Dwarskijker over 'Alleen Elvis blijft bestaan', 'Over winnaars' en 'Voor de leeuwen': Een keutelende niemendal

Er lopen al genoeg psychiaters zonder diploma rond in het interviewwezen.


Alleen Elvis blijft bestaan

Canvas – 9 september – 126.104 kijkers

Vreemd. Voor het eerst sinds het ontstaan van ‘Zomergasten’ (VPRO) in 1988 had ik het gevoel dat dit avondvullende programma, een gedoodverfd vlaggenschip, me iets té avondvullend was. Terwijl ik er afgelopen juli en augustus op zondagavond trouw naar zat te kijken, kreeg ik nu net iets te vaak zin in andere bezigheden en in – om maar iets te noemen – het gezelschap van ongecompliceerde non-intellectuelen in een kroeg waar kijkers van ‘Zomergasten’, vanwege hun brede belangstelling, nooit neerstrijken. Best mogelijk dat alle mensen die mij echt interesseren al lang aan de beurt zijn gekomen in ‘Zomergasten’. Alles en iedereen verandert meedogenloos, schrijver dezes, tegenwoordig een verwaaid herfsttype zonder vooruitzichten, niet het minst.

‘Alleen Elvis blijft bestaan’, een zo goed als beschaafd tv-programma dat ontegenzeglijk aan ‘Zomergasten’ schatplichtig is, duurt me dan weer net lang genoeg: anderhalf uur. Laatst maakte de kundige en bewonderenswaardige televisiemaker Bart De Pauw er zijn opwachting in, een man van 49 die, als we hem mogen geloven, nooit neen zegt tegen een goed glas wijn. In de summiere introductie die altijd aan dit programma voorafgaat, zei hij na een aarzelingetje dat hij scenarioschrijver van beroep was. Het klonk alsof deze veelkunner er de rest van zijn scheppende arbeid maar een beetje bíj deed.

Je kon er donder op zeggen dat Bart De Pauw het, ter nadere verklaring van zichzelf, over de Britse schrijfster Enid Blyton zou hebben, en over haar indertijd wereldberoemde jeugdboekenserie ‘De Vijf’. Als knaap vond hij dat die vier kinderen en een hond altijd veel meemaakten en hij, in de polders van Wachtebeke, nooit iets. Laat nu net uit dat gebrek aan avontuur nagenoeg zijn hele latere oeuvre zijn voortgevloeid: wat hij niet kon beleven, besloot hij dan maar zelf te verzinnen, eerst in stripverhalen, die hij op z’n zussen uitprobeerde, en later in scenario’s. Wie al eens een interview met Bart De Pauw heeft gelezen, weet ondertussen wel wat hij van het contrast tussen ‘Loft’ en ‘The Loft’ vindt, en zal vast ook wel weten wat hij heden zoal over de firma Woestijnvis denkt, zijn werkgever van alweer lang geleden. Ik wil maar zeggen dat ‘Alleen Elvis…’ geen nieuw licht op deze bekende televisiemaker wierp. De vaardige interviewer Thomas Vanderveken, die ook niet misstaat aan de piano, lokte zijn gast niet noemenswaardig de diepte in, en maar goed ook: er lopen al genoeg psychiaters zonder diploma rond in het interviewwezen. Even nóg serieuzer nu: Bart De Pauw, een gedreven tv-maker, spiegelde zich graag aan de bevlogenheid van René Redzepi, de topchef van het volgens allerlei topeters toprestaurant Noma, waar ik bij gebrek aan relaties uiteraard nooit tafel. Weg met de topchef als rolmodel!

In ‘Alleen Elvis…’ zit altijd wel één filmfragment waardoor ik op stel en sprong de hele film wil zien: Bart De Pauw had een briljante, door Quentin Tarantino geschreven scène uit ‘True Romance’ van Tony Scott uitgekozen, een film die ik in 1993 heb gemist, wellicht omdat ik ook toen al toegewijd naar kutprogramma’s op de televisie zat te kijken, in de hoop dat ik er niets ergers dan een formuleerbare mening aan zou overhouden. We zagen enkele geladen minuten wegtikken tussen Christopher Walken, een gangsterbaas van Siciliaanse komaf, en de tot bloedens toe geslagen Dennis Hopper, die er ondanks zijn deplorabele toestand een pittig exposé aangaande de Afrikaanse afstamming van Sicilianen uit gooide: een sardonische, bepaald kwaadaardige, politiek volkomen incorrecte tekst met als klapstuk een geweerschot à bout portant. Bart De Pauw had voorts een fragment uit ‘Birdman’ gekozen, niet zozeer wegens de kwaliteit van die film, als wel om eens in het openbaar zijn hart over ’s werelds meest lokale recensentendom te kunnen luchten. We zagen een toneelacteur, gespeeld door Michael Keaton, in een theatercafé uitvaren tegen een theatercritica van The New York Times, zo’n mens dat het al met al niet erg vindt om voor teef gescholden te worden, omdat ze er diep in haar versteende hart niet aan twijfelt dat ze een kreng is. Ik voel een zekere sympathie voor zulke types, al zou ik niet één-twee-drie met hen in het huwelijk treden, ook niet om een weddenschap. Ik kan me voorstellen dat scheppend kunstenaars die bij elke nieuwe creatie kritiek te verduren krijgen, hun hart ophalen aan deze mooie scène uit ‘Birdman’: ze is plaatsvervangende vergelding, en hoe diepmenselijk is de aloude wrake niet. Bart De Pauw begon zich op te winden over een schim die op het internet ‘De Biker Boys’ al na de eerste aflevering met een onopmerkelijke oneliner naar de vergetelheid had doorverwezen. Dat gebeurde drie jaar geleden, maar het griefde Bart De Pauw zo te zien met terugwerkende kracht. Hij mopperde dat recensenten zich in amper een uurtje van hun ‘vileine stukje’ afmaakten, terwijl hij drie jaar over een serie als ‘De Biker Boys’ had gedaan. Hij maakte gewag van ‘onrechtvaardigheid’ en ‘oneerlijkheid’ en drong aan op respect, terwijl Thomas Vanderveken zich zichtbaar verkneukelde in de wrevel van de man achter ‘Quiz Me Quick’, ‘Het geslacht De Pauw’, ‘Buiten de zone’ en wat al niet. Het ging er bij de interviewer niet in dat iemand met De Pauws staat van dienst nog last kon hebben van een keutelende niemendal in een pishoek van het internet. Zo drukte hij zich niet uit, maar ik dan weer wel. Er schuilt iets van een recensent in mij. Het duurde niet lang of ik dacht tijdens dit programma dat elke recensent een niemendal in een pishoek van het internet is, die in minder dan een uur meesterwerken miskent waar jarenlang dag en nacht – logeren in montagecellen – aan is gewerkt. In het voorbijgaan zei Bart De Pauw dat hij ook weleens valabele en leerzame recensies had gelezen, maar hij klonk niet erg geloofwaardig. Aan het eind van dit programma kwam Thomas geamuseerd terug op de gramschap van zijn gast: ‘Ik ben positief verrast omdat je zo boos bent op recensenten.’ Dat vond hij blijkbaar het hoogtepunt van deze ‘Alleen Elvis…’. Zou het hem benieuwen wat de pishoek daarvan vindt? Of staat hij boven die beunhazen? In ‘Handboek Man’, dat ik aan het lezen ben, reikt de Amerikaanse schrijver Michael Chabon me, alsof de duvel ermee gemoeid is, een overkoepelende slotzin aan: ‘Wie ooit een slechte recensie heeft gekregen, weet hoe zo’n kritiek decennialang de herinnering aan een lovend woord overleeft.’

'Je bent aangenaam om naar te kijken,' zei ze, en Koen Wauters sprak haar niet tegen'


Over winnaars

VTM – 11 september – 783.007 kijkers

Bekendheden die goeddoen voor het oog van de televisiecamera stemmen mij altijd een tikje argwanend, maar uit schroom laat ik me daar liever niet in de weekbladpers over uit. Nog het liefst bedek ik zulke programma’s zo terloops mogelijk met de mantel der liefde, mijn favoriete verdwijntruc. Ach, dacht ik zopas, laat ik het, wars van mijn princiepjes, toch maar eens over ‘Over winnaars’ hebben, en wel als volgt: het grillige lot is Koen Wauters, een jongen uit Sint-Genesius-Rode/Rhode-Saint-Genèse, tot nog toe altijd goedgezind geweest. Het lijkt me nu ook weer niet zó’n straf om zowel de zanger van Clouseau als de televisiepersoonlijkheid Koen Wauters te zijn, en dan vergeet ik haast de autocoureur die vermoedelijk ook een gelukkige echtgenoot en vader is. En alsof het waarlijk niet op kan, is hij ook de bloedeigen broer van Kris Wauters! Hij zal zijn zegeningen al weleens geteld hebben op een blauwe maandag. Op z’n oud telraam, dat bij zijn beminde ouders op het dressoir staat, naast zijn communiefoto.

Ik las dat hij zich, nu hij op het punt staat 50 te worden, in het blikveld van de camera wou inzetten voor mensen die door het noodlot met een beperking zijn opgezadeld maar net zo volledig willen leven als iemand die vooralsnog ongedeerd is gebleven. Koen werpt zich op als hun buddy, hun coach en hun aanjager. In ‘Over Winnaars’ trof hij laatst Inge, een doctoraatsstudente van 29 die al 26 jaar op een rolstoel aangewezen is. Als kleuter overleefde ze met een gebroken rug een auto-ongeval. Ze trad niet in details, maar ik begreep dat naasten van haar in die ramp dood zijn gebleven. ‘Zal ik je helpen?’ vroeg Koen, en zij antwoordde met een ironisch lachje: ‘Ik weet dat jij je beter voelt als je me kunt helpen.’ Daarmee drong ze volgens mij tot de kern van deze programmaserie door. Een pittig meisje.

Hoewel haar benen al een eeuwigheid niet meewilden, verlangde ze ernaar te dansen, en Koen zou in ‘Over winnaars’ haar danspartner worden: zij in een lichte en erg wendbare rolstoel en hij op eigen benen. ‘Je bent aangenaam om naar te kijken,’ zei ze, en Koen, die de zogeheten Clouseau-mania heeft doorstaan, sprak haar niet tegen. Je kon vrijwel meteen merken dat ze op elkaar rijmden, en daar kunnen dansers ongetwijfeld hun voordeel mee doen.

Geplaagd door een klare kijk zie ik veel somber in, maar toen ik in dit programma vernam dat er in België verenigingen voor rolstoeldansers waren, en gespecialiseerde coaches, en zelfs een Belgisch kampioenschap, vond ik het beschavingspeil van het Tochtgat aan de Noordzee zo kwaad nog niet. In Duitsland valt de beschaving zo te horen ook mee, want in Frankfurt grijpt elk jaar een prestigieuze wedstrijd voor rolstoeldansers plaats, en dáár wilden Inge en Koen Wauters iets te betekenen hebben. De rest van deze aflevering was dan ook een repetitieproces, waar zich een echte choreografe mee bemoeide. ‘In heel je torso moet ik de zon zien,’ zei ze en Inge wist precies wat ze bedoelde. In de loop van de repetities leek ze haar lichaam beetje bij beetje te heroveren, wat haar vollediger en mogelijk ook wel gelukkiger maakte: ‘Ik vond het niet raar dat je aan mijn lijf zat,’ liet ze Koen weten. Hij voerde, om zijn particuliere dansstijl te rechtvaardigen, een probleem met een tussenwervelschijf aan en noemde zich vervolgens voor alle duidelijkheid een stijve hark. Ik denk dat hij veel te vrezen heeft van een grand écart, tot langdurige arbeidsongeschiktheid toe, maar niettemin speelde hij in een freestyle dans met overgave het klassieke spel van aantrekken en afstoten terwijl Inge onderhand straalde en steeds meer zweefde op wielen. Op het concours in Frankfurt werd dit nieuwbakken rolstoeldanspaar derde, wat me bepaald verdienstelijk toescheen. ‘Op mijn manier ben ik een hartstochtelijk mens,’ zei Inge nog, maar dat had ik tegen die tijd al met mijn eigen ogen gezien. Zou Koen Wauters nog weleens met haar dansen?

'Maaike Cafmeyer vergleed in haar aangeboren typetje: een nadrukkelijke West-Vlaamse van wulpse strekking'


Voor de leeuwen

Eén – 14 september – 412.854 kijkers

‘Voor de leeuwen’ is een talentenjacht waarin Eén thans op zoek gaat naar komieken in de ruimste zin. In de eerste aflevering van dit programma kregen we de obligate graai uit de preselectie van ‘Voor de leeuwen’ te zien: er liepen talenten te hoop die eertijds een vaste parkeerplaats aan de tapkast hadden en zich daarvandaan iets te lawaaierig in moppen met een schuimkraag uitputten. Nu noemen ze hun gewoontes nogal voorbarig stand-upcomedy. Er hadden zich ook merkwaardig veel imitatoren aangemeld, die meestal het repertoire van andere imitatoren imiteerden. Bart Peeters, die ‘Voor de leeuwen’ presenteert, kreeg nog maar eens zichzelf te horen en deed voor de zoveelste keer alsof hij daar veel bewondering voor had. Er was ook veel belegen cabaret, waarmee je misschien een verjaarspartijtje kunt opluisteren als je thuis goed in de groep ligt. Kortom, die eerste aflevering lokte me niet vanzelf naar de tweede, integendeel, maar plicht riep.

In die tweede aflevering vormden de acht uitverkorenen een ensemble. In navolging van Socrates weet ik slechts één ding: dat ik niets weet, tenzij misschien dat eerstejaars in scholen voor podiumkunsten trillende espenbladen zijn, zo niet bevende rietstengels, of toch veel kwetsbaarder dan hun grote bek in het theatercafé doet vermoeden. Hun branie valt nauwelijks van onzekerheid te onderscheiden. Ik weet voor één keer waarover ik spreek, want in de dagen van mijn jeugd, toen ik nog iemand anders was, heb ik om onachterhaalbare redenen een acteursopleiding verdragen. Sommige deelnemers aan ‘Voor de leeuwen’ waren al alumni van toneelscholen, of hadden zich in musical bekwaamd of les gevolgd in onderwijsinstellingen die elk jaar weer cabaretiers diplomeren, mogelijk om ervan af te zijn. Toch deden ze me allen tezamen sterk aan eerstejaars in de gemiddelde opleiding voor podiumkunsten denken, wat mij dan ook enigszins vertederde.

Zij hadden de opdracht een programmaatje rond Maaike Cafmeyer te maken, een comédienne die een Zilveren Leeuw mocht uitreiken aan de deelnemer die haar in deze aflevering het gunstigst was opgevallen. Wie als beste uit de hele serie komt, krijgt aan het eind een Gouden Leeuw. Zilveren en Gouden Leeuwen zijn sinds jaar en dag onderscheidingen op het Filmfestival van Venetië. De makers van dit programma hadden kennelijk de fut niet om zelf een geschikte naam voor hun prijzen te bedenken.

Maaike Cafmeyer, een meisje uit Torhout, vergleed geheel naar wens in haar aangeboren typetje: een nadrukkelijke West-Vlaamse van wulpse strekking, die er van alles uitflapt en daarbij een zekere voorkeur voor dubbelzinnigheden laat blijken. Haar man is cellist en dus zei ze pseudo-onschuldig: ‘Mijn man heeft me versierd met zijn instrument.’ En het pianospel van één van de kandidaten noemde ze ‘het betere vingerwerk’. Wink wink, nudge nudge, say no more, say no more. Vroeger kon je lachen. Tussen het snikken door.

Aangezien het deelnemersveld in z’n sketches, filmpjes en zangnummers creatief moest variëren op het universele thema Maaike Cafmeyer, kwam uiteraard de oeroude problematiek van de hee en de gaa aan bod, alsook de agrarische levenssfeer waarin die problematiek kan blijven bestaan, en voorts de opmars van het West-Vlaamse dialect en het grensoverschrijdende regionalisme dat daarmee gepaard gaat. Bart Peeters vond het West-Vlaams, speciaal voor deze gelegenheid, een ‘onwaarschijnlijk aanstekelijke taal’. Een spreekstalmeester schuwt onder geen beding de overdrijving. Hij had het dan ook over de ‘fantastische talenten’ in ‘Voor de leeuwen’. Nu, ongetalenteerd waren die jongens en meisjes natuurlijk niet, maar wat in een school voor podiumkunsten een toonmoment zou zijn, is volgens mij niet meteen bij uitvergroting op de televisie gebaat. Prematuurtjes moet je niet voor de leeuwen gooien, tenzij je er nu al op uitgekeken bent.

Maaike Cafmeyer mocht in deze aflevering ook in de mate van het mogelijke om haar eigen uitvaart lachen in een sketch die, teneinde originaliteit te vermijden, ‘Een laatste groet’ dunnetjes overdeed, een tv-programma op Canvas dat Bart Peeters twee seizoenen lang presenteerde. Omdat ik liever niet als zuinige lacher bekendsta, heb ik gelachen om een kandidate die haar dwangneurose toelichtte: ze voelde de onweerstaanbare drang om een setje slipjes waarop de dagen van de week staan afgedrukt in alfabetische volgorde te leggen. Mijn soort meisje. Maaike Cafmeyer, die opbiechtte dat ze viel voor ‘taalgymnasten’, gaf een Zilveren Leeuw aan een jongen die een kraakstem opzette en aan de piano driftig rijmde in de geest van de grote Drs. P. Van ‘Trojka hier, trojka daar’, woorden uit ‘De Dodenrit’, had hij ‘Maaike hier, Maaike daar’ gemaakt. Dat hij mij eraan herinnerde dat ik me weer eens te goed moet doen aan het werk van Heinz Polzer, was verdienstelijk.

Tijdens dit programma meende ik een oudtestamentische galmstem op te vangen: ‘Weldra breekt de dag aan dat er meer talentenjachten dan mensen met talent zullen zijn!’ Volgende week laat ik me nakijken. Over talentenjachten gesproken: hoeveel mensen weten nog uit het blote hoofd dat Lola Obasuyi vorig jaar ‘The Voice van Vlaanderen’ heeft gewonnen? En hoeveel mensen herinneren zich nog de vorige laureaten: Glenn Claes, Paulien Mathues en Tom De Man?

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234