‘Ik ben de beste acteur van de wereld: ik zal blijven lachen’

Working class heroes (3)

Eddy Planckaert: 'Pas nu lijdt mijn familie niet meer onder wat ik uitgestoken heb’

Voor het één-programma 'Château Planckaert' vormt Eddy Planckaert zich om tot kasteelheer, terwijl hij al een leven lang van zijn troon werd gestoten. In zijn strijd om zich te verbeteren in het leven, kwam hij telkens terug uit bij de eenvoud waarin hij werd grootgebracht door zijn Moeder Gusta. Kom je als working class hero ooit helemaal los van het milieu waarin je bent opgegroeid? En zorgt die moeilijke jeugd voor een verbetenheid waardoor je je absoluut wil opwerken? 'Wielrennen is pijn lijden. Er moet iets zijn vanbinnen dat je zover brengt om die pijn te verdragen.'

In Bure, een dorpje diep in de Ardennen, ontvangt Eddy Planckaert (61) ons in zijn indrukwekkende vierkantshoeve, eigenhandig gerestaureerd door zijn hechte clan. Hier ontvangen ze week na week gasten die zich laten inwijden in de zeden en gewoontes van de ondertussen roemrijke familie. Maar eerst moeten we een Onzevader bidden, om te zien of onze ziel wel zuiver genoeg is. 'Voilà, dat doet deugt,' lacht hij hard, nadat we metersdiep in ons geheugen hebben gegraven. 'Zelf geloof ik enkel in de spirituele krachten van de kosmos, maar een kruisje slaan brengt me meteen terug bij mijn kinderjaren.'

EDDY PLANCKAERT «Alles ging goed bij ons thuis, we hadden een boerderijtje met één koe, ons vader ging werken. Tot het fatale auto-ongeluk, waarna mijn vader stierf. Ook mijn moeder was er slecht uitgekomen. En plots stond ze er alleen voor, met vijf kinderen. Ik was als jongste amper 7 jaar. Ze had nauwelijks pensioen, en kon niet uit werken. Toen hebben we zwarte sneeuw gezien.

»Gelukkig was er mijn oudste broer Willy, die in zijn eerste profjaar twee ritten en de groene trui won in de Tour en plots geld verdiende als slijk: 15.000 frank (375 euro, red.) kreeg hij per criterium na de Tour! Zo is hij de redder van de familie geweest. Maar Moeder Gusta bleef altijd alles doen met de rem op, het was bij ons de eenvoud zelve: deuren dicht zodat de warmte van de Leuvense stoof niet zou ontsnappen, lichten uit en geen kruimel eten verspillen. Er was niks te veel. Nee, er was vooral veel te weinig! Alles was berekend bij haar, en ik leef nog altijd zo: je móét spaarzaam zijn. Mijn broers en zussen zijn nog erger, ze geven geen geld uit als het niet moet. En toen ik op mijn 15 jaar kampioen van België was, telde dat niet: 'Goed gedaan, jongetje, maar niet te hoog van de toren blazen.'

»Willy is na dat jaar nooit meer dezelfde geweest. Door zoveel te koersen, meer dan veertig criteriums, had hij zijn hartklep geforceerd en door oververmoeidheid kreeg hij ook nog eens geelzucht.»

HUMO Allemaal om zijn familie van de ondergang te redden?

PLANCKAERT «Hij had geen vader meer die hem kon bijstaan, in een haaienwereld waar er veel geld te verdienen was. Hij was 21 jaar en in één jaar tijd was hij een wereldvedette geworden. Het jaar voordien stond hij nog in de melkerij te werken. Hij was ook een knappe gast: de meisjes lagen aan zijn voeten.»

HUMO Hij heeft voor elk van jullie de weg geplaveid.

PLANCKAERT «Walter Godefroot en Eddy Merckx waren zijn concurrenten bij de jeugd. Hij was even goed als Eddy, maar hij is de minste van de drie geworden. Dat heeft hem gefrustreerd. En omdat Willy niet meer zo goed was, waren we terug bij af. Maar dat heeft ons wel bij elkaar gehouden.»

HUMO Jullie kunnen op mekaar terugvallen als het minder goed gaat?

PLANCKAERT «Sowieso, zo ben ik opgevoed en ik zie dat mijn gasten het zo ook aan hun kinderen leren. Moeder Gusta komt hier nog duizend keer per dag ter sprake en leeft mee in onze opvoeding. Ik zeg dikwijls: 'Bij haar zou het niet waar geweest zijn.' Ze moest geen luiaards hebben, en je kon niet tot 9 uur in je bed blijven liggen. Korsten opeten, niet te veel boter: zo zijn we grootgebracht. En werken voor je kost, en ook al verdien je veel geld: sparen!»

HUMO Welke relatie heb je met geld?

PLANCKAERT «In mijn hoogdagen stroomde het binnen: ik verdiende 20 miljoen frank per jaar (een half miljoen euro, red.), veel geld in de jaren 80. Dan ga je het ook makkelijker uitgeven, maar ik heb nooit zotte dingen gedaan. Ik heb altijd met Porsches gereden, maar ik heb er nooit één nieuw gekocht. Nu nog zijn we zeer beredeneerd. Junior rijdt met een Porsche Cayenne, een auto van 150.000 euro, maar hij heeft er maar 10.000 voor betaald. De motor was kapot, en dat is de kunst van de Planckaerts: wij hebben de kennis, zonder naar school te gaan, om alles te maken. Wij hebben niks liever dan dat de motor kapot is, dan kun je afbieden.

»Dat kasteel dat wij nu kopen, heeft een afgebrand dak. Niemand durft daaraan te beginnen, behalve wij. Eén dat goed in orde is, kunnen wij niet betalen. En wij doen alles zelf. Ik ben zo trots dat mijn gasten die levenswijze voortzetten. Is dat die eenvoud? Toch wel, al denk je daar niet meteen aan, als je in een kasteel gaat wonen.»

HUMO Waar staat het?

PLANCKAERT «In de Auvergne, de armste streek van Frankrijk. Daar zijn koopjes te doen: voor 100.000 euro heb je er een heel mooi huis, met een halve hectare grond bij. En het is daar rustig, terwijl in Vlaanderen iedereen op een hoop zit.»

HUMO Is het altijd het grote doel geweest: je verbeteren in het leven?

PLANCKAERT (knikt) «Ik ben zo grootgebracht. Ik ben maar tot mijn 14 jaar naar school geweest. Ik had een vurig karakter en gebruikte mijn vuisten, zelfs tegen de leraars. Vooral als ze mijn broer Willy belachelijk maakten: 'Hij is van de pillen kapotgegaan, hij zou beter facteur worden.'

»Toen kreeg ik het aan de stok met meneer Coene van technisch tekenen, een echte dictator. Ik mocht van hem niet naar de wc en hij gaf me telkens straf. Die moest ik niet schrijven van Moeder Gusta: 'Als je niet naar de wc mag, moet je maar in de klas kakken.' Toen hij met een sleutel op mijn kop sloeg en bij elke test mijn papieren kapotscheurde, ben ik midden in de les vertrokken, om nooit meer terug te keren. 'Dan moet je gaan werken,' zei mijn moeder. En de week erop ging ik, 14 jaar en een half, mee met mijn schoonbroer naar de betonfabriek in Gent.

»Ik heb er nooit spijt van gehad. Vanaf mijn 15de heb ik elke dag gewerkt, tot ik beroepsrenner ben geworden. Ik nam mijn fiets mee op de trein en keerde er 's avonds mee terug. In het weekend won ik elke koers.»

GETRAUMATISEERD

HUMO Je moet sterk geweest zijn.

PLANCKAERT «Ik heb een wreed gestel. De Planckaerts zijn allemaal sterke mensen, én werkers. Maar ik heb ook een wreed karakter, dat ik zelf heb gestaald.

»Toen mijn vader stierf, was ik volledig getraumatiseerd. Ik was erbij bij het accident. We kwamen terug van een koers die Willy had gereden. Normaal had ik zoals altijd vooraan op Moeder Gusta's schoot gezeten, zonder gordel, maar nu zat ik met een vriendinnetje achterin. Anders was ik morsdood geweest: we zijn frontaal gebotst met een andere wagen, waarin een meisje op slag dood was. Toen mijn moeder wilde uitstappen, viel ze op de grond: heup gebroken, en nog veel meer. Ik spoedde mij naar mijn vader, maar dat was pas een drama: hij bewoog niet meer, zijn gezicht was volledig ingedrukt en vol met bloed. Een beeld dat ik nooit zal vergeten. 'Je moet papa helpen,' stamelde ik tegen mijn moeder. Maar ze kon niks doen. Het was donker, we wisten nauwelijks waar we waren. Vanaf toen begon ik 's avonds altijd te ijlen. Ik zag de dood voor ogen, en beefde over mijn hele lijf. Het heeft jaren geduurd, maar ik heb het zelf overwonnen. En dát heeft me enorm gesterkt.

»Ondertussen vervulde mijn broer Walter de vaderrol. Ik heb veel slaag gekregen van hem, terecht: ik stak de gordijnen in brand, pikte zijn motor, en deed eigenlijk de hele tijd dingen die niet mochten. En dat met z'n allen in ons boerderijtje, kun je je er iets bij voorstellen?»

‘Na de frontale botsing spoedde ik mij naar mijn vader. Het was een drama: hij bewoog niet meer, zijn gezicht was volledig ingedrukt en vol met bloed.’

HUMO Was er warm water?

PLANCKAERT «Niks badkamer! Wassen aan de pompsteen en als je warm water wilde, moest je het opwarmen op de stoof. Ik waste me na de training met een emmer koud water, want dat hardt je. Het toilet was buiten: een plank met een gat in. Maar mocht je nu eens kunnen zien hoe gezellig het er was! De hespen van ons varken dat we hadden geslacht, hingen aan de balken, en we zaten allemaal rond de stoof en lachten veel. Het ware leven zoals je het moet leiden. Dat besef ik nu nog meer, en mijn kinderen ook. Als jij nu bij Moeder Gusta zou zitten, dan kreeg je meteen een dikke boterham. Je móést eten.»

HUMO Ze was de gulheid zelve.

PLANCKAERT «Integendeel! Wij waren gierig. Maar wij maakten graag mensen content, het was de zoete inval bij Moeder Gusta. Hier is dat ook, maar we commercialiseren dat, omdat het niet anders kan. Mijn moeder had een verdoken café: na de mis kwam iedereen een druppel drinken, waar ze dan één frank voor vroeg. Zo werden de eindjes aan mekaar geknoopt, en alles werd gerecupereerd.

»Als ik zie wat er nu verspild wordt! Zelfs als de pot choco niet wordt leeggeschraapt, krijg ik het moeilijk. Christa (zijn vrouw, red.) is ook zo opgevoed. Mochten we alleen leven, wij zouden niks nodig hebben. Daarom wil ik ook graag met iedereen samenwonen: dan pas kan je veel uitsparen. Verwarming, elektriciteit, verzekering, kadastraal inkomen: betaal het uit één pot. In het kasteel zullen we met vijftien mensen wonen, een pak goedkoper dan ieder apart.»

HUMO Een schoon streven.

PLANCKAERT «Wij werken heel veel, maar we zijn onze eigen baas: niemand commandeert ons. En we vangen mekaar op. Als iemand zich niet goed voelt, moet hij een beetje rusten. Een crèche bestaat niet bij ons, en ik hoop ook geen rusthuis. Het is niet dat ik ze hiermee onder druk wil zetten - of toch maar een klein beetje - maar over mijn lijk dat ik naar een rusthuis ga. 'Moeten' staat niet in ons woordenboek, 'willen' wel. Wij hebben onze eigen maatschappij gecreëerd, naast de reguliere. Dat was ook de bedoeling toen ik stopte met koersen. Was Christa mij gevolgd, dan was ik met een commune begonnen in de Pyreneeën, om daar als een yogi samen te leven met mensen met dezelfde ideeën. Volledig zelfbedruipend, en je mag eruit stappen als je wilt.»

FAILLIET

HUMO Wielrennen was voor jou en je broers hét redmiddel voor een beter leven, zoals voor bijna alle renners van de vorige eeuw.

PLANCKAERT «Amai niet. We zouden het anders ook gered hebben, maar koersen was een buitenkans. Ik weet niet vanwaar we dat talent meegekregen hebben.»

HUMO Karma, na het verlies van je vader?

PLANCKAERT «Vooral mijn moeder was een sterke vrouw, mijn vader eerder een knappe kerel, tien keer zo mooi als ik! Flamboyant ook. Als we ons met al dat talent niet op het wielrennen hadden gestort, dan waren we ongelooflijke dommeriken geweest. Maar er was ook de wil om te slagen: dat beestje vanbinnen kun je niet temmen. Ik rust nooit, en ga door de muur als het moet. En ik merk hetzelfde bij mijn broers en zussen: zij hebben het ook goed gedaan.

»Ik heb carrière gemaakt, maar ook veel tegenslagen gekend. Mijn vader verloren, door de wielerbond lang geboycot geweest, waardoor ik nooit meemocht naar het wereldkampioenschap bij de jeugd, terwijl ik minstens één keer wereldkampioen had moeten worden. En dan was er de rugblessure, waardoor ik ben moeten stoppen - ik ben maar tien jaar beroepsrenner geweest. Terwijl ik op dat moment zoveel verdiende en het de bedoeling was dat ik nog vijf jaar aan dat loon zou koersen, zodat mijn kinderen ook op hun gemak waren voor de rest van hun leven. En weer moet je dat verwerken.

»Ondertussen had ik op de beurs 10 miljoen frank verloren (lacht). Ik was 32 jaar, en dus trok ik naar Litouwen om daar alles wat ik had te investeren in de houthandel. Met het idee: wat ik in de koers niet heb kunnen verdienen voor mijn gasten, ga ik in de zakenwereld doen. Maar ik wilde daar ook iets betekenen voor de arme mensen - ik zou zorgen dat er geld terugvloeide. Maar opnieuw pakten ze me alles af, en nog veel meer: ik was 43 jaar en failliet. Van de halfgod van de koers in één keer naar dommerik en schlemiel.

»Op zo'n moment word je met de grond gelijk gemaakt. Maar je moet rechtkrabbelen, want je hebt kleine kinderen. Alleen wist ik niet wat gedaan. Mijn broers en zussen waren er voor mij, maar ik merkte ook frustratie.»

HUMO Ze waren boos op jou?

PLANCKAERT «'Je hebt zoveel talent meegekregen en zoveel verdiend, en je hebt het allemaal verspild,' zeiden ze. En daar gaf ik ze gelijk in: je moet niet alles inzetten. We maakten er soms 700 procent winst, maar er waren verkeerde mensen. Logisch als het te makkelijk gaat. Toen ik ook nog eens met een fabriek in Polen begon, werkten er vierhonderd mensen voor mij. Dat maakte me trots: ik, dat kleine manneke uit Nevele.»

HUMO Op elk moment lijk je te worden teruggeworpen op de eenvoud waarin je bent opgegroeid.

PLANCKAERT «Minder dan die eenvoud: ik had maar 500 euro meer. De curator zei: 'Die mag je houden.' Ik had veel kameraden, maar op dat moment schoot er niemand meer over. Een paar mensen hebben me geholpen. Op een dag was ik te gast bij 'Ochtendkuren' op Radio 2, en de presentator, Luc Verschueren, die ik toen niet bepaald goed kende, gaf me na de uitzending een enveloppe met 10.000 frank (250 euro, red.). Kun je geloven hoeveel deugd dat deed? Toen heb ik gezegd: 'We gaan vechten.' En dan kwam VTM met de serie (de realitysoap 'De Planckaerts' liep twaalf seizoenen lang, tot 2009, red.). Het was overleven, en doen zonder nadenken - gelukkig, want ik zat met slechte gedachten.»

HUMO Je wilde er een einde aan maken.

PLANCKAERT (aarzelt) «Eigenlijk wel, ja, ik zag het niet meer zitten. Ons Christaatje heeft me gered (tranen in de ogen).»

HET ULTIEME GELUK

HUMO Vanwaar kwam de veerkracht?

PLANCKAERT «Van Moeder Gusta: zij plooide ook niet. Ik besloot: 'Ik ga nóg eens een carrière maken, en nog eens al die Tours rijden.' Mijn rug en mijn knieën zijn kapot, mijn hoofd doet zeer, maar toch voel ik die slijtage niet. Het is die wilskracht om weer naar boven te kruipen, keer op keer.

»Ik heb geluk gehad met mijn gezin. Het was niet altijd zo eenvoudig als het eruitziet. Maar als je ziet hoe wij ons hebben opgewerkt, dan hebben we dat heel goed gedaan. We investeren in zaken die opbrengen. De chambre d'hôtes, de huizen die we bouwen, de houthandel... We kunnen nog meer, maar alle kinderen beseffen dat dat niet moet. We willen terug naar dat eenvoudige leven van zelfbedruiping, en daarom willen we naar Frankrijk. Hier is alles te duur.»

HUMO Jullie willen écht verhuizen met de hele clan?

PLANCKAERT «Dat is de bedoeling, we willen er het ultieme geluk vinden. Om dan nog een tiental keer per jaar een feest te geven en opnieuw mensen gelukkig en tevreden te maken: onze succesformule. Zelf koken, zelf opdienen, en (zoon, red.) Francesco en de kinderen maken muziek. En dan zal ik blij zijn dat ik op mijn troontje kan zitten.»

HUMO In je kasteel.

PLANCKAERT «Ik bedoel het symbolisch: dan sta ik weer op mijn sokkel. Want ik heb ervan gelegen.»

HUMO Je bent, samen met José De Cauwer, toch de meest gerespecteerde wieleranalist?

PLANCKAERT «Pas nu heb ik het gevoel dat ik er terug op sta. Omdat mijn familie niet meer lijdt onder wat ik uitgestoken heb. Echt slim kun je wat ik in Polen en Litouwen heb gedaan niet noemen.»

HUMO Je voelt je gelouterd?

PLANCKAERT «Maar jong toch, wat ik meegemaakt heb: dat zijn tien langspeelfilms. Maar weet je hoe blij ik ben met het leven dat ik achter de rug heb? Ik heb altijd op het randje gelopen, want langs de afgrond heb je het mooiste zicht. Je moet het ook durven daar te lopen. Het is nu aan de gasten, het kapitaal is weer opgebouwd, ik ben een gelukkige mens.»

HUMO Heb je je door je bescheiden komaf minderwaardig gevoeld?

PLANCKAERT (knikt) «Mijn minderwaardigheidscomplex heb ik pas enkele jaren geleden afgeworpen. Ik ben zo opgevoed: andere mensen waren beter, rijker of intelligenter. Tot je ouder wordt en beseft: eigenlijk is iedereen gelijk.»

HUMO Had je dat ook toen je Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen had gewonnen?

PLANCKAERT «Toch wel. Als ik bij Fignon, Hinault of LeMond kwam, dan voelde ik mij minder. En dat wás ik ook: zij konden meer als renner. Door me minder te voelen in de koers, heb ik me willen bewijzen in de zakenwereld.

»Maar wat we hebben gedaan met ons gezin, daar kloppen we iedereen mee: wij hebben alles bereikt in liefde met elkaar, in eenvoud en rust, en stap voor stap naar omhoog. Ik heb dat ook gezegd tegen de VRT: 'In 'Château Planckaert' moet een boodschap zitten van warmte en liefde.' Je kunt veel bereiken met eendracht en familie. Ruziemaken is het domste wat er is.»

‘Mijn minderwaardigheidscomplex heb ik pas enkele jaren geleden afgeworpen. Ik ben zo opgevoed: andere mensen waren beter, rijker of intelligenter.’

BUIK VOL VAN BELGIË

HUMO Wanneer heb je voor het eerst een klasseverschil gevoeld?

PLANCKAERT «Na de betonfabriek begon ik bij een hovenier in Sint-Martens-Latem. Ik heb er zeven jaar gewerkt, we onderhielden de tuinen van de superrijken. Op een dag waren we in zo'n kast van een villa in Latem bezig. Het was snikheet, en we hadden water van de kraan genomen. Tot grote woede van de eigenares. Het was echt neerkijken: een werkman mag zulke zaken niet doen.

»Ik zal een geheim verklappen. Een paar maanden later waren we daar het gras aan het afrijden. Ineens hoor ik 'klak-klak-klak'. Ik stop en zie een gouden armband onder de grasmachine liggen. Ik steek hem meteen in mijn zak, maar nog geen tien minuten later staat die vrouw daar. 'Meneer, heb je niks gevonden aan de vijver?' vraagt ze in haar hoogmoedig Frans-Nederlands. 'Nee, madam,' heb ik haar gezegd. Dat ze ons afsnauwden, kon ik niet verdragen.»

HUMO Wat heb je gedaan met de armband?

PLANCKAERT «God heeft me gestraft: ik ben hem kwijt (lacht). Ik ben nooit beschaamd geweest voor mijn komaf. Waar ik woon, in een chaletje boven op een berg, is het ook eenvoudig. Maar zo schoon. Christa heeft liever dat ik er geen mensen naartoe breng. Mij kan dat niet schelen. Moeder Gusta had zelfs geen slot aan de achterdeur. 'Je kunt nooit weten dat er iemand een zak geld binnensmijt,' zei ze.»

HUMO Er zit tristesse in jou, achter dat masker van clown.

PLANCKAERT «Ik heb verdriet om hoe het allemaal gelopen is. Maar ik laat dat nooit zien, ik ben de beste acteur van de wereld: ik zal blijven lachen. Ik denk veel na over het leven. Héél veel. En ik ben soms triest en depressief. Maar als je ervoor kiest om een publiek figuur te zijn, dan moet je een positieve boodschap meegeven.»

HUMO Nooit was je heldendom groter dan op het WK in Ronse in 1988. Je was alleen op weg naar de regenboogtrui en op de Kluisberg schreeuwde een uitzinnige massa je naar omhoog: 'Eddy, Eddy!'

PLANCKAERT «Op elke koers schreeuwden ze mijn naam. Ik was er beschaamd over: hoe zouden de andere renners zich daarbij voelen? Maar in Ronse was het niet meer normaal, daar stonden tienduizenden mensen om ter hardst 'Eddy' te roepen. Alles kwam recht - ik bedoel: mijn haar (lacht). Maar in Ronse heb ik, net als in de Ronde ooit, een zaadlozing gehad. Omdat ik zo diep was gegaan. Dat is eigenlijk het voorgeborchte van sterven, je lichaam geeft zich over. Als ik verstandiger had gekoerst, en niet als dom kieken was gedemarreerd, dan was ik zeker wereldkampioen geworden. Maar ik voelde me graag een held: niks zaliger dan dat de mensen je graag zien.»

HUMO Wat doet het met een mens als je met een achterstand aan het leven begint?

PLANCKAERT «Alles begint bij de opvoeding. Daarin heb ik geluk gehad. Want waar zit onze maatschappij die alles kan regelen? Hoeveel mensen gaan er niet in verderf, omdat ze geen opvoeding hebben gehad? Ze maken je wijs dat je advocaat, ingenieur of dokter moet worden voor je geslaagd bent in het leven. Zever, wat is er mis met een stielman? Die verdient pas goed zijn kost.

»België is allang geen moddelland meer. Wij doen niets anders dan ruziemaken. Magnette en De Wever zijn twee gestudeerde mensen die ten onder gaan aan egoïsme.»

HUMO Je woont hier in de prachtige Ardennen. Waarom zouden zoveel Vlamingen daar vanaf willen?

PLANCKAERT «Ze zijn vergeten dat vijftig jaar geleden Wallonië voor de inkomsten zorgde. Ze moeten hier werk komen creëren en investeren. Er is ruimte, op een uurtje sta je in Brussel, en een vierkante meter grond kost hier 50 euro - in Vlaanderen: 500 euro. Wie is dan de dommerik?

»Ik begrijp niet dat ze in Vlaanderen zo bekrompen redeneren. De mensen hier willen wél werken, maar ze maken er gewoon luiaards van. Ik heb zo mijn buik vol van België, de hele wereld lacht ons uit.»

SADIST OP DE FIETS

HUMO Jij weet wat de last van het leven is.

PLANCKAERT «Je moet eens met je rug tegen de muur hebben gestaan. Dat is ook een probleem van onze maatschappij: de jeugd wordt te veel bemoederd en gepamperd, en daar hou ik mijn hart voor vast. Mijn kleinzonen Devon en Mageno zouden graag koersen. Maar weet je wat dat is, koersen? Dat is afzien. Dat is vallen. Je moet keihard zijn. Als ik zie hoe ze de jeugd in de watten leggen, weet ik niet of we nog goede renners zullen hebben.»

HUMO 'Koersen was een manier om me af te reageren tegen mijn tirannieke vader en moeilijke thuissituatie', vertelde je goeie vriend Allen Peiper. Hoe was dat bij jou?

PLANCKAERT «Ik wilde mezelf bewijzen. Ik kon nooit goed doen. Op school niet, voor de wielerbond niet, voor de rijkelui in Latem niet. Maar ook thuis niet: als ik de poort schilderde, kwamen Willy en Walter zeggen dat ik opnieuw moest beginnen. Al die zaken hebben een leeuwke in mij wakker gemaakt: ik zal jullie eens laten zien.

»Weet je, als je jezelf pijn doet, dan ben je een sadist, en koersen is jezelf pijn doen. Erger nog: hoe meer pijn je jezelf kunt doen, hoe beter je wordt. En waarom doe je dat? Om iets te verbijten. Er moet iets zijn vanbinnen dat je zover brengt om die pijn te verdragen. Ik wilde zeggen: 'Ik kan dat ook, zelfs nog beter dan jullie.' Met wilskracht kun je zoveel bereiken. Je limieten leg je zelf.»

HUMO Je slecht voelen is maar een gedachte.

PLANCKAERT «Dat waren Merckx' woorden. Als iemand zei: 'Het is koud', antwoordde Eddy: 'Het is maar een gedacht.' Ik heb dat meegepakt. Als je huis afbrandt, moet je genieten van de mooie vlammen: je kan er toch niks meer aan doen. Toen mijn lieve moeder is gestorven, heb ik geen traan gelaten. Drie dagen voordat ze is gestorven heb ik nog bij haar geslapen, in één bed. Ze wist dat ze zou gaan. Manneke, ik moet je toch niet vertellen wat een gevoel van liefde dat dat geeft?! Mijn laatste woorden waren: 'Moederke, bedankt voor alles wat ge voor mij gedaan hebt.' En zij: 'Maar jongetje, jij bent bedankt om mij zo graag te zien.' Dat is toch fantastisch? Harmonie en eenvoud, er is niks belangrijkers in het leven.»

Volgende Week: Coely

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234