null Beeld

Dwarskijker over 'Topservice' en 'Bartel in het wild': 'Een visgraat zonder ambitie'

Een vraag als 'Hoe komt een West-Vlaamse floral artist aan een opdracht in India?' lijkt me niet oninteressant.

undefined

null Beeld


Topservice

Eén – 3 april – 436.156 kijkers

Eén, de populaire zender die het eenieder gelijkelijk naar de zin wil maken, vergeet ook díé mensen niet die zich graag aan het leven der rijken vergapen zonder dat ze daarbij in drift uit ‘Das Kapital’ van Karl Marx, beginnen te citeren. In ‘Topservice’ mochten zij en ik kennismaken met enkele vermoedelijk duurbetaalde dienstverleners, wier service in mijn vooralsnog comfortabele leven geheel overbodig is en zelfs ronduit ongewenst. Neem nu die floral artist met een West-Vlaams accent, die openbaarde dat hij ook een ‘IT-jongen’ is en diep in zijn hart zelfs een paracommando.

Wat wil je nog meer? Hij kon naar eigen zeggen van nagenoeg alles de schoonheid inzien, wat eigen is aan paracommando’s. ‘Floral artist’ klinkt meer internationaal dan ‘zelfverklaarde autoriteit in bloemschikken voor bruiloften & partijen’. Vandaar wellicht dat hem gevraagd werd in India een grootschalig trouwfeest artistiekerig te verbloemen en daar ook de schoonheid van in te zien. Ver van de krioelende paria’s en de kruidige odeurs van het volle leven aldaar, de pestlucht eigenlijk, zagen we hem, met een nerveuze Indische assistente in zijn zog, korzelig bevelen in een obligaat krakende walkietalkie roepen. Het verbaasde me niet dat het Indische personeel – onder anderen 330 plaatselijke bloemisten – niet aan zijn West-Vlaamse, zeg maar internationale norm voldeed, zodat hij daar een goede wijl over kon mopperen voor de camera.

Dat deed hij misschien ook wel opdat wij, armzalige leken inzake het hogere bloemschikken, even zouden kunnen denken: ‘Die para, tevens IT-jongen, haalt het niet,’ wat altijd spannend is als je je verveelt. Hij haalde het natuurlijk wel, al verzwikte hij onderweg zijn enkel, die pas echt pijn begon te doen nadat zijn taak cum laude was volbracht. De taferelen, waarin een man en een vrouw die geboft hadden in de kastenmaatschappij elkaar het jawoord gaven in een bloemenzee, waren wat men doorgaans, om er vanaf te wezen, ‘sprookjesachtig’ noemt, omdat ‘kitsch’ misschien net iets te hard klinkt, zoals alle onverbloemde waarheden.

‘Topservice’ voerde ons, vrolijke onbevoegden, ook naar een school voor butlers in Hertsberge, een deelgemeente van het West-Vlaamse Oostkamp waar – het is niet anders – mensen nietsvermoedend geboren kunnen worden en in één moeite door ook de pijp uitgaan. De hoofddocent zei dat zijn naaste familie al vier generaties lang in de hospitality zat – een geslacht van boerenknechts, neem ik aan, of anders van verplegend personeel. Die hoofddocent, die ter hoogte van Hertsberge nog het liefst een Vlaamse variant van kakkineus Engels sprak, was het soort butler aan wie ik, mocht hij zich op het toneel voordoen, geen geloof zou hechten.

De tafelschikking, die zo te horen millimeterwerk is, kon hem zeer verontrusten, zelfs ontstemmen. Hoezeer zou zo’n man al niet in het ongerede raken mocht die tafelschikking, onder invloed van bijvoorbeeld een aardbeving of bombardement, niet meer helemaal comme il faut zijn? Nu, ik ben anders wel een voorstander van een zeker savoir-faire in het leven van alledag, alsmede van enig decorum in een voor het overige morsige en rommelige wereld. Je zou vooral je eigen beste butler moeten kunnen zijn, en, als je dan toch stijl meent te hebben, tot elke prijs vermijden dat je iemands knecht bent.

De hoofddocent van de school voor butlers sprak van een roeping, en alsof dat nog niet genoeg was, noemde hij zijn beroepsbezigheid ook een kunstvorm. Als je iets met de beste wil van de wereld niet kunt benoemen, noem het dan domweg een kunstvorm, om er vanaf te zijn. Een ijverige student van de school voor butlers zei dat hij het niet voor het hoge salaris deed maar ‘om het leven van anderen gemakkelijker te maken.’ Zo had ik het nog niet bekeken, en toen ik het zo bekeek, dacht ik: ‘Zo bekijk ik het liever niet.’

Ook de wereld van de privéjets ging in deze programmaserie op een kiertje staan. Ene Atoessa, die privéjets caterde, dacht dat zij in een reclamefilmpje te haren bate terecht was gekomen, en een stewardess van 42 hield ons voor dat ze in dienst van een bekende familie, van wie ze de naam niet mocht prijsgeven, van Tel Aviv naar Londen vloog. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om nadrukkelijk terloops over haar kinderloosheid te spreken, en over haar wisselvallige en, naar ze ons liet verstaan, soms denkbeeldige liefdesleven, dat te wijten was aan een leven in de lucht.

Tussendoor stofzuigde ze het privévliegtuig ter waarde van 56 miljoen euro. Als ze tijdens een vlucht weer eens zichtbaar liefdesverdriet had, zei ze, dan boog haar opdrachtgever van de bekende familie zich over de sms’jes die ze van haar problematische minnaar had gekregen. En die intieme bemoeienis stelde zij ook nog eens op prijs. Er restte mij niets anders dan een zucht te slaken.

Een vraag als ‘Hoe komt een West-Vlaamse floral artist aan een opdracht in India?’ lijkt me niet oninteressant. Wat voor genetwerk gaat daaraan vooraf? En waar vindt zulk zakendoen plaats? En hoe komt die bevlogen bloemist, desgewenst ook IT-jongen en paracommando, aan z’n globale reputatie? Maar voor zulke kwestietjes moesten we niet bij ‘Topservice’ zijn, dagtelevisie tijdens primetime, waarbij ik me overdag zeker zou afvragen: ‘Waarom staat de tv eigenlijk op?’ En vervolgens: ‘Ben ik nu al oud en eenzaam?’

undefined

null Beeld

'De werkkleding van de voormalige tuinman Bartel Van Riet is, ongeacht het seizoen, een ontbloot bovenlijf'


Bartel in het wild

VIER – 30 maart en 6 april – 237.849

Wat we niet te zien kregen: ergens in de eeuwig zingende bossen van het Hoge Noorden lag onbeheerd een G.I. Joe, zo’n plastic actiefiguur. De plaatselijke dondergod Thor richtte uit pure verveling een bliksemschicht op dat jongensspeelgoed en uit de sissende blubber van smeulende kunststof verrees op slag een levende manspersoon op ware grootte. Thor, die zoals de meeste goden niet vies is van knaleffecten, liet er de bulderstem van de donder bij opklinken. In de manspersoon herkenden we vrijwel meteen de voormalige tuinman Bartel Van Riet, wiens werkkleding ongeacht het seizoen een ontbloot bovenlijf is. Hij zou volgens z’n exen ook een vrouwenmagneet zijn.

Dit keer bevindt hij zich in de onbarmhartige natuur van Zweden en Noorwegen. Hij is van top tot teen op – opgepast: inlelijk werkwoord – survivallen ingesteld. In het gezelschap van twee Bekende Vlamingen, meestal van het type dat alle schnabbels blindelings aanneemt, en zelfs voor een schnabbel zou willen betalen, maakt hij in weer en wind een overlevingstocht door oogstrelende maar barre streken waarover al tal van prachtige koffietafelboeken zijn verschenen. Aan Bekende Vlamingen die tegen betaling in de rats gaan zitten, valt voor het ruime publiek altijd wel enig genoegen te beleven. Bartel Van Riet stelde, om de angst erin te houden, zijn proefpersonen Tatyana Beloy en Axel Daeseleire enkele wilde dieren in het vooruitzicht: elanden, lynxen, beren en wolven. ’t Ware spectaculair geweest mocht Van Riet met de blote vuist een gevecht met een beer of een eland zijn aangegaan, een krachtmeting die de populaire alfaman, puur uit dierenliefde, natuurlijk op punten zou verliezen, als hij geluk had. Axel Daeseleire die voor een beer uit rent en in het Antwerps om hulp roept, lijkt me ook wel wat. Op een bepaald moment vatte de geliefde acteur, naar verluidt een bourgondische natuur, zijn gebrek aan welbevinden als volgt samen: ‘Ik begin een hongertje te krijgen.’ Overlevers moeten het van de jacht, de visvangst en de vruchtenpluk hebben. De geliefde acteur haalde een schriel visje op, eigenlijk een visgraat zonder ambitie, terwijl Bartel, een geboren overlever, uiteraard met een grotere vis kwam aanzetten, en bovendien strikte hij in het voorbijgaan ook nog een eetbaar pelsdiertje. ‘Als je het van de natuur krijgt, ben je veel dankbaarder,’ vond Axel hardop, boven zijn grommende maag uit. En daarna konden ze nog genieten van een aftreksel van een of andere tak, die volgens Bartel barstte van de antioxidanten. Hij maakte van de eerste de beste gelegenheid gebruik om in z’n onderbroek een duik te nemen in vrieskoud water, waarbij Tatyana Beloy hardop naar de lengte van zijn pietje giste. Een prima meid, denk ik.

Axel Daeselaire noemde Bartel Van Riet bij voortduring Bretel, en als hij werkelijk geïnspireerd was: Bretelmans. Ik zat te wachten op het moment waarop Bartel Van Riet hem meedogenloos in een houdgreep zou nemen, terwijl hij hem toeblafte: ‘Oksel Daeseleire, als je nog één keer Bretel tegen me zegt, dán, dán...’ ’t Is niet omdat je een alfaman bent, dat je ook goed uit je woorden komt tijdens een overlevingstocht.

Bartel van Riet is in dit programma een voorstander van de kortste weg naar de eindbestemming, en die noopt soms tot een afdaling langs een akelig steile rotswand: abseilen, heet het onder overlevers. Axel Daeseleire beriep zich op hoogtevrees, één van de vele angsten waarmee ik vertrouwd ben, en moest dan ook een lange omweg maken. Daarbij kreeg hij uiteraard veel meer van de natuur te zien dan Tatyana Beloy en uiteraard ook Bartel Van Riet zelf, die voor de camera de duizelingwekkende steilte en diepte trotseerden, en elkaar daarmee feliciteerden. Dat Axel Daeseleire buiten beeld twee kwaaie, uit hun neusgaten dampende elanden met louter ogenspel tot rede heeft gebracht, bleef onvermeld. En dat hij liefdevol is opgenomen in een berenfamilie, die sindsdien al aardig Antwerps spreekt, daar werd al helemaal over gezwegen. Laat staan dat hij ermee gefeliciteerd werd.

In de tweede aflevering tornden Josje Huisman en de acteur Stefaan Degand in de Lyngen Alpen in Noorwegen onder auspiciën van Bartel Van Riet tegen de sneeuwdrift op. Stefaan Degand, die mij in dit sneeuwlandschap aan een scène van de gebroeders Coen deed denken, droomde van meet af aan van een gezellig café waar je om één of andere reden ook tiramisu kon bestellen, en daar gaf hij met z’n stentorstem lucht aan. Ingekuild in de sneeuw – Bartel was naakt in zijn slaapzak gegleden – onderging het drietal een dusdanige sneeuwstorm dat de makers van dit programma in allerijl besloten dat het, om te overleven, verkieslijker was om de rest van de nacht in een plaatselijk hotelletje door te brengen. Dat er überhaupt een plaatselijk hotelletje wás, relativeerde het idee van overleven erg. De volgende dag had Stefaan Degand het tijdens het langlaufen plotseling in zijn rug, waardoor hij voortijdig afscheid moest nemen en niet eens de kans kreeg om zoals Josje een tijdlang uitzichtloos aan een bevroren waterval te hangen alvorens: ‘Bartel, ik wil naar beneden’ te roepen. Die discipline noemen wij, geoefende overlevers, ijsklimmen.

Enfin, na afloop hoorden de deelnemers teksten als ‘Een ervaring rijker’, ‘Ik heb me rotgeamuseerd’ en ‘Ontberen doet waarderen’ te zeggen. Stefaan Degand zei, terwijl hij een plaatselijke geestrijke drank uitprobeerde, ‘Ik heb genoten van de omgeving. Dat survivalgedoe is minder.’ Waarmee hij de kern van dit tv-programma aardig wist te treffen. Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234