Dwarskijker over 'Buurman, wat doet u nu?' en 'Op straat'Een mens leeft niet van goede smaak alleen

Gordon staat bekend om z'n vrijpostige humor, die neerkomt op een à la gay gestileerd gebrek aan goede manieren.


Buurman, wat doet u nu?

Eén – 6 februari – 504.804 kijkers

Als ik al íéts met Cath Luyten gemeen heb dan is het wel dat zij tot op zekere hoogte van Holland houdt, landje aan de voormalige Zuiderzee. Om lucht te geven aan die betrekkelijke affectie voor de noorderburen, gaat zij met een cameraploeg bij bekende Nederlanders logeren, wier plaatselijke faam enigszins de Belgische grens is overgewaaid. Op Nederlandse bodem gebruikt Cath Luyten, mogelijk voor de contrastwerking, graag Vlaamse uitdrukkingen. Ze had het over ‘met de poepers zitten’, wat haar couleur locale wel ten goede zal komen, maar ‘de boekskes’, waarmee ze weekbladen bedoelde, kun je ook in Vlaanderen nog het best aan types overlaten met wie ik liever niets te maken heb.

In de eerste aflevering van het tweede seizoen van ‘Buurman, wat doet u nu?’ trok Cath Luyten naar het villadorp Blaricum in het Gooi, waar Gordon, zanger, televisiepersoonlijkheid en entrepreneur, niet onder probeert te doen voor andere nieuwe rijken. Hij woont er grootschalig en doet er boodschapjes met een Hummer, rollend materieel dat in een tot puin geschoten oorlogszone thuishoort. In Blushing, één van de twee horecazaken die hij er bezit, ried hij Cath Luyten de flat white aan, een kopje koffie dat naar zijn zeggen een doubleshot-cappuccino was: méér moest zij er in wezen niet achter zoeken. Gordon had stilaan tabak van zijn kast van een huis in het Gooi, en hij baalde ook danig van de uitgestrekte tuin eromheen, zodat hij de hele zwik van de hand wilde doen: ‘Als je ergens 2,9 miljoen in een ouwe sok hebt liggen…’ Ik dacht ondertussen alleen maar aan het verbluffende realiteitsgehalte van de vermakelijke televisieserie ‘Gooische vrouwen’.

Gordon staat bekend om z’n vrijpostige humor, die neerkomt op een à la gay gestileerd gebrek aan goede manieren, waar ik als volksaristocraat hartelijker om moet lachen dan ik tijdens een kruisverhoor zou toegeven. Het verbaasde me allerminst dat hij meteen de korte afstand tussen Cath en kut inzag, en te allen tijde bereid was daar ten overstaan van het ruime publiek zijn voordeel mee te doen.

Wat me zeer aan Cath Luyten bevalt, is dat ze goedlachs is en, als ik haar aan pakweg Chantal Pattyn aftoets, mogelijk ook pretentieloos. Voor de rest zet ze in ‘Buurman, wat doet u nu?’ al haar aangeboren middelen in om haar Nederlandse gastheer (m/v) te behagen of anderszins gunstig te stemmen: ze flirt berekenend, of anders slijmt ze zich een slag in de rondte. ‘Gays hebben goede smaak,’ zei ze, terwijl ze het interieur van Gordons domicilie in ogenschouw nam. Over zijn binnenbad zei hij: ‘Je hebt kans dat je zwanger wordt als je erin duikt,’ een opmerking die de goede smaak van gays in het bezit van een Hummer volop tot uiting bracht. Cath: ‘Krijg je graag visite?’ Gordon: ‘Neen.’ Een vriendin stelde hij als volgt voor: ‘Ze heeft al een keer m’n borsthaar geschoren, en mijn zak.’ De vriendin vond dat hij dat niet had hoeven zeggen op de televisie, maar ze keek erbij alsof ze niets anders van hem had verwacht.

We maakten in het voorbijgaan kennis met de tekstloze partner van Gordon, die au fond zijn ex was, een oudgediende met wie hij niettemin tot zijn laatste snik verbonden wilde blijven, hoezeer ze in de liefde ook hun eigen weg mochten gaan. Gordon had het onder het kokkerellen ook over een zelfmoordpoging, die te maken had met zijn moeder, die de homoseksualiteit van haar jongste zoon al met al een tegenvaller vond. Hij wist ons ook nog te vertellen dat hij strikt genomen biseksueel is. Toen Cath bij het ontbijt lieflijk – of is ‘moederlijk’ een beter woord – een onwelgevallig kruimeltje van zijn onderlip plukte, werd hij op slag net iets meer biseksueel dan je van een gedoodverfde gay zou verwachten. Ik had de indruk dat intiemere mededelingen Gordon geen grote moeite kostten – ze kwamen in geen geval uit een weerspannige diepte van zijn ziel. Mogelijk maakten ze allang deel uit van het routineuze repertoire dat hij ten overstaan van de iets te populaire pers afdraait. Om een kort verhaal nog korter te maken, ‘Buurman, wat doet u nu?’ helt meer over naar trash-tv dan naar diepgravende portretkunst, maar dat belet me niet er graag naar te kijken. Een mens leeft niet van goede smaak alleen, en ‘ambigu’ zal wel een kernbegrip in mijn leven zijn, en niet het minst in hét leven.

'Het bedelen leek al met al mee te vallen in de uren voor de Moedermaagd het traditiegetrouw op een ingetogen baren zette'


Op straat

Eén - 8 februari - 678.276 kijkers

Op gezette tijden staat er in de media een verslaggever op die dakloosheid aan den lijve wil ondervinden. Ik kan me, zonder die ontbering te hoeven ervaren, aardig voorstellen hoe mensonwaardig het is om ’s nachts in weer en wind op straat te moeten slapen en ook bij klaarlichte dag, omwoeld door de consumptiemaatschappij, geen uitweg meer te zien. Als je dan toch over verbeelding beschikt, kun je ze maar beter gebruiken. Ze huist, als ik het wel heb, in de rechterhersenhelft. Mogelijk beroept Wannes Deleu zich niet graag op zijn verbeelding, zodat hij daags voor Kerstmis huis en haard verliet met het voornemen één maand lang natuurgetrouw dakloos te zijn in Antwerpen. Op een cameraatje na had hij geen bagage. Wannes leek me gestaald in de padvinderij, iemand ook die van wildkamperen weet: hij kuste zijn vriendin ten afscheid en monter vatte hij zijn tijdelijke zwerversleven aan in de kerstsfeer. Er liepen meer mensen van goede wil rond dan gewoonlijk, meestal bevracht met kerstcadeaus.

Het bedelen, hoewel uiterst gênant voor een beginneling, leek al met al mee te vallen in de uren voor de Moedermaagd het traditiegetrouw op een ingetogen baren zette, met de hete adem van os en ezel in de nek. Van een organisatie die zich over daklozen ontfermt, kreeg hij een slaapzak, die hem ongewoon blij maakte, maar de vlijmende vrieskou die hij ’s nachts soms op een steenworp van zijn woning en zijn vriendin Lana lag te verbijten, bleef ook in die slaapzak een kwelling. Toen sledebellen en engelenzang in de tweede aflevering van ‘Op straat’ verklonken waren, zei Wannes achtereenvolgens: ‘’t Is op’ en ‘Er zijn geen pieken en geen dalen meer. Alles is nu een routine van nutteloosheid, doelloosheid…’ en ‘Kust allemaal zó hard mijn kloten.’

Hij leek al behoorlijk murw, terwijl de maand nog lang niet om was. Soms dreigt er een ongepast spelelement in dit programma te sluipen, dat je tot de vraag ‘Haalt hij het of haalt hij het niet?’ noopt. Ik ben eerlijk gezegd meer benieuwd naar de levensgeschiedenis en de lotgevallen van de professionele zwervers die Wannes op zijn pad ontmoet. Neem Luigi, die volgens zijn whereabouts deel uitmaakt van de Groenplaats. In nauwe samenwerking met zijn schamele bezittingen neemt hij een bolvorm aan, en zijn wild woekerende baard lijkt vergroeid met het nepbont waarmee z’n capuchon omzoomd is. In de dorpsschool werd ik al om mijn persoonsbeschrijvingen geprezen. Luigi is dus zijn eigen bolwerk, wil ik maar zeggen. In de eerste aflevering hing hij een warrig verhaal op over de dag dat hij, alweer zestien jaar geleden, dakloos werd: zijn huis brandde toen af doordat de frituurketel van de ingedommelde en alcoholhoudende buurman vlam had gevat – een klassieker in de misère – en van het één kwam het ander, dat nu al zestien jaar aansleept.

Luigi, die zich zorgen maakte over de veiligheid van zijn schamele bezittingen, slaagde er door bemiddeling van een daklozenorganisatie in een garagebox te huren, waar hij zeker niet in zou gaan wonen, want dat is verboden. Nu, een kopje koffie zou hij in die garagebox best wel willen gebruiken, zo nu en dan, en een kast, een paar stoelen en een bed zouden hem er goed van pas komen, maar erin gaan wonen? Hij dacht er nog niet aan. Jokken behoort tot de overlevingstactiek. De huurprijs van de garagebox bedroeg 210 euro, die Luigi cash – verfomfaaide bankbiljetten – uit zijn veelgelaagde bolvorm, tevens thuisbank, pulkte.

En dan was er ook nog Freddy, een junkie van in de 60 die voor het oog van de camera en het ruime publiek liever als opgeruimde ex-junkie bekendstond. Hij rookte cigarillo’s en in de tweede aflevering droeg hij een mooie, getailleerde overjas, die hij van een daklozenorganisatie had gekregen: een elegant kledingstuk dat hem tot een danspas uit het showballet aanzette. Doordat hij ogenschijnlijk het heertje was, bleef z’n bedelnap leeg: het ruime publiek wil dat een dakloze er dakloos uitziet. Hij klaagde erover zonder een klaagtoon aan te slaan. Aan Alan kon je nog minder zien dat hij dakloos was: een keurig geklede jongeman, nog niet door het straatleven bijgewerkt, die in de horeca had gewerkt, en vervolgens aan de coke, speed en MDMA was geraakt, en daar ook graag iets bij dronk. Hij woonde in betere tijden bij zijn moeder, maar die had hem op een dag finaal de deur gewezen, kennelijk met alle gevolgen van dien. Wat is het point of no return? Ik zou het willen weten. Ik maak me sterk dat Wannes Deleu in één maand tijd dat absolute keerpunt niet zal bereiken. Wondjes likken in het gezelschap van Lana, in een goed verwarmde kamer, zal een tijdlang een luxe lijken, maar dat went snel.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234