Dossier vruchtbaarheidsproblemen: 'Je voelt je minderwaardig: zoiets simpels als een kindje krijgen, en jou lukt het niet'

Eén op de zes koppels heeft meer dan een jaar nodig om zwanger te worden, en elk jaar komen er in België vijfduizend kinderen ter wereld na een vruchtbaarheidsbehandeling. Maar zelfs als de onstuitbare kinderwens bevredigd wordt, is er dikwijls een lange lijdensweg aan voorafgegaan. ‘Mijn jongere zus werd eerder zwanger dan ik! Dan kón toch niet? Dat mócht toch niet?’

(Verschenen in Humo 3537 op 17 juni 2008)

Kaat en Geert trouwden in 1999. Ze wilden snel kinderen, maar het zou vijf jaar duren voor het zover was. Vijf jaar van proberen, twijfelen, wanhopen, en toch maar weer proberen.

Kaat «Toen we trouwden, waren we al tien jaar samen. We hadden allebei een fijne job. Ik ben van opleiding verpleegster en licentiate ziekenhuiswetenschappen; ik werkte bij een ziekenfonds, en kort na ons huwelijk was ik gepromoveerd. Dat had één vervelend neveneffect: ik moest voortdurend pendelen tussen Brugge en Antwerpen. Enorm energievretend en stresserend, maar verder liep alles prima. We vonden allebei dat het tijd werd voor kinderen.»

HUMO Hoe groot was jullie kinderwens?

Kaat «Ik kon me niet voorstellen dat ik gelukkig zou kunnen worden zonder kinderen. Geert verlangde wel naar een zoon of dochter, maar het hoefde niet per se. Maar dat verschil speelde ons toen nog geen parten. Die kinderen zouden er komen, daar gingen we van uit, en dat was het enige wat telde.

»We hebben ongeveer een jaar geprobeerd. Toen kreeg ik plots een zware bloeding. Ik naar de gynaecoloog. Die ontdekte dat er precarcinogenen in mijn baarmoederhals zaten: cellen die zich zouden ontwikkelen tot kanker als ik ze niet liet weghalen. Dus ben ik geopereerd.

»Pas achteraf, toen ik op controle moest, heb ik tussen neus en lippen verteld dat we al een jaar lang tevergeefs zwanger probeerden te raken. Ik had gehoopt dat de dokter zou zeggen: ach, da’s bij veel mensen zo, maak je geen zorgen. Maar ze wilde ons onderzoeken. Daaruit bleek dat Geert verminderd vruchtbaar was: we moesten héél veel geluk hebben wilde ik spontaan in verwachting raken.

»De dokter verwees ons door naar een fertiliteitskliniek. Daar konden ze ons helpen met ICSI, een variant op ivf, invitrofertilisatie. Bij ivf worden zaadcellen en een eicel samen in een proefbuis gebracht; bij ICSI wordt er echt sperma in de eicel geïnjecteerd.»

HUMO Hoe reageerden jullie op dat bericht?

Kaat «We waren serieus van slag. We hadden een plan voor ons leven, een weg die we hadden uitgestippeld, en opeens leek die weg dood te lopen. We hadden een huis willen kopen in de stad, maar we hadden niks geschikts gevonden, dus was het een stuk bouwgrond op het platteland geworden. De werkzaamheden waren al begonnen: er zouden drie kinderkamers komen. En dan hoor je zoiets, en gaat alles aan het wankelen.»


Asgrauw leven

Kaat «We zijn niet meteen naar die fertiliteitskliniek gegaan. Ik mocht na mijn operatie sowieso niet meteen zwanger worden, en die tijd hebben we gebruikt om ons zo goed mogelijk te informeren. Het was destijds geen sinecure om te weten te komen wat je precies te wachten stond: er waren wel wat teksten beschikbaar, maar dat was één en al jargon. Het viel ons zwaar om ons lot in handen van de medische wereld te leggen.

»Ik wilde koste wat het kost moeder worden, maar dat kon voor mij ook via adoptie. Geert zag dat anders: ons kind moest genetisch van ons zijn. Ik wilde hem niet forceren om te adopteren, hij wilde mij niet dwingen om kinderloos te blijven, dus was er maar één optie: een vruchtbaarheidsbehandeling.»

HUMO Hoe stevig stond je in je schoenen toen je ermee begon?

Kaat «Nu weet ik dat er een depressie op de loer lag, maar toen besefte ik dat niet. Ik voelde me niet goed, maar dat schreef ik toe aan de samenloop van omstandigheden: de problemen om kinderen te krijgen, de vermoeidheid na maandenlang pendelen. Ik had een auto-ongeluk gehad: niet ernstig, maar toch. We zouden ook verhuizen: mijn familie en vrienden opeens ver weg, een nieuwe huisarts, tandarts, kapper... Dat was veel om te behappen.

»Maar ik had moeten weten dat er meer aan de hand was. Zelfs als ik acht uur sliep, bleef ik doodmoe. Op mijn werk kon ik mij niet concentreren. En ik was heel emotioneel: voor ’t minste begon ik te huilen. Ik wist geen blijf met mezelf. Maar toch ging ik maar door, da’s mijn natuur.»

'Je voelt je minderwaardig: zoiets simpels als een kindje krijgen, en jou lukt het niet'

HUMO Wat deed de kennismaking met het fertiliteitscentrum met jullie?

Kaat «Dat was heel dubbel. Aan de ene kant voelden we ons minderwaardig: zoiets simpels als een kindje krijgen lukte ons niet spontaan. Aan de andere kant hadden we ook ontzettend veel hoop.

»We waren van plan één behandeling te ondergaan. Volgens de statistieken was er één kans op drie dat het zou aanslaan, maar helaas.»

HUMO Dacht je meteen: dan nog maar een poging?

Kaat «Je verlegt constant je grenzen: elke keer koester je nieuwe hoop. Hoe moeilijk we het ook vonden om naar die vruchtbaarheidskliniek te moeten gaan, dat was níks in vergelijking met de gedachte om met de behandeling te stoppen. Dan kies je zelf voor een leven zonder kinderen, en dat was voor mij zo goed als onmogelijk. »Maar ik vond het wel bijzonder lastig. Op de meest onmogelijke tijdstippen moest ik naar het ziekenhuis: combineer dat maar eens met een fulltimejob. Ze spoten ook massa’s hormonen in mijn lijf. Daardoor kreeg ik last van stemmingswisselingen, én van vochtophoping. Na elke behandeling woog ik anderhalve kilo meer – door dat vocht, maar ook omdat ik nauwelijks nog aan sport deed, en omdat ik een emo-eter werd. Een reactie op alle stress, denk ik.

»Financieel was het zwaar. De behandelingen werden niet terugbetaald, en dan moesten we ook nog eens ons nieuwe huis afbetalen en inrichten. Maar het ergst was de onzekerheid: zal ik uiteindelijk in verwachting raken? Geen mens die het je kan vertellen.

»Inmiddels was ik écht depressief geworden. Ik ontkende het voor mezelf, maar ik voelde me leeg en kapot. Niets kon me nog boeien. Ik meed uitstapjes, feestjes, afspraken met vrienden. Mijn zelfvertrouwen had een gigantische knauw gekregen: ik kon niet spontaan moeder worden, dus kon ik niks meer.

»Ik had intussen een nieuwe baan – wetenschappelijk medewerker op een universiteit – maar daar zat ik de hele dag achter een pc in een klein bureautje. De muren kwamen op mij af, en dan ga je piekeren. Kón ik dit wel? En zelfs als ik het kon: waarom hield ik me bezig met zoiets triviaals als een baan, terwijl een gezin stichten zoveel belangrijker was? Mijn leven was asgrauw geworden.»

HUMO Hoe reageerde je omgeving?

Kaat «Zij hadden niks in de gaten, maar dat lag ook aan mij: ik vertelde niet hoe ik me echt voelde. Uit onzekerheid natuurlijk, maar ook omdat sommige reacties mij diep gekwetst hadden. ‘Misschien moet je wat vermageren, dan zal ’t wel lukken om zwanger te worden’: ik voelde me al zo verschrikkelijk, en zo’n opmerking gaf me ook nog eens een schuldgevoel, alsof het mijn fout was dat er niet vanzelf kinderen kwamen. Anderen deden banale suggesties â la ‘ga eens lekker op reis, ’t zal dan wel beter gaan’. »Ik voelde me be en veroordeeld: zo weinig mensen toonden begrip. Terwijl het zoveel deugd zou hebben gedaan als er nu en dan eens iemand gewoon naar me had geluisterd. Geert en ik hadden vroeger veel vrienden; na al die jaren zijn er twee koppels overgebleven. Da’s toch pijnlijk?»

HUMO En je familie?

Kaat «Zij willen wel helpen, maar ze zijn te veel betrokken partij. Ouders verlangen naar kleinkinderen én ze wensen voor hun eigen kind het grote geluk, dus probeer je hen zo weinig mogelijk lastig te vallen.

»Mijn zus maakte mij meter van haar kindje. Ik was enorm blij voor haar dat ze zwanger was, en ik vond het ook een erg lief gebaar. Maar tegelijk was ik vreselijk jaloers: mijn jongere zus had eerder een kind dan ik! Dan kón toch niet? Dat mócht toch niet? Heel vervelend om zo met je eigen lelijke kant geconfronteerd te worden.»


De eenzaamste nacht

HUMO Maar uiteindelijk had de behandeling dan toch resultaat.

Kaat «Na de derde poging wees bloedonderzoek uit dat ik zwanger was. Ik extreem blij, maar tegelijk was ik gruwelijk bang en onzeker: zal ik niks verkeerd doen? Zal het niet misgaan? En dat aanvaardt de buitenwacht óók niet: je wou zwanger worden, da’s nu gelukt, nu moet je simpelweg gelukkig zijn!

»Toen ik zes weken zwanger was, moesten Geert en ik naar Schotland voor het trouwfeest van een vriendin. Daar, om één uur ’s nachts, te midden van het gejoel en gefeest, heb ik een miskraam gehad. Iedereen was blij, en ik zat op het toilet terwijl het bloed uit me stroomde. Toen ik aan Geert vertelde wat er gebeurd was en zei dat ik terug naar het hotel wou, pruttelde hij tegen: ‘Het is nog zo vroeg, we zijn zo ver gereisd om dit mee te maken.’ Hij wilde het niet benoemen. Voor hem had ik geen miskraam; ik was gewoon nooit zwanger geweest. Pure zelfbescherming. Pas onlangs heeft hij dat voor het eerst toegegeven.

»Dat was één van de eenzaamste nachten uit mijn hele leven.»

HUMO De vruchtbaarheidsbehandeling woog ook op je relatie?

Kaat «We hebben een hele zware crisis doorgemaakt. Goddank zagen we mekaar ontzettend graag en is het woord scheiding nooit gevallen. Maar ’t was wel hard. Geert vluchtte in zijn werk. Hij kon of wilde er niet over praten, terwijl ik daar net zoveel behoefte aan had. Ik weet hoe diep hij zat, toen, maar zelf heeft hij dat nooit toegegeven.

»Het moet ook moeilijk zijn, als je partner depressief is. Eigenlijk was Geert mijn rots in de branding. Ik heb me aan hem vastgeklampt, en hij heeft ons door alle ellende heen geleid, met eindeloos veel geduld en vertrouwen dat het uiteindelijk allemaal toch goed zou komen.»

HUMO Hadden jullie nog een seksleven? Want dat blijkt voor veel koppels in die situatie ook niet evident.

Kaat «Op den duur niet meer, nee. Vrijen doe je uit liefde en om het plezier, maar als de seks in het teken van de voortplanting komt te staan, dan verdwijnt de pret geleidelijk aan. Misschien omdat het spontane weg is: ‘Nu mag je wél, dan zeker níét.’ Je gaat er ook van piekeren: stel dat je mekaar seksueel nooit meer terugvindt, kan je dan wel samenblijven?»

HUMO Hoe vind je in die omstandigheden, na een miskraam, nog de moed om door te gaan?

Kaat «De dokters zeiden: jullie zijn jong en gezond; als je maar blijft volhouden, zal het ooit weleens lukken. Voor mij voelde dat alsof ik geen keus had. Ik verwijt het de artsen niet, maar waarom hebben ze nooit laten merken dat zij het ook niet zeker wisten? Misschien had ik dan minstens om een pauze gevraagd. Misschien had Geert dan wél opengestaan voor adoptie.

»Na die miskraam had ik behoefte aan wat tijd voor mezelf, dus ik vroeg een paar weken ziekteverlof. Maar die arts zei doodleuk: ‘Mevrouw, ik heb u helemaal onderzocht, alles is in orde. We hebben geen curettage moeten doen, dus is er geen enkele reden waarom u thuis zou moeten blijven.’ Als hij even twéé bijvragen had gesteld zou hij geweten hebben hoe diep ik zat, maar nee. Daar was ik zo door geraakt dat ik een andere dokter heb gezocht.

»Die nieuwe gynaecoloog was een autoriteit in zijn vak, én we kregen zes behandelingen terugbetaald. In eerste instantie leverde hij ook goed werk: hij ontdekte dat er niet alleen met Geert maar ook met mij iets aan de hand was. Ik leed aan endometriose: mijn baarmoederslijmvlies woekerde buiten de baarmoeder. Daardoor werd mijn cyclus verstoord en raakten mijn hormonen in de war, en dat maakte het moeilijker om zwanger te worden. Ik moest geopereerd worden en medicijnen slikken, maar zelfs dan zou het probleem niet helemaal van de baan zijn. Paradoxaal genoeg gaf dat nieuws me rust: ik legde me erbij neer dat het allemaal nog een hele tijd zou kunnen duren.

»Die arts stelde voor om twee of drie bevruchte eicellen terug te plaatsen in plaats van één. Alleen: dan werd er niks terugbetaald, dus moesten we weer zelf in de buidel tasten. Dat zagen we echt niet zitten, en daarom zijn we toch maar teruggekeerd naar het eerste fertiliteitscentrum. Daar hebben we een vierde poging ondernomen, weer zonder resultaat.

»Toen zat ik op mijn dieptepunt.»

'Vrijen doe je uit liefde en om het plezier, maar als de seks in het teken van de voortplanting komt te staan, verdwijnt de pret'

HUMO Wat moet ik me voorstellen bij jouw dieptepunt?

Kaat «Ik wou stoppen: ik was op, ik kón niet meer. Ik voelde me zo alleen. Mijn man kon er niet over praten, en hij bleef adoptie weigeren. Mijn omgeving had nauwelijks begrip voor wat ik doormaakte. Alles was zwart, mijn hele leven stond stil. Al jaren hielden we constant de vinger op de pauzetoets. Ander werk zoeken? Kan niet, stel dat ik zwanger word. Op reis? Doen we niet, stel dat ik voor een behandeling naar het centrum moet. Als koppel in mekaar investeren? Het water tussen ons was te diep. Werken aan mezelf? Onmogelijk, de pijn verlamde alle denken. Zo kon en wilde ik niet oud worden. Ik begon zelfmoord te overwegen, maar daarvoor zag ik Geert te graag. Zo uit iemands leven verdwijnen is hem kapotmaken, en dat wilde ik niet op mijn geweten hebben.

»Toen ontdekte ik dat er een praatgroep bestond waar ik met lotgenoten kon spreken. Zij worstelden misschien niet allemaal met een depressie, maar ze hadden vergelijkbare gevoelens. Dat was een gigantische opluchting: ik was dus níét abnormaal – terwijl ik al dacht dat ik rijp was voor de psychiatrie! Die gesprekken namen de pijn en het verdriet niet weg, maar het hielp wel. Alleen al door zelf te moeten formuleren wat je dwarszit, krijg je meer inzicht.

»Voor de buitenwereld is het heel simpel: je hebt een probleem, de dokters hebben daar een antwoord op, dus moet je gewoon vertrouwen op de goeie afloop. Mislukt een poging? Geen probleem, dan probeer je toch opnieuw. Maar zo werkt het niet. Na elke mislukking moet je door een soort rouwperiode. Je rouwt om iets wat misschien nooit zal komen. Dat klinkt raar, maar zo is het wel.

»Weet je, wij hadden een plan voor het leven: samenwonen, trouwen, dan een huis bouwen, dan kindjes kopen – en dan een hond, want dat wilden we allebei al van jongs af aan. Die cirkel van planmatig en perfectionistisch denken moest ik zien te doorbreken. En dus hebben we die volgorde omgegooid: we hebben éérst een hond in huis gehaald. Het zal wel melig klinken, maar ik denk echt dat dat onze relatie gered heeft. Opeens moesten we van ons eilandje komen en samen beslissen: welk ras kiezen we? Wordt het een pup of eentje uit een asiel? Ik moest ook weer de deur uit, om met de hond te gaan wandelen. Hij bracht weer wat zuurstof in ons leven.»


Totaal onverantwoord

HUMO En ondertussen gingen jullie door met behandelen?

Kaat «Ja, we deden een vijfde poging, daarna een zesde. We hadden afgesproken: als die ook mislukt lassen we een pauze in, en dan praten we nog één keer over adoptie. Tot mijn grote verbazing ging Geert akkoord – een ongelooflijke doorbraak.

»Maar wat bleek: bij die poging raakte ik zwanger van Febe. Dat was in 2004, ruim vijf jaar na onze beslissing om aan kinderen te beginnen.»

HUMO Heb je plezier beleefd aan die zwangerschap?

Kaat «Op zeventien weken heb ik een bloeding gekregen, en ik ben ook een keer stevig gevallen. Dat waren wel angstige momenten. Toen heb ik beslist om te stoppen met werken: dit was té belangrijk, dit moest goed gaan. Op den duur begon ik er toch van te genieten. Zelfs de typische zwangerschapskwaaltjes nam ik er met de glimlach bij – omdat ze het bewijs waren van de droom die almaar dichterbij kwam.

»Ik wou thuis bevallen: na alle artificiële toestanden moest het zo natuurlijk mogelijk. Dat is uiteindelijk niet gelukt, maar de bevalling is wel vlekkeloos verlopen: na vier uur was Febe er, en zonder epidurale verdoving!

»Mijn kind in mijn armen krijgen: dat was onbeschrijfelijk. Eindelijk: een dochter met tien vingers en tien tenen! Maar thuis bleek algauw dat Febe een huilbaby was. Ze huilde van voeding tot voeding, en dat heeft ze lang volgehouden. Ik herstelde nog volop van mijn depressie, ik kon dat er echt niet bij hebben. Mijn omgeving begreep er weer eens niks van: baby’s huilen nu eenmaal, daar ging ik toch niet moeilijk over doen? Geert heeft mij toen gered. Hij had stalen zenuwen: urenlang heeft hij met Febe rond de tafel gelopen en op de zitbal gezeten. Hij bond haar in een draagdoek rond zijn lijf en maakte zo lange wandelingen met haar, om mij wat rust te gunnen.

»Pas na anderhalf jaar kregen we eindelijk een verklaring: bleek dat Febe allergisch was voor koemelk en alle afgeleide producten. Ze kreeg een aangepast dieet, en ze werd meteen een ander kind: ontspannen, vrolijk. En al die tijd was ik ervan overtuigd geweest dat haar gehuil mijn schuld was – door mijn depressie was ik vast een slechte moeder. Ik miste de assertiviteit om naar een dokter te gaan en een duidelijke diagnose te eisen.

»Ik heb pas meer zelfvertrouwen gekregen na de geboorte van ons zoontje Robbe. Hij was lief, aanhankelijk, hij zat lekker in zijn vel, en ik ging met hem op exact dezelfde manier om als met Febe. Dat bewees dat ik wél in staat was om een kind op te voeden.»

HUMO Na die hele lijdensweg zijn jullie toch nog voor een tweede kind gegaan?

Kaat «Ja, dat was eigenlijk totaal onverantwoord, maar achteraf zijn we wel blij met onze waanzinnige beslissing, natuurlijk.

»Febe was ons wonderkindje, en we beseften allebei: ’t is niet goed voor haar als ze enig kind blijft. Misschien knuffelen we haar wel dood! We hadden nog vier terugbetaalde pogingen te goed, dus we dachten: die benutten we nog. Goddank werd ik de tweede keer al zwanger.

»Dit keer ben ik wel thuis bevallen, en het was fantastisch. Geert en ik hebben de klus bijna helemaal alleen geklaard, de vroedvrouw is er pas op het allerlaatste moment bijgekomen. Dat heeft mijn zelfvertrouwen een enorme boost gegeven. En: Robbe sliep heel snel de nacht door! Ik kreeg weer meer energie, en stap voor stap viel alles in zijn plooi.

»Robbe is nu zestien maanden. Het gaat goed met de kinderen, wij zijn blij, seksueel loopt het als vanouds, en onze relatie is sterker dan ooit.»


Alle goede dingen

HUMO Jullie droom is compleet?

Kaat «Nog niet helemaal. Onze droom was een gezin met drie kinderen. Mijn zus heeft er ook drie, die gezellige drukte lijkt ons heerlijk.

»We hadden nog een paar ingevroren embryo’s over: die zouden we nog laten terugplaatsen. Maar ik werd niet zwanger. Geert reageerde teleurgesteld: oei, dan blijft het bij twee kindjes? Uiteraard: ik kon onmogelijk nog meer behandelingen aan, en hij was tegen adoptie, dus dit was einde verhaal. Dácht ik. Een paar dagen later vroeg Geert of we ons toch niet zouden informeren over pleegzorg of adoptie, en stap voor stap is hij overtuigd geraakt. Pleegzorg leek ons emotioneel te zwaar, omdat je zo’n kind ook weer moet loslaten. Maar adoptie sprak hem opeens wél aan. We lazen er veel over, gingen praten met adoptieouders. Tijdens dat laatste gesprek deed Geert zijn mond niet open. Ik vermoedde dat het voor hem toch definitief njet was. Tot hij in de auto op weg naar huis zei: ‘Ik had geen vragen meer omdat het voor mij wel duidelijk is: we moeten er gewoon voor gaan.’ Ik was zo onbeschrijflijk blij.

»De procedure is inmiddels opgestart, we hebben de eerste cursussen achter de rug, en over een jaar of twee hopen we een buitenlands kindje bij ons te krijgen.»

HUMO Adoptie kan ook een behoorlijke lijdensweg zijn, al was het maar omdat je zo lang op je kind moet wachten. Jullie krijgen nooit genoeg van al dat afzien?

Kaat (lacht) «Dit is niks in vergelijking met wat er achter ons ligt. Wij zien het als een avontuur. We weten dat er adoptiekinderen zijn die problemen krijgen, maar dat kan je met je eigen kinderen evengoed overkomen. Ik weet heel zeker dat ik mijn derde kind even graag zal zien als mijn eerste twee, en da’s wat telt.

»Veel mensen vinden het weer een vreemde keuze. Je hébt nu twee gezonde kinderen, een jongen en een meisje bovendien. Wees daar toch gelukkig mee! Maar een kinderwens is nu eenmaal iets heel irrationeels, je kan die knop niet zomaar op off zetten. Er is nog een plekje aan onze eettafel, nog een zitplaats in de auto, nog een kamer met een lekker bed en vooral: wij hebben nog heel veel liefde te geven.

»Onlangs stond ik op de speelplaats van de kleuterschool: Febe had samen met de kindjes van haar klas een act voorbereid rond broederlijk delen. Opeens besefte ik hoeveel geluk ik had dat ik daar mócht staan: met een beetje pech was dat allemaal aan mij voorbijgegaan. En toen kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. Zoveel overdonderende emotie, dat voel je alleen voor en door je kinderen. Want zij zijn het leven en de toekomst, de liefde en het plezier. Als ons gezin compleet is, zal ons geluk dat ook zijn. Nog completer dan het nu al is.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234