Dyab Abou Jahjah - Pleidooi voor radicalisering

Het nieuwe boek van Dyab Abou Jahjah belandde enige dagen geleden in de winkel, maar de titel kennen we al sinds de prille lente. Toen joeg uitgeverij De Bezige Bij enkele auteurs uit eigen huis in de gordijnen met de aankondiging van ‘Pleidooi voor radicalisering’. De Bij is geworteld in het verzet tegen de Duitse bezetter, terwijl Jahjah omwille van zijn radicale meningen over het Palestijns conflict werd weggezet als antizionist, vijand van Israël en zelfs als antisemiet.

De schrijver hield het hoofd koel, de uitgeverij stond pal: na een waardige passage bij ‘Zomergasten’ ging het stof liggen. Intussen zijn we een halfjaar verder: onder anderen Leon De Winter en Tommy Wieringa hebben De Bezige Bij de rug toegekeerd, en we kunnen eindelijk afwegen of het boek de rel waard is.

Nee, dus. ‘Pleidooi voor radicalisering’ is geen staatsgevaarlijk werkstuk dat het vuur aan de lont steekt of grote maatschappelijke deining en straatprotesten zal uitlokken. Het is uitgedraaid op een betrekkelijk taaie en, franchement, soms saaie literatuurstudie, geschoeid op de leest van de politieke filosoof Antonio Gramsci en andere denkers uit de marxistische school. Die erudiete opzet strekt tot eer, maar Jahjah overvalt de achteloze lezer met vele parafrases en conceptuele bespiegelingen. Zijn zinnen lopen soms stroef, en Jahjah hanteert te vaak holle containerbegrippen – dé elite, hét systeem, dé macht, dé status quo – waardoor het pamflet de urgentie mist die hij wel in zijn opiniebijdrages weet te leggen. Jahjah lijkt dat eigenaardig genoeg soms zelf te beseffen: in het begin van hoofdstuk 4 biedt hij de lezer zelfs de mogelijkheid om het over te slaan, wegens ‘vrij theoretisch’.

De eerste twee hoofdstukjes zijn dan weer kraakhelder: met een kernachtig historisch overzicht duidt Jahjah zijn invulling van ‘constructief radicalisme’, dat 100% democratisch en progressief is en geen uitstaans heeft met het extremisme van Pol Pot, IS en het fascisme. Kunnen ook bekoren: de paragrafen waarin Jahjah de krijtlijnen van een nieuwe mondiale middenklasse uittekent, die ontstaan is onder impuls van de globalisering en digitalisering. De frustratie van de onderlagen van die nieuwe middenklasse – de zogeheten protoglobals, die wel de vaardigheden en kennis van de middenklasse bezitten, maar niet het geld – kan volgens Jahjah de motor worden van een grootschalig verzet tegen het systeem. De malaise is immers fundamenteel. Brexit, Trump, Wilders: allemaal signalen dat het systeem kraakt in zijn voegen. Jahjah acht de tijd rijp voor verzet, maar verzuimt de contouren ervan zuiver te schetsen.

Hij verwacht veel van het internet: weliswaar een product van het systeem, maar in de juiste handen kan het gebruikt worden om datzelfde systeem te bevechten. Dat houdt steek, maar dan noemt hij expliciet internet-taxidienst Uber als voorbeeld. Schermutselingen tussen taxichauffeurs en Ubergebruikers zouden aantonen dat het systeem zich bedreigd voelt, en daarom de taxichauffeurs uitstuurt als voetsoldaten om Uber te bevechten en het systeem in stand te houden. Maar het model van Uber mag naar de laatste mode dan wel disruptief heten, het blijft natuurlijk een vehikel van Silicon Valley – zetel van dé technologische elite – met een waarde van 66 miljard dollar. En als we dan toch per se in de marxistische traditie een nieuw proletariaat moeten ontwaren: zijn dat dan niet de Uber-chauffeurs die voor een habbekrats en nul sociale bescherming rondkarren?

Pas helemaal op het einde wordt ‘Pleidooi voor radicalisering’ een heel klein beetje radicaal, en dan nog wanneer de schrijver zich rechtstreeks tot zijn criticasters richt en hij de dubbele moraal aanklaagt in hun houding tegenover ‘misdaden in verleden en heden’. Maar Jahjahs terechte vraag naar een diepgaand gewetensonderzoek naar de eigen misdaden uit het koloniale verleden wordt ondergesneeuwd door de schijnbare suggestie dat wie weleens de trein neemt in Antwerpen-Centraal of over de Duitse Autobahn stuift, impliciet de gruwelen van Leopold II en de nazi’s goedkeurt. Insert: een emoticon met gefronste wenkbrauwen. Al bij al stelt ‘Pleidooi’ dan ook teleur: vanwege de politiek-theoretische teneur is het slechts matig geschikt voor menselijke consumptie, en bovendien werpt het weinig nieuw licht op – in de woorden van de auteur – zijn danse macabre tussen moslimextremisten en islamofoben. Een gemiste kans, gezien de unieke en belangrijke rol die Jahjah speelt in het debat over migratie, integratie en globalisering.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234