Dwarskijker over 'Iedereen Beroemd', en 'James Martin's French Adventure': 'De wereld gaat aan competitie ten onder'

Kinderen zijn hinderen, en op bejaarden is onder ons gezegd en gezwegen ook wel iets af te dingen


Iedereen beroemd

Eén – 4 en 5 juli – 438.864 kijkers

Aan dagelijkse tv-programma’s raak je gewend – je ziet ze wel, maar je ziet ze evengoed niet. Dat hebben ze gemeen met het vertrouwde meubilair in je woonkamer. Of met een naar zijn pensioen zwemende collega in je kantoortuin. Het zijn aanwezigheden die bijna te vanzelfsprekend zijn om er je volle aandacht aan te schenken. Na het journaal – doorgaans kommer en kwel met bijpassende gezichtsuitdrukkingen van Martine Tanghe – speelt zich in de reguliere tv-seizoenen ‘Iedereen beroemd’ af, een programmaatje dat de draaglijker werkelijkheid doorbladert, die overigens óók veranderlijk en wisselvallig is, en niet vrij van verdriet.

Om één of andere reden heb ik het in deze rubriek alleen maar zijdelings over ‘Iedereen beroemd’ gehad, maar nu er voor types die niet aan sport verkleefd zijn, zo goed als niets te beleven valt op de inheemse televisie, biedt ‘Iedereen beroemd: compilatie’ me de gelegenheid om er alsnog iets over te piepen, en dan wel als volgt: ik was niet happig op ‘Homo universalis’, een spel dat in dit magazine om één of andere reden als klapstuk werd opgediend. Een afvalwedstrijd waarin de stem van Walter Grootaers de verliezers op sarcastische toon uitgeleide mocht doen: ‘Tot nooit meer!’ klonk het net iets te geestdriftig. In ‘The Apprentice’ zei Trump ook altijd met net iets te veel plezier: ‘You’re fired!’ Met afvallers die hun tranen niet konden bedwingen, had ik overigens geen medelijden, want uiteraard is niet deelnemen aan zulke concoursen belangrijker dan winnen. Dat heeft Pierre de Coubertin me tijdens een spiritistische seance nog op de man af gezegd – akkoord, er werd onbekrompen geschonken die avond.

Toch nog even serieus nu, om het af te leren: ‘Iedereen beroemd’ lijkt me bij uitstek een programma dat het zonder wedstrijden kan stellen. Ik ben er onderhand wel achter dat de wereld aan competitie ten onder gaat. De ware klasse van ‘Iedereen beroemd’ schuilt naar mijn smaak in een wereldidee als ‘De mooiste herinnering’, waarin Sassafras De Bruyn een levensverhaal, of een verhaal op leven en dood, in een altijd weer geïnspireerde tekening vangt. De nazi’s hadden Albert destijds wegens spionage in een krijgsgevangenkamp opgeborgen, waar hij eindeloos naar zijn geliefde Esther zat te hunkeren, een hartstocht die hem in leven hield. Hij herinnerde zich met pathos hun weerzien – hij klonk alsof hij dat liefdesverhaal al vaker met welhaast theatrale middelen op een publiek had uitgeprobeerd. Zoals alle vertellers in deze rubriek herkende ook Albert de waarheid in wat Sassafras zich bij zijn verhaal had verbeeld: een man die door een vliegende vrouw, zijn reddende engel, uit een grimmige zee werd getild.

In ‘De oppas’ past de oppas op kinderen bij wie het noodlot al eens langs is geweest. Een hersentumor sloeg het meisje Amber met blindheid. ‘Mijn ouders zeiden in het ziekenhuis: ‘Je moet positief blijven’, en dat heb ik gedaan.’ Ze vond het jammer dat ze haar broertje niet kon zien opgroeien, maar voor het overige was Amber blij dat ze leefde. Ze was een probaat middel tegen kleinzerigheid. Blind zag ze haar stralende toekomst tegemoet.

In ‘De adviescommissie’ hebben merkwaardig eloquente kinderen zitting, mogelijk aanstaande topfunctionarissen, al zit er misschien ook een toekomstige soapacteur tussen die een bijna geloofwaardige topfunctionaris kan neerzetten. Ik schat dat de ouders van die praatvaartjes vaak aan het woord zijn op ouderraadvergaderingen. Aan ‘De adviescommissie’ legde Bart Peeters, half in scherts, een probleem voor waar hij in het echt vast al van wakker heeft gelegen: hij, een oudere jongere, ondervond namelijk dat hij niet hip genoeg meer was. ‘Daar heeft mijn opa ook last van,’ sprak één van de commissieleden vol begrip. Bart Peeters bleek om te beginnen al zorgwekkend achter te lopen inzake mobiele telefonie, en ten bewijze daarvan diepte hij een Nokia op, die volgens hem zó achterlijk was dat je er niet eens een foto mee kon nemen. De Nokia stiet niettemin op sympathie bij ‘De adviescommissie’ en een meisje maakte er, tot dik aangezette verbijstering van Bart Peeters, fluks een foto mee. Een ander commissielid liet zo en passant mogelijk weten dat hij over twee smartphones beschikte. Bart Peeters mocht er desgewenst één lenen.

Kinderen zijn hinderen, houden sommige kenners staande, en op bejaarden is onder ons gezegd en gezwegen ook wel iets af te dingen, tenzij misschien op de eeuwelingen uit ‘Eeuwenoud’, een rubriek die altijd weer opbeurender is dan ik verwacht. Alfons Leempoels, rustend huisarts, mocht dan al 100 zijn, de leeftijd van de overdreven sterken, maar als hij ergens een vermoedelijke tachtiger in het vizier kreeg, dacht hij steevast: ‘Zo oud ben ik nog niet.’ Waarna hij – aan zijn lijf geen looprek – een potje ging tuinieren: de dokter was eruit, zei hij, maar de boerenzoon was helemaal terug.

Het kost me geen moeite om de merites van de meeste rubrieken van ‘Iedereen beroemd’ in te zien, maar ik hou nog ietsje meer van ‘Blind Jam’, waarin drie muzikanten, eerst met tussenschotten aan elkaars oog onttrokken, ongeacht hun instrument tot harmonisch of anderszins interessant samenspel proberen te komen. Dat lukt niet altijd, maar ook de mislukking heeft in deze rubriek een zekere amusementswaarde: langs de neusfluit weg om hulp roepen in een pandemonium kan verdomd komisch zijn. Het lukte wel toen de heiig zingende lap steel van Patrick Riguelle het met een knorrige tuba en een experimentele trompet op een akkoordje moest gooien. Als ze de improvisatie tot een goed einde hebben gebracht, zetten de drie muzikanten het in ‘Blind Jam’ altijd op een glunderen dat alleen maar uit liefde voor muziek kan voortvloeien. Dat ze ook glunderen van opluchting, sluit ik niet uit.

Terwijl platgetreden paden niet zelden naar succes lijken te leiden op de televisie, volhardt ‘Iedereen beroemd’ in goede of toch minstens frisse ideeën. In een rechtvaardige wereld zou juist ideeënrijkdom beloond moeten worden. Het wachten is op een rechtvaardige wereld, een oud idee.

'Laatst probeerde ik de canard te verspreiden dat de maaltijden van Pascale Naessens alleen in de apotheek te koop zijn'


James Martin’s French Adventure

Eén – 3 en 4 juli – 329.752 kijkers

Vóór Jeroen Meus in vakantiestemming sukkelt en nog jovialer dan gewoonlijk op campingbranders begint te koken, moeten we het met James Martin stellen – dezelfde initialen: er moet een God bestaan die zulke dingen regelt. James Martin is een op het oog sympathieke Engelse kok die doet alsof hij met een net iets te pittoreske 2pk door Frankrijk tuft, het land waar hij ooit zijn vak heeft geleerd. Die geduchte scholing komt meestal neer op uitgescholden worden door een kortaangebonden, roodblauw aangelopen Fransman met een toque op, een buikig personage van gevorderde middelbare leeftijd wier kransslagaders je bijna kunt zíén dichtslibben. Hij wil volgens de rooms-katholieke traditie begraven worden.

Onderweg geeft James Martin hoog op van enkele voltreffers van de Franse cuisine, die ook in de Belgische keuken klassiekers zijn. Toch in de keuken van mijn moeder, toen ze nog niet dood was. Een Engelsman die culinair ingestelde Belgen op de rijkelijke Franse keuken attendeert, lijkt me een omweg. Ik denk dat brexiteers een meer aangewezen publiek voor dit programma zijn, en ik hoop dan ook dat ze hun bolhoed opeten van spijt als ze beseffen dat ze nu nog minder met het Franse terroir en de bijbehorende cuisine te maken hebben dan vroeger. Het is aangewezen om die bolhoed één nacht in HP Sauce te laten weken, en ’m vervolgens met Marmite in te smeren – er ‘Rule, Britannia!’ bij aanheffen kan geen kwaad. Voorts afwerken met drie à vier lepels worcestersaus en een royale snuif buskruit. Nu ja, dat hoef ik Engelse fijnproevers vast niet te vertellen.

‘James Martin’s French Adventure’ is ook sightseeing: zonovergoten Franse landschappen vanachter een gasfornuis bekeken. In het zuiderse licht waarin het Canal du Midi baadt, misstond het roze overhemd van de Engelse kok niet. Hij, een man die gestaag aan zijn embonpoint werkt, gaf te kennen dat hij van boter houdt, en sprak beurre blanc zelfs met een zekere wellust uit. Hij had het ook enthousiast over monter au beurre, een saus afwerken met een flinke klont boter. Ik dacht geamuseerd aan de irritatie die ‘James Martin’s French Adventure’ wellicht teweeg zou brengen in kringen die à la Pascale Naessens eten, en dus op doktersadvies. Gezonde voeding opgediend in trollenkommen die Paul Jambers dag en nacht moet helpen draaien, terwijl hij veel liever deel twee van zijn memoires zou schrijven. In mijn naaste omgeving, die graag uit de bestseller ‘Puur & lichter’ put, probeerde ik laatst de canard te verspreiden dat de kant-en-klaarmaaltijden van Pascale Naessens weldra uitsluitend in de apotheek te koop zouden zijn. ‘Eet je krokant gebakken tofu nu maar op,’ klonk het teder.

Ik vrees dat ik wegens omstandigheden aan een slotzin toe ben: ‘James Martin’s French Adventure’ leert mij dat het beter is om aan een oever van het Canal du Midi, in elegant gezelschap, moules à la marinière te degusteren dan in een schrijfhok bij 29 graden Celsius een stukje te zitten tikken over het zeker bij 29 graden Celsius erg misbare tv-programma ‘James Martin’s French Adventure’.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234