null Beeld

Dwarskijker over 'Cathérine', Gek en geniaal' en 'Steracteur sterartiest' Tot zover de humor als de medicatie werkt

Televisie zal in wezen wel een omhooggevallen kermisattractie zijn, maar mag dat de pret drukken? Ik dacht het niet

undefined

null Beeld


CATHéRINE

VTM – 28 november – 379.296 kijkers

Uit het even zwierige als zelfverzekerde loopje waarmee zij de kijkers in de begintitels van ‘CATHéRINE’ tegemoet beent, durf ik op te maken dat Cathérine Moerkerke er in haar meisjesjaren nog van gedroomd heeft te schitteren in een politieserie waarin haar dienstkleding een catsuit zou zijn. Ik zou daar dieper op kunnen ingaan, maar de tijden zijn er niet naar. Bovendien gebiedt een innerlijke stem mij als een speer ter zake te komen, en dan wel als volgt:

‘Cathérine bezoekt de gevaarlijkste vrouwen van Vlaanderen!’ riep een enthousiasteling in een trailertje voor dit programma. Hij klonk wellicht niet heel anders dan een publiekswerver die op kermissen van lang geleden de vrouw met vier benen aan onbehouwen toeschouwers hielp. Televisie zal in wezen wel een omhooggevallen kermisattractie zijn, maar mag dat de pret drukken? Ik dacht het niet.

Cathérine Moerkerke, de radicaal blonde tv-reporter, mocht dit keer beperkt rondkijken in de High Risk Unit van een psychiatrische kliniek in het lieflijke Zelzate. Het is genoegzaam bekend dat zij de participerende tv-journalistiek aanhangt. Als zij zich voor haar programma, zoals onlangs, met Saudische sjeiks afgeeft, die hun overmaat aan oliedollars behalve in salafistisch tuig ook in de internationale paardenfokkerij investeren, dan kun je er donder op zeggen dat Cathérine Moerkerke op een misschien wel ongezadelde Arabische volbloed door het beeld zal stuiven. Het verbaasde me – of stelde het me veeleer teleur? – dat ze het kostbare zaad van doorluchtige volbloedhengsten niet eigenhandig aftapte, om te weten hoe dat aanvoelt en daar vervolgens kond van te doen.

In de gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek in Zelzate liet ze zich voor de aardigheid op een bed in de isoleerkamer vastbinden, met goedkeuring van een begeleider, die mogelijk blij was dat hij eindelijk eens iemand met wederzijds goedvinden kon knevelen. Hij wees ons op het aantal aanhechtingspunten van zo’n beknellende brits. Hoe onhandelbaarder een patiënte was, hoe grondiger zij werd vastgebonden. Om mensen zonder verbeelding een idee van die drastische beperking van bewegingsvrijheid te geven, zei hij: ‘Stel je voor dat je neus begint te jeuken. Of dat je naar de wc moet.’ In dat geval is een beddenpan gerieflijk. We mochten het niet meemaken dat Cathérine Moerkerke, toen ze ‘om te weten hoe het is’ een stief kwartiertje met riemen en gordels vastgebonden lag, zich wegens hoge nood een roestvrijstalen ondersteek moest laten welgevallen. Eigenlijk hoefde ik het ook niet mee te maken dat ze zich in die isoleerkamer liet vastgespen. Dat leek me nogal ongepast, vooral nadat een patiënte had gezegd dat ze, toen ze zichzelf weer eens niet meester was, twintig dagen lang vastgebonden in de isoleerkamer had gelegen. Dat bed zíén zou ook voor een buitenstaander al voldoende moeten zijn.

Door de trailers voor deze aflevering van ‘CATHéRINE’ kon je verwachten dat ‘de gevaarlijkste vrouwen van Vlaanderen’ aan één stuk door bedreigend zouden zijn. Bij haar binnenkomst in de psychiatrische kliniek kreeg Cathérine Moerkerke dan ook een apparaatje waarmee ze alarm kon slaan door aan een touwtje te trekken. In dat noodgeval zouden begeleiders haar in drom te hulp schieten, en de gevaarlijke Vlaamse vrouwen in kwestie met vereende krachten tegen de vlakte werken, het liefst voor de camera. Er klonk in dit programma wel een paar keren een kreet op, gevolgd door een snerpend alarm en gestommel in de belendende gang, maar de camera kon zich niet aan opschudding vergapen.

De patiënten die in dit programma aanspreekbaar waren, hielden hun gemak, ook wel omdat hun medicatie waarneembaar haar werk deed. Ze wisten goed waar ze aan toe waren en ze benoemden wat hen mankeerde: gebrek aan empathie, autisme, borderline. Onbeheersbare agressie kwam sommigen op de zogeheten buikband te staan, die nog het meest een handenbinder was die zelfverminking voorkwam. Sommigen zegden, om zichzelf dieper te verklaren, dat ze van kindsbeen af aan instellingen waren toevertrouwd. Een vrouw, een autistische borderliner, vertelde zo goed en zo kwaad als dat ging dat ze haar kind in een aanval van blinde woede om het leven had gebracht. Slagen en verwondingen met de dood tot gevolg. Ze klonk alsof ze het onderwerp wilde omzeilen, maar toch ook weer niet. Al dertien jaar was ze geïnterneerd, en de laatste vijf maanden had ze kamerarrest wegens agressie en automutilatie: een vrijheidsbeperking in een vrijheidsbeperking. Er stak een geweldig mededogen in me op dat doodliep in mismoedigheid en vervolgens omsloeg in het existentiële onbehagen van alle-dag, een vertrouwd levensgevoel dat me dit keer, als niemand me kon horen, de dooddoener ‘C’est la vie’ deed stamelen. Met een brok in de keel. Een andere vrouw zei dat ze intens naar een ‘normaal’ leven verlangde – een baan en een gezin – waarna ze, nu ze toch op de televisie verscheen, haar excuses aanbood aan al wie ze ‘vooral verbaal’ pijn had gedaan. Ineens vond ik een ‘normaal leven’ luxueuzer dan gewoonlijk.

Tijdens de therapie, zo te zien een breikransje waarin de patiënten elkaar met breipennen moesten verdragen, neuzelde een ietwat oudere vrouw, met de blik op een denkbeeldige verte, een gouwe ouwe voor zich uit: ‘Ik ben Lola, Zwarte Lola, Zwarte Lola uit de stripteasebar.’ ‘Zwarte Lola’: een voortbrengsel van Johnny Hoes, waarmee Annie Heuts, overigens een fatsoenlijke huisvrouw, in 1967 een hit had in de Lage Landen. In de High Risk Unit vertelde iemand buiten beeld een inside joke: ‘Wat is het verschil tussen medicatie en de begeleiders? Medicatie werkt.’ Tot zover de humor als de medicatie werkt.

undefined

null Beeld


Gek en geniaal

Canvas – 29 november – 99.081 kijkers

Ik weet niet precies waarom de rekkelijke begrippen ‘gek’ en ‘geniaal’ samengaan, maar menigeen gaat ervan uit dat die twee termen net als bont en blauw, mitsen en maren en nacht en ontij een vanzelfsprekend stelletje vormen. Heden is het duo de titel van een tv-programma waarin een keur van kunstenaars en podiumartiesten een artistieke en misschien ook wel vriendschappelijke relatie aangaat met mensen die een psychose hebben verduurd, wanen die hen zo godsgruwelijk echt toeschenen dat ze die onvoorziene kijk op de wereld niet licht zullen vergeten. Zij blijken een zekere hang naar kunst te vertonen, en in ‘Gek en geniaal’ is het de bedoeling dat ze daar onder aanmoediging van een kunstenaar of podiumartiest werk van maken. Onderhand geven ze ons misschien ook een idee van wat er zoal in hun binnenwereld van kleur verschiet.

Rick de Leeuw voegde zich bij Gary. Toen diens brein zich opeens tegen hem keerde, dreven gierende angsten hem weldra in de hoek. Een andere keer was hij ervan overtuigd dat hij de zon deed draaien. Ten overstaan van Rick de Leeuw was hij, een handje geholpen door medicatie, een aardige, vieve, welhaast vrolijke man die de kunst van het relativeren verstond. Hij maakte abstracte houtskooltekeningen waar hij niet dik over deed, en de benaming ‘kunstenaar’ kon hem al bij al gestolen worden. Gary bekreunde zich meer om het lot van de ondermaanse scharrelaars: ‘Ik vind het jammer dat sommige mensen er niet door raken in het leven. Wat ze ook proberen, niets lukt.’ Ik twijfelde niet aan de oprechtheid van zijn bekommernis.

Lieve Blancquaert, een fotografe, spiegelde zich wellicht aan de gemiddelde therapeut toen ze tegenover Bert had plaatsgenomen: ‘Schrijf het woord op waar je nu aan denkt,’ sprak ze. Dat bleek ‘zever’ te zijn. Onnodig te zeggen dat Bert meteen een potje bij mij kon breken. Hij was uit zijn psychose als man van weinig woorden tevoorschijn gekomen. Hij gaf er zelfs de voorkeur aan afgrondelijk te zwijgen, ook als hij één keer per week ging biljarten met z’n vader. Onder het biljarten schoot die vader vol bij de aanblik van zijn verstilde, diep in zichzelf afgedaalde zoon. De ontroering van dat moment hoefde voor mijn part niet aangedikt te worden door ‘Summer 2’, een wel erg violige compositie van Max Richter naar Vivaldi. Soms is muziek nergens voor nodig, en veeleer hinderlijk.

Ik weet niet wat er in Bert omging, en ik zal wel niet de enige zijn, maar hij maakte aldoor een verdrietige indruk. Aan Lieve Blancquaert gaf hij mondjesmaat te kennen dat hij in een bos het liefst kluwens van bovengrondse boomwortels zou fotograferen, waaronder hij zich graag zou verstoppen. Toen hij zich in een bos van de professionele camera van de fotografe mocht bedienen, meende ik hem te zien opklaren, maar misschien was dat een speling van het licht.

Tijdens zijn rechtenstudie was Frank er ineens van overtuigd dat hij keizer van het Heilige Antwerpse Rijk was. Daar moet je om te beginnen vast al een Antwerpenaar voor zijn. Zijn troon stond in een paleis dat intussen weer gewoon het Hilton Hotel op de Groenplaats is. Frank wist het nog goed: het keizerlijke paleis was door middel van een ingenieus stelsel van gangen en bruggen verbonden met de Boerentoren, waar ’s keizers administratie was gevestigd. Dat waren tijden. Na de val van het Heilige Antwerpse Rijk bekleedde Frank niet langer de keizerlijke waardigheid, en in z’n gewone kloffie diende hij zich in het atelier van de schilder Luc Tuymans aan. Tuymans is, zoals hij zich in dit programma voordeed, een barse, wellicht ook korzelige figuur die geen aanleg heeft voor vriendelijkheid en daar, in het licht van zijn kunsthistorische betekenis, mogelijk ook prat op gaat. ‘Dat zie je toch,’ klonk het geërgerd nadat Frank hem had gevraagd waar de vermaarde schilder vandaag zoal mee bezig was. Frank wilde ook weten waarom Tuymans beeldend kunstenaar was geworden: ‘Ik was quasi-autistisch tot m’n 15de,’ bitste de vermaarde schilder, ‘ik sprak niet veel, maar tekende.’ Waarna hij in de stugge stomheid van zijn jeugd verviel. De vraag ‘Is ‘quasi’ voldoende om van een autismespectrumstoornis te kunnen gewagen?’ durfde Frank niet te stellen. In die nare sfeer ging hij aan het werk met de resem verftubes die Tuymans voor hem had neergekwakt, waarna de wereldbekende kunstenaar in een loden stilte aan de andere kant van zijn atelier een schilderij ging afwerken. Zo nu en dan zag je hem een blik op de vorderingen van Frank werpen, en aan het eind van die ongemakkelijke sessie drukte hij de voormalige keizer van het Heilige Antwerpse Rijk opeens, zonder inleiding, aan de borst. Het zou kunnen dat hij visie op vorm in het schilderij van Frank had gezien: schildersoog herkent schildersoog. Of dat hij net ietsjes aardiger was dan ik dacht.

Kunstgevoel: ook de kadreringen van Bert gingen het kiekje te boven, en in de reeks van negen bij elkaar horende houtskooltekeningen van Gary zat een grafische spanning die ik niet meteen met huisvlijt uit de bezigheidstherapie associeer. Gary: ‘Je mag erin zien wat je maar wilt.’ Rick de Leeuw: ‘Fijn, maar wat zie jíj erin?’ Gary: ‘Niets.’ Ik geloof dat we hier met een heerlijke man te maken hebben.

Nog twee vraagjes alvorens ik opkras: waarom hebben de gevestigde kunstenaars en podiumartiesten in dit programma een voornaam en een naam, terwijl hun beschermelingen met enkel een voornaam genoegen moeten nemen? Hebben de gevestigde kunstenaars en podiumartiesten nog contact met hun beschermelingen, nu de opnames van ‘Gek en geniaal’ al lang achter de rug zijn?

undefined

null Beeld

undefined

'Kristel Verbeke, een overlevende van K3, zou naar mijn aanvoelen liever volop vals zijn, maar houdt zich in. Jammer'


Steracteur sterartiest

Eén – 30 november – 521.812 kijkers

Ik beroep me in mijn uithoek van de schrijvende pers nooit op objectiviteit, maar ik ben er zeker van dat ‘The Voice van Vlaanderen’, objectief gezien, meer kwaliteit te bieden heeft dan ‘Steracteur sterartiest’. In dat laatste programma bestaat het gros van het deelnemersveld uit acteurs en actrices die me nog het meest aan fotomodellen uit de reclameblaadjes van bijvoorbeeld het warenhuis Makro doen denken. Lui die wezenloos staan te glimlachen met een klopboormachine in hun poten, als ze al niet met een bête glimlach in thermofiel ondergoed te kijk staan, een steraanbieding. Oók vervelend is dat elke deelnemer een goed doel vertegenwoordigt: als zo’n acteur of artiest, of iets onbestemds daartussenin, het concours moet verlaten, krijg je als potentiële goeddoener het sneue gevoel dat je bijvoorbeeld de Cliniclowns schade toebrengt. Hoe leuk is sterven van het lachen?

Ik geloof natuurlijk niet in de smaak van de sms’ende democratie, want die tienermeisjes bonjouren iedere deelnemer die fysiek minder gemiddeld is dan modaal er meteen uit: Nicky Langley was te oud, Koen De Sutter te kaal en Hilde De Baerdemaeker te lang. En Gio, die als acteur vooral bekend is als verloofde van Laura Tesoro, is dan weer te klein. Vandaar dat hij door de sms’ende menigte tot twee keer toe op de zogeheten pijnbank is gelegd in een vagevuur waarin hij op genade moet wachten, ook al is hij volgens de jury de gedoodverfde winnaar van dit zangconcours. Toen hij het vonnis van het publiek vernam, was zijn pissige reactie geloofwaardig: je herkende er op slag de non-acteur aan.

In de jury heeft Ingeborg zitting, een act met kosmische boventonen die ik gaarne mag gadeslaan. Zij is kwistig met het woord ‘respect’ en in vrijwel elke deelnemer ontwaart ze het soort wereldklasse dat, indien aanwezig, zo’n kandidaat er juist van had moeten weerhouden om aan ‘Steracteur sterartiest’ deel te nemen. Jurylid Gers Pardoel bouwt in elk oordeel dat hij uitspreekt een excuus in, en Kristel Verbeke, een overlevende van K3, zou naar mijn aanvoelen liever volop vals zijn, maar houdt zich in. Jammer.

Het door merg en been gaande enthousiasme van spreekstalmeester Peter Van de Veire vereist nader onderzoek – misschien volstaat een kijkoperatie. Het komt me voor dat presentatrice Danira Boukhriss dan weer een beetje baalt als ze zich in het blikveld van de camera’s even onbespied waant. Ik kon het balen niet laten toen kandidate Tinne Oltmans, nadat ze zich ‘My Funny Valentine’ had gepermitteerd, het op een nat grienen zette. Ze had die onsterfelijke song van Rodgers en Hart speciaal voor Hilde De Baerdemaeker gezongen, luidde het: ‘Zo’n lieve vrouw, zo’n warme persoonlijkheid, huhuhu.’ Alsof ze een toespraak in een uitvaartcentrum hield.

Al die gratuite gevoelerigheid die voor hartstocht moet doorgaan, zorgde ervoor dat ik die avond nog naar ‘My Funny Valentine’ heb geluisterd in de weergaloze versie van Chet Baker, en meteen ook naar de rest van ‘Chet sings’. Kwaliteitsbewaking is een vereiste.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234