Dour dag 1: Vince Staples (**), Death Grips (***) en Cypress Hill (****)

Op dag één van Dour: een ratjetoe van hiphopartiesten, die evolueerden van - check de sterren hierboven - bijzonder matig naar erg goed tot ronduit top. Dat, óf het bier werd, naarmate de avond vorderde, almaar lekkerder natuurlijk.

Ah, Dour! Die gulzig in de wind bijtende stofdeeltjes, die vrolijk van de leiband gehaalde ontucht, die ambulancewaardige hoeveelheden soft- dan wel harddrugs, die in vlekkeloos Frans loeiende koeien (‘meuh’)... Zélfs die sympathieke Walen! Dour, wat heb ik je zure adem gemist.

De eerste échte headliner heette Vince Staples (**). Rhymes vers van de straat, songs als gotische kathedralen - maar helaas ook: liveshows met de consistentie van uw stoelgang na vijf dagen Dour. Soms deelt Vince een uppercut uit, soms blijft hij moegetergd in het krachthonk zitten. Vandaag neigde eerder naar categorie twee: ik heb ‘m al slechtere shows zien geven (Pukkelpop 2017 schiet te binnen), maar ook al véél betere.

Nochtans maakt Vince muziek die uitstekend gedijt op het moment dat de zon, zoals nu, aan de horizon begint te knabbelen. Hiphop met één been in de door elektronische muziek gekleurde geschiedenis van de West Coast, en met één been in een soort dystopische toekomst - één waarin we bij ‘Driesje’ niet meer automatisch denken aan Mertens,maar aan Van Langenhove.

Wie ‘BagBak’ kan opvolgen met ‘Opps’, en dáár nog eens ‘Lift Me Up’ en ‘Big Fish’ tegenaan kan gooien, die verdient respect. Alleen: op Spotify zijn die songs ook te vinden, en live kwam er maar weinig bíj. In zijn poging om dodelijk nihilisme en deadpan sarcasme te verzoenen, verzandde Vince weleens in wat overkwam als luiheid: hij dééd met andere woorden niet veel, behalve met ons meeluisteren terwijl z’n eigen kekke beats uit de boxen kwamen geschald. Niks mis met een backing track, maar die mag niet méér werk verrichten dan de rapper, want dan begint het toch een beetje naar gemakzucht te ruiken - op Dour toevallig precíés hetzelfde aroma als Jamaicaans Goud.

Die van Death Grips (***) toonden hoe het wel moest: even weinig emotie, duizend keer zoveel moeite. Klinkt Kendrick Lamar als surfen onder de Californische zon, dan klinkt Death Grips als skaten over de Antwerpse kasseien - en jíj bent de plank. Hun frontman is zo’n beetje Maxi Jazz van Faithless, zónder de spiritualiteit, na acht jaar in een isolatiecel. Het decor? Een rood scherm. Bindteksten waren er niet, pauzes nog veel minder. Al het materiaal - helft rap, helft punk - ging er in één ruk door. Ik meen ergens ‘Black Paint’, ‘Death Grips Is Online’ en - jippie! - ‘I Break Mirrors with My Face in the United States’ te hebben herkend, maar het kunnen ook respectievelijk een soepmixer, een betonmolen en een cirkelzaag zijn geweest. Wie oordoppen in had, kon ze na afloop gaan zoeken ter hoogte van Café La Bonne Bière aan de andere kant van de Franse grens.

Twee minpunten, dan toch: ten eerste ben je na een uur Death Grips even murw als de boksbal van Freddy De Kerpel - of de woordvoerder van Kris Van Dijck. Ten tweede heb ik nu nog méér spijt dat ik ooit mijn vinylexemplaar van ‘Ex-Military’ (huidige marktwaarde: €250) van de hand heb gedaan. Gulle gevers: ik ben net verjaard.

Wie nog niet stoned genoeg was van de tweedehandsrook, kon voor de zekerheid even diep gaan inademen bij het op Dour onvermijdelijke Cypress Hill (****) - de Masters of Marihuana, de Wizards of Weed. ‘How many potheads out there?’ vroeg B-Real zich af. Zo’n beetje als checken op de Eroticabeurs welke tickethouders er allemaal bekend zijn met Pornhub.

Die van Cypress Hill spelen al jarenlang dezelfde show, maar ze spelen ‘m ook al jarenlang góéd. ‘Band of Gypsies’ was de efficiënte opener, ‘Insane in the Brain’ de grootste hit, ‘How I Could Just Kill a Man’ de beste song. DJ Muggs, druk bezig met zijn tweede leven als producer van fantastische undergroundrappers zoals Mach-Hommy, Eto en Roc Marciano, is er al even niet meer bij op tournee. B-Real, Sen Dog, Mix Master Mike en Eric Bobo natuurlijk wel. Die laatste twee kregen - waarvoor zijn tradities er ook alweer? - een trommel- en scratch-solo (op echte vinyl, uiteraard). Ook van de partij: die vaste wiet-medley: ‘Roll It Up, Light It Up, Smoke It Up’, ‘I Wanna Get High’, ‘Dr. Greenthumb’... Niet dat u de aanmoediging nodig had.

Het waren allemaal songs uit de jaren 90, misschien hier en daar eentje uit de vroege jaren nul. Sindsdien is de tijd blijven stilstaan. Maar fuck it: na zoveel rappers te hebben gezien - naast Vince Staples was er vandaag ook nog Joey Purp en J.I.D. - die hun songs verkapten naar soundbytes van anderhalve minuut, waarover ze misschien een halve effectief zélf rapten, deed het deugd om nog eens in die oldskool wietdampen van Cypress Hill te duiken. Duurt een song op plaat vijf minuten? Dan live ook! Géén backing track: B-Real heeft zijn stem nog, Sen Dog blijft een Stradivarius van een tweede viool. En wie bedacht ooit een betere afsluiter voor een festivalset dan ‘Jump Around’?

Tenzij ik morgen nog altijd ergens rond stuiter: tot dan!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234