null Beeld

Dwarskijker over 'België Scherpgesteld': De verduurzaamde seconde

Je had gezworen dat hij een totale buitenstaander was, en bovendien een onkwetsbare gedaante waar zowel betogers als ordediensten blind voor waren.

'Je had gezworen dat hij een totale buitenstaander was, en bovendien een onkwetsbare gedaante waar zowel betogers als ordediensten blind voor waren'


België scherpgesteld

Canvas – 20 november -79.053 kijkers

Laat ik, de schaamte voorbij, eindelijk eens zeggen waar het op staat: interessant is wat ik om uiterst subjectieve redenen interessant vind. Laatst was dat bijvoorbeeld ‘België scherpgesteld’, een serie over de Belgische fotografie van 1945 tot heden, en geen dag langer.

In de eerste aflevering, een aperçu van de landelijke fotojournalistiek, zagen we de eigentijdse persfotograaf Jimmy Kets van dichtbij zijn beroep uitoefenen. In het hart van Brussel bevond hij zich in het spanningsveld tussen boze boeren en ordediensten die zich met te gekke wapenstokken en doorzichtige schilden tegen inslaande eieren verweerden. Ik meende één van die dienders te zien denken: ‘Vanavond tortilla.’ Te midden van het tumult bleef Jimmy Kets uiterlijk onaangedaan en ook vrij van eierstruif. Hij leek zich, losgezongen van de rauzende actualiteit om hem heen, helemaal in zijn zoeker te verliezen. Je had gezworen dat hij een totale buitenstaander was, en bovendien een onkwetsbare gedaante waar zowel betogers als ordediensten blind voor waren. Nu ja, misschien liep hij welbewust voor persfotograaf te poseren, met één slinks oog op de camera van ‘België scherpgesteld’, want een béétje fotograaf weet maar al te goed dat niets is wat het lijkt.

undefined

null Beeld

Jimmy Kets, die uiteraard digitaal fotografeert, maakt zo te horen honderden foto’s per reportage, terwijl Odette Dereze (°1932) zich in de jaren 50 tot maximaal 24 analoge foto’s moest beperken. In haar tijd maakte je beslissende keuzes tijdens het fotograferen, en niet erna. Mevrouw Dereze, die zich nog van een bakbeest van een camera met glasplaten bediende, of die camera zich van háár, is het petekind van Germaine Van Parys, zowat de oermoeder van de Belgische fotojournalistiek. Zij wist nog precies hoe een persfotograaf zich in haar bloeitijd diende te gedragen: ‘Altijd netjes gekleed gaan, beleefd zijn, geen opinie laten blijken, en niet blijven hangen na de reportage.’ Over gedragscodes gesproken: in de vroege jaren 60, toen de welvaart gestaag toenam en niemand zich kon voorstellen dat de kranten ooit zouden wegkwijnen, diende persfotograaf Paul Teughels bij Het Laatste Nieuws, zijn werkgever, een declaratie in van een snelle, niet nader bepaalde warme hap in een frituur. Hij werd bij de toenmalige hoofdredacteur geroepen, die in die dagen volkomen terecht ‘hoofdopsteller’ werd genoemd. Deze ontzagwekkende figuur, bij wie ik me spontaan mouwbeschermers en sokophouders voorstel, sprak op vermanende toon: ‘Een journalist van Het Laatste Nieuws eet niet in een frituur!’ Krantenjongens (m/v) moesten in die lang vervlogen dagen kennelijk van stand zijn, of daar toch publiekelijk de schijn van ophouden in eetgelegenheden waar mes en vork niet ongebruikelijk waren. Met ‘Early Bird’ van André Brasseur als achtergrondmuziek dacht Paul Teughels met zichtbaar genoegen aan die tijd terug, en vast ook aan blijven hangen na een reportage.

undefined

null Beeld

undefined

'In het begin van de jaren 60 waren Vlaamse perslui, ook fotojournalisten, verbazend respectueus voor politici'

In het begin van de jaren 60 waren Vlaamse perslui, ook fotojournalisten, verbazend respectueus voor politici, want dat hoorde zo voor goedgeklede mensen zonder opinie. Aan het eind van de sixties begon het tij te keren, en tegen het begin van de jaren 80, toen ik door een speling van het lot zelf tot de schrijvende pers toetrad, was het ineens zaak om zowat elke politicus zo ongunstig mogelijk te fotograferen: het was nagenoeg een sport om hem (m/v) te betrappen op een lodderige blik of een gênante houding of een bête gezichtsuitdrukking die naar dronkenschap tijdens de kantooruren zweemde. Filip Claus vond in dit programma dat je politici daardoor juist menselijker maakte. Enfin, er was een zekere branchevervaging tussen fotojournalisten en karikaturisten in die dagen, maar nog het meest voelden ze zich kunstenaars, denk ik, of toch beeldenmakers die het nieuws liever artistiek overstegen dan dat ze zich zonder esthetische beslommeringen aan de droge feiten hielden. In deze aflevering trad Paul Van den Abeele (1929–2014) als lichtend voorbeeld van veel persfotografen naar voren: hij had zich in zijn jeugd in grafiek en schilderkunst bekwaamd aan de academie, was later om den brode in de fotojournalistiek terechtgekomen, en vond dat een krantenfoto behalve zo expressief mogelijk ook a thing of beauty mocht zijn. Hij keek dus met een kunstenaarsoog naar het nieuws dat zich aan hem voordeed, en daarin was hij volgens ‘België scherpgesteld’ een baanbreker. Er schuilt ook veel schoonheid in het onooglijke of het onflatteuze, bijvoorbeeld in de foto’s die Christian Carez van de eerste generatie gastarbeiders maakte, in een tijd dat racisme heel gewoon was. Aan vele caféramen hing toen nog een bordje met de tekst ‘Verboden voor vreemdelingen’. Of neem de schoonheid van Charleroi, zoals Stephan Vanfleteren die stad heeft gezien: de grauwsluier als feesttooi. Hoe hoog Vanfleteren in ‘België scherpgesteld’ ook van het withete nieuws en de bijbehorende journalistieke opwinding mocht opgeven, toch haalde hij in dit programma een foto aan die nooit nieuwswaarde heeft gehad. Op de buitengalerij van de basiliek van Koekelberg fotografeerde hij een bejaarde man die zijn bejaarde vrouw aan het fotograferen was; zij leunde op de balustrade en genoot van het panorama. Stephan Vanfleteren drukte af toen een kwajongensachtig briesje, een gunstige wind, de rok van de bejaarde vrouw even deed opwaaien: een aandoenlijk en tegelijk cartoonesk beeld – een foto waarin zowel melancholie zat als seaside postcard humour. Deze verduurzaamde seconde was vooral een gedroomde samenloop van omstandigheden die je niet kunt nastreven. Het gros van de persfotografen die in deze aflevering aan bod kwamen, neigde meer tot kunst dan tot journalistiek. Zij vonden hun foto’s geen illustraties bij tekst, maar autonome beelden die een eigen zienswijze weergaven waar lay-outmannen maar beter af konden blijven of anders ging de fotograaf in kwestie subiet bij een concurrerende krant werken, voor zover die nog geen personeelsstop had afgekondigd.

Als er in het leven al iets constant is, dan is het de verandering: Filip Claus was het somberst. Hij voelde het einde van de gedrukte fotografie naderen en op het internet zou er volgens hem altijd meer vraag zijn naar filmpjes dan naar stilstaande beelden.

In een krant lees ik in deze fase van mijn leven liever een meerduidige foto dan het zoveelste in drift geschreven opiniestuk van de drammer van de dag. Ik zou het fijn vinden mocht Canvas voortaan vaker aandacht besteden aan de fotografie. ‘België scherpgesteld’, een mentaliteitsgeschiedenis van beelden, hun onderwerp en hun makers, en ook wel een hommage aan de landelijke kijkkunst, is alvast een mooi perspectief.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234