Dwarskijker over 'Alloo en de liefde' en 'De Columbus': 'Iedereen gelijk voor de liefde'

Wim Lybaert wekt meer vertrouwen dan de gemiddelde journalist van de populaire pers

'Wat ging er in dat lichaam van jou...?' vroeg Luk Alloo aan Esmeralda. Hij kreeg zo te horen spijt van die vraag terwijl hij ze aan het stellen was'


Alloo en de liefde

VTM – 31 mei – 329.106 kijkers

Rust noch duur: de onvermoeibaar darrende Luk Alloo, die zich door niets laat tegenhouden, exploreert in zijn improvisatorische en doe-het-zelverige stijl al geruime tijd de liefde in Vlaanderen. Of probeert hij er veeleer een inventaris van op te maken? De liefde is, als ik het goed heb, een universeel verschijnsel dat zich in tal van gedaantes en schijngedaantes voordoet. Nagenoeg iedereen heeft er als ervaringsdeskundige vast wel iets over te melden, maar of dat per se op de televisie moet gebeuren, is voor mij een vraag en voor Luk Alloo een weet.

Langs de achterdeur, alsof ze er thuis waren, vielen Luk Alloo en zijn cameraploeg de woning van een fusiegezin in ’t veelzeggende Verrebroek binnen, waar Esmeralda, de dochter van de vrouw des huizes, naar verluidt op een bijzonder liefdesverhaal kon bogen. Ze werkte op een cruiseschip waar ze tegen een Australiër was aangelopen, die aan boord een kunstgalerie dreef. Het geval wilde dat ze altijd al tuk op de Australische uitspraak van het Engels was geweest, en van het ene kwam – niemand hoefde mijn verbazing te schetsen – het andere. Onderhand werkten ze innig samen in de kunstgalerij; ze hadden ook een gemeenschappelijke hobby: snorkelen ‘buiten hun comfortzone’. De bewijzen daarvan op Instagram werden ons niet onthouden. Het ene liefdesverhaal is het andere niet.

‘Wat ging er in dat lichaam van jou…?’ vroeg Luk Alloo in het wilde weg aan Esmeralda. Hij kreeg zo te horen spijt van die vraag terwijl hij ze aan het stellen was, zodat ze voor de helft in het ijle bleef hangen. Over de lange, sluik vallende haren van haar stiefvader, een metalfan op jaren, merkte hij op: ‘Wie heeft er nog zulke mooie lange haren? Weinig mannen.’ De rijpe metalfan filmde intussen Alloo en z’n cameraploeg met z’n smartphone. Onopzettelijke humor zit in een klein hoekje klaar om toe te slaan. Aangezien Luk Alloo in beginsel alles interviewt wat tekenen van leven vertoont, wilde hij ook weten hoe het de rijpe metalfan en zijn vriendin in de liefde was vergaan, nu hij toch met een cameraploeg in hun woonkamer had postgevat. Hun liefdesverhouding had – alweer hoefde niemand mijn verbazing te schetsen – veel voeten in de aarde gehad. Toen dat middelbare paar z’n amoureuze akkefietjes te berde bracht, begon ik toch een weinig aan de universele interessantigheid van dit programma te twijfelen. En, zoals vaker, vroeg ik me af hoeveel tijd ik nog te verliezen had.

Op een marktplein in Boechout hield Luk Alloo een stel staande dat hand in hand liep. Die twee bleken elkaar nog maar onlangs ontmoet te hebben, wat Luk Alloo de vraag ‘Hebben jullie de liefde al geconsummeerd?’ ingaf. Denk erom: twee m’en en geen drie. ‘Neen? ’t Zit dus nog in de eerste fase,’ sprak hij deskundig. Er was nog meer: ‘Jullie hebben met elkaar al in één en dezelfde slaapkamer vertoefd. Mag dat gezegd worden?’ ‘De kinderen weten nog van niks,’ zei de man. Het leek me een goed idee om mensen die hand in hand over een marktplein in Boechout kuieren, in liefdesnaam met rust te laten.

In Laarne zei Alain, een ALS-patiënt die aan doorlopende beademing toe was, dat zijn vrouw en zijn kinderen alles voor hem waren, waarna hij, klem zittend in zijn rolstoel, begrijpelijkerwijs volschoot. ‘Heb je ’t nu moeilijk, Alain?’ wilde Luk Alloo voor alle zekerheid weten, waardoor hij jammer genoeg een mooie kans miste om zijn mond te houden.

Erik, een leraar in ruste, een gescheiden man, had via de sociale media zijn jeugdliefde Viviane uit de nevelen der tijden teruggeroepen, en intussen waren ze, in tegenwoordigheid van de cameraploeg van Luk Alloo, weer net zo verliefd als in 1962. Viviane deed bovendien de dichtader van Erik opnieuw hevig vloeien. Zijn verzen hingen ingelijst aan de muur en meteen pikte Luk Alloo er een naar zijn smaak kenschetsende regel uit: ‘Soms denk ik: wanneer trekt ze haar blouse uit?’ ‘Oude wellustige klanken wellen op’ vond hij ook wel iets hebben, qua poëzie, of hoe heet het? Even later bracht Erik met gitaarbegeleiding een mogelijk zelfs iets té gevoelig Frans chanson voor zijn geliefde ten gehore, zo’n doorvoeld lied waarvan je al tijdens de eerste strofe denkt: ‘Als dit maar goed afloopt.’ Op verzoek van Luk Alloo omschreef Viviane haar geliefde in enkele woorden: ‘Eén en al trilling en vibratie.’ Dildo en mens in één, én troubadour. Toen wist ik wel zeker dat verliefdheid zo intiem en privé en voor persoonlijk gebruik is dat je ze tegen het ruime publiek zou moeten beschermen.

Voor de rest is niet elk gesprek over de liefde vanzelf interessant, of diep, of de moeite van het uitzitten waard. De makers van ‘Alloo en de liefde’ zouden kieskeuriger en dus minder willekeurig moeten zijn, ook al is iedereen dan gelijk voor de liefde. Er schemert soms ruw materiaal voor Jan Eelen in dit programma door, mocht die van plan zijn ‘In de gloria’ voort te zetten. Dat betekent ongetwijfeld dat ‘Alloo en de liefde’ voor cultstatus in aanmerking komt.

'Wim Lybaert wekt meer vertrouwen dan de gemiddelde journalist van de populaire pers'


De Columbus

Eén – 5 juni – 901.980 kijkers

Ofschoon ik nu ook weer niet voor elke passagier van Wim Lybaert te vinden was, heb ik aan de meeste afleveringen van ‘De Columbus’ een aangenaam gevoel overgehouden. De sfeer van dit programma leek mijn wens om niet meer mee te doen tegemoet te komen. Die sfeer scherpte mijn verlangen aan om het ver genoeg van de ratrace, maar toch nog in de beschaafde wereld, op een uitgebreid koekeloeren te zetten en daar, van naarlingen en hun sociale media gevrijwaard, een prettige dagtaak aan te hebben. Het is ook zaak om in zulke omstandigheden, naar het voorbeeld van Wim Lybaert, de vogelen des hemels, de vissen des wateren en de dieren, bomen en planten des velds bij hun juiste naam te kunnen noemen.

Nu ja, Wim Lybaert bestiert een tv-bedrijfje, waardoor hij ook niet aan de ratrace zal ontsnappen, maar aan boord van de Columbus, de bus naar overal en nergens, weet hij de schijn op te houden dat hij zich uitsluitend aan het goede leven wijdt, de essentie waarvan we, rekening houdend met onze voorbijgaande aard, te allen tijde doordrongen zouden moeten zijn. ‘De Columbus’ is misschien ook wel een poging om een soort geluk een tijdlang in televisiebeelden om te zetten.

De acteur en Lebemann Filip Peeters, die ik waardeer, diende zich in de Columbus aan als een eenmansfeestje dat niet vies is van uitbreiding. Er dartelden twee hondjes achter hem aan, reisgezellen waarover niet onderhandeld werd. Hij mocht er gerust op zijn dat de reis ook deze keer niet naar hellepoelen als Syrië, Afghanistan, Jemen, Somalië of Congo zou leiden. Daarbovenop was het lot hem gunstig gezind: hij haalde Italië uit de kauwgomautomaat met reisbestemmingen, een land dat hem meteen molto vivace ‘Andiamo!’ deed schallen. Later zou hij zeggen dat hij ook nog enkele Italiaanse keukentermen beheerste, wat genoeg is om je hachje te redden in het mooiste land van Europa, of van de wereld. Maar zoals in elke aflevering van ‘De Colombus’ zou de bestemming meer een windrichting dan een einddoel zijn.

Zoals steeds gebeurde er in dit programma niets ophefmakends: er heerste vrede en je zag twee aardige mannen die het erg naar hun zin hadden langs mooie, aan de drieste vooruitgang ontsnapte wegen in de richting van Italië dralen. Of anders gingen ze, omdat de gelegenheid zich onderweg voordeed, even forel vissen. Of aten ze in een onaangetaste uitsparing van het landschap iets lekkers, dat ze zelf met kennis van zaken en met liefde hadden bereid – iets dat niet detoneerde met een goed glas wijn uit de mobiele wijnkelder van de Columbus.

Wim Lybaert wekt meer vertrouwen dan de gemiddelde journalist van de populaire pers, zodat de omgang in ‘De Columbus’ al snel vertrouwelijk wordt. Ik ben allang niet meer uit op zogenaamde confidenties van ervaren BV’s, want die behoren tot hun vaste repertoire, waardoor ze meer een nummer zijn dan iets wat werkelijk betekenis heeft. Al was ik blij dat Filip Peeters me aan een anekdote herinnerde die hij mij, en nog een stuk of dertig andere journalisten, eerder had verteld: in zijn toneelschooltijd moest hij ten overstaan van een docent een leeuw spelen. Daartoe had hij een handlanger gevraagd om onaangekondigd een kip op het toneel te gooien, die hij dan als leeuw de strot doorbeet. Nog altijd moet ik lachen als ik me die toneeldocent voorstel, die zich het schompes schrikt als een onvoorziene proeve van realiteit ineens de theatrale conventies op losse schroeven zet. Ik wou dat ik er toen bij was geweest. Alleen jammer dat ik net in ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer had gelezen dat dr. Lesley Rogers na veertig jaar onderzoek durft te stellen dat ‘onze huidige kennis van vogelhersenen aantoont dat de cognitieve vermogens van vogels gelijk zijn aan die van zoogdieren, zelfs aan die van primaten’. Dat geldt dus ook voor die kip. Als het al eens leuk wordt, nadert er altijd wel een pretbederver.

Aan het eind, nadat ze in Zwitserland waren aanbeland, van waaraf ze Italië voor bekeken hielden, vroeg Filip Peeters in een onmiskenbare opwelling of Wim Lybaert zijn vriend wilde worden. Hij probeerde er nog een snuifje ironie aan toe te voegen, maar het was te laat. En dat was geweldig.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234