Dwarskijker over 'Tytgat Chocolat', 'Die Huis' en 'Kafka'

Moet een goede interviewer zijn pudeur opzijzetten, of is een interviewer juist goed omdat hij door een speling van zijn natuur helemaal geen last heeft van schroom?

'Moet een goede interviewer zijn pudeur opzijzetten, of is een interviewer juist goed omdat hij door een speling van zijn natuur helemaal geen last heeft van schroom?'


Tytgat Chocolat

Eén – 24 september – 909.426 kijkers

Tytgat Chocolat: de Making-of

VRT.nu

Zou een gewone acteur, die niet huiverig is voor transformatie, geloofwaardig een personage met het downsyndroom kunnen neerzetten? Misschien wel, maar toch houd ik er mijn hart voor vast. Al kan ik het niet helpen dat me op ditzelfde moment enkele namen voor de geest komen. Nu ja, waarom zou je in godsnaam gewone acteurs gebruiken als je kunt putten uit het bijzondere ensemble van Theater Stap in Turnhout? Ik zie die ontwapenende en kwetsbare spelers al drie afleveringen lang in ‘Tytgat Chocolat’ het beste van zichzelf geven, als ze zichzelf al niet doodleuk overtreffen. In deze goedmoedige serie van Marc Bryssinck en Filip Lenaerts is bedrijfsleider Roman Tytgat (Wim Opbrouck) een man van goede wil. Ter nagedachtenis van z’n overleden zusje, dat het downsyndroom had, stelt hij mensen met een verstandelijke beperking als inpakkers te werk. Hij wil zijn artisanale kmo, een familiebedrijfje, bovenal op mensenmaat houden en zelfs gezellig: hij hecht aan de karaokewedstrijden die hij voor zijn personeel organiseert. Ik maak me sterk dat hedendaagse managersopleidingen een man als Roman Tytgat als volslagen amateur wegzetten. Zijn tegenpool is financieel directeur Andy Verherstraeten (Flor Decleir), familie van de koude kant. Die man heeft ongezond lang aan een toonaangevende Amerikaanse universiteit economie gestudeerd en wil met ‘Tytgat Chocolat’, ten koste van alles wat dit bedrijfje apart en sympathiek maakt, eerst de Duitse markt veroveren en daarna de rest van solvent Europa. Met het oog op groei en winstmaximalisatie kan hij zich wel efficiëntere inpakkers voorstellen dan knakkers met het downsyndroom. Wij, de welwillende kijkers, kunnen intussen de gedachten van de sprakeloze moeder van Roman Tytgat horen, een sibille die er de schijn van heeft dat ze door een hersendefect niet meer van deze wereld is. Beetje bij beetje ontvouwt ze het drabbige familieverleden en ziet ze, zoals het hoort in drama, onheil waar de andere personages alsnog blind voor zijn.

In ‘Tytgat Chocolat’ zijn de meeste personages veeleer duidelijk en makkelijk leesbaar dan dat ze, zoals ik, een schemerig grensgeval tussen goed en kwaad zijn. Deze serie probeert je in het voorbijgaan ook een idee te geven van de belevings- en gevoelswereld van mensen met het downsyndroom én hun ouders. De moeder (Mieke De Groote) gelooft dat haar zoon Jasper (Jelle Palmaerts) een mate van vrijheid en zelfstandigheid aankan, terwijl de verontruste vader (Frank Focketyn), een kennelijke zenuwlijder, zijn zoon toeroept: ‘Je mag niet trouwen! Dat is de wet!’ Ter lering valt het begrip ‘verlengde minderjarigheid’, sinds 1973 een statuut ter bescherming van personen met een verstandelijke beperking. Jasper en Tina, een Kosovaars meisje dat net als hij bij ‘Tytgat Chocolat’ truffels inpakt, worden verliefd op elkaar. Tina’s moeder, ook een werkneemster van het chocoladefabriekje, staat hoog aangeschreven bij Roman Tytgat, omdat ze intuïtief de beste melanges kan maken. In drama moet al dat geluk, net als in het leven zelf, afdoend worden gedwarsboomd: Tina en haar moeder moeten op last van de Belgische staat onverbiddelijk terug naar hun land van herkomst, waardoor het water voor de geliefden ineens veel te diep is, en de roadmovie die de makers ons in het vooruitzicht hadden gesteld eindelijk aan het rollen kan gaan. Precies op tijd, want halverwege deze derde aflevering kreeg ik de indruk dat de boel een béétje stremde of anders om z’n eigen as begon te sjokken, op zoek naar een uitweg. In het gezelschap van zijn lotgenoten en collega’s met een verstandelijke beperking aanvaardt Jasper de stiekeme, als padvinderij vermomde odyssee naar Pristina, waar zijn geliefde woont. Die tocht neemt haast symbolisch een aanvang in de rimboe op z’n Vlaams: een maisveld.

'In drama moet al dat geluk, net als in het leven zelf, afdoend worden gedwarsboomd'

Een week na de zevende en laatste aflevering van ‘Tytgat Chocolat’ zal op Eén een making-of van deze serie te zien zijn. Aangezien de televisie, ’t Oude Medium, ook bij de openbare omroep niet langer de voorrang heeft, stelt VRT.nu deze even ontroerende als interessante documentaire van Sander Brants en Marielle Dazler nu al voor het publiek beschikbaar. Volgens mij mag er, ook als je het downsyndroom níét hebt, meer dan eens gelachen worden in deze making-of. Bijvoorbeeld om een scènetje waarin Peter Janssens, die Django speelt, toegewijd, in tutu, en al in een lichte staat van vervoering warmdraait voor de Stervende Zwaan die hij tijdens de karaokewedstrijd zal dansen. Ik noteerde ook een gelaagde uitspraak van Peter: ‘Jammer, maar ja, de toekomst gaat door.’ Zo is het maar net.


Die huis

Eén – 25 september – 1.108.915 kijkers

Weermannen en -vrouwen beschouw ik niet meteen als huisvrienden, maar met sommigen van hen heb ik ongeveer dezelfde relatie als met de postbode van weleer: ze zijn vertrouwde aanwezigheden op een welbepaald tijdstip van de dag. Zolang zulke weerpersonen zich maar niet aan dwangmatige woordspelingen aangaande het weer te buiten gaan, kan ik ze makkelijk verdragen. Zeuren over weersgesteldheden laat ik voor het overige aan boeren over, of aan de natte en droge horeca aan de Belgische kust, of aan types die almaar om een gespreksonderwerp verlegen zitten en toch hun kop niet kunnen houden. Het weer kan mij al bij al weinig schelen, tenzij er, aangejaagd door de klimaatverandering, op een dag een orkaan onze kant op zou komen. Laten we die nu al Donald noemen.

Sabine Hagedoren, de bekende weervrouw, is bij mijn weten nog niet uit de naad geïnterviewd in de populaire pers. Vandaar dat ik enigermate benieuwd was naar ‘Die huis’, zoals ‘Het huis’ in Zuid-Afrika heet: een programma waarin ze als eerste gast van dit seizoen haar opwachting zou maken. De woning in kwestie was een kast van een huis in een wijnstreek op een uur rijden van Kaapstad. Het onderliggende idee van die verhuizing naar Zuid-Afrika zal wel ontheemding zijn, en hoe een geslepen en vasthoudende interviewer er zijn voordeel mee doet: in den vreemde zijn mensen vaker geneigd iemand in vertrouwen te nemen die even ver van huis is als zij, en met een slok op keren ze in zulke omstandigheden even voor het slapengaan ook makkelijker hun zieltje binnenstebuiten.

Je kon eropaan dat Sabine Hagedoren het in dit programma niet over aanvriezende mist, anticyclonen, wolkenvelden, de rondslingerende fietsspelden van Frank Deboosere, onstabiele lucht, brede opklaringen, lagedrukgebieden, het occlusiefront, de pluviometer en vijftig tinten ochtendgrijs zou hebben. Eén allesoverheersend onderwerp drong zich op: de ontijdige dood van haar man Jürgen, vader van haar twee kinderen. Hij was 42, in de kracht van zijn leven, toen hij vorig jaar aan kanker stierf. Het overlijden van je levensgezel (m/v) zal, op voorwaarde dat er liefde in het spel is, wel het ergste zijn dat je kan overkomen. Ik denk zelfs dat het een stuk makkelijker sterven is als je geliefde je is voorgegaan in de dood. Vóór Eric Goens, de interviewer, Sabine Hagedoren naar haar pijnpunt voerde, confronteerde hij haar met beelden van haar debuut als weervrouw: toen ze die jongere uitvoering van zichzelf zag, gekleed naar een mode waar 24 jaar geleden geen modieus mens de spot mee dreef, gierde ze het merkwaardig lang uit. Ze lachte zodanig hard en wreed dat ik even de neiging had het geföhnde meisje dat zij in 1993 was in bescherming te nemen.

Even later zei ze dat ze vaak feestjes op gang had gebracht, en dat ze daar in haar vriendenkring om bekendstond. Ook in ‘Die huis’ in Zuid-Afrika wees alles erop dat ze een goed glas wijn niet afwees, ook al schonk Eric Goens haar dat onbekrompen in: een beproefde interviewtechniek, waarvan meedrinkende interviewers evengoed het slachtoffer kunnen worden. Veel liever dan in het land lezingen te geven over hogedrukgebieden boven de Azoren, ging Sabine Hagedoren tennissen met haar vriendinnen, niet het minst wegens de nazit en de impliciete verversingen. Het duurde niet lang meer of haar joie de vivre moest het, uitgerekend op haar 13de huwelijksverjaardag, tegen haar verdriet opnemen, in een landsdeel van Zuid-Afrika waar ze heel graag met haar man was heengegaan, ook wel omdat hun beider lievelingswijn, de Napier Red Medallion, ervandaan komt. Ze sprak openhartig over de moeilijke momenten na de dood van haar man, nu eens geroerd, dan weer moed vattend: ‘Je kunt niet altijd huilen. Soms moet je de kop in het zand steken.’ Toen ze wist dat haar man ten dode was opgeschreven, weigerde ze depressief te worden: ‘Als hij zich redelijk goed voelde, dan was het een mooie dag.’

Ik had niet de indruk dat het somptueuze huis bijdroeg tot de intimistische sfeer – vaak leek het me te ruim voor de interviewer en zijn gast – maar niettemin werd de conversatie op een bepaald moment buitengewoon intiem. Eric Goens vroeg onomfloerst en zonder blikken of blozen naar het gesprek dat Sabine Hagedoren met haar man had gevoerd tijdens zijn stervensuur. Moet een goede interviewer zijn pudeur opzijzetten, of is een interviewer juist goed omdat hij door een speling van zijn natuur helemaal geen last heeft van schroom? Sabine Hagedoren zei in ieder geval niet dat hij volstrekt privéterrein betrad, zo’n afgelegen plek in je binnenwereld waar je alleen een strenge selectie van intimi toelaat, of misschien zelfs helemaal niemand. ‘Hij heeft gezegd: ‘je mag niet alleen blijven. Je bent veel te mooi om alleen te blijven. Maak er nog iets moois van.’’ ‘Dat is elkaar graag zien,’ voegde ze er met verstikte stem aan toe, ‘tot de laatste snik. Een uur later was hij dood.’

Ooit was Sabine Hagedoren lerares chemie en natuurkunde, maar die exacte wetenschappen hielden haar niet af van enig magisch denken: ze goot graag een beetje wijn in een kuiltje in het deksel van de urne van haar man – een plengoffer – en toen Eric Goens in Zuid-Afrika een fles Napier Red Medallion aanbrak, zette ze het doodsprentje van Jürgen bij een wijnglas: ‘Natúúrlijk drinkt hij mee.’ Ze vertelde hoe één van haar kinderen ter versiering van de rouwkaart een regenboog had getekend. Zij bracht die tekening naar de begrafenisondernemer en toen ze die crisisbestendige nering weer verliet, verscheen er als bij toverslag een dúbbele regenboog aan de hemel. ‘Allemaal toeval, hoor, ik weet het wel,’ zei ze, maar ze keek erbij alsof het geen toeval was. Ziedaar de mens.


Kafka

VTM – 27 september – 475.418 kijkers

‘Kafka’ werkt misschien wel therapeutisch: op deze sketchshow kun je volop je aversie tegen de Universele Klootzak (m/v) projecteren, een menstype dat er achter balie, bureau, loket of toonbank een dagtaak aan heeft om zijn medemens niet van dienst te zijn of hem anderszins het leven zuur te maken. Ik heb de indruk dat zulke professionele tegenwerkers vroeger vaker voorkwamen dan nu. Voor de rest is er geen noemenswaardige optimist aan mij verloren gegaan.

Therapie is een mooi ding, maar het hoofddoel van een sketchshow is, hoe gek dat ook mag klinken, de kijkers in drommen aan het lachen te maken. Wat dat betreft is ‘Kafka’ erg wisselvallig: er had, na wikken en wegen, wel wat meer afgeregeld of ronduit verbeterd of vastberaden geschrapt mogen worden. Tom Audenaert, de beste Gemiddelde Vlaming op de acteursmarkt, speelde een bankemployé die het op vraag van een klant over effecten moest hebben: hij demonstreerde in zijn kantoor onder andere een rookmachine en een stroboscoop. Effecten dus, welzeker, maar de truc met betekenisverschillen deed me te veel aan een cabaretavond voor en door middelbare scholieren denken. Ik moest wél oprecht lachen om een in elke aflevering terugkerende scène waarin Gert Portael met brille een secreet achter een informatiedesk speelt. Volkomen amoreel, zo nu en dan immoreel en met veel zin voor ranzige details legt ze omstandig aan een wildvreemde uit hoe hij zijn ex zoal de duvel kan aandoen. Die man kijkt haar verbijsterd aan en zegt als ze uitgepraat is: ‘Ik kom gewoon vragen waar de wc is. Ik zou naar de wc moeten.’ Waarop dat mens antwoordt: ‘O, ik verstond: ‘je ex laten boeten,’’ en laconiek tot de orde van de dag overgaat. Nu ik dit opschrijf, lijkt het een stuk minder grappig dan het op de televisie is. Meestal is het andersom. Maar goed, aan de acteurs ligt het niet in ‘Kafka’. Ik denk even aan Frank Focketyn, die in dit programma een aantal kenschetsende glibbers neerzet, geoefende treiteraars die meestal schuilgaan onder een laagje valse gedienstigheid. Types die iemand met de glimlach het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen en daar erg inventief in zijn. Heerlijk, als je in het echt nooit met ze te maken krijgt.

‘Kafka’ is vaak absurd. De toevlucht tot verregaande, geheel van de werkelijkheid losgezongen absurditeit is niet zelden een noodgreep, of de maskering van een matig idee, maar het detectiepoortje in de luchthaven dat in deze aflevering ineens in het poortje van de ‘VTM Soundmixshow’ veranderde, was amusant: de reizigers Eric Kloeck en Reinhilde Decleir liepen er ineens, zeer tegen hun zin, als Axl Rose en Tina Turner op jaren bij, terwijl de uitbundige, door dé sympathieke spring-in-’t-veld gezongen herkenningsmelodie van de ‘VTM Soundmixshow’ veel te luid opklonk. Nu ik er even bij stilsta: er is intussen al een generatie opgegroeid die geen flauw benul heeft van de ‘VTM Soundmixshow’ en ‘de sympathieke spring-in-’t-veld’ dan ook in het geheel niet kan thuisbrengen. Stop de tijd. Of neen, laat ’m maar voortrazen.

Zo nu en dan komt er in ‘Kafka’ een grappig bedoelde tekst in beeld, bijvoorbeeld: ‘Stakingspiket: plaats waar bevriende werknemers elkaar, bij gebrek aan een clublokaal, op regelmatige basis ontmoeten.’ En ook: ‘Fulltime: synoniem met parttime, maar dan beter betaald.’ Hebben de makers van dit programma geregeld omgang met bobo’s van een werkgeversorganisatie in de bar van een golfclub in Knokke?

‘Kafka’ is het soort programma waarvan ik na vier afleveringen blijf denken dat er meer in zit dan er tot nog toe is uitgekomen. Voor de rest is er geen noemenswaardige optimist aan mij verloren gegaan.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234