Dwarskijker over de finale van 'The Voice van Vlaanderen'

De lijnen stonden open. Ze stonden open dat het een aard had. ‘U thuis kiest de winnaar!’ riep iemand op jubeltoon. Het klonk in ieder geval alsof we daar thuis blij om moesten zijn, maar in mijn hoedanigheid van tegenligger zie ik geen heil in televoting, al was het maar omdat democratie me niet bepaald een maatstaf lijkt bij de beoordeling van kunstzinnig werk.

‘Kunst is niet van televotende meerderheden gediend,’ zou ik uitroepen, mocht ik ten plattelande lezingen met lichtbeelden geven in zeer plaatselijke culturele kringen, die in stilte ook wel kaartclubs worden genoemd. Maar genoeg over het lamentabele schnabbelcircuit waartoe ik veroordeeld ben. An Lemmens, vermomd als een prom queen uit Poughkeepsie, gaf halverwege de finale van ‘The Voice van Vlaanderen’ (VTM, 23/5) een tussenstand prijs, die in ’t Kuipke in Gent het oorverdovende geluid van een spreeuwenplaag teweegbracht: het popzangeresje Laura, tevens occasionele actrette in ‘Familie’, stond voorlopig op één. Tienermeisjes die haar genegen waren, zich in drom verplaatsende hormonenstormen, krijsten het uit van vreugde.

'Zou een artiest er niet beter aan zou doen z’n eigenaardigheden en particuliere storinkjes te koesteren in plaats van ze in een zangconcours te laten wegpoetsen door lui die zich daartoe bevoegd en geroepen achten?'

‘Zal ik dit maar voor bekeken houden?’ vroeg ik me af, want ik vreesde dat de laureate al bekend was. Maar om één of andere reden bleef ik zitten waar ik zat. En onderging het volgende: ‘Die blaasdeecht iedereen weg,’ zei coach Regi Penxten over zijn beschermelinge Dunja. Er zijn vast wel mensen te vinden die hem niet alleen om zijn muziek en zijn blije eikelschap prijzen, maar ook om zijn eigenzinnige taalbehandeling. Dunja kweet zich al zingend van ‘Proud Mary’, dat volgens de prom queen een nummer van Ike & Tina Turner was.

Laat ik me bij hoge uitzondering eens tot de feiten beperken: ‘Proud Mary’ is een song die John Fogerty geschreven heeft voor zijn band Creedence Clearwater Revival. CCR had er een hit mee in 1969, toen ik een opkomende hormonenstorm was. Die song stond op ‘Bayou Country’, een elpee waarvan ik me scherp de wazige hoesfoto herinner. Als je ernaar keek dacht je dat je stoned was, of anders dat je dringend een bril behoefde, of dat je een bril nodig had om met je eigen ogen te zien hoe stoned je wel was. Enfin, je dacht er in ieder geval íéts bij. Het was in die dagen dat platenhoezen an sich al een genoegen waren, en men zich doorgaans niet schaamde voor dikdoenerig Duits als ‘an sich’. Twee jaar later coverden Ike & Tina Turner ‘Proud Mary’, en ook zij hadden een hit met dat prachtnummer.

Terwijl ik dat alles zat te overdenken, wervelde ‘The Voice’ voort: een jakkerend klank- en lichtspel dat mijn schoonheidsbegrip ruimschoots te boven ging. Over smaken en kleuren valt niet te redetwisten, behalve als we ons het logo van dit programma voor de geest halen: die verchroomde hand, die het V-teken maakt en tegelijk een microfoon omknelt, is een onding uit een zogeheten cadeauwinkel, en zogeheten cadeauwinkels zijn de vreselijkste aller neringen. Dat moest me even van het hart. Onder ons gezegd en gezwegen: dat V-teken hoeft voor mij ook niet meer.

Ik sta inderhaast ook even stil bij presentator Sean Dhondt, een wel erg joviale jongen, die ons er meer dan eens op wees dat hij zich in de smartroombevond, het digitale zenuwcentrum van het universum, waar hij draadloos naar de gemoedstoestand van de finalisten en hun fans en familieleden peilde. Het benieuwde hem vooral of die mensen zenuwachtig waren dan wel nerveus, of eventueel geagiteerd, misschien zelfs zo goed als overspannen. Dat leverde meer overbodige informatie op dan ik die bewuste vrijdagavond de baas kon.

Ach, waarom altijd zo negatief? Mind you, voor goed nieuws deins ik allerminst terug: Tom, een leraar uit Aalst die voluit Tom De Man heet, won dit jaar ‘The Voice van Vlaanderen’. Hij was merkwaardig genoeg met voorsprong de beste zanger, en bovendien stond zijn repertoirekeus hem beeldig: ‘Out of the Game’ van Rufus Wainwright en ‘Karma Police’ van Radiohead. Voor één keer legde ik me een poosje neer bij het televotend volksdeel. Zoals bekend zijn poosjes van korte duur.

Toen Tom aan dit concours begon, kwam het me voor dat hij op het podium tegen een demon op moest boksen - hij zong van meet af aan mooi, en zelfs virtuoos, maar ’t was alsof hij tegelijkertijd weerzin moest overwinnen, of verregaande schroom. Met wegdraaiende of gesloten ogen probeerde hij aan het publiek te ontkomen. Zijn coach Bent Van Looy noemde hem ter illustratie ‘een verwrongen knotwilg’.

Nu ja, de spanning van Toms aangeboren act vond ik anders wel valabel en in theatraal opzicht interessant. Zijn torsie van weleer leek in ieder geval de gevoelslading van ‘Karma Police’ kracht bij te zetten. Tom wekte in de finale de indruk dat hij zijn oude zelf nagenoeg helemaal had afgeschud, en daar was hij ‘The Voice van Vlaanderen’ tot bezwijmens toe dankbaar voor. Misschien is hij ondertussen wel helemaal gladgestreken, en klaargestoomd voor de lokale showbizz, en dus gereed voor consumptie. Ik vroeg me af of een artiest er niet beter aan zou doen z’n eigenaardigheden en particuliere storinkjes te koesteren en te stileren in plaats van ze in een zangconcours op de televisie te laten wegpoetsen door lui die zich daartoe bevoegd en geroepen achten. In vele gevallen vind ik niet deelnemen dan ook belangrijker dan winnen.

Inwisselbare ééndagsvliegen zat op braderijen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234