Dwarskijker over 'Matchmakers' en 'Nieuwsjagers': sprintjes trekken met rubberlaarzen aan

Ik leerde dat schaamteloosheid en een zekere zelfverwerping in kringen van échte journalisten een deugd zijn. 'Ik kan het wel vergeten,' dacht ik oprecht


Matchmakers

VIER – 16 april – 318.153 kijkers

Of ik dat nu wil of niet, in deze fase van mijn leven dien ik meer Thanatos dan dat ik offers breng aan Eros. Of ís Thanatos dienen een offer brengen aan Eros? Hoe het ook zij, het mag mij er als keiharde professional in geen geval van weerhouden naar de datingshow ‘Matchmakers’ te kijken, desnoods vanuit mijn ooghoek, onder het genot van een kalmeermiddel dat je in Oekraïne zonder doktersvoorschrift kunt kopen.

Jani Kazaltzis, die de aloude Griekse beginselen alle eer aandoet, lijkt me de aangewezen presentator voor ‘Matchmakers’. Hij gedraagt zich wel anders dan in programma’s waarin hij, in zijn rol van valse nicht met een hang naar mode, verbaal moet braken van middelbare vrouwen die gekleed gaan als Alice Cooper in de jaren 70 en hun plunje ook nog eens oprecht mooi vinden. Mógen ze even, ja? Dit keer speelt Jani meer de allesbegrijpende huisvriend, die er veel voor overheeft om een mooi meisje dat, zoals in de eerste aflevering, ook nog eens Zita heet aan één of andere vrijer te koppelen. We vernamen dat Zita uitblonk in Microsoft Excel. Nóg opwindender hoefde het voor mij niet te worden. Genade.

In een decor dat eruitzag als een uithoek van een meubeltoonzaal die betere tijden heeft gekend, nam Zita de honneurs waar, nadat haar vriendenkring op de computer eerst drie kandidaat-minnaars voor had geselecteerd. Haar goede vriend Stijn sloot iemand uit omdat diens voornaam op ‘y’ eindigde. Dat Stijn Zita niet kan krijgen verbaast me dan ook niks. Opdat we méér over haar te weten zouden komen, mochten we, terwijl ze niet thuis was, in haar flat rondneuzen: Zita liet zo te zien weleens kledingstukken slingeren, waaruit de oppervlakkige waarnemer uiteraard meteen opmaakte dat ze een onverbeterlijke sloddervos was. ‘Foei!’ zei Jani, in wie ik, de erotiek van de oude Grieken indachtig, geen foeizegger had vermoed.

Van de drie geselecteerde vrijers had er niet één een hondenkop, en ook geen loopoor of een ander klein gebrek: aan hun uiterlijk zal het wel niet liggen dat ze geen vriendin hadden. Het innerlijk is verraderlijker. Ze zagen eruit als de fotomodellen die in de catalogus van Black & Decker doen alsof ze een boormachine in bedwang kunnen houden. We kregen tussendoor verborgencamerafilmpjes te zien van een georkestreerde toevallige ontmoeting tussen Zita en de drie gegadigden, die er in een apartje prat op gingen dat ze op het griezelige af ordentelijk waren. Toch koos Zita er één uit met wie ze ter nadere kennismaking op reis mocht, zoals die klojo’s van ‘Blind Date’ destijds.

‘Goed dat ik vaste verkering heb,’ dacht ik na afloop van dit tijdverschijnsel, en verder niets.

'Ik leerde dat schaamteloosheid en een zekere zelfverwerping in kringen van échte journalisten een deugd zijn. 'Ik kan het wel vergeten,' dacht ik oprecht'


Nieuwsjagers

VIER – 10 en 17 april – 187.784 en 168.237 kijkers

‘Van de makers van ‘Topdokters’’, luidde het. Dat moest vast als kwaliteitsgarantie gelden. De documentaireserie ‘Nieuwsjagers’ gunt ons inkijk in de redactionele bedrijvigheid bij een krant die, in tegenstelling tot twee andere kranten en een havermoutpak, niet tot mijn ochtendlijke leesgewoontes behoort. Een verslaggever poneerde: ‘Krantenjournalistiek is de sprint van de journalistiek. Sprinten tot de deadline en dan – bám! – de gazet in, mooi op de voorpagina. Nieuws!’ Diezelfde verslaggever wist ook: ‘De beste journalist is zeker niet hij die het best kan schrijven. Een journalist is diegene die met z’n botten aan de straat op gaat.’ De betere schrijver, bijvoorbeeld de auteur van de tekst op mijn havermoutpak, weet ongetwijfeld dat ‘botten’ hier niet knoken of beenderen betekent, waar de gemiddelde schnauzer urenlang zoet mee is. ‘Botten’ slaat in dit geval op rubberlaarzen, mogelijk zelfs lieslaarzen, want de straat staat weleens blank, en vooral dan waden er veel nieuwsjagers rond. De verslaggever sprak met de stelligheid van iemand die alles wat hij eruit flapt simultaan heeft gedubbelcheckt. Die toon was zowat de herkenningsmelodie van dit programma.

De hoofdredactrice, die ook voorwoorden aan de krant bijdraagt, poneerde op de stellige toon die haar vermoedelijk aangeboren is dat een journalist zonder ego niet bestaat. Zij sprak een waar woord, want ook los van zijn beroep is een mens zonder ego zo zeldzaam als een kubusvormig ei, waar een stomverbaasde eierboer ongetwijfeld uitgebreid de krant mee zou halen. Eierboer: ‘Behalve een zekere trots heeft mijn kip ook een raar loopje aan dat kubusei overgehouden.’ Een andere hoofdredacteur van de krant in kwestie staat zo te horen liever niet om zijn ego bekend, want toen de CEO van het persbedrijf waar hij deel van uitmaakt hem vroeg om hoofdredacteur te worden, sprak hij de volgende historische woorden: ‘Ik wil de hoofdredacteur zijn die het hardst werkt en het minst zichtbaar is.’ Hij klonk erg principieel, zodat hij, qua onzichtbaarheid, wellicht geweldig baalt van ‘Nieuwsjagers’.

We zagen verslaggevers, échte journalisten, telefonisch naar nieuws hengelen: toen een religieus getinte ploert op de argeloze menigte inreed ter hoogte van de Ramblas in Barcelona, viel er een Vlaams slachtoffer. Het duurde niet lang of een nieuwsjager was, in een wolk van excuses en demonstratieve deernis, met de buurvrouw van die arme vrouw aan het bellen. Vóór die échte journalist belde, wist dat mens van niets. Hij kwam erachter dat het slachtoffer bij de posterijen werkte en voetbalde in haar vrije tijd. Nieuws. Bám de krant in.

Een andere nieuwsjager belde na een moord op een zogenaamde zakenman – hij was nog maar net koud – in een villawijk aan bij de moeder, de ex en de buren van het slachtoffer: ‘Vooreerst mijn deelneming,’ luidde zijn binnenkomer, waarna hij het deksel op de neus kreeg of anderszins uitgescholden werd. De nieuwsjagers, échte journalisten, bleken merkwaardig vaak bot te vangen, maar in het blikveld van de camera hielden ze zich groot. Ik leerde dat schaamteloosheid en een zekere zelfverwerping in kringen van échte journalisten een deugd zijn. ‘Ik kan het wel vergeten,’ dacht ik oprecht. En die gedachte beurde mij vreemd genoeg op.

De krantenredactie waar de makers van ‘Topdokters’ deden alsof ze er thuis waren, wist kennelijk al vroeg dat de neergang van Bart De Pauw aanstaande was. Een échte journaliste riep dat iemand een lijst aan het maken was van alle actrices met wie Bart De Pauw ooit had samengewerkt. Een tijdje later bleek dat de openbare omroep, die in theorie geen persorgaan hoort te bevoordelen, alleen naar de krant van ‘Nieuwsjagers’ en naar een ietwat chiquere krant van dezelfde uitgever een perscommuniqué had gestuurd over de breuk met Bart De Pauw. Terwijl de cameraploeg toekeek, zeiden de échte journalisten net iets te nadrukkelijk dat ze de befaamde televisiemaker niet ‘aan een speer zouden rijgen’, en dat het ook niet in hen opkwam om hem in een krantenkop aan Harvey Weinstein te koppelen. Tegen de deadline aan waren ze erg opgetogen over twee anonieme getuigenissen van vrouwen, die, in tegenstelling tot Bart De Pauw, sindsdien lekker anoniem zijn gebleven. Het voorwoord van de hoofdredactrice was die keer geïnspireerd op herinneringen aan haar tijd als Wetstraatjournaliste, toen allerlei manspersonen, zowel collega’s als politici, ongevraagd aan de sluiting van haar beha frunnikten. Ach, waarom altijd zo negatief? Misschien ging het wel om hulpvaardige goeierds, gewezen padvinders, die haar beha juist wilden slúíten, alvorens ze haar de straat over hielpen.

Mijn favoriete verschijning in ‘Nieuwsjagers’ was een regionaal verslaggever, tevens fotograaf, die doodleuk Peter Malaise heet, een naam die, alsof de duvel ermee gemoeid is, lijkt te zinspelen op de toestand waarin zowel de papieren pers als haar digitale toekomstdroom heden verkeren. Deze Malaise – geen dranghek gaat hem te hoog – hoefde niet van zijn sleutelrol in de krant overtuigd te worden. Hij werd, naar hij zelf zei, onder complimenten bedolven omdat hij al meer nieuws uit Kluisbergen had gehaald dan er ooit had ingezeten. Tijdens Waregem Koerse, Royal Ascot op maat van Willy Naessens, werd Malaise aangeklampt door een man die vond dat zijn nieuwe garage in Ronse, die niet minder dan drie verdiepingen telde, in de krant moest. De regionaal verslaggever zei dat hij niets kon beloven. Zo professioneel maken ze ze nog maar zelden tegenwoordig.

De hoofdredactrice stelde dat een dag op haar redactie pas geslaagd was als je ’s avonds om halftien ‘met je tong op je tenen’ het juk afwierp. Hijgerig, meer tikkend dan schrijvend, van de ene haastklus naar de andere ijlen; aldoor sprintjes trekken met rubberlaarzen aan, en aan één stuk door geobsedeerd zijn met de vermeende manoeuvres van de concurrentie: deze ratrace zal altijd wel eigen zijn geweest aan krantenjournalisten, maar zulk gejakker doet een senior writer van mijn allooi nog meer dan gewoonlijk naar slow journalism reikhalzen, en naar bezonken nieuws.

Voor het overige heb ik sterk de indruk dat ik na twee afleveringen van ‘Nieuwsjagers’ al de hele serie heb gezien. Dat schiet lekker op.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234