Dwarskijker over 'De club' en 'De sollicitatie': Een toefje slechte smaak

Neem ik dan helemaal niets au sérieux? De tijd zal het uitwijzen.


De club

Eén – 29 mei – 577.632 kijkers

Jezusmina, het zomert reeds op ’t Oude Medium! Vandaar: ‘De club’, een dagelijkse quizette met olijk kwekkende bekendheden die ook tijdens de werkuren in vakantiestemming zijn. Mogelijk gaat het basisidee van ‘De club’ terug op het kinderlijke verlangen om een clubje te stichten en op het diepmenselijke plezier om zo nu en dan een lid van dat clubje te royeren. Aangezien ik bij het televisiekijken allerminst de objectiviteit betracht en de ene tv-persoonlijkheid nog hoger heb zitten dan de andere, durf ik onomwonden te stellen dat ik Siska Schoeters gaarne mag lijden: voor de televisiecamera’s houdt ze feilloos de schijn van naturel op; ze is niet afkerig van een geintje en als de gelegenheid zich voordoet, kan ze vermakelijk snibben.

In de eerste aflevering van ‘De club’ mocht ze de baas spelen over de clubleden Frances Lefebure, Dina Tersago en Ihsane Chioua Lekhli, die het op een zitbank reuzegezellig maakten, alsof ze hun vrijgezellenavond nog eens overdeden. Hun clubverband moest blijken uit een sportjack van Amerikaanse snit dat ik niet onvoorwaardelijk zou aanschieten, al was het maar omdat het me aan de vrijetijdskleding van malle Trump in Mar-a-Lago doet denken. Maar wat dan nog? Een toefje slechte smaak is van oudsher een bindend element en derhalve hoogst bevorderlijk voor de kijkcijfers.

In elke aflevering dient zich een Bekende Vlaming aan die, zoals afgesproken met de programmamakers, het lidmaatschap van de club van Siska erg begeert. De allereerste gegadigde was Pascal Braeckman, een joviale klankman die vaker in beeld is dan regisseurs en cameralieden gewoonlijk kunnen verdragen. Hij staat ook bekend als het dichtstbijzijnde mikpunt van Tom Waes, een hoedanigheid die intussen zowat neerkomt op een solocarrière los van de microfoonhengel. Hij vertoonde zich in ‘De club’ in het tenue waarin hij in loeiwarme en ongure landen voor de dag treedt: in shorts dus. Hij zal wel niet bekend zijn met de universele aanbeveling: ‘Laat nooit een volwassen manspersoon in shorts tot je club toe.’ ‘Ik had een lange broek bij me,’ zei hij schertsend, ‘maar die mocht ik niet aantrekken van de styliste.’ Ik twijfelde er geen seconde aan dat hij de waarheid sprak.

Een aspirant-clublid, de uitdager, moet de officiële clubleden door middel van juiste antwoorden op quizvragen pins afhandig zien te maken, en pins is gewoon Engels voor het compleet onverstaanbare Nederlandse woord speldjes. Voor het overige bevangt grote tegenzin me als ik spelregels moet uitleggen bij 30° Celsius.

De setting van ‘De club’ is draaglijk, omdat hij veeleer gewoon is, welhaast ter plekke geïmproviseerd rond een bankstel. Onbevoegden van mijn slag krijgen tussen de bedrijven door een inkijkje in de schminkkamer, een ruimte waarin Dina Tersago deze keer onthulde dat ze desgevraagd de voornamen van alle kinderen van Brad Pitt en Angelina Jolie kan opnoemen, in rap tempo. ‘En wat kan ík eigenlijk?’ hoorde ik mezelf prevelen. Er zaten ook enkele vragen in dit programma die tot mijn verbeelding spraken, bijvoorbeeld in de spelronde ‘Schatten’, waarin uitdager en clubleden een gooi moeten doen naar een getal. ‘Hoeveel postbodes zijn er elk jaar werkonbekwaam door hondenbeten?’ vroeg Siska. Antwoord: gemiddeld 28. Spontaan stelde ik me daar een zelfhulpgroep in dienstkleding van de posterijen bij voor – de broekspijpen waren spectaculair aan flarden gehapt. Neem ik dan helemaal niets au sérieux? De tijd zal het uitwijzen.

IJlings naar een slotzin: ‘De club’ is het soort televisieamusement waar ik zo nu en dan een blik op werp terwijl ik me afvraag of ik niet eens iets anders zou doen dan hangerig tv-kijken, nu de zomer is ingezet en het herfst is in mijn leven. De adembenemende luchtshow van zwaluwen op warme zomeravonden is omstreeks halftien natuurlijk moordende concurrentie voor dit programma.

'Ontregeling was in mijn kringen erg in zwang aan het eind van de jaren 70: no future, maar wel lachen, desnoods bitter'


De sollicitatie

VIER - 30 mei - 253.698 kijkers

Ik heb tot nog toe één keer gesolliciteerd. Ik weet nog dat ik me tijdens dat gesprek afvroeg wat er zoal zou gebeuren mocht ik de tweekoppige sollicitatiecommissie plotseling als volgt aanspreken: ‘Mijne heren, we zijn tien minuten aan het praten en het is nu al zonneklaar dat ik helaas niet van uw diensten kan gebruikmaken, maar dat belet me niet om u nog veel succes toe te wensen. En de groeten thuis.’ Even de rollen omkeren. Ontregeling was in mijn kringen erg in zwang aan het eind van de jaren 70: no future, maar wel lachen, desnoods bitter. Veel van mijn tijdgenoten solliciteerden in die dagen aan één stuk door, zodat ze in de waan verkeerden dat ze eindelijk een voltijdse betrekking hadden.

Maar waar ik heen wilde: ik kijk met een zekere belangstelling naar ‘De sollicitatie’, een programma waar een beginnende sollicitant ongetwijfeld lering uit kan trekken, kortom: instructieve televisie. ‘De sollicitatie’ speelt zich af in een omgeving die me niet vreemd is: het gebouw in het idyllische Vilvoorde waar SBS en Woestijnvis thuis zijn, en waar de redactie van het prachtblad Humo enkele jaren lang in het duister heeft getast – ik spreek uiteraard geheel namens mezelf. Het is een bezienswaardig wit gebouw dat me bij druilerig weer weleens aan een krankzinnigengesticht in één of andere Baltische staat deed denken. Waar zo’n gedachte vandaan komt, is zelfs mij een raadsel.

In ‘De sollicitatie’ wachten de sollicitanten hun beurt af in het gezelschap van twee communicatieve receptionistes, die buitenmatig geïnteresseerd zijn in andermans stress. Die kittige mevrouwen, die nooit om een praatje verlegen zitten, kunnen zich ook theatraal opwinden als een sollicitant niet komt opdagen. Televisiecamera’s stimuleren vooral het expressievermogen van non-acteurs, wat altijd een beetje link is. Zie ook: ‘De buurtpolitie’.

In deze aflevering zocht een woon-zorgcentrum een zogeheten zorgkundige, die ik in de wandeling nog het liefst een bejaardenhulp noem. Het woon-zorgcentrum was erg bijdetijds en hoogtechnologisch, want het kon prat gaan op een zorgrobot. We zagen hoe die Japanoïde malloot ter vermaak van een broos oud vrouwtje ‘Gangnam Style’ inzette. Het perkamenten besje bracht er een weifelend en breekbaar glimlachje bij voort, alsof ze toch het vermoeden had dat ze aan de heidenen was overgeleverd. Dit tafereeltje deed me de ouderdom en alle afhankelijkheid van dien nog meer duchten dan gewoonlijk.

Eén van de sollicitantes onderscheidde zich van de rest doordat ze 52 was. Ze werkte als schoonmaakster voor het OCMW en liep tussendoor ook nog school: weldra zou ze als zorgkundige afstuderen. Ze had in de loop der jaren ook nog eens dertien kinderen ter wereld gebracht, in nauwe samenwerking met één en dezelfde man. Dat je al dat baren te boven komt en bovendien nog zin hebt om in dienst van het OCMW huizen schoon te maken en tussendoor ook bejaarden leert verzorgen, mag een wonder heten. Haar wellicht iets te gulle bijdrage aan de wereldbevolking stiet zo te zien op de sympathie van de twee heren die met de leiding van het woon-zorgcentrum waren belast. De moeder van dertien bleek ook nog eens een voortreffelijke kandidate te zijn. In een rollenspel moest zij ene Jeanke, op eigen risico vertolkt door een directeur van het woon-zorgcentrum, van repliek dienen. Dat Jeanke was 90 en dement, en moest nodig gewassen worden. Hij zei dat daar niets van in huis kwam en dat hij eerst naar zijn moeder moest. De moeder van dertien reageerde gepast, en zei dus niet: ‘Naar je moeder? Wat zullen we nu krijgen? Die is allang dood, Jeanke.’ Wat zou zo’n zorgrobot al niet tegen Jeanke bliepen in gangnam style? Ik mag er niet aan denken. We kregen het blijde moment te zien waarop de moeder van dertien, omstuwd door haar juichende kinderen, telefonisch te horen kreeg dat het woon-zorgcentrum haar in dienst nam. Haar man bleef ook nu buiten beeld. Het viel me mee dat de leeftijd van deze vrouw niet meespeelde, al maak ik me sterk dat elk sollicitatiecomité zich van zijn beste kant wilde laten zien in dit programma. Het oog van de televisiecamera dwingt. Nu ja, best mogelijk dat directeuren van een zorginstelling toch anders zijn dan het gemiddelde managerstype in het bedrijfsleven.

Twee exemplaren van die soort gingen in deze aflevering op last van de warenhuisketen Delhaize op zoek naar een team leader, die ik in de wandeling nog het liefst een afdelingschef noem. We zagen dat je maar beter geen voorgeschiedenis bij de concurrentie kon hebben. De recruiter, die ik in de wandeling een personeelswerver noem, zei dat ze voormalige medewerkers van Carrefour die hun heil bij Delhaize zoeken extra op de rooster legt, en dat kregen we in dit programma ook te zien. Eén van de sollicitantes sprong er meteen uit, zij het wegens eigengereidheid: ze was even in de 40 en na een omzwerving langs vele banen was ze nu werkloos. Dat kwam volgens haar neer op: geen auto, geen internet en aldoor zuinig boodschappen doen. Of ze daaronder leed, kon ik niet opmaken. Ze was van nature rechtdoorzee: vervelende klanten zou ze als afdelingschef meteen op hun nummer zetten. Je kon haar ook beter niet treffen als je bij Delhaize kwam klagen over zes aangebroken flessen wijn die naar de kurk smaakt. Het sollicitatiecomité van Delhaize haastte zich om voor de televisiecamera’s de fundamentele klantvriendelijkheid van hun warenhuisketen te onderstrepen: zes aangebroken flessen wijn die naar de kurk smaakte, werden vanzelfsprekend in een wolk van excuses gerembourseerd, terwijl de team leader in tranen om vergiffenis smeekte. Enfin, de eigengereide sollicitante die wel raad wist met lastige klanten, greep naast de baan en sprak: ‘Dat is een teken dat me een betere kans te wachten staat.’ Wauw. De beste sollicitante zou ook geen team leader worden, maar meteen adjunct-directrice van een warenhuis.

Merkwaardig dat alle sollicitanten die buiten de boot vielen, goed tegen afwijzing bestand waren. Merkwaardig ook dat er onder de sollicitanten geen mensen met een migratieachtergrond te bekennen waren, en ook geen mannen. Ach, het is maar televisie.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234