null Beeld

Duiveluitdrijvers in de islam

Na een poging om 'de duivel bij haar uit te drijven' stierf de drieëntwintigjarige Latifa Hachmi uit Schaarbeek op 5 augustus 2004 - aan de gevolgen van zware mishandeling. Vandaag start voor het assisenhof in Brussel het proces waarin de zelfverklaarde exorcisten zullen terechtstaan.

Annemie Bulté

Een proces dat een duistere kant van de islam blootlegt: de wereld van de djinns, zwarte magie en het boze oog.

'Ze was een engel die in de handen viel van kraaien'

5 augustus 2004, omstreeks 13 uur. De politie van Schaarbeek krijgt een oproep uit de Waelhemstraat: 'Vrouw thuis onwel geworden.' Als de agenten arriveren, zijn de hulpdiensten al bezig met een hartmassage op een jonge vrouw, Latifa Hachmi, die in de woonkamer op de grond ligt.

Haar hele lichaam zit onder de blauwe plekken en ze heeft een hersenbloeding. Bij het binnenkomen horen de agenten muziek waarop Koranverzen luid worden gereciteerd. Er lijkt niet gevochten in het appartement, maar toch vreemd: verspreid over alle kamers liggen waterflessen, volle en lege, van vijf liter.

In de badkamer hangen overal haren: in de badkuip, op de tegels, op de grond. Wat is hier in godsnaam gebeurd? 'Geen flauw idee,' zegt Latifa's zesentwintigjarige echtgenoot Mourad Mazouj, die de hulpdiensten heeft gebeld. 'Ze is vanochtend in bad gegaan omdat ze zware hoofdpijn had,' vertelt hij kalm - 'ze was nogal moe de laatste tijd en at weinig.' Twee uur later had hij haar daar bewusteloos aangetroffen.

Nog dezelfde avond overlijdt Latifa in het ziekenhuis. Een verdacht overlijden, vindt men bij het parket van Brussel, dat de zaak nader onderzoekt.

Uit de autopsie blijkt dat Latifa aan buitensporig geweld is bezweken: de bloeduitstortingen over heel haar lichaam wijzen op een hardhandige geseling (de wetsdokter schat het aantal klappen met een stomp voorwerp op een honderdtal) en wurgpogingen; het water in haar longen op bijna-verdrinking, een foltertechniek.

Na een urenlange ondervraging door de politie geeft Mourad toe dat hij en zijn vrouw een beroep hebben gedaan op een groep islamitische exorcisten. 'Mijn vrouw was bezeten,' zegt hij. 'De blauwe plekken op haar lichaam zijn het werk van de duivel.'

undefined


Wc-ontstopper

Alles was begonnen toen Latifa, die erg gelovig was, in de ban was geraakt van een moslimvereniging in Schaarbeek, de vzw La Plume, waar ze godsdienstlessen volgde en gelijkgezinde moslimzusters ontmoette. La Plume werd gerund door Abdelkrim Aznagui, een tweeënvijftigjarige ex-timmerman, ex-foorkramer en ex-installateur van jackpots in cafés. In de jaren tachtig was zijn turbulente nachtleven beu geraakt, waarna hij een te korte broek aantrok, zijn baard liet groeien en extreem religieus werd. Aznagui wierp zichzelf op als Korangeleerde en islamitisch genezer, hoewel hij daar geen opleiding voor had gevolgd ('Ik ben autodidact'). Hij had zich met name gespecialiseerd in roqya, de traditionele islamitische geneeswijzen, wat volgens hem zoveel betekende als exorcisme. Bij zijn duiveluitdrijvingen liet hij zich onder meer assisteren door de zesentwintigjarige tot moslim bekeerde Belg Xavier Meert - Selim voor de moslimvrienden. Beide mannen bewogen zich in een Brussels extremistisch moslimmilieu, waartoe ook de in opspraak gekomen sjeik Bassam Ayachi met zijn CIB (Centre Islamique Belge ) in Molenbeek behoorde.

'De vzw La Plume functioneerde als een soort van sekte,' vertelt Fouad Hachmi (39), Latifa's oudste broer. 'Latifa zat er van 's morgens tot 's avonds en had daarbuiten nauwelijks sociale contacten. We weten niet precies wat er gebeurde, maar de invloed van Aznagui en Selim op de meisjes was enorm. Ze waren sociaal geïsoleerd en gemakkelijk te manipuleren. Alles was ingebed in een cultus van demonen, hekserij en godsdienstfanatisme.'

Fouad Hachmi «De goeroes zagen overal de hand van de duivel in: voelde je je depressief, dan was je bezeten; vond je geen werk, dan had iemand je wellicht behekst; werd je ziek, dan was je het slachtoffer geworden van het boze oog. Als je niet goed in je vel zit, ben je vatbaarder voor dat soort praatjes.

»Bij Latifa was het probleem dat ze geen kinderen kon krijgen. De goeroes hadden haar overtuigd dat ze bezeten was en dat alleen een duiveluitdrijving haar nog kon redden. In het begin probeerde Mourad, haar man, haar nog op andere gedachten te brengen, maar uiteindelijk is hij meegegaan in het verhaal, en is hij zelf actief gaan deelnemen.

»Twee maanden voor haar dood zijn ze voor het eerst met zo'n duiveluitdrijving begonnen. Latifa was in de war en leek niet al te best op de behandeling te reageren. Mourad heeft mijn ouders toen opgebeld, die op vakantie waren in Marokko. Ze zijn teruggekeerd en troffen Latifa bij haar thuis aan in het gezelschap van Aznagui en zijn assistentes, midden in een tafereel dat aan de film 'The Exorcist' deed denken. Ze lag op een matras, aan handen en voeten gebonden, en moest allerlei vuile sopjes drinken en weer uitbraken. Ze was totaal verzwakt en had stuiptrekkingen, maar niemand leek zich daaraan te storen - Aznagui zat naast haar uit de Koran voor te lezen. Mijn vader is toen verschrikkelijk kwaad geworden en heeft iedereen buitengezet.

»Mijn ouders hebben zich toen een paar dagen over Latifa ontfermd, tot ze wat aangesterkt was. Mijn vader deed Mourad beloven dat ze niet opnieuw zouden beginnen en dat hij met Latifa naar een psycholoog zou gaan. We vertrouwden die man. Onterecht, bleek achteraf.»

Tien dagen voor haar dood startte een nieuwe poging om Latifa van haar demonen te verlossen. Exorcist van dienst was dit keer niet Aznagui, maar Xavier Meert, die zijn leermeester naar eigen zeggen vaak genoeg aan het werk had gezien om het zelf te kunnen. Mourad schermde Latifa ondertussen volledig van haar familie af.

Hachmi «Mijn zus mocht ons niets vertellen, we kregen haar niet meer te zien. Ik denk dat ze doodsangsten heeft uitgestaan.»

De behandeling bestond erin dat Meert gebeden opzei en met saffraan Koranteksten op een stuk plastic neerpende. Die teksten loste hij op in water, en van dat bruine vocht moest Latifa zo veel mogelijk drinken en het vervolgens uitbraken. Ondertussen werd ze ondergedompeld in een bad met heet, eveneens van Koranverzen zwanger water: dat zou de demon 'verbranden'. 'Alles gebeurde met haar volledige instemming,' vertelde Mourad achteraf aan de politie.

Ook Meert werd bijgestaan door vrouwelijke assistentes, onder wie de zevendertigjarige Jamila, die zelf een duiveluitdrijving had ondergaan en sindsdien slechte djinns of demonen - hielp uitbannen bij andere slachtoffers. Ze duwde telkens twee vingers in Latifa's keel om haar te doen braken en vervolgens van binnenuit een 'knoop' in haar keel te masseren, dé plek waar volgens haar de demon vastzat. Als Latifa niet in bad zat, kreeg ze een koptelefoon op waaruit Koranverzen schalden, een koptelefoon waarmee ze ook sliep.

'We zijn met de baden begonnen omdat bidden alléén weinig effect had,' verklaarde Xavier Meert tegenover de politie. 'Soms ging Latifa vrijwillig in het bad zitten, soms niet. Dan moesten we haar met z'n drieën dwingen. Het water was heet, maar niet kokend. Meestal was ze aan haar enkels en polsen gebonden, voor het geval de demon in haar zich zou verzetten (in de keuken zijn spataderkousen en een kamerjasceintuur met knopen in gevonden, red.).' Het was weleens gebeurd dat ze haar kopje onder duwden, 'telkens slechts heel kort'. Latifa probeerde dan boven te komen, 'maar dat was haar overlevingsinstinct, en de duivel die geen water verdraagt'. Intussen probeerden ze haar ook water te doen slikken.

'Latifa was vaak uitgeput na zo'n sessie. Soms reageerde ze niet meer en moest ze uit bad geholpen worden. Dan legden we haar op de zetel om te rusten, met de koptelefoon op.'

'Geslagen hebben we haar nooit,' beweren alle betrokkenen. Wel geeft Xavier Meert toe dat hij zijn zelfgemaakte 'bidstok' op de plaats delict heeft laten verdwijnen, 'omdat die tot verkeerde conclusies zou leiden'. Het ging om de steel van een wc-ontstopper, die hij zelf met Koranverzen had beplakt. Hij gebruikte hem om de ledematen van de bezetene aan te tikken ('maar nooit slaan') en zo de demon te verjagen.

Soms verzette Latifa zich tegen de pogingen om haar te doen braken en moest Jamila haar kaken opentrekken. Omdat ze niet meer dan twee lepels yoghurt per dag at - zodat ze geen voedsel maar zo veel mogelijk slechte substanties zou uitspuwen - kwam er vaak niet meer uit dan een wit papje, een beetje zoals lijm. Xavier Meert: 'We weten uit ervaring dat dat op magie wijst.'


Per ongeluk

Zo gingen negen dagen voorbij. Latifa luisterde zich suf naar de Koranverzen, baadde, braakte, en reageerde amper nog op haar omgeving. Meestal lag ze half bewusteloos, met nog altijd haar koptelefoon op. Een paar keer bevuilde ze zichzelf. Volgens de exorcisten kon het niet lang meer duren voor de djinns zich gewonnen gaven: Jamila merkte dat de djinn in Latifa's buik was verdreven, er bleef er nog één over die in haar ogen huisde, en - gevaarlijker - die in haar keel. Waarna ze opnieuw haar vingers diep in Latifa's mond duwde.

Op 4 augustus, een dag voor Latifa's dood, was het behoorlijk heftig toegegaan in de badkamer. Xavier Meert had aan Mourad gevraagd om Latifa in haar bad een zwart sopje te laten drinken, een soort olie-extract vermengd met Koranwater. Plots begon Latifa hevig tegen te spartelen: eerst trok ze aan Meerts baard - 'zo hard dat we haar een paar rake klappen moesten geven' - en daarna rukte ze een rekje van de muur.

Latifa werd verschillende keren kopje onder geduwd en verder afgeranseld. 'Het was niet Latifa die werd geslagen,' zeggen alle betrokkenen, 'maar de djinn die in haar zat.' Uit de verklaringen van de beklaagden is niet duidelijk wie wat precies heeft gedaan - ze wijzen met een beschuldigende vinger naar elkaar. Mourad beweert dat hij de hulpdiensten wilde verwittigen toen Latifa niet meer leek te ademen, maar dat de anderen het hem afraadden. Jamila zou gezegd hebben dat de djinn aan het eind van zijn krachten was en dat Latifa moest rusten - weliswaar met de koptelefoon met Koranverzen op, 'zodat de djinn niet terug zou aansterken'.

Xavier Meert belde naar zijn leermeester Abdelkrim Aznagui in Marokko om te weten wat ze moesten doen 'als Latifa echt zou zijn overleden'. 'Boeltje pakken en wegwezen,' kreeg hij te horen.

Toen de hulpdiensten arriveerden, was alleen Mourad nog thuis. Even later verscheen ook Latifa's vader, die al dagen tevergeefs was komen aanbellen. Maar zijn dochter was zo verzwakt door de behandeling, de slagen en het gebrek aan eten dat haar hart het die avond begaf.

Twee jaar later verscheen de exorcistenploeg voor de correctionele rechtbank wegens slagen en verwondingen met de dood tot gevolg. De rechter sprak opvallend lichte straffen uit: Xavier Meert kreeg vijf jaar voorwaardelijk en moest niet meer naar de gevangenis; zijn assistentes kregen een paar maanden voorwaardelijk; Latifa's man kreeg vier jaar voorwaardelijk; en de oude leermeester Aznagoui, die volgens de rechter wel 'moreel verantwoordelijk' was, werd vrijgesproken.

De familie Hachmi, verbijsterd over de milde straffen, ging in beroep. Ze wilde dat de zaak voor het assisenhof behandeld werd en haalde haar slag thuis: de zaak werd opnieuw gekwalificeerd als 'foltering', waardoor het assisenhof ze moet behandelen. Het nieuwe proces, dat op 14 mei start in Brussel, wordt wellicht totaal anders dan het eerste.

Hachmi «De correctionele rechtbank heeft zich laten inpakken door de advocaten die zeiden dat het om een cultureel gebruik ging, eigen aan de islam, waarbij een 'ongelukje' gebeurd was. Maar dat is het helemaal niet. Het gaat over gijzeling, foltering, verdrinking in een bad, slagen en verwondingen, psychologische terreur - een misdaad.»

HUMO Vrees je niet dat dit een proces van de islam wordt, nu het voor een volksjury komt?

Hachmi «Dat zou ik totaal ongepast vinden. Ik ben zelf moslim. Ik zie niet in waarom wat ze met mijn zus hebben gedaan iets met de islam te maken heeft.»


Bokkenpoten en slagtanden

Ja, wat hebben die duiveluitdrijvingen eigenlijk met de islam te maken? Alles en niets, zegt antropoloog Philip Hermans, die zich aan de KU Leuven verdiepte in de Marokkaanse volkscultuur en er het boek 'De wereld van de djinn' over schreef.

Philip Hermans «Bijna alle moslims geloven in het bestaan van djinns, want in de Koran staat dat ze door Allah geschapen zijn. Je kan ook bezeten worden door zo'n djinn. Veel meer details geeft de officiële islamitische leer er niet over, maar in het volksgeloof bevolken de djinns een parallelle wereld die in veel opzichten lijkt op de mensenwereld. Je hebt mannelijke en vrouwelijke djinns, goeie en slechte, gelovige en ongelovige. Ze trouwen en krijgen kinderen, kunnen vliegen en door muren en lichamen dringen. Af en toe maken ze de overstap naar onze wereld, meestal om mensen ziek te maken.

»Bij een Brusselse Korangenezer hoorde ik het verhaal van een meisje dat spaghetti had afgegoten in een gootsteen waar een djinn zat. Hij was verbrand, en uit wraak had hij haar been verlamd. Die Korangenezer beweerde dat hij haar in een halfuur genezen had: hij had de djinn verjaagd door Koranverzen te lezen. Ik heb ook vaak gehoord dat vrouwen vlugger aan een djinn ten prooi vallen 'omdat ze minder sterk van geest zijn'.

»Daarnaast leven de begrippen hekserij en zwarte magie sterk onder de Maghrebijnse bevolking, ook in België. De officiële islam laat zwarte magie niet toe, maar erkent wel het bestaan ervan. Mensen gaan naar tovenaressen of gebedsgenezers om anderen te laten betoveren en zo hun rekeningen te vereffenen. Ik was er zelf bij toen een vrouw bij een gebedsgenezer kwam omdat ze bedrogen was door haar man. Ze wist goed wat ze wou: 'Je moet die andere vrouw zo gek maken dat ze naakt op straat loopt.' De gebedsgenezer heeft dat geweigerd omdat ik er bij was - anders had hij het wel gedaan.»

Djinns vind je overal, maar vooral in grotten, riolen, wc's en slachtplaatsen. Ze zijn dol op bloed en melk. De bekendste vrouwelijke djinn is Aisha Qendisha , die als een mooie vrouw aan mannen verschijnt en hen verleid. In werkelijkheid is ze lelijk en heeft ze bokken- of kamelenpoten. Een andere djinn, Pasha Hammu, is beresterk en uitzonderlijk dol op bloed. Hij veroorzaakt overvloedige maandstonden bij vrouwen en drijft mensen tot overmoed, alcoholisme en automutilatie. Ook Umm Subyen kan als een bevallige jonge vrouw verschijnen, maar eigenlijk is ze stokoud, heeft ze slagtanden en komt er rook uit haar neus. Ze valt zwangere vrouwen aan en doodt kleine kinderen. Het aantal djinns loopt naargelang de bron sterk uiteen. Sommige Korangeleerden schatten dat er achtenzestig miljard zijn.

Bepaalde extremisten wijten ongeveer alles wat er fout loopt in de wereld aan demonen en hekserij: echtscheidingen, delinquentie, een onvoldoende op school.

HUMO Het verwonderde me hoe erg het geloof in demonen nog leeft in de moslimgemeenschap bij ons.

Hermans «Veel moslims - ook intellectuelen - geloven er half in, maar zolang ze geen problemen hebben, blijft het iets abstracts. Pas als er iets misloopt, gaan ze al eens een genezer opzoeken die aan roqya doet. In België doen ze dat vooral voor psychische ziektes. Bij lichamelijke aandoeningen hebben ze meestal wel vertrouwen in de klassieke geneeskunde, behalve als die geen oplossing vindt.

»De echte, door de islam erkende roqya moet door een Korangeleerde gebeuren. Die kan demonen uitdrijven door Koranverzen te reciteren, zónder die hele poespas van in Schaarbeek. Wat zich daar heeft afgespeeld, doet me meer denken aan leerling-tovenaars die niet weten hoever ze kunnen gaan.»

HUMO In België gebeuren duiveluitdrijvingen altijd in het geniep.

Hermans «Omdat men bang is om last met de overheid te krijgen, ja. Daardoor is er minder sociale controle, wat de deur openzet voor wanpraktijken. Er zijn een pak genezers in België, vooral in de steden met een grote Marokkaanse bevolking, zoals Antwerpen en Brussel. En ze hebben enorm veel te doen: uitdrijvingen, betoveringen... Iedereen kan zich voordoen als gebedsgenezer, er is geen vorming of officiële instantie voor. De orthodoxe islam is tegen dat soort praktijken. Het probleem is dat hij er geen officieel standpunt tegen inneemt.

»En soms loopt het verkeerd. Een paar jaar geleden was er toch ook dat meisje van achttien in Antwerpen, Layla Hachichi, die stierf aan brandwonden die vermoedelijk tijdens een uitdrijving veroorzaakt waren, met kokend water en een bijtend product. En in Koekelberg stierf een meisje dat door haar exorcist gedwongen was om meer dan tien liter water te drinken. Zulke gevallen blijven gelukkig wel uitzonderingen.

»Nog een reden waarom niemand er graag over praat: heel wat mensen zijn er beschaamd over tegenover het Westen. Ze zijn bang om als achterlijk bestempeld te worden.»

HUMO Bent u zelf getuige geweest van medische succesverhalen?

Hermans «Ik heb zeker mensen gezien die zich na een roqya-sessie beter voelden, maar dat was vlak erna. Volgens mij doet het placebo-effect goed zijn werk. Mensen krijgen een verklaring voor hun leed, en dat geeft hun gemoedsrust.

»Maar miraculeuze genezingen? Ik heb er veel verhalen over gehoord - lammen die weer lopen en blinden die weer zien - maar ik heb er nooit zelf één meegemaakt.»


Nachtelijk bezoek

Het is even zoeken eer we Marokkaanse vrouwen vinden die willen praten over hun eigen ervaringen met roqya, demonen en toverij. We vinden ze in het klasje Arabisch van juffrouw Rasmia, in gemeenschapscentrum De Vaartkapoen in Molenbeek. Vrouwen van twintig tot zeventig, zusterlijk naast elkaar op de schoolbanken, hoofddoeken in alle kleuren en maten. Als we het woord 'roqya' laten vallen, beginnen ze in het Arabisch door elkaar te kwetteren, er vallen woorden als 'siher' (zwarte magie, red.) en 'l ryah' ('de winden', waarmee de djinns bedoeld worden, red.). Rasmia vertaalt. Ze zijn het er allemaal over eens dat de djinns bestaan. En ook: dat je je ertegen moet beschermen.

HUMO Hoe kan dat dan?

Rasmia «Je moet elke avond een stukje uit de Koran lezen, dan kan er je niets gebeuren, Alhamdellilah. De Koran is als een soort schild.»

'Als ik naar het toilet ga,' zegt een jonge vrouw met een helblauwe hoofddoek, 'bescherm ik mezelf met een bezwerende Arabische formule. In toiletten huizen vaak djinns.' De andere vrouwen knikken instemmend: 'Ik doe dat ook altijd.' - 'Ik ook!' Een vrouw op de achterste rij, timide: 'Als wij een huis binnengaan, zeggen we altijd: 'Salaamaleikum' - zelfs al is er niemand in het huis. Maar als je dat níét zegt, kunnen de djinns mee binnenkomen.'

'En als je gaat eten,' vult een zuster met een bruine hoofddoek aan, 'dan zeg je: 'B ismillah' - anders riskeer je een djinn mee op te eten. Als je een restje in de keuken bewaart, moet je het altijd afdekken met 'b ismillah', want anders komt de duivel ervan eten.' De jonge vrouw met de helblauwe hoofddoek, op dreef: 'Nee, dan komt de duivel in je eten spuwen en dan word je ziek!'

Of ze ook geloven dat de djinns niet tegen zout kunnen, zoals in sommige boekjes over roqya staat? 'Ach nee,' antwoordt iemand op de eerste rij met een wegwerpgebaar. 'Dat zout, dat is bijgeloof.'

Niet alle vrouwen nemen deel aan de discussie, maar als een oudere vrouw met een diep doorgroefd gezicht en roodbruine vingers van de henna het woord neemt, spitsen ze de oren. Ze vertelt over haar dochter, die in een huis woonde dat bezeten was door djinns.


De hennavrouw

«Ze maakte élke avond haar huis schoon, en élke ochtend lag het er weer volledig overhoop! Op den duur was ze bang om te gaan slapen.

»Op een nacht heeft een onbekende haar een rammeling gegeven: ze was helemaal toegetakeld, haar kaak was verwrongen. Eerst dacht ze dat het een inbreker was, maar de bewakingscamera's rond het huis hadden niets geregistreerd. Dus moest het een djinn geweest zijn!

»Er gebeurden nog meer vreemde dingen. Plots liep er bijvoorbeeld water uit de muur. En mijn kleindochter van vier jaar sprak de hele tijd met iemand in de kamer: 'Kom, kom dan toch met me spelen' Terwijl ze daar helemaal alleen was! Ik zeg je: dat huis zat tjokvol djinns.

»Maar ja, mijn dochter had dan ook een stommiteit begaan: 's nachts schoonmaken in plaats van overdag. Ze kan nooit slapen, en dan begint ze eraan. Dat heeft de djinns zeker kwaad gemaakt.»

Haar buurvrouw schudt afkeurend haar hoofd: 'De djinns worden wakker als de mensen gaan slapen. En dan moet je ze met rust laten.'

En dan komen de verhalen los. Over een vriendin die dacht dat ze behekst was en haar huis niet meer uit durfde. Over charlatans die doen alsof ze de duivel kunnen uitdrijven, maar alleen op je geld uit zijn. Over een imam die zijn klanten liet volgen door een privédetective en achteraf deed alsof hij helderziend was. Over een imam die écht aan roqya deed, maar uit winstbejag een bedrieger werd: hij werkte niet met detectives maar met echte djinns, die hij onder dwang uitvroeg over zijn klanten.

Op het einde van het vragenuurtje vertelt een jonge vrouw met een pikzwarte hoofddoek dat ze bang is dat ze zelf behekst is. Ze voelt zich al jaren slecht: hartkloppingen, ademhalingsproblemen, paniekaanvallen, doemgedachten die plots in haar hoofd opkomen.


Angstige vrouw

«Ik heb al bij verschillende dokters bezocht, ik heb onder de scanner gelegen en heb verschillende onderzoeken ondergaan, maar ze kunnen me niet helpen. Mensen in mijn omgeving zeggen dat het zwarte magie is. Dat iemand het niet goed met mij voorheeft.

»Eigenlijk zou ik het met roqya willen proberen, maar ik durf niet goed: ik ben bang dat er dan allemaal duivels in mij zullen ontwaken. Dat ik nog méér symptomen zal krijgen.

»Een koptelefoon met Koranverzen heb ik ook al eens geprobeerd: mijn hart begon meteen als gek te kloppen, ik kreeg het gloeiend warm en werd zo bang dat ik hem vlug heb afgezet.»


Vijf procent

Het volksgeloof in demonen en hekserij maakt de jongste jaren opnieuw opgang in de moslimgemeenschap. Islamitische gebedsgenezers zijn hot. Op het internet circuleren tests om na te gaan of je bezeten bent - 'Bezeten? Bel een exorcist!' Op internetfora staan oproepen van mensen die 'dringend op zoek zijn naar iemand die roqya verricht'. Sommige gebedsgenezers doen hun consultaties zelfs per telefoon of via het internet.

Moslimtheoloog Khalid Ben Haddou, een jonge imam van de Gentse moskee Al Markaz, geeft lezingen over roqya in Vlaanderen en Brussel. Hij merkt dat het onderwerp moslimjongeren enorm aanspreekt.

Khalid Ben Haddou «Eén van de redenen waarom ik die lezingen geef, is juist om hen bewust te maken van de wanpraktijken die er ook bestaan. Sommige mensen doen zich voor als islamitische genezers, maar voeren alleen maar een show op uit winstbejag. We horen in de moskee veel verhalen van bedrogen patiënten die honderden euro's hebben neergeteld en niet geholpen zijn.

»Ik wil jongeren ook uitleggen wat zwarte magie precies inhoudt, want er bestaan veel misverstanden over. Veel mensen met psychische klachten denken direct dat ze bezeten zijn, of behekst. In concreto is maar vijf procent van hen daar het slachtoffer van; bij de rest zijn de problemen ergens anders aan te wijten: ze zitten in een dip, zijn eenzaam of hebben het financieel moeilijk... Zelfs ten tijde van onze Profeet zijn er maar weinig echte gevallen van zwarte magie vastgesteld - de Profeet is er trouwens zélf het slachtoffer van geweest.»

HUMO Doet u zelf ook aan roqya?

Ben Haddou «Ik heb het lange tijd gedaan, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het meestal deed om de mensen gerust te stellen dat ze niet bezeten waren. Ik heb misschien één of twee gevallen meegemaakt waar dat wél het geval was.»

HUMO Hoe merkte u dat die mensen echt bezeten waren?

Ben Haddou «Als je de Koran over hen leest, merk je dat ze beginnen te trillen en spastische bewegingen beginnen te maken. Ze hebben zichzelf niet onder controle en beweren dat ze door iets anders 'geduwd' worden. Naargelang de verzen die je leest, kan je nagaan of het boze oog in het spel is, of dat het gaat om bezetenheid of zwarte magie.»

HUMO Wat doet u om de djinn uit te drijven?

Ben Haddou «De Koran lezen, niets anders. Ik gebruik geen foto's, namen, wierook en andere producten. Mensen die zich uitgeven voor 'islamitische genezers' doen dat wel, maar dat is niet geoorloofd in de islam.»


Slaapliedje

'Ik heb zelf een tijdje geleden zo'n roqya-behandeling ondergaan, na het plotse overlijden van mijn zus in een verkeersongeval,' vertelt Malika Saissi, coördinatrice bij De Vaartkapoen in Sint-Jans-Molenbeek.

Malika Saissi «Ik was helemaal van de kaart, had angstaanvallen en pijn aan mijn hart. Een vriendin heeft me toen roqya aangeraden, om mijn pijn te verzachten.

»Ik ben op consultatie gegaan bij een gebedsgenezeres met een kabinet in Schaarbeek - niet clandestien, ze was géén oplichtster. Ze liet me plaatsnemen in een schommelstoel en zette me een koptelefoon op waaruit Koranverzen galmden, heel, heel luid. Dat brengt je automatisch in andere sferen en maakt emoties los. Ze schreef me ook een dieet voor op basis van kruiden en natuurlijke producten die de Profeet ook gebruikte. Het was een radicale methode: in vier dagen ben ik drie kilo verloren, want ik zat de hele tijd op het toilet (lacht). De roqyasessie zelf duurde een uur, en ik betaalde er dertig euro voor.

»Heeft het me goed gedaan? Ik weet het niet. De Koran lezen is een geneesmiddel op zich. Het kalmeert. Je legt jezelf in de handen van God. Je laat los, en Hij zal beslissen. Dat lucht op.»

Malika is een Marokkaanse van de tweede generatie, ze komt uit een gezin met elf kinderen.

Saissi «Ik ben opgegroeid in die wereld van uitdrijvingen en verhalen over djinns. Mijn oudste broer had last van epilepsieaanvallen. Bij ons thuis in Brussel zijn verschillende imams over de vloer gekomen, en ze zeiden allemaal hetzelfde: dat mijn broer bezeten was door een vrouwelijke djinn, die hem verhinderde om te trouwen.»

HUMO Heb je toen zelf een duiveluitdrijving bij je broer meegemaakt?

Saissi «Ja, die séances gebeurden bij ons thuis in het salon. Nadien duurde het altijd twee weken eer ik er weer binnen durfde (lacht).

»Tijdens de sessie zelf bleef mijn broer samen met mijn vader alleen in het salon met de imam. De andere kinderen moesten buitengaan, maar mijn zus en ik keken stiekem door het raam naar binnen. Zo hebben we de schrik van ons leven beleefd. Het salon was verduisterd, en de imam stond de Koran te citeren terwijl hij een brandende kaars hield voor mijn broer, die een laken over zijn hoofd had. Dan vroeg de imam aan de djinn om eruit te komen, omdat de ziel van de jongeman moest bevrijd worden. Mijn broer reageerde niet als een menselijk wezen. Hij praatte een vrouwenstem, die riep dat ze er niet wilde uitkomen. Echt, zoals in de film!

»Zo'n séance duurde gemakkelijk twee, drie uur. Op het einde was iedereen uitgeput: de imam, mijn broer, en mijn vader ook. Het was een echt drama in de familie.»

HUMO Hoe verklaar je dat er nog zo veel bijgeloof is bij de moslims?

Saissi «De moslims, vooral de vrouwen, beginnen nu pas het fenomeen van de depressie en psychische stoornissen te ontdekken. Vroeger dacht men altijd meteen aan een djinn. In de arme wijk van Molenbeek waar ik werk zijn veel moslimvrouwen erg fragiel door de moeilijke financiële en sociale situatie. Vaak voelen ze zich slecht in hun vel, op het randje van de depressie. Maar ze gaan niet naar een psycholoog: ze blijven in hun ellende zitten en denken dat ze het slachtoffer van zwarte magie zijn. De meesten zijn nooit naar school geweest en zijn heel goedgelovig.

»We horen gekke verhalen, hoor. Mijn broer werkt in het slachthuis van Anderlecht. Op een dag kwam een vrouw vragen om ezelsoren. Weet je waarvoor die in de hekserij worden gebruikt? Om een drankje te maken dat ervoor zorgt dat je man zo stom wordt als een ezel! (lacht)»


Jeugd op de dool

Redouane Ben Driss is al vijfentwintig jaar psychotherapeut in een Brussels Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Ook hij merkt dat roqya steeds belangrijker wordt in het leven van jonge Marokkanen.

Redouane Ben Driss «Ik heb geen cijfers, maar ik heb de indruk dat de jongeren van de tweede en de derde generatie de traditionele gebedsgenezers nóg meer opzoeken dan de Marokkanen van de eerste generatie.»

HUMO Hoe komt dat?

Ben Driss «Ik denk dat het voorvloeit uit de identiteitsproblematiek waarmee veel jongeren mee worstelen: veel moslims plooien zich binnenskamers, als ze onder familie zijn, terug op hun Arabische cultuur, terwijl ze buiten, bewust of onbewust, hun gedrag aanpassen aan de westerse maatschappij. Dat voortdurende switchen zorgt voor veel onzekerheid: 'Wie ben ik eigenlijk? Ben ik mijn wortels niet aan het verliezen?' Ze zoeken een manier om hun eigenheid te kaderen, en dat doen ze onder andere door terug te keren naar het woord van God en de roqya. Het zijn trouwens vooral de extremistische, radicale milieus die daarvan profiteren om jongeren te rekruteren.

»De jongste jaren zie ik in mijn praktijk veel meer jongeren met psychoses en depressies. Die groepen zoeken vaker dan vroeger hun toevlucht in roqya. Veel van mijn patiënten gaan tegelijk ook te rade bij een traditionele genezer – je weet maar nooit of het helpt. Daar heb ik niets op tegen. Ik heb wél een probleem met traditionele genezers die hun patiënten afraden om naar een dokter of een psycholoog te gaan. Dan wordt het gevaarlijk.»


Een vogel, een beest, een kip

Ook de jonge Latifa Hachmi leek erg te worstelen om haar plek in de Belgische maatschappij te vinden. Tot haar veertiende volgde ze een wetenschappelijke richting op een school in Woluwe. Toen maakte ze, in volle adolescentie, kennis met twee tot moslim bekeerde Belgische meisjes, en met de dochter van goeroe Abdelkrim Aznagui. Toen begon ze zelf ook een hoofddoek te dragen. Dat werd niet getolereerd in haar school in Woluwe, en ze verhuisde naar een gettoschool in Schaarbeek waar alleen gesluierde meisjes rondliepen, en waar ze plots snit en naad ging volgen.

Op haar vijftiende werd duidelijk dat Latifa een zeldzame kwaal aan haar eierstokken had en wellicht nooit kinderen zou kunnen krijgen. 'Ze vond dat verschrikkelijk,' zegt haar broer Fouad, 'want ze hield enorm van kinderen.'

Hachmi «Maar: ze had zich erbij neergelegd. En toen ze op haar achttiende met Mourad trouwde, had die ook geen bezwaar gemaakt.

»Volgens mij is de grote fout gebeurd toen Latifa van school werd gestuurd omdat ze een hoofddoek wilde dragen. Terwijl ze toch Belgische was - ze was hier geboren. Zo werd ze gemarginaliseerd: uitgesloten uit die westerse omgeving in Woluwe en met open armen ontvangen in dat extremistische milieu in Schaarbeek.»

Abdelkrim Aznagui is inderdaad een rare snuiter, hebben de politiemensen ontdekt. De zelfverklaarde duivelbanner deed in de verhoorkamer doodleuk uit de doeken hoe hij zichzelf geleerd heeft om bij een uitdrijving rechtstreeks met de djinn te dialogeren, om te kijken of die hem probeert te manipuleren. Dat doet hij aan de hand van een kruisverhoor, waarbij hij de djinn allerlei 'strikvragen' stelt. Het uitdrijven zelf heeft hij vooral geleerd uit het boek 'Sorcellerie. Sortilèges, exorcisme et contre sorcellerie', een uitgave van Les éditions al-Kitab over zwarte magie dat te vinden is in de islamitische boekenwinkeltjes in de buurt van het Brusselse Zuidstation.

Humo snorde een exemplaar van het boek op en pikte er enkele citaten uit:

'Hoe roept een tovenaar een djinn op? Eén van de manieren is door middel van een offer. De tovenaar neemt een vogel, een beest, een kip of een duif (...) die hij offert zonder de naam van Allah, vrede zij met Hem, te citeren. Daarna gooit hij het kadaver zonder de naam van Allah te citeren in een put, een ruïne of een verlaten terrein dat vaak bewoond worden door een djinn, formuleert een polytheïstische toverspreuk en draagt de djinn op wat hij wenst.'

Of nog: 'De tovenaar, vervloekt zij hij, legt de Koran aan zijn voeten alsof het schoenen zijn, gaat zo binnen in de toiletten en zegt daar allerlei toverspreuken van ongelovigen op. Daarna draagt hij de djinn op wat hij wenst. Om als tovenaar van dergelijk 'laag' niveau beschouwd te worden, moet hij allerlei hoofdzonden begaan zoals incest, sodomie, overspel of heiligschennis; dit alles om de demon tevreden te stellen.'

Iemand aan de enkels en de polsen vastbinden, zoals Latifa, dat had Aznagui op het internet geleerd. De techniek van de baden had hij dan weer zelf uitgevonden: 'Die methode komt niet voor in de literatuur.'

Aznagui had zijn kennis overgedragen aan zijn leerling Xavier Meert. Die had op zijn beurt al geoefend op zijn zus, die een crisis had gekregen op haar trouwdag, en zijn schoonzus. Later had hij nog eens hetzelfde gedaan met een vrouw met een autistische zoon. Toen die vrouw zich verzette en begon te slaan, had hij wel de hulp ingeroepen van Aznagui, die haar had kunnen kalmeren door haar een koptelefoon met Koranverzen op te zetten.

Xavier Meert, die als bekeerling erg veel aanzien genoot onder moslims, wordt door de gerechtspsychiaters omschreven als een 'borderline-goeroe' die na zijn terugkeer van Mekka met een buitensporig narcistische arrogantie had besloten om het gevecht met de duivel in zijn eentje te beslechten.

Hachmi «Dat juist mijn zus het slachtoffer werd, is des te tragischer omdat ze ingoed was. Latifa was een engel die in de handen is gevallen van kraaien. Ze hebben geprofiteerd van haar wanhoop en haar compleet gehersenspoeld. De kraaien hebben haar kapotgemaakt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234