Drugs, faalangst en seksuele calamiteiten: op consultatie bij de studentenarts

Toon ons de wachtzaal van de studentenarts en wij tonen u De Student. Een greep uit de affiches in de Gentse en Leuvense studentendokterspraktijken laat er geen twijfel over bestaan: de student van vandaag geeft zich op tijd en stond over aan de aloude genoegens.


Soa’s en andere seksuele calamiteiten ‘In september krijgen we veel pilstarters over de vloer’

Rikka De Roy (studentenarts KU Leuven) «Pas de laatste jaren wint chlamydia aan bekendheid. Tot dan kwamen studenten nog vaak uit de lucht vallen bij de diagnose. Terwijl chlamydia net de soa is die we het vaakst zien, omdat het heel besmettelijk is. Men vermoedt dat 1 op de 20 Vlaamse jongeren besmet is. Cijfers uit onze eigen screenings lijken dat te bevestigen.»

Karen Klein (studentenarts UGent) «Van de Gentse studenten die bij ons langskomen voor een screening, test 12 à 13 procent positief.»

HUMO In de jaren 80 was er nog heisa ontstaan, nadat u, dokter Klein, een interview aan het Gentse studentenblad Schamper had gegeven over geslachtziektes bij studenten.

Klein «Samen met een collega had ik gezegd dat studenten zich bewust moesten zijn van het bestaan van soa’s. We hebben toen een reprimande gekregen van de toenmalige rector: ‘Jongens, soa’s komen niet voor aan de Universiteit Gent! Anders vertrekt iedereen straks naar Leuven.’ Die tijd is gelukkig voorbij. Het is een heel proces geweest om de studenten erop te wijzen dat ze veilig moesten vrijen. In het begin van de hiv-periode hingen we zelfs condoomballonnetjes in de wachtzaal. Na een tijdje wist iedereen wel wat hiv was, maar bij soa’s denken ze vooral: ‘Ik merk het wel als ik er last van krijg.’ Dat is het ’m net: chlamydia geeft vaak geen klachten, waardoor jongeren zich niet bewust zijn van hun besmetting en die vlotjes van de ene relatie naar de volgende meenemen. Bij de vrouwen heeft ongeveer 30 procent geen symptomen. De anderen hebben misschien wel wat klachten, maar die zijn niet zo uitgesproken – wat pijn bij het vrijen, plasklachten, wat meer verlies... Ook 10 à 15 procent van de mannen met chlamydia vertoont geen symptomen. We mogen dus van geluk spreken dat het steeds meer studenten langskomen voor een soa-screening.»

HUMO Over hoeveel screenings hebben we het dan?

De Roy «In Leuven doen we er nu jaarlijks zo’n 700. De vraag gaat in stijgende lijn.»

Klein «Ik krijg de vraag dagelijks. Sommigen hebben nog wel wat schroom. Ze denken dat zij de enigen zijn (imiteert een bedeesde student): ‘Euh, ik kom voor een delicaat probleem. Het is een beetje raar om te vragen, maar laatst was het condoom gescheurd. Misschien moet ik toch maar (op fluistertoon) een soa-test laten doen.’ Maar de meesten doen er intussen heel gewoon over. Dat merk je aan het verkleinwoord: ‘Ik kom voor een soa-screeningske.’»

HUMO Hoe wordt er gereageerd bij een positieve chlamydiatest?

Klein «De reacties variëren. Sommigen zijn onverschillig: ‘Ik had het wel gedacht.’ Of zelfs: ‘Het is al de tweede keer.’ Dat zijn de hardleerse studenten: die weten intussen dat ze er met twee pilletjes weer van verlost zijn. Anderen vinden het heel vervelend en schamen zich een beetje. Een kleine minderheid van de meisjes zegt dat ze er iets over gelezen hebben op het internet en vragen dan meteen of het klopt dat je er als vrouw onvruchtbaar van wordt. Die kans bestaat inderdaad, maar het heeft ook geen zin om je daar jaren op voorhand al zorgen over te maken. Bij mannen is de kans op onvruchtbaarheid veel kleiner.

»Bij een positief resultaat druk ik studenten altijd op het hart dat ze al hun vorige sekspartners op de hoogte moeten brengen, desnoods via een anonieme brief. Zelf doen we dat niet – dat is hún verantwoordelijkheid.

»Het hoge aantal positieve chlamydiatests baart ons wel zorgen: we moeten eruit besluiten dat er niet consequent veilig wordt gevreeën onder studenten. Ik heb het dan niet over gescheurde condooms – dat kan altijd gebeuren. Velen gebruiken duidelijk géén condoom. Hiv komt hier slechts sporadisch voor – in de 32 jaar dat ik studentenarts ben, heb ik zelf nog maar één keer een student een hiv-diagnose moeten meedelen – maar met dit gedrag moeten studenten goed beseffen: als er ooit een aantal seropositieven, die zelf niet weten dat ze positief zijn, seksueel actief worden binnen de studentenpopulatie, zitten we binnen de kortste keren met een drama.»

HUMO Is veilige seks dan geen gespreksonderwerp meer onder studenten?

Klein «Toch wel. Als ik over onveilige seks begin, is de reactie meestal: ‘Ik wist het wel, maar ik had geen condoom bij.’ Ze weten het dus wel, maar toch handelen ze er niet naar. Daarna zitten ze vaak met een schuldgevoel. En dan begint het wachten op de test. Om chlamydia via de urine op te sporen, moet je na het onveilige contact drie weken wachten om de test te kunnen doen. Bloedtesten kun je ten vroegste zes weken na de onveilige seks afnemen, anders heb je kans op een vals negatief resultaat. Het resultaat van de test heb je meestal na een week.»

HUMO Heeft de student vandaag een losbandig seksleven?

De Roy «Niet meer dan vroeger, lijkt me. De meeste studenten hebben nog altijd seks binnen een vaste relatie. Alleen kan die in de loop van hun studententijd weleens wisselen. Drie, vier, zes opeenvolgende partners is niet ongewoon. Het probleem is dat de jongeren seks binnen die relaties nooit als onveilig beschouwen. De meesten beseffen niet dat hun nieuwe liefje al drager van een soa kan zijn.»

Klein «Soms zitten ze hier voor me met hun nieuwe partner, om iets te controleren dat nog maar net met hun vorige vriendje is gebeurd.»

HUMO Hoe zit het met de andere soa’s?

Klein «Syfilis en gonorroe hebben we hier jarenlang niet gezien. Nu komen ze weer iets vaker voor, maar dan hebben we het nog altijd over enkele gonorroegevallen per jaar. En voor syfilis ligt dat aantal nog lager.

»Ongewenste zwangerschappen zien we ook bijzonder weinig – één of twee keer per jaar, schat ik. Meisjes zijn zich bewust van het risico en er is absoluut geen schroom meer om de pil te komen vragen. Dat zal ik binnenkort wel weer merken, want in september krijgen we veel pilstarters over de vloer: meisjes die op kot gaan en meteen ook aan anticonceptie beginnen.»


Spuiten en slikken ‘Echte drugsverslaafden houden het niet lang vol aan de universiteit’

HUMO ‘Helft van de studenten drinkt te veel’, kopten de kranten een halfjaar geleden. Dezelfde studie wees uit dat de ondervraagde jongeren hun alcoholverbruik zelf niet als problematisch beschouwen: amper 6 procent had er het voorbije jaar bij stilgestaan.

De Roy «Drinken is de norm. Als het op alcohol aankomt, houden studenten er heel foute opvattingen op na. Er zijn er die vier avonden per week uitgaan en elke avond vijftien pinten drinken. Dat is echt niet oké. In het beste geval komen ze zonder kleerscheuren hun studententijd door en gaan ze daarna minder drinken, maar zo’n ‘zware’ periode verlegt sowieso hun normen over wat gezond drinkgedrag is. Bij vrouwen ligt de grens van ‘normaal’ drinken op twee consumpties per dag met twee alcoholvrije dagen per week; bij mannen zijn het drie consumpties per dag met twee alcoholvrije dagen. Omdat we met zo’n jonge populatie zitten, zien we zelden onomkeerbare gezondheidsklachten, maar bij de zware drinkers kan een bloedafname toch aan het licht brengen dat hun lever al minder optimaal functioneert.

»Er komt ook andere schade bij dat zware drinken kijken: seks waar ze achteraf spijt van hebben, een accident op de fiets, builen en snijwonden. Dan staan ze hier ’s middags om zich te laten oplappen. Als ik vraag wat er gebeurd is, weten ze meestal van niks: ‘Ik werd wakker en er lag bloed op mijn hoofdkussen.’ Lastig werken voor ons, want dan weten we niet hoelang ze al met die wonde rondlopen en of we ze nog mogen hechten. Ik zal die studenten altijd aanspreken op hun drinkgedrag, maar nooit door gewoon te vragen: ‘Drink je veel?’ Want dan is het antwoord toch: ‘Nee.’ Ik heb intussen geleerd om zeer gerichte vragen te stellen: ‘Drink je weleens vijftien pinten?’ Dat blijkt dan niet abnormaal te zijn.»

Klein «Geen enkele student is me al ooit komen zeggen: ‘Ik heb een alcoholprobleem. Wat moet ik doen?’ Krijg ik iemand over de vloer die van z’n fiets is gevallen en verdacht sterk naar alcohol ruikt, dan vraag ik wel of ze misschien te veel hebben gedronken en of ze dat vaker doen. Meestal lachen ze dat weg: ‘Tja, dat is het studentenleven, hè.’

»Wel krijg ik geregeld studenten die willen stoppen met roken, maar doorgaans is de teneur toch: ‘Het hoort erbij. Ik stop wel als ik klaar ben met studeren.’ Een paar keer per jaar zie ik ook studenten die vinden dat ze te veel marihuana roken. Een jaar of tien, twaalf geleden hebben we een kleine rondvraag gedaan bij de studenten hier in de wachtkamer: 44 procent van hen rookte toen geregeld sigaretten en 16 procent gaf toe op regelmatige basis marihuana te gebruiken.»

De Roy «Onze bevragingen tonen aan dat studenten tegenwoordig minder roken. Ook het drugsgebruik is beperkt. Drinken is een studentenprobleem; drugs niet.»

HUMO Worden jullie dan nooit geconfronteerd met harddrugs?

De Roy «Heel af en toe. Harddrugs lijken me erg duur voor een student. Bovendien houdt een echte drugsverslaafde het nooit lang vol aan de universiteit.»

Klein «Sinds de opkomst van de designerdrugs komt er heel af en toe iemand langs die één of ander pilletje heeft genomen op een fuif en daarna bang is geworden: ‘Ik voel me een beetje raar. Kan dat kwaad?’ Heel moeilijk voor ons om daar een antwoord op te geven, want vaak weten ze zelf niet wat ze geslikt hebben. Ze raken zelden verder dan de kleur van het pilletje. De meesten zien dat gebruik helemaal niet als problematisch. Op zo’n jonge leeftijd speelt peer pressure natuurlijk een grote rol: pakt de één iets, dan doet de ander makkelijk mee. Met de gezondheidsrisico’s zijn ze niet bezig.»

HUMO Volgens dezelfde studie slikt één op de twintig studenten stimulerende medicatie, zoals rilatine. De helft van hen slikt het zonder voorschrift en gebruikt rilatine dus niet als behandeling voor ADHD of ADD, maar als leerpil.

De Roy «Studenten hebben vast wel kanalen om aan rilatine te geraken, maar niet via ons: wij schrijven het enkel voor aan wie een attest kan voorleggen. Dat houden we goed in de gaten: wie geregeld zijn voorschriftje ‘verliest’, halen we eruit. Dat moet ook, want het risico op ernstige bijwerkingen is misschien wel klein, maar toch zeer reëel: je loopt kans op psychoses, hartritmestoornissen, agitatie, slaapproblemen. Die risico’s wegen niet op tegen een paar uurtjes extra geconcentreerd kunnen studeren.»

Klein «We herhalen nu al jaren hetzelfde: geen enkel medicijn helpt je om beter te blokken. Alleen goed eten, goed slapen en een goeie planning en op tijd wat ontspanning nemen. Intussen zijn de meeste studenten daarvan doordrongen. Komen ze hier vitamines vragen tijdens de blok, dan kennen ze mijn antwoord al: ‘Eet liever een sinaasappel.’»


Depressief wegens faalangst ‘We zijn aan het evolueren naar een pampermaatschappij’

HUMO Hoe zit het met de eenzame student, over wie we tegenwoordig zo vaak horen?

Klein «Het merendeel van de studenten beschikt wel degelijk over een sociaal netwerk, maar er zijn er inderdaad die moeite hebben om nieuwe contacten te leggen en hier op kot wat wegkwijnen. Maar nooit komen ze hier zitten met de klacht: ‘Ik voel me eenzaam.’ Altijd is er wel een andere, vaak lichamelijke klacht, die dan een uiterlijk teken is van de eenzaamheid die erachter schuilgaat. In die dertig jaar is het al een paar keer gebeurd dat ik dacht: ‘Voor dit kind zouden er al veel problemen van de baan zijn, als ik het even mee naar huis nam en gezellig voor de tv zette met een kopje thee en een koekje.’ Maar ik heb het nooit gedaan, hoor (lacht).»

HUMO In een interview in 2004 zei u: ‘Wat me het meest opvalt, is de stijging van het aantal depressieve studenten.’

Klein «Over het algemeen vind ik de student van vandaag niet zo erg verschillen van die uit mijn studententijd. Alleen krijg ik wel opmerkelijk vaker dan vroeger studenten over de vloer met psychische problemen. Als we vroeger overwogen om een patiënt antidepressiva te geven, dan werd dat besproken op de vergadering: ‘Is het wel verantwoord?’ Het kwam echt zelden voor. Nu zien we geregeld studenten die al sinds de middelbare school antidepressiva slikken. Een aantal keer per jaar beslissen we zélf om antidepressiva op te starten. Maar we sturen de student in kwestie dan ook altijd door naar de studentenpsycholoog, om een volledig beeld te krijgen van het probleem en omdat antidepressiva niet dé oplossing zijn. Er is zeker geen explosie van zwaar depressieve studenten – de meesten redden het nog altijd prima – maar ‘het niet meer zien zitten’ komt toch beduidend vaker voor dan vroeger.

»Dat heeft natuurlijk te maken met de maatschappij in het algemeen: iedereen lijkt tegenwoordig op een sneltrein te zitten. De prestatiedruk is enorm. Ook ouders kunnen daar soms een rol in spelen. Dan hoor ik: ‘Als ik niet slaag, draaien ze de geldkraan dicht.’ Goedbedoeld hoor, maar ontspannend is dat niet voor de student. En niet alleen ouders en maatschappij leggen de lat hoog; jongeren stellen ook steeds hogere eisen aan zichzelf. Hoe vaak moet ik niet zeggen: ‘Oké, met je thesis heb je nu wat last, maar kijk eens naar wat je wél allemaal gepresteerd hebt de voorbije jaren!’ Je hebt een zekere rijpheid nodig om tegen die altijd maar groter wordende druk op te boksen, en te zeggen: ‘Nee, ik doe hier even niet aan mee.’»

HUMO De jongere heet vandaag minder zelfredzaam te zijn en langer aan moeders rokken te blijven hangen.

Klein «We zijn inderdaad aan het evolueren naar een pampermaatschappij. Als ik studenten op het eind van de consultatie een getuigschrift van verstrekte hulp geef voor hun ziekenfonds, kijken sommigen me vragend aan: ‘Wat moet ik hiermee?’ Ze behoren tot de top van hun generatie – anders zouden ze niet op de universiteit of hogeschool zitten – maar door hun jonge leeftijd zijn ze op hun manier kwetsbaar en doen ze veel zaken voor het eerst zelf. Ze moeten door een leerproces. Ik beschouw het als een deel van mijn taak om hen daarin te begeleiden. Soms belt een student in paniek op: ‘Ik ben zo ziek. Er moet iemand komen!’ Blijkt dat dan gewoon wat overgeven of diarree te zijn. Het aantal huisbezoeken ligt bij ons zeer laag en dat willen we ook zo houden, maar in zo’n geval van paniek ga ik toch even langs en leg ik uit dat ze voor zo’n kleinigheid gewoon op consultatie kunnen komen.»

De Roy «Het contact met het thuisfront is veel groter dan vroeger en dat leidt tot een veel grotere betrokkenheid van de ouders. Ik krijg vandaag heel vaak vragen van ouders. Dan belt er bijvoorbeeld een moeder, omdat dochterlief met een verkoudheid op kot zit. Ik zal dan altijd aangeven dat de student ons beter zelf kan bellen voor een afspraak.»

HUMO Merken jullie medische verschillen tussen de verschillende studierichtingen?

Klein «Faalangst gaat over de grenzen van de richtingen heen. Iemand met een perfectionistische persoonlijkheid, die álle puntjes op álle i’s wil, zal altijd meer kans hebben op faalangst, ook al volgt hij of zij een opleiding die niet zo belastend zou mogen zijn. Persoonlijk merk ik wel al jaren dat studenten uit de creatieve richtingen, zoals interieurvormgeving of binnenhuisarchitectuur, onder een steeds grotere werkdruk lijden. Haast wekelijks moeten ze op de proppen komen met een werkstukje dat niet alleen perfect uitgewerkt is, maar ook blijk geeft van een buitengewoon creatief en nieuw idee. Op een gegeven moment stoppen die ideeën en komt er gewoon niks meer. Ik probeer hen dan gerust te stellen: ‘In jouw richting hoor ik die klacht al jaren.’»

De Roy «Faalangst moet therapeutisch aangepakt worden. Een goeie gedragstherapie, zoals wij die aan de universiteit al een paar jaar aanbieden, kan echt wonderen doen. Het gekke is dat die studenten zich na de examens vaak niet meer kunnen inbeelden dat ze ooit zo angstig zijn geweest – ‘Wat heb ik me toch aangesteld!’ – waardoor het soms een paar examenperiodes duurt voor ze de stap naar therapie zetten.»

HUMO Zouden jullie deze praktijk ooit nog willen ruilen voor een gewone huisartsenpraktijk?

De Roy «Nee. Oké, de studentenpopulatie is niet de meest makkelijke – ze halen af en toe stoten uit – maar dat levert wél hilarische gesprekken op. Het is ook best aandoenlijk om zo’n student te zien groeien: meisjes die hier heel verlegen binnenkomen om de pil te vragen en die je drie jaar later terugziet – met een pak meer maturiteit en nog altijd met dat eerste vriendje.»

Klein «Ik heb jarenlang een studente begeleid die last had van psychische problemen, met allerlei ups en downs, en dus behoorlijk lang over haar studies heeft gedaan. Twee weken geleden belde ze me op: ‘Ik heb werk!’ Dat deed zo’n deugd! Studenten zijn ook een dankbaar publiek. In al die jaren ben ik nog nooit met tegenzin naar het werk gekomen. Ik zie elke patiënt nog altijd als een verrassingspakketje, en bij studenten is de verrassing vaak nét iets groter dan bij de doorsneepatiënt (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234