Dwarskijker over 'The Young Ones' en 'Met vier in bed': Een dagenlange dwaal tocht vol ontbering

Met een gewrongen glimlachje zei haar vader dat ze niet geworden was wat hij wilde, en Wendy bracht daarbij ook een gewrongen glimlachje voort

'Met de jaren neemt je bewondering voor tijdgenoten af maar Rik Mayall is in ieder geval een held van mij geweest'


The Young Ones

CAZ – 24 juni

Hoe krijgen we het teveel aan voetbalanalisten ooit nog weggewerkt? Hoe werken we ze zowel de tv-studio als cafés uit waar het WK op een reuzenscherm wordt vertoond? Doodjammer dat ik heden de fut niet heb om over deze maatschappelijke kwestie, bij voorkeur ergens diep in de provincie, lezingen met lichtbeelden te houden. En morgen zal ik daartoe vast ook nog niet bij machte zijn. Om mijn gading te vinden, moest ik me laatst tot CAZ wenden, een zender die volgens een reclamekreet garant staat voor ‘kaskrakers en meer’. ‘Meer’ is in mijn ogen in elk geval de heruitzending van ‘The Young Ones’, een sitcom van de BBC uit 1982 die zich in 1985, dankzij de VPRO, aan mij openbaarde. Ik weet nog dat ik er toen paf van stond en er tegelijk een soort gekte in herkende die – het kon niet anders – wortelde in het levensgevoel dat ik met een stuk of wat dierbare generatiegenoten deelde: jongens en meisjes in het spanningsveld tussen hippie en punk. Aangezien zulke tijdgenoten, hoezeer ze tussen de oren ook teenagers zijn gebleven, hun jeugd onherroepelijk achter de rug hebben, benieuwde het me of ik de opwinding van toen ik ‘The Young Ones’ voor het eerst zag nog zou kunnen navoelen na al die jaren. En ja hoor: het weerzien was bepaald prettig, en niet louter om redenen van nostalgie, de eerste ouderdomskwaal die zich in je nadagen aandient. Ik vraag me af of digital natives nog iets aan ‘The Young Ones’ zouden hebben op hun iPhone 8, terwijl ze intussen al dromen van de iPhone 9. En ik vraag ik me ook af of ik me dat wel moet zitten afvragen. De kans dat ik vandaag of morgen over díé problematiek lezingen met lichtbeelden zal geven, acht ik verwaarloosbaar klein.

Op de televisie heb ik weleens een collegezaal gezien waarin hedendaagse studenten, frisse digital natives met een opengeklapte laptop voor hun neus, academische kennis zitten op te doen. Zij hebben op het eerste gezicht niets gemeen met de studenten die in ‘The Young Ones’ een disfunctioneel en onharmonisch ensemble vormen, en dan nog wel in een zo goed als onbewoonbaar en dan ook in alle hoeken en gaten vervuild studentenpand. Ook ratten zijn er zodanig thuis dat ze er praatjes hebben, terwijl om hen heen nieuw intelligent leven uit etensresten ontkiemt. Het grauwe Engeland onder het bewind van Thatcher is de socio-economische achtergrond van deze sitcom: wie in die dagen jong was, was werkloos of anders student met uitzicht op werkloosheid. Margaret Thatcher kon niet verhinderen dat er gelachen werd.

‘The Young Ones’ is een sitcom die zijn genre systematisch te buiten gaat: het onmogelijke is er aldoor de enige mogelijkheid in. Twee ratten voeren er, zoals meer ratten, een uitmiddelpuntige conversatie over literatuur, waarna Rick (Rik Mayall) er één doodslaat met de akoestische gitaar van de suicidale, lijzige, immer op verongelijkte toon neuzelende en met overgutsende pannen linzensoep zeulende hippie Neil Pye (Nigel Planer). ‘Dat was de gitaar die mijn opa voor mij met luciferhoutjes heeft gemaakt op zijn sterfbed,’ jammert Neil, waarna we een rat te zien krijgen die zich in een orgie van bloed en ingewanden tegoed doet aan de doodgeslagen soortgenoot en zegt: ‘Hij had het zo gewild.’

Er zitten gerieflijke deuren in het decor van deze sitcom, maar het personage Vyvyan Basterd (Adrian Edmondson) knalt, om zijn entree kracht bij te zetten, liever gewoon door de muur. Uit een stofwolk verrijst dan een snauwerige punk met vier blikken sterren op z’n voorhoofd, voor wie gratuit geweld een diepmenselijke communicatievorm is. Soms knalt hij ook domweg bij de buren binnen, die onverstoorbaar en in een soort religieuze dracht een ritueel lijken uit te voeren in een Tsjechoviaanse sfeer, waaraan heimwee, wolven en sneeuwjacht te pas komen. Niets is in deze serie te gek voor woorden.

Mike Thecoolperson heeft zijn cool gemodelleerd naar wiseguys die langs de neus weg wisecracks rondstrooien, en de schrijvers van ‘The Young Ones’ – Ben Elton, Lise Mayer en haar toenmalige vriend Rik Mayall – legden hem uitstekend tekstmateriaal in de mond, maar net als in 1985 denk ik ook nu nog dat acteur Christopher Ryan enigszins onderdoet voor de rest van de cast.

Voorts was het fijn om aan Alexei Sayle herinnerd te worden, een stand-upcomedian die ik na ‘The Young Ones’ uit het oog verloren ben. Hij speelt de Oost-Europese huisbaas Jerzei Balowski, die met een Slavisch rollende r Engels spreekt maar zich ineens tot de kijkers richt en in regulier Engels zegt: ‘Ik ben niet echt een buitenlander. Ik wil alleen wat chique lijken.’ De handeling wordt een keer per aflevering onderbroken voor bandjes als Nine Below Zero, een strak rhythm-and-bluescombo dat ineens in de morsige huiskamer een nummer staat te spelen, en geen Young One die daarvan opkijkt.

Mijn favoriete personage blijft Rick, the people’s poet, een bravourerol van Rik Mayall: een ongedurige, neurotische, uit de maat dansende dwingeland van een kleuter die de marxistische geloofsovertuiging uitdraagt en het volk door middel van twijfelachtige strijdpoëzie wil verheffen. Hij koestert daarbovenop een anachronistische verering voor Cliff Richard, naar wiens zoetelijke hit ‘The Young Ones’ uit 1961 deze serie is genoemd. Het is genoegzaam bekend dat er overal ter wereld ijverig gestorven wordt, en Rik Mayall was alweer vier jaar geleden aan de beurt: hartklap. Hij is, net als Herman de Coninck, 53 geworden. Ik ben de heldenverering verleerd – met de jaren neemt je bewondering voor tijdgenoten af – maar hij is in ieder geval een held van mij geweest.

Voor de rest wou ik dat 1985 minder lang geleden was.


Met vier in bed

VTM – 26 juni – 340.679 kijkers

In een buurtcafé, waar Nigeria – Argentinië zich op een reuzenscherm ontrolde, hoorde ik mezelf op een bepaald moment zeggen: ‘Imke en heren, ik moet er cito presto vandoor: de Staatsveiligheid heeft me nodig, en wel nú. Het spreekt vanzelf dat ik hierover niet in details ga treden.’ De voetbalanalisten tot wie ik me richtte gaven geen sjoege – ze leken me zelfs niet te horen en keurden me geen blik waardig. Weldra zat ik thuis naar ‘Met vier in bed’ te kijken, een programma dat ik in de zomer, bij wijze van steekproef, maar één keertje hoef te zien. Het leven is, zelfs al neem je op tijd je pillen, te kort. Ik hoef ook niet te weten wie de laureaat van de week wordt: de wereld heeft zo al genoeg onder competitie te lijden.

We zaten tot aan onze nek in West-Vlaanderen, nabij Diksmuide, waar Christelle en haar dochter Wendy, bezielers van B&B Den IJsbol, om te beginnen een toneeltje opvoerden: ‘Wendy, hoe is het met de cakejes? Niet te veel en niet te weinig? ’t Ruikt al goed,’ klonk het. Dat toneelmatige toontje, dat onnatuurlijke naturel op inblazing van productieassistenten, is zowat het eigen muziekje van dit programma. Toen de eerste gasten zich aandienden, wilde Christelle met een zekere aandrang weten of ze het ‘gemakkelijk gevonden’ hadden. Niemand maakte gewag van een dagenlange dwaaltocht vol ontbering, vuile ziektes en wilde dieren die eigenlijk niet in de natuur thuishoren, dus dat zat wel snor.

Om ons een idee van haar assertiviteit te geven, sprak een Nederlandse gaste: ‘Als ik een kamer boek met zicht op zee, en ik krijg een kamer met zicht op een glascontainer, dan zal ik daar niet blij om zijn.’ Daar steekt een mens hoe dan ook iets van op, ergens. Een andere gaste schetste de stemming tijdens het avondmaal als volgt: ‘’t Was een heel losse sfeer: de groentjes lagen in schaaltjes, we mochten ze zelf nemen.’ Veel losser hoeft een sfeer voor mij niet te zijn in West-Vlaanderen, of anders komen er moeilijkheden van. Tussen haakjes: waarom heeft iedereen het over groentjes in plaats van groente? Fijn ook dat die groentjes in schaaltjes lagen, en dus niet met een grauw en een snauw op het tafelblad werden neergekwakt. De B&B van Christelle en Wendy bleek over het algemeen voortreffelijk – confituren te over bij het ontbijt, en eieren in zoveel gedaantes dat eierlegsters er versteld van zouden staan.

Nu, de wc zonder deur was misschien wel een ‘werkpuntje’, zoals ongemakken in dit programma doorgaans heten. Christelle had grote lappen vlees geserveerd – hormoonvrije biefstukken van eigen kweek – die zich uiteraard niet aan het uitscheidingsproces van haar gasten konden onttrekken. Aan het eind van die vaak hachelijke rit door het darmenstelsel bij waaiweer is een wc met een deur vast geen luxe, ook al ben je dan in West-Vlaanderen, waar tal van varkenskwekerijen bijdragen tot het plaatselijke geurenpalet. De assertieve Nederlandse stipte nog een aandachtspuntje aan, zoals ongerief in dit programma óók heet: ‘Minder spraakwater.’ Daarmee alludeerde ze me dunkt vooral op het nogal hoge en rasperige stemgeluid van Christelle, een stemgeluid dat vast een zegen is voor een plattelandsvrouw die met haar naaste familie zowel een B&B als een boerderij drijft. Volgens mij hoeft ze maar even een keel op te zetten om een spreeuwenplaag af te wenden of ongenode gasten van haar erf te jagen.

Er lichtte, zij het vluchtig, een interessant zijspoor in deze aflevering van ‘Met vier in bed’ op: Wendy, de dochter, had geen trek in het boerenleven. Tegen de zin van haar vader had ze voor psychiatrisch verpleegkundige gestudeerd, en gediplomeerd en wel draaide ze onderhand alweer in het familiebedrijf mee. Met een gewrongen glimlachje zei haar vader dat ze niet geworden was wat hij wilde, en Wendy bracht daarbij ook een gewrongen glimlachje voort. In dat gegeven schuilde een steekroman, maar ik ga hem niet schrijven.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234