Dutroux-handlanger Michel Lelièvre mag de gevangenis verlaten onder voorwaarden: 'Na elke ontvoering voelde ik me slecht in mijn vel'

Michel Lelièvre, die veroordeeld is voor zijn aandeel in de affaire-Dutroux, mag na 23 jaar de gevangenis verlaten onder voorwaarden. Over enkele jaren heeft hij zijn volledige straf uitgezeten, tot dan krijgt hij voorwaarden opgelegd. Dat betekent dat hij zich aan bepaalde afspraken moet houden, anders gaat hij opnieuw de gevangenis in.

Lelièvre was 33 jaar oud toen hij in 2004 tot 25 jaar cel werd veroordeeld door het assisenhof van Aarlen wegens zijn betrokkenheid, samen met Marc Dutroux en Michelle Martin, bij de ontvoering en het gevangenhouden van An, Eefje, Sabine en Laetitia.

Lelièvre kreeg de mildste straf van de drie. De heroïnejunk, ten tijde van de feiten een jonge twintiger, werd beschouwd als een makkelijk te manipuleren hulpje. In ruil voor het inlossen van zijn drugsschulden moest hij Dutroux helpen bij enkele ‘klussen’, het ontvoeren van jonge meisjes.

In 2003 verscheen in Humo een reeks over 'De handlangers van Marc Dutroux'. Herlees hier de aflevering over Michel Lelièvre.


Lees meer over de zaak Dutroux »

De handlangers van Marc Dutroux: Michel Lelièvre

(Verschenen in Humo 3263 in april 2003)

Meisjes ontvoeren is een hard vak: om halfzes 's ochtends uit de veren, zonder ontbijt aan de schoolpoort gaan rondhangen, wachten tot het meisje alleen is, haar in de wagen sleuren en verdoven, zorgen dat je wegkomt, en vooral haar fiets niet vergeten. 'Na elke ontvoering voelde ik me slecht in mijn vel,' zucht Michel Lelièvre, de toen 25-jarige junkie die Dutroux assisteerde bij minstens vier ontvoeringen. 'Ik nam dan een gram heroïne of ging me uitleven in dancing la Buche. Nooit heb ik één frank gekregen omdat ik samen met Dutroux meisjes ging ontvoeren.'

'Ik heb nog altijd spijt dat ik hem niet op zijn gezicht geslagen heb,' zegt Paul Marchal. 'Iedereen denkt dat hij een doetje is, een guitige kwajongen die zich heeft laten meeslepen door Dutroux. Maar volgens mij is hij gevaarlijker dan we denken.'

Paul Marchal heeft het incident met Michel Lelièvre, twee weken geleden in het gerechtshof van Luik, nog niet verteerd. Marchal, die niet zo goed Frans praat, had net tot zijn verbijstering te horen gekregen dat hij geen tolk zou krijgen om de debatten voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling te volgen. Even later merkte hij dat de jonge helper van Dutroux ongestoord zat te telefoneren in de raadzaal, met de gsm van diens advocaat.

Paul Marchal «Lelièvre wandelde nonchalant met de telefoon tegen zijn oor door de raadkamer, gezellig aan het keuvelen. Ik, de vader van een slachtoffer, moest mijn gsm afzetten, maar een verdachte kon zomaar telefoneren! Ik protesteerde, maar toen Lelièvre zag dat niemand zich iets van mijn protest aantrok, kwam hij grijnzend voor mij staan. Hij stond mij gewoon uit te lachen in mijn gezicht, zo van: 'Mij kan je toch niks maken.’»

Paul Marchal is niet de enige die zich ergert aan de houding van de jongste verdachte in de zaak-Dutroux. Ook de andere ouders hebben al gemerkt dat Michel Lelièvre tijdens de zittingen van de raadkamer uitdagend naar de banken van de burgerlijke partijen zit te kijken.

Marchal «Het lijkt alsof hij een spelletje speelt: 'Wie kan het langste kijken zonder de ogen neer te slaan?' Dutroux en Martin kijken nooit in onze richting, maar Lelièvre zit soms zelfs te grinniken naar ons. Ik geloof dat we van die Michel Lelièvre het laatste nog niet hebben gezien...»

***

Michel Lelièvre «Die dag (9 augustus 1996, red.) is Marc mij komen halen met een witte bestelwagen en zijn we naar de Ardennen gereden. We reden rond in twee, drie dorpjes. Marc loerde voortdurend om zich heen. Het was duidelijk dat hij iets zocht. Hij zei niet wat. Toen we in Bertrix bij het zwembad aankwamen, stapte hij uit. 'Wacht hier op mij, ga achter het stuur zitten.' Ik bleef in de auto zitten en luisterde wat naar de radio. Marc had de zijdeur van de bestelwagen opengezet en ging voor de ingang van het zwembad staan. Er kwam een meisje naar buiten, ze wandelde in mijn richting. Dutroux volgde haar. Toen ze voorbij onze wagen kwam, duwde hij haar met geweld binnen. Hij sprong zelf ook in de auto, deed de deur dicht.

- 'Vooruit, rij door!'

- 'Hoezo? Waar naartoe?

- 'Rij door, dat zeg ik later wel.'

»Ik hoorde het meisje smeken: 'U gaat me toch niet doden, ik wil mijn familie terugzien...' 'Doe wat ik je zeg en je zal hen terugzien,' antwoordde Dutroux. Ik zette de radio harder en bleef rijden. Het was te laat voor mij. Ik kon niet meer terug.»

Zo klinken, op 15 augustus 1996 om 13 uur, de allereerste bekentenissen in de zaak-Dutroux. Michel Lelièvre is de eerste van de drie verdachten die door de knieën gaat: hij geeft toe dat hij en Dutroux de 14-jarige Laetitia Delhez hebben ontvoerd. Kort daarna gaat ook Dutroux zelf tot bekentenissen over. Het verhaal dat Lelièvre over de ontvoering van Laetitia heeft opgehangen, blijkt achteraf half verzonnen - vooral wat zijn eigen rol betreft. Michel Lelièvre schildert zichzelf af als de wat naïeve, beïnvloedbare junkie die 'voor hij het goed en wel besefte' een meisje had ontvoerd.

Lelièvre «Vrijdagavond, na de ontvoering van Laetitia, voelde ik mij zo slecht dat ik een gram heroïne genomen heb. Ik ben in slaap gevallen tot zaterdagmiddag. Toen ik 's avonds naar het televisiejournaal op RTL keek, besefte ik dat Dutroux het meisje niet had vrijgelaten. Ik zapte direct naar een andere zender.»

Toch blijkt Lelièvre met Laetitia niet aan zijn proefstuk toe. Op 16 augustus 1996 geeft hij toe dat hij twee maanden eerder ook wel 'een klein beetje' geholpen heeft bij de ontvoering van Sabine Dardenne in Doornik, op 28 mei van dat jaar. Dutroux had het meisje van haar fiets gerukt en Lelièvre had haar fiets ingeladen. Terwijl Dutroux de tegenstribbelende Sabine in bedwang hield, sprong Lelièvre achter het stuur van de bestelwagen en gaf plankgas. Ze waren heel vroeg opgestaan die ochtend, vertelde Lelièvre nog. Dutroux had uitgebreid ontbeten, maar hijzelf kreeg geen hap door zijn keel.


7.000 frank per meisje

Verder heb ik aan geen enkele ontvoering deelgenomen,' verzekert Lelièvre zijn ondervragers. Of toch. Eentje nog. Die van An en Eefje op 22 augustus 1995. Hij en Dutroux hadden de meisjes 's avonds laat opgepikt toen ze stonden te liften in Oostende.

Lelièvre (verhoor, 13 november 1996, pv 116213) «Dutroux sloot de deuren van de wagen met de centrale vergrendeling. Toen de meisjes dat hoorden, raakten ze in paniek. Ze probeerden de deuren te openen en begonnen te gillen. Dutroux is toen tussen de voorste zetels naar de achterbank gekropen en heeft de meisjes bij hun keel gegrepen.»

- U hebt ons verteld dat Dutroux u voorstelde hem bij de ontvoeringen te helpen om zo uw schuld in te lossen. Hij had u vijf gram heroïne gegeven om te verkopen, maar u had die zelf gebruikt.

Lelièvre «Inderdaad.»

- Hoeveel kost volgens u vijf gram heroïne?

Lelièvre «Als je ze zelf bij een goeie leverancier in België koopt, kan je al vijf gram hebben voor 7.000 frank. In Rotterdam betaal je maar 1.000 frank voor een gram.»

-In uw ogen kost een ontvoering dus ongeveer 7.000 frank?

Lelièvre «Ik begrijp totaal niet waarom u die vergelijking maakt.»

- U kon hem ook gewoon het geld teruggeven, maar u verkoos een meisje te ontvoeren.

Lelièvre «Hij verplichtte mij daartoe. Ik ben er nooit mee akkoord gegaan. Ik geloofde er ook helemaal niet in. Als Dutroux het had over meisjes ontvoeren, geloofde ik helemaal niet dat hij dat ook echt wilde doen.»

- U geloofde er niet in, maar toch ging u mee?

Lelièvre «Pfff, weet ik veel.»

- Aan zee merkte u dat de zoektocht naar meisjes concreet werd. Hoe reageerde u?

Lelièvre «Ik geloofde nog steeds niet dat hij iemand zou ontvoeren.»

- U ziet An en Eefje, maar ze lijken niet geschikt. Meteen daarna laten u en Dutroux ze toch in de wagen stappen. Waarom?

Lelièvre «Ik geloofde er niet in.»

- Nadien hebt u zelfs een actieve rol gespeeld.

Lelièvre «Ja, ik heb hun de verdovende pillen gegeven.»

- Op dat moment besefte u dat de ontvoering waarin u niet geloofde, werkelijkheid was geworden. Hoe reageerde u?

Lelièvre «Ik voelde mij niet goed. Ik voelde mij verloren. Ik probeerde het te begrijpen.»

- Op weg naar huis hebt u motorpech. Dutroux gaat een sleepwagen zoeken. U blijft urenlang alleen achter met twee slapende meisjes in de berm van de autosnelweg. Lang genoeg om u te realiseren dat u een 'grote stommiteit' hebt begaan. Hoe hebt u toen gereageerd?

Lelièvre «Toen Dutroux terugkwam met de auto, wilde ik dat hij de meisjes achterliet. Maar Dutroux luisterde niet, en droeg hen naar de andere wagen.»

- Toen u alleen was met de meisjes had u toch kunnen weglopen, de politie waarschuwen...

Lelièvre «Ik vond de kracht niet om dat te doen.»

- Als u zo geschokt was, waarom achteraf dan niet contact opnemen met de politie of een advocaat om een einde te maken aan de gijzeling?

Lelièvre «Ik wist niet dat ik dat kon doen.»

- U hebt aan drie ontvoeringen deelgenomen onder dwang. Had u spijt?

Lelièvre «Natuurlijk had ik spijt, de hele tijd.»


De ontvoering van An en Eefje

Over de ontvoering van An en Eefje lopen de versies van Dutroux en Lelièvre uiteen.

Marc Dutroux «Toen ik op zoek was naar de vervangwagen, heeft Lelièvre van mijn afwezigheid geprofiteerd om één van de twee meisjes, An Marchal, in de wegberm te verkrachten. Ik heb haar eerst weer moeten aankleden voor ik haar naar de andere wagen kon brengen. Toen we aankwamen in Marcinelle bemerkte ik een donkere vlek op de slip van An: later besefte ik dat het bloed was.»

Lelièvre «Ik heb de meisjes niet aangeraakt. We zijn naar het huis van Dutroux in Marcinelle gereden en hebben hen binnengedragen en in de kamer op de eerste verdieping op een bed gelegd. Dutroux kleedde ze uit om te vermijden dat ze zouden weglopen. Ik ben daarna in slaap gevallen. Toen ik wakker werd, ging ik naar de meisjes kijken en zag ik bloedvlekken op de lakens. Dutroux heeft me later verteld dat hij hen had verkracht. Hij moest die middag weg en vroeg mij op de meisjes te letten. Ik heb de hele middag stripverhalen gelezen en ging af en toe boven eens kijken of ze nog sliepen.»

Daags na de ontvoering doet Eefje Lambrecks een poging om te vluchten door het raam, nadat ze in de kamer wat kleren heeft gevonden. Dutroux ziet haar op het dak, gaat haar achterna en kan haar net op tijd vastgrijpen.

Lelièvre «Eefje heeft nog een tweede keer proberen te vluchten toen ik bij Dutroux op bezoek was. Ze had Dutroux gevraagd naar het toilet te mogen gaan: hij was met haar naar beneden gegaan, terwijl ik bij An bleef. Plots hoorde ik de voordeur met een zware klap dichtvallen. Even later kwam Dutroux weer naar boven met Eefje. Hij zei dat ze opnieuw had proberen te vluchten, maar dat hij haar had gesnapt, net op het moment dat ze naakt de straat was opgelopen.»

Vanaf dat ogenblik zal Marc Dutroux de twee meisjes permanent vastketenen op een stapelbed van zijn zoon op de eerste verdieping. Op 25 augustus komt Michelle Martin langs met vier of vijf zakken eten en een twintigtal flesjes gele limonade.

Michelle Martin «Ik was verantwoordelijk voor de voedselvoorraad in Marcinelle, en omdat eerst Julie en Mélissa, en nu ook An en Eefje erbij waren gekomen, bracht ik wat meer mee.» (Nochtans blijkt uit het onderzoek dat An en Eefje tientallen kilo's vermagerd waren toen ze later levend begraven werden, red.)

Volgens Dutroux brengt de ontvoering van An en Eefje een organisatorisch probleem met zich mee.

Dutroux «Ik zat met de kleintjes in de kelder, en de grote meisjes op de eerste verdieping. Ze mochten elkaar niet zien. Ik zei tegen de kleintjes dat de chef boven sliep en dat ze geen lawaai mochten maken. Ik nam hen nog altijd mee naar de benedenverdieping om te eten of naar het toilet te gaan. Dat was nogal een organisatie, zeer tijdrovend. Het was echt een evenwichtsoefening...»

Michel Lelièvre gaat in die dagen vaak bij Dutroux op bezoek om te kijken hoe het met An en Eefje gaat. Julie en Mélissa heeft hij er naar eigen zeggen nooit gehoord of gezien. Eén keer treft hij Eefje aan terwijl ze de tegels aan het poetsen is. 'Ze helpt soms in het huishouden,' zegt Dutroux.

Lelièvre «An en Eefje waren bedoeld voor een bestelling, zei Dutroux me. Hij heeft me nooit gezegd voor wie hij werkte. Zijn rol was: meisjes ontvoeren, ze conditioneren volgens de eisen van de bestellers, en ze aan hen uitleveren. Mijn rol was alleen om te helpen bij de ontvoering. Daarom, zei Dutroux, hoefde ik niet alles te weten. Ik stond maar op de onderste sport van de ladder.»

(Verhoor Michel Lelièvre, 20 november 1997, pv 8305/97)

Op 28 augustus 1995 vertrekt Lelièvre met zijn Griekse vriend Diakostavrianos naar Slovakije, naar zijn vriendinnetje Vanda.

Lelièvre «Net voor ik vertrok, bood Dutroux me de meisjes aan. 'Profiteer van de gelegenheid, want als je terugkomt zullen ze er niet meer zijn.'

»Toen ik op 5 september terugkwam uit Slovakije, ben ik bij Dutroux langsgegaan. In Marcinelle zag ik twee auto's voor de deur staan, die van Dutroux en die van Michelle Martin. Martin had een kind in haar armen en wilde net naar boven gaan... Boven hoorde ik de kleine Fréderic (de twaalfjarige zoon van Dutroux, red.) op de computer spelen. Ik weet niet meer precies hoe, maar Marc zei me dat de meisjes vertrokken waren, en dat onze taak erop zat.»


Heilig boontje

Niemand zou het vandaag nog van Lelièvre vermoeden, maar van alle verdachten in de zaak-Dutroux was hij de meest godsvruchtige. Zijn jeugd is een aaneenschakeling van retraites, bedevaarten voor de Zwarte Lieve-vrouw, en christelijk geïnspireerde praatgroepen onder leiding van een priester. 'Michel heeft daar nooit voor incidenten gezorgd,' herinnert pastoor Vanoorenberghe zich. 'Integendeel, destijds vond ik dat hij tot de elite van de jeugd behoorde.'

'Sportief, sociaal, sympathiek.' Zo herinneren zijn vrienden en familie zich de jonge Michel Lelièvre.

'Toen ik hoorde dat hij gearresteerd was in de zaak-Dutroux, dacht ik: er zullen wel veel Michel Lelièvres rondlopen in België,' vertelt pleegbroer Stany, die samen met Lelièvre is opgegroeid in een pleeggezin. 'Gaandeweg besefte ik dat het over onze Michel ging. Ik had nooit gedacht dat hij tot dergelijke gruwelijkheden in staat was.'

Michel Lelièvre wordt geboren op 11 mei 1971 en is negen maanden oud als hij in een pleeggezin wordt geplaatst. Zijn moeder, Nadia D., is op dat ogenblik zeventien en zit in een opvangtehuis voor alleenstaande minderjarige moeders.

Tienermoeder Nadia D. heeft al een zwaar leven achter de rug. Haar moeder mishandelde haar, en haar vader wordt in 1967 veroordeeld wegens incest en verdwijnt twee jaar in de cel. Nadia is veertien, en begint aan een zwerversbestaan.

Nadia D. «Ik werd van het ene opvangtehuis naar het andere gestuurd maar liep er altijd weg - als ik het mij goed herinner in totaal negentien keer. Ik ontspoorde. Ik zocht het gezelschap op van mannen, met wie ik gemakkelijk naar bed ging. Na één van die contacten werd ik zwanger van Michel. Toen hij geboren werd, heb ik hem een beetje aan zijn lot overgelaten, en daarom plaatste de jeugdbeschermingsdienst hem in een pleeggezin.»

Het gezin Bouillon in Arsimont is diepchristelijk. Mevrouw Bouillon droomt van een kroostrijk gezin en zal naast haar eigen vier kinderen nog eens vier pleegkinderen opvoeden. Het huis is ruim, schoon en rijk bemeubeld, de regels zijn streng en gestoeld op het evangelie: het zondagse kerkbezoek, gebeden en goede manieren staan centraal. Ook Benoît, het twee jaar jongere broertje van Michel, wordt als baby in hetzelfde gezin opgenomen. Een keer per maand gaan de kleine Michel en Benoît een weekend bij hun echte moeder logeren, die hen het hele weekend meeneemt naar gore cafés en prostitutiebars.

Over de vader van Michel Lelièvre bestaan verschillende hypotheses. 'Mijn grootvader was eigenlijk ook mijn vader,' bazuint Michel Lelièvre rond in de gevangenis van Aarlen. 'Daarom krijg ik zo vaak geld van hem toegestuurd.' Zelf houdt Nadia D. vol dat Michel het kind is van een 'toevallige Italiaanse kennis', maar van de man is in België geen spoor meer terug te vinden.

Feit is dat Nadia D. opnieuw bij haar vader intrekt na diens vrijlating uit de gevangenis, en dat Michel altijd het 'lievelingetje' van opa blijft. Michel wordt in de gevangenis nog steeds financieel in de watten gelegd door zijn grootvader Gilbert D. Zijn jongere broer Benoît, die sinds augustus 1997 een gevangenisstraf van tien jaar uitzit, heeft dat geluk niet (Benoît Lelièvre heeft nog een blanco strafblad wanneer hij in 1997 samen met een vriend twee mannen overvalt in een park van Namen. Hun buit is een luttele som van 1.500 frank. Eén van de slachtoffers is blijvend gehandicapt, zodat de twee voor assisen moeten verschijnen. Benoît krijgt tien jaar, zijn vriend - de leider - krijgt twintig jaar cel, red.).


Impulsief veulen

Michel is vijf wanneer zijn moeder trouwt met haar jeugdliefde Christian Lelièvre, die de twee broertjes zijn familienaam zal geven. 'Michel had een hekel aan die naam,' herinnert maatschappelijk werkster Jeannine G. zich. 'Niet omdat hij de man niet mocht, maar omdat de naam 'Lelièvre - de haas' op school voortdurend aanleiding gaf tot woordspelletjes.'

Jeannine G. «Michel ging sowieso al niet graag naar zijn moeder. Als ik hem kwam halen om naar zijn moeder te gaan, moest ik hem echt van mevrouw Bouillon losscheuren. Hij was een angstig kereltje dat snel last had van astma-aanvallen. Toen hij ouder werd, liet hij zijn ongenoegen merken door bijvoorbeeld niet te eten of naar het toilet te gaan zolang hij bij zijn moeder was.»

Christian Lelièvre brengt het gros van zijn tijd door met drinken en gokken. Naar zijn twee stiefzoontjes kijkt hij niet veel om. Naar hun moeder trouwens ook niet; het koppel zal in de jaren '80 scheiden. Op kerstnacht 1988 wordt de bejaarde Poolse buurman van Christian Lelièvre beroofd en met een bijl vermoord. Christian is de hoofdverdachte, maar bij gebrek aan bewijzen wordt hij enkel veroordeeld wegens roof. Hij krijgt vijf jaar cel.

Michel heeft het betrekkelijk goed bij de familie Bouillon. Hij klaagt wel over de strenge opvoedprincipes van mevrouw Bouillon, die er zeer conservatieve ideeën op nahoudt, maar een gebrek aan kansen heeft hij zeker niet. In zijn tienerjaren zit hij bij verschillende sportclubs: hij jogt, speelt basket, doet aan atletiek, gaat skiën, en is zelfs een veelbelovend triatleet. Hij gaat mee op scoutskamp in Italië, waar zijn totem 'poulain impulsif' - impulsief veulen - is.

Mevrouw Bouillon «Hij zat altijd boordevol plannen, maar het probleem was dat hij nooit iets afmaakte. Hij was onzeker en zeker geen haantje-de-voorste. Als er zich een probleem voordeed, koos hij altijd voor de gemakkelijkste oplossing. Hij had het ook enorm moeilijk met de regels bij ons thuis.»

In 1989, als hij meerderjarig wordt, trekt Michel Lelièvre na een conflict met mevrouw Bouillon de deur van het gastgezin achter zich dicht. Hij zwerft van het ene naar het andere adres in Sambreville en Namen. Bij de politie kennen ze hem als een kleine, ongevaarlijke druggebruiker en een nachtvlinder. In 1990 en 1991 komt hij aan de kost als animator op vakantiekolonies voor kinderen. Daar vindt iedereen dat de joviale Lelièvre goed met kinderen kan opschieten.

Een ex-collega «Het leek mij een jongen die genegenheid miste. Hij was heel lief voor kinderen. Hij zei dat hij niet zou kunnen verdragen dat iemand ze kwaad zou doen. Op die momenten leek hij me eerlijk. Kinderen met een moeilijke thuissituatie, daar had hij extra aandacht voor.»

Kampopzichter «We vonden wel dat hij weinig maturiteit had en bang was van verantwoordelijkheid. Dus werd hij nooit een hele dag alleen gelaten met een groep kinderen.»

Het jaar nadien komt Lelièvre opnieuw naar de vakantiekolonie, maar zijn collega's merken dat zijn gedrag veranderd is: de kinderen kunnen hem nog weinig schelen, Lelièvre is vooral bezig met zijn liefje en met drugs. Het jaar daarop wordt hij geweigerd als animator.


Flierefluiter

Om zijn steeds duurder wordende druggebruik te bekostigen, start Lelièvre een straathandeltje in xtc. Eind 1993 vliegt hij daarvoor zes maanden achter de tralies.

Lelièvre «In de gevangenis van Vorst heb ik Casper Flier leren kennen, een Hollander die zat wegens cocaïnesmokkel.»

De Nederlandse homofiel belooft Lelièvre een baantje als pompbediende in zijn tankstation in Anthée, wat hij na zijn vrijlating in november 1994 aanneemt.

Lelièvre «Ik heb dat een paar maanden gedaan, maar na een tijdje begreep ik dat Flier vooral geïnteresseerd was in mijn gat - 'c'était mon cul qui l'intéressait'. Hij probeerde mij voortdurend te bepotelen, maar ik heb nooit seks met hem gehad.

»Flier heeft mij later naar Brussel gebracht, waar ik Michel Nihoul leerde kennen. Flier was klant bij de ex-vrouw van Nihoul, een advocate (Annie Bouty, red.). Omdat hij nogal veel administratieve problemen had met zijn tankstation, kwamen we er geregeld over de vloer. Michel Nihoul woonde een verdieping hoger, hield van een goed glas en ik ook, en zo werden we stilaan vrienden.»

Lelièvre heeft intussen ook kennisgemaakt met Michael Diakostavrianos, handelaar in autobanden en -wrakken. Met hem zal hij vaak naar Slovakije reizen, om auto-onderdelen te verpatsen. 'Diakosta' kent wel een plek waar de dakloze Lelièvre kan logeren. Het huis in Jemeppe-sur-Sambre, waar Diakosta zijn autobanden stapelt, is rommelig maar ruim. De eigenaar, Marc Dutroux, is een schappelijke kerel, zegt Diakosta.

Behalve als het over vijf gram heroïne gaat, merkt Lelièvre al snel.

Lelièvre «Omdat ik geen geld had om de huur te betalen, stelde Dutroux me voor drugs voor hem te dealen. Ik ging akkoord, maar ik heb de heroïne die hij mij gaf zelf gebruikt. Dutroux was razend. Ik stelde voor hem vijf gram heroïne terug te geven, maar hij weigerde 'want de zijne was beter'. 'In feite is drughandel toch niet echt mijn ding,' zei hij. 'Met ontvoeringen van meisjes kun je veel gemakkelijker geld verdienen.' En zo ben ik in die ontvoeringen gerold. Vraag me niet waarom ik het gedaan heb. Dat weet ik eigenlijk zelf ook niet.»


Pillen en meisjes

Lelièvre wordt het hulpje van Dutroux: of het nu over de reparatie van een dak gaat, een diefstal, het dealen van drugs of het zoeken van meisjes om te ontvoeren...

Lelièvre «Dutroux kwam me overal zoeken. Als hij me niet vond in zijn huis in Jemeppe, belde hij naar mijn moeder, bij wie ik vaak logeerde. Ik zei dan altijd tegen haar dat ze moest zeggen dat ik er niet was. Als hij belde, was het nooit om te babbelen, maar altijd omdat ik iets moest doen.

»Soms kwam hij me oppikken om naar Michel Nihoul te gaan om weer eens valse documenten te regelen. Als we op verkenning gingen om meisjes te zoeken, zei hij tegen mijn moeder dat we naar één of ander bouwterrein gingen. Ik wist wel beter. We reden dan urenlang in een slakkengangetje via kleine weggetjes op zoek naar meisjes, of we gingen de jongeren op de schaatsbaan observeren. De avond voor de ontvoering van Sabine heeft hij me zelfs de hele nacht bij zich opgesloten in Marcinelle, 'omdat hij er zeker van wou zijn dat ik mee zou komen'.

»Hij had altijd nieuwe plannen. Zo zei hij na de dood van Bernard Weinstein dat ik in diens chalet in Jumet moest gaan wonen, het er helemaal opknappen, en dan een goeie brandverzekering nemen. Hij zou de chalet in brand steken en achteraf konden we de winst delen. Langzaam drong het tot mij door dat Dutroux me eigenlijk altijd in de luren legde. Toen ik zijn dak in Sars-la-Buissière hielp repareren, beloofde hij me 7.000 frank. Maar als het op betalen aankwam, had hij altijd een excuus: dat hij zijn portefeuille kwijt was, of dat het werk niet goed was gedaan...»

Inmiddels is ook de Brusselaar Michel Nihoul een vaste waarde geworden in het gezelschap van Lelièvre en Dutroux. Lelièvre beschouwt hem als 'de man die alles regelen kan' en die de politie in zijn zak heeft. Tussen Dutroux en Nihoul klikt het meteen. Er wordt een drugshandeltje gestart waarbij Nihoul xtc-pillen levert, Lelièvre de drugs moet gaan verkopen, en Dutroux af en toe het geld incasseert.


Kogel door de kop

Op 21 augustus 1996, een week na de bevrijding van Laetitia en Sabine, meldt zich in Neufchâteau een nerveuze getuige. De jongeman wil verklaringen afleggen, maar hij vreest voor zijn veiligheid en is bijzonder gestresseerd. Het is Jean-Claude C., één van de druggebruikers uit het park van Jumet. Hij kent Michel Lelièvre als de dealer die er regelmatig xtc-pillen kwam slijten.

Jean-Claude C. «Op 10 augustus 1996 (daags na de ontvoering van Laetitia, red.) zag ik Lelièvre 's middags toevallig in het park van Jumet. Hij vroeg me of ik zin had om mee te gaan naar Brussel, en omdat ik toch niets te doen had, ging ik mee. In de auto vertelde hij me dat hij een lading van duizend xtc-pillen ging ophalen.»

Lelièvre en Jean-Claude C. rijden naar een adres in Brussel, waarvan later zal blijken dat Nihoul er woont. Nihoul komt even later naar buiten, in een chic pak en met een bruine aktetas. Volgt een geheimzinnige rit langs het politiecommissariaat, waar Nihoul een fax gaat ophalen, en terug naar Nihouls appartement, waar Lelièvre de zak met de xtc-pillen krijgt. Lelièvre en Nihoul wisselen nauwelijks een woord. Jean-Claude C. voelt dat zijn aanwezigheid de anderen hindert.

Jean-Claude C. «Op de terugweg naar Charleroi deed Lelièvre me een voorstel: een klus voor 50.000 frank, 'snel en gemakkelijk'. Ik moest 100 gram heroïne in het café van een politieman in Brussel leggen om die man in een valstrik te lokken. Maar ik heb geweigerd.»

Op de terugweg naar Jumet gaan Lelièvre en Jean-Claude C. ook nog even langs bij Marc Dutroux.

Jean-Claude C. «Ik bleef in de auto zitten. Dutroux leek zeer kwaad op Lelièvre omdat hij 'een vreemde' had meegebracht. Onderweg naar Jumet zei Lelièvre me nog dat ik maar beter alle adressen en gezichten die ik vandaag gezien had, kon vergeten. Hij liet me verstaan dat ik anders een kogel door de kop zou krijgen. Wat ik op dat moment totaal niet ernstig nam.»


Gezicht: klassegrieten

Lelièvre «In de periode dat we het drugshandeltje hadden, hadden Dutroux en Nihoul ook plannen om samen een handel op te zetten in Oost-Europese meisjes. Dutroux en ik zouden in Slovakije en Tsjechië meisjes gaan zoeken die graag enkele maanden in luxebars in België zouden werken. Nihoul zou zich over de meisjes ontfermen zodra ze in België arriveerden. Hij zou een woning zoeken, hen kleden, en hen plaatsen in clubs. Nihoul drong erop aan dat we 'klassegrieten' moesten zoeken, die mooi en verzorgd waren maar ook in staat waren een interessante conversatie met de klanten te voeren.»

Eind juni 1996 reizen Dutroux en Lelièvre opnieuw naar Slovakije.

Lelièvre «Zodra ik terug in België was, begon Nihoul mij te bestoken met telefoontjes om te zien of ik meisjes had meegebracht uit Slovakije. Hij zei dat het dringend was, omdat hij de afspraken met de clubs al had gemaakt. Hoe langer we wachtten, hoe meer geld we verloren, zei hij. Nihoul wilde ons ongeveer 50.000 frank per meisje geven, dat hing een beetje af van het rendement. Maar toen werden we allemaal gearresteerd, en uiteindelijk is er geen enkel meisje naar België geïmporteerd.»


Speurwerken Lelièvre

Dat Lelièvre en Dutroux elkaar via Diakostavrianos hebben leren kennen, staat zo goed als vast, maar wanneer dat precies gebeurd is, is nooit duidelijk geworden. In zijn eerste verklaringen beweert Lelièvre dat hij Dutroux voor het eerst tegen het lijf liep in juni 1995. Tot Dutroux aan zijn ondervragers meedeelt dat niet hij, maar Michel Lelièvre en Bernard Weinstein op 24 juni 1995 Julie en Mélissa hadden ontvoerd. Lelièvre ontkent bijna paniekerig, en zal van dan af volhouden dat hij Dutroux 'pas in juli 1995' heeft ontmoet. Michelle Martin en enkele buren uit Sars-la-Buissière houden het dan weer op 1994.

Het boezemt de verdachten blijkbaar angst in geassocieerd te worden met Julie en Mélissa. Ook in de pedofielenafdeling in de gevangenis van Aarlen, waar Dutroux en Lelièvre zitten, merken de celgenoten dat.

Pascal W. (celgenoot Lelièvre) «Over alle slachtoffers vertelden ze heel vulgaire dingen. Als Lelièvre Laetitia op televisie zag, zei hij: 'Pff, Laetitia... Sinds ze geneukt is loopt ze rond als een kleine hoer, altijd in minirokjes.' Maar als je vroeg wie Julie en Mélissa ontvoerd had, dan klapten ze dicht.»

'Ik heb Julie en Mélissa niet ontvoerd,' houdt Dutroux al zeven jaar vol. Wie dan wel? Lelièvre? Het onderzoek van Neufchâteau heeft er nooit een antwoord op gevonden, maar er zijn wel enkele getuigen die volhouden dat Michel Lelièvre na de ontvoering van de twee meisjes deelnam aan de zoekacties in Grâce-Hollogne.

Getuige D. «Daags na de ontvoering doorzochten mijn dochter en ik een bebost terrein vlak bij de autosnelweg waar de meisjes verdwenen waren. Tussen de struiken vonden we een plasticzak waar allerlei kinderkleren in zaten, meisjeskleren. We zijn ermee naar de ouders van Julie en Mélissa gegaan, maar die zeiden dat ze niet van hun kinderen waren. Toen we de zak terug gingen leggen, zagen we een rare snuiter die de struiken doorzocht. We kenden hem niet van de zoektocht, en vroegen hem wat hij daar deed. 'Ik ben een neef van de vader van Mélissa,' antwoordde hij. 'Ik ben op zoek naar sporen.' Achteraf vroeg ik aan Gino Russo wie de man geweest kon zijn, maar toen bleek dat hij helemaal geen neef had.»

Vier getuigen zullen de vreemde man die dag tussen de struiken opmerken, en telkens zegt hij dat hij familie is van Mélissa. Wanneer de zaak-Dutroux in augustus 1996 uitbarst en de foto's van de verdachten op de televisie getoond worden, herkennen allevier de getuigen de man in de struiken als Michel Lelièvre.

'Onmogelijk', zegt Lelièvre. 'Ik was op de dag dat de meisjes ontvoerd werden niet eens in België, maar bij mijn liefje in Slovakije.' Dat blijkt niet te kloppen, ontdekken de speurders aan de hand van verrichtingen met zijn bankkaart.

'Dan was ik waarschijnlijk bij mijn vriendin Sandra C. in Namen op bezoek,' zegt Lelièvre. Sandra's agenda wordt erbij gehaald. Lelièvre is er die dag niet geweest. 'U hebt gelijk, ik ben pas de 26ste juni naar Slovakije vertrokken, maar toch heb ik Julie en Mélissa niet ontvoerd,' houdt Lelièvre vol.


Weer Vanda

Dat houdt hij ook vol tegenover zijn Slovaakse liefje Vanda D., die hij in juli 1995 heeft leren kennen tijdens één van zijn reizen naar Slovakije. Lelièvre reist zo vaak mogelijk naar Topolcany, waar Vanda woont. Ze wordt zwanger en bevalt op 8 juni 1996 van een zoon, Michelco.

Vanda D. «Na de geboorte zijn Dutroux en Lelièvre op 22 juni 1996 naar Topolcany gekomen. Dat is de enige keer dat Lelièvre zijn zoon gezien heeft. Toen hij vertrok, zei hij dat hij in augustus zou terugkomen en dat hij geld zou meebrengen. Hij is niet meer gekomen. Achteraf bleek dat hij was gearresteerd.»

- Kende u het criminele verleden van Michel Lelièvre?

Vanda «Hij zei me dat hij zes maanden in de gevangenis had gezeten voor drugsbezit. Hij heeft het ook over verkeersovertredingen gehad, maar over niets anders.»

- Hebt u nog contacten met Lelièvre sinds zijn arrestatie? Waar praat hij over?

Vanda «We schrijven elkaar. Lelièvre heeft me nu ongeveer 22 brieven geschreven, ik heb ze allemaal beantwoord. In het begin telefoneerde hij ook vanuit de gevangenis, maar dat doet hij niet meer.

»Aan de telefoon hebben we het nooit over de reden van zijn arrestatie gehad. In zijn brieven schrijft hij dat hij geen enkel meisje ontvoerd, gedood of aangeraakt heeft. Hij schreef dat Marc hem verplichtte mee te gaan omdat hij anders mij en ons zoontje zou doden. Hij zei ook dat hij er met mij niet over kon praten omdat Marc hem dan gedood zou hebben.»

- Wat waren de banden tussen Marc Dutroux en uw familie?

Vanda «In april 1996 is Dutroux met zijn vrouw en drie kinderen bij ons in Topolcany op bezoek gekomen. Tijdens dat bezoek drong Dutroux erop aan Alexandra, mijn zusje van zestien, mee naar België te nemen op vakantie. In ruil kon zijn zoontje Fréderic bij ons blijven en Slovaaks leren. Ik denk niet dat mijn moeder Alexandra ooit zou hebben laten vertrekken, maar op dat ogenblik heeft ze uit beleefdheid niet geantwoord. Lelièvre was erbij en heeft me achteraf gezegd dat Dutroux al veroordeeld was voor een zedenzaak met jonge meisjes. Hij heeft me geen andere details gegeven, maar nadien heb ik er alles aan gedaan om mijn zusje in geen geval naar België te laten vertrekken.»

Lelièvre «Dutroux had me al eerder verteld over de Slovaakse meisjes Eva en Yanka, die hij mee op vakantie had genomen naar België. Ik wist dat hij ze verdoofd had en ze seksueel had misbruikt, zonder dat ze er zelf iets van gemerkt hadden. Eva was nog maagd, vertelde hij me.

»Toen Dutroux het voorstel deed Alexandra mee te nemen naar België, zat ik in een lastige positie. Ik kon Dutroux niet zomaar openlijk verraden, maar anderzijds beschouwde de familie van Vanda mij als hun eigen zoon. Ik kon hun niet zeggen wie Dutroux in werkelijkheid was, anders zouden zij dat zeker aan de ouders van Eva en Yanka doorverteld hebben, met wie ze bevriend waren. De ouders van Eva en Yanka hadden een heel goede opinie van Dutroux.

»Uiteindelijk heb ik er met Vanda over gesproken. Ik zei haar dat het geen goed idee was Alexandra mee naar België te laten vertrekken, zonder veel details te geven.»

Alexandra (Vanda's zusje) «Marc bleef maar aandringen dat ik met hem mee naar België zou komen. Telkens als hij mijn moeder zag, begon hij er weer over tegen haar. Ik moet zeggen dat ik achteraf zeer opgelucht was dat mijn moeder me nooit heeft laten gaan.»


Toekomstplannen

Wanneer Vanda de eerste keer wordt verhoord met een Slovaakse tolk, op 23 juni 1997, laat het meisje nauwelijks doorschemeren wat ze van de situatie en van Lelièvre denkt. Blijkbaar verneemt ze voor de eerste keer wat haar Belgische vriend écht heeft uitgespookt. Ze blijft op de vlakte over haar toekomstplannen. En als ze vier jaar later, op 17 november 2001, opnieuw wordt ondervraagd, lijken de banden tussen Lelièvre en Vanda weer aangehaald.

Vanda «Sinds Michelco's derde verjaardag kom ik twee, drie keer per jaar naar België om hem te bezoeken. Ik logeer dan bij zijn grootouders in Tamines. Michel heeft goeie hoop dat hij snel vrij zal komen, nog voor het proces. Omdat hij het land dan niet uitmag, zou ik met onze zoon naar België komen. In ieder geval, ook als hij niet meteen vrijkomt, zou Michel toch graag willen dat ik bij zijn grootouders intrek; die sukkelen met hun gezondheid. Ik heb nog niet beslist of ik naar België kom.»

In de gevangenis van Aarlen zijn de celgenoten van Michel Lelièvre niet verwonderd over de ommekeer in Vanda's gedrag.

Pascal W. «Kort voor haar verhoor heeft Michel Lelièvre haar onder druk gezet: ze moest zeggen dat ze hier wil komen wonen. Zo kan hij sneller vrijkomen, want dan heeft hij vrouw en kind om voor te zorgen. Vanda wil dat helemaal niet. In één van haar laatste brieven schreef ze dat ze in Slovakije een mooi appartement had gekocht en een beter betaalde job had gevonden. Maar Lelièvre wil graag dat Vanda in het huis van zijn grootvader komt wonen, zodat het niet aan iemand anders kan worden toegewezen. Het is een sociale woning, waar hij graag na zijn vrijlating zou gaan wonen. Dat zou snel kunnen gebeuren, heeft hij berekend: als hij veroordeeld wordt voor twintig jaar, kan hij na tien jaar vrijkomen wegens goed gedrag. En daar heeft hij al zeven jaar van gezeten.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234