Dwarskijker over 'De Rechtbank' en 'Bake Off Vlaanderen': Een rakker van middelbare leeftijd

Aangezien geen menselijke zwakheid mij vreemd is, blijf ik toch lekker kijken naar medemensen die in de nesten zitten


De Rechtbank

VIER – 27 augustus – 597.307 kijkers

Als je eertijds in het dorp, waar alles en niets begon, een spraakzaam kind was, dan was er altijd wel iemand die onder het langsfietsen zei: ‘Jij zal later vast advocaat worden.’ Volksmensen – het barstte ervan in mijn naaste omgeving – schreven advocaten nogal snel markante spreekvaardigheid toe in die dagen. Vandaag de dag, een eeuwigheid later, merk ik in ‘De rechtbank’ weinig van de gave van het woord. Gebefte lieden bezigen weleens een taaltje dat ze mogelijkerwijs aan gedrochtelijke wetteksten hebben overgehouden, of anders aan de academische krompraters bij wie ze college hebben gelopen. Enkele vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, die zich in dit programma van hun beste kant laten zien, zouden hun ambt zo te horen nog het liefst voluit in het dialect vervullen, mogelijk om de kloof tussen hen en de gedaagden en beklaagden minder diep te laten lijken dan ze is. Ieder zijn kunstgreep.

Bij het zien van ‘De rechtbank’ voel ik me nog steeds een pottenkijker, iemand die op uitnodiging van de televisie neust in iets dat hem niet aangaat en daarbij aldoor buiten schot blijft. Dat zadelt mij met een zeker onbehagen op, maar aangezien geen menselijke zwakheid mij vreemd is, blijf ik toch lekker kijken naar medemensen die in de nesten zitten, en straks misschien in een penitentiaire inrichting.

Ik bekijk de rechterlijke macht met argwaan want ik wantrouw alle macht, maar dat betekent nu ook weer niet dat ik van de weeromstuit sympathiseer met de beklaagden en gedaagden. Dit keer zag ik onder anderen een alternatief kruideniertje dat in cannabis deed en dat niet wilde weten. Hoewel hij geen poot had om op te staan, sputterde hij zowel in het ijle als in het Engels tegen. De idiomatische uitdrukking ‘What the fuck!’ lag hem in de mond bestorven, omdat zijn West-Vlaams schromelijk tekortschoot bij het jokken. Een enkele keer beperkte hij zich tot ‘Fuck!’, een krachtterm waarin hij zo te horen een bewijs van zijn onschuld vermoedde. ‘Legalize it,’ dacht ik op mijn beurt in het Engels.

In de vorige aflevering van ‘De rechtbank’ zag ik nog een andere alternatieve kruidenier, een type dat zich van meet af aan boetvaardig opstelde. Zijn advocaat zei dat hij de familie van de beklaagde kende en dat hij de rechter kon verzekeren dat het dealertje van goeden huize was: ‘geen criminogeen milieu’. Ik wist niet dat afkomst een argument in het voordeel van een beklaagde was.

Een vent wiens gezicht ter wille van zijn privacy een pratende vetvlek was, stond terecht wegens opzettelijke slagen en verwondingen in huiselijke kring. Zijn stem was vervormd, maar naar zijn tongval te oordelen was hij een mens met een migratieachtergrond. Hij voerde aan dat hij zijn vrouw louter uit zelfverdediging beurs had geslagen. Dat haar hals ook sporen van zijn wurggreep vertoonde, was, edelachtbare, alweer puur aan zelfverdediging te wijten. Het slachtoffer bleek doofstom te zijn, wat vermoedelijk geen pluspunt is als je om hulp wil roepen. De man zei dat hij automonteur van opleiding was, maar in de tien jaar dat hij als Nieuwe Belg door het leven ging, had hij nog geen tijd kunnen maken voor werk, omdat hij vooral voor vrouw en kindje wilde zorgen. Een intense goeierd, dat spreekt vanzelf.

Een andere vent met een vetvlek voor zijn kop had iemand blijvend letsel toegebracht met een boksbeugel: ‘complexe fractuur van het aangezichtsbot, ingewikkelde neusbeenbreuk, een oog dat uit de oogkas puilde’. Over hoe dat in zijn werk was gegaan, loog hij met een stalen gezicht een drabbig verhaal bijeen. Onaangedaan zei hij dat het in een zucht was gebeurd: een meningsverschilletje. ‘En báf! Báf! Báf! En báf! Báfbáfbáf!’ dacht ik erachteraan. Hoezo verboden wapenbezit? Die boksbeugel had hij, alsof de duvel ermee gemoeid was, gewoon op straat gevonden. Voor de rest was hij naar eigen zeggen voor 66 procent invalide, zodat werken niet meteen tot de mogelijkheden behoorde. Saillant detail: hij had al twee jaar gezeten. Heimwee naar tralies misschien? Daar bestaat vast een Latijns woord voor.

De voorgeschiedenis van zulke geweldplegers zal in veel gevallen wel tragisch en onverkwikkelijk zijn – een lange keten van vaders en moeders die van ellende niet deugden. Dat verleden zou mogelijk tot een soortement begrip kunnen leiden, maar je komt er niets over te weten in ‘De rechtbank’. Wat ik in dit programma te zien krijg, houdt mijn misantropie op peil, al zag ik dit keer ook iets dat mij ietwat gunstiger stemde: een vrederechter op jaren, die er ook vredig uitzag, stelde het Speciaal Interventie Eskadron aansprakelijk voor de schade die ze aan een appartement hadden aangericht toen ze op zoek naar een verdachte, die niet thuis was, overijverig de deur hadden ingeramd. Het lijkt me in een rechtstaat niet onverstandig om die kerels van stavast, met hun schrikbarende uitmonstering, op tijd en stond aan de wet te herinneren. Het SIE liet alvast weten dat de schade voor de rekening van de huurder is. En die man is dan weer met de noorderzon vertrokken.


Bake Off Vlaanderen

VIER – 29 augustus – 288.322 kijkers

Buiten is het vroeg donker. Het is min 14 graden Celcius, en de vrieswind draagt wolvengehuil aan. Maar binnen drijft op deze ouderwetse winterdag een aangename baklucht door het goed verwarmde landhuis. Ik kan me wel iets bij dat knusse genoegen voorstellen, maar van het succes van bakprogramma’s op de televisie, vooral in Engeland en Nederland, begrijp ik dan weer weinig. Ik merk wel dat er een soort gezelligheid van zulke concoursen afslaat, en je ziet er mensen in die geen andere zorgen lijken te hebben dan de taart die ze aan het bakken zijn. Vrede zij met hen. Het zal ook wel de bedoeling zijn dat die kandidaten al bakkend hun karakter een beetje blootgeven, opdat het ruime publiek zich in sympathieën en antipathieën zou kunnen uitleven. Banketgebak & spelen, fijn, maar toch brengt ‘Bake Off Vlaanderen’ me niet in bekoring. Daar kwam geen verandering in nadat ik vorige week zo bereidwillig mogelijk naar de opening van het tweede seizoen van dit programma had gekeken.

Het was een nogal lange zit voor iemand die geen zoetekauw is, geen welgemeende belangstelling voor de fijne kneepjes van de banketbakkerij heeft, en maar beter zuinig kan zijn op de tijd die hem nog rest. Iemand die ook nog eens bang is voor vertrutting die met de jaren komt, als je niet oppast. Sta me toe dat ik buiten de doelgroep van dit programma val en vanuit die positie verslag uitbreng.

De acteur Wim Opbrouck, die ik waardeer, zette dezelfde Wim Opbrouck neer als vorig seizoen: een vriendelijke schalk, een rakker van middelbare leeftijd die de occasionele woordspeling – ‘geslachtroom’ – niet uit de weg ging en het jurylid Regula Ysewijn zonder voorafgaande waarschuwing in de lendenen porde. Regula Ysewijn – wat een prachtige romaneske naam! – gaf met veel plezier een gil. De kans lijkt me dan ook gering dat zij zich eerstdaags tot #MeToo zal wenden. Uiterlijk doet Regula Ysewijn mij aan de covermodellen van damesbladen denken die mijn moeder omstreeks 1964 las: kittige huisvrouwen die meestal met een veelzeggende staafmixer poseerden. Regula is dan ook très retro. Beroepshalve fotografeert ze vaak taarten, waarover ze ook met een zekere wellust schrijft. De sensatie die haar bij het proeven van een bepaald gebakje doorvoer, verwoordde ze in dit programma als volgt: ‘Alsof ik me laat vallen op een krakend vers laken op de eerste lentedag.’ Sensueler hoeft het voor mij niet te worden. En nu maar hopen dat er een matras onder dat krakend verse laken lag.

Het andere jurylid is Herman Van Dender, een banketbakker des konings, die wellicht al eens een Driekoningentaart – boon & kroon – aan het hof heeft geleverd. Het gerucht gaat dat onze geliefde vorst het op een mokken zet als hij de boon niet treft en derhalve de papieren kroon niet mag opzetten. Het verdient aanbeveling om zulke geruchten met een korrel zout te nemen.

De deelnemers moesten eerst ‘hun persoonlijkheid’ in een cake naar keuze leggen en vervolgens op grond van een recept technisch ingewikkelde Jaffakoekjes tot een goed einde zien te brengen. De derde proef behelsde het bakken van een zogeheten illusietaart, banketgebak dat er bijvoorbeeld als een cowboyhoed uitziet, of als een broodtrommeltje, of als een theepot na een binnenbrand. Gelukkig staan er geen straffen op het aanzetten tot kitsch, die ook nog eens eetbaar is.

In het gevarieerde deelnemersveld viel mij in de eerste aflevering de 16-jarige Lucas op, een telg uit een horecageslacht, die volgens zijn legende al elf jaar bakt. Er zijn geen kinderen meer als vroeger. Toen hij zijn baksels overzag, zei hij: ‘De perfectie zelf.’ En ook: ‘De anderen kunnen nu naar huis.’ De jury proefde zijn genialiteit alsnog niet. Met één tiende van zijn buitenproportionele zelfvertrouwen zou Saadia al flink geholpen zijn. Deze kandidate barstte wel een keer of drie in tranen uit: van een cake die ze thuis naar eigen zeggen al wel duizend keer had gebakken – toevallig de lievelingscake van haar overleden moeder – bracht ze niets terecht. Het was alsof alles in haar handen meteen tot dierenvoer verpulverde, hoezeer ook ze er haar persoonlijkheid probeerde in te leggen. Je kon er donder op zeggen dat deze aldoor emotionele, naar telegenieke radeloosheid neigende Saadia, nooit als eerste deze bakwedstrijd zou verlaten. Nog een geluk dat Georges er nog net iets minder van bakte dan zij. Georges, een CEO, voorspelde in het begin van dit programma dat hij bij de eerste drie zou eindigen. Wat zouden CEO’s zijn zonder zelfoverschatting?

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234