Dwarskijker over 'Zeg eens euh!', 'Zomergasten' met Dyab Abou Jahjah en 'Classic Albums: Pet Sounds'

Karen Damen herinnerde zich hardop dat Gert Verhulst 's ochtends in het liefdesledikant, bij wijze van aubade, muzikale winden kon laten – hoe verrekt romantisch!

'Soms, nu bijvoorbeeld, denk ik dat vroeger alles beter was. En een tel later denk ik dat alweer niet meer. Hoelang nog?'


Classic Albums: ‘Pet Sounds’

Canvas - 31 juli

Bange dagen, en bij uitbreiding het leven zelf, billijken zo nu en dan de vlucht uit de werkelijkheid, bijvoorbeeld op vleugels van muziek. Terwijl Dyab Abou Jahjah, de welbekende agent-provocateur die zondagavond in ‘Zomergasten’ gewiekst tegen de verwachtingen inging en daardoor andere heethoofden teleurstelde, kon je evengoed je hart ophalen aan ‘Classic Albums’ op Canvas, een klassieker onder de documentaireseries over popmuziek. Deze keer groef ‘Classic Albums’ naar de kwintessens van ‘Pet Sounds’, een meesterstuk van The Beach Boys, een band die in de vroege jaren 60 de idyllische Californische levensstijl in popmuziek heeft omgezet. Onder het wolkeloze hemelblauw zongen ze meerstemmig over surfen, bikinimeisjes en kekke cabriolets waarmee je op weg naar het strand bikinimeisjes kon oppikken terwijl The Beach Boys uit de autoradio opklonken. Daar kwam vast tongzoenen met een zilte nasmaak van, bedenk ik ineens, waardoor het één vluchtig ideetje lang vakantie is tijdens mijn werkuren. Wat zou ik zijn zonder mijn hersenen? Om te beginnen al iemand die niet eens van hersenen kan dromen. Om ook het publiek in de binnenlanden van Amerika te bedienen, waar oceaan, branding en surfers ver te zoeken waren, zongen The Beach Boys cleane, van rock-’n-roll afgeleide popsongs aangaande hot rods: opgevoerde oldtimers waar teenagers in het Midden-Westen van de VS dol op waren. In hun commerciële ijver scheidden The Beach Boys in die vroege jaren 60 ook uiterst melige songs af: geen mens hoeft zich voor mijn part ‘Be True to Your School’ te herinneren, The Beach Boys zelf ook niet.

In 1965 hoorde Brian Wilson, de demiurg van The Beach Boys, ‘Rubber Soul’ van The Beatles, een elpee waarop introspectieve songs stonden die dan ook verder reikten dan onderwerpen als welgevormde babes en gestroomlijnde bolides. Ook in muzikaal opzicht waren ze ambitieuzer dan gewoonlijk, alsof The Beatles de begrenzingen van de popsong willens en wetens te buiten gingen, wellicht omdat de tijd daar rijp voor was. Er ging Brian Wilson een licht op. Hij stopte met touren – The Beach Boys waren tot dan toe haast aan één stuk door on the road geweest – en groef zich in de opnamestudio in, die steeds meer zijn laboratorium werd, of een muziekinstrument an sich. Zijn nieuwe experimentele inzichten koppelde hij aan oude liefdes: de vocale harmonieën van The Four Freshmen en de panoramische sound van de song ‘Be My Baby’ van The Ronettes, weids en daverend geproducet door Phil Spector, die – ik was het bijna vergeten – wegens de moord op Lana Clarkson nog tot 2027 gevangenzit. Zou hij binnen de gevangenismuren nog van een wall of sound dromen? Enfin, in en buiten het hoofd van Brian Wilson ontstond gaandeweg de Elysische 20ste-eeuwse plaat ‘Pet Sounds’; waarop de meest geïnspireerde studiomuzikanten van hun tijd, die in hun vakkring bekendstonden als The Wrecking Crew, op eigen kracht het wonder hielpen vormgeven. Over dat keurkorps van de popmuziek zond Canvas in mei jongstleden een erg mooie documentaire uit. Wat zou ik zijn zonder Canvas? Mogelijk iemand die naar Canvas verlangt.

We zagen Brian Wilson naast de opnametechnicus van weleer aan de analoge mengtafel van toen plaatsnemen, waarna het mooiste onderdeel van dit programma volgde: met een vinger op de schuivers voorzien de betrokken muzikanten en technici klankspoor na klankspoor van commentaar. Een mengtafel uit die tijd ziet er zelfs in kleur zwart-wit uit. Ze lijkt nu boordapparatuur van een vliegende schotel in een sciencefic-tionfilm waarin het jaar 2000 nog ver in het verschiet lag. Er klonk een ingenieuze vervlechting van zes zangstemmen op: de duizelingwekkende samenzang van The Beach Boys altegader. Brian Wilson gaf te kennen dat hij goede herinneringen aan die opname had. In tegenstelling tot Beach Boy Al Jardine, die zich die sessie ook nog scherp te binnen wist te brengen: ‘’t Was nooit goed genoeg voor Brian, nooit,’ zei hij, waarna hij wellicht net zo sip keek als toen. Jardine noemde Brian Wilson een auditieve ziener: ‘Hij hoort dingen die wij niet kunnen horen.’ Dat hij lsd gebruikte, voegde hij er niet aan toe. Lsd zou de ziekte waaraan Brian Wilson lijdt, schizofrenie, destijds hebben aangewakkerd, las ik ooit. Ik las toen ook dat hij muziek wilde componeren die de stemmen in zijn hoofd – ‘dingen die wij niet kunnen horen’ – het zwijgen zou opleggen. In deze aflevering van ‘Classic Albums’ werd met geen woord van schizofrenie noch van lsd gerept. Al zei Beach Boy Mike Love dat de tekst van ‘Hang On to Your Ego’ hem tegenstond omdat er te veel verwijzingen naar drugs in zaten. ‘I Know There’s an Answer’ was er de schoongemaakte versie van.

In het studiocomplex waar The Beach Boys ‘Pet Sounds’ opnamen, liep Brian Wilson een oude kennis tegen het lijf: Tony Asher, een man die teksten schreef voor jingles en radiospotjes. Er volgde een gesprek over koetjes en kalfjes, waarna die twee weer huns weegs gingen. Een paar weken later kreeg Tony Asher een telefoontje van Brian Wilson: of hij met hem aan songteksten zou willen werken? Alleen al wegens de opening van de prachtsong ‘God Only Knows’ wil ik de naam Tony Asher onthouden: ‘I may not always love you’, vijf woorden die de beginselen van elk liefdesliedje op losse schroeven zetten. Paul McCartney, een bassist uit Liverpool, noemde ‘God Only Knows’ ‘de perfecte popsong’ en ik twijfel er niet aan dat hij met kennis van zaken sprak.

In het voorbijgaan werden we er in deze aflevering van ‘Classic Albums’ nog eens aan herinnerd wat commercialiteit nu ook weer was. De bazen van Capitol Records, de platenfirma van The Beach Boys, vonden ‘Pet Sounds’ niet commercieel genoeg en daarom brachten ze tegelijk een best of uit. Aan lumineuze ideeën geen gebrek in directiekamers. Er verstreek twintig jaar vooraleer ‘Pet Sounds’, nog steeds een hoogtepunt in de universele popmuziek, platina haalde. Het is aannemelijk dat The Beatles nooit ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ (1967) zouden hebben gemaakt als ze ‘Pet Sounds’ (1966) niet hadden willen overtreffen.

Soms, nu bijvoorbeeld, denk ik dat vroeger alles beter was. En een tel later, nú, denk ik dat alweer niet meer. Hoelang nog?

'Ik miste heuse lichtheid, misschien wel de verfrissende wiekslag van het absurde, en vooral: zelfrelativering, die me niet radicaal genoeg kan zijn'


Zomergasten

NPO 2 - 31 juli

Alvorens me aan de eerste ‘Zomergasten’ van dit seizoen te wagen, zag ik op het VTM-nieuws een geagiteerde aanhanger van Recep Tayyip Erdogan. Hij was op verzoek van een reportageploeg even uit een betoging in Keulen gestapt, waar de hete dampen van afsloegen. ‘Een wereldleider als Recep Tayyip Erdogan,’ hijgde die man, ‘kom je maar eens in de honderd jaar tegen.’ Pech dat uitgerekend mensen als ik deze wereldleider moeten meemaken, dacht ik, waarna ik ijlings van kanaal veranderde. Ik nam Dyab Abou Jahjah waar, de activist van naam, die zijn pamfletten aan De Standaard slijt. Samen met presentator Thomas Erdbrink, de maker van de mooie serie ‘Onze man in Teheran’, had hij plaatsgenomen in een decor dat er deels uitzag als de gevolgen van een aanslag in een kleerhangerfabriek en deels als iets dat ik bij een andere gelegenheid zal beschrijven. Praters in het openbaar, die van zichzelf vinden dat ze ‘een belangrijke stem in het maatschappelijke debat’ zijn, menen doorgaans dat ook Abou Jahjah zo’n stem is. Het geval wil dat zijn aanwezigheid in ‘Zomergasten’ de afgelopen weken zoveel heisa gaf in de media dat ik, nog voor dit avondvullende programma begon, al een zekere vermoeienis het hoofd moest bieden. Eigenlijk had ik voor het eerst in de geschiedenis van ‘Zomergasten’ zin in iets anders, maar de plicht riep.

Afijn, door niet toe te geven aan pressiegroepen en verontwaardigde kijkers, kan de VPRO alvast niet van een neokoloniale reflex, racisme, discriminatie en censuur beschuldigd worden, wat al heel wat is. Het is ook goed dat De Bezige Bij doodgemoedereerd de in een geglobaliseerde stijl gestelde pamfletten van Abou Jahjah zal uitgeven, al was het maar om allerlei aantijgingen en een martelaarschap voor het vrije woord te voorkomen.

In een recent pamflet hield Abou Jahjah staande dat westerse kritiek op Erdogan nog het meest door islamofobie is ingegeven, en dat islamofobie ‘antisemitisme 2.0’ is. In ‘Zomergasten’ bleef hij bij die opinie en onderwijl sloeg hij een merkwaardig gematigde toon aan. Soms klonk hij redelijker dan ik verwachtte van iemand die in Humo beloofd had dat het ‘voor veel kijkers een choquerende avond zou worden’. Nu ja, wie oprecht wil choqueren, kondigt dat doorgaans niet aan. Alles welbeschouwd draaide hij zijn gewone repertoire af, waaruit vooral diepgewortelde haat jegens de staat Israël bleek. Hij kon zich niet voorstellen dat Joodse mensen zich steeds onveiliger voelden in West-Europa. Ik gelukkig nog altijd wel. Ik kan me ook voorstellen hoe beroerd Palestijnen zich meestal voelen in de door Israël bezette gebieden. Ach, zo moeilijk is dat allemaal niet. De rest is vertwijfeling.

Thomas Erdbrink druiste geregeld beschaafd tegen zijn zomergast in, maar in de loop van de avond werd het me steeds duidelijker dat een gehaaide debattijger, die het van iets te stellige beweringen en een gelijkhebberige betoogtrant moet hebben, niet noodzakelijk een goede interviewee is. Abou Jahjah heeft een strijdperk nodig en een radicale opposant die hij naar hartenlust van neokolonialisme, eng nationalisme, racisme, islamofobie en algehele discriminatie kan betichten vooraleer hij hem ten enenmale als onverbeterlijke fascist wegzet.

Deze aflevering van ‘Zomergasten’ wierp geen nieuw licht op Abou Jahjah. Nu ja, ik wist niet dat zijn voornaam ‘wolf’ betekende en zijn naam ‘hij die lacht’. Een wolf met een grijnsje: daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Dat hij als agnost weleens het ietsisme aanhangt als hij naar een wemelende sterrenhemel staart, was me ook niet bekend. Ik had graag geweten of ‘activist’ een beroep is, mogelijk een knelpuntberoep. Het benieuwde me ook wie of wat zijn activisme financiert, mocht het dan toch geen vrijwilligerswerk zijn. Zulke vragen waren kennelijk niet relevant in ‘Zomergasten’.

Viel er, als je het vaste repertoire van Abou Jahjah even wegdacht, in televisueel opzicht iets te beleven in deze aflevering van ‘Zomergasten’? Welzeker: een briljante dialoog over godsdienst uit de eerste serie van ‘True Detective’; een wrang fragment uit de Israëlische oorlogsdocumentaire ‘Waltz with Bashir’; een interview met de Joodse zanger en dichter Leonard Cohen waaruit ik de zin ‘You’re not going to like what comes after America’ heb onthouden, waar tot mijn verbazing nauwelijks op werd ingegaan. Ook bijzonder was het fragment uit de documentaire ‘The Black Panthers: Vanguard of the Revolution’, waarin die zwarte radicale burgerrechtenbeweging zich solidair verklaarde met verpauperde blanke hillbillies, en de afsluitende speelfilm ‘La battaglia di Algeri’ is onmiskenbaar een meesterwerk, ook esthetisch. Fijn, maar alles bij elkaar genomen was de eerste ‘Zomergasten’ van dit seizoen een topzwaar programma in een wereld die aan ernst ten onder gaat. Ach ja, er kon wel een grijnsje af bij het zien van George Carlin, die zich vrolijk maakte over de intrinsieke onzin van godsdienst, maar zoals zoveel stand-uppers is die man meer een pratende columnist dan een komiek. Ik miste heuse lichtheid in deze aflevering van ‘Zomergasten’, misschien wel de verfrissende wiekslag van het absurde, en vooral: zelfrelativering, die me niet radicaal genoeg kan zijn. Ik miste dus alles wat een activist zich wegens zijn beroepsbezigheden waarschijnlijk niet kan permitteren.

'Karen Damen herinnerde zich hardop dat Gert Verhulst 's ochtends in het liefdesledikant, bij wijze van aubade, muzikale winden kon laten – hoe verrekt romantisch!'


Zeg eens euh!

VIER - 1, 2, 3 & 4 augustus

Embarras du choix: op de inheemse televisie kun je, als je om amusement verlegen zit, tijdens primetime kiezen tussen ‘Is er wifi in Tahiti?’, ‘F.C. De Kampioenen’ en ‘Zeg eens euh!’ Wauw! Te gek! En daar word ik ook nog eens voor betááld! Deze week gaf ik me met huid en haar over aan de terugkeer van ‘Zeg eens euh!’, een spelletje waaraan ik welhaast 25 jaar geleden in deze rubriek ook al enkele kiene gedachtetjes heb gewijd. Wat ik er toen over heb beweerd, ben ik van harte vergeten, maar de schnabbelaars die indertijd zitting hadden in het panel, herinner ik me dan weer wel. De toen nog volslanke Margriet Hermans, wier tentjurk strak zat, en de eveneens welgedane tenor buffo Koen Crucke doemen eerst op; voorts komt ook Jaak Pijpen me voor de geest, de spreekbuis van hond en paard, en ook Emiel Goelen, die ter ziele is en zich dan ook niet meer kan verdedigen. ‘Zeg eens euh!’ was toen een programma van de openbare omroep, dat één keer per week werd uitgezonden op TV1. Bij VIER is dit panelspelletje vier keer per werkweek zo goed als dagelijkse kost, en de algemene toon ervan lijkt me ook een tikje anders dan een kwarteeuw geleden. De zogeheten themawoorden, waarrond de panelleden zonder ‘euh’ te zeggen uit hun nek moeten kletsen, waren deze week bijvoorbeeld ‘holletje’ en ‘spleetje’. Geen wonder dat Maaike Cafmeyer, die dag en nacht inzetbaar is als flapuit in panels, met stelligheid zei: ‘Over je hol kan je veel zeggen.’ Ze had het ook over ‘own hol’, wat te harent regulier West-Vlaams zou zijn. James Cooke, die voor malle, ietwat onsamenhangende gay moet spelen, stelde dan weer vanuit zijn specifieke onderzoeksveld dat het ene holletje al mooier is dan het andere. Ook in een andere aflevering was ‘Zeg eens euh!’ opvallend anaal van sfeer: het themawoord was ‘harde wind’, waardoor Herman Verbruggen, die voor hetzelfde geld Markske van ‘F.C. De Kampioenen’ is, het meteen over flatulatie had, zijn eigen geleerde naam voor flatulentie. Dat herinnerde Karen Damen aan haar liefdesaffaire met Gert Verhulst, de bekende grote eter, die als vanouds de spelleider van ‘Zeg eens euh!’ is. De onverwerkte restanten van hun voorbije relatie zijn, net als in ‘Het zijn net mensen’, een bron van plagerijen in dit programma. Karen Damen herinnerde zich hardop dat Gert Verhulst ’s ochtends in het liefdesledikant, bij wijze van aubade, muzikale winden kon laten – hoe verrekt romantisch! Hij kon dus zijn flatussen door middel van subtiele contracties moduleren, ook al was hij nog maar nauwelijks uit zijn sluimer ontwaakt. Wat let deze getalenteerde petomaan, mogelijk een Miles Davis in zijn genre, om zich op te geven voor ‘Belgium’s Got Talent’? ‘Zo heb ik ook enkele hits voor K3 geschreven,’ voegde Gert Verhulst er met een uitgestreken gezicht aan toe, wat ik – in een moment van zwakte – een nogal grappige riposte vond. Ik waande me op een feest van Studio 100 waar de cava van het merk Plop zijn werk deed. Er kwamen twee vragen in me op: ‘Wat doe ik hier?’ en ‘Waarom zit ik nu niet in ‘Goudzand’ van Konstantin Paustovski te lezen?’

Ik bied de geest van Miles Davis mijn excuses aan.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234