null Beeld

Edward St Aubyn: edelman, junkie, schrijver

Vijf schitterende romans heeft Edward St Aubyn over zijn alter ego Patrick Melrose geschreven. De vijf delen zijn nu voor het eerst in het Nederlands gebundeld.

Edward St Aubyn biedt overigens veel meer dan de goedkope kick van autobiografische traumaatjes en schandalen. Zijn observaties, karakterschetsen en analyses van de Britse high society zijn vaak subliem en nog vaker spitsvondig. ’t Is ‘Downton Abbey’, maar dan in het echt, in het heden, en minder sentimenteel.

Ik zit niet elke dag tegenover een man die achteloos kan zeggen: ‘Ik woon in Londen maar voel me meer thuis in Cornwall... Maar ja, wellicht is dat omdat het zo lang ons eigendom was.’ St Aubyn heeft de reputatie dat hij ondanks zijn zeer autobiografische boeken met grote weerzin reageert op vragen die een verband proberen te leggen tussen zijn leven en werk. Hij staat mij te woord in het heerlijke, lijzige Oxbridge Engels waar enkel Britten wier stamboom terugreikt tot het Doomsday Book het patent op hebben. Typisch is de manier waarop hij ‘ja’ zegt: niet ‘yes’, laat staan het vulgaire, Amerikaanse ‘yeah’, maar wel het hoofse ‘yah’, dat ook de Queen gebruikt.

HUMO In 2014 won u de P.G. Wodehouse Award voor een boek dat buiten de Melrose-reeks valt: ‘Lost for Words’. Als ik het goed heb begrepen, heeft men u een varken gegeven.

Edward St Aubyn «Een écht varken, ja. Maar je krijgt het niet mee naar huis, het wordt naar jou genoemd – ook niet slecht. Nee, sorry: het wordt naar de winnende roman genoemd. Dat varken moet ondertussen een identiteitscrisis hebben, want het wordt elk jaar herdoopt. Het loopt ergens rond in Hay-on-Wye, het meest literaire dorp ter wereld. Ik heb geprobeerd om het te roepen, om te kijken of het reageerde op mijn romantitel, maar het negeerde me straal. Ik vind het een beetje een halfslachtige prijs: de schrijver zou dat varken mee naar huis moeten krijgen én verplicht worden ervoor te zorgen, ook al woont hij op een krap Londens flatje. Zoiets komt z’n productiviteit vast ten goede.»

HUMO In ‘Eindelijk’ komt een droogkuis voor met de naam Jeeves, genoemd naar de butler in de romans van Wodehouse. Die droogkuis, gelegen aan Cadogan Square, bestaat echt, en maakt deel uit van het gouden getto waarin Patrick Melrose zich beweegt: een universum van privéscholen, members only clubs als White’s en The Atheneum, kastelen, landhuizen... U kent die wereld uit de eerste hand.

St Aubyn «Mijn personages bewegen zich voort in een mythische enclave, een cocon met een stamboom, een soort parallelle wereld waartoe enkel mensen die zij ervaren als the right sort worden toegelaten. In sommige gentlemen’s clubs is het niet 2015 maar 1897, en sommige leden zitten daar ook al te suffen op een chesterfield sinds 1897.»

HUMO Iemand heeft me eens het verhaal verteld dat tijdens een ruzie in White’s, een lord in razernij de loodzware, jaarlijks uitgegeven gids van prominenten ‘Who’s Who?’ naar het hoofd van zijn tegenstander gooide. Een ander clublid zou toen fijntjes hebben opgemerkt: ‘Well, at least he’s been hit by all the right people.’

St Aubyn «Precies, het is daar nog zeer ‘wij en zij’. En ‘zij’ zijn iedereen die niet tot het clubje behoort van de juiste privéschool, de juiste universiteit, de juiste familie met de juiste stamboom en het juiste adres... Veel leden van het huidige kabinet van David Cameron zaten op Eton of een gelijkaardige privéschool – ’t is alsof de democratie een paar generaties is teruggedraaid, want tot begin jaren 60 waren álle ministers Etonians of toffs – van adel. Ze waren ook allemaal lid van White’s, waar vaker knopen werden doorgehakt dan in het parlement. Nu is de politieke en economische macht van het old boys’ network toch beperkter. David Cameron zegde zelfs publiekelijk zijn lidmaatschap van White’s op toen hij leider van de oppositie werd, omdat hij wist dat het in de eerstvolgende verkiezingscampagne tegen hem gebruikt zou worden. Dat zegt iets over de evolutie van onze maatschappij: ooit móést je lid zijn van White’s om mee te tellen, nu kan alleen wie zijn lidmaatschap opzegt premier worden. Maar natuurlijk is Cameron nog steeds lid, ook al is hij geen lid. If you know what I mean.»

HUMO Waar is White’s precies gelegen?

St Aubyn «37 St James’ Street.»

HUMO Dat wist ik. Maar dat u het adres uit het hoofd kent, is veelzeggend. De doorsnee Brit weet niet eens dat die club, de meest exclusieve gentlemen’s club in Engeland, bestaat.

St Aubyn «Well... Ik kom uit een geprivilegieerd milieu, dat kan ik niet helpen. Geloof me, ik had liever een liefhebbende vader uit een arbeidersmilieu gehad, zoals iedereen die ‘Laat maar’ leest zich hopelijk kan voorstellen. Ik verkies trouwens de Garrick Club, daar is het culturele peil van de leden wat hoger, en je vindt er minder snobs. Ik heb een hekel aan de mentaliteit van snobs die een domkop uit de ‘juiste’ familie hoger achten dan een genie van ‘lage’ komaf. Vaak is dat snobisme zelfbescherming, een bufferzone, blufpoker. Empathie met de arbeider ervaren zij als een last.

»Ik hou overigens zelf van luxe en verfijning, maar ik geloof niet dat genieten van de fijnere geneugten van het leven noodzakelijk tot snobisme leidt: ik kan zonder schuldgevoel van een glas Romanée-Conti nippen en me scheren met een bij Trumper gekochte kwast van écht dassenhaar.»


Barbaars Engels

null Beeld

HUMO Hoeveel blijft er nog over van dat hele wereldje? U schrijft ergens dat ‘Jonathan Croydon de laatste nog levende man was die ooit verkleed als vrouw naar een feest van Evelyn Waugh ging’.

St Aubyn «That world is going, yah. Wat ik ergens wel betreur, want die hele biotoop van gentlemen’s clubs staat ook voor een bepaalde graad van beschaving. Ik schrijf, ik vind taal dus heel belangrijk. Maar het Engels dat je nu op radio en televisie hoort – zelfs op de BBC – is barbaars. Met die elitaire dinosauriërs sterft ook het Engeland dat uniek was – highbrow, excentriek, eigenzinnig. Het moderne Engeland verschilt in bijna niets van de Verenigde Staten of elk ander modern land: ook hier draait alles enkel nog om geld en roem.»

HUMO Bent u voor of tegen de vossenjacht?

St Aubyn (denkt lang na) «Ik ben eigenlijk niet zeker of ik daar wel een mening over heb. Ik ben voor tradities, maar tegen het opjagen en martelen van onschuldige dieren. Waarom?»

HUMO Omdat het tekenend is voor de wereld die u oproept. In Engeland is het een onderwerp dat de natie verdeelt: de linkse, progressieve en milieubewuste mensen zijn tegen, de conservatieven pro. Onder Tony Blair had het niet veel gescheeld of de vossenjacht was illegaal verklaard.

St Aubyn «Wel, ik ben een vleeseter, dus ik pleit sowieso schuldig (monkellachje). Al vind ik zeker dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen dieren doden om jezelf te voeden en doden bij wijze van sport. De vossenjacht is natuurlijk in de eerste plaats een vorm van netwerken, dat is altijd zo geweest. Ik vind stierengevechten kwalijker. Ik ben zelf geen jager. Toen van mij voor het eerst werd geëist dat ik een vogel neerschoot, barstte ik in tranen uit – ik was 12. Ook al ben ik genoemd naar mijn voorouder Edward St Aubyn, die een Master of Foxhounds was. Mijn vader, een sadist, beweerde zelfs dat de vos het héérlijk vond om door een pak honden opgejaagd en verscheurd te worden. ‘Voor de vos is het een eer om deel uit te maken van een nobele traditie’ – ik hoor het hem nog zeggen.»

HUMO Wat waren de reacties uit uw eigen milieu op uw boeken, die vaak al waar adellijk Engeland voor staat onderuithalen?

St Aubyn «De meeste boeken worden geschreven door, en gaan over, mensen uit de working class of de middle class. Mijn upper class vrienden zijn blij dat mijn boeken herkenbaar zijn. Maar sommigen zijn natuurlijk ook beledigd. En terecht (grinnikt). Wat mij het meeste choqueerde, was de vrouw die opmerkte: ‘Het is schandelijk hoe jij je vader beschrijft.’ Zij identificeerde zich met David, terwijl die toch een sadistische, snobistische, extreemrechtse nietsnut is die bovendien zijn zoontje misbruikt, zijn echtgenote mishandelt en de bedienden vernedert en terroriseert. Well, it’s a free country, I suppose.

»Nu, ik heb in het begin ook veel tegenstand gekregen uit het arbeidersmilieu: mijn debuut werd eerst genegeerd of niet ernstig genomen omdát het zich afspeelde in een adellijk milieu en, nog een grotere misdaad, geschreven was door iemand die zelf aan dat milieu was ontsproten.»

HUMO De generatie literaire critici na Evelyn Waugh nagelde hem ook aan de schandpaal omdat zijn meesterwerk ‘Brideshead Revisited’ zich afpeelde in het adellijke milieu waarin hij zich zelf bewoog.

St Aubyn «Precies. Privilege roept weerstand op, dat lijkt me onvermijdelijk en begrijpelijk. Maar die critici maakten zich natuurlijk ook schuldig aan inverted snobbery. En snobisme omkeren is niet de juiste manier om het de wereld uit te helpen.»


Upper class junkie

HUMO Is het niet irritant dat mensen alsmaar willen weten of iets ‘echt gebeurd’ is? Die reflex lijkt me vaak de porno van de intellectuele vrouw: in vrouwenbladen worden steevast boeken besproken en aangeprezen die een waargebeurd trauma beschrijven, ook al worden ze gepresenteerd als fictie.

St Aubyn «Wat me stoort is dat ik nu, dertig jaar na mijn debuut, nog de naam heb van ‘de man die schrijft over het feit dat hij als kind werd misbruikt door z’n vader’, terwijl twee derde van mijn oeuvre daar níét over gaat.»

undefined

'Heroïne was voor mij een vluchtroute. En het idee van een overdosis was eerder een incentive dan een afschrikmiddel'

HUMO Er komt een televisieserie van de Patrick Melrose-boeken. Voor de casting van David, jouw vader, dacht ik aan Jeremy Clarkson van ‘Top Gear’: die is intelligent, welbespraakt, maar een racistische egotist en een bully.

St Aubyn «Ach, ik herinner me een legendarisch ontbijt waarin ik met vrienden overliep welke acteurs perfect zouden zijn. Dat was in 1992. Toen was er even sprake van dat Ralph Fiennes de jonge Patrick zou spelen. Bijna een kwarteeuw later hoor ik dat Fiennes nu wellicht de vader zal spelen (grinnikt). Dat zegt alles over hoe snel het vooruitgaat in de wereld van de film. Ik vernam net dat Benedict Cumberbatch per se Patrick wil spelen. Sam Mendes wil regisseren.»

null Beeld

HUMO Elk van de Patrick Melrose-romans speelt zich af op één dag. Dat impliceert dat er grote hiaten zijn in Patricks leven: aan het eind van boek één is hij nog een kind, aan het begin van het tweede is hij plots een jongvolwassen junkie. Maar over die hele evolutie schrijf jij geen woord.

St Aubyn «Kijk: de kern van de Melrose-cyclus is identiteit. Wie zijn we, wat vormt ons, en kunnen we aan die determinatie ontsnappen? Kunnen we afrekenen met de tirannie van afhankelijkheid, voorbestemming, conditionering, trauma? In het geval van Patrick draait heel lang alles om verdringing. Hij wil helemaal niet stilstaan bij het hoe en waarom, hij wil gewoon vergeten. En dan is een drugsverslaving natuurlijk ideaal.

»Ook voor mij was heroïne een vluchtroute: vegeteren was onnoemelijk veel aanlokkelijker dan om het even welke vorm van bewustzijn. Want dat bewustzijn impliceerde herinneringen aan het misbruik, aan de vernederingen, aan de gevangenschap... Ik verkoos een permanente verdoving, gevolgd door een eeuwige slaap – het idee van een overdosis was eerder een incentive dan een afschrikmiddel.»

HUMO Veel mensen associëren heroïne en junkies met de goot, met marginalen. Hoe kwam iemand uit een geprivilegieerd milieu aan zijn shot?

St Aubyn «Ik had het ongeluk om te puberen op het moment van de revolutie in Iran. Heel wat Iraniërs vluchtten toen naar Engeland, en wat smokkelden ze in zeven haasten mee dat draagbaar was én goud waard? Londen werd in die periode overspoeld door pure, onversneden heroïne. Nu is heroïne bij het jonge volkje godzijdank terminaal onhip, maar in mijn tijd werd het gezien als een drug voor creatieve, geëvolueerde, hippe vogels.»

HUMO Weet u nog wie u die smeerlapperij voor het eerst aanbood?

St Aubyn «Yah. Een schoolvriend van me, op zijn chique appartement in Mayfair (de duurste wijk van Londen, red.). Het was een openbaring: voor het eerst in m’n leven, voor het eerst sinds het misbruik, voelde ik iets wat op zelfaanvaarding leek. ’t Was prachtig: alles was liefde, alles was opwindend, slechtheid leek uit de wereld gebannen, alles leek zacht en lief en warm en langoureus...»

HUMO U hoeft er geen reclamecampagne van te maken.

St Aubyn «Maar zo vóélde het toen, die eerste keer. Een paar dagen later was ik op een huwelijksfeest in een kasteel, en daar bleek minstens de helft van de jongeren aan de heroïne te zitten. Toen spoten we het nog niet, we snoven het. Spuiten was voor losers. Tot we zelf spoten. Als ik terugdenk aan het tijdverlies: de diefstallen, de ruzies, de bedreigingen van dealers, het leven met een masker... (Stil) ’t Is bespottelijk dat ik nog leef. In het boek staat: ‘Wat voor anderen liefde was, was voor hem heroïne, en voor hem was liefde wat voor anderen heroïne was: een onbegrijpelijke tijdverspilling.’ Zo ervoer ik het zelf ook.»


Educatief verantwoord

HUMO In één van de boeken laat je Patrick zeggen: ‘Stoppen met heroïne is kinderspel. Stoppen met ironie, dát is pas een opdracht.’

St Aubyn «Omdat het zo Brits is. Wij Engelsen uit de zogenaamd betere klasse gebruiken meer dan anderen humor, en meer bepaald ironie, als wapen en als kruk. Ironie is zelfverdediging. ’t Is ook een manier waarmee de toff zich afschermt, een onzichtbare muur van kogelvrij glas optrekt tussen zijn zogenaamd smetteloze perfecte wereldje en wat hij om zich heen ziet – veel minder geëvolueerde mensen zonder stamboom die hij niet ernstig kan nemen. Voor de échte upper class Brit is ironie nooit zelfspot, enkel spot. Heroïne én ironie zijn voor Patrick Melrose een manier om buiten zichzelf te treden, om op twee plaatsen tegelijk te zijn, en op één ervan is hij onkwetsbaar. Pas wanneer hij ouder wordt en vrij is, wordt ironie een keuze, eerder dan een redmiddel.»

HUMO Een mooi voorbeeld van ironie is het moment waarop de moeder van Patrick niet voor haar zoontje kan zorgen, omdat ze te veel werk heeft met het Save The Children Fund – een liefdadigheidsinstelling voor verwaarloosde Napolitaanse kinderen.

St Aubyn (grinnikt) «Echt gebeurd, I’m sorry to say.»

undefined

'Mijn vader zag het seksuele misbruik als een soort zuiverende ritus en het smeden van een onverbreekbare bloedband'

HUMO Wat ik wel bizar vind: uit alle boeken blijkt dat Eleanor een slechte moeder is. Niet alleen is ze nogal kil, bijna onverschillig tegenover haar zoon, maar bovendien kijkt ze bewust de andere kant op als Patrick door haar echtgenoot wordt misbruikt. En toch heb je je eigen dochter Eleanor genoemd.

St Aubyn (zwijgt lang) «Dat is een heel persoonlijke vraag. (Zucht) ’t Ligt heel ingewikkeld. Het golden moment van mijn moeder kwam toen ik ‘Laat maar’ publiceerde. Toen vielen blijkbaar de schellen van haar ogen. En toen wat later haar eerste kleinkind werd geboren, werd ook zij herboren. Ook in mijn ogen: ik kon haar nu zien als een medeslachtoffer van de tirannieke alcoholicus die mijn vader was. Ze was trots op mijn boeken, heeft vaak mea culpa geslagen, en ontpopte zich als een zeer toegewijde oma. Hoe ze zich tegenover mijn dochtertje opstelde, zou ik eerder devotie dan liefde noemen. Overcompensatie, neem ik aan. Mijn vrouw en ik wilden die positieve evolutie – beter laat dan nooit – erkennen, maar we hielden niet van haar echte naam. Dus hebben we ons dochtertje genoemd naar het personage in het boek.»

HUMO Als uw ouders zo waardeloos waren, wie heeft u dan gevormd? Want voor mij zit een overduidelijk zeer intelligent, welbespraakt en getalenteerd man.

St Aubyn «Ik heb heel veel hulp gekregen. Van leraars, therapeuten, vrienden, zelfs vreemden... Vaak gold: hoe vreemder de vreemden, hoe groter het altruïsme dat ze mij betoonden – da’s voor een opgroeiend kind een nogal pervers besef. Ik heb altijd geweten wat mijn opties waren: zelfmoord plegen of mezelf heruitvinden. Ik ben het prototype van een slachtoffer dat motivatie en kracht put uit misbruik.»

HUMO Hebt u zich ooit afgevraagd wat uw vader gevonden zou hebben van uw boeken, en hoe zijn versie van de feiten verschild zou hebben van de uwe?

St Aubyn «Toch niet. En ik ben niet van plan om een seance te houden. Ik wéét dat zijn versie van de feiten verschilde van de mijne. Toen ik als 2-jarige bijna verdronk, beweerde hij later dat mij in het water gooien een educatief verantwoorde daad was – survival of the fittest, een triomf van het overlevingsinstinct. En het seksuele misbruik zag hij als een soort zuiverende ritus en het smeden van een onverbreekbare bloedband. Eén van zijn motto’s was dat opvoeding iets moet zijn waarvan een kind later kan zeggen: ‘Als ik dát heb overleefd, kan ik alles aan.’ Dat is op papier verdedigbaar, maar niet in de praktijk.

»Maar mijn vader was ook iemand die het voortzetten van de naam en het uitblinken van de St Aubyns enorm belangrijk vond, dus hij zou blij zijn geweest dat ik me heb voortgeplant, ook al leer ik mijn kinderen allerlei waarden waar hij tegen was, en hij zou het hebben gewaardeerd dat een St Aubyn enige literaire renommee heeft.»

HUMO Eén feit uit uw vaders leven en dus ook uit dat van David in de boeken, is dat hij in Afrika een vriend zou hebben vermoord. Dat zou dan de eerste perfecte moord zijn.

St Aubyn «Het incident vond plaats in een moreel schemergebied. Die man was gebeten door een hond en had rabiës. Ze zaten ver van de bewoonde wereld. Die man werd dol en onberekenbaar en vormde dus tot op zekere hoogte een bedreiging voor de andere reizigers. Mijn vader heeft dus geargumenteerd dat er geen alternatief was. Maar mij is verteld dat hij die man bijna dronken van agressieve wellust het genadeschot heeft gegeven. En ik ken mijn vader, ik geloof dat. Hij deed het niet schoorvoetend en ziek van schuldgevoel, maar integendeel met plezier, blij dat het noodlot hem die buitenkans bood.»

HUMO Ergens laat u één van de verwarde discipelen van de sekte die uw moeder opricht een boek aankondigen dat de literatuur én de wereldgeschiedenis zal veranderen: het zal aantonen dat de Inca’s eigenlijk Egyptenaren waren. Mogen we daarnaar uitkijken, nu de Melrose-saga is voltooid?

St Aubyn «Ik zou er niet op rekenen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234