verminken voor je verkracht wordt? Er wás gewoon geen goeie reactie.

»De verkrachting zelf duurde heel kort. Ik weet niet eens of hij klaargekomen is. Ik was alleen maar met mezelf bezig, hoe ik die momenten moest doorkomen...

»Nadien verplichtte hij me om me voor hem te wassen.»

HUMO Om sporen uit te wissen?

SARAH «Ik denk het, maar ook omdat hij genoot van zijn macht. Hij was dominant en gebiedend: ‘Nu ga je je wassen.’ Ik moest hem zelf ook een washandje geven om zich te wassen.

»Na een poosje zei hij dat hij zou vertrekken. Weer die intimiderende toon: ‘Gij blijft hier nog een half-uur zitten. Pas dan moogt ge weggaan. En ge spreekt hier met niemand over.’

»Ik was intussen gestopt met wenen en had me herpakt: mijn gedachten hadden zich afgescheurd van mijn gevoelens. Met alle ernst en overtuiging die ik kon verzamelen, antwoordde ik dat ik er tegen niemand met een woord zou over reppen. Ik denk dat hij me ook geloofde.

»Toen hij weg was, ben ik nog een halfuur blijven zitten, verweesd, en daarna ben ik met mijn auto naar huis gereden, alsof er niets gebeurd was. Ik was in shock, besefte nog niet goed wat me was overkomen. Maanden later heb ik de impact in het kwadraat gevoeld – en láng.»

VOGELS VOOR DE KAT

Danièle Zucker was vijftien jaar lang hoofd van de psychiatrische spoeddienst van het Sint-Pieters-ziekenhuis in Brussel en bestudeert het criminele brein. Ze werkt bijvoorbeeld ook als profiler in het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel, die achtentwintig onopgeloste moorden op zijn naam heeft.

HUMO Vanwaar uw interesse voor verkrachtingen?

ZUCKER «Toen ik nog in het Sint-Pietersziekenhuis werkte, zagen we zo’n vijfduizend patiënten per jaar, waaronder een honderdtal slachtoffers van seksueel misbruik. In het begin vond ik het lastig om die vrouwen op te vangen. Eerlijk gezegd meed ik ze zelfs, omdat ik niet wist wat ik met hun verhaal aan moest. Ik voelde me net zo machteloos als zij.

»Tot ik na een tijd dacht: ik kan zo niet blijven doorgaan. Ik besloot een speciale therapeutische behandeling voor hen uit te werken. Er bestonden wel richtlijnen, maar die waren vaag. Er was behoefte aan een duidelijke aanpak.

»Het is bijvoorbeeld belangrijk om een slachtoffer van verkrachting te laten voelen dat haar geen schuld treft, en te achterhalen hoe ze in die penibele toestand is beland. Want niet alle verkrachtingen zijn hetzelfde. Als je verkracht wordt in het toilet van een trein, dan overkomt het je – punt. Je gaat het toilet binnen, je belager duwt je tegen de muur, hij verkracht je, en hij vertrekt. Maar je hebt ook verkrachtingen waarbij de vrouw zich in een hinderlaag heeft laten lokken. Stel: ze ontmoet hem in een bar, en hij stelt voor om haar naar huis te brengen. Onderweg rijdt hij met zijn auto het veld in, en hij gaat haar te lijf: dat scenario zien we vaak. Bij die slachtoffers zie ik dikwijls een soort naïviteit, een goedgelovigheid in de medemens, die gevaarlijk kan zijn.»

HUMO Je hoort soms dat vrouwen door hun houding een verkrachter kunnen aantrekken: een vrouw die er sterk en zelfverzekerd uitziet zal minder snel het slachtoffer worden dan een vrouw die er kwetsbaar uitziet.

ZUCKER «Je kan niet veralgemenen, maar in bepaalde gevallen is dat zo. Een verkrachter is een roofdier, op zoek naar een prooi. En een prooi is per definitie kwetsbaar: ofwel door de situatie waar ze zich in bevindt – alleen in een donker straatje – ofwel omdat ze iets breekbaars uitstraalt. Op één of andere manier ruiken daders die kwetsbaarheid. Vrouwen die door hun persoonlijke geschiedenis minder weerbaar zijn, zijn vogels voor de kat. Dat is erg, want ze hebben natuurlijk het récht om zich slecht te voelen.

»Beetje bij beetje ben ik erin geslaagd om de slachtoffers in het ziekenhuis beter te benaderen, om naar hen te luisteren, hen te helpen. Toch zag ik keer op keer dat al mijn inspanningen werden tenietgedaan zodra het onderzoek begon. Reacties bij politie en gerecht maakten me woest: slachtoffers werden niet geloofd of werden op een brute manier met de dader geconfronteerd. Ze stortten in en ik kon weer helemaal opnieuw beginnen. Hemeltergend.

»Eind jaren negentig kon ik de situatie niet langer aanzien en heb ik contact gezocht met de politie en de magistraten van Brussel. Ik werd heel goed ontvangen en we kwamen tot een goede samenwerking.

»In 2004 organiseerde ik een internationaal congres met experts inzake seksuele criminaliteit, omdat ik echt iets wilde veranderen. Er kwamen veelbelovende voorstellen, onder andere de oprichting van een DNA-bank waarin de genetische profielen van daders én verdachten zou worden bijgehouden. Van al die plannen is weinig in huis gekomen. Het idee van die databank sneuvelde bijvoorbeeld omdat het een inbreuk zou zijn op het privéleven van niet-veroordeelden.»

Psychologe Danièle Zucker: ‘Politie en gerecht beseffen nog veel te weinig wat voor desastreuze impact een verkrachting heeft. ‘Ach, ze heeft een akelig kwartiertje beleefd. Maar is niet dood, hè.’ Ze beseffen niet dat het een innerlijke dood is, die je van buiten niet ziet.’ Beeld Getty Images/PhotoAlto
Psychologe Danièle Zucker: ‘Politie en gerecht beseffen nog veel te weinig wat voor desastreuze impact een verkrachting heeft. ‘Ach, ze heeft een akelig kwartiertje beleefd. Maar is niet dood, hè.’ Ze beseffen niet dat het een innerlijke dood is, die je van buiten niet ziet.’Beeld Getty Images/PhotoAlto

MACHTSWELLUST

SARAH «Die avond heb ik mijn ouders verteld wat me overkomen was. In bedekte termen – een lightversie, zeg maar. Ik heb een douche genomen en ben in bed gekropen.

»’s Anderendaags zijn we een klacht gaan indienen bij de politie. Ik moet zeggen dat ik daar goed opgevangen ben. Ik heb in die periode heel veel agenten van de zedenpolitie gezien, en die hebben zich altijd correct gedragen. Op geen enkel moment gaven ze me de indruk dat ze me niet geloofden, en er werden ook geen insinuaties of verwijten gemaakt.»

HUMO Dachten ze direct aan een serieverkrachter?

SARAH «Dat hebben ze nooit gezegd. Maar zelf was ik daar wel van overtuigd, al van het ogenblik dat hij bij mij binnenkwam: ‘Die heeft dit vroeger al gedaan, en hij zal het zeker nog doen.’»

HUMO Waaruit leidde je dat af?

SARAH «Hij was véél te zelfverzekerd. Hij was zo dominant, zo gefocust op wat hij van plan was... Er was geen ontkomen aan. Dat was ook mijn grootste motivatie om een klacht in te dienen: ik wilde absoluut vermijden dat hij nog meer slachtoffers zou maken.»

HUMO Hoe ben je die eerste dagen en weken doorgekomen?

SARAH «Ik probeerde krampachtig om het van me af te zetten. Het was duidelijk dat ik nooit meer een nacht zou kunnen doorbrengen op mijn kot, en dus ben ik verhuisd – dat oude kot was in het begin ook verzegeld voor het onderzoek.

»Ik wilde sterk zijn. ‘’t Is al erg genoeg dat het gebeurd is,’ vond ik. Ik wilde niet dat het mijn leven verder zou beïnvloeden. Maar dat lukte niet echt: telkens weer naar de politie om verklaringen af te leggen, om iets te verduidelijken... Keer op keer word je teruggeworpen op een ervaring die je liefst van al zou wegsnijden. En altijd opnieuw die beelden: hoe vernederd en geterroriseerd ik me voelde, hoe hij genoot van wat hij me kon laten zeggen en doen. Want het seksueel misbruik was één ding, maar die machtswellust kwam daar nog bovenop – al is dat misschien wel bij alle verkrachters zo. Na zo’n ondervraging had ik altijd hoofdpijn. Maar ik wist dat het belangrijk was.

»De politie deed haar uiterste best. Ik moest een paar keer naar het bureau om een robotfoto te laten tekenen, en om foto’s te bekijken van gekende daders van zedendelicten. Eén keer werd ik dringend opgeroepen: ze hadden een verdachte. Ik ben met die man geconfronteerd, maar hij was het niet.

»Na anderhalve maand kreeg ik te horen dat ze de fase van intensief zoeken afsloten. Ik had er me al bij neergelegd dat ze hem waarschijnlijk nooit zouden pakken.»

HUMO Hoe is dat dan toch gebeurd?

SARAH «Hij had de fout gemaakt om in hetzelfde gebouw nog een andere studente te verkrachten. Zij had wél telefoon, en ze kon de politie verwittigen terwijl hij nog in huis was. Ze hebben hem gevonden in de toiletten, waar hij zich had verstopt.

»Die avond vond ik een bericht van de politie op de trap: of ik zo snel mogelijk contact kon opnemen. Ze zijn me met de combi komen halen, en ze lieten hem zien achter verduisterd glas. Ik heb lang moeten kijken, want ik wilde absoluut zeker zijn – het is een zware beschuldiging, hè. Zijn haar was langer geworden en hij had een baard gekweekt, maar hij was het. De politie zei achteraf dat mijn beschrijving van hem volledig klopte, behalve de leeftijd: ik had hem tussen de dertig en de veertig geschat, maar hij was even oud als ik: eenentwintig! Daar schrok ik wel van.

»Ook angstaanjagend: ik kende hem niet, maar hij mij blijkbaar wel. Maanden voordien was er ingebroken in mijn kot. Er was niks weg, maar het slot was geforceerd. Hij heeft dat achteraf bekend. Hij hield me dus al maanden in het oog. Waarom? Geen idee, en ik heb het ook nooit wíllen weten. Ik wist dat hij heel gevaarlijk was: dat volstond.»

De jongeman was inderdaad niet aan zijn proefstuk toe. Hij werd schuldig bevonden aan in totaal vier verkrachtingen en vier gewelddadige aanrandingen, telkens van studentes, vaak onder bedreiging van een mes. En hij had eerder al veroordelingen opgelopen, onder meer voor brandstichting. De correctionele rechtbank veroordeelde hem tot tien jaar gevangenisstraf.

Hij ging in beroep, maar dat bleek een misrekening: het hof van beroep verdubbelde zijn straf naar twintig jaar, vanwege het vernederende en sadistische karakter van zijn daden. Dat was eind 1993.

WOORD TEGEN WOORD

‘Als we kijken naar het aantal veroordelingen in België, is er een merkwaardige evolutie aan de gang,’ zegt Danièle Zucker.

ZUCKER «Het aantal klachten over verkrachtingen is de jongste vijftien jaar spectaculair gestegen (van 557 verkrachtingsdossiers in 1994 tot maar liefst 2.955 in 2006: een stijging van 408 procent, red.). Maar dan het ontstellende nieuws: het aantal veroordelingen is in die periode niet evenredig gestegen, het is zelfs gezakt. In 1995 werd 20 procent van de daders gestraft, in 2006 was het dus nog maar 13 procent – ofwel iets meer dan één op de tien daders.»

HUMO Vanwaar die daling?

ZUCKER «Dat weten we niet. België heeft na de zaak-Dutroux enorm veel inspanningen gedaan opdat slachtoffers gemakkelijker aangifte konden doen. Er kwam slachtofferhulp, een betere opleiding voor politieagenten, gefilmde verhoren van kinderen... Maar er is niks gedaan om ook het vervolg van de procedure beter te laten verlopen. Zodra een klacht in onderzoek gaat, loopt het mis. Er bestaat bijvoorbeeld nog altijd geen opleiding om magistraten te leren met wat voor mensen ze te maken hebben – verkrachters zijn vaak gewiekste manipulatoren.

»Het grootste probleem is nog altijd de bewijsvoering. Daar stelt men zich tevreden met de logica van woord tegen woord. En that’s it. Als de ene wit zegt en de andere zwart, tja, dan weten we het niet en zullen we het nooit weten.»

HUMO Er zijn toch nieuwe methodes, zoals het DNA-onderzoek?

ZUCKER «Ja, maar wat bewijst dat? Als de dader dan zegt dat het slachtoffer instemde, dan stopt het.

»Bij het lezen van al die dossiers is me duidelijk geworden hoe moei-lijk magistraten het soms hebben om zich een helder beeld te vormen: ze krijgen te weinig elementen om mee te werken. De wetenschappelijke bewijzen zijn mager. Het eerste medisch onderzoek gebeurt bijvoorbeeld dikwijls door stagiairs gynaecologie. Die hebben het al razend druk – er zijn consultaties, een oudere vrouw heeft een verontrustende bloeding, en een patiënte moet bevallen – en natuurlijk hebben ze geen tijd voor een vrouw die verkracht is en misschien maar weinig opvallende letsels heeft. Ze weten ook helemaal niet hoe ze die tests moeten afnemen: waar dienen die potjes voor, moeten ze nu echt het schaamhaar uitkammen, en hoe neem je een staal voor sporenonderzoek?

»Er zijn ook experts nodig die opgeleid zijn in traumatologie, en die direct kunnen vaststellen: ‘Voilà, hier op de arm zit een blauwe plek die van gisteren dateert, wat erop kan wijzen dat het slachtoffer zich heeft verzet. En hier zit een schram op de binnendij...’ Zúlke dingen helpen de magistraat.

»En politieagenten hebben evenmin altijd de juiste kennis om slachtoffers te ondervragen, waardoor ze belangrijke dingen misschien uit het oog verliezen.»

HUMO Maar dat was na de zaak-Dutroux toch net veel verbeterd?

ZUCKER «Voor kinderen wel, ja: in die zaken bijten politie en gerecht zich onmiddellijk vast, daar bestaan goede opleidingen voor, en de resultaten zijn veel beter. Maar verkrachtingen van volwassenen, daar ligt niemand echt wakker van. Daar is de mentaliteit eerder: ‘Bon, het is erg. Hij heeft haar verkracht, en dat mag niet. Maar ja, hij had wat gedronken en het is gebeurd. Wat moeten we daar nu mee? We zullen hem een straf met uitstel geven, als waarschuwing. Dan zal hij het wel niet meer doen.’ Wat een ontstellende naïviteit!

»Daarom pleit ik voor een opleiding waarin magistraten en speurders leren hoe seksuele delinquenten in elkaar zitten. Een man die niet wíl verkrachten zál ook niet verkrachten, hoeveel hij ook gedronken heeft. Je hebt er een bepaalde ingesteldheid voor nodig.

»Daarnaast beseft men nog veel te weinig wat voor desastreuze impact een verkrachting heeft op een slachtoffer. ‘Ach, ze heeft een akelig kwartiertje beleefd. Maar ze zal er zich wel overheen zetten. Ze is niet dood, hè.’ Ze beseffen niet dat het een innerlijke dood is, die je van buiten niet ziet.»

HUMO De meeste daders van seksueel misbruik zijn recidivisten, zegt u.

ZUCKER (knikt) «En dat willen veel mensen niet zien. ’t Is naïef om te denken dat zo iemand maar één verkrachting zal plegen in zijn leven, als een soort accident de parcours. Als hij het één keer doet, is de kans groot dat hij opnieuw toeslaat.

»Wist u dat heel wat daders hun eerste verkrachting ook al op hun vijftiende plegen? Dertig procent van de daders zijn minderjarigen. Als ze een dader voor verkrachting aanhouden, gaan ze er altijd van uit dat het zijn eerste keer is. Maar is dat wel zo? Als ik een dossier voor me heb met alle elementen, kan ik meestal afleiden of ze het al eens eerder gedaan hebben. Vaak is dat inderdaad het geval.»

HUMO Wat maakt dat iemand een verkrachter wordt?

ZUCKER «Dat hangt van meerdere factoren af. Onderzoekers verwijzen vaak naar seksueel misbruik: slachtoffers die zelf dader worden. Maar volgens mij is psychisch misbruik veel belangrijker: een studie zegt dat vijfenzeventig procent van de daders van seksueel misbruik in hun jeugd vernederd, gemanipuleerd, verwaarloosd zijn. Daarnaast hangt het ook af van je persoonlijkheid, je opvoeding, het milieu waarin je verzeild raakt...

»Er zijn wel dingen die er al heel vroeg op kunnen wijzen dat iemand aanleg heeft om een verkrachter te worden, zoals wreedheid tegen dieren, of pyromanie.»

HUMO De serieverkrachter waar Sarah het slachtoffer van werd, was vroeger al eens veroordeeld wegens brandstichting.

ZUCKER «Typisch. Pyromanen zoeken het gevoel van almacht op, dat je kan beslissen over leven en dood, dat je verheven bent boven de anderen. Hetzelfde gevoel zoeken daders op bij een verkrachting.

»Het is niet toevallig dat één derde van de daders in mijn onderzoek al bekend was bij justitie voor andere feiten. Zedendelinquenten plegen bijvoorbeeld vaak ook inbraken met geweld. Da’s hetzelfde mechanisme: ergens binnendringen zonder uitnodiging.»

HUMO Je hoort vaak dat het aan-tal verkrachtingen veel hoger zou liggen als er geen prostituees bestonden. Wat denkt u daarvan?

ZUCKER «Volgens mij klopt dat niet. Er is niks seksueels aan een verkrachting. Zoals ik al zei, draait het om macht en controle, om de vernedering van het slachtoffer.

»Trouwens, het gebeurt niet zelden dat prostituees zélf verkracht worden. Of dat de dader zijn fantasieën eerst op hen oefent, en daarna de straat opgaat om een slachtoffer uit te pikken. Er zijn er zelfs die thuis oefenen op hun vrouw.»

INKTZWART GAT

HUMO Sarah, we zijn nu zeventien jaar verder. Hoe heeft de verkrachting je leven beïnvloed?

SARAH «Ik zou niks liever willen dan te kunnen zeggen dat het maar een detail is geweest, een voetnoot. Maar dat is me nooit gelukt. Het heeft mijn leven volledig omgegooid. Ik weet niet wat het ergste was: de schrik, de vernedering, of het gevoel niet meer veilig te zijn in mijn eigen ruimte – ik denk het laatste. Je kan je misschien nog voorstellen dat je een auto-ongeluk krijgt, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat ik zoiets zou kunnen meemaken.

»Ik kwam uit een beschermd milieu. Ik maakte plezier met mijn vriendinnen, en mijn vrienden waren zachtaardige, vriendelijke jongens. En dan word je ineens uit die luchtbel gesleurd. Je beseft dat die geborgenheid eigenlijk maar een waan is.

»Gek genoeg is de grote klap pas een paar maanden later gekomen, na mijn examens in tweede zit – ik was gelukkig wel geslaagd. Ik had plots niks meer omhanden en viel in een gat. Een inktzwart gat. Ik begon me steeds slechter te voelen, en ik verloor het contact met de buitenwereld. Ik was erg eenzaam. Ik zag alleen nog een paar goeie vriendinnen, maar ook met hen kon ik er moeilijk over praten, ook omdat ik me graag sterk wilde voordoen. Dat klopte niet met hoe ik me voelde. Ik leefde met een continu gevoel van angst.»

HUMO Hoe heb je het allemaal verwerkt?

SARAH «Het is moeilijk om daar als slachtoffer een actieve rol in te spelen. Het gerecht zorgt ervoor dat de dader wordt opgepakt en veroordeeld, maar voor de rest moet je zelf zorgen. Ik ben in therapie gegaan: dat hielp tot op zekere hoogte. Maar wat ik vooral nodig had was tijd. Véél tijd. Misschien raken andere mensen er vlotter overheen dan ik. Ik kan alleen maar zeggen hoe het voor mij is geweest: las-tig en vermoeiend; iets dat lang is blijven knagen, op een sluimerende maar indringende manier. Een ranzig, akelig gevoel.

»Pas de laatste jaren heb ik het helemaal van me af kunnen zetten. Ik praat er nog altijd niet graag over – ik heb interessantere dingen te vertellen – en ik heb besloten om voortaan naar de toekomst te kijken.»

HUMO Heeft het je seksleven beinvloed?

SARAH «Mijn levenslust en mijn seksuele lust waren behoorlijk aangetast, ja. Er zijn enkele jaren overgegaan eer ik opnieuw met mannen begon om te gaan. En seks heb ik pas heel geleidelijk en voorzichtig toegelaten. Ik heb moeten leren om me weer aan iemand anders over te geven.»

HUMO Heb je nog iets van de dader gehoord?

SARAH «De eerste jaren niet. Hij zat in de gevangenis, en voor de rest interesseerde hij me niet.

»Een paar jaar geleden kreeg ik een bericht van slachtofferhulp: de dader kwam in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Ze wilden weten of ik bezwaren of eisen had, en ik ben met hen gaan praten. Misschien was het goedbedoeld, maar de hele procedure had iets van een klucht. Zo kreeg ik te horen dat ik kon eisen dat de dader nooit meer in het centrum van de stad mocht komen. Ik vond dat absurd: wie ging dat dan controleren? Ik kon ook een straatverbod vragen. Maar dan kon ik hem toch evengoed mijn adres geven? Ik wist niet eens hoe hij er na al die jaren uitzag!

»Maar ik maakte me echt wel zorgen. Als hij vrijkwam, zou hij binnen de kortste keren opnieuw beginnen: dat wist ik zeker. Ik geloof niet in therapie voor dit soort daders – in de zin dat ze hun driften echt onder controle krijgen. Zodra ze de stap naar verkrachting hebben gezet, zijn ze nauwelijks nog bij te sturen. Maar moest dat ook zo in mijn officiële antwoord staan? De dader zou dat kunnen lezen in zijn dossier: wat als hij me dat later betaald wilde zetten? Daarom heb ik het diplomatisch proberen te formuleren. Ik heb bijvoorbeeld niet geschreven dat ik hem een gevaarlijke psychopaat vond...»

HUMO ... terwijl je dat eigenlijk wel dacht?

SARAH «Ja.»

HUMO Zoals Ronald Janssen? Die is ook begonnen in zijn studententijd en drong ook studentenkamers binnen.

SARAH «Ik zie toch een verschil. Ronald Janssen was een leraar die geapprecieerd werd door zijn leerlingen, die getrouwd was en kinderen had, die lid was van een wandelclub... Mijn dader is een marginaal, gevaarlijk man, die de maatschappij niets te bieden heeft. Een neanderthaler die andere mensen schade toebracht om toch iets van genot in zijn leven te hebben, hoe primitief ook. Eigenlijk wil ik mezelf mijlenver boven hem plaatsen: ik ben veel socialer, verstandiger... Alleen fysiek was ik de mindere.»

HUMO Heb je ooit wraak- of haatgevoelens tegen hem gekoesterd?

SARAH «Nee. Ik heb hem altijd zo ver van mij willen afschuiven dat ik niks meer bij hem voelde, ook geen haat of wraak. Ik wil gewoon dat hij opgesloten blijft, omdat hij dan niemand iets kan aandoen.»

HUMO Hij moet intussen achterin de dertig zijn en heeft nu meer dan driekwart van zijn straf uitgezeten. Wat als hij vrijkomt?

SARAH «Dan zal ik het misschien niet eens weten. Op de laatste brief van slachtofferhulp, een paar maanden geleden, heb ik niet meer gereageerd. Ik had het te druk met andere dingen. Aangename dingen. Ik dacht: ‘Het is al zo lang ge-leden: tijd om het af te sluiten.’ Zo-als gezegd: voor mij telt nu alleen de toekomst.»

(Verschenen in Humo op 2 februari 2010)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234