null Beeld

Dwarskijker over 'De lekkerste straat'

Rudy Vandendaele

Louise is in haar eentje zowel foodstylist als receptontwikkelaar. Waarom heb ik nooit een eerlijk vak geleerd?


De lekkerste straat

VIER – 19 augustus

Tegen zessen op vrijdagavond ben ik tijdelijk niet meer te onderscheiden van de modale salaristrekker. Ik zet namelijk een punt achter de werkweek, waarna ik me instel op iets wat ik zo mogelijk nog prettiger vind dan mijn dagelijkse kostwinning. Me terugtrekken in het verzameld werk van J.C. Bloem (1887-1966), bijvoorbeeld, of eerst een tijdlang in mijn stadstuintje zitten koekeloeren met Bloem binnen handbereik. Daar stel ik dan vast dat er al een schijntje koperkleur in het licht van de vooravond is geslopen: het aarzelende begin van het zoveelste einde van een zomer. Onder de blauweregen speel ik vervolgens even met een onbestemde gedachte als: ‘De dichter J.C. Bloem blies zijn laatste adem uit in het jaar dat The Beatles de elpee ‘Revolver’ aan het werelderfgoed toevoegden.’ Als ik op dreef ben, verzin ik voor de sport ook nog een verband tussen die twee gebeurtenissen. Alles goed en wel, maar die vrijdagavond was ik, vóór ik in de verzamelde Bloem kon verdwijnen, blijven haken aan een even intrigerend als huiveringwekkend woord: publirealityreeks. Ik had het aangetroffen in het voortreffelijke tv-katern van het vaak geïmiteerde, maar nooit geëvenaarde weekblad Humo, waarin u as we speak – alsof de duivel ermee gemoeid is – zit te lezen. Publireality leidde me naar ‘De lekkerste straat’ op VIER, waar ik me ineens in de Koggestraat in de wijk Muide bevond, die volgens Wikipedia een arbeidersbuurt is in het havengebied in het noorden van Gent. Op kosten van de Nederlandse grootgrutter Albert Heijn, die thuis wil zijn in Vlaanderen, zouden enkele bewoners van de Koggestraat ter bevordering van de onderlinge samenhang een eetfeest voor de hele straat aanrichten, of toch voor zestig gegadigden. Reality is al een bewerking, en meestal zelfs een geheel herziene versie van de werkelijkheid. Roer dáár dan reclame doorheen en je hebt publireality. Ik kan me voorstellen dat iemand tijdens een brainstorming geroepen zal hebben: ‘Ik heb het! Publireality!’ Waarna deze persoon iets te veel bijval zal hebben geoogst.

Ik verplaatste Bloem naar een later tijdstip en maakte ter hoogte van de Koggestraat kennis met de zogenoemde feestcoach, een man van wie plaatselijke kenners zegden dat hij een grote mond had alsmede een klein hartje. Laten we er maar van uitgaan dat hij een toffe peer was, die zo te zien moeiteloos enkele andere toffe peren warm kon maken voor de grootscheepse bereiding van zalm, mosselen en tomaat-garnaal. Teneinde zichzelf te kenschetsen, zei één van die toffe peren: ‘Mijn moeder zei altijd dat ik een volksmens was.’ Zijn moeder kon het vast weten.

Er trad spoedig een machinerie in werking: buurtbewoners werden ten dis genodigd – aangezien de buurt multicultureel is, verscheen er een oudere moslima met hoofddoek in een deuropening. Zij aanvaardde de uitnodiging in dank, ook al keek ze er merkwaardig zorgelijk bij, alsof ze als Turkse in deze tijd wel iets anders aan haar hoofd had. Er moesten ook boodschappen worden gedaan, uiteraard bij Albert Heijn, waar een van de koks aan een warenhuisbediende vroeg of er citroengras voorhanden was. Je verwacht een antwoord als: ‘Citroengras? Heeft een rund als jij dan niet genoeg aan gewoon gras?’ Maar bij Albert Heijn wijst het winkelpersoneel je beleefd de weg naar het citroengras, dat altijd, al-tijd in voorraad is.

Alles liep op wieltjes, al rees er in de bedrijvigheid wel eens een culinaire vraag: moet je tomaten die voor tomaat-garnaal zijn bestemd nu pellen of niet? Een vrouw schoot nader. Met een stemverheffing die zowel op ervaringsdeskundigheid als op zinloze woede kon wijzen, stelde ze dat ze, met het oog op tomate-crevettes, nog nooit, nóóit een tomaat had gepeld, van haar leven niet! Dat hoefde zij geen twee keer te zeggen.

De halve wereld mag dan wel in brand staan, na verloop van tijd had de oppervlakkige waarnemer er een eed op durven te doen dat de Koggestraat, met haar voorbeeldige sociale cohesie, zowat de beste plek ter wereld was. Voeg daar dan nog een makkelijk bereikbare Albert Heijn aan toe. Buren haalden er tuinschuttingen neer opdat ze samen één grote tuin zouden kunnen delen, waar ze ’s zomers spontaan op elkaars walmende barbecuestellen afkwamen.

Het eetfeest aan de lange tafel was vast een telegeniek gezicht voor de mensen die aanzaten. Een Iraans meisje droeg bij verrassing, en zo spontaan als publireality het toelaat, een typisch Iraanse bereiding van zalm aan, maar de bekommerd ogende Turkse vrouw kon ik maar niet bespeuren. Nu ja, op den duur valt de multiculturele samenleving niet meer op. Aangezien ‘De lekkerste straat’ ook een wedstrijd is, kwamen er twee juryleden mee-eten, Louise en Michiel, die welhaast te mild waren om buiten de publireality waar te zijn. Zij vonden alles prima, alleen zonde van die ongepelde tomaten. Behalve een foodie is Michiel, zo las ik op de site van dit programma, ‘een pure-bread (sic) Antwerpenaar en design director bij het digital user experience-agentschap Monkeyshot’. En Louise is in haar eentje zowel foodstylist als receptontwikkelaar. Waarom heb ik nooit een eerlijk vak geleerd? En waarom schrijf ik niet meteen dat er in deze augustusdagen, behalve de Olympische Spelen, niets noemenswaardigs op de inheemse televisie te zien is? ‘De lekkere straat’ is daar een mooi voorbeeld van, stel ik na 150 regels vast.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234