Dwarskijker over 'Beau Séjour' en 'Allemaal Chris' 'Als deze en gene zijde overlappen'

Wat is 'It's a Sad Sad Planet' toch een geweldig nummer. En ook nog eens wáár


Beau Séjour

Eén – 8 januari – 1.266.894 kijkers

In het blauwige floers dat doorgaans om lichtschuw Scandinavisch televisiedrama hangt, speelt ook ‘Beau Séjour’ zich af, een bijdetijdse serie van Nathalie Basteyns en Kaat Beels. Daarin begeeft Kato Hoeven (Lynn Van Royen), een in een hotelletje vermoord meisje, zich geschonden en dood in de wereld van de levenden, alsof deze en gene zijde van het graf elkaar ergens in Limburg overlappen.

De meeste mensen in deze serie kunnen de ondode Kato niet waarnemen, maar er waren er vijf, onder wie haar vader, die haar wel konden zien, zonder dat ze daar steil van achteroversloegen of wit weggetrokken de andere kant uit stoven. Het was alsof Kato nauwelijks meer dan een vluchtige gedachte voor hen was: ze kwam in hen op en verdween weer, zonder noemenswaardige sporen achter te laten. Ik moest ook aan Schrödingers kat denken, een gedachte-experiment uit de kwantummechanica waaruit, althans in theorie, blijkt dat onderhavige kat tegelijkertijd dood en levend is. Schrödingers Kato. Ik zou er op uw herhaaldelijke aandringen meer over kunnen vertellen in een café van uw gading, maar ik moet de laatste trein halen. Het personage Ines Anthoni, gespeeld door Joke Emmers, maakte en passant gewag van ‘een parallel universum’. Ik vind het universum waarin ik me thuis meen te voelen, al ingewikkeld genoeg, en denk dan ook liever dat het scenario van ‘Beau Séjour’ vooral een bekende gedachte van Harry Mulisch in praktijk brengt: ‘Het beste is, het raadsel te vergroten.’ ‘Beau Séjour’ kun je ook als een droom of een hallucinatie zien, en je intussen afvragen of er systeem in deze waanzin zit. En ook wel of de logica verrassenderwijs zal zegevieren zodra de droom of de zinsbegoocheling is opgetrokken. Dat er een geurtje aan de dagelijkse omgeving van Kato zit, lijdt dan weer geen twijfel.

De sfeer van de eerste twee afleveringen van deze serie liet me met een soort onbehagen achter dat ik al met al niet onaangenaam vind – ik zou u tot uitputtens toe over die innerlijke tegenstrijdigheid kunnen vertellen, maar de laatste trein wacht op niemand. In ieder geval is het voor een onbevangen kijker als ik avontuurlijk en onderhoudend om voor een raadsel te staan en vooralsnog geen vat op de gebeurtenissen te krijgen, omdat boerenverstand en huis-tuin-en-keukenpsychologie ontoereikend blijken in een wereld waarin een vermoord meisje zichzelf doodleuk op een autopsietafel ziet liggen en later ook haar eigen uitvaart bijwoont.

Toen Kato’s kwalijk gescheiden ouders en een paar andere naasten in de tweede aflevering hun leed probeerden te verkroppen terwijl ze de uitvaartplechtigheid van hun vermoorde dierbare aan het uitstippelen waren, sloop er heel even onvermoede humor in hun gesprek: ‘Beau Séjour’ krijgt zijn beloop in de provincie Limburg. Dit keer werd onze aandacht niet op de zegeningen van laagstammige fruitbomen gevestigd, maar op twee Limburgse cultuurdragers: Mauro Pawlowski en Stijn Meuris. Welke muziek moest de uitvaart van Kato inluiden? ‘It’s a Sad Sad Planet’ van Evil Superstars of ‘Satelliet Suzy’ van Noordkaap? Luc Hoeven, de vader van Kato, opteerde voor ‘Satelliet Suzy’, een song waarvan hij de tekst zowat uit het hoofd kende. Iemand plaatste hardop een vraagteken bij ‘hoe mooier je heet’, een minder elegante formulering uit dat nummer. Daarop antwoordde de vader: ‘Da’s Stijn Meuris, hè?’ Op een toon van: ‘Bij de songteksten van deze uomo universale uit Neerpelt kun je je als gewone Limburger maar beter neerleggen.’ Dit vleugje humor was riskant, maar het verpestte de scène niet.

De vader van Kato, geloofwaardig gespeeld door Kris Cuppens, is tot nog toe de best geprofileerde rol in ‘Beau Séjour’: een alleenstaande, enigszins versjofelde, van dranklucht vergezelde en door spijt aangevreten schooldirecteur, naar wiens demonen de buitenwacht vooralsnog het raden heeft. Iemand die klem lijkt te zitten tussen z’n goede inborst en het kwaad. Kortom: een personage naar mijn hart.

’t Is alweer behoorlijk lang geleden dat ik op zondagavond nog waarlijk benieuwd ben geweest naar de volgende aflevering van een Vlaamse televisieserie op Eén. Een intrigerend en buitenissig idee als basis van een tv-serie is mooi, maar de kunst zit ’m toch nog het meest in de dramatische afwikkeling van zo’n idee. Ik hoop dan ook van harte dat ‘Beau Séjour’ niet halfweg inzakt, maar gestaag het raadsel vergroot. Dat is veel gevraagd van een Vlaamse serie, maar in dit geval waag ik het erop.

Wat is ‘It’s a Sad Sad Planet’ toch een geweldig nummer. En ook nog eens wáár.


Allemaal Chris

VTM – 11 januari – 1.082.955 kijkers

‘De metamorfose is één van ’s levens stuwende onvermijdelijkheden,’ mompelde ik laatst nog in mezelf. Iemand moet het doen. Metamorfose: alles en iedereen verandert aldoor. Nog het meest ben je een steeds weer herziene en levenslang onaffe versie van wat je ooit dacht te zijn, opgezadeld met een verouderende karakterkop waar je nu eens wijselijk, dan weer dofweg in berust als je oog in oog met je spiegelbeeld komt te staan. Let wel: ik spreek voor één keer, om niemand nodeloos te kwetsen, geheel namens mezelf. Nu, zónder die kop ben je er technisch gezien nog erger aan toe. Ten prooi aan metamorfose ben ik er zeker van dat ik in mijn huidige versie minder lach dan vroeger. Ik lach vooral minder makkelijk – je zult het altijd zien – om komisch bedoelde televisieprogramma’s. Als de eindigheid gaat doorwegen, vergaat het lachen je toch een beetje. En stel je hogere eisen aan zowat alles.

Bij het zien van een kluwen oude pruiken en plakbaarden waarmee hij zich ooit beroepshalve had getooid, een aanblik die vast doet denken aan de ongesorteerde haren die bij de barbier op de vloer liggen, kreeg Chris Van den Durpel naar verluidt na dertien jaar weer zin om tegen aanvaardbare betaling in een waaier van typetjes te metamorfoseren. Het resultaat van die aandrang heet ‘Allemaal Chris’, een serie waarvan ik de eerste aflevering ouderwets lineair heb bekeken, met de gemengde gevoelens die eigen zijn aan mijn ambacht.

Chris Van den Durpel haalde een aantal oude bekenden van stal, onder wie Kamiel Spiessens, de composterende plattelandsmens die volgens mij de dupe van zijn populariteit werd: op feesten en partijen roerde zich indertijd altijd wel iemand die drassig à la Spiessens begon te spreken, meestal met komisch oogmerk. Een enkele keer bleek dat een man te zijn die van een beroerte aan het herstellen was. Ik meen mij ook gelegenheidskomieken te herinneren die zich onbevoegd de Gentse bokser Firmin Crets aanmaten. Mijn vrouw, die zich tot voor kort in het onderwijs nuttig maakte, sprak me van een scholier die zich dwangmatig met het typetje Filip Mars vereenzelvigde tijdens de lesuren, een hevig door z’n neus zeurende eczeemlijder die ook last heeft van galbulten en een dominant kreng van een moeder. Ik weet voorts uit ervaring dat je schoon genoeg kunt krijgen van de snerpende vraag ‘Is ’t eten nog niet gereed?’, die keer op keer in de helse bejaarde Sylvain Van Genechten opsteekt. Lieden aan wie ik een hekel heb, zullen al deze typetjes vast ‘goede merken’ noemen.

Filip Mars kwam in de eerste aflevering van ‘Allemaal Chris’ in een parodietje op ‘Blind getrouwd’ terecht, wat me, nu ik dat vreselijke programma bijna vergeten was, net iets te laat leek. Timing is alles, volgens ervaren komieken. Om een punt achter de sketch te zetten, braakte Flip Mars met een krachtige straal de bruid onder: geen half werk, maar wel een noodgreep van een sketchschrijver die geen uitweg ziet en de laatste trein moet halen. Het West-Vlaamse typetje Ronny King, ex-charmezanger en thans talentscout, varieerde rijkelijk laat op het intussen al tot balens toe geparodieerde reclamespotje voor Dovy Keukens waarmee een zekere Donald Muylle naam heeft gemaakt. Ik zag ze blanco aan, al zal ik wel gegrinnikt hebben om m’n oude favoriet Gerard Mommaerts, een leerkracht die er niet aan twijfelt dat het Antwerps waar ook ter wereld de standaardtaal bij uitstek blijft, hoezeer het heelal ook mag uitdijen. Dit keer pakte hij, wars van alle opvoedkundige beginselen, het verschijnsel cyberpesten aan, uiteraard in het universele Antwerps.

De nieuwe typetjes van Chris Van den Durpel bleven achter bij de verwachtingen die ze op het eerste gezicht opriepen: neem de stumperige, eendimensionale para Kurt Maes, die ik te makkelijk vind, en de Oekraïense vrachtrijder Igor Stavrovitsj, een misdadige, in wodka ingelegde woesteling die niets anders deed dan grofweg aan zijn cliché beantwoorden. De grime haalde het op de grap in dit specifieke geval. Ik hoef de getalenteerde Chris Van den Durpel vast niet te vertellen dat een goed typetje altijd een draai aan z’n cliché geeft, en dat doe ik dan ook niet.

De sketches van ‘Allemaal Chris’, in deze aflevering erg ongelijk van kwaliteit, zijn beknopter dan voorheen – andere tijden eisen een ander ritme – maar ik maak me sterk dat de polsslag van het hier en nu meer voelbaar is in de satirische humor van ‘De ideale wereld’ en het absurdisme van ‘Wat als?’ dan in de eerste aflevering van ‘Allemaal Chris’. Ook humor ontsnapt niet aan verandering en veroudering. Maar niet getreurd: het valt me op dat het ruime publiek in onheilspellende tijden, waarin een proleet zich als president van de Verenigde Staten voordoet, elke gelegenheid tot lachen ijlings te baat neemt. Mogelijk terecht. Moge ik voor het overige niemand tegen het lijf lopen die Kamiel Spiessens nadoet.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234