Eddy en Martine, de ouders van Annick Van Uytsel, vechten 10 jaar na de moord dagelijks met schuldgevoelens: 'Ik had bij haar moeten zijn, om de pijn te delen'

Al tien jaar dragen Eddy Van Uytsel en Martine Vanhoudt hun immense verdriet met zich mee. Allebei gaan ze op hun eigen manier om met de pijn en het gemis: Eddy stort zich op zijn werk en probeert de leegte in zijn leven te vullen met de routine van alledag, terwijl het voor Martine nog steeds moeilijk is zich niet onophoudelijk te laten overweldigen door haar verdriet en stilletjes in een hoekje weg te kruipen. Tien jaar na de feiten wordt Martine ook nog altijd geplaagd door schuldgevoelens.

'‘Ik ben er zeker van dat haar laatste woorden waren: ‘Mama, help mij!’ Maar ik was er niet'

Toen Annick Van Uytsel in de nacht van 27 op 28 april 2007 van een fuif in Schaffen terug naar huis in Kaggevinne fietste, werd de ergste nachtmerrie van haar ouders werkelijkheid: op een verlaten stuk fietspad werd het 18-jarige meisje van haar fiets gesleurd, gekneveld, in een bestelwagen geduwd en ontvoerd. Haar naakte lichaam werd een week later teruggevonden in het Albertkanaal in Lummen, ingepakt in vuilniszakken en verzwaard met een betonblok, haar schedel was ingeslagen. Een intensieve zoektocht naar de dader leverde niets op.

Bijna drie jaar later kwam er een doorbraak in het onderzoek, toen op 2 januari 2010 Kevin Paulus en Shana Appeltans vermoord werden teruggevonden in een uitgebrande auto langs de E314 in Halen. Hun buurman, Ronald Janssen, werd op de rooster gelegd en gaf de dubbele moord toe. Enkele dagen later bekende hij, naast een reeks verkrachtingen, ook Annick Van Uytsel te hebben vermoord. Voor de ouders van Annick kwam zo een einde aan een lange periode van onzekerheid: eindelijk wisten ze wat er met hun dochter was gebeurd.

HUMO Hoewel ze beloofd had om samen met een paar vriendinnen terug naar huis te fietsen, legde Annick die nacht het laatste stuk toch alleen af.

Martine Vanhoudt «Annick is samen met twee vriendinnen in Schaffen vertrokken, maar omdat die meisjes onderweg bij het huis van een vriendje bleven plakken, is ze in haar eentje doorgereden. Ze wist dat ik haar rond 4 uur verwachtte: ze wou op tijd thuis zijn en mij niet ongerust maken. Daar voel ik me heel schuldig over.»

'Als ik zou kunnen, zou ik meteen met Annick ruilen: mijn leven voor het hare'

Eddy Van Uytsel «Ik heb me in het begin ook afgevraagd: ‘Hadden we Annick wel in het midden van de nacht met de fiets naar huis mogen laten gaan?’ Maar jezelf achteraf op die manier pijnigen heeft geen enkele zin. Uiteindelijk is er maar één iemand schuldig aan de dood van Annick, en dat is haar moordenaar.»

Vanhoudt «Toch had ik haar niet met de fiets mogen laten vertrekken. Maar ik heb me laten doen: ze moest en zou samen met haar vriendinnen naar Schaffen fietsen.»

Van Uytsel «Ik had ook liever niet dat ze met de fiets ging, maar één van haar vriendinnen woonde maar 300 meter bij ons vandaan – het was dus enkel dat laatste stukje dat ze alleen zou moeten rijden.»

Vanhoudt «Toevallig hadden we het in de maanden vóór haar dood een paar keer over aanranders gehad. Als ik haar vroeg wat ze zou doen als iemand slechte bedoelingen had, antwoordde ze lachend: ‘Dan geef ik hem een stamp en fiets ik heel rap weg. Je hebt me zeker nog niet zien fietsen, mama?’»

Van Uytsel «Wat dat betreft was Annick heel naïef: ze was zich van geen gevaar bewust. Zoals de meeste tieners, zeker?»

Vanhoudt «Ik verwijt mezelf dat ik als moeder tekort ben geschoten. Het was mijn plicht om haar te beschermen. Dat heb ik niet gedaan, en dat kan ik mezelf niet vergeven. Dat straalt ook af op Filip, onze zoon, die drie jaar jonger is dan Annick. Sinds haar dood bestook ik die jongen met sms’jes als hij vijf minuten te laat is.»

HUMO Welke herinneringen hebben jullie nog aan die bewuste vrijdag 27 april? Hebben jullie Annick nog gezien voor ze naar Schaffen vertrok?

Vanhoudt «Annick zat op kot in Mechelen, waar ze een modeopleiding volgde, en was rond 16 uur in de namiddag met de trein naar huis gekomen. Het was een heel warme dag, bijna 30 graden, en ik zie haar nog staan aan het station van Diest, in haar rokje, met een grote zak vuile was over haar schouder. ‘Kom eens hier, mamaatje,’ zei ze toen ze me zag, en ze gaf me een dikke knuffel. We hebben thuis samen gegeten, en daarna is ze naar de salsales gegaan – het was haar eerste les, dus ze was heel opgewonden.»

Van Uytsel «Ik ben die avond pas rond 21 uur van mijn werk thuisgekomen. Ik zat buiten op het terras te eten toen Annick terugkwam van haar dansles. Ze liet me enthousiast alle pasjes zien die ze geleerd had, en daarna ging ze zich klaarmaken om naar Schaffen te vertrekken.»

Vanhoudt «Ze is om 22 uur vertrokken, nadat we hadden afgesproken dat ze om 4 uur thuis zou zijn. Toen ze al buiten was, besefte ik dat ze me geen kus had gegeven, wat ze normaal wel altijd deed. ‘Ach, die kus krijg ik morgen wel,’ dacht ik.»

Van Uytsel «Martine en ik hebben daarna nog wat tv gekeken, en toen zijn we gaan slapen.»

'Uit pure wanhoop hebben we een persconferentie gehouden met de boodschap: 'Annick, als je dit bericht hoort, laat alsjeblieft iets weten, en kom naar huis.''

HUMO Wanneer merkten jullie dat Annick die nacht niet thuis was gekomen?

Vanhoudt «Ik ben rond 4 uur wakker geworden en ben direct in haar kamer gaan kijken. Toen ik zag dat ze niet in haar bed lag, ben ik naar de living gegaan, om daar op haar te wachten. Ik heb de hele tijd lopen ijsberen en door het raam staan kijken, maar ik wou haar niet bellen: ik wou niet als een overbezorgde, controlerende moeder overkomen.

»Om halfzeven kon ik me niet meer inhouden en heb ik toch maar naar haar gsm gebeld. Ze nam niet op, en dus heb ik een boodschap op haar voicemail ingesproken. Toen ik het enkele minuten later nog eens probeerde, stond haar telefoon af. Ik heb toen naar één van haar twee vriendinnen gebeld, en die schrok: ‘Hoezo, is Annick nog niet thuis? Maar zij is vóór ons vertrokken!’ Ik ben toen onmiddellijk in mijn auto gesprongen en ben richting Schaffen gereden, in de hoop dat ik Annick ergens onderweg zou tegenkomen. Maar ze was nergens te bespeuren.»

Van Uytsel «Toen Martine rond 8 uur thuiskwam, was ze in alle staten. Ik heb haar proberen te kalmeren, want voor mij was er toen nog niets aan de hand: ik ging ervan uit dat Annick elk moment kon thuiskomen. Ze moest om 12 uur naar de KSJ, waar ze als leidster mee een karaoke zou organiseren, en ik wist dat ze dat voor geen geld zou willen missen. Toen ze om 12 uur nog niet thuis was, heb ik naar de andere leidsters gebeld om te vragen of Annick misschien al daar was. Nee dus. Toen wist ik: ‘Dit is niet goed. Er is iets gebeurd.’»

Vanhoudt «We hadden ondertussen al naar het ziekenhuis in Diest gebeld, waar ze ons hadden gezegd dat er de voorbije nacht geen meisje van 18 – als gevolg van een verkeersongeval of zo – was binnengebracht. En Eddy was ook naar de politie bij ons om de hoek gegaan, om te vragen of er die nacht misschien iets in Schaffen was gebeurd, maar dat was niet het geval.»

Van Uytsel «Ik ben rond 12.30 uur nog eens naar de politie gegaan, om officieel aangifte te doen van de verdwijning van Annick.»

HUMO Wat dachten jullie dat er aan de hand was?

Vanhoudt «Ik wist zeker dat er iets heel ernstigs aan de hand was. Ik dacht: ‘Ze is door iemand meegenomen en zit ergens opgesloten.’ Annick zou nooit wegblijven en niets van zich laten horen.»

Van Uytsel «Ik had geen idee, maar ik wou niet meteen het ergste denken. Ik heb de rest van de dag alle mogelijke wegen tussen Schaffen en Diest afgestapt, meter voor meter. Ik heb in elke gracht gekeken, in elke berm, achter iedere boom – in de hoop dat ik haar of haar fiets zou vinden, of minstens haar kleren, of een plas bloed, of een kapot achterlicht of zo. Haar vriendinnen hadden me verteld dat ze wel wat gedronken had, dus ik hoopte dat ik haar ergens in een gracht met een stuk in haar voeten zou aantreffen.»

Vanhoudt «Ik bleef ondertussen thuis. Ik durfde geen stap buiten te zetten, want ze moest maar eens thuiskomen of mij proberen te bellen.»

Van Uytsel «Ook zondag heb ik de hele dag naar haar gezocht, en ook maandag en dinsdag. Samen met heel veel andere mensen: buren, vrienden, vriendinnen van de KSJ, maar ook veel mensen die we niet kenden. En ook de politie natuurlijk. Die hadden speurhonden en zelfs een helikopter ingezet. Maar het leverde allemaal niets op: het was alsof Annick in rook was opgegaan. Na drie dagen liep ik er als een zombie bij.»

Vanhoudt «Ik zat dag en nacht aan de telefoon gekluisterd. Telkens als de telefoon rinkelde, dacht ik dat zij het was. Op een gegeven moment kreeg ik een telefoontje van Josephine Nuyts, de moeder van Ilse Stockmans (een meisje van 19 dat in 1987 in Leuven verdween en nooit werd teruggevonden, red.). Ze wilde me troosten, maar ik wou niet naar haar luisteren: ik kon niet geloven dat ik in hetzelfde geval verkeerde als zij – Annick moest lévend zijn, en ze moest terug naar huis komen. Op dat moment was ik eigenlijk heel kortaf en onbeleefd tegen Josephine, maar gelukkig hebben we achteraf een goede band opgebouwd.»

Van Uytsel «Op dinsdag 1 mei hebben we, uit pure wanhoop, een persconferentie gehouden. Daar heeft Martine een tekstje voor Annick voorgelezen, met als boodschap: ‘Annick, als je dit bericht hoort, laat alsjeblieft iets weten, en kom naar huis.’ Dat was vreselijk: je probeert als ouders via de televisie met je dochter te spreken... Maar wij waren ten einde raad, we wilden echt álles proberen om Annick terug te vinden.»

HUMO Twee dagen na jullie oproep werd Annick door wandelaars in het Albertkanaal gevonden.

Van Uytsel «Donderdagavond rond 19 uur is de politie ons komen zeggen dat ze in Lummen een pak in het kanaal hadden gevonden en dat het tv-journaal daar live over zou berichten.»

Vanhoudt «Ik zei: ‘Een pak? Ja, en dan? Dat is ons Annick niet. Dat kan niet.’ Het kon er bij mij niet in dat het mijn kind zou kunnen zijn.»

Van Uytsel «De duikers van de brandweer hadden al gevoeld dat er in dat pak een lichaam zat. Maar de wetsdokter had beslist om het naar Gasthuisberg te laten overbrengen en het daar in een labo te openen, om geen sporen te vernietigen. Het enige wat we konden doen, was wachten.»

Vanhoudt «Om halfelf kregen we de bevestiging dat het wel degelijk ons Annick was.»

Van Uytsel «En toen viel de hemel naar beneden.»

Vanhoudt «Wij zijn diezelfde nacht nog naar het mortuarium in Leuven gereden, met mensen van Slachtofferhulp. Annick lag op een tafel, onder een laken, met één arm die eronderuit stak. Ik zag ook een stuk van haar natte krullen. Ik wou haar aanraken, maar dat mocht niet, omdat de wetsdokter nog aan zijn onderzoek moest beginnen. Ik ben toen flauwgevallen, het was allemaal zo onwezenlijk.»

'Het eerste jaar nadat Annick gestorven was, vond ik het onbegrijpelijk dat de bomen opnieuw begonnen te botten en er overal bloemen uitkwamen'


Anonieme beller

HUMO De zoektocht naar de dader duurde uiteindelijk bijna drie jaar. Hoe kijken jullie terug op die periode?

Van Uytsel «De speurders van de gerechtelijke politie van Leuven hebben bergen werk verzet, jammer genoeg zonder resultaat.»

Vanhoudt «Alle mogelijke sporen zijn onderzocht: de herkomst van het dekzeil en de vuilniszakken waarin Annick was verpakt, het betonblok, het nylon touw... Ik herinner me dat ze voor dat dekzeil zelfs in Duitsland zijn gaan zoeken. De politie heeft de omgeving van de vindplaats uitgekamd op zoek naar een mogelijk wapen, en er werd ook overal gezocht naar de fiets van Annick, die spoorloos was.»

Van Uytsel «Wij hadden onze hoop vooral op het telefonieonderzoek gevestigd. Daaruit bleek dat het eerste telefoontje van Martine naar Annicks gsm, om halfzeven ’s morgens, binnen het dekkingsgebied van een zendmast in Halen was geregistreerd. De speurders zijn toen alle mannen gaan screenen die in dat gebied woonden en in aanmerking konden komen voor de moord. Van de 6.500 mannen die onder die mast woonden, schoten er na een grondige selectie – men ging ervan uit dat de dader minstens 18 jaar moest zijn, een rijbewijs had, en alleen woonde – uiteindelijk nog een tweehonderdtal over. Maar dat waren er nog te veel om ze allemaal aan een DNA-test te kunnen onderwerpen: dat was onbetaalbaar, zei men ons.»

Vanhoudt «Enkele maanden na Annicks dood werd de politie verschillende keren gecontacteerd door een anonieme beller, die beweerde dat Annick door zijn vriend was aangereden. Die vriend had hem na het ongeval gebeld en gevraagd haar lichaam mee te helpen verbergen. Ik dacht: ‘Ja, dat zal het geweest zijn. Een ongeval. Op slag dood. Dan heeft ze gelukkig niet afgezien.’»

Van Uytsel «Maar eind juli werd de fiets van Annick teruggevonden, tegen de gevel van een appartementsgebouw in Leuven, tussen andere fietsen. De fiets was niet beschadigd, dus een ongeval was uitgesloten.»

Vanhoudt «De politie had ons ook al gezegd dat de verwondingen aan het hoofd van Annick niet door een verkeersongeval konden zijn veroorzaakt – maar toch bleef ik hopen dat het om een ongeval ging: alles liever dan een koelbloedige moord.

»Uiteindelijk werd die anonieme beller gevat: het bleek om een fantast te gaan.»

Van Uytsel «Het onderzoek bleef maar duren: de maanden en jaren gingen voorbij – maar toch maakte ik me geen zorgen over het resultaat. Eén van de speurders had in het begin van het onderzoek namelijk tegen mij gezegd: ‘Eddy, die kerel maakt nóg een fout.’ Dat was mij altijd bijgebleven. Hij had al twee fouten gemaakt: hij had te weinig gewicht aan Annick gehangen, waardoor ze was komen bovendrijven, én hij had haar gsm niet meteen afgezet, zodat de speurders wisten dat hij in Halen woonde. Ik bleef dus hopen dat hij opnieuw een fout zou maken en dat we hem zouden vinden.»

HUMO Dat gebeurde toen hij op 2 januari 2010 Kevin Paulus en Shana Appeltans vermoordde.

Van Uytsel «Toen we dat nieuws hoorden, waren we gechoqueerd. Een jong koppeltje, doodgeschoten en opgebrand in hun auto: onvoorstelbaar.»

Vanhoudt «Een paar dagen later werd in Loksbergen een stille mars gehouden. Daar zijn we naartoe gegaan. We hebben die avond met de ouders van Shana gepraat. Die mensen waren uiteraard in shock: hun dochter en haar vriend waren gruwelijk vermoord, en hun buurman was de dader.»

Van Uytsel «Op dat moment had hij de moord op Annick nog niet bekend. Dat deed hij pas een dag later.»

Vanhoudt «Ik was opgelucht dat hij eindelijk gepakt was en dat hij geen andere slachtoffers meer zou kunnen maken.»

Van Uytsel «Wij hadden geprobeerd om ons zo weinig mogelijk door onze fantasie op sleeptouw te laten nemen: ‘Zou ze verkracht zijn? Hoelang heeft haar doodsstrijd geduurd? Wat heeft ze nog gezegd voor ze stierf? Was ze bang? Heeft ze afgezien?’ Wij wilden daar niet te veel over nadenken, om niet zot te worden.

»We hoopten, na bijna drie jaar, eindelijk concrete antwoorden van de dader te krijgen.»

Vanhoudt «Maar die kregen we niet. Dat bleek al snel, toen hij weigerde mee te werken aan de reconstructie van de ontvoering en de moord.»

Van Uytsel «Het was wachten tot het proces en hopen daar meer duidelijkheid te krijgen.»


Blauwe plekken

HUMO Het assisenproces tegen Ronald Janssen startte op 20 september 2011 en duurde een maand. Kregen jullie tijdens het proces eindelijk antwoorden op jullie vragen?

Van Uytsel «Integendeel: van onze hoop schoot niets meer over toen hij leukweg verklaarde dat Annick die nacht vrijwillig met hem was meegegaan. Gelukkig kon Wim Van de Voorde, de wetsdokter, aantonen dat Annick wel degelijk met geweld was ontvoerd: ze had vingertopkneuzingen aan de binnenkant van haar rechterbovenarm, wat volgens hem op een gewelddadige ontvoering wees. Ook haar beide onderbenen zagen zwart van de blauwe plekken: ze moet zich dus heel hevig verzet hebben. Dat bleek ook uit verschillende getuigenissen van mensen die op het moment van haar ontvoering gegil hadden gehoord.»

Vanhoudt «Maar hij bleef maar ontkennen dat hij haar had ontvoerd. En hij vloog uit tegen onze advocaat. Daar was ik echt van geschrokken, ik dacht: ‘Dit is maar een fractie van wat hij met Annick heeft gedaan.’ Hij liet zien wie hij echt was: iemand om heel bang voor te zijn.»

Van Uytsel «We zijn dus niet te weten gekomen wat er die nacht en de volgende dagen precies is gebeurd. We weten dat ze om vijf uur ’s morgens op de fietsbrug bij Diest een sms’je naar haar lief Willem heeft gestuurd, dat bleek achteraf uit het telefonieonderzoek, en dat ze daarna verder richting Diest is gefietst. Maar daar stopt het. Het volgende wat we weten, is dat ze zes dagen later uit het kanaal is gehaald. Wat er in die tussentijd is gebeurd, weten we niet met zekerheid, en dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.»

Vanhoudt «Na het proces zei ik tegen één van de gerechtspsychiaters, met wie we lang hebben gepraat, dat ik hoopte dat de dader in de gevangenis een boek zou schrijven en alles toch eindelijk uit de doeken zou doen. Maar die man antwoordde: ‘Ik hoop van niet, want hij zal alleen maar schrijven wat in zíjn kraam past. Hij zal nooit de waarheid vertellen.’»

Van Uytsel «Dat is blijkbaar typisch voor psychopaten: ze kicken erop om alleen maar datgene prijs te geven waar ze zelf voordeel aan hebben. Ze willen altijd en overal de controle behouden.»

'Ik heb moeten aanvaarden dat het leven gewoon verdergaat, ook als je kind er niet meer is'

HUMO Waarom is het voor jullie zo belangrijk om alle details van de dood van Annick te kennen?

Vanhoudt «Omdat ik de pijn en angst die zij heeft gehad mee wil dragen. Wat heeft ze allemaal moeten doen? Wat heeft ze niet mogen doen? Wat is er nog gezegd? Was ze vastgebonden, geblinddoekt? Waar zat ze opgesloten? Wat heeft hij met haar gedaan de uren voor haar dood? Heeft ze afgezien? Hoe bang was ze? Waar is ze vermoord? Heeft ze nog om mij geroepen? Annick heeft alles alléén moeten doorstaan. Dat vind ik een ondraaglijke gedachte. Ik had bij haar moeten zijn, om haar pijn te delen. Ik ben er zeker van dat haar laatste woorden waren: ‘Mama, help mij!’ Maar ik was er niet.»

HUMO Ronald Janssen werd veroordeeld tot levenslange opsluiting. Dat betekent in de praktijk dat hij na tien jaar in aanmerking kan komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Aangezien hij sinds begin 2010 in de gevangenis zit, kan hij in principe binnen minder dan drie jaar een aanvraag indienen om vrij te komen.

Vanhoudt «Dat is onze grootste angst: dat hij op een dag weer gewoon vrij rondloopt. Want dat hij opnieuw gaat moorden, dat is zeker. Hij kan dat niet laten. Voor ons is het te laat, maar wij willen niet dat andere mensen hetzelfde als wij moeten meemaken.»

Van Uytsel «Alle gerechtspsychiaters, zelfs zijn eigen psychiaters, waren het erover eens: als hij ooit vrijkomt, begint hij opnieuw. Hij is een kernpsychopaat: er is geen behandeling mogelijk voor de ziekte waar hij aan lijdt.»

Vanhoudt «Hij heeft op het proces nooit spijt getoond, omdat hij dat gevoel niet ként: hij kan zich niet inleven in andere mensen, hij voelt niets. Dat is wat hem zo gevaarlijk maakt. Gerechtspsychiater Chris Dillen noemde hem op het proces een wolf in een schapenvacht – hij is heel goed in staat om zich onopvallend tussen de mensen te begeven, maar achter die schone schijn laat hij zich leiden door zijn driften, en vroeg of laat slaat hij genadeloos toe.»

Van Uytsel «Ik heb grote vragen bij ons systeem van voorwaardelijke invrijheidstelling. Ik vind dat sommige misdadigers geen tweede kans verdienen: voor hen zou levenslang levenslang moeten zijn.»

Vanhoudt «Toen Michelle Martin in 2012 voorwaardelijk vrijkwam, nadat ze in 1996 tot 30 jaar was veroordeeld, was ik zo gechoqueerd dat ik mijn haar heb afgeschoren. Dat was mijn persoonlijke vorm van protest, omdat ik me zo machteloos voelde.

»In Kerk en Leven pleitte onlangs een kardinaal van het Vaticaan ervoor om levenslange gevangenisstraffen af te schaffen, ook voor de ergste misdadigers. Toen ik dat las, dacht ik: ‘Dat is iemand die geen dochters heeft.’»

Van Uytsel «Gelukkig hebben we de voorbije jaren ook gezagsdragers van de katholieke kerk leren kennen die minder wereldvreemd zijn: de deken van Diest, Felix Van Meerbergen, bijvoorbeeld – die heeft ons altijd goed geholpen en bijgestaan tijdens onze lijdensweg.»

'Alle psychiaters waren het erover eens: als hij ooit vrijkomt, begint hij opnieuw'


Geen wrok

HUMO Koesteren jullie wraakgevoelens tegen de man die jullie dochter heeft vermoord?

Van Uytsel «Nee. Ik was tien jaar geleden ook niet blij dat hij levenslang kreeg, ik heb nooit gedacht: ‘Dit is zijn verdiende loon.’ Ik was gewoon opgelucht dat hij van de straat af was en andere ouders niet meer kon aandoen wat hij ons had aangedaan.»

Vanhoudt «Als ik aan de vriendinnen van Annick en hun toekomstige dochters denk, ben ik gerust: zolang hij opgesloten zit, kan hij niemand kwaad doen.»

Van Uytsel «Ik heb nooit wrok of haat gevoeld voor wat hij Annick en ons heeft aangedaan. Ik denk zo weinig mogelijk aan hem – voor mij bestaat hij gewoon niet meer. Van mij mag hij de Lotto winnen, als hij maar opgesloten blijft.»

HUMO Hoe gaan jullie na tien jaar met jullie verdriet om? Hoe moeilijk is het om niet constant te tobben over wat jullie overkomen is?

Van Uytsel «De afwezigheid van Annick is allesoverheersend in mijn leven. Mijn verdriet is na tien jaar zeker niet minder geworden. In mijn hoofd ben ik alleen maar met haar bezig. De enige manier om mijn zinnen te verzetten, is door te gaan werken. Als ik ’s morgens op mijn werk aankom, slaag ik erin om Annick gedurende een paar uur in mijn achterhoofd te ‘parkeren’. Tot ik ’s avonds weer naar huis vertrek, dan is ze daar meteen terug. Ik hoef op de radio maar een mooi liedje te horen en ik denk: ‘Dat zou ons Annick ook wel mooi hebben gevonden.’ En dan slaat het gemis toe. En het verdriet. Ik kan niet aan haar denken zonder zwaarmoedig en somber te worden. Ik denk dat ik zonder mijn werk zot geworden zou zijn.»

Vanhoudt «Ik heb moeten aanvaarden dat het leven gewoon verdergaat, ook als je kind er niet meer is. Het eerste jaar nadat Annick gestorven was, vond ik het onbegrijpelijk dat de bomen opnieuw begonnen te botten en er overal bloemen uitkwamen. Ik dacht: ‘Dit klopt niet. Annick is er niet meer. Snappen ze dan niet dat het leven gestopt is?’

»Ik heb ook geleerd dat je dit immense verdriet niet in je eentje kunt dragen: je hebt andere mensen, familie en vrienden nodig, anders red je het niet – het verdriet is te groot, te onoverzichtelijk.»

HUMO Hoe erg heeft jullie relatie geleden onder wat jullie hebben meegemaakt?

Van Uytsel «Het is zeker niet gemakkelijk geweest, en dat is een understatement.»

Vanhoudt «Eddy is de sterkste van ons tweeën: hij kan verder zonder mij, maar ik niet zonder hem. Zonder Eddy zou ik er vandaag waarschijnlijk niet meer zijn.»

Van Uytsel «Ik moet me sterk hóúden, anders zijn we allebei verloren. Op momenten dat Martine het moeilijk heeft, kan ik het me gewoon niet permitteren om me ook te laten gaan: ik moet er zijn voor haar, ik moet proberen om haar weer uit de put te sleuren.

»Vergeet ook niet dat wij nóg een kind hebben: als ouders moeten wij er ook zijn voor hem.»

'We gaan ook geregeld naar de plek aan het kanaal waar ze gevonden is. Daar staat een kruis in de berm, en Martine heeft er een bloemperkje aangelegd.'

HUMO Hoe gaat het met jullie zoon? Welke impact heeft de dood van Annick op hem gehad?

Van Uytsel «Filip was 15 toen Annick werd vermoord. Sindsdien heeft hij nooit meer over zijn zus gesproken, hoewel hij haar even graag zag als wij. Wij vermoeden dat het zijn manier is om met het drama om te gaan. We vragen het hem niet, omdat we hem er niet mee willen confronteren. Iedereen heeft het recht zijn verdriet op zijn eigen manier te beleven.»

Vanhoudt «Maar we zijn heel trots op Filip: hij heeft het ongetwijfeld heel moeilijk gehad, maar hij is er toch in geslaagd zijn universitaire studie af te ronden.»


Eindeloos gemis

HUMO Wanneer hebben jullie het extra moeilijk?

Van Uytsel «Familiefeesten. Annick ontbreekt altijd aan tafel.»

Vanhoudt «Eddy is een bovenste beste man, en Filip is een geweldige zoon, maar ons gezin is niet meer compleet.»

Van Uytsel «Dat is een pijnlijke vaststelling bij alles wat we samen doen.»

Vanhoudt «Toen we onlangs een geboortekaartje kregen van een nicht die jonger was dan Annick, ben ik heel verdrietig geworden en dacht ik aan hoe graag Annick kinderen had gewild. Sommige van haar vriendinnen hebben vandaag ook al kinderen.

»Soms slaat mijn fantasie op hol en probeer ik me voor te stellen hoe haar kinderen eruit zouden hebben gezien, en welke leuke dingen ik als oma met hen zou hebben gedaan.»

Van Uytsel «Ik probeer bewust niet te veel na te denken over dat soort dingen. Ik heb het soms ook moeilijk als ik op straat een opa met zijn kleinkind zie wandelen, maar ik laat me niet meeslepen door mijn emoties. Martine heeft bijvoorbeeld heel lang niet willen eten. Op den duur woog ze nog maar 40 kilo.»

Vanhoudt «Ik kón niet meer eten, omdat Annick ook niet meer kon eten.»

'Ronald Janssen op het assisenproces: 'Hij vloog uit tegen onze advocaat. Ik dacht: 'Dit is maar een fractie van wat hij met Annick heeft gedaan.''

HUMO Hebben jullie ooit professionele hulp gezocht omdat jullie ten einde raad waren?

Vanhoudt «Ik ben een paar maanden opgenomen geweest in de psychiatrie, omdat ik een gevaar was voor mezelf.»

Van Uytsel «Met Kerstmis 2007, acht maanden na de dood van Annick, is het de eerste keer fout gegaan. Het was onze eerste Kerstmis zonder Annick, en Martine wou absoluut naar de middernachtmis. Dat was heel confronterend, want het ging de hele tijd over het kindje Jezus en het nieuwe leven dat op aarde was gekomen en zo. Toen we thuiskwamen, is ze direct gaan slapen, terwijl Filip en ik in de living nog wat televisie bleven kijken. Toen ik een halfuur later ook wilde gaan slapen, zat Martine helemaal verstijfd op het bed, met haar handen dichtgeknepen. Ik vroeg wat er aan de hand was, maar er kwam geen woord uit. Ik probeerde haar handen open te wringen, maar dat lukte niet. Filip is toen mee komen helpen, en uiteindelijk bleek ze een heleboel slaappillen in haar handen te hebben. ‘Ik wil er niet meer zijn!’ huilde ze.»

Vanhoudt «Ik wou geen pijn meer hebben. En ik wou bij Annick zijn.

»Het is Filip die me erdoor heeft gehaald: ‘Mama, moet ik jou dan ook nog missen?’ vroeg hij. Daar heb ik me aan opgetrokken.»

Van Uytsel «Tot ze op een gegeven moment weer heel diep zat. Op een nacht werd ik wakker omdat ze ongecontroleerd lag te spartelen in bed. Toen had ze wél pillen geslikt, maar gelukkig niet genoeg. Ik heb haar toen door een ambulance naar het ziekenhuis laten voeren, waar ze de rest van de nacht is gebleven. Toen de dokter haar de volgende dag wou ontslaan omdat hij niets meer voor haar kon doen, weigerde ik haar terug mee naar huis te nemen. ‘Dan sta ik hier volgende week terug,’ zei ik. Ik heb toen de moeilijke beslissing genomen om haar te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat was tegen haar zin, maar ik kon niet anders.»

Vanhoudt «Ik heb me laten opnemen, maar voor mij was dat niet de beste oplossing. Iemand die om een vermoord kind rouwt, heeft een héél specifieke aanpak nodig.

»Het enige wat een beetje heeft geholpen om de pijn te verzachten, is EMDR (eye movement desensitization & reprocessing, red.) Dat is een therapie voor mensen met een posttraumatische stressstoornis, waarbij de aandacht voortdurend van links naar rechts wordt gewisseld via oogbewegingen. Hoe het precies werkt, weet ik niet, maar sinds ik dat doe, voel ik me wat rustiger: de heftigste emotionele pieken zijn afgevlakt.»

Van Uytsel «Sindsdien zakt ze niet meer zo diep.»

Vanhoudt «Maar het blijft opletten, omdat mijn verdriet ook vaak wordt aangewakkerd door berichten over andere slachtoffers, op onverwachte momenten. Toen ik hoorde dat Aurore Ruyffelaere, na een avondje stappen op de Gentse Feesten, was vermoord, heeft dat me heel erg aangegrepen. Alles wat Annick níét had gedaan, had Aurore wél gedaan: ze was met de auto naar Gent gereden, ze was niet te laat teruggekeerd… En toch werd ook zij vermoord. Dat was voor mij heel confronterend. Ik dacht: ‘Kan je als ouder je kind dan echt nooit helemaal beschermen?’ Ook toen Sofie Muylle enkele maanden geleden vermoord werd teruggevonden op het strand in Knokke, had ik het moeilijk.»

HUMO Eddy, heb jij ooit zo diep gezeten dat je overwoog om er een einde aan te maken?

Van Uytsel «Nee, maar ik vraag me wel elke dag af wat de zin van mijn leven nog is. Ik beleef er geen plezier meer aan, op geen enkel moment. Als ik zou kunnen, zou ik meteen met Annick ruilen: mijn leven voor het hare. Helaas is dat onmogelijk: Annick is dood, en wij móéten verder – zelfs al valt het ons vaak vreselijk zwaar.»

Vanhoudt «Doodgaan zou voor mij geen straf zijn: liever vandaag dan morgen.»

Van Uytsel «Ik ben ook niet bang om dood te gaan. Maar ondertussen probeer ik toch wat zin aan mijn leven te geven, met het project ‘Annick for Kenya’. Door andere mensen die het nodig hebben te helpen, heb ik het idee dat Annick niet helemaal voor niks is gestorven.»

'Zonder mijn man zou ik er vandaag waarschijnlijk niet meer zijn'


Zinvol bezig blijven

HUMO Je bent in 2009 met ‘Annick for Kenya’ begonnen, een vzw die geld inzamelt om kleinschalige hulpprojecten in Kenia op te starten. Waarom koos je precies voor Kenia?

Van Uytsel «Het was één van Annicks dromen om na haar studie iets voor hulpbehoevende kinderen te gaan doen in een derdewereldland. Toen ik in 2008, anderhalf jaar na haar dood, de kans kreeg om voor mijn werkgever DHL twee weken naar Kenia te gaan, in het kader van een Unicef-project rond ontwikkelingssamenwerking, heb ik op een gegeven moment een schooltje met 400 leerlingen bezocht die geen schoon drinkwater hadden. Daar was ik erg van onder de indruk. Terug in België heb ik geld ingezameld om een waterput voor die school te laten boren. Zo is ‘Annick for Kenya’ geboren. Ondertussen hebben we in Kenia al veertien waterputten laten boren, in de regio tussen Mombassa en de Tanzaniaanse grens.

»Daarnaast hebben we in Ganja La Simba, in dezelfde regio, ook een naaiatelier opgestart, met naaimachines die we uit België hebben overgevlogen. De bedoeling is om jonge ongeschoolde vrouwen zelfredzaam te maken. Dat doen we met Belgische vrijwilligsters, die tijdens een korte, intensieve opleiding de basistechnieken aan die jonge vrouwen kunnen uitleggen. Ze leren hen om basiskledingstukken te maken, die ze kunnen verkopen op de lokale markt, en ook een schooluniform voor hun kinderen, want de meesten hebben geen geld om een uniform te kopen.

»Ik ga binnenkort met pensioen, dus zal ik wat meer tijd hebben om me met ‘Annick for Kenya’ bezig te houden. Ik ben van plan om in de toekomst twee keer per jaar naar Kenia te gaan, om er alle bestaande projecten op te volgen en hopelijk ook nog een aantal nieuwe op te starten. Zolang mensen me geld willen toevertrouwen, blijf ik me inzetten voor ‘Annick for Kenya’. Het is mijn manier om me zinvol bezig te houden en me met Annick verbonden te blijven voelen.»

HUMO De ouders van Kevin Paulus gaan zijn graf elke dag bezoeken, zei hun dochter Kelly enkele maanden geleden in Humo. Gaan jullie vaak naar Annicks graf?

Vanhoudt «Toch zeker drie of vier keer per week. Soms gaan we samen, soms ga ik alleen. Ik praat wat met haar en zorg ervoor dat haar graf netjes blijft: ik haal het onkruid weg, zet nieuwe bloemen, steek een kaarsje aan… Dat is het laatste wat ik voor haar kan doen.»

Van Uytsel «We gaan ook geregeld naar de plek aan het kanaal waar ze gevonden is. Daar staat een kruis in de berm, en Martine heeft er een bloemperkje aangelegd.»

HUMO Dromen jullie weleens over Annick?

Vanhoudt «Toen ze pas dood was, droomde ik nooit over haar, en dat vond ik erg: ik wou haar terugzien, levend en ongeschonden, zoals ik haar altijd had gekend. Maar dat gebeurde maar niet.»

Van Uytsel «Tot Martine na twee jaar op een ochtend tegen mij zei: ‘Ik heb vannacht over ons Annick gedroomd.’ Ze was heel blij, het was blijkbaar een mooie droom geweest. Ze had er lang op moeten wachten.»

Vanhoudt «Sindsdien droom ik geregeld over Annick. Ze is altijd drie of vier jaar oud, en we wandelen of spelen of doen andere leuke dingen samen, zoals we dat vroeger ook deden. Als ik ’s morgens wakker word, blijft dat gevoel hangen, alsof Annick echt bij mij is geweest en me heeft getroost. Ik put kracht uit die dromen: voor mij zijn ze een teken dat Annick niet helemaal weg is.

»Ik geloof dat Annick op één of andere manier voortleeft. Ik heb geen idee waar of hoe, maar ik voel haar aanwezigheid, ik zie soms ook tekens. Eddy vindt dat flauwekul, en Filip ook – voor hen is het over and out als je dood bent – maar ik kan dat niet geloven. Sommige mensen hebben tijdens hun leven te veel betekend voor anderen, die kunnen niet gewoon verdwijnen als ze sterven, dat mág niet.»

Meer info: annickforkenya.be

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234