Dwarskijker over 'Durven falen' en 'De Infiltrant'Een gewisse ondergang tegemoet

Best mogelijk dat 'Durven falen' wilde starters, die nog last hebben van hun tienerbrein, net op tijd van het ondernemen afhoudt


Durven falen

Canvas - 7 februari - 94.555 kijkers

‘Durven falen’: het klinkt als het advies van een deeltijdgoeroe die in het wijkcentrum op lijzige toon de cursus ‘Innerlijke groei voor onbevoegden’ geeft, maar het is een televisieprogramma over ondernemers die op de fles gingen, hun wonden likten, overeind krabbelden en weer als gek begonnen te ondernemen. Vorig jaar zijn er, terwijl de economie aantrok, in het Tochtgat aan de Noordzee naar verluidt tienduizend bedrijven over de kop gegaan. Best mogelijk dat ‘Durven falen’ in een behoefte voorziet, en in één moeite door ook wilde starters, die nog last hebben van hun tienerbrein, net op tijd van het ondernemen afhoudt.

De eerste aflevering voerde ons naar het Texas van Vlaanderen, waar Jacques Delfosse in close-up op zijn faillissement terugblikte. Hij had eind vorige eeuw Deltex overgenomen, de textielfabriek van zijn vader, terwijl zijn broer tezelfdertijd zaakvoerder van de bijbehorende winkelketen werd. De zaak van die broer draait tot op de dag van vandaag goed, maar Deltex snelde, toen de klad finaal in de Vlaamse textielindustrie kwam, een gewisse ondergang tegemoet. Jacques Delfosse kon de loonkosten niet meer dragen en had, zoals de meeste van zijn concurrenten, niet tijdig de wijk naar een ellendig lagelonenland genomen. We kwamen er al snel achter dat er in het faillissement van Deltex ook een belastende vader-zoonrelatie had doorgewogen. ‘Mijn vader had zich opgewerkt tot een vooraanstaande burger in deze stad,’ sprak de zoon, een verdienste die ter hoogte van Kortrijk zo te horen ook iets met een sleutelpositie in de plaatselijke Rotary Club te maken had. Door zijn faillissement voelde Jacques zich stukken minder vooraanstaand dan pappie, en dat scheelt in het Texas van Vlaanderen. Uit vrijwel alles wat Jacques zei, bleek dat hij nooit uit de schaduw van zijn patriarchale en behoudsgezinde ouweheer was getreden, met alle gevolgen van dien. De vrouw van Jacques Delfosse zag haar kans schoon om enkele kenschetsende details over die vader wereldkundig te maken. Ze had het over de emotionele druk die hij aldoor uitoefende: ‘Iedereen was bang voor hem.’ Ze wist ook nog wat die vader gezegd had toen Jacques failliet ging: ‘Nu moet je je een jaar niet in de Rotary laten zien.’ Veel meer dan om zakelijke missers en de grillen van de economie draaide dit tv-portretje van Jacques Delfosse om de schaamtecultuur, waarin overdreven veel waarde wordt gehecht aan aanzien en reputatie, en wat de rest van de gegoede, in zelfgenoegzaamheid sudderende Kortrijkzanen zoal over je denkt. Op smaak gebracht met verwijzingen naar een stuk of wat Griekse mythes had het stof voor een roman van Hugo Claus kunnen zijn.

Inmiddels was Jacques weer boven Jan: hoewel de knauw van zijn faillissement – ‘Ik voelde me een nul’ – nog nazeurde, had hij met succes een nieuw bedrijf opgericht, dat, mocht het u toevallig interesseren, ‘een schakel is tussen textielfabrieken in Azië en kledingketens als Bel&Bo, Zara en Massimo Duti’. Naar eigen zeggen – zijn vrouw sprak hem niet tegen – was hij trots van nature, en dan ook ‘niet zo’n klein beetje trots’ dat hij in Bangladesh, waar hij een vestiging had, mensen uit de armoede hield door ze werk te geven. Kijk, dáár herken je de ware geest van de Rotary Club aan, afdeling Kortrijk. Tussendoor kregen we sfeerbeelden te zien waarin Jacques Delfosse, in de laatste fase van zijn carrière, eenzaam golf speelde. De onheilszwangere muziek die erbij opklonk, maakte van hem een tragische figuur die hij in geen enkel opzicht was.

Ooit was Sylvia Feytons als gretige jonge onderneemster stapel op een idee: Book in a Box, boeken in een thematische cadeaubox, een noviteit die de onpersoonlijke boekenbon voorgoed de wereld uit moest helpen. Nu vind ik de boekenbon in al zijn ouderwetse eenvoud nog steeds een uitstekend idee, waartegen een trouvaille die me aan de cadeaubons van Bongo doet denken geenszins opgewassen is. Hoe het ook zij, Sylvia Feytons en haar veel terughoudender man investeerden 100.000 euro in Book in a Box. De warenhuisketens Carrefour en Dreamland waren voor het product te vinden, en de uitgevers zagen er volgens Sylvia ook brood in, maar de boekhandelaren hapten niet toe. Voor een Book in a Box kon je maar beter de steven naar een zogeheten cadeauwinkel wenden, uitgerekend het soort nering waar een boekenliefhebber als ik niets te zoeken heeft, en al helemaal geen Book in a Box. Nadat er ook nog eens een toeleveringsbedrijf in moeilijkheden was gekomen, liep het slecht af met de onderneming van Sylvia en haar man, die al van meet af aan zijn bedenkingen had. Toen de deurwaarder in 2012 haar kantoor had verzegeld, was dat voor Sylvia ‘alsof ze niet meer in haar lichaam zat’. Nu, zowat zes jaar later, heeft haar lichaam twee kinderen voortgebracht. Behalve moeder was zij ook projectmanager bij Bizidee, ‘een organisatie die probeert latent ondernemerschap te promoten’, en bovendien stond ze ook pal voor Falling Forward, ‘een organisatie die faillissementen bespreekbaar wil maken’. En tussendoor, onverminderd bulkend van ondernemingszin, droomde ze hardop van een gezondheidscentrum waarin traditionele en alternatieve geneeskunde elkaar met heilzame gevolgen zouden aanvullen. In een sfeerbeeld stond Sylvia met gesloten ogen te dromen op een landweg, in doezelig strijklicht. ‘Ik heb veel geld verloren,’ zei ze, ‘maar op mijn sterfbed zal ik niet hoeven te denken: ‘Ik heb het niet geprobeerd.’ Zou het denken ons niet vergaan op ons sterfbed? De eerste aflevering van ‘Durven falen’, een programma waarin Lisbeth Imbo buiten beeld en in alle stilte interviewt, heeft me niet verveeld, maar of ik daarom naar alle afleveringen van deze mogelijk nuttige serie zal kijken, daar durf ik voorlopig geen eed op te doen. Zeker niet nu tv-maker Luk Alloo tijdens ‘Alloo bij Theo Francken’ hardop te kennen gaf dat televisiekijken je reinste tijdverlies is. Als hij het al zegt.

'Ik beleef vaak meer plezier aan de kunde van de acteurs dan aan de afwikkeling van het verhaal. Het mag van de dokter'


De infiltrant

VTM – 5 en 12 februari – 492.760 kijkers

‘Vossenstreken’, een serie die een normaal mens zich niet meer hoort te herinneren, was drie jaar geleden al een Vlaamse poging om komedie aan misdaad te paren. Geef mij maar ‘Crimi Clowns’, als we het dan toch over de gebeurlijke chemie tussen humor en criminaliteit hebben. Nu is er in die mengvorm ook ‘De infiltrant’, een reeks die interessant begon met een zonovergoten scène waarin twee Vlaamse schoeljes door de Spaanse politie op drugssmokkel werden betrapt. 250 kilo hasjiesj, ter waarde van 500.000 euro, verborgen onder de vloer van een paardentrailer met een schichtige schimmel erin. Hun opdrachtgever is een personage dat veel Vlamingen vast een archetypische Vlaamse ondernemer zullen vinden, een boef met een transportbedrijf als dekmantel. ‘In mijn sector is het moeilijk om te overleven zonder bijverdienste,’ zegt deze Freddy Bernaerts. Voor dit personage heeft de zo goed als kale acteur Dirk Roofthooft, die met veel zin voor details klootzakken kan neerzetten, zich een karakteristiek permanentje laten aanmeten. Dat helpt hem vast om Bernaerts voortreffelijk te spelen, wat onder andere betekent dat hij het publiek de kans geeft om zijn personage, al bij al een wasechte schoft, in een onbewaakt moment ook sympathiek te vinden. Een diepmenselijk aardigheidje is ook dat hij zich op gezette tijden van een insulinepen moet bedienen.

Danny Desmedt, het personage dat Geert Van Rampelberg in deze serie speelt, deed me sterk denken aan iemand die ik in de dagen van mijn jeugd heb gekend. We noemden hem Rover, omdat hij een rover was, maar ook wel omdat deze uit het niets opgedoken charmeur, van wie menigeen nog geld (Belgische frank) krijgt, zich in een gammele Rover verplaatste. Ik maak me sterk dat Danny Desmedt óók een Vlaams archetype is: hij is een geboren fraudeur die, zijn strafblad ten spijt, met succes de vermoorde onschuld speelt en voorts dag en nacht omkoopbaar is. Ook het soort gladjakker dat – ik gebruik voor het kleureffect even andermans jargon – ‘het goed doet bij de vrouwtjes’. In de ogen van Marc Potvin (Peter Van den Begin), directeur bij de federale gerechtelijke politie, is Danny Desmedt, die welhaast amicale omgang heeft met Bernaerts, dan ook reuze geschikt als infiltrant. Potvin is het soort wetsdienaar dat erg rekkelijk is als hij, om zijn doel te bereiken, een deal sluit met types die niet deugen. Wellicht is hij daarom in de ogen van het ruime publiek ook een vertrouwd Vlaams fenomeentje.

Het duurde niet lang of infiltrant Danny Desmedt, een aartsopportunist zonder vaste verblijfplaats, vestigde zich metterwoon, en tegen de afspraak in, in het doorgangshuis waar de gerechtelijke politie haar infiltranten ontmoet. Daar bood hij even later ook onderdak aan Freddy Bernaerts en zijn gezin, die op de vlucht waren voor Marokkaanse handelspartners die met ongeduld op 500.000 euro van Freddy zaten te wachten. Toen het gezin Bernaerts weer het huis uit was, bracht hij er ook zijn oude moeder onder (Reinhilde Decleir), die wegens wangedrag uit het woon-zorgcentrum was gezet. Veel maller hoefde het niet te worden, maar goed, het was komedie. Dat er iets moois zou ontstaan tussen Danny Desmedt en Karen Hofman (Natali Broods), de commissaris van de federale gerechtelijke politie, kon een slechtziende zien aankomen, en een blinde die een béétje zijn best doet ook.

Er waren tot nog toe twee scènes die de komedie met als dusdanig herkenbaar geweld overstemden: mocro’s die een raid uitvoerden op de nachtclub waar Freddy graag zaken doet, uiteraard met minstens één oog op de paaldanseres du jour. Later volgde de vergelding voor die aanval: een motorbende die in opdracht van Freddy met automatische wapens zijn schuldeisers neerlegt. Na dat bloedbad mocht er weer gelachen worden. Nu ja, lachen. Laat ik zeggen dat ik tijdens ‘De infiltrant’ zo nu en dan wel een geamuseerde gezichtsuitdrukking zal hebben vertoond. Ik beleef vaak meer plezier aan de kunde van de acteurs dan aan de afwikkeling van het verhaal. Het mag van de dokter.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234