Dwarskijker over 'Voor de mannen' en 'Boer zkt vrouw - de wereld rond': Een zee van onechte blondjes

Voor Will Ferdy's outing was heldenmoed nodig, al is heldenmoed vaak een eufemisme voor radeloosheid die goed heeft uitgepakt


Voor de mannen
Canvas – 4 sep. – 362.647 kijkers

Alsof hij dat nog niet wist, wilde Xavier Taveirne in de eerste aflevering van ‘Voor de mannen’ van zijn moeder weten wat zijn outing destijds had teweeggebracht in haar en dus ook zíjn naaste omgeving. Zijn oma had er veel tranen om gestort, herinnerde die moeder zich aan de keukentafel. En een kennis van haar had onverbloemd gezegd dat zij zich geen raad zou weten met de homoseksualiteit van haar zoon. Dat wijst nog lang niet op aanvaarding, maar het is een kleinigheid in vergelijking met de algemene weerzin die homo’s tussen 1940 en 1970 moesten verduren.

‘Homoseksualiteit is geen seksueel, maar een sociaal probleem,’ stelde één van de oudere en ronduit oude homoseksuele mannen die in dit drieluik terugkijken op hun leven. Sommigen van hen hadden de leeftijd van de zeer sterken al ruimschoots overschreden, wat hen niet belette om zich levendig te herinneren dat homoseksualiteit niet mocht bestaan volgens de katholieke kerk. Ze herinnerden zich dat ze van jongs af aan, zelfs toen ze nog niet aan seks toe waren, op jongens vielen. Met dat ontredderende gevoel wisten ze vaak geen blijf – het was onbespreekbaar, tenzij dan in de biechtstoel. Daar kregen ze, nadat een roomse vakman hen met een blijvend schuldgevoel had opgezadeld, de raad zichzelf op de blote billen te slaan als dat verboden gevoel weer eens in hen opstak. Boetedoening. Koud water in de pijpen van je korte broek gieten was volgens roomse deskundologen ook doeltreffend. En als zulke huismiddeltjes niet hielpen, waren er nog altijd elektroshocks. ‘Ze moesten alle homo’s doodschieten,’ zegden vaders indertijd aan hun homoseksuele zoon.

Opdat we ons een idee zouden kunnen vormen van wat de publieke opinie in de jaren 50 en 60 over homoseksualiteit te beweren had, laste Xavier Taveirne zwart-witbeelden in van lieden die in mijn kinderjaren de volwassen wereld voorstelden: een vrouw kraamde, teneinde haar begrip van homoseksualiteit toe te lichten, iets uit over ‘mannen die niet zwanger konden worden’ en een vent vond in drift, als iemand die op het punt stond geweld te gebruiken, dat homo’s erger dan beesten waren, want dat beesten ‘zulke dingen niet deden’.

De homo die zich tussen 1940 en 1970 staande moest houden, was op een verholen leven aangewezen, met alle schichtige ontmoetingen in publieke urinoirs en stadsparken van dien. Of anders in de duinen, waar Will Ferdy ter hoogte van Blankenberge ooit tegen een politiecommissaris aanliep die de chansonnier prompt inrekende, in de boeien sloeg en naar de gevangenis van Brugge liet overbrengen. In de taboesfeer is het niet goed ademen, en het werkwoord cruisen heeft een veel te avontuurlijke bijklank voor dat angstige gescharrel in het verborgene waarmee die oude mannen in de beste jaren van hun leven onder maatschappelijke druk vrede moesten nemen.

Will Ferdy, die intussen 92 is, wilde naar eigen zeggen liever om zijn artiestencarrière herinnerd worden dan om het historische feit dat hij zich in 1970 had geout op de televisie. Niemand had hem dat voorgedaan. Er was heldenmoed voor nodig, al is heldenmoed in veel gevallen een eufemisme voor radeloosheid die goed heeft uitgepakt. Xavier Taveirne las een stukje voor uit een brief aan de toenmalige directie van de BRT, waarin een arts, dus iemand die had doorgeleerd, er felbewogen op aandrong dat radio en televisie voortaan voorgoed van Will Ferdy verschoond zouden blijven.

Paul Janssens, Paul Rademaekers, Roger Van Loon, Walter D’Hondt en Armand Everaert, de andere getuigen, hadden in dit programma wel een naam, maar ik kwam te weinig over hun achtergrond te weten. Een homoseksueel op jaren is vast nog wel iets anders dan alleen maar gay geweest in zijn leven.

Ik maak me sterk dat je het beschavingspeil van een gemeenschap onder andere kunt aflezen aan de mate waarin iemands geaardheid er niet meer toe doet. Ik maak me ook sterk dat een beschavingspeil, als een samenleving even niet oppast, ijlings kan zakken naar het niveau van gaybashers en vrome lieden die heilige boeken al te letterlijk opvatten en dat niet eens achterlijk vinden. En naar het niveau van de designernazi’s van Schild & Vrienden, een als jongerenvereniging vermomde fascistenkliek die zich laatst door ‘Pano’ op zijn misselijke ware aard liet betrappen.

Terwijl ik op een slotzin afslenter, komt staatssecretaris Theo Francken me om de één of andere reden voor de geest. Laatst werd hij – hoe zal ik zijn onbehagen onder woorden brengen? – merkwaardig wrevelig van elegante lingerie voor mannen. Nu ja, het staat hem uiteraard vrij om iets te ruim zittende onderbroeken met een uitgelubberd elastiek te dragen, die, vooral als ze vaalwit aan een waslijn hangen, nostalgie naar het interbellum kunnen teweegbrengen.


Boer zkt vrouw – de wereld rond

VTM – 3 en 10 sep. – 614.930 kijkers

Je kon er de feromonen vast snijden. 1.500 meisjes en vrouwen, die met z’n allen vijf in het buitenland wonende Vlaamse boeren van diverse pluimage begeerden, stroomden op uitnodiging van ‘Boer zkt vrouw – De wereld rond’ in een manege in het Pajottenland samen. Hun aanblik was onwerkelijk en deed me aan de prachtfilm ‘La città delle donne’ (‘Vrouwenstad’) van Federico Fellini denken. Maar laat ik me in godsnaam van namedropping onthouden en bijvoorbeeld schrijven dat de ouverture van ‘Boer zkt vrouw – De wereld rond’ eruitzag als een opvallend drukbezocht congres aangaande problematische relatievorming in het eerste kwart van de 21ste eeuw, maar dan zonder deskundigen. Ik meende een zee van onechte blondjes te zien, maar wellicht was dat meer een vooroordeel dan een juiste waarneming.

Terwijl de vijf boeren-van-iemands-dromen, allen werkzaam in den vreemde, aan de hand van Dina Tersago en An Lemmens geblinddoekt de manege werden binnengeleid, moesten die 1.500 meisjes en vrouwen, in wie al enige cava zat, zich muisstil houden, wat ongetwijfeld vooral een hels karwei voor enkele niet eens zó goed betaalde productiemedewerkers was, maar evengoed was het een geslaagde onderneming.

Die meisjes en vrouwen mochten zich één voor één met een smeekbrief en eventuele offergaven aandienen bij hun droomboer – nu ik eraan denk: in mijn jeugd ten plattelande was ‘droomboer’ een contradictio in terminis, maar contradictiones in terminis zijn niet meer wat ze ooit zijn geweest.

Aangezien zowat alles altijd weer om natuurlijke selectie draait, moest Jitse, die zorgboer is in Noorwegen en onder een veeleer alternatieve en naar ‘Peaky Blinders’ verwijzende pet schuilgaat, het met aanzienlijk minder vrouwelijke belangstelling stellen dan Jan, een he-man die in het ruige binnenland van Australië voor cowboy speelt. Hij is het type mooie man dat in reclamefilmpjes de perfecte en daardoor ongeloofwaardige huisvader neerzet. Er benaderde hem een vrouw met: ‘Ik kan koken, ik heb een dochtertje van 3 en ik kan zeker nog kweken.’ Dat mens was vast geïnspireerd door het lemma ‘veeteelt’ op Wikipedia.

Manu, die ouder is dan de andere boeren, en volgens mij meer renteniert in Zuid-Afrika dan dat hij er van de olijvenoogst afhangt, kwam oog in oog te staan met een potentiële levensgezellin die een fles gin voor hem had meegebracht: ‘Ik heb een ginneke voor u mee en gij moet voor de tonic zorgen.’ Dat bracht mij de gemiddelde tekst uit ‘Blind date’ in herinnering, een programma waarin de meeste deelnemers hun eventuele geliefde liever een ‘machage’ dan een ‘massage’ in het vooruitzicht stelden.

Mocht ik ooit een eerlijk vak hebben geleerd, en nu bijvoorbeeld casting director zijn, dan zou Jeroen, die in Duitsland een inkomen aan melkvee ontwringt, de enige boer uit dit programma zijn die ik ook als boer zou casten. Meisjes noemt hij zonder onderscheid en zonder er erg in te hebben ‘vrouwmensen’, een woord waarin ‘koebeesten’ meetrilt, maar wellicht is zijn Nederlandse taalgevoel intussen zoekgeraakt in het Duits dat hij gewoonlijk spreekt.

Er overkwam Jeroen iets ongewoons, dat ongetwijfeld ook een meevaller was voor de makers van dit programma: toen ene Severien hem haar liefdesbrief kwam overhandigen, werd hij in een vloek en een zucht al zodanig verliefd op dat meisje dat hij er prompt ‘een steen in zijn maag’ bij voelde – ‘Ik geloof dat ik moet kotsen.’ ‘Zo’n schoon vrouwmens,’ klonk het, ‘ik zijn er nu al zot op.’ ‘Eigenlijk mogen we nu al stoppen,’ vond hij, en daar stelde ik me dan weer een zekere paniek bij de productiemedewerkers bij voor. ‘Ik krijg die ogen van dat vrouwmens niet meer weg,’ verzuchtte hij ook nog.

In de volgende aflevering, tijdens de speeddate met tien meisjes van zijn voorkeur, gold zijn coup de foudre voor Severien nog steeds. Tijdens het speeddaten (speeddaten, speeddatete, heeft gespeeddatet) zei een jonge vrouw hem zo en passant mogelijk dat ze een kindje van 1 jaar en 8 maanden had. Hij betrok en vroeg koudweg: ‘Stond dat in je brief?’ Een echte boer is niet noodzakelijk een gentleman.

De meisjes, of jonge vrouwen, die Jan samen met twee gnuivende, aldoor net iets te verlekkerde vrienden voor een speeddate had uitgekozen, waren veeleer decoratief: hun foto maakte het lezen van hun brief overbodig. Er zat een eclatante schoonheid bij, betoverend van oogopslag, die als model in Londen, Milaan en New York had gewerkt. Wat zou zo’n meid in de outback van Australië te zoeken hebben? Een catwalk waar je eerst de kangoeroes van af moet jagen? Aangezien de reality van datingshows nooit samenvalt met de werkelijkheid, leek het me mogelijk dat de makers van dit programma het model hadden ingehuurd, maar Jan koos haar niet uit. Aan een andere juffrouw die een hooggehakte indruk maakte, vroeg hij hoe ze het zou vinden om, bij gebrek aan sanitair in de outback, haar gevoeg onder de blote hemel te moeten doen. ‘Geen probleem,’ luidde het, alsof ze vaker, toch tweewekelijks, in haar achtertuin een grote boodschap deed. Onvrijwillige humor is ook in september 2018 de beste.

De selectie die Manu met zijn twee zussen had gemaakt, kwam neer op vrouwen van in de 40 die naar schatting nog niet helemaal van hun echtscheiding bekomen waren en daarover buitengewoon graag in details traden, hun bittere nasmaak wegspoelend met iets te veel chablis. Ik werd een zekere vermoeidheid gewaar – dit programma sleepte aan terwijl mijn tijd snelde. Ik vroeg me af of ik wel wíl weten hoe ‘Boer zkt vrouw – De wereld rond’ zal aflopen. Bovendien vind ik de liefde al bij al veel ingewikkelder dan ‘Boer zkt vrouw’ laat uitschijnen.


Zelfde deur, 20 jaar later

Eén – 6 september – 986.572 kijkers

In ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ keert Martin Heylen op zijn stappen terug: na twee decennia belt hij weer aan bij mensen die hij in 1998, in het gezelschap van een cameraploeg en in opdracht van ‘Man bijt hond’, al onaangekondigd en onuitgenodigd met een bezoek had vereerd. Zodra hij toegang bij die wildvreemden had, ving er een soms heuglijke tour d’horizon van de Vlaamse binnenkamer aan. Het kwam me toen al voor dat Martin met de zijnen zich graag rond etenstijd aandienden, en voorts mocht er, ongeacht het uur van de dag, altijd wel iets geschonken worden – een streekbier met een uitnodigende schuimkraag was in die dagen altijd wel behapbaar tijdens de werkuren. Liet zo’n verversing te lang op zich wachten, dan gewaagde Martin van ‘droge lucht’, meestal met gunstig gevolg, want een dwingende toon maakt goede verstaanders.

Het moet gezegd dat hij verbazend snel het vertrouwen van mensen wist te winnen. Had hij in de deur-aan-deurverkoop gezeten, dan was hij al jaren binnen. In zijn bijzijn flapten mensen er dan ook van alles uit wat ze gewoonlijk, als ze geen cameraploeg over de vloer hadden, vast liever voor zichzelf hadden gehouden.

Als ik het me goed herinner, kwam Martin Heylen in 1998 nooit in beeld – liefhebbers van zijn voorkomen moesten vrede nemen met een aangesneden schouder – maar in ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ is hij in zijn volledigheid te zien.

Aangezien hij haar twintig jaar geleden al een keer had ontmoet, ging hij, zoals een vertrouweling pleegt te doen, achterom bij een vrouw naar binnen. Eventuele dubbelzinnigheid schrijf ik op het conto van de lezer. Die vrouw deed net een tukje in een ligstoel in haar achtertuin. Toen ze wakker werd en Martin en zijn cameraploeg onder ogen zag, schrok ze niet eens. Het was alsof ze het gesprek van twintig jaar geleden, toen ze ook al vrijgezel was, doodleuk voortzette, zelfs zonder ter oriëntatie de vraag ‘Waar waren we gebleven?’ te stellen. Martin is goed in argeloosheid, of in de suggestie ervan, zodat hij die vrijgezelle vrouw van middelbare leeftijd, thans buschauffeuse van beroep, op de man af vroeg of ze, qua liefde, misschien iets met een vrouw had – ‘Dat kan gebeuren, hè?’ Haar al even argeloze antwoord was: ‘Neen.’ Wat ook kan gebeuren. Martin, nadat hij zich zoals verwacht aan de dis had gezet, zei: ‘Lekkere soep. Wat zit er allemaal in?’ De vrijgezelle vrouw: ‘Een hele hoop.’ Ieder heeft zijn geheim.

Ik herinnerde mij Tania nog, en haar wild om zich heen grijpende joie de vivre. En niet te vergeten: haar onvoorwaardelijke dierenliefde. Ze koesterde toen een groene wateragame, een soort hagedis, die op commando dood kon liggen. Zo’n reptiel kan ook een eind op z’n achterpoten rennen. Jammer dat Martin dat in die huiskamer niet heeft mogen meemaken, destijds. Net als twintig jaar geleden kon ze haar ogen niet geloven toen hij bij haar aanbelde. Om haar heen kefte een menigte chihuahua’s, en op de schemerige achtergrond tekende zich het silhouet van haar inwonende moeder af, net als in 1998. Ook al lijkt iets uiterlijk onveranderd, toch spaart de verstrijkende tijd niets of niemand: Bibi, de groene wateragame, groeide net zolang uit zijn krachten tot hij dood was, en zeven jaar geleden had de man van Tania, na hun scheiding, een eind aan zijn leven gemaakt: ‘Hij kon het leven niet zo goed aan,’ zei ze, en ook: ‘Zelfmoord is ’t laatste. Je moet léven.’ Over léven gesproken: in de vrijgezellendiscotheek danste Tania weleens close met een man die haar beviel, maar zodra ze hem toevertrouwde dat ze zeven honden had, alsmede een inwonende oude moeder, liet die man haar al stikken op de dansvloer, als het ware preventief. Ineens bemoeide haar moeder zich met die thematiek. ‘Ze kiest de verkeerde mannen,’ opperde ze met het timbre van iemand die ook in z’n slaap zware shag rookt, ‘allemaal dronkaards en welweters.’ ‘Welweter’ is West-Vlaams voor betweter, weet ik van mijn eigen moeder. In ‘Zelfde deur, 20 jaar later’ overlapt het komische geregeld het tragische, als om wanhoop tot een latere datum uit te stellen: c’est, denk ik, la vie. Dit programma, dat op een simpel maar daarom niet minder aardig idee berust, is een mooi voorbeeld van scheppend hergebruik. Ik heb alvast welwillend naar de eerste aflevering gekeken, ook al zoek ik in gedachten nogal snel een goed heenkomen als ik een Vlaamse binnenkamer gewaarword.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234