Dwarskijker over 'Iedereen kiest', 'Zinzen en Van Cauwelaert bij Ivan' en 'Zelfde deur, een jaar later': Ook om te lachen, desnoods bitter

Phara vroeg aan het zoontje van Wouter Beke of hij wist waar de letters CD&V voor stonden. En ja, hoor


Iedereen kiest

Eén – 1 oktober – 424.112 kijkers

Zinzen en Van Cauwelaert bij Ivan

Canvas – 1 en 2 oktober– 123.852 en 143.323 kijkers

Veel politici vinden dat ze verdomd interessant klinken als ze het over een ‘of-ofverhaal’ dan wel een ‘en-enverhaal’ hebben. En de ambten en commissariaten die hun te beurt vallen, noemen ze nog altijd ‘postjes’, wellicht om zich uit electorale overwegingen vooral niet van het ruime kiespubliek te onderscheiden. ‘Het is mij niet om de postjes te doen,’ zeggen ze dan. Er zijn nog wel enkele andere redenen waarom ik me niet aan politici spiegel, maar die noem ik, met het oog op de eventuele amusementswaarde van dit stukje, liever niet op. Onnodig te zeggen dat ik nu al uitkijk naar televisieavonden zonder gelegenheidsprogramma’s aangaande de gemeenteraadsverkiezingen, maar dat belet me niet om me dezer dagen ‘Iedereen kiest’ te laten welgevallen. Als iedereen kiest, kan ik niet achterblijven in een democratie.

Nadat Jean-Marie Dedecker (LDD) en Valerie Van Peel (N-VA) elkaar vriendelijk hadden bejegend, was het ineens raak: een reportage bracht schimmels, zwammen en verrotte steunbalken in sociale woningen ter hoogte van de Bernadettewijk in Gent aan het licht. Die onderkomen onderkomens, waarin de bewoners elektrocutiegevaar liepen, waren ziektehaarden voor kinderen. Hoe afgekeurd die verkrotte wakke huizen ook mochten zijn, toch werden ze door de sociale huisvestingsmaatschappij nog altijd verhuurd aan mensen die het krap hadden, blijkbaar met medeweten van burgemeester en schepencollege, en vooral tegen de wet. Altijd goed om, alle relativeringsdrang ten spijt, nog eens verontwaardiging in je te voelen opsteken, een talent dat je in de loop van een gemiddeld mensenleven ongetwijfeld kunt kwijtspelen.

Mathias De Clercq (Open VLD) en Rudy Coddens (SP.A), twee leden van de Gentse coalitie, waren er gloeiend bij in ‘Iedereen kiest’. Opeens hadden ze aan de debattafel geen poot meer om op te staan, wat altijd komisch is als je de dans toch nog wilt ontspringen. Met een bedremmeld hoofd probeerde Coddens die ziekmakende sociale woningen op de Vlaamse regering af te wentelen, die er die avond helaas niet bij kon zijn. Mathias De Clercq probeerde dan weer zijn gezicht te redden door enige twijfelachtige daadkracht in de zin ‘We gaan dat onderzoeken’ te leggen. Dat zou het parket wel doen, bleek de volgende ochtend al. Het moet gezegd: de nieuwsdienst van de VRT zet de laatste tijd meer in beweging dan doorgaans.

Wegens het nijpende tekort aan loslopende politicologen moest de openbare omroep, teneinde het krachtenspel van de plaatselijke politiek ten enenmale te duiden, alweer een beroep doen op professor Carl Devos. Die naar verluidt mediaschuwe geleerde voorzag dat het schandaal rond die mensonwaardige sociale woningen in de Bernadettewijk een – hoed u voor Nederlands – gamechanger zou zijn. De Gentse oppositie, die in de gedaante van Mieke Van Hecke (CD&V) en Anneleen Van Bossuyt (N-VA) aan de debattafel zat, begon, naar de brede opklaringen op de fieselemie van die vrouwen te oordelen, alvast onrealistische verwachtingen te koesteren.

Ik vatte weer moed toen Steven Van Herreweghe, één van de weinige Aalstenaren die ik vaker op de tv zou willen zien, naast Phara de Aguirre plaats nam. Uit het archief van de openbare omroep duikelt hij in dit programma fenomeentjes uit de dorpspolitiek op, die hij dan op zijn geheel eigen wijze, onder bemoedigend gegrinnik van Phara, in een veeleer ironisch vertelsel omzet. We zagen de komische tragiek van twee jeugdvrienden die 43 jaar geleden in de dorpspolitiek in Mespelare diametraal tegenover elkaar kwamen te staan. De ene, die burgemeester was, had de andere op een dag een bouwvergunning geweigerd, en daar kwam een politieke vete van, die voor ieder van beiden een levenswerk was. Tot slot ging Steven Van Herreweghe namens de voormalige jeugdvrienden rouwkransen met een wederzijdse vriendschapsbetuiging op hun graf leggen. Zielig, maar ook om te lachen, desnoods bitter. Het leven is te kort voor dorpspolitiek, maar dat weet je wellicht niet als je er tot je nek in zit.

Phara de Aguirre vergleed in een lichtere toonzetting toen ze tijdens de lange hete zomer van 2018 bij partijvoorzitters aanliep die met hun gezin vakantie aan het vieren waren of zich onder naasten aan één of andere vrijetijdsbesteding overgaven. Zelfs in hun schaarse vrije tijd houden die knakkers een televisieploeg niet buiten de deur. Phara vroeg aan het zoontje van Wouter Beke of hij wist waar de letters CD&V voor stonden. En ja, hoor. Wat als dat jongetje dat nu eens niet had geweten? Zou dat dan humor ten koste van Wouter Beke zijn? Sliep, sliep! Ik heb weinig vertrouwen in mensen die daarom moeten lachen.

Phara mocht ook Tom Van Grieken, het nieuwste modelletje voorzitter van Vlaams Belang, op de vingers kijken terwijl hij in Schoten zijn huis aan het verbouwen was. In de wc had hij de rolhouder links van de pot gemonteerd in plaats van rechts, en in die tegenstelling van links en rechts zat zo te horen een soort humor waar ik al een tijdje overheen meen te zijn. Van Grieken is het type manspersoon dat, voorafgegaan door een dot aftershave, in een autoshowroom naast je opduikt en vraagt waarmee hij je van dienst kan zijn. Toch een heel andere uitwaseming dan Filip Dewinter. Ineens komt het woord ‘designerfascisme’ me aanwaaien. Dat gaat met een koude rilling gepaard.

Iedereen kiest: rond de tijd dat ik bij wijze van dagsluiting aan een aflevering van ‘Jack Whitehall: Travels with My Father’ (Netflix) toe ben, breekt op Canvas ‘Zinzen en Van Cauwelaert bij Ivan’ aan. Die programmatitel suggereert het soort gezelligheid dat in een kroeg hangt waar ene Ivan – een kastelein die naar eigen zeggen twaalfduizend moppen kent – sinds jaar en dag aan de tap staat. Nu, niets is minder waar: dit programma is vooral sec. Zinzen en Van Cauwelaert met Statler en Waldorf vergelijken ligt te zeer voor de hand en is, als je de grapdichtheid in aanmerking neemt, ook nog eens onjuist. Nu ja, zowel Zinzen als Van Cauwelaert kunnen sneren, en zijn dan ook niet te beroerd om dat te gelegener tijd te doen. Terwijl ze hun geest laten waaien over datgene wat ze in tv-programma’s over de nakende gemeenteraadsverkiezingen te zien en te horen hebben gekregen, slaan ze een toon aan die je nog maar weinig hoort in politieke programma’s, een geluid dat wellicht bij jongere generaties uit de mode is: onverzettelijk kritisch. Walter Zinzen maakte Elke Decruynaere, schepen van Groen in Gent, unverfroren in nadat ze een figuur had geslagen, of anders gewoon radeloos was geweest, tijdens een interview over de ziekmakende sociale woningen in de Bernadettewijk. Hij voorzag ook dat de huidige coalitiepartners in Gent zouden worden afgerekend op dat schandaal. Gewoon links zou niet links genoeg meer zijn. Al hield hij er, als man van vermoedelijk weinig illusies, ook hardop rekening mee dat er wellicht veel comfortabel wonende Gentenaars waren die zich in het kieshok niets zouden aantrekken van de rottigheid in die sociale woningen. Nadat Zinzen het spoedige einde van het hoofddoekendebat zag aankomen, stelde hij bij Ivan hardop de vraag: ‘Wat hebben hoofddoekjes met de verlichting te maken?’ Zijn onderliggende antwoord was: ‘In het geheel niets.’ Mij leek die vraag vooral een mooie opgaaf voor een opiniestuk, al wil ik kromschrijvers die overlopen van meningen geenszins op ideeën brengen.

Zinzen en Van Cauwelaert leken het aan de gesprekstafel van Ivan erg met elkaar getroffen te hebben: de bereidheid om het met elkaar eens te zijn was in ieder geval groot. Dat had nu ook weer niet gehoeven.

De vrees dat dit programma een triomfje van de vergrijzing is, is niet ongegrond. Het goede nieuws is dan weer dat het maar een halfuur duurt, zodat ik me na afloop, alvorens te gaan spoorzoeken in het dromenrijk, toch nog een aflevering van ‘Jack Whitehall: Travels with My Father’ gun.

'Zijn echtgenote had het tijdelijke met het eeuwige verwisseld – een ruil waar je, in theorie, spijt van zou kunnen krijgen'


Zelfde deur, 20 jaar later

Eén – 4 oktober – 982.396 kijkers

Op de inheemse televisie is er rond deze tijd van het jaar in primetime maar één tv-programma waar ik enigszins aan gehecht ben: ‘Zelfde deur, 20 jaar later’. Martin Heylen toont, zonder daardoor het humeur van de kijkers te bederven, de schade die mensen en hun naaste omgeving in een tijdruimte van twintig jaar kunnen oplopen. Zelf blijft hij er ook monter onder. Het leven mag dan wel onzinnig zijn en op ziekte en dood uitdraaien, toch valt er in het voorbijgaan ook nog te lachen om ons aller lot. Deze keer vond Martin een man terug die voor het gemak ook Martin heette en twintig jaar geleden samen met andere buurtbewoners onteigend was, omdat hun uithoek van het dorp Kotem, aan een oever van de Maas, steeds weer onderliep. Zijn oude buurt en de bijbehorende geschiedenis waren uitgewist en zijn echtgenote had intussen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld – een ruil waar je, in theorie, spijt van zou kunnen krijgen. De man zelf, nu stokoud en in zichzelf verzonken, zat in een verzorgingstehuis in Genk iets af te wachten dat niet meer kwam: ‘Ik vind het maar niks zonder de Maas.’ ‘Mooie foto hangt hier aan de muur,’ sprak Martin – een foto van een hond. ‘Heb ik gewonnen met kienen,’ zei de oude man. Martin: ‘Heb je die hond gewonnen?’ ‘Neen,’ antwoordde de bejaarde, ‘die foto.’ Kan ik het helpen dat ik in de lach schoot bij dit scènetje van Martins onder elkaar, waarin een zekere Bomansiaanse gekte schemerde? En waarin even verondersteld werd dat het kienspel iemand een hond kon opleveren? Martin vroeg ook naar de kleindochter van de oude, die er twintig jaar geleden ook al bij was. Of ze getrouwd was. ‘Neen,’ zei de man en hij zweeg nadrukkelijk. Later zou blijken dat de kleindochter de vrouwenliefde was toegedaan. ‘Opa weet het eigenlijk niet,’ zei haar vriendin. ‘Ergens weet hij het wel,’ voelde de kleindochter. Voor ik het vergeet: Kotem is een voortreffelijke naam voor een dorp.

In de Cogels-Osylei in Berchem nabij Antwerpen, een droomgezicht met trams, liep Martin Heylen bij Lieve aan, die voluit Lieve Ulburghs heet. Zij is een kunstschilderes wier echtgenoot, de beeldhouwer Dré Peeters, twintig jaar geleden nog niet overleden was aan de gevolgen van een onstuimige levensstijl. In tegenstelling tot de oude Martin uit Kotem behoorde Lieve tot een generatie die met taboes had afgerekend, zodat ze nu vrijelijk ten overstaan van Martin Heylen, die ze ook nog een mojito voorzette, over de wisselvalligheden en de pijnpunten van haar open huwelijk kon spreken. Veeleer gelouterd, zo te horen.

Alweer een mooi aperçu van het leven waaraan je niet ontsnapt voor je dood.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234