Dwarskijker over '13 geboden', 'Buurman, wat doet u nu?' en 'Dank dat u bij ons was': 'Een aderlating op gezette tijden'

Ooit zal iemand me met mijn afwachtende houding complimenteren, maar daar zit ik al evenmin op te wachten als op een gouden horloge


13 geboden

VTM – 10 & 17 sept. – 468.518 kijkers

Een erg exporteerbaar bijproduct van de winterdepressie in Scandinavische landen is al jaren de nordic noir, een genre van verschemerde politieseries waarin de meeste personages geblutste zielen zijn of anders verknipt voor het leven, deels bij gebrek aan zonlicht. ‘13 geboden’, een serie die naar verluidt op welwillendheid stootte in ’t perfide Albion, lijkt een stijloefening in zulke noordse donkerte, maar dan iets zuidelijker.

Er komen onheilszwangere wolkenluchten boven druilerige Vlaamse stadsgezichten in voor, en om die sfeer ook te verklanken dreigt er aldoor muziek die kenners drone noemen. Er is dezer dagen zoveel nordic noir op de markt dat de toonzetting ervan stilaan wel erg vertrouwd aandoet: een stijl moet nu ook weer geen stijltje worden, laat staan een geijkte reeks vormelijke knepen, laat staan een gewoonte. Nu ja, knikkebollende comakijkers hebben daar allemaal geen last van.

In de eerste aflevering zagen we, om te beginnen, hoe een Turks meisje door haar oom, die speciaal uit Turkije was overgekomen, met vaste hand de keel werd overgesneden, ergens in een gribus. Die oom had zich voor dat karwei in witte werkkleding gestoken – hygiëne boven alles – waardoor hij net iets meer de aanblik van een chirurg dan van een schapenslachter uit de oude soek van Istanbul bood. Gaandeweg bleek het om eremoord te gaan, een aloud gebruik in uithoeken van culturen die, hoe gek dat ook mag klinken, mijn cultuurrelativisme weleens op de proef stellen. Het gekeelde meisje bleek zwanger.

We maakten kennis met de nogal eenzelvige rechercheur Peter Devriendt (Dirk Van Dijck), een voor het overige niet onaardige man op jaren, wiens carrière dan ook ten einde liep. Zulke rechercheurs zeulen in vrijwel alle politieseries met een hoop persoonlijke sores: hij bleek gescheiden en uit de occasionele omgang met zijn ex bleek dat zij hun huwelijk nog niet helemaal hadden uitgeziekt. Voorts was hij vader van een dochter die zich niet helemaal naar wens ontwikkelde. Hij hield zijn verblijf in het soort woontoren waar de buren tegenvallen en de liften geregeld buiten gebruik zijn. En als ze het wél doen, ruiken ze soms naar andermans urine. Zijn eenzaamheid ging hij, als de nood het hoogst was, met behulp van een callgirl te lijf, die eruitzag als iemand die ik omstreeks 1970 nog in het Franse maandblad Lui heb gezien. Een special over de meisjes van de Crazy Horse Saloon in Parijs, meen ik me te herinneren. Er bestaat kennelijk tijdloze lingerie.

'Ooit zal iemand me met mijn afwachtende houding complimenteren, maar daar zit ik al evenmin op te wachten als op een gouden horloge'

Op een dag werd hem bij de politie een nieuwe partner aangewezen: Vicky Degraeve (Marie Vinck), een bevallige jonge vrouw met een litteken op haar rechterjukbeen, die zich camerageniek met een motorfiets verplaatste. Een beeld dat al sexy is sinds de cultfilm ‘The Girl on a Motorcycle’ (1968), met Marianne Faithfull. Vicky Degraeve was – je zult het altijd zien – ook al de som van haar problemen: ze was beschadigd uit een auto-ongeluk gekomen, waardoor ze niet langer voor actieheldin kon spelen bij de speciale eenheid POSA, en vrede moest nemen met een baan bij de recherche. Ze zei een paar keer met klem dat ze ’s middags niet at, en we zagen haar soms geanimeerd praten met een comateuze vrouw in een ziekenhuiskamer, een kennelijke naaste die, als ik het goed heb, ook bij dat auto-ongeluk betrokken was.

Terwijl het onderzoek naar de eremoord aan de gang was, en de terecht verdachte oom bij gebrek aan bewijzen moest worden vrijgelaten, kreeg Peter Devriendt een raadselachtig sms’je uit het niets: ‘Hellevuur’. Weldra werd de verdachte oom ergens met benzine overgoten, in brand gestoken en vervolgens geblust voor het helemáál te laat was. En op een muur stond in grote rode letters het eerste gebod te lezen: ‘Bovenal bemin één God.’ Op dat moment wisten we dat we nog twaalf raadselachtige sms’jes en nog twaalf geboden, in totaal drie meer dan in het gewone christendom, voor de boeg hadden: deze serie telt namelijk dertien afleveringen. Je kon er donder op zeggen dat er een seriemoordenaar aan het werk was die een pervers spel met de politie speelde, want daar zijn seriemoordenaars nu eenmaal tuk op in films en tv-series. Het vervelende van clichés is dat je ze met de beste wil van de wereld niet origineel kunt noemen, maar er handig mee omgaan is óók een kunst.

In de tweede aflevering moest de stand-upcomedian Gil Engelen, naar de natuur getekend door Iwein Segers, het ontgelden. Het raadselachtige sms’je luidde deze keer: ‘Monddood’, het bijpassende gebod was: ‘Zweer niet ijdel, vloek noch spot.’ Het doek ging op in zaal De Kring en onthulde de stand-upper, die buiten kennis en met afgesneden tong zat te bloeden tegen een achtergrond van kneuterige sansevieria’s op piëdestals: voorwaar een sterk theaterbeeld in een tv-serie.

‘13 geboden’ is mooi in beeld gebracht, heeft een tempo dat mijn zenuwen niet onnodig tart, en de cast is me tot nog toe welgevallig. Maar verrast ben ik niet, wat niet wegneemt dat ik na twee afleveringen nog altijd wil weten hoe het afloopt. En óf het afloopt. Ooit zal iemand me met mijn afwachtende houding complimenteren, maar daar zit ik al evenmin op te wachten als op een gouden horloge.


Buurman, wat doet u nu?

Eén – 10 sept. – 446.597 kijkers

Aangezien ik een hoffelijk afstandje tussen mij en mensen die ik niet persoonlijk ken aangenaam en zelfs gewenst vind, verbaast het me altijd weer hoe familiaar Cath Luyten, een luchthartige meid uit Koewacht, omgaat met de spilfiguren van haar programma ‘Buurman, wat doet u nu?’. Deze keer stoof ze op Willeke Alberti af als was die haar lievelingstante van boven de Moerdijk, een mens dat ze in geen eeuwigheid had gezien. Ik weet niet welke toebereidselen zulke vertrouwelijkheid vergt, maar die twee leken in ieder geval erg dik met elkaar, zo allemachtig close dat ik me als kijker nagenoeg overtollig voelde – ook wel uit gereserveerdheid.

Cath Luyten, die – weer of geen weer – een zonnige indruk maakt, ontmoette Willeke Alberti, Neerlands cultureel erfgoed, kort voor haar optreden op de Gay Pride in Amsterdam, waar de zangeres en actrice elk jaar weer bijval oogst die haar tot tranen toe ontroert. Holebi’s en transgenders zien blijkbaar een Altijd Alles Begrijpende Moederfiguur in haar, het soort seculiere heilige dat je in nood verzint, als reguliere heiligen je wegens de voortschrijdende ontkerstening niet zo gauw te binnen willen schieten.

Cath Luyten mag dan wel uit logeren gaan bij bekendheden, dat betekent niet altijd dat ze zich er ook in het logeerbed mag neervlijen. Meer dan eens moet ze de nacht in haar tochtige caravan doorbrengen, die dan een paar honderd meter verderop geparkeerd staat, ver genoeg uit het zicht van de buren van de bekendheid. Bij Willeke Alberti thuis in Laren kreeg ze evenwel een ruime en luxueuze logeerkamer toegewezen, waar ze meteen deed alsof ze thuis was, want daar is ze sterk in.

Willeke Alberti, een mooi voorbeeld van een Gooise vrouw, pakte niet uit met haar welstand, maar deed er ook niets aan om die aan het zicht van de camera te onttrekken, wat ik veeleer sympathiek vind. Haar inloopkast, waar ze haar zelfverklaarde verslaving aan kleding in onderbracht, zag eruit als een middelgrote kledingwinkel waar het personeel om bergruimte verlegen zit. Cath Luyten vroeg of ze hier ook haar bruidsjurken bewaarde, want het hoofddoel van dit programma leek: smeuïge details vernemen over de drie huwelijken van Willeke Alberti, die elk één kind hadden opgeleverd, onder wie Johnny de Mol jr., de zoon van televisietycoon John de Mol. De zangeres van ‘Spiegelbeeld’ en ‘Telkens weer’ zei tot twee keer toe, en met een vriendelijke glimlach, dat ze het heden uitstekend kon vinden met de onderscheidenlijke vaders van haar drie kinderen – één grote familie, als het erop aankwam.

'Willeke Alberti sprak liever over het teveel aan ijzer in haar bloed. Hoed u voor magneten, dacht ik'

Het zag ernaar uit dat alles heerlijk was in haar beste van alle mogelijke werelden, al zou ze later zeggen dat ze niet langer manisch-positief is: dat verwoede glimlachen-en-alles-leuk-vinden dat de showbizz voorschrijft, had ze om één of andere reden opgegeven, maar ook over dat keerpunt trad ze niet in verhelderende details. Ze sprak liever over het teveel aan ijzer in haar bloed – hoed u voor magneten, dacht ik – waardoor ze zich op gezette tijden een aderlating moest getroosten. Volgens Cath Luyten klonk ‘aderlating’ eng, maar Willeke Alberti vond het vooral zó gezellig in het ziekenhuis, en dát klonk dan weer behoorlijk manisch-positief voor iemand die ervan genezen beweerde te zijn.

Zelfs beroemdheden staan liever om hun goede werken bekend dan om hun drie echtscheidingen. Willeke Alberti ijvert met de Willeke Alberti Foundation voor onder anderen kinderen met een beperking en hulpbehoevende senioren. Ze nam Cath Luyten mee naar een bijeenkomst van psychiatrische patiënten, waar toevallig ook Johnny de Mol junior even aanliep. Alsof de duvel ermee gemoeid was, zetten moeder en zoon weldra het duet ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen’ in, een lied dat Willeke nog met haar vader Willy Alberti, tenore napolitano, had gezongen. Over kinderen met een beperking zei Willeke Alberti: ‘Ik zie het als een cadeau om zo’n mooi mensje te krijgen.’ Ik twijfel niet aan haar oprechtheid, maar alleen al uit schroom zou ik alle uitspraken van die strekking liever aan ouders van een kind met een beperking overlaten. Voor de rest heb ik makkelijk praten, want ik ben goddank nooit manisch-positief geweest.


Dank dat u bij ons was

Canvas – 10 sept. – 239.513 kijkers

‘Dank dat u bij ons was’ is de vaste wegwezer waarmee Martine Tanghe, de grande dame en wat al niet, aan het eind van het journaal, na beelden van de eerste wankele stappen van een gnoekalf in een diergaarde, met een welgekozen gezichtsuitdrukking afscheid neemt van een kijkerschare die grotendeels naar de misère in ‘Thuis’ zit te hunkeren. La Tanghes afscheidsformule is ook de titel van een tv-programma waarin de openbare omroep, bij monde van zowel oudgedienden van de nieuwsdienst als hedendaagse omroepjournalisten, in eigen boezem kijkt, bijgelicht door Dany Verstraeten, die, laten we elkaar goed begrijpen, nog steeds dé nieuwslezer van VTM is. Langs deze weinig sympathieke weg, en ook nog eens beschamend laat, wens ik hem van harte geluk met zijn ooglidcorrectie, waaraan ongetwijfeld een lang en smartelijk ziekbed verbonden was.

Ik vernam dat ‘de snelheid van het nieuws alles te maken heeft met technologische ontwikkelingen’. De uitroep ‘Nou breekt mijn klomp!’ drong zich voor één keer niet aan me op. Er werden herinneringen opgehaald aan tijden waarin het nieuws afhing van telexen die aan één stuk door berichten in priegelig typoscript zonder interlinie uitbraakten. Een hoofdredacteur scheurde die dan af en gooide er een selectie van op het bureau van bijvoorbeeld Paul Jambers, grand reporter in wording. De opdracht luidde: ‘Maak hier maar iets van.’ De Jambers in kwestie had naar eigen zeggen in de verste verte geen idee waarom hij daar iets van zou moeten maken. That was the spirit, in die dagen.

'De Herald of Free Enterprise was gekapseisd, en de nieuwsdienst van de BRT à papa ging toen ook de dieperik in'

We zagen Jacques Vandersichel (1932-2012) in een decor waar een Sovjet-Russische ambiance van afspatte, het hoogtechnologische wonder van de beeldbandcamera toelichten. Voor zulke apparaten aan de Reyerslaan in gebruik zouden worden genomen, moest de nieuwsdienst zich met filmcamera’s weten te redden, en tegen de tijd dat de film ontwikkeld was, was het gefilmde nieuws al belegen. We kregen Johan Depoortere te zien, die live tijdens een nieuwsuitzending iemand van belang opbelde. Het scheelde niet veel of de cameraman had toen op de telefoon ingezoomd, een toestel met een kiesschijf. Het tv-nieuws was toen vaker radio met overbodige beelden.

Het was me een soort genoegen om Reddy De Mey terug te zien, eens omroepjournalist en kustbewoner tegelijk. Op een avond in 1987 kwam hij thuis, hij gooide zijn zuidwester af en boven het gebrul van de Noordzee uit sprak zijn vrouw: ‘Er is iets met een boot.’ De Herald of Free Enterprise was namelijk gekapseisd, en de nieuwsdienst van de BRT à papa ging toen ook de dieperik in. We zagen hoe Bavo Claes zich aldoor moest excuseren omdat aangekondigde reportages over die scheepsramp uitbleven en het contact met reporters ter plaatse ook al niet wilde lukken, meestal bij gebrek aan reporters ter plaatse. Reddy De Mey wist ook nog dat er toen aan de Reyerslaan halsoverkop een montagecel is uitgebroken, die vervolgens zo goed en zo kwaad als dat ging naar Zeebrugge werd overgebracht, wellicht te voet, door twaalf sterke mannen.

Dany Verstraeten meende te weten dat de politieke wereld door de beroerde verslaggeving over de ramp met de Herald of Free Enterprise ineens ging denken dat commerciële concurrentie misschien wel een goed tegengif zou zijn voor de versufte en zelfgenoegzame BRT, de staatszender. Hij wist ook nog dat journalisten van de BRT, het puikje van de omroep, zich vrolijk maakten toen VTM met satellietwagens kwam aanzetten. ‘Zijn ze daar weer met hun vliegenvangers?’ klonk het zodra de schotels werden opengeklapt. Nog geestiger kon niet in die tijd. Het duurde niet lang meer of Rudi Vranckx was blij dat hij, staand op een sinaasappelkrat, via de satelliet rechtstreeks verslag kon uitbrengen over de Eerste Golfoorlog. Uitgerekend toen menigeen dag en nacht aan CNN gekluisterd was. Sommigen hoorden de bominslagen in dolby surround.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234