Dwarskijker over 'Stukken van mensen' en 'Wereldkampioenen': 'Een wodkaatje ter stimulatie van de spijsvertering'

In mijn verbeelding cast ik Kevin De Bruyne weleens als archetypische Vlaamse plattelandsjongen, die een kudde koeien van de weide terug naar de stallen drijft

'Het kon niet uitblijven dat de handelaren elkaar zo goed als speels songtitels als 'Money Money Money' en 'The Winner Takes It All' naar het hoofd slingerden'


Stukken van mensen

VIER – 22 mei – 338.094 kijkers

‘Stukken van mensen’ is, waarde liefhebbers van het geschreven woord, een genoeglijke tijdkorting. Dat zal ik alsnog niet over veel tv-programma’s beweren, ook al heb ik mijn leerjaren in de weekbladjournalistiek stilaan uitgediend, waardoor ik misschien last van mildheid begin te krijgen, die met de jaren komt. Ik laat me ‘Stukken van mensen’, dit met Evy Gruyaert verluchtigde revuetje van mooie of anderszins bijzondere voorwerpen, in ieder geval graag welgevallen, en de aanbieders die deze objecten om één of andere reden in de muil van de marktwerking gooien, neem ik op de koop toe.

De helft van het aanbod in de laatste aflevering van het seizoen bestond uit rockmemorabilia: een ingelijst denim overhemd en een ondervest waarin Francis Rossi van Status Quo, luidens een naar internationale betrouwbaarheid hunkerend certificaat, zich ooit in het zweet zou hebben gewerkt tijdens zijn eeuwigdurende boogie: dit verzamelstuk oogde voor de leek als een serieproduct uit een lageloonland, maar een kenner zag er iets in waar hij, voor hij het met winst doorverkocht, 1.150 euro voor neertelde. Ik moet tijdens dit programma geregeld aan een bon mot van Oscar Wilde denken: ‘Een cynicus is iemand die van alles de prijs en van niets de waarde kent.’ Nu ja, de handelaren van ‘Stukken van mensen’ doen er alles aan om hun eventuele cynisme niet bloot te geven. Ze zijn vooral gehaaide kooplui die van alles de marktwaarde kennen en daar dan bliksemsnel de meest winstgevende prijs uit afleiden, onder het tentoonspreiden van enig kunstgevoel. En intussen bijten ze zich vast in een glimlach.

Tussendoor moeten die kooplui spontane praatjes houden over hun onderlinge rivaliteit en over de aangeboden voorwerpen: nog altijd heb ik de indruk dat ze daarbij gesouffleerd worden – het is in ieder geval alsof een productieassistent hen een spontaan praatje heeft voorgedaan, wat natuurlijk onbegonnen werk is.

Een man uit Oostende, die zijn opbrengst aan een goed doel in Kenia beloofde over te maken, bood een gouden plaat van Abba te koop aan. Kunsthandelaarster Emely Christiaens zei dat Abba, vier Zweden die in ’t vrije Westen tot de canon van de popcultuur behoren, ‘van voor haar tijd’ was. Dat iets van voor je tijd is, klinkt een tikje vreemd uit de mond van iemand die voor haar vak met allerlei kunstvoorwerpen en sferen ‘van voor haar tijd’ doende is. Misschien wel om het ruime publiek niet af te schrikken, zeggen de specialisten zelden iets dat de clichés te boven gaat over de voorwerpen die hen aangeboden worden. Toch niets waarvan ik zou kunnen zeggen: ‘Zo had ik het potjandorie nog niet bekeken.’ De bastaardvloek ‘potjandorie’ is gelukkig van voor mijn tijd. De kunsthandelaars van ‘Stukken van mensen’ spelen vooral het spel van loven en bieden en door middel van charme, gefleem, dik aangezette teleurstelling, grootvaderlijke bonhomie (Paul De Grande), of anders een al te nadrukkelijk gebrek aan belangstelling, proberen zij de aanbieder nooit te geven wat hij, niet zelden ten prooi aan escalerende hebzucht, er het liefst voor zou willen krijgen. De kapitaalkrachtigste handelaren zijn duidelijk Paul De Grande en Patrick van der Vorst, een Vlaming die wegens succes in Londen is gevestigd, en daardoor denkt dat dooddoeners in het Engels net ietsjes interessanter klinken dan in zijn moerstaal.

De kunsthandelaren vangen elkaar voor het spel graag een vlieg af, maar au fond willen ze elkaar, met het oog op latere handelstransacties, nog het liefst te vriend houden: Bie Baert kocht de gouden plaat van Abba voor 475 euro ten bate van behoeftige Keniaanse kinderen, en deed ze vervolgens in één vloeiende beweging aan – ‘Oh my God!’ – Patrick van der Vorst cadeau, die volgens zijn overlevering ooit drie platen van Abba ten geschenke had gekregen voor zijn eerste heilige communie. Het kon niet uitblijven dat de handelaren elkaar zo goed als speels, misschien wel op inblazing van een productieassistent, songtitels als ‘Money Money Money’ en ‘The Winner Takes It All’ naar het hoofd slingerden, want het slijk der aarde is nu eenmaal het onderliggende thema van dit programma. Maar zelfs dat neemt niet weg dat ‘Stukken van mensen’ een genoeglijke tijdkorting is.

‘... dit met Evy Gruyaert verluchtigde revuetje van mooie of anderszins bijzondere voorwerpen’: kán zo’n zin eigenlijk nog wel heden ten dage? En kan ‘heden ten dage’ nog in deze tijd? Zo is er altijd wel iets om over te tobben.


Wereldkampioenen

Eén – 21 mei – 507.495 kijkers

Misschien heb ik de schijn tegen, maar ik loop waarlijk niet over van de meningen, en mensen die dat wél doen, omzeil ik gaarne. Beland ik door een verkeerde afslag in een gezelschap dat driftig meningen over bijvoorbeeld het voetbal uitwisselt, dan zet ik het op een deemoedig zwijgen, waar ik, mits enige moeite, een geïnteresseerde gezichtsuitdrukking bij ontplooi. Als oningewijde zal ik hoegenaamd geen standpunt aangaande Radja Nainggolan en Roberto Martínez in de groep gooien, maar ik ken die namen wel: ze kunnen me nog van pas komen als ik tussen ‘Dagelijkse kost’ en het zevenuurjournaal met schorre stem antwoorden naar ‘Blokken’ roep.

Ooit zal er wel iets misgelopen zijn tussen het voetbal en mij, maar nu is het al veel te laat voor een inhaalbeweging, laat staan voor spijt. Vroeger, in mijn baldadige jeugd, zei ik dat ik net niet homoseksueel genoeg was om van het voetbal te kunnen genieten. Met zulke uitspraken maak je kennelijk weinig of geen vrienden.

Hoe het ook zij, nu er in Poetingrad een WK in de lucht hangt, nam ik uit hoofde van mijn ambt plaats voor ‘Wereldkampioenen’, een gelegenheidsprogramma waarin Ben Crabbé en drie voetbalkundige invitees met vereende krachten een Rode Duivel tegen het licht houden. Een restaurant leek hen daartoe de meest geschikte plaats: ‘Als de grens tussen werk en vertier vervaagt, mag je jezelf gelukkig prijzen,’ zei ooit een wijsgeer die, hoewel hij allang aan gene zijde is, liever anoniem wenst te blijven.

We zagen hoe Ben Crabbé, gastheer en spelverdeler, Erik Van Looy ter begroeting een vluchtige, nagenoeg routineuze herenkus gaf. De andere tafelgasten – Jan Mulder, de vooraanstaande voetbalanalyticus uit Groningen, en Ruud Vormer, het nieuwste model Gouden Schoen – waren allang blij met een handdruk. Ben opteerde hardop voor ‘zeetong meunière met warme groentjes’, en de rest van zijn gezelschap koos ook voor iets eetbaars. Daarna kon de ontleding van Kevin De Bruyne, doordeweeks aanvallende middenvelder bij Man City – Joost mag weten waar ik dat kennerstoontje ineens vandaan haal – een aanvang nemen.

In mijn verbeelding cast ik Kevin De Bryne weleens als archetypische Vlaamse plattelandsjongen, een potige en ongerepte verschijning die op zomeravonden een kudde koeien van de weide terug naar de stallen drijft, tegen een achtergrond die aan de schilderijen van Emile Claus schatplichtig is. Die jongen staat in zijn naaste omgeving als zwijgzaam bekend, en ook wel als eenzelvig. Op een nacht breekt er brand uit in de stallen – dieptragisch geloei om hulp – en de stille koehoeder wordt van brandstichting verdacht. Hoe het met hem zal aflopen, al sla je me dood, maar laat ik het in godsnaam weer over ‘Wereldkampioenen’ hebben: zelfs ik veerde in gedachten op bij beeldfragmenten waaruit het spelinzicht, de helderziende voorzetten en het lef – een vrije trap ónder de muur door! – van Kevin De Bruyne ten overvloede bleken. Een vrije trap ónder de muur door, zonder voorafgaand graafwerk! De tafelgenoten, die zich hoedden voor een volle mond tijdens het praten, betoonden intussen een zekere voorliefde voor de vakterm ‘assist’.

Kevin De Bruyne loopt heel wat af op de mat – zo’n 11 kilometer per match – en hij foetert omstandig als hij tijdens een wedstrijd zijn zin niet krijgt. Al deze wezenskenmerken werden in dit programma besproken. Het kon uiteraard niet uitblijven dat het tafelgezelschap, terwijl de zeetong meunière heurs weegs zonk, de financiële draagkracht van Kevin De Bruyne zou aanroeren. Het is algemeen bekend dat deze aanvallende middenvelder, ondanks zijn sympathieke voorkomen, een grootverdiener is. Ik weet niet of je meteen een exponent van de afgunstcultuur bent als je je in een verloren ogenblik, terwijl je op je beurt wacht in de voedselbank, afvraagt hoeveel keer het bestaansminimum in het maandelijkse inkomen van een beetje topvoetballer gaat. ‘Dat verdienen is helemaal ontspoord,’ zei Jan Mulder, maar naderhand ging hij ervan uit dat iedereen Kevin De Bruyne zo’n ontsporing gunt: ‘Succes doet een mens vliegen.’ Afgunst onder profvoetballers zou ook niet meer bestaan. De Gouden Schoen zei dat spelers niet meer geïnteresseerd waren in elkaars inkomen: ‘Als je zelf maar tevreden bent,’ en dat wás hij, voorlopig. Jan Mulder vond dat wij, Belgen, de dappersten aller gallijders, juist blij moesten zijn dat landgenoten fortuinen verdienen in het internationale profvoetbal. Ondanks die blijdschap, die me helemaal doortrilde, vond ik toch dat de vaardigheden van topvoetballers in deze tijd een tikje overgewaardeerd worden, maar om me de volkshaat niet op de hals te halen, zeg ik al niks meer. Tussen twee haakjes: zijn algemeen gedoogde ontsporingen nog langer ontsporingen? Het tafelgezelschap dronk ter stimulatie van de spijsvertering en met de blik op Rusland nog een wodkaatje.

‘Wereldkampioenen’ zou rechtgeaarde voetballiefhebbers ertoe moeten aanzetten om, zoals het hoort, in hun stamkroeg zelf even de Rode Duivels door te nemen, eventueel tijdens ‘Wereldkampioenen’.

Als Imke Courtois, voorheen centrale verdediger bij de Red Flames, niet in de buurt is, stel ik altijd weer vast dat het voetbal volop een mannenaangelegenheid is.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234