Dwarskijker over 'Wat een jaar!' en 'De klas': Zo leuk was het nu ook weer niet

Willy Sommers keek alsof hij de zesde à zevende mooiste dag van zijn leven aan het meemaken was. Grof geschat


Wat een jaar!

VTM – 22 september – 596.843 kijkers

1973: als je in dat jaar jong was, hoorde je in mijn kennissenkring praatjes te hebben over bijvoorbeeld de elpee ‘Brain Salad Surgery’ van Emerson, Lake & Palmer, en zulke praatjes had ik dan ook. Progrock was bij uitstek een genre om praatjes over te hebben ten overstaan van enkele andere ingewijden, die zich aangaande muziek óók een kennerstoon aanmaten. Als op een schuurfeest ‘The Ballroom Blitz’ van The Sweet uit de geluidsboxen knalde, een nummer waarop de mooie meisjes van de kappersvakschool ogenblikkelijk loosgingen, dan wist ik wel zeker dat ‘rock’ in progrock een hol begrip was. In 1973 was het onder de zelfverklaarde muziekkenners van mijn peergroup raadzaam om je niet tot glamrock te bekennen. Op deze septemberdag in 2018 doe ik dat na al die jaren lekker toch. Er was niets mis met Chinn & Chapman, en de mooie meisjes van de kappersvakschool geurden lekkerder dan gemiddeld.

Aan 1973 was laatst ook ‘Wat een jaar!’ gewijd, een spelprogramma, een quizje met zijsprongen zo u wil, dat ironiserend om nostalgie draait en ook wel enigszins om oud nieuws dat je evengoed geschiedenis zou kunnen noemen, als je daar enigerlei voldoening uit zou putten.

Bijna elke mode van weleer is gedoemd om in het heden belachelijk te zijn: Koen Wauters, de presentator, vertoonde zich met een klaarblijkelijke pruik op, en in een pantalon met wijd uitlopende broekspijpen, die hem in 1973 niet had misstaan. Hij had nog andere kleren aan, maar díé beschrijven zou ons te ver leiden en mogelijk mijn toch al geringe arbeidsvreugde in het gedrang brengen.

Het studiodecor is tegelijk een interieur, een woonkamer en een buitenaanzicht – je ziet ook een stuk van de buitengevel. De sfeer van dat alles herinnert mij enigszins aan de doordachte rommeligheid in het decor van ‘Het huis van wantrouwen’ (1991-1992), een veelbekeken tv-programma van Mark Uytterhoeven, dat voor de rest helemaal niets met ‘Wat een jaar!’ te maken heeft. Op de dingdong na, die de komst van de gasten inluidt.

Twee bekende Vlamingen, deze keer Willy Sommers en Luc Appermont, vormen in dit programma een team met twee vaste medewerkers, Nathalie Meskens en Jonas Van Geel, die zich voor de gelegenheid ook naar de modevoorschriften van 1973 hadden opgetuigd. Je moet acteurs nooit zeggen dat ze een uitgelaten teamleider in een tv-spelletje moeten spelen, want dan riskeer je dat ze, zoals Meskens en Van Geel, het idee ‘lol’ dermate aanschouwelijk maken dat alleen het uitbreken van een wereldoorlog – Breaking news! – nog redding kan bieden. Zo leuk was het nu ook weer niet, bedoel ik.

‘Wat een jaar!’ is voor het overige een samenraapsel van beproefde tot uitgediende ideetjes. De verkleedpartij en het oprakelen van een vervlogen consumptieartikel als het waspoedertonnetje van Dash doen aan ‘Groeten uit…’ (VTM) denken. De centrale gasten moeten iemand (m/v) die in een tv-programma van lang geleden – deze keer was dat ‘Spel zonder grenzen’ – ooit even in de kijker liep, in zijn huidige, meestal verweerde gedaante zien te herkennen in een groep soortgenoten. Dat is een mengeling van de Identity Parade uit ‘Never Mind the Buzzcocks’ (BBC 2) en het spelletje ‘Wie ben ik?’. En als Nathalie Meskens en Jonas Van Geel om het lolligst songtitels moeten uitbeelden, denk ik onvermijdelijk aan ‘Hints’ van de KRO, en nog meer aan het kantelmoment op verjaarspartijen waarop iemand met misplaatste voorpret het gelijknamige gezelschapsspel uit de kast haalt. Zoals alles wat zijn beste tijd heeft gehad, teert ook de televisie op de aloude aanname dat er niets nieuws onder de zon is.

Het aardigste onderdeel was nog de medley van hits uit 1973 die Koen Wauters, Nathalie Meskens en Jonas Van Geel ten gehore brachten. De kandidaten moeten na afloop zoveel mogelijk van die nummers opnoemen en intussen gokt het studiopubliek op welk team de zege zal halen. De geldprijs, wegens 1973 uitgedrukt in Belgische frank, wordt ten slotte voor een beter begrip in euro omgerekend: deze keer kon je als toeschouwer in de studio 61,76 euro opstrijken als je goed had gegokt, maar daarvoor moest je wel en plein public ‘Wat een jaar!’ bijwonen.

Willy Sommers bleek de trofee Man van het Jaar 1973 verdiend te hebben en keek daarbij alsof hij de zesde à zevende mooiste dag van zijn leven aan het meemaken was. Grof geschat.

Nog niet zo lang geleden gaf ik langs deze niet al te sympathieke weg te verstaan dat ik een inventief en innovatief, ronduit 21ste-eeuws amusementsprogramma, een radicale actualisering van wat vroeger een variétéshow werd genoemd, op zaterdagavond wel zou zien zitten. Wat ik me daar in het grootste geheim bij voorstel, heeft nagenoeg niets met ‘Wat een jaar!’ te maken.


De klas

Eén – 26 september – 578.914 kijkers

Zij worden vast begeleid door uitstekende mentoren en welingelichte redacteurs, maar toch treft het mij dat de gelegenheidsleraren van ‘De klas’ zich vaak opmerkelijk goed van hun taak kwijten. Ik ga er niet van uit dat televisiepersoonlijkheden, of andere publieke kunstenmakers en praatorgels, vanzelf geschikt zijn om voor de klas te staan, maar daar heeft het in ‘De klas’ anders wel de schijn van.

Deze keer was Wim Lybaert aan de beurt, de tv-maker die de kosmos kan zien in een moestuin en voorts een dagtaak aan het goede leven heeft. Dat lijkt me een gave. Op weg naar zijn klas bepaalde hij even zijn positie: met de gemengde gevoelens die hij aan zijn eigen middelbareschooltijd had overgehouden – zoals de besten had hij vaak moeten nablijven – betrad hij opnieuw de school, een tikje onwillig. Maar in het krachtenveld van een klas in Oostende had hij vrijwel meteen de juiste houding te pakken, en de juiste toon. Alsof hij nooit iets anders had gedaan, zelfs.

De scholieren konden hem niet meteen thuisbrengen, al dachten sommigen dat ze hem al eerder hadden gezien, maar wáár? Van zijn televisiebekendheid zou Wim Lybaert het niet moeten hebben in deze klas, want van televisieprogramma’s als ‘Het goeie leven’ en ‘De Columbus’ hadden die jongens en meisjes nog nooit gehoord. Zij behoren nu eenmaal tot een generatie die zich weinig aan ’t Oude Medium gelegen laat liggen en voor wie het reguliere tv-kijken nu al heeft afgedaan. Fijn, bedenk ik ineens, dat ook mijn toekomst zo goed als passé is. Als ik niet oppas, word ik nog een optimist in mijn nadagen. En de zeespiegel ondertussen maar stijgen.

Wim Lybaert, een jongen met een West-Vlaamse achtergrond, zou het ook over de toekomst hebben, waarin de klimaatverandering, als het mensdom zijn gang blijft gaan, een wel erg somber verschiet zal zijn. Vooreerst sprak hij enkele spelregels met zijn klas af: in zijn les over klimaatopwarming was de zin ‘Ik kan er niets aan doen’ taboe. Boeren en winden laten mocht niet, ook niet om het woord te vragen als woorden tekortschoten, of als je meer voor de non-verbale expressie was geporteerd. Als Wim Lybaert begon door te drammen, mocht de klas daar een eind aan maken door op een toeter te blazen, die Wim nog had gebruikt toen hij in zijn jonge jaren strandredder aan de Belgische kust was.

Omdat onderwijs gediend is van aanschouwelijkheid, liet Wim enkele computerbeelden van het ondergelopen Oostende van de toekomst zien. Een meisje vond het vooral jammer omdat het wassende water behalve enkele dierbare plekken misschien ook wel haar herinneringen zou uitwissen. Wim Lybaert, die kennelijk wist dat je met zo nu en dan een persoonlijke toets sneller de sympathie van een klas wint, zei dat hij honkvast was, altijd al in Brugge had gewoond, en het verschrikkelijk zou vinden als hij als klimaatvluchteling geboortegrond, have en moestuin zou moeten achterlaten. De klas zei dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, want dat hij tegen die tijd al dood zou zijn. Die kans is reëel, maar het thema ‘vluchtelingen’ was intussen aangesneden: enkele scholieren hadden ervaring met vluchten. Een jongen uit Afghanistan kreeg, toen hij met zijn gezin in Iran was beland, ook met kinderarbeid te maken – hij had aldaar een tijdlang in een naaiatelier van nut moeten zijn. Een Afghaans meisje zei dat haar oom ook een kindarbeider was geweest, en dat zulk werk juist heel goed voor hem was, want jongens van die leeftijd deden toch niets anders dan vechten op straat. De ene Afghaan zal wel de andere niet zijn.

‘De vleessector vervuilt meer dan alle transporten ter wereld,’ wierp Wim Lybaert op. Vlees en vlees eten waren zo te horen gevoelige onderwerpen in de klas. Een jongen uit Albanië, die het strand van Oostende maar niks vond in vergelijking met de Albanese kust, vond een avocado met een paar slablaadjes erbij een lachertje in vergelijking met een mooie lap vlees, die je in het heerlijke Albanië al bij het ontbijt voorgezet kreeg. Een meisje met een West-Vlaamse achtergrond sprak dan weer: ‘Ik zou liever vegetariër zijn, maar ik moet wachten tot ik 18 ben van mijn ouders.’ De redding van de planeet is met enige humor gebaat, denk ik. Nadat Wim Lybaert de nefaste invloed van winderige koeien ter sprake had gebracht, een wereldwijde uitstoot van methaan, zei een jongen met een Ivoriaanse achtergrond: ‘Als die koeien zo schadelijk zijn, dan is het toch goed dat we ze opeten?’ Zo kun je het ook bekijken.

De les mondde uit in een openbare biecht waarin zowel de leraar als de scholieren hun zonden tegen het klimaat beleden. Daar haakte Wim Lybaert tot slot een buitenschoolse activiteit aan vast: pootjebaden in de nog koude Noordzee en daarna, in een ongedwongen ritueeltje, één voor één een goed voornemen uitspreken dat het klimaat van de toekomst ten goede zou kunnen komen. Het viel me mee dat de meeste scholieren niet te veel beterschap beloofden, en dus niet het heilige boontje uithingen. Mocht deze aardige klas een schaalmodel van de multiculturele samenleving zijn, dan lijkt die samenleving me minder problematisch dan ik doorgaans denk, toch gedurende 45 minuten. En voor het overige is ook deze aflevering van ‘De klas’ kant-en-klaar lesmateriaal voor lerarenopleidingen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234