Dwarskijker over 'Last Days' en 'Succesrijk! Topondernemers in Vlaanderen': Uitzicht op een ongeschonden verte

De laatste aflevering van ‘Last Days’ – vermijdbaar Engels – greep mij duchtig aan, vast ook wel omdat ze doodgaan in Vlaanderen behelsde.


Last days

Eén – 23 oktober – 708.910 kijkers

Van meet af aan zet de dood het leven op losse schroeven. Als sfeerschepper heb ik volgens kenners mijn weerga niet. In de meer pretentieuze kroeggesprekken is er altijd wel iemand die in een vlaag van interessantie zegt dat wij, westerlingen, in tegenstelling tot pakweg de Maori niet meer kunnen omgaan met de dood. Nu, er gaat in deze fase van mijn leven geen dag voorbij of ik denk een keer of tien aan het heengaan van mijn geliefden en natuurlijk ook aan mijn eigen terugval in het niet-zijn. Qua omgang met de dood lijkt me dat ruimschoots voldoende. Ik kan niet ontkennen dat doodsgedachten mijn streven naar een lichtvoetig leven flink kunnen dwarszitten. Ik zou de dood spelenderwijs willen negeren of er anders mijn schouders voor willen ophalen, maar daar blijk ik, tot mijn teleurstelling, het talent niet voor te hebben.

Wat ik wil negeren, kijk ik liever niet in de bek, zodat kijken naar het altijd weer mooi in beeld gebrachte ‘Last Days’ me enige moeite heeft gekost. Weekhartigheid komt met de jaren, zei iemand me laatst, alvorens me snikkend om de hals te vallen.

De laatste aflevering van ‘Last Days’ – vermijdbaar Engels – greep mij duchtig aan, vast ook wel omdat ze doodgaan in Vlaanderen behelsde. Er was dus geen exotische afleiding en er viel geen fotogeniek kleurengewemel ver van mijn sterfbed te bezichtigen. Lieve Blancquaert verkende de begrafenisonderneming Pues in Herent, een familiebedrijf waar vrijwel meteen duidelijk werd dat ‘wij, westerlingen’ naar mijn smaak uitstekend kunnen omgaan met de dood, en, alweer naar mijn smaak, aangenaam beschaafd. Twee overledenenverzorgers van 20, die door de dood van een naaste voor hun beroep hadden gekozen, spraken haast ontroerend over hun – excusez le mot – arbeidsvreugde. Het meisje noemde haar werk een droom, en de jongen had het over zijn diepe voldoening als iemand hem zei: ‘Papa ligt er mooier bij dan in de kliniek.’ De jongen zou het stoffelijke overschot van een naaste niet kunnen verzorgen, maar het meisje wel: ‘Bij mij is hij of zij in goede handen,’ zou ze dan denken. Heerlijk meisje. Heerlijke jongen ook.

Meetreuren is uit den boze, maar begrafenisondernemer Tom, die uit hoofde van zijn vak elke dag weer veel verdriet moet aanzien en daar geen krimp bij gaf, zei dat hij op een schoolfeest ineens kan volschieten als zijn kinderen op het podium een kunstje deden dat niet eens ontroerend was.

Een alleenstaande man wiens hart aan een kunstklep toe was, kwam alvast zijn volledige begrafenis regelen bij Pues. Zijn eigen rouwbrief te lezen, deerde deze vooruitziende sterveling niet. Of hij morgen al dood zou gaan of over honderd jaar, het was hem om het even. Al vond hij honderd jaar misschien toch een beetje lang, nu hij er voor de camera even bij stilstond.

Lieve Blancquaert ging ook langs bij het gezin van Elly, wier leven wegens uitgezaaide longkanker aan het aflopen was. Elly had voor euthanasie gekozen. Er ontspon zich een gesprek waarin haar ene dochter vrede had met de eventuele levensbeëindiging van haar moeder, terwijl haar andere dochter, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens, er geen raad mee wist: ‘Dat klopt toch niet?’ Hun vader, de man van Elly, deed er liever het zwijgen toe. Het lijkt me bepaald moeilijk om de complexiteit van euthanasie nog beter weer te geven dan in dit hartroerende, uit het leven gegrepen familietafereel. Verdriet was de grondtoon van dit bedreigde samenzijn, maar toch werd er nog gelachen, soms met een brok in de keel. Op de familiefoto die Lieve Blancquaert van hen maakte, leek het alsof ze nog alle redenen hadden om gelukkig te zijn. Hij eindigde ingelijst op de kist van Elly tijdens haar uitvaart. We vernamen dat er aan haar overlijden geen euthanasie te pas was gekomen, want doordat kanker ook in haar hersenen had huisgehouden, was ze wilsonbekwaam.

Laat ik aan dit mooie televisieprogramma, waarin iedereen deugde, nog de slotregel van Pessoa’s gedicht ‘Er zijn ziekten erger dan ziekten...’ toevoegen: ‘Geef mij nog wat wijn, want het leven is niets.’

'Fijn dat ik die man alleen maar op de televisie hoef mee te maken, al zullen er vast mensen zijn die Vic Swerts een heel aardige vent vinden'


Succesrijk! Topondernemers in Vlaanderen

VTM – 23 oktober – 398.515 kijkers

‘Succesrijk! Topondernemers in Vlaanderen’ is een rommelige titel die ritmisch strompelt en dan ook slecht bekt. Zo, dat moest me even van het hart. Voorts wantrouw ik alle begrippen die de commerciële televisie met ‘top’ aandikt. Kan ik het helpen dat er niet één topondernemer voorkomt in mijn eregalerij van inspirerende mensen? Het geval wil dat mijn gebrek aan spontane belangstelling voor topondernemers nog geen reden was om níét naar de eerste aflevering van ‘Succesrijk! Topondernemers in Vlaanderen’ te kijken. Plichtsbesef is niets om trots op te zijn. Zie Eichmann. Of google hem anders een keertje.

In dit programma deed Cathérine Moerkerke alsof ze thuis was bij enkele Vlaamse zaakvoerders die op het eerste gezicht een ander slag typetjes waren dan de schertsfiguren die in ‘The Sky Is the Limit’ te kijk stonden. Neem nu Bart Versluys, een verwoede projectontwikkelaar ter hoogte van de Belgische kust. Moet ik u nog meer vertellen? Vooruit dan maar: Cathérine Moerkerke, erg blond, mocht zich in Knokke-Zoute uitgebreid vergapen aan zijn kapitale villa met uitzicht op een ongeschonden verte die zelfs hij niet vol zou plempen met gedrochtelijke hoogbouw. Je merkte snel dat deze Versluys, in een snel pak gestoken, het erg met zichzelf getroffen had. Hij leek er aldoor van uit te gaan dat Cathérine Moerkerke speciaal te zijner ere was komen aanlopen.

De reportagemaakster keek ten behoeve van het ruime publiek rond in het interieur van huize Versluys. Ze zei: ‘Veel focus op de keuken, hè?’ Lees: de keuken is wel heel erg ruim. Waarop de projectontwikkelaar antwoordde dat hij er in alle vroegte z’n muesli ontwikkelde, zijn tweede project van de dag, na enkele lichaamsoefeningen. Het was ook al voorgekomen dat hij er een banaan pelde, maar meer had hij niet te maken met die keuken. Ik weet ook niet of de keuken het terrein van zijn echtgenote was. In de deuropening zei ze dat ze twee keer per week ging hardlopen en aan krachttraining deed. Daarna was haar tekst helendal op.

Bart Versluys bleek in kunst te investeren. Aangezien hij naar eigen zeggen al nagenoeg zijn hele leven werkte – ‘meubeltjes maken’ – had hij in zijn jongensjaren, toen hij al een zakcent ten belope van 50 à 100.000 frank per maand verdiende, al eens 80.000 frank, zo’n 2.000 euro, aan een ets van de grote James Ensor besteed. 17 was hij toen. Die ets was hij uit het oog verloren – hij vroeg zich zelfs niet meer af waar hij hem gelaten had, tot hij er op een dag domweg achter kwam dat hij ‘beneden in de wc’ hing. Om ons maar een idee te geven. Intussen had hij nog meer Ensors verzameld: een goede investering zei hij enkele keren, tot ‘passie’ hem te binnen schoot, altijd een uitstekende stoplap. Er hing ook een werk van Günther Uecker, een spijkerreliëf. ‘Speciaal,’ zei Cathérine Moerkerke. Lees: ik vind er geen zak aan. Later zou ze ten behoeve van de kijker uitrekenen hoeveel één spijker van dat reliëf kost. Ieder zijn kunstbeschouwing.

Bart Versluys, van wie ik voorvoel dat hij een interessante bijdrage aan mijn mensenkennis zal leveren, zat niet om een kenschetsende anekdote verlegen. Tijdens de aanleg van zijn zwembad belemmerde een bakbeest van een kraan behoorlijk lang de vrije doorgang van zijn buren. Die mensen hadden daar in het geheel niet over gemopperd. Op een avond trof hij die verdraagzame buren, een echtpaar met kinderen, in een restaurant aan, en prompt betaalde hij hun diner. Let wel: blindelings, zónder eerst discreet bij een kelner naar hun rekening te informeren. Ja, zo zat de hele Versluys nu eenmaal in elkaar, luidens de eigenste Versluys.

Er stond naar zijn grove schatting zo’n 150.000 euro op zijn zichtrekening. Cathérine Moerkerke liet niet na hem naar de huidige broodprijs te vragen. Ineens hing hij een warrig verhaal op over die keer dat hij en zijn zoontje recreatief gingen winkelen in een supermarkt: de rekening bedroeg zoals bij de meeste huisvrouwen (M/V) die boodschappen doen 420 euro. Toen hij betaalde, verdween een biljet van 200 euro – vraag hem niet hoe en laat mij erbuiten – in een ‘afzuigsysteem’ aan de kassa. De caissière maakte daar een probleem van, maar toen daagde er een diensthoofd op dat hem ruiterlijk die 200 euro terugbetaalde. Voor een pointe was je bij Versluys aan het verkeerde adres. Met dit lulverhaal wilde Versluys aan de broodprijs ontsnappen, maar Cathérine Moerkerke herhaalde haar vraag. Eén euro, gokte hij, wat een spotprijs is en een aanfluiting van het bakkersvak als je 150.000 euro op je zichtrekening hebt staan. Tot slot mocht hij, bulkend van succes, vanuit een helikopter alle bouwprojecten aanwijzen die de mensheid aan hem te danken had. Als in de kritiekloze bedrijfsfilm van zijn dromen.

Misschien ben ik er minder vatbaar voor, maar de interessantheid van Bart Verhaeghe wilde in deze eerste aflevering van ‘Succesrijk! Topondernemers in Vlaanderen’ nog niet helemaal tot mij doordringen. Deze voorzitter van Club Brugge, tevens ondervoorzitter van de KBVB en aanstichter van Uplace raakte wel erg opgewonden toen zijn blik op de spuuglelijke nieuwe sportschoenen van Thierry Henry viel. Mocht het een erkende afwijking zijn, dan bestaat er vast een Latijnse naam voor.

Voor Vic Swerts, een man van 78 wiens bedrijf Soudal wereldwijd in siliconen doet, was ik meteen te vinden, ook wegens zijn voorkomen, dat niets aan de verbeelding overliet: hij zag eruit als een autoritaire, nurkse en genadeloze fabrieksdirecteur in het vormingstheater uit de jaren 70, toen ‘links’ nog lang geen scheldwoord was en ‘rechts’ dan weer wel. Vic Swerts, een zelfverklaarde katholiek van de oude stempel, kon waardering opbrengen voor mensen die op zondag, in plaats van ter kerke te gaan, tussen tien en twaalf gingen tennissen. Als ze maar niet in hun nest bleven liggen! Zijn jongere broers, die ook in het bedrijf waren opgenomen, knepen ’m voor de directeur, als waren ze géén naaste familie van hem. In de beste scène van deze aflevering zag je hoe een heel directiecomité bleek wegtrok en zich collectief leek te generen toen de oude Swerts hen aan het hoofd van de vergadertafel een uitbrander gaf omdat ze niet één-twee-drie wisten hoe ze een bepaald bedrijfsprobleem moesten oplossen: ‘Allemaal verstandige mensen!’ Fijn dat ik die man alleen maar op de televisie hoef mee te maken, al zullen er vast wel mensen zijn die Swerts juist een heel aardige vent vinden. Eén positieve noot kan er heden wel af. Morgen zien we wel weer.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234