null Beeld

Dwarskijker over 'Hopen op de goden' en Thomas speelt het hard': Het kwekwezen biedt vaker uitkomst

Mijn moeder zei het al: 'Telkens als je iets over kunst beweert, krijg je praatjes. En kom nu van de tafel af


Hopen op de goden
Canvas – 12 november – 72.969 kijkers

null Beeld

De makers van ‘Hopen op de goden’ kennen vast wel ‘De wording’, een ingetogen en aangenaam langzame documentaire van Cherry Duyns uit 1988. Deze parel is na enig scharrelen in zijn geheel terug te vinden op het internet, ons aller zwijnenpan. In ‘De wording’ zie je vanaf een beschaafde afstand, net dichtbij genoeg, vijf uiteenlopende kunstwerken ontstaan: een gedicht van Ida Gerhardt, een schilderij van Armando, een choreografie van Hans van Manen, een assemblage van beeldhouwer Carel Visser en een compositie van Reinbert de Leeuw. Ik kreeg bij het zien van die documentaire de indruk dat ik ingewijd werd in het geheim van de smid, maar na afloop bleef het mysterie van de kunstschepping gelukkig bestaan, zodat ‘Hopen op de goden’ er rond deze tijd van het jaar zes afleveringen lang vrijelijk op kan voortborduren.

De eerste aflevering van deze documentaireserie was een juxtapositie van Fred Bervoets en Rinus Van de Velde, twee kunstenaars die, ieder op z’n eigen manier, niet van de ambachtelijke kant van de kunst vervreemd zijn. Juxtapositie: God weet wat ik daar zoal mee bedoel. Mijn moeder zei het al: ‘Telkens als je iets over kunst beweert, krijg je praatjes. En kom nu van de tafel af.’ Soit. Op een tekstbordje in dit programma las ik dat Rinus Van de Velde één van de ‘populairste’ Belgische kunstenaars van dit moment is. Het adjectief ‘populair’ lijkt me meer van toepassing op de miepen van K3. Laten we zeggen dat Rinus Van de Velde heden bekend is onder kunstliefhebbers die niet van gisteren zijn.

We zagen hoe Rinus Van de Velde met behulp van een filmfoto (Jane Birkin, Michel Piccoli) uit ‘La belle noiseuse’, een projector en chunky charcoal een deel van een grafische vertelling schiep, waarin hij zoals gewoonlijk zelf voorkwam. Deze keer speelde hij in houtskool de rol van Robert Rino, een abstracte expressionist, die in de loop van dit ruim bemeten kunstwerk door een Zuid-Amerikaanse kunstverzamelaar gekidnapt zou worden en gevangengezet in een morsige ruimte die het midden hield tussen een rommelige garage en een verslonsde striptent. Daar moest dat alter ego dan, ten pleziere van zijn ontvoerder, aan één stuk door kunstwerken scheppen, uiteraard onder dwang. De schoonheid van het werk van Rinus Van de Velde zit volgens mij ook in de inspanningen, de omweg die hij en zijn medewerkers zich ervoor getroosten: er worden echte decors voor gebouwd, en echte decors zijn altijd meer schijn dan werkelijkheid: de lichtschakelaar werkt niet, want hij is in hoofdzaak een afbeelding van een lichtschakelaar. Die driedimensionale decors worden gefotografeerd en vervolgens in houtskool en in twee dimensies, en voorzien van personages, door Rinus Van de Velde vastgelegd. En die decorstukken zouden later dienstdoen als aanvullende sculpturen bij de machtige houtskooltekeningen.

Fred Bervoets is ook een personage, een beeltenis, in zijn etsen, die wonderlijk vernuftige volksprenten die van alle tijden zijn, maar daarom niet minder van vandaag. De Eerste Wereldoorlog, en meteen ook de Tweede, en eigenlijk alle oorlogen van toen en nu, bliezen hem een werk vol geweld en wanhoop in: een prent waarin alles wriemelde als in de madendoos van een hengelaar. Er kwam een baardman in voor die hij, met zijn ongeschonden kinderlijke tekentalent, naar zijn eigen beeld en gelijkenis had geschapen, hoewel gelijkenis in realistische zin verre van een prioriteit is in zijn werk: ‘Ik geef ruimte aan het plastische. Teken ik een auto, dan ziet iedereen daar wel een auto in, maar dan een auto waarmee je niet op de weg kunt komen.’ Dat klonk zijdelings als een geloofwaardige definitie van kunst. ‘De historische waarheid speelt geen rol in mijn werk,’ zei hij, ‘klinkt het niet, dan botst het, en zo is het goed.’

Fred Bervoets bewerkt zijn zinken etsplaten met het kwalijk wasemende salpeterzuur, een gevaar voor longen en slokdarm. Een goedje ook dat in andere prachtculturen, bekend van kleurrijke klederdrachten, weleens wordt gebruikt om er medemensen, meestal meisjes en vrouwen, voor het leven mee te tekenen. Fred Bervoets kon kennelijk erg tevreden zijn over de kwaliteit van salpeterzuur – de ene pot was de andere niet: na gedane arbeid sprak hij diep tevreden: ‘Een 100 procent goede pot.’ Voor het welslagen van een kunstwerk, hoopte hij voor de rest op de goedgunstigheid van de goden, waardoor hij dit programma terloops aan een titel hielp.

Over het algemeen leken zowel Rinus Van de Velde als Fred Bervoets de aanblik van hun eigen werk goed te kunnen verdragen, al kon je Rinus even afgrondelijk zien twijfelen in Berlijn, toen zijn pas opgestelde tentoonstelling ‘The Colony’ in de König Galerie ineens ten volle tot hem doordrong: ‘Is het too much? Of niet?’ Zijn medewerkers vonden van niet. Die assistenten hebben de hand in zijn oeuvre, waardoor de vraag naar het auteurschap volgens hem juist heel interessant wordt. Fred Bervoets, veel meer een einzelgänger, was ineens ontroerd toen hij één van zijn vroegere werken terugzag. Hij is nu 75 en de ouderdom woog al eens door tijdens zijn werkzaamheden – ‘Ik ben steendood van het bukken.’ ‘This was my last war,’ rondde hij af in het Engels, maar zodra hij met die verbeelde oorlog klaar was, tekende zich al nieuw werk aan zijn horizon af. Het zou ‘anders’ zijn, wist hij nu al, sterker nog: ‘Helemaal anders.’ Ook Rinus Van de Velde wilde zich zo snel mogelijk in alweer een ander alter ego verliezen, met alle plastische excursies van dien. Dat hun bestaan een levenslange onderduik in de verbeelding is, lijkt mij benijdenswaardig.

De eerste aflevering van ‘Hopen op de goden’ was het soort televisieprogramma waar ik meer voor mijn plezier dan louter beroepshalve naar heb gekeken. Dat scheelt.

undefined

null Beeld

undefined

'Pianist in een striptent langs een provincieweg lijkt me anders ook wel iets waar je later kleurrijk over kunt vertellen in het bejaardengesticht'


Thomas speelt het hard

Canvas – 15 november – 187.269 kijkers

Sommigen zijn op hun 7de allang blij als ze het niet meer publiekelijk in hun broek doen, maar Thomas Vanderveken, de gewaardeerde presentator en interviewer, wilde volgens zijn legende op die prille leeftijd al concertpianist worden. Met dat oogmerk studeerde hij ooit twee jaar lang piano aan het befaamde conservatorium van Brussel – op niveau dus. Daar kreeg hij vrijwel meteen zicht op zijn talent, ook die keer toen de 16-jarige Liebrecht Vanbeckevoort de pianoklas binnenkwam. Liebrecht Vanbeckevoort – een perfecte naam in zijn genre – nam aan de vleugel plaats en verblufte zijn klasgenoten met een hoogstandje van W.A. Mozart, dat hij volgens de overlevering speelde alsof het niets was. Op slag begon Thomas te dromen van een betrekking bij radio & televisie: het kwekwezen biedt vaker uitkomst. Hij had ook kunnen dromen van een carrière als – bijvoorbeeld – balletpianist of begeleider van een zangkoor, of van Will Ferdy. Pianist in een striptent langs een provincieweg lijkt me anders ook wel iets waar je later kleurrijk over kunt vertellen in het bejaardengesticht, als je je kunstgebit binnenboord kunt houden. Maar daar droomde hij dus niet van.

Nadat hij de vleugel zo’n vijftien jaar zo goed als onaangeroerd had gelaten, haalde Thomas Vanderveken het in zijn hoofd om zich onder toezicht van een tv-ploeg en een kijkerspubliek in één jaar tijd tot een aanvaardbare concertpianist op te werken, een musicus die zich aan het eind van dat jaar publiekelijk zou handhaven in het eerste pianoconcert van Grieg, zonder daarbij Brussels Philharmonic al te zeer te beschamen, een gerenommeerd orkest dat zich volgens zijn zakelijke leider liever met zakelijke leiders dan met beunhazen afgeeft.

‘Thomas speelt het hard’ gaat mogelijk over zelfverbetering, of over revanche, maar misschien ook wel over hoe lastig het voor sommige mensen is om hun middelmatigheid en artistieke ontoereikendheid te beseffen. Maar het zou ook kunnen dat dit programma een groots opgezette egotrip is die de satirisch ingestelde employés van ‘De ideale wereld’ meteen op ideeën brengt. ’t Zou, in een wereld waar zowat alles om handel draait, ook een breedvoerige promotiefilm voor een cd-box kunnen zijn, die, om misverstanden te vermijden, ‘Thomas speelt het hard’ heet.

We zagen tot nog toe hoe Thomas Vanderveken afgewezen werd op het toelatingsexamen van het Brusselse conservatorium, waarvoor hij in zijn jongere jaren wél was geslaagd: de vroede juryleden probeerden, als ze zich al niet dood hielden, meewarige blikken op hem uit. En we zagen ook dat hij van zijn pianolerares Eliane Rodrigues, een stormachtige virtuoze uit Brazilië, het advies kreeg om zich zonder omzien uit de naad te oefenen. In deze programmaserie is het Thomas Vanderveken ook vergund om bij grote pianisten te rade te gaan: zowel Lang Lang als Boris Giltburg vonden dat er geen andere uitweg was dan pianospelen tot je erbij neervalt. Tot je een ons weegt, was ook goed. Als Boris Giltburg al eens een dagje thuis was, dan speelde hij acht tot tien uur lang piano. ‘Niemand vraagt ooit aan een kantoorbediende waarom hij acht uur per dag op kantoor zit,’ zei hij. Oók waar. Jef Neve, weer een andere adviseur van Thomas, was zichtbaar opgelucht dat híj zich niet aan het eerste pianoconcert van Grieg moest wagen.

Terwijl Thomas Vanderveken enigszins begon te twijfelen aan de goede afloop van zijn riskante onderneming, werd hij vader van ene Otto, een op het eerste gezicht niet onsympathieke zuigeling die het op een blèren zette zodra hem pianoklanken doortrilden. Zijn moeder Veronique Leysen, die in dit programma ‘de verloofde’ van Thomas werd genoemd, liep er naar schatting een tikje mismoedig bij, alsof ze geestelijk met naweeën kampte en dacht: ‘Moet Thomas zich uitgerekend nu in Grieg ingraven?’ Opdat hij niemand zou storen, liet Thomas Vanderveken inderhaast een tuinhuis optrekken, waarin hij zich met zijn piano kon terugtrekken. Fijn, maar in plaats van te oefenen tot hij er daas van werd, verkwistte hij weldra zijn tijd aan Paul Van Den Bosch, een coach die ooit de pianist Sven Nys in de vaart der volkeren had opgestoten. Van Den Bosch vond dat Thomas Vanderveken voortaan een dagtaak aan joggen en stappen tellen moest hebben, en met ongezonde stelligheid wist hij ook dat ‘zitten het nieuwe roken’ was. Ik dacht alleen maar: ‘Wat zou Glenn Gould in deze omstandigheden hebben gedaan? En Jezus, gesteld dat die piano kon spelen?’ En nu ik al zeven jaar niet meer rook, verlangde ik eensklaps hevig naar een sigaret.

Een interessanter zijweggetje leidde naar het muziekarchief van de VRT, waar Thomas ter inspiratie oude opnames van het eerste pianoconcert van Grieg wilde horen. Daar trof hij archivaris Wolfgang Heiremans aan, die acht jaar geleden nog violist was bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en concertmeester bij Il Novecento. Tendinitis, een doorziekende peesontsteking, had een eind gemaakt aan zijn muzikantenbestaan. Terwijl hij zijn wedervaren vertelde, deed hij zijn best om de schijn van een glimlach op te houden.

Tot slot van deze aflevering gaf Thomas Vanderveken een oefenconcertje in De Krook in Gent, waar het publiek, een keur aan permanentjes, gul was met applaus. Hij speelde het eerste deel van het eerste pianoconcert van Grieg, waarvoor hij zichzelf na afloop een vijf gaf. Van Liebrecht Vanbeckevoort, die de orkestpartij had gespeeld, kreeg hij een zesje, want wie niet om talent verlegen zit, is doorgaans mild.

Ach, het spreekt vanzelf dat deze serie goed en zelfs triomfantelijk zal aflopen, al zou een debacle vast ook bekijkenswaardige televisie opleveren: musici van Brussels Philharmonic die nog tijdens het concert, onder het uitstoten van verwensingen die ik niet durf op te schrijven, het podium verlaten. En het publiek dat in datzelfde tumult hardop en in koor z’n toegangsgeld terugeist, ook al was de entree gratis.

Zulke dingen gebeuren niet in de kersttijd.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234