null Beeld

Dwarskijker over 'Dance Around The World' en 'Boxing Stars'Zuurstoftekort, en wat het doet met onze hersenen

'De ziel' van culturen gewaarworden lijkt mij nogal hooggegrepen voor dansers op doorreis, maar het klinkt wel goed


Dance around the world

Eén – 2 april – 419.138 kijkers

Ish Ait Hamou en Jan Kooijman, dansers, gaan over de hele wereld volksdansen om in het voorbijgaan ‘de ziel’ van verschillende culturen gewaar te worden, met een cameraploeg erbij. Dat van die ‘ziel’ lijkt mij nogal hooggegrepen voor dansers op doorreis, maar het klinkt wel goed. In Peru zouden zij zich in de zogeheten schaardans bekwamen, die naar verluidt respect voor Moeder Aarde tot uiting brengt, en, mits respectvol uitgevoerd, ook een stuk of wat berggoden gunstig kan stemmen. UNESCO heeft deze Danza de las Tijeras tot Immaterieel Cultureel Erfgoed uitgeroepen, las ik.

‘Zijn wij in staat om echte schaardansers te worden?’ vroeg Ish zich voor de vorm af. Onderliggend bijvraagje: ‘Kunnen wij ons permitteren om in dit tv-programma voor paal te staan als schaardanser?’

In een schaardans moet de danser al dansend ook muziek maken met twee nogal grove scharen: de metalige klank van de schaarbeweging geeft min of meer het ritme aan, of legt toch accenten in de begeleidingsmuziek van een Peruviaanse harp, een meubel met snaren, en een viool. De dans zelf is snel voetenwerk, alsof je een vuurtje uittrappelt, en soms danst een schaardanser ook gehurkt, vast uit respect voor het een en ander. Het begrip ‘respect’ was de rigueur in dit programma.

Ish Ait Hamou en Jan Kooijman ontmoetten in Lima Jorge, artiestennaam: Yana Paqcha, een grootheid in het schaardansen, die hun inderhaast de beginselen van de schaardans bijbracht in een stadsparkje. Hij verwees hen naar zijn geboortestreek in de Andes door, waar ene Walter hen wegwijs zou maken in de lokale zeden en gewoontes: onder andere ruilhandel op de markt en een stukje gebraden cavia als warme hap. Walter bleek in Nederland gewoond te hebben, waar hij vooral heimwee had naar zijn honk in de Andes: hij schoot vol toen hij aan die tijd terugdacht, en aan de verbondenheid met zijn dorp. Ish sprak over die keer dat hij voor het eerst met zijn Marokkaanse vader in diens dorp van herkomst kwam: er daalde toen een soort rust over hem neer die hij nog niet eerder had gevoeld. Ish hield om velerlei redenen van België, zei hij, maar Belg-zijn was voor hem een keuze en geen gevoel. Voor een hoop Belgen is Belg-zijn geen keuze, maar is het dan vanzelf een gevoel? In vredestijd, als er geen WK voetbal woedt?

We zagen hoe Jorge, een grootmeester in zijn genre, het tweetal in zijn geboortedorp in het district Adamarca klaarstoomde voor een optreden. Om hen heen strekten zich de ruige, adembenemende Andes uit. Jorge had het ineens over een onderdeel van de dans waarbij er al eens een druppeltje bloed vloeide; de schaardansers moesten onder het dansen op een bepaald moment een cactus op een bovenarm, een wang en hun schedeldak vastprikken: door die rituele zelfpijniging zouden ze zich volgens ingewijden met de berggoden verbinden, waardoor ze dan weer geen angst of pijn meer zouden voelen. Op nagenoeg 4.000 meter hoogte, waar zuurstof schaarser wordt, werd het Ish ineens vreemd te moede: door cactussen geprikt, doorvoer er hem een ontroering waar hij geen blijf mee wist, laat staan dat hij ze in woorden kon vatten. Hij wekte de indruk dat hij even de speelbal van een hogere macht was geweest. Nu ja, zuurstoftekort doet bijzondere dingen met onze hersenen. Raadpleeg hieromtrent types die een wurgspel of wurgseks hebben overleefd, maar laat mij intussen dit stukje tot een aanvaardbaar eind brengen.

In het dorp kondigde de dorpsomroeper door blikkerige luidsprekers aan dat twee Nederlanders – wist hij veel dat Ish voor België had gekozen – zouden schaardansen op het dorpsplein. Ish Ait Hamou en Jan Kooijman verschenen in een uitmonstering die aan het kostuum van de Gilles van Binche herinnerde, een oer-Belgische carnavalsgroep die volgens een 19de eeuws lulverhaal op de Inca’s zou teruggaan. De schaardans van Ish en Jan oogstte bijval bij een kluitje toeschouwers, of anders waren die mensen gewoon vriendelijk en gastvrij. Jorge bedolf de buitenlandse schaardansers onder complimenten, en het tweetal zei aardige dingen terug. Ish zei dat hij het ‘cactusmomentje’ niet licht zou vergeten. ‘Cactusmomentje’: het klonk als iets dat in een wellnesscentrum 100 euro kost. Misschien zelfs nog ietsje meer in de sm-kelder van de betere dominatrix.

Tot slot van ‘Dance Around the World’ vatte Jan Kooijman de waarheid achter deze aflevering goed samen: dat de schaardans zelfs in de streek waar hij was ontstaan, in een dorp waar doorgaans niets te beleven viel, maar anderhalve man en een paardenkop op de been bracht en dus wellicht op z’n retour was.

Eerder die week hoorde ik op de radio dat te onzent de aprilgrap passé is, terwijl zij op 1 april jongstleden toch door UNESCO tot Immaterieel Cultureel Erfgoed was uitgeroepen.

Respect!

undefined

null Beeld

undefined

'Elkaar een pak slaag geven is bij dit soort BV's een vorm van zelfregulering die ik alleen maar kan toejuichen'


Boxing Stars

VTM – 29 maart en 5 april – 429.136 kijkers

Niets diepmenselijks, zeg maar: primitiefs, is mij vreemd. Zie ik ergens in de asfaltjungle twee of meer lieden een robbertje vechten, dan zal ik vanop een veilige afstand, maar liefst toch op de eerste rang, dat handgemeen gadeslaan. Op die lage aandrift speelt ‘Boxing Stars’ in, een programma waarin bekende Vlamingen, die voor elke schnabbel te vinden zijn, elkaar in een boksring te lijf gaan. Elkaar een pak slaag geven is bij dit soort BV’s ook een vorm van zelfregulering, die ik alleen maar kan toejuichen. En vooral: er is een publiek voor.

De praatvaar en veelweter Jan Van den Berghe, die in ‘Boxing Stars’ voor commentator speelt, heeft ‘De artistieke uppercut’ geschreven, een lezenswaardig boek over het esthetische raakvlak van boksen en kunst. Het lijdt geen twijfel dat hij oog heeft voor de gestileerde schoonheid van die aloude vechtsport, zodat zijn inschikkelijke, vaak vergoelijkende commentaar bij de kampen in ‘Boxing Stars’, die er tot nog toe meestal uitzagen als dronken kroeggevechten, mij enigszins verbaasde. Nu ja, hij moet zich, tegen betaling, vast aan de voorschriften van het format houden. Ook voormalig Belgisch bokskampioen Freddy De Kerpel, de co-commentator, is bepaald mild, voor zoverre hij in de gestage woordenstroom van Jan Van den Berghe iets te piepen heeft.

Tussendoor brengt Freddy De Kerpel ons, wie wij ook mogen zijn, de basis van het boksen bij: hij deed een perfecte jab voor, een linkse directe, en een al even gave cross, een rechtse directe. Je kon in één oogopslag zien dat Freddy met stijl bokst, en dat er mogelijk een danser in hem schuilgaat van wie je, op eenvoudig verzoek, een doorslaggevende hengst op je harses kunt krijgen.

Laura Tesoro was tot nog toe de enige deelneemster aan wie je kon merken dat ze één maand lang, onder leiding van een professionele coach, een beetje op amateurniveau had leren boksen. Ze versloeg Bieke Ilegems, die het zangeresje toch maar mooi een bloedneus had geslagen, alvorens roemloos ten onder te gaan. Een dreun op je neus wekt je agressie op, en dat kon je merken bij Laura Tesoro. Ik verwachtte in dit programma aldoor iemand die het BV-cliché ‘’t Is een uitdaging’ eruit zou gooien, maar Bieke Ilegems opteerde liever voor een ander cliché: ‘grenzen verleggen’. Iets met ‘comfortzone’ had ook gekund. Biekes gemaal Erik Goossens betrad om z’n grenzen te verleggen ook de ring, met een loopje dat hij destijds in de kleinkunstafdeling van Studio Herman Teirlinck had geleerd. Waarna een ontketende Kamal Kharmach, die blijkens dit programma handel dreef in donuts, hem flink op zijn lazer gaf. De bokstechniek van Kharmach, of het gebrek eraan, was geïnspireerd op een overvoerde en ook nog eens woedende kalkoense haan met een zevenklapper in zijn kont. Ik hoop dat de stadsmens, die hooguit kalkoenrollade kent, zich hier iets bij kan voorstellen.

Natalia, ‘de Vulkaan van Oevel’, verloor van Marie Verhulst in – een catfight klinkt te elegant – een soort boerinnengevecht op het bleekveld, en de gymnastiekleraar en semi-acteur Siegfried De Doncker, die ook al semi-zanger was in ‘Steracteur, sterartiest’, had zodanig veel last van ijdelheid dat ik hoopte dat zijn tegenstander Faroek Özgünes, 10 cm kleiner, hem binnen de kortste keren tegen de vlakte zou rammen. Hopen haalt in mijn geval zelden iets uit.

Tussen de kampen door mochten kennissen, familieleden en collega’s van de gelegenheidsboksers zeggen dat ze het spektakel ‘heftig’ vonden, terwijl ze bekken trokken waaruit plaatsvervangende pijn moest blijken. ’t Zou fijn zijn mochten die sympathieke mensen er bijtijds achter komen dat de infinitief ‘slagen’ in het Nederlands iets anders betekent dan ‘slaan’.

De waarachtigste figuur in ‘Boxing Stars’ is ongetwijfeld de adequaat bulderende ringspeaker: de merkwaardige Quisquater, over wie het gerucht gaat dat hij zich de laatste jaren doorgaans afwendt van het wereldse leven en zich in een klooster aan de vrome overdenking van het mystieke oeuvre van Jan van Ruusbroec (1293–1381) wijdt. Met geruchten moet je natuurlijk oppassen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234