Dwarskijker over 'So You Think You Can Dance'

An Lemmens, de presentatrice, oogt de jongste tijd als een nagekomen pin-up uit de jaren vijftig: lady en tramp tegelijk. Toevallig hou ik van glamour op straatniveau: voor meer uitleg hieromtrent belle men mijn psych, een vrouw die dag en nacht bij haar telefoontoestel de wacht houdt, en daarbij zo nu en dan kermt als een aangereden zwerfkat die nog net de pechstrook heeft gehaald, waar ze toegesnelde dierenvrienden hoort zeggen: 'Volgens mij is ze al dood.'

Aangezien ik altijd voor een gedachtevlucht te vinden ben, uiteraard in businessclass, vroeg ik me in de greep van de actualiteit af hoezeer een hoofddoekje An Lemmens zou misstaan. Maar voor ik het daarover eens kon worden met mezelf, werd ik al afgeleid door een danser die voor 'So You Think You Can Dance' stond warm te draaien. Hij trad aan met een stoel die, naar hij zelf zei, zijn 'kritische ik' moest verbeelden, een kracht die hem aldoor probeerde dwars te zitten. Als ik zoiets hoor, hou ik mijn hart vast, of ik zet het op een besmuikt geeuwen, maar de danser bewoog prachtig en zijn stoel deed het ook lang niet slecht voor een levenloos ding dat het niet van lenigheid moet hebben. Ik heb bewondering voor alles wat ik niet kan, of niet durf te kunnen, en daarom kijk ik op naar mensen die al dansend de zwaartekracht uitsliepen, of mensen die op sierlijke en ritmische wijze meer van hun gewrichten gedaan krijgen dan ik. Kortom, ik hou van goede dansers, en in 'So You Think You Can Dance' heb ik al veel onmiskenbaar talent gezien, laatst nog een Nederlands stel dat zich briljant van een hitsige postmoderne chachacha kweet: kijk, dát noem ik nog eens een voorspel - in de natuur zie je zulke superieur gestileerd baltsgedrag nooit, of je nu David Attenborough bent of niet.

Het viel me van 'So You Think You Can Dance' mee dat er niet likkebaardend op aangekondigde mislukkingen werd ingezoomd: echte beunhazen mochten even voorbijflitsen, maar meer aandacht kreeg hun stuitende gebrek aan zelfkennis niet. De jury, die over stijl moest oordelen, wilde kennelijk zelf van stijl getuigen. 'Dit is wellicht de slechtste auditie die ik vandaag heb gezien,' klonk het bij gelegenheid, maar er kwamen geen frontale, op het leedvermaak van het ruime publiek berekende extra krenkingen van. Zal ik dat maar een gunstige evolutie in het rijk der hufters noemen? Ja, laat ik dat maar doen.

Thans rijst mijn kritische ik van zijn stoel op, maakt een pirouette die mijn gewone ik hem niet zou nageven, en neemt vervolgens het woord: Brahim, de gevierde arrenbiezanger, heeft met z'n onafscheidelijke hoedje op zitting in de jury. Als Nederlandse stopwoorden en gemeenplaatsen tekortschieten - nagenoeg voortdurend - schakelt hij op Engelse kretologie over: 'Wat ik je heb zien doen was... beautiful' of: 'Wat jij doet is méér dan hiphop, het is... emotional.' Ik maak me sterk dat Brahim een internationale carrière ambieert, zo mogelijk tot in het hiernamaals toe: nadat hij een zwarte jongen van Congolese afkomst uitstekend had zien dansen, een jongen van wie uit een inleidend filmpje was gebleken dat hij van huis uit erg vroom was, sprak de gevierde arrenbiezanger: 'Dit is het bewijs dat God cool is.' Fijn, maar altijd kerk en showbusiness netjes gescheiden houden, Brahim... if possible.

Dwarskijker over 'So You Think You Can Dance' (2)

Nu ik het zijdelings over taal heb: waarom heeft niemand een Nederlandse titel bedacht voor 'So You Think You Can Dance'? Onbegonnen werk in tijden van taalverval? Goedgekeurde kandidaten mogen doorstromen naar een harde training die in dit programma 'boot camp' wordt genoemd, wat Amerikaans is voor 'heropvoedingskamp'. Ik hoed me voor showbizz die de angel uit het begrip 'boot camp' haalt. Ik hoed me in één moeite door ook voor effectbejag waar kinderen aan te pas komen: het wedstrijdreglement van 'So You Think You Can Dance' stipuleert dat gegadigden minstens zestien moeten zijn, en toch werden er twee knaapjes opgevoerd van wie er eentje de zoon was van een echtpaar dat een dansschool bestierde. Ik meende ze nog te kennen van 'Sterren op de dansvloer'. 'We weten dat we te jong zijn,' zei het knaapje, 'maar we zouden heel graag de ervaring meepikken.' Het klonk alsof zijn ouders, wellicht types die zelf ook graag 'ervaringen meepikken' op de televisie, het hem hadden voorgezegd. 'Samen zijn we achttien,' zei hij ook nog, teneinde snaaks aan het wedstrijdreglement te morrelen. Hij verwekte met die zin, die hij wellicht met zijn ouders had ingeoefend, iets te veel hilariteit. De applausmeester slooft zich uit, kon je denken. Het advies 'Ga maar lekker buiten spelen, jongens' ontsnapte me.

Tot slot wil ik nog even op An Lemmens terugkomen: ik neem graag aan dat ze een vaardige, karaktervolle presentatrice is, maar wat kan ze daar in 'So You Think You Can Dance' van laten zien? In dit programma is ze voornamelijk in de zorgsector doende, wat neerkomt op verliezers knuffelen, en zeggen dat het allemaal niet zo erg is, en dat ze als zwaan nog wel meer kansen zullen krijgen om te sterven. Waarmee ik niet beweer dat de zorgsector onverdienstelijk is.

Hoe het ook zij: ik hou van goede dansers, met inbegrip van gogogirls en buikdanseressen, en daardoor zie ik 'So You Think You Can Dance' gedeeltelijk door de vingers. Zo, nu ga ik me even aan een spagaat wagen, maar dan wel onder toezicht van mijn immer bezorgd kijkende lijfarts.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234