Een Amerikaanse tragedie: de ongenadige blik van David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker

Een Pulitzer winnen en dat toch niet helemaal bovenaan op je lijstje met straffe prestaties hebben staan? Maak kennis met de Amerikaanse journalist David Remnick. Sinds hij in 1998 tot ieders verbazing hoofdredacteur werd van het iconische The New Yorker, kende het blad een ongeziene groei.

'We vielen Irak binnen op volle kracht en het werd een catastrofe. Libië op halve kracht en het werd ook een catastrofe. In Syrië deden we niks: opnieuw een catastrofe'

We ontmoeten David Remnick (59) na een lange werkdag in zijn kantoor helemaal bovenaan in het One World Trade Center in Manhattan, op de 38ste verdieping. Als hij komt aangelopen, is meteen te zien dat hij in topvorm is. Hij lijkt opvallend jonger dan 58, met zijn stevige donkere haarbos, zijn donkere ogen, lichtblauw hemd met grijze broek en blauw jasje. ‘Hi,’ zegt hij bij wijze van excuus voor het laat komen. ‘Het liefst zou ik al mijn tijd besteden aan reportages, literatuur en cartoons, maar mijn job heeft nu eenmaal ook een andere kant. En de cijfers zijn belangrijker dan ooit.’ Onder Remnicks leiding is The New Yorker weer rendabel geworden. Vóór hem had het blad jarenlang miljoenen verlies geleden. Hij klopt op zijn bureaublad: ‘Wat dit ook voor materiaal mag zijn, ik hoop dat het hout is.’

Remnick laat ons de ophefmakendste cover zien waarvoor hij verantwoordelijk is geweest. Toen Barack Obama nog niet lang president was, stuurden rechtse populisten samenzweringstheorieën over zijn geloofsovertuiging de wereld in. David Remnick plaatste een cartoon van Obama en zijn vrouw Michelle op de cover: hij gekleed als traditionele moslim, zij als gewapende terroriste. Het was een karikatuur waaruit moest blijken hoe absurd de aantijgingen waren. Maar de tekening leidde tot heel wat verwarring en kritiek, vooral in het Witte Huis. Remnick gaf interviews en verdedigde zich live op CNN. ‘Het was overduidelijk als grap bedoeld, maar Obama’s entourage sloeg helemaal door.’

Wat vond Obama eigenlijk zelf van de tekening?

David Remnick «We hebben er nooit met elkaar over gepraat. Hij deed alsof hij de grap niet doorhad. Maar hij wist natuurlijk heel goed hoe het bedoeld was. Daar is hij slim genoeg voor.»

Remnick heeft Obama jarenlang regelmatig uitgebreid geïnterviewd en in 2010 publiceerde hij een biografie over hem, een meer dan 600 bladzijden dikke internationale bestseller.

Remnick «Het gebeurt weleens dat Obama mij een compliment geeft over iets wat ik heb geschreven, zoals mijn boek over Mohammed Ali. Over mijn Obama-biografie heeft hij nog nooit iets laten vallen. En weet u wat? Het bevalt mij wel dat een president niet zo narcistisch is om een 600 bladzijden dik boek over zijn eigen succes te lezen.»

In de jaren 90, kort voor Remnicks aantreden, maakte The New Yorker een moeilijke periode door. Het blad was een beetje oubollig geworden, dus werd de Britse Tina Brown – die daarvoor met veel succes aan het hoofd van Vanity Fair heeft gestaan – aangetrokken als hoofdredacteur. Ze lanceert haar onderhoudende journalistieke stijl in het brave, klassieke The New Yorker. Meer entertainment, meer swing. Haar lievelingswoord is buzz, wat je zowel door ‘opwinding’ als door ‘roddel’ kunt vertalen. Ze blaast het tijdschrift nieuw leven in en haalt nieuwe auteurs binnen, onder wie een zekere David Remnick, die bekend is geworden als Moskou-correspondent van The Washington Post. Maar op een dag laat ze aan de uitgever van het blad, Si Newhouse, weten dat ze opstapt en een nieuw tijdschrift opricht, Talk, dat drie jaar later al wordt stopgezet.

Remnick herinnert zich nog goed hoe Si Newhouse ineens dringend een nieuwe hoofdredacteur nodig had. Nadat gesprekken met een eerste kandidaat zijn afgesprongen, wil Remnick voorbereid zijn. Die maandagochtend staat hij vroeg op, hij gaat naar de kapper en trekt een keurig pak aan.

Remnick «De week daarvoor zat ik nog in short en T-shirt op kantoor.»

Uitgever Newhouse laat hem bij zich komen. Remnick herinnert het zich nog levendig.

Remnick «Hij bood mij de job aan en zei: ‘Ik wil het nieuws meteen om 11 uur bekendmaken.’ Met andere woorden: je kunt er niet een nachtje over slapen. Ik voelde me alsof ik onder arrest stond! (lacht) Ik vroeg hem of ik tenminste even mocht telefoneren.»

Hij belt zijn vrouw en luistert naar haar advies: ‘Stel dat je het een vreselijke job vindt, dan is het in ieder geval een groot avontuur geweest.’

Remnick (leunt naar voren) «En hier zit ik nog steeds, negentien jaar later.»

'Eén van mijn zoons zei dat je een muziekblad niet ernstig kunt nemen als het schrijft dat de plaat van het jaar die van Bruce Springsteen is. Touché!'


De wapens van saddam

Hoe waren de eerste jaren voor hem als baas, aangezien hij altijd journalist was geweest?

Remnick «Ik wist compleet niet waaraan ik begon. Van pure angst ben ik de eerste maanden 5 kilo afgevallen.»

Maar het redactieteam kan goed met hem opschieten en de uitgever heeft alle vertrouwen in hem. Geleidelijk laat hij het tijdschrift evolueren. Tina Brown was een celebrity, maar hij houdt zich aanvankelijk zo op de vlakte dat ze hem waarschuwen: ‘Pas op dat je niet de Jimmy Carter van de magazinewereld wordt.’ Remnick bouwt een cultuurkatern uit, besteedt meer aandacht aan verhalen over de stad, zorgt voor een rustiger verloop op de redactie en kan besparen omdat er minder stukken geproduceerd worden die niet verschijnen. En hij maakt The New Yorker politieker. Dat past enerzijds bij het profiel van de politieke journalist Remnick, anderzijds heeft hij ook de tijd mee. Na de buzz van de jaren 90 vliegen op 11 september 2001 vliegtuigen in het World Trade Center. Op dat moment is Remnick exact drie jaar aan de slag. Daarop volgen de oorlog in Irak, de herverkiezing van George W. Bush en de Amerikaanse vastgoedcrisis, die uitdijt tot een wereldwijde financiële crisis. En ten slotte de verkiezing van de eerste zwarte Amerikaanse president, en acht jaar later van Trump.

Remnick heeft als hoofdredacteur veel successen gekend (onder hem onthult The New Yorker bijvoorbeeld de schandalen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad). Maar is er iets wat hij achteraf als een grote fout beschouwt? Daar hoeft hij niet lang over na te denken, één woord volstaat.

Remnick «Irak.»

Hij bedoelt de Amerikaanse invasie van 2003. Remnick is op dat moment in Praag om zijn persoonlijke held te interviewen, de Tsjechische president Václav Havel, schrijver en voormalige dissident. Remnick hecht veel belang aan zijn mening. Havel heeft zich juist in een open brief voor de oorlog uitgesproken. Bovendien, zegt Remnick, geloofde hij op dat moment de berichten over de vermeende massavernietigingswapens van Saddam Hoessein. Ze bleken achteraf fout.

Hoe denkt hij eigenlijk over de buitenlandse rol van Amerika?

Remnick «We zijn Irak binnengevallen met alles erop en eraan, en het is uitgedraaid op een catastrofe. De invasie in Libië gebeurde op halve kracht, het werd ook een catastrofe. Wat Syrië betreft: daar hebben we helemaal niets gedaan – en dat was ook een catastrofe. De dramatische gevolgen van de ramp in Syrië zijn ongezien: de destabilisering van het Midden-Oosten, de comeback van Poetin en de Europese vluchtelingencrisis. En dictator Assad is nog steeds aan de macht.»

Nadat Remnick even is weggeroepen door zijn assistente, zegt hij dat hij in al zijn jaren als hoofdredacteur geen fan van meetings geworden is, maar dat hij zich op één wekelijkse bijeenkomst telkens weer verheugt: de cartoonmeeting. Elke woensdagmiddag zit hij met de verantwoordelijke redactrice samen, die vijftig of zestigontwerpen heeft uitgekozen van de honderden die de tekenaars hebben ingestuurd. Voor hen staan er drie mandjes, met daarop ‘ja’, ‘nee’ en ‘misschien’. Samen kiezen ze er vijftien à twintig uit, ‘en dan is het een kwestie van feiten checken.’ Feiten checken? Voor cartoons? De fact checkers van The New Yorker zijn berucht om hun grondigheid, vaak bellen ze de gesprekspartners van hun reporters zelf op om te controleren of alles echt wel klopt.

Remnick «We moeten er zeker van zijn dat we een grap niet al in 1976 of 1988 hebben gebracht (lacht).»

De hoofdredacteur is er trouwens zeker van dat de meeste lezers eerst de cartoons bekijken. Dat je in elke New Yorker een flinke portie humor tegenkomt: ook dat is een reden voor het succes.

Hoe denkt Remnick zelf dat het komt dat zijn tijdschrift het beter doet dan alle andere Amerikaanse bladen? Hij zegt dat het te maken heeft met de gevolgen van de digitalisering en de snelheid van het nieuws.

Remnick «Niets is tegenwoordig ouder dan een twee weken oud nummer van een nieuwsmagazine zoals Time. Maar The New Yorker heeft in iedere uitgave, naast enkele actuele stukken, veel verhalen die je twee of zes weken later en zelfs zes maanden daarna nog steeds kunt lezen.»

Naast tijdloosheid is de typische formule van The New Yorker héél belangrijk.

Remnick «Een auteur verdiept zich grondig in een bepaald thema, gaat op zoek naar gaten in het verhaal die door anderen over het hoofd werden gezien, neemt de tijd om het verhaal zo grondig mogelijk te onderzoeken. Daarna wordt de tekst nauwkeurig geredigeerd en uiteindelijk verschijnt het verhaal in een blad met gevoel voor humor en ironie. Dat is onze toverformule.»

En hoe het komt dat die formule blijft aanslaan? De meeste legendarische magazines hadden hun momentum: Rolling Stone als de bijbel van de hippiegeneratie, Esquire of het inmiddels opgedoekte Life in de jaren 70.

Remnick «The New Yorker bestaat al zo lang omdat het altijd is blijven veranderen zonder ontrouw te worden aan zijn DNA.»

'The New Yorker is berucht om zijn covers. Die met Barack en Michelle Obama deed veel stof opwaaien. 'Maar we hebben er nooit met elkaar over gepraat'


Tandarts met Parkinson

De roots van David Remnick liggen in het stadje Hillsdale, New Jersey, waar hij op 29 oktober 1958 het levenslicht ziet. Zijn vader is tandarts en heeft voor zijn praktijk abonnementen op Life, Time en Sports Illustrated. The New Yorker heeft hij ook, maar Remnick vertelt dat hij dat nooit van zijn praktijk mee naar huis bracht.

Remnick «Dat stond indertijd gewoon te ver van onze wereld af. Mijn vader was wel tandarts, maar niet bepaald succesvol. We hadden nooit veel geld.»

The New Yorker stond voor het glamoureuze leven in Manhattan, aan de andere kant van de Hudson, de rivier die New York van New Jersey scheidt.

Wilde hij altijd al journalist worden?

Remnick «Ja. Of juister: ik wilde schrijver worden. (Zucht) Mijn moeder is heel vroeg zwaar ziek geworden, ze kreeg multiple sclerose toen ik 6 jaar oud was. Ze leeft nog altijd, maar mijn vader is vroeg gestorven. Een paar jaar nadat zij ziek is geworden, heeft hij de ziekte van Parkinson gekregen.»

De schrijver Nicholson Baker zei ooit tegen Remnick: ‘Een tandarts met parkinson, dat lijkt wel iets voor een film van Buster Keaton.’

David studeert goed, wordt toegelaten op de universiteit van Princeton en kiest ervoor zijn buitenlandjaar in Parijs door te brengen. Aan zijn ouders zegt hij iets over een ‘Alliance Française’ waar hij zou gaan studeren, en ze geloven hem.

Remnick «Ze wisten van niets. Maar toen was er nog geen internet of geen mobiele telefoon, dat kon toen allemaal!»

Hij pakt zijn gitaar in en verdient daarmee in Parijs zijn geld. Elke ochtend speelt hij in de metro nummers van zijn muzikale idool Bob Dylan, soms ook van Neil Young of Dire Straits.

Remnick «Ik heb samen opgetreden met een rare snuiter uit Zuidoost-Azië, die ook gitaar speelde. Soms haalden we er nog een derde man bij, een Schot. We noemden hem Butler. Waarom? Hij was het die het geld moest ophalen, hij stapte recht op de reizigers af. Dat hadden we snel door: hoe agressiever je bent, hoe meer geld je verdient. Want de mensen willen van je af raken.»

Het trio heeft zoveel succes dat het tegen 11 uur ’s ochtends al genoeg geld heeft voor de rest van de dag.

Remnick «Ik ging vaak naar de film, probeerde meisjes te versieren, wat je op je 19de zo allemaal doet.»

Remnick weet al op jonge leeftijd dat hij voor zichzelf moet instaan, geld verdienen, zijn eigen plaats zoeken.

Remnick «Het was onmogelijk om zomaar tegen mijn ouders te zeggen: ik word schrijver, ik wil Philip Roth junior worden.»

Heeft hij nooit spijt gehad dat hij het niet geprobeerd heeft, een bekend auteur worden?

Remnick «O, ik heb ook spijt dat ik het als basketbalspeler nooit tot de New York Knicks heb gebracht. Ik ben te klein met mijn 1,85 meter.»

En wat is het serieuze antwoord?

Remnick «Ja. Er zijn nog steeds momenten dat dat me bezighoudt. Maar je ziet wat de journalistiek me gegeven heeft.»

‘Look,’ dat blijkt Remnick telkens te zeggen als het om iets belangrijks gaat.

Remnick «Look, ik denk dat elke mens, als hij maar diep genoeg in zichzelf gaat kijken, iets meedraagt dat op hem weegt, een ziekte, een tragedie, een ongeval, een geheim.»

En ineens wordt de gelijkenis duidelijk: ook Barack Obama gebruikt ‘look’, op precies dezelfde manier.

'Ik ben niet de beste schrijver ter wereld, maar ik ben sneller dan schrijvers die beter zijn en beter dan schrijvers die snel zijn'


Autistische dochter

Het is intussen al bijna avond. Er staan hem geen zenuwslopende vergaderingen meer te wachten, alleen nog het avondeten met zijn vrouw en een paar vrienden. Hier zit één van de succesvolste journalisten van zijn tijd, op het hoogtepunt van een indrukwekkende carrière, die hem van stagiair bij de Washington Post tot hoofdredacteur van The New Yorker heeft gebracht. Bovendien heeft hij meerdere bestsellers geschreven en werd hij in 1994 met de Pulitzer Prize beloond, de belangrijkste journalistieke onderscheiding.

Hij is al vele jaren gelukkig getrouwd en heeft drie kinderen. En toch is het niet al rozengeur en maneschijn, zegt hij nu de stress van de dag langzaam van hem afvalt.

Remnick «Het leven is een strijd. Als je geluk hebt, wordt de pijn verzacht door zoveel mogelijk mooie momenten.»

Wat bedoelt hij daarmee?

Remnick «Look, ik ben opgegroeid met twee zwaar zieke ouders, dat was een last om te dragen. En ik ging ervan uit dat God mij daarom niet met nog meer ziektes zou belasten. Maar mijn dochter Natasha, ze is 18 jaar oud, heeft een zware vorm van autisme. Ze heeft zo goed als geen spraakvermogen.»

Ze is bijzonder op haar manier, maar natuurlijk is het voor de hele familie niet gemakkelijk. David Remnicks vrouw, Esther Fein, die journaliste was bij The New York Times, heeft haar job opgegeven om voor haar dochter te kunnen zorgen.

Remnick «Natasha heeft alles in mijn leven veranderd. Wat is normaal gezien de taak van ouders? Je helpt je kinderen op hun benen te staan en doet alles om ze zo goed mogelijk voor te bereiden op het leven. En als dat min of meer gelukt is, heb je nog maar één taak: af en toe een keer zwaaien, liefde geven en hopen dat je ze niet uit het oog verliest. Maar dan zit het werk erop.

»Met Natasha zal dat nooit zo zijn. Het is onze taak haar tot het einde van haar leven te begeleiden, maar we weten dat dat om biologische redenen niet kan. Dat spookt altijd in mijn gedachten.»

David Remnick gaat elke morgen fitnessen, zijn vrouw gaat elke dag joggen. Ook al beleeft hij er geen plezier aan, het doet hem goed.

Remnick «Is dat niet iets als de industrialisering van het eigen lichaam? Al die mensen op toestellen, het lijkt wel een slechte film van Charlie Chaplin, en niemand die lacht.»

En dan noemt hij de échte reden waarom hij en zijn vrouw zoveel sporten: ze willen gezond blijven voor hun dochter.

Remnick «Mijn vrouw en ik voelen ons verplicht om in leven te blijven, er te zijn voor onze dochter.»

Heeft hij al gehoord van de wetenschappelijke these dat de eerste mens die 200 jaar oud zal worden nu al geboren is? Remnicks eerst reactie is die van de argwanende journalist: ‘Dat geloof ik niet.’ Zijn tweede reactie is die van een vader die er altijd zou willen zijn voor zijn dochter. ‘Ik zou er meteen voor gaan, als het mogelijk was.’ Het is niet alleen de vader die hier spreekt, het is ook de nieuwsgierige journalist die vlak voor zijn 60ste verjaardag gedreven wordt door de vraag hoe de journalistiek en zijn tijdschrift er in de toekomst zullen uitzien.

Remnick «Het moeilijkste probleem bij The New Yorker is de digitalisering. Hoe behouden we onze stijl en onze bijzondere kwaliteit als we dagelijks de actualiteit op de voet volgen?»

Zijn antwoord: ook hier rekent hij op de aparte blik die schrijvers hebben. En hijzelf, de auteur David Remnick, is daarvoor het beste voorbeeld.

Normaal gezien brengt het echtpaar Remnick de avond van de Amerikaanse verkiezingen thuis voor de televisie door, ze bestellen iets bij de Chinees en maken het gezellig.

Remnick (lacht) «Maar wat heet normaal bij Amerikaanse verkiezingen?»

De laatste keer, in november, waren ze uitgenodigd bij Richard Plepler, een oude vriend van Remnick, de grote baas van tv-zender HBO.

Remnick «Richard ken ik al heel lang, vroeger was hij nog een pr-mannetje.»

De Remnicks zitten dus op dat feestje met alleen maar andere belangrijke mensen in die luxeflat in Manhattan, en aanvankelijk is iedereen ervan overtuigd dat de zaak zo goed als beklonken is. Maar dan wordt het 8 uur en er is nog altijd niets beslist, alle gsm’s zoemen door de sms-berichten van insiders.

Remnick «Om de één of andere reden, je kunt het instinct noemen, neem ik mijn laptop erbij.»

Het is net als toen, op de dag dat hij hoofdredacteur werd: hij wil voorbereid zijn, misschien zelfs zonder dat hij zich daarvan bewust is.

Remnick «Terwijl ik normaal gezien alles met dit dingetje hier doe.»

Hij zwaait met zijn mobiele telefoon en steekt hem weer in zijn broekzak.

In de loop van de avond kijkt Remnick naar zijn vrouw en hij ziet haar steeds bleker wegtrekken, en dan wordt hij ook zelf nerveus. Hij heeft met zijn redactie een stuk of zes bijdragen voorbereid, die met één klik gepubliceerd worden zodra de beslissing gevallen is. Maar er is geen enkele bijdrage voor het geval dat Donald Trump wint. Waarom niet?

Remnick (resoluut) «Omdat. Hij. Niet. Zou. Winnen!

»Je moet bedenken dat Hillary zelfs in de meest pessimistische peiling op voorsprong stond. De analyse van The New York Times voorspelde met 89 procent zekerheid dat zij zou winnen!»

Het wordt halfnegen het wordt negen uur, er komt steeds meer slecht nieuws, uit Florida, uit Michigan. Dat is het moment waarop David Remnick zich met zijn laptop terugtrekt in een hoek van de keuken, omgeven door alle andere gasten die ontzet naar hun smartphones staren, en hij begint te schrijven.

Remnick «Ik ben ook ooit sportjournalist geweest. Ik weet hoe je over een basketbalwedstrijd schrijft. Ik ben niet de beste schrijver ter wereld, maar ik ben sneller dan schrijvers die beter zijn en beter dan veel schrijvers die snel zijn.»

Op de redactie vragen ze zich al lang af hoe hij dat voor elkaar krijgt: met succes een wekelijks magazine leiden en terloops ook nog dikke boeken schrijven. Remnick zegt dat hij tegenwoordig zes uur slaap nodig heeft, vroeger slechts vijf. Malcolm Gladwell, sterreporter van The New Yorker en zelf auteur van heel wat bestsellers, heeft zijn baas ooit zo beschreven: ‘Hij doet alsof er nergens zweet bij komt kijken.’

Op het einde van die lange verkiezingsnacht, op 9 november om twintig voor drie, plaatst The New Yorker het commentaar van zijn hoofdredacteur online. ‘An American Tragedy’ is de titel, en wie de tekst in al zijn emotionaliteit vandaag herleest, stelt vast dat hij helemaal in overeenstemming is met het drama van de verkiezing, dat Remnick op alle punten gelijk gekregen heeft, ook met zijn analyse dat Trumps overwinning onder andere een overwinning van de racisten is en dat dat zware gevolgen zal hebben.

Remnicks tekst gaat de wereld rond, tot vandaag heeft hij meer dan vijf miljoen unieke lezers. Het is één van de succesvolste bijdragen uit de onlinegeschiedenis van The New Yorker.

Remnick «Het was een kwestie van timing. Mijn collega Henry Finder, die normaal gezien al mijn teksten redigeert, zou mijn commentaar waarschijnlijk nooit hebben laten doorgaan – te impulsief, niet stringent genoeg. Maar daar schaam ik me niet voor. Met Irak zat ik fout, maar hier zat ik juist. Helaas.»

Remnick en de redactie zijn voortdurend op zoek naar nieuwe, digitale uitdrukkingsvormen voor hun journalistieke werk, en het is normaal dat er eens iets mislukt. Een documentaireformat in samenwerking met Amazon werd afgevoerd. Wél een succes is de wekelijkse podcast Radio Hour, dat twee miljoen downloads per maand kent en door Remnick gemodereerd wordt.

Remnick «Ik geef ons een acht op tien. Het is goed, maar de uitzending zou nog iets experimenteler en verrassender kunnen zijn.»

'Waarschijnlijk ben ik een onbescheiden mens die doet alsof hij bescheiden is'


Weg met de gsm

Hij haalt zijn telefoon weer uit zijn broekzak, kijkt even op het schermpje en legt hem op tafel.

Remnick «Ken je dat ook? Dat je denkt dat je gsm in je broekzak heeft getrild, maar dat het niet waar is?»

Hij schudt het hoofd. Iets in hem verzet zich tegen de voorstelling dat veel mensen tegenwoordig al van ’s morgens vroeg meteen ‘naar dat ding naast hun bed kijken’. Hij is wat dat betreft geen uitzondering. Hij pakt zijn telefoon nog een keer in de hand.

Remnick «Ik denk dat ons gedrag een verandering betekent voor het menselijk…»

Weer kijkt hij naar zijn display, hij is eventjes afwezig. Wat heeft hij gelezen?

Remnick «O, een totaal onbelangrijke news alert over Trump en zijn campagneleider Manafort, over iets wat we allemaal over een uur alweer vergeten zijn.»

»Look, als we vandaag een roman in de hand nemen, moeten we onze telefoon aan de kant leggen, en misschien nemen we beter twee uur de tijd om een relatie op te bouwen tussen ons en de tekst die we lezen. Je kunt niet geloven hoe belangrijk ik het vind om zoiets te doen.»

Welke boeken leest hij op dit ogenblik?

Remnick «Ik lees op dit moment voor de tweede keer, sinds ik een twintiger was, Balzacs ‘Illusions perdues’, in het Engels, over een ambitieuze jongeman die van het platteland naar de grote stad trekt.»

Remnick lacht, want dat is natuurlijk ook zijn eigen verhaal.

Hij heeft ook de nieuwe autobiografie van Jann Wenner gelezen, de oprichter van Rolling Stone, één van de tijdschriften waar de jonge David Remnick zo dol op was. Onlangs werd aangekondigd dat Rolling Stone te koop staat, de zaken lopen niet meer. Remnick leest het blad nog steeds, maar toen één van zijn zonen enkele maanden geleden tegen hem zei dat je een muziekblad niet ernstig kunt nemen als het schrijft dat het album van Bruce Springsteen de plaat van het jaar is, moest zelfs hij, Springsteenfan én -biograaf, toegeven: ‘Touché!’

In heel wat portretten die hij van beroemdheden heeft gemaakt, observeert de journalist David Remnick de persoonlijke ruimtes van de geportretteerde, om iets over zijn of haar persoonlijkheid te weten te komen.

Remnick «Dat klopt. Kijk gerust rond.»

Met veel trots toont hij een voorpagina van The Washington Post, de twee openingsartikelen heeft hij geschreven, meteen na de instorting van de Sovjet-Unie. ‘Ik moet toegeven dat ik van elke dag ongelofelijk genoten heb,’ heeft hij ooit aan de Independent over zijn periode in Moskou verteld.

Daarna vraagt hij om een ingelijst coverbeeld van The New Yorker beter te bekijken: een straathoek downtown, waarop het legendarische restaurant Katz’s Delicatessen te zien is. Zoals altijd bij The New Yorker is het een tekening.

Remnick «Kijk eens goed, beneden rechts, kun je lezen wie de tekening gemaakt heeft?»

Daar staat: Bob Dylan. Eén van Remnicks helden.

Remnick «De cover is nooit verschenen. Ik had Bob Dylan ervan kunnen overtuigen dat we de tekening mochten gebruiken. En hij heeft ons echt de toestemming gegeven! Maar daarna is hij toch van mening veranderd.»

Over de toverformule van zijn blad heeft David Remnick verteld. Maar wat is zijn eigen toverformule? Lijkt hij meer op zijn moeder dan op zijn vader?

Remnick «Op geen van beiden. Ze waren allebei zo bescheiden in hun doelen, ze hadden echt geen enkele ambitie.»

Waar komt zijn eerzucht dan vandaan?

Remnick «Dat weet ik niet. Eerzucht wordt niet echt als een positieve kwaliteit beschouwd. Mensen praten niet graag over ambitie. (Denkt na) Waarschijnlijk ben ik een onbescheiden mens die doet alsof hij bescheiden is.»

© Die Zeit

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234