Dwarskijker over 'Exprmntl' en 'Project Axel': 'Is er een woord voor heimwee naar iets dat je niet hebt beleefd?'

Mocht ik niet met zelfspot behept zijn, dan was ik wellicht zo arty-farty als de neten


EXPRMNTL

Canvas – 22 oktober – 15.522 kijkers

In mijn knapenjaren maakte ik me graag uit de voeten langs slingerpaadjes aan de rand van het dorp, waar mijn wereld bijna ophield en de lokkende verte begon. Onderweg stond ik even stil bij de slagnetten van vogelvangers die toen nog ongestraft vinken en sijzen mochten verschalken. Of ik keek naar een landman in een aardappelveldje die met een flitspuit nijver pesticide verstoof – DDT? – en er een vrolijk wijsje bij floot. Of anders schepte ik uit een bosvijver kleine watersalamanders op – de mannetjes hadden een feloranje streep op hun buik. Ik liet die fraaie amfibieën vervolgens weer te water, waar ze zich ongetwijfeld meer in hun element voelden dan in mijn schepnet of mijn handpalm. Liggend in een weiland vol boterbloemen mocht ik me graag verliezen in overzeilende wolkengevaartes en intussen een gestolen sigaret van het merk Darcy roken. Natuur was ruim voorhanden in de Vlaamse Ardennen, en ik wist nog niet wat ik er miste. Hoewel. Het was in die dagen dat The Beatles mij op de radio iets in het vooruitzicht stelden dat ik nog niet kon benoemen, maar ik besefte vreemd genoeg dat ik altijd al naar die lokkende verte had verlangd.

In mijn knapenjaren voltrok zich geheel buiten mijn medeweten EXPRMNTL, het festival van de experimentele film in het casino van Knokke, ergens in de lokkende verte. Dat festival was een geesteskind van Jacques Ledoux, de filmhistoricus, -conservator en -archivaris die wegens bewezen diensten heilig is onder cinefielen. Is er een woord voor heimwee naar iets dat je niet hebt beleefd? Het festival vond vijf keer plaats: in 1949, 1958, 1963, 1967, 1968 en 1974. Wie en wat er in de 21ste eeuw van overblijft, archiefbeelden en levende mensen, heeft Brecht Debackere in ‘EXPRMNTL’ samengebracht, een documentaire die nog het meest een aangescherpte herinnering is aan een kolking in de tijd. De experimentele cineasten van toen, die nog in leven zijn en goed bij hun hoofd, of net goed genoeg, kantten zich meestal tegen het adjectief ‘experimenteel’ of anders waren ze het oneens over wat ‘experimenteel’ zoal zou kunnen betekenen. Als het uit hun oogpunt al iets te betekenen had. Kijk, daar herken je nu de experimentele filmmaker aan. Jonas Mekas, een gevorderde negentiger, leek behalve aan ‘experimenteel’ aan nog veel meer maling te hebben, zelfs een beetje aan de documentaire waar hij in verzeild was geraakt.

Archiefbeelden van EXPRMNTL in 1963 brachten zonder nadere uitleg Hugo Claus aan het licht in zwart-wit, zo te zien als bezoeker van het festival. In dat jaar was censuur nog heel gewoon, en de film ‘Flaming Creatures’ van Jack Smith, een schimmige en nadrukkelijk theatraal in beeld gebrachte orgie, mocht niet op EXPRMNTL vertoond worden. Heden is die veeleer onschuldige film ongehinderd op YouTube te zien. Om het protest tegen censuur de kop in te drukken, kwam de minister van Justitie, duidelijk een autoritaire vader, de roerige festivalgangers persoonlijk de oren wassen. Jonas Mekas zorgde ervoor dat ‘Flaming Creatures’ óp de minister werd geprojecteerd, terwijl die excellentie zich steeds meer stond op te winden. De jaren zestig draaiden warm en de gezagscrisis, een opstand tegen de autoritaire vaders, bereikte haar hoogtepunt in EXPRMNTL van 1967 en 1968. Ineens kwamen allerlei experimentele expressievormen aan bod op het festival, of dat de organisatoren nu zinde of niet. Het protest tegen de oorlog in Vietnam leek het kunstgenot te overvleugelen, en de directeur van het casino, een autoritaire vader die de Verenigde Staten van Amerika een warm hart toedroeg, werd er voor het oog van de camera niet goed van. De randanimatie werd de hoofdattractie: de multidisciplinaire kunstenaar Jean-Jacques Lebel veroorzaakte happenings, waarbij hij en zijn entourage geen kans onbenut lieten om uit de kleren te gaan. Lebel organiseerde ook een onvoorziene missverkiezing op het festival, waarin volgens de overlevering Yoko Ono zich geheel ontkleed zou hebben vertoond, maar zij ontbrak in de archiefbeelden die we over die happening te zien kregen. Nu ja, voor de fanatiekste liefhebbers is er altijd nog de hoes van ‘Two Virgins’. We maakten, zonder dat haar naam viel, wel met één van haar kunstuitingen kennis: ‘Black Bag Piece’, waarin de kunstenares, die toen al met John Lennon ging, in een zwarte zak zat waarin ze naar eigen zeggen met rust gelaten wilde worden. In 1968 voerde Hugo Claus ‘Masscheroen’ ten tonele op EXPRMNTL, een spel waarin drie blote mannen eendrachtig de Heilige Drievuldigheid veraanschouwelijkten. Dat kwam Claus toen op een veroordeling wegens openbare zedenschennis te staan. Merkwaardig dat er met geen woord van dat voorval werd gerept in deze documentaire.

In de laatste editie van het festival, in 1974, werd video geïntroduceerd, een televisietechniek in opmars, en weldra zou de videoclip veel vormelijke vondsten en tics van de experimentele film naar de mainstream overhevelen. ‘De maatschappij voedt zich met de vindingen van de avant-garde en schijt consumptieartikelen uit,’ oreerde Jean-Jacques Lebel in deze documentaire. ‘Als je daaraan wilt ontsnappen, dan moet je telkens weer nieuwe uitvindingen doen.’ Sisyfusarbeid. Na 1974 vond Ledoux dat de avant-garde uitgeëxperimenteerd was, wat neerkomt op de vraag: ‘Waar is de avant-garde gebleven?’ Geruchten deden de ronde dat de voortzetting van EXPRMNTL ook in het gedrang zou zijn gekomen door communautaire beuzelarijen: de Franse gemeenschap vroeg zich naar verluidt af waarom ze een filmfestival op Vlaamse bodem nog langer geldelijk zou steunen. België leed toen ook al aan schrompelzucht.

Zolang de openbare omroep het de moeite waard vindt om documentaires als ‘EXPRMNTL’ uit te zenden, doet hij wat ik van een openbare omroep verlang. Ik schreef haast: wat ik maar normaal vind van een publieke omroep. Mocht ik niet met zelfspot behept zijn, dan was ik wellicht zo arty-farty als de neten. Een korte film aangaande de feloranje buiken van mannetjessalamanders, wazige shots met musique concrète eronder, zou ik te gepasten tijde wel zien zitten, desnoods met mijn ogen dicht.


Project Axel

VIER – 26 oktober – 429.607 kijkers

Axel Daeseleire, de bekende acteur, speelde zichzelf in ‘Axel opgelicht!’: een karakterrol. In dat programma betrapte hij op heterdaad pittoreske, bij de toeristische attracties inbegrepen oplichters in wereldsteden. Hij foeterde ze uit in een Antwerpse variant van het Engels, terwijl hij een goed heenkomen zocht. Aangezien ik nog het meest voor onvrijwillige humor te vinden ben, sloeg ik dit programma nooit over. Nu speelt Axel Daeseleire opnieuw zichzelf in ‘Project Axel’, een programma dat in Nederland, waar men op goed Nederlands gesteld is, ‘The Amsterdam Project’ heet. Het had er, naar ik vernam, enig succes.

In ‘Project Axel’ doet Daeseleire zich als een soort straathoekwerker voor, die vijf daklozen aan een menswaardiger bestaan probeert te helpen. Uitverkorenen. Namens zijn televisieprogramma stopt hij hun een bankkaart toe, waarachter 10.000 euro schuilgaat. De straathoekwerker blijkt dus occasioneel in de geest van Sinterklaas te handelen.

Antwerpen zou volgens ‘Project Axel’ zo’n 500 daklozen tellen. Ik las dat daklozen met psychische problemen of een verslavingsproblematiek niet in aanmerking kwamen voor ‘Project Alex’. Dit programma moet het dus van zo normaal mogelijke daklozen hebben, óns soort daklozen, zou je kunnen zeggen. Het benieuwt me hoe de selectie is verlopen – de ene dakloze is ongetwijfeld telegenieker dan de andere, maar ik zou de makers van dit programma dolgraag hun selectienormen horen toelichten. Hadden ze een ideale dakloze voor ogen?

Een coördinatrice van een Antwerps nachtasiel zei met stelligheid dat iederéén dakloos kan worden, en sneller dan de meesten denken. Ik heb die aanname vaker gehoord, ook in het café, maar ik betwijfel of iemand als bijvoorbeeld Christian Van Thillo, de mediamagnaat, na ernstige tegenslag snel op straat zou komen te staan. Of neem nu Laurent van België. Of – waarom ook niet? – Axel Daeseleire zelf.

Daeseleire trok eerst met Dirk op, een Aalstenaar die zo te zien liever in Antwerpen dakloos was dat in het carnavalsstadje aan de Dender. Daar valt iets voor te zeggen, maar hij gaf er geen uitleg over. Dirk, een vijftiger, had naar hij zei ooit een goede baan en een goed leven, maar toen zijn vriendin na een kort ziekbed stierf, had hij nergens nog houvast aan. Op een of andere manier, waarover hij niet in details trad, raakte hij alles kwijt, waardoor hij nu tersluiks in een bosje op Linkeroever moest kamperen. Hij leefde van restjes die hij van een warenhuis kreeg, en van het statiegeld dat in de publieke ruimte achtergelaten bier- en wijnflessen hem opbrachten. Dirk leek me op het eerste gezicht een goedaardige man, maar ik verlaat me liever niet op het eerste gezicht, ook niet als ik in de spiegel kijk. Dirk dacht dat hij aan een luchtspiegeling ten prooi was, of klem zat in een droom, toen Axel Daeseleire hem 10.000 euro ter beschikking stelde. Hij zat in ieder geval in een tv-programma.

Sahra was tweeëntwintig, had twee kleine kinderen, en was dakloos. Op haar man, die ook geen inkomen had, kon ze niet rekenen en op haar familie ook al niet. Ze was pas uit een opvangtehuis voor dakloze moeders gezet, omdat ze het niet eens was met de huisregels. Thom, die als straatmuzikant probeerde te overleven, zei dat z’n moeder hem nooit had gewild en dat ze hem dan ook op een dag de deur had gewezen, voorgoed. Zijn vader kwam niet ter sprake. Het drong al snel tot me door dat de problematiek van die gekwetste mensen te complex en te veelzijdig was om door de kijkers, hoe empathisch ook, beoordeeld te kunnen worden.

Thom bleek met enkele lotgenoten een voormalige dokterswoning in Lier gekraakt te hebben. Op die plek zou weldra een supermarkt verrijzen en in afwachting van de afbraak gedoogde de plaatselijke politie de krakers. In die villa speelde zich een scène af die me bijna misselijk maakte: een onherkenbaar gemaakt gedaante kwam al scheldend binnengestormd. Hij sloeg en schopte Thom waar hij hem maar raken kon: ‘Vieze vuile klootzak.’ De hond van Thom, een levend wapen, had de hond van de woesteling gebeten. ‘Zo worden dingen hier geregeld,’ zei Thom. Met het verloederde interieur van de voormalige dokterswoning voor ogen, trof mij ineens een pijnlijk besef van verval. Waarna ik nog een lekkermakertje voor de aflevering van volgende week voor mijn kiezen kreeg. Daarin voer een razende Engelsman zonder onderbenen en zonder vaste verblijfplaats hevig tegen Alex Daeseleire uit. Mogelijk wordt hij de ster van ‘Project Alex’, dat geen hulpactie is, noch een sociaal experiment, maar wel reality-tv: een vaak deprimerend schouwspel waarin vijf maal 10.000 euro de actie gaande houdt.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234