'De prof kwam naar buiten en deed een teken met zijn hoofd. Ik dacht dat ik hem moest volgen, en dat deed ik ook. Tot we plots in het mannentoilet stonden’

examenstips om te slagen

Dove proffen en studentes die niet klaarkomen

Examenstress? Dan kunt u maar beter met uw neus in Humo zitten dan in uw cursussen. Vorige week leerde u al hoe u tijdens de examens ongemakken als bloedneuzen, tijdgebrek en black-outs in uw voordeel kunt ombuigen. Deze week verzamelden we meer getuigenissen van ervaringsdeskundigen, die met scha, schande én succes menige examenperiode doorgesparteld zijn en hun straffe verhalen en nog straffere tips graag met u delen: ‘Te laat komen op een examen kan je redden.’

Lees ook deel 1: 'Pijn, pillen en pittige rokjes'


‘Examen in de garage’

HENDRIK CAMMU (dokter) «Toen ik in 1974 geneeskunde begon te studeren, kwamen de professoren aan de VUB niet zelden uit Brusselse ziekenhuizen, waardoor we vaak les kregen van Franstalige profs. De meesten deden erg hun best om Nederlands te spreken, maar soms was het resultaat echt schabouwelijk. Ik herinner me een vrouwelijke professor, wier cursus in een soortement Zuid-Afrikaans geschreven was – totaal onleesbaar. Op het examen was het dus de kunst om zo snel mogelijk te praten: dan keek ze je aan met een blik van: ‘Wat heeft hij nu eigenlijk allemaal gezegd? Ik zal hem maar het voordeel van de twijfel geven.’ (lacht)

»M’n tweede anekdote is nog hilarischer. Onze professor farmacologie was aan één kant doof. Tijdens het examen zat zijn assistent, een heel lieve man, naast hem. Hij riep het antwoord van de student in het goede oor van de prof, en vulde dat vaak aan met zijn eigen kennis. Waarop wij zaten te knikken: ‘Inderdaad, dat hebben wij allemaal gezegd!’

»Van de tijd dat ik zelf examens afneem, is me vooral de student bijgebleven die al na een halfuur zijn examen indiende. Ik zei: ‘Tiens, het is precies goed gegaan?’ Waarop hij: ‘Ik moet mijn vliegtuig halen, want ik ga surfen!’ Maar hij was er wél door: vond ik straf.»

HUMO Staat u bekend als een prof die makkelijk studenten buist?

CAMMU «Nee. Vroeger gaf ik les in het vijfde jaar geneeskunde, nu in het vierde: de studenten hebben dan al driekwart van hun opleiding achter de rug – dan ga ik niet meer moeilijk doen. Mijn cursus bestaat uit tien hoofdstukken en mijn examen uit tien vragen: uit elk hoofdstuk komt een vraag, dus wie die 170 pagina’s goed kent, slaagt probleemloos – het gemiddelde resultaat voor mijn examen is 14 op 20.

»Een voorbeeldvraag? ‘Een 30-jarige dame komt op de spoedafdeling binnen met buikpijn. De laatste menstruatie was een paar dagen geleden, maar die was minder hevig dan gewoonlijk. Wat is het eerste wat je doet?’ Het juiste antwoord: van vrouwen tussen 12 en 50 neem je áltijd eerst een zwangerschapstest af – ook al zeggen ze dat ze de pil nemen – zodat je een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kunt uitsluiten. Een simpel antwoord, maar toch beginnen veel studenten eerst over het maken van echo’s of het controleren op bloedarmoede.

»Als ik vergelijk met mijn eigen studententijd, dan zijn studenten nu kritischer en mondiger geworden: als ze een cursus te oppervlakkig vinden, zullen de proffen dat ook te horen krijgen. Wij waren speelse rebellen, maar toch gezagsgetrouw. Ik betreur dat dat speelse verdwenen is. Er heerst een concurrentiestrijd onder de studenten: iedereen wil de beste zijn. Oké, studenten zíjn ook concurrenten als het aankomt op het verwerven van specialisatieplaatsen, maar wij waren daar toch niet zo mee bezig. Ze zijn volwassener en meer carrièregericht geworden. Ze leggen hun mondeling examen af in een driedelig maatpak, terwijl wij er destijds als halve hippies bij liepen.

»De examens zelf zijn ook geëvolueerd: ze moeten representatief zijn voor de leerstof die in de colleges behandeld werd. Dat was vroeger wel anders. Ik herinner me een mondeling examen uit mijn vierde jaar geneeskunde. Toen ik bij het binnenkomen van het lokaal de prof begroette, zei hij: ‘Ik moet weg. Loop mee, dan zal ik je examen onderweg afnemen.’ Ik heb toen vragen beantwoord terwijl we door gangen liepen, de lift namen, en uiteindelijk in de ondergrondse parkeergarage terechtkwamen. Toen we bij zijn wagen aankwamen, zei hij: ‘Dat was een prima examen.’ Hij reed weg, en daar stond ik, alleen in die ondergrondse garage! Ik weet nog steeds niet of hij ook maar een moment naar mijn getater geluisterd heeft.» (kd)


‘In bad met Norah’

ERIKA VAN TIELEN (actrice) «Ik was een héél voorbeeldige studente. Zeker tijdens mijn eerste jaar communicatiewetenschappen liet ik niets aan het toeval over en blokte ik al mijn cursussen tot in de puntjes. Ik leerde zelfs de inhoudstafels vanbuiten! Redelijk gestoord, als ik daar nu op terugkijk, maar het hielp me om structuur aan te brengen in die zware boeken. Dan moest ik op het examen enkel maar de juiste lade in mijn hoofd opentrekken om het correcte antwoord te vinden. Ik gaf ook altijd veel te lange antwoorden op examens: ‘Ook al heb je er niet naar gevraagd, ik ga je toch de hele context meegeven, zodat je zeker ziet dat ik de leerstof perfect beheers!’ Pas in mijn laatste jaar besefte ik dat studeren ‘om erdoor te zijn’ ook al eens goed was (lacht).»

HUMO Jouw notities waren vast erg gegeerd onder medestudenten.

VAN TIELEN «Die waren altijd erg volledig, ja. Ik had ook een heel kleurensysteem uitgekiend. Eén keer heb ik de notities van een medestudent geleend voor een examen – boek- en bibliotheekwezen – omdat ik zelf nauwelijks naar de les was geweest. Maar dat bleek geen goed idee: tijdens de mondelinge examens die vóór mij werden afgelegd, hoorde ik allerlei vragen passeren waarbij ik het in Keulen hoorde donderen. Ik had geluk met de vragen die ik zelf voorgeschoteld kreeg, maar een cursus lenen heb ik daarna nóóit meer gedaan.»

HUMO Leefde je tijdens de blokperiode ook als een kluizenaar?

VAN TIELEN «Ik blokte eigenlijk alleen maar in de voormiddag – heel intensief, waardoor ik tegen de middag al uitgeput was. Ik studeerde ook altijd hardop: ik vertelde honderduit tegen mezelf, waardoor ik op het einde van de blok mijn stem vaak kwijt was. Mijn bureau moest er ook saai bij liggen. Ik probeerde weleens op bed of, als het mooi weer was, buiten te studeren, maar daar kon ik me toch niet naar behoren concentreren. Het móést dat saaie, lege bureau zijn en niets anders.»

HUMO Was er dan helemaal geen ruimte voor ontspanning?

VAN TIELEN «Toch wel, ’s avonds gaf ik me geregeld over aan mijn vast ontspanningsritueel: een uitgebreid bad, terwijl ik naar mijn cd van Norah Jones luisterde. Dat moest ook altijd diezelfde cd zijn, vanuit een soort bijgeloof dat die rustige muziek ervoor zou zorgen dat de leerstof van die dag beter ‘verwerkt’ zou worden (lacht). Je kunt zeggen wat je wilt, maar het heeft allemaal toch maar mooi geholpen! (mke)


‘Verboden middelen’

MARNIX PEETERS (auteur) «Ik ben nooit een groot student geweest. Na de martelgang van de Latijn-Griekse in het middelbaar – een richting die ik enkel had gevolgd omdat het de gewoonte was in onze familie – ben ik met de toestemming van mijn ouders een jaar in Amerika gaan studeren. Ik ben altijd van mening geweest: als iedereen naar punt A trekt, dan zal punt B wellicht interessanter zijn. Dus toen al mijn klasgenootjes na het zesde middelbaar naar Leuven trokken om te gaan studeren, wilde ik niet nóg eens vier jaar met hen op café zitten (lacht). Het was zo’n tussenprogramma waardoor je een extra diploma middelbaar onderwijs kon behalen, en er waren maar een stuk of twee examens: Amerikaanse geschiedenis en Amerikaanse literatuur. Maar die heb ik zelfs niet afgelegd.

'Studenten leggen hun mondelinge examen nu af in een driedelig pak, terwijl wij er destijds als halve hippies bij liepen’

»Dat zat namelijk zo: ik had een ietwat onaangepaste jongeman leren kennen, Leroy, met wie ik plannen had om een rockgroep te beginnen, en die me introduceerde in de wereld van de verboden middelen. Op de dag dat ik examen moest gaan doen, heeft hij me ’s ochtends opgepikt en ontvoerd naar Cedar Point, een attractiepark in Cleveland, waar ik lsd genomen heb in plaats van examenvragen te beantwoorden. Het was volgens mij geen ongevaarlijke man, maar ik was zo naïef dat ik mij geen vragen stelde over wat hij in z’n zakken had zitten. We spreken over het begin van de jaren 80: in Amerika hebben de sixties voortgeduurd tot aids de kop opstak, in ’84. En ik ben afkomstig uit de Limburgse Kempen: de ergste narcotic die ik daar was tegengekomen, was Cristal Alken met cola (lacht). Ik dacht: ‘Tiens, zo kan de wereld er ook uitzien!’ Een indrukwekkende ervaring: ik kan me die trip nog haarscherp voor de geest halen: de strandbar aan Lake Eerie, de kleuren... Via Leroy heb ik toen zowat alles genomen wat er te nemen viel – niets intraveneus, hoor (lacht) – maar ik voelde meteen dat het niets voor mij was. Na mijn 20ste heb ik zelfs geen joint meer gerookt: ik behoud liever de controle.»

HUMO Voelde je je niet schuldig over die gemiste examens?

PEETERS «Het schoolse aspect was dat jaar een bijkomstigheid: ik ben weinig naar de les geweest. Na een week had ik al door dat vooral de wilde wereld mij zou voortstuwen, en niet één of ander diploma. Mijn job bij Humo destijds heb ik zelfs rechtstreeks aan dat jaar te danken: mijn Engels was supergoed, waardoor ik als muziekjournalist natuurlijk een streep voor had. En die Amerikaanse ervaringen zorgden er bovendien voor dat ik op een ander niveau met pakweg Kurt Cobain kon praten dan sommige anderen. Ik mag dan wel diplomaloos uit de VS teruggekeerd zijn, maar eigenlijk is die dag in Cedar Point het belangrijkste examen voor de rest van mijn leven geweest.» (kd)


‘Gesimuleerde black-outs’

CAROLINE PAUWELS (rector VUB) «Ik denk dat ik als hoogleraar al zo’n 12.500 examens heb afgenomen. Wat vooral opvalt, is de evolutie: het is nu allemaal gemoedelijker dan twintig jaar geleden. Sinds de Bologna-hervormingen hebben we semesterexamens: dat heeft de dynamiek veranderd. Vroeger wisten de studenten dat zo’n examen een bijna unieke kans is, nu gaan ze rekenen en shoppen: ‘Als ik niet slaag voor dit vak, neem ik het mee naar volgend jaar.’ Terwijl het modeltraject – examens in het juiste jaar afronden – toch het beste is voor de student.»

HUMO Hebt u tijdens een mondeling examen weleens medelijden met studenten?

PAUWELS «Dat is twee keer gebeurd, bij studenten die een black-out hadden. Een echte. Ik bedoel: honderden studenten hebben me gezégd dat ze een black-out hadden. Maar meestal liet zich dat vertalen als: ‘Ik weet het antwoord niet.’ De studenten met een echte black-out – dat merk je meteen – heb ik op hun gemak proberen te stellen: een raampje opengezet, hen vijftien minuten alleen gelaten... Bij één student is het daarmee beter geworden, bij de andere was het voorgoed weg.

»Ik voel soms ook wat medelijden met studenten die erg verdrietige dingen hebben meegemaakt tijdens de examenperiode – een sterfgeval, familiale problemen... Veel studenten doen dan moedig verder, terwijl ze beter wat meer tijd voor zichzelf zouden nemen.»

HUMO Hebt u, behalve gesimuleerde black-outs, veel andere uitvluchten zien passeren?

PAUWELS «Niet echt. Men is minder beschaamd over het gebrek aan kennis. ‘Ik ben er te laat aan begonnen, professor,’ hoor ik vaak. Maar is dat nog een uitvlucht? En wanneer ik achteraf vraag wat ze van het examen vonden, antwoorden ze meteen: ‘Ik kom wel terug in september.’» (fvd)


‘Geslaagd omdat ik te laat was’

BERT GABRIËLS (comedian) «Ik heb in elk geval véél examens afgelegd: tijdens mijn studie rechten heb ik eerst drie jaar filosofie en dan twee jaar antropologie gedaan.»

HUMO Naarstige student.

GABRIËLS «Valt wel mee. In die tijd moest je als rechtenstudent nooit naar de les. Ik had tijd zat om andere dingen te doen. Rare dingen, zelfs: in filosofie koos ik voor bijvakken als Bijbel-Grieks en Slavische hagiografie. Gewoon, omdat ik dat leuk vond. Ik deed het in elk geval níét om goeie punten te halen: die had ik bijna nooit.»

HUMO Welk examen is je, uit die massa proefwerken, het meest bijgebleven?

GABRIËLS «Bij het examen wetenschapsfilosofie heb ik eens een vraag beantwoord met een tekening in plaats van een tekst. Het ging over de metafoor van Wittgenstein van de vlieg en het glas. Je kent dat wel: er bestaat zo’n val voor vliegen, waar ze makkelijk in raken, maar tégen hun reflex moeten in gaan om er weer uit te kunnen. Ze moeten dan niet naar boven vliegen, maar naar onder, daar komt het op neer. Toen ik dat allemaal begon neer te pennen, dacht ik: ‘Nogal ingewikkeld.’ Dus heb ik het getekend, met daarnaast: ‘Ik leg het straks wel uit, in het mondelinge gedeelte.’ Een enorme tijdswinst was dat. En de prof nam kennelijk geen aanstoot aan mijn tekening, want hij vond het goed.

»In mijn laatste jaar rechten herinner ik me ook nog het examen internationaal recht. Een mondelinge proef, die niet zo vlot verliep. De prof vroeg me letterlijk: ‘Gaat u hierin verder? Want dan zal ik u toch moeten buizen.’ Toen heb ik eerlijk geantwoord dat ik acteur wilde worden en van plan was theater te gaan doen.»

HUMO Je hebt woord gehouden: je bent theaterregie gaan studeren aan de Toneelacademie in Maastricht.

GABRIËLS «Zónder eerst mijn diploma antropologie te behalen. Jammer, maar héél erg is het nu ook weer niet: je kunt met zo’n papier toch maar weinig doen.

»In vergelijking met al die examens aan de universiteit was het toelatingsexamen theater zenuwslopend. Ik heb het vooral gehaald omdat ik te laat kwam. Daardoor had ik de fysieke proef gemist, waarvoor ongeveer de helft meteen wordt afgekeurd. Ik mocht meteen beginnen aan de proeven voor acteren en regisseren – die namen twee dagen in beslag. Achteraf, toen ik alsnog mijn fysieke proef moest afleggen, zei de dansleraar: ‘Ik weet niet of we jou hadden doorgelaten als je op tijd was geweest.’ Tja, lenig ben ik nooit geweest. Dus nog een tip: te laat komen op een examen kan je redden.» (hvt)


‘Seksuele toespelingen’

RIKA PONNET (relatiebemiddelaar) «Ik ben in Gent afgestudeerd als germaniste, en een paar jaar later ben ik nog familiale en seksuele wetenschappen gaan studeren in Leuven. Zeggen dat ik fluitend door mijn studiejaren ben gefietst, zou overdreven zijn, want ik moest er wel degelijk hard voor werken. Het hielp natuurlijk dat we een paar jonge proffen hadden die buitengewoon boeiende colleges gaven. Die van Kristiaan Versluys over de Joods-Amerikaanse literatuur wilde ik voor geen geld van de wereld missen: ’t was voor mij spannender dan uitgaan. Al heb ik dat natuurlijk ook wel gedaan: de unief draait om zoveel meer dan studeren alléén, hè?

'Dat euforische gevoel als je buitenkomt en voelt dat je het goed gedaan hebt: daar kan weinig of niks aan tippen’

»Ik had het geluk dat ik op de middelbare school al een goeie studiemethode ontwikkeld had, en dat ik die op de unief gewoon verder kon finetunen. Zo hield ik al mijn vakken netjes bij, en leidde ik vanaf de paasvakantie een soort kluizenaarsbestaan. Als ik het zo vertel, klinkt het vast heel seutig, maar ik was nu eenmaal een typisch meisje: héél plichtsbewust, en ik spiegelde me ook aan mijn oudere zus, die ook al zo’n goeie studente was. En het had één gigantisch voordeel: ik had altijd drie volle maanden vakantie.»

HUMO Welk examen is je het meest bijgebleven?

PONNET «Mijn allerlaatste mondelinge examen in de eerste kandidatuur: ik krijg na al die jaren nog altijd hartkloppingen als ik eraan terugdenk. Het was al 4 juli, en de meeste van mijn collega-studenten hadden al vakantie. Ik had drie volle dagen om de leerstof – Engelse literatuur – te herhalen, en ik moest het eigenlijk maar gewoon even opfrissen, maar om de één of andere reden ging het er niet meer in. Ik moest als laatste student binnen, en de prof was van het type dat vond dat eerstejaars op de proef gesteld moesten worden. Zijn eerste college begon hij met de woorden: ‘Ik kijk ernaar uit om volgend jaar aan de helft van jullie les te geven.’ Euh, oké (lacht). Enfin: ik zat voor de deur te wachten, behoorlijk gestrest, ik voelde een halve black-out opkomen, je kent dat. Plots kwam hij naar buiten, en hij gaf een teken met zijn hoofd. Ik dacht dat ik hem moest volgen, wat ik dus deed. We wandelden de gang door, hij opende een deur en ging naar binnen, waarop ik hem opnieuw gedwee volgde. Maar toen hij achteromkeek, trok hij zo’n vreemd gezicht dat ik dacht: ‘Hier klopt iets niet.’ En dat was ook zo, want we bleken in het mannentoilet te staan. Zo gênant! Ik kon niet snel genoeg weer buiten zijn (lacht). En het examen zelf ging ook al niet zo geweldig: terwijl ik ’m alles vertelde wat ik wist over Beowulf, zat hij doodleuk z’n boekentas uit te mesten. En die ene keer dat hij me toch aankeek, was het met zo’n blik van: ‘Is dat alles?’ Het werd m’n slechtste examen in die reeks: 10 op 20. Een jaar later had ik opnieuw examen bij hem, en toen heb ik de nacht voordien geen oog dichtgedaan. Nee, dat toiletverhaal zal me de rest van m’n leven bijblijven.»

HUMO Was het anders toen je in Leuven studeerde?

PONNET «Compleet anders. Ik was intussen 28 én ik werkte. Niet dat het dan plots allemaal vanzelf gaat, maar zeker tijdens de examens merkte ik dat ik toch anders behandeld werd. Je bent volwassener, en je weet meer.

»Het raarste examen heb ik afgelegd bij Piet Nijs, de grondlegger van de seksuologie bij ons: een fantastische man, ongelofelijk intelligent. Maar toen ik en mijn vriendin bij hem zaten – we moesten per twee naar binnen – heeft hij de hele tijd seksuele toespelingen gemaakt. Ik denk dat hij vooral zichzelf wilde amuseren, hoor: hij moest echt ongelofelijk veel examens afnemen, en hij was al zo’n beetje fin de carrière, ik denk dat het hem verveelde. Maar goed: hij vroeg me hoe het met mijn eindverhandeling ging, en ik zei dat ik er niet mee ging klaarkomen. Foute woordkeuze natuurlijk. ‘Ah,’ zei hij, ‘de juffrouw gaat niet klaarkomen.’ (lacht) Na het examen moesten mijn vriendin en ik samen met hem de lift naar beneden nemen, waarop hij: ‘Ik neem graag de lift, zo ben ik toch alvast één keer van de grond gekomen.’ Wij waren compleet verbouwereerd, maar we lieten niks merken, en toen hij om de hoek was verdwenen, zijn we in lachen uitgebarsten. Voor alle duidelijkheid: hij heeft geen foute moves gemaakt, en hij deed niks waardoor we ons bedreigd voelden, maar ik weet nog heel goed dat ik dacht: ‘Dat is er compleet over.’ Ik denk niet dat een prof daar vandaag nog mee weg zou komen: hij zou meteen een klacht aan zijn broek krijgen. Maar kom: ik ben hem jaren later, toen mijn tweede boek net uit was, nog eens tegen het lijf gelopen, en we hebben een heel fijn gesprek gevoerd. Een trauma heb ik er dus zeker niet aan overgehouden.» (kt)


‘Met een chocolaatje’

KAREN MAEX (rector Universiteit van Amsterdam) «Ik heb lang nachtmerries over examens gehad. Ik was vroeger héél zenuwachtig vlak voor zo’n proefwerk. Het ergste wat ik ooit heb meegemaakt, was eigenlijk een plaatsvervangende ervaring: één van mijn medestudenten was altijd heel rustig tijdens de examenperiode. Tot iemand hem – vlak voor we de aula binnengingen – vroeg ‘of hij die paragraaf in deel twee snapte’. Waarop die jongen: ‘Deel twee? Welk deel twee?’ (lacht) Ik ging in zijn plaats door de grond. Nadien is dat voorval nog geregeld in mijn nachtmerries opgedoken – met mezelf in de hoofdrol dan.»

HUMO Als hoogleraar hebt u ook vaak aan de andere kant van de lessenaar gezeten.

MAEX «Ja, maar ik ben nooit vergeten hoe zenuwslopend het is om daar als student te zitten. Als examinator maakte ik er dus altijd een punt van om de student voor mij zoveel mogelijk op zijn gemak te stellen. Zeker als er eentje lijkbleek binnenkwam voor een mondeling examen. Ik probeerde dan altijd een rustige sfeer te creëren, door de student even op adem te laten komen of een chocolaatje aan te bieden. Al blijft een examen natuurlijk een examen: als je het kent, valt het mee, anders niet.» (mke)


‘Tirade van de prof’

JOHANNES GENARD (frontman School Is Cool) «Op elk examen loopt er wel iets gruwelijk mis, maar één mondeling examen uit mijn tweede jaar filosofie sloeg werkelijk alles. Ik herinner me niet meer om welk vak het precies ging, maar ik weet wel nog dat ik al wat vroeger naar de faculteit was afgezakt, om de leerstof nog rustig te kunnen herhalen in de gang. Nadat de professor – ik zal zijn naam niet vermelden – zijn eerste ronde examinandi had afgewerkt, zag hij mij zitten: ‘Kom maar binnen!’ Ik dacht: ‘O nee!’ Ik zei hem dat ik pas in de namiddag aan de beurt was, maar daar had hij geen oren naar: ‘Leg je examen nu maar af!’ Hij wou wellicht wat vroeger naar huis (lacht). Ik hield voet bij stuk, waardoor hij superkwaad is geworden. Ik heb daar een hele tirade over me heen gekregen.

'Studenten zijn minder beschaamd over hun gebrek aan kennis: 'Ik ben er te laat aan begonnen, professor‘’

»Twee uur later ben ik met een bang hartje alsnog m’n mondeling examen gaan afleggen (lacht). Ik heb maar 9 op 20 gekregen, en moest na afloop nog eens aanhoren hoe onacceptabel mijn gedrag wel niet was. Terwijl ik echt niet onbeleefd was geweest: ik had vriendelijk gezegd dat ik me liever nog wat zou voorbereiden tot het effectief mijn beurt was. Ik denk niet dat hij mij met opzet gebuisd heeft – ik was sowieso geen student die voor de topscores ging – maar dat voorval zal wellicht niet geholpen hebben.»

HUMO Hoe is je herexamen verlopen?

GENARD «Ik was verschrikkelijk zenuwachtig en dacht dat hij me zou verwelkomen met een ‘Ah, hier zie, ben je er zeker van dat je nú je examen wilt doen?’ (lacht) Maar gelukkig had hij het incident achter zich gelaten: ik was geslaagd, en heb er verder geen noemenswaardige trauma’s aan overgehouden.» (kd)


‘Draai je blad om’

SIEN WYNANTS (Ketnet-wrapster) «In mijn eerste jaar journalistiek had ik een examen inleiding tot de communicatie. Helemaal geen moeilijk vak, ’t was gewoon een kwestie van goed blokken. Ik was altijd snel klaar met mijn examens invullen – nalezen was niet aan mij besteed – maar bij dat ene examen was ik wel héél snel klaar. Nietsvermoedend ging ik naar de proclamatie, waar ik tot mijn verbazing te horen kreeg dat ik 4 op 20 had – het enige herexamen uit mijn schoolcarrière. Ik snapte er niks van, tot ik mijn examen ging inkijken. Bleek dat het recto verso was afgedrukt: ik had mijn blad niet omgedraaid. Zo stom!

»Ik heb betere herinneringen aan de hogeschool dan aan het middelbaar. Mijn ouders vonden dat de kunsthumaniora iets voor mij was, maar vanuit een rare rebellie koos ik voor de meest klassieke optie: Latijn in een ASO-school. Ik was echt geen blokker. Ik lette wel altijd goed op in de klas, maar dat was eerder uit luiheid: dan moest ik thuis minder studeren. Mijn ouders hadden ook meer oog voor goed gedrag op school dan voor punten, dus ik heb er nooit naar gestreefd erg hoge scores te halen. 60 of 70 procent vond ik allang goed. En we moeten eerlijk zijn: journalistiek is ook niet de moeilijkste studie die er is.»

HUMO Vóór je aan journalistiek begon, ben je eerst een jaar viool gaan studeren. In Estland, nota bene.

WYNANTS «Nu snap ik zelf niet meer zo goed waarom ik dat toen per se wilde. Mijn ouders waren net gescheiden en ik voelde me wat stuurloos – misschien had het daarmee te maken.

»Op die school in Estland had ik al snel in de gaten dat ze me vooral hadden toegelaten omdat ik buitenlands was – de anderen speelden veel beter viool dan ik. Ze namen het ook allemaal erg serieus: elke ochtend repte iedereen zich om zeven uur naar school om één van de weinige repetitielokalen te pakken te krijgen. Stopte je vijf minuten met spelen, dan stond er meteen iemand aan je deur: ‘Als je toch niet speelt, mag ik dan dit lokaal?’ Ik vond het erg eenzaam: altijd in je eentje repeteren, in je eentje concerteren. Ik zag me dat echt niet mijn hele leven doen. Nee, dan lag journalistiek me toch beter.» (hvt)


‘Meewerken, professor!’

STIJN MEURIS (muzikant) «In het vijfde middelbaar had ik een nul op twintig voor wiskunde, waardoor ik mijn jaar moest overdoen. Dat was het gevolg van een conflict met de leraar. Op een bepaald moment schreef hij een vergelijking met twee onbekenden op het bord, en daarmee moesten we dan aan de slag. Maar iets in mij blokkeerde. Ik stak mijn vinger op en vroeg heel beleefd: ‘Wat is dat, een vergelijking, en wie zijn die twee onbekenden?’ Nu zie ik natuurlijk in dat de wiskunde een systeem is waarin je gewoon moet meegaan, maar toen zag ik die vergelijking met twee onbekenden als iets dat betekenis moest krijgen. Enfin, ik heb toen voor het eerst in mijn leven een beetje gerebelleerd: als die leraar me geen antwoord kon geven, deed ik niet meer mee. Met uiteindelijk die nul op twintig als resultaat.

»De échte problemen begonnen pas aan de universiteit. Ik ging Germaanse filologie studeren aan de VUB. Al is studeren in dezen misschien niet de meest gepaste term: ik begreep het concept blokken simpelweg niet. Nu besef ik dat dat veel te maken had met sluimerende ADHD, maar toen wist ik nog niet af van het bestaan daarvan. En dus liet ik me opnaaien door medestudenten die al in maart begonnen te studeren. En dan die vormelijkheden die bij een examen schenen te horen! Het hele jaar had ik met pre-grungers in de aula gezeten, rockers in een jeans. En op het examen daagden die plots in een kostuum op.

»Die examens werden een catastrofe voor mij. Ik was niet voorbereid. Ik dacht dat het allemaal wel zou lukken als ik gewoon een goed gesprek had met de prof. Daar ging het toch over: communicatie, debat, met iemand spréken. Zo had ik het in het middelbaar gedaan, en dat was ook altijd gelukt – die leraar wiskunde laat ik nu even buiten beschouwing. Maar aan de universiteit werkte dat systeem niet meer. Dat was, euh, een kleine tegenvaller.

»Het meest hilarisch was mijn examen Engelse literatuur, een hoofdvak, bij een professor met een Vlaams-Engelse familienaam: Baetens Beardsmore. Vooral met het twééde deel van die naam pakte hij graag uit. Hij was echt het stiff upper lip-type, een academicus met grote A. Het grootste deel van het examen ging over Charles Dickens. Ik dacht dat ik de grote contouren van Dickens wel een beetje kende, maar dat was bij meneer Baetens Beardsmore niet voldoende. Hij liet nul komma nul speelruimte voor improvisatie, en dus liep het helemaal verkeerd. Tot dan was ik ervan overtuigd dat je élk gesprek kon redden, als je maar iets vond wat je deelde met je gesprekspartner. Maar zo werkte dat dus niet aan de universiteit. Dat was een eyeopener, om toch maar eens de door meneer Baetens Beardsmore zo geliefde taal te gebruiken.

»Ik had uiteraard een dikke buis, en ben toen meteen gestopt. Na het gesprek – kijk, daar heb je het: ik zie het dus nog altijd als een gesprek, niet als een examen – heb ik de trein naar Overpelt genomen, en daar heb ik tegen mijn ouders gezegd: ‘Dit lukt niet. Ze willen niet meewerken.’ Dat was mijn uitleg die vijfhonderd jaar academisch onderwijs samenvatte (lacht). Ik heb toen zelfs de examenuitslagen niet afgewacht: ik heb nooit geweten of ik over de hele lijn gebuisd was, of hier en daar nog uit sympathie een voldoende had gekregen. Misschien moet ik het maar eens checken bij de VUB: ik vermoed dat het redelijk historische cijfers waren.» (jm)


‘De slappe lach’

CHRISTINE MUSSCHE (strafpleiter) «Ik moet toegeven dat ik wel wat buizen heb verzameld, zeker in de verschrikkelijk technische materies van staatsrecht en zo, die we toen nog uit het hoofd moesten kunnen aframmelen. Het saaiste wat er ooit is bedacht. Ik was veel meer geboeid door psychologie en sociologie, en in het eerste jaar moest ik bij de beruchte professor Ghysbrecht examen afleggen, een man over wie wel honderd wilde verhalen de ronde doen, de meeste wáár. Hij werd gevreesd, want hij gaf makkelijk zware buizen en je kon hem vaak tot buiten horen roepen.

»Hij vroeg me naar een bepaalde typologie voor criminologische afwijkingen. Ik kon dat zingen, zo goed kende ik dat. Alleen wilde de naam van de bedenker van die classificatie mij op dat moment niet te binnen schieten. Ik raapte al mijn moed bijeen en zei dat ik het meteen wel zou kunnen zeggen, maar of ik in afwachting niet eerst een tweede vraag kreeg. Ik schrok van mijn durf, maar ik kreeg die tweede vraag. Ik begon mijn uitleg door te zeggen dat het ‘min of meer’ zo in elkaar zat. Waarop hij opveerde, en riep dat het nooit ‘min of meer’ kon zijn, maar steeds ‘ofwel min, ofwel meer’. Enfin, ik probeerde kalm te blijven tijdens zijn tirade, en de naam die ik zocht, kwam toch plots tevoorschijn. Toen ik eindelijk het woord kreeg, zei ik: ‘Professor, ik weet het nu weer, die typologie is min of meer te boek gesteld door…’ Ik hoorde mezelf dat zeggen en viel stil. Ik kreeg de slappe lach, en hij ook. Enfin, het is het zotste en vrolijkste examen van mijn studentenloopbaan geworden, en dat bij de prof die iedereen angst aanjoeg. En ik gebruik overigens nog altijd geregeld de uitdrukking ‘min of meer’, het is sterker dan mezelf.»

HUMO Humor als wapen, we schrijven het op.

MUSSCHE «Dat helpt. Zo kon ik ook moeilijk alleen studeren. Ik deed dat steevast met mijn goede vriendin Marleen. Zij was ijverig en nauwgezet, alles wat ik niet ben, en zij gaf het ritme aan. Maar in onze pauzes, die steeds langer uitvielen dan gepland, lachten we ons dood, vaak om de onnozelste dingen. Dat werkte bevrijdend: de zenuwen verdwenen, ook voor de lastigste examens. Nu ik erover nadenk, die examentijd was op die manier eigenlijk best gezellig en leuk.» (yd)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234