Een Belg in de Giro: Thomas De Gendt

Thomas De Gendt (25) begon met beperkte ambities aan de Giro, maar staat op twee bergritten en één tijdrit van het einde op plaats negen in het klassement. Twee weken geleden sprak Humo-journalist (ssl) met de wielrenner.

Van sommige wielrenners weet je bij de eerste pedaalstoot: dat is een kampioen. Anderen, met meer werklust dan talent, houden zich jaren staande in het peloton door drinkbussen en regenjasjes aan te slepen voor hun meer succesvolle ploegmaats. En dan heb je renners die gelóven dat ze tot de tweede categorie horen, maar van wie iedereen van zegt dat ze een kampioen hóren te zijn. Zo iemand is Thomas De Gendt.

'Ik wil niet eindigen zoals Wouter Weylandt vorig jaar'

In de Tour van vorig jaar verbaasde De Gendt de wereld, zichzelf incluis. Hij werd zesde in de koninginnenrit op Alpe d'Huez en een dag later zelfs vierde in de slottijdrit in Grenoble. Conclusie: De Gendt, de man van de lange ontsnapping, moet zich toeleggen op het rondewerk - wie zo kan klimmen en tijdrijden móét dromen van de gele trui.

Thomas De Gendt «Dat wordt de volgende stap in mijn carrière. Maar voor het zover is, moet er nog veel gebeuren: ik zal al meer weten na dit seizoen, als ik in twee jaar tijd de drie grote rittenkoersen zal hebben gereden.

»Vorig jaar ben ik fris uit de Tour gekomen, maar ik weet niet of dat toeval was of dat ik beter dan een ander herstel. Als ik over een paar weken stikkapot aan het einde van de Giro kom en de laatste bergritten in de bus zit, tja, dan zal die ambitie om ronderenner te worden wel getemperd zijn.»

HUMO José De Cauwer vroeg het zich vorige week in Humo nog af: 'De Gendt heeft de kracht, de uithouding en het recuperatievermogen van iemand die top 10 kan rijden in een grote ronde. De vraag is: wíl hij zichzelf voor dat ene doel opofferen?'

De Gendt «Ik weet wat ik nu kan: dat vind ik al heel mooi. Een rit in Parijs-Nice winnen en zo, dat is al meer dan wat ik dacht ooit te zullen kunnen.

»Als blijkt dat ik een ronderenner kan worden, zal ik daarin investeren. Dan zoek ik me een appartementje in Spanje of Italië, waar de kans op mooi weer groot is en waar ik op de cols kan trainen. Maar als ik niet zeker weet dat het iets zal opbrengen, ga ik geen zotte kosten doen - ik ben aan 't bouwen, hè.»

HUMO Moet je niet ambitieuzer zijn, en meer in jezelf geloven?

De Gendt «Het lijkt misschien alsof het me allemaal niet kan schelen. Maar geloof me: ik zit met meer in mijn hoofd dan je zou vermoeden. Ik hou er alleen niet van om mijn ambities op straat te gooien. Dat maakt de druk alleen maar groter.»

HUMO Herinner jij je eerste koers nog?

De Gendt «Het clubkampioenschap van De Jonge Trappers Hoogerheide in Etten-Leur, toen ik tien was. Dat was bij een wilde bond in Nederland waar je al mocht koersen vanaf je zevende - in België moest je destijds nog twaalf zijn om bij de aspiranten te mogen beginnen. De winnaar was Pieter Vanspeybrouck, die nu prof is bij Topsport Vlaanderen. Ik was derde. Bepaald trots was ik eerst niet, want een meisje was tweede geworden. Pas achteraf heb ik doorgekregen dat de meisjes een jaar ouder dan de jongens waren.

»Dat jaar heb ik negen keer gewonnen. Bij mijn derde koersje, in Roosendaal, was het al prijs. Trainen deed ik nochtans niet, behalve rondjes rijden in de tuin: we hadden een tweehonderd meter lang parcours dat door de wei liep.

»Winnen ging me goed af. Dan mocht je op het podium, kreeg je zoenen van de bloemenmeisjes en je mocht de grootste beker mee naar huis nemen - de eerste acht in de uitslag kregen een beker, en ik heb de mijne nog allemaal.

»Prijzengeld was er niet, alleen met de premiespurten kon je iets verdienen. Niet veel, hoor: tweeënhalve gulden, terwijl de inschrijving al anderhalve gulden kostte. De rest van het geld stopte mijn vader in een portemonneetje om de tol in de Liefkenshoektunnel te betalen.»

HUMO Hoe wist je eigenlijk dat je als kind in Nederland mocht koersen?

De Gendt «In de regionale pagina's van de krant stond een artikel over Paul Van Vlierberghe, die zich met jonge wielrennertjes bezighield. Mijn vader vroeg: 'Zou je dat niet liever doen dan voetballen?'

»Ik sjotte toen al drie jaar bij Kemzeke, samen met Kristof Goddaert, die nu profrenner is bij AG2R. Maar voetbal interesseerde mijn pa niet: ik kan me niet herinneren dat hij naar één match is komen kijken. En mij deed het ook niet zo veel: ik was geen dribbelaar, ik had geen hard en precies schot, en een keeper was ik ook al niet. Dus toen hij met dat krantenartikel afkwam, zei ik: 'Natuurlijk wil ik dat proberen!'»

HUMO Waar droomde je in die tijd van?

De Gendt «Ik wou gewoon coureur worden. Mijn broer Jürgen, die tien jaar ouder is, had ook al gekoerst. Toen hij ermee stopte, was mijn wereld ingestort: naar de koers gaan, dat was telkens een beetje vakantie geweest. Die jaren hadden geweldig veel indruk op me gemaakt.

»Vooral dan de kleedkamers: voor de wedstrijd rook het daar altijd naar kamfer en menthol van de massageolie, en erna stond iedereen samen zich te wassen in een teiltje water. De dag van de koers was voor mij de beste van de week.

»De andere dagen speelde ik thuis coureurke: eerst moest ik mijn benen insmeren - met water, want massageolie was te duur om mee te morsen - en daarna koerste ik tegen mezelf.»

HUMO Wie was toen je idool?

De Gendt «Tom Steels vond ik wel tof. Hij woonde in Sint-Niklaas, en ik zag hem soms door de streek fietsen. Mij pa had ook de gewoonte om 's maandags op de krantenpagina met de wieleruitslagen alle Waaslanders te onderlijnen, zodat ik meteen zag welke coureurs uit de streek goed hadden gereden.

»Steels was altijd de eerste naar wie ik zocht. Die keer dat hij in volle sprint met zijn bidon gooide, in de Tour, is één van mijn oudste herinneringen aan koers op televisie (in 1997 was dat, mikpunt was de Fransman Frédéric Moncassin, Steels werd meteen uit de wedstrijd gezet, red.).

»Ik keek ook op naar mannen als Ludo Dierckxsens, Jacky Durand en Jens Voigt, aanvallers die tot één kilometer voor de finish tegen het peloton bleven knokken, en dan af en toe wonnen, met tien meter voorsprong op de sprinters. Ik win niet vaak, maar áls ik win, is het wellicht ook op een manier die jongetjes sterk aanspreekt - zoals na mijn monsterontsnapping in de openingsrit van Parijs-Nice, vorig jaar.

»Ik kan me niet voorstellen dat je op die leeftijd de manier waarop Mark Cavendish wint kan bewonderen: tot tweehonderd meter van de finish moet hij achter zeven ploegmaats blijven rijden, en dan moet hij een beetje sprinten.»

HUMO Sprinters zeggen: 'Niets zo fijn als winnen in een sprint: dan vóél je de adrenaline spuiten.' Wat voel jij dan als je, zoals dit jaar in de voorlaatste etappe van Parijs-Nice, solo en met minuten voorsprong op het peloton eindigt?

De Gendt «Het peloton zat op tien minuten; mijn medevluchter Rein Taaramäe had ik eraf gereden, hij volgde op drie minuten: op vijfentwintig kilometer van de finish wist ik al dat ik zou winnen - ik mocht alleen niet vallen. Ik zat chill op mijn fiets, de camera bij me, auto's achter me.

»Toen ik over de meet reed, was er van adrenaline geen sprake meer. Ik heb weleens gelezen over tantrische seks - dat het uitstellen van je orgasme het vrijen eigenlijk béter maakt. Welnu: winnen zoals in Nice, dat is tantrische seks. Winnen in de spurt zou je dan kunnen vergelijken met een vluggertje - kort en hevig, maar óók plezant.»

Thomas De Gendt: Auw! Ai!

Johnny Hoogerland, ploegmaat van De Gendt bij het Nederlandse Vacansoleil, komt voorbij: 'Slapen we samen vannacht?', vraagt hij. 'Nee, ik lig bij Frederik Veuchelen.' - 'O, jammer.'

Johnny Hoogerland (tegen Humo) «Het is altijd lachen met Thomas op de kamer. Hij is echt een hele leuke jongen - zéker voor een Belg (lacht)

Hoogerland slaat De Gendt hard op zijn schouder en wandelt lachend naar de bar.

De Gendt «Nadat hij vorig jaar in de Tour tegen dat hek met prikkeldraad was beland, zijn er foto's van hem op een homowebsite gezet: nogal wat mannen kickten op zijn gladgeschoren benen en zijn blote kont - er was zelfs een foto waarop je zijn ballen zag. Dat vond hij zo mogelijk nog érger dan de valpartij zelf (lacht). Ik plaag hem daar nog altijd mee.»

HUMO Thomas De Gendt is bang in een peloton: dat weet intussen iedereen. Schaam je je daarvoor?

De Gendt «Ik ben niet bang in een peloton, ik ben bang om te vallen tout court. Als ik alleen van een berg af rijd, met zeventig per uur, en in een bocht slipt mijn achterwiel eventjes over de kiezeltjes op het asfalt, bibber ik de rest van de afdaling ook.»

HUMO Ben je dan bang voor wat er ná de val komt?

De Gendt «Vallen, en zeker hard vallen, betekent dat je een paar maanden niet zult presteren. In die maanden ben je een kostenpost voor je ploeg: je wint niet, je rijdt niet in beeld, je helpt geen ploegmaats. En dat kost je ongetwijfeld geld als je over een nieuw contract moet onderhandelen.»

HUMO Met andere woorden: voorzichtigheid is een arbeidsverzekering?

De Gendt (klopt op tafel) «Hout vasthouden, maar ik heb nog geen zware ongelukken gehad, en dat zou ik graag zou houden.

»Ik ben goed bevriend met Kurt Hovelijnck. Een paar jaar geleden is hij op training zwaar op zijn hoofd gevallen, waarna hij drie weken in coma heeft gelegen. Hij was bijna dood, hè. Zo veel is koers mij ook weer niet waard.»

HUMO Zoek je hulp om van je valfobie verlost te raken?

De Gendt «Ik heb al overwogen om er met een sportpsycholoog over te praten: mijn hoofd zit vol met beelden van valpartijen, en ik wil die een plaats leren geven.

»Als renner zie je dikwijls niet de val maar wel de gevolgen. Elke koers zie je wel jongens rechtkrabbelen, of erger: stilletjes op de grond liggen kermen. Meestal blijft dat zonder gevolgen, maar dat weet je niet als je voorbijrijdt, hè. Je moet opnieuw de chaos van het peloton opzoeken en weer even zot doen als tevoren - en dát lukt mij dus niet.

»Maar ik weet niet of een psycholoog me dat kan leren. Misschien is er maar één optie: me voor elke koers laten hypnotiseren.»

HUMO Bij Vacansoleil zeggen ze dat je bang bent omdat je weigert je verstand op nul te zetten.

De Gendt «Ik heb te veel verstand om het op nul te kunnen zetten - ofwel heeft mijn verstand gewoon geen aan-uitknop.

»Dat neemt niet weg dat ik soms echt een dommerik ben: de dag voor een koers zit ik dikwijls naar filmpjes van valpartijen te kijken. 'Auw, dat moet pijn doen!' 'Ai, dat zou ik niet graag meemaken!'»

HUMO In de Giro van vorig jaar stierf Wouter Weylandt na een valpartij zoals ze in elke wedstrijd voorkomen.

De Gendt «Je vriendin en je ouders zoiets wuiven je uit terwijl je blijgemoed vertrekt op de luchthaven, en een paar dagen later zitten ze voor hun televisie en horen ze de commentatoren zeggen dat je aan het reanimeren zijn en met een helikopter moeten afvoeren... Ik wil dat mijn dierbaren zoiets nooit hoeven meemaken.

»Maar: wat doe je ertegen als je één keer slecht neerkomt? Voorzichtig zijn volstaat niet altijd: Sep Vanmarcke wás vorig jaar voorzichtig in de Vuelta, en hij is toch onderuitgegaan en in het ravijn gedonderd. Dan is geluk het enige wat je kan redden. Had Sep met toen zijn hoofd een uitstekende rots geraakt, dan was hij er misschien ook niet meer geweest.

»Waarom zou ik met zeventig per uur ergens naar beneden moeten rijden als het met vijfenzestig ook kan? Misschien verlies ik dan wat tijd - so what?! Dat maak ik in de vallei dan wel weer goed. Ik heb geen zin om over een vangrail te vliegen en halfdood naar boven te moeten worden gehesen.»

Thomas De Gendt: Halfuurtje harken

HUMO Je bent verhuisd naar Semmerzake, een dorpje in de Vlaamse Ardennen. Voel je je daar thuis?

De Gendt «We hebben een kerk, een bakker en een beenhouwer. Meer was er vroeger in Kemzeke ook niet. Het is precies wat ik nodig heb: ik heb graag ruimte en rust.

»In een stad kom ik niet graag. Gent is vlakbij, maar als het kan, blijf ik daar weg. Alleen als mijn vriendin vindt dat ik een nieuwe jeans of nieuwe schoenen nodig heb, ga ik eens een middag mee. Dat gebeurt gelukkig niet vaak, want het gros van de tijd heb ik koerskleren aan, of een joggingpak en sportschoenen van de ploeg - ik verslijt amper broeken (lacht)

HUMO Ik neem aan dat alle Semmerzakenaren jou kennen?

De Gendt «Alle veertienhonderd, ja. Maar dat stoort niet: ze staan niet elke vijf minuten aan mijn deur voor een drinkbus en een handtekening op een koerstruitje. Ze roepen goeiendag als ik voorbijfiets, en dan steek ik mijn arm omhoog en roept iets terug. Of ze vragen bij de bakker waar ik binnenkort moet koersen en wensen me succes. Allemaal niet erg.»

HUMO Je zei al dat je een huis aan het bouwen bent: heb je dat helemaal met wielrennen verdiend?

De Gendt «Evelien en ik hadden bouwplannen nog voor ik prof was, en we hadden al uitgedokterd hoe we dat financieel zouden bolwerken: ik had een minimumcontract en zij het loon van een beginnende leerkracht, dus héél gek moesten we niet doen - ook al konden we ons ietsje meer permitteren omdat mijn schoonvader, die heel handig is, ons wilde helpen. Maar vorig jaar heb ik een verbeterd contract gekregen, waardoor we nu meer ademruimte hebben. Om te sparen, of voor een duurdere blauwe steen als vensterbank.»

HUMO Na je eerste grote overwinning stonden er foto's van jou in werkplunje in de krant: heb je zelf meegebouwd, of was dat maar show?

De Gendt «Half en half. Mijn schoonvader en schoonbroer deden die dag het zware werk, ik hielp een beetje door de aarde los te harken. Ik was thuis en ik vond dat ik toch ook iets moest doen - je kent dat wel: schuldgevoel.

»Terwijl ik bezig was, belde die krant voor een interview, en na een tijd liet ik vallen dat ik aan het spitten was. Toen is het uit de hand gelopen: ze stuurden een fotograaf en ik moest poseren in de put, met een schop in mijn hand en een helm op mijn hoofd. De dag nadien gaf de ploegleiding me onder mijn voeten: 'Véél te belastend, zo hard werken de dag voor een koers!' En mij niet willen geloven toen ik zei dat ik maar een halfuurtje had staan harken!

»Verder heb ik nog vezelplaten aan het plafond bevestigd. Meer dan wat schroeven vastdraaien is dat niet, maar zeg het niet tegen mijn ploegleiding, of ik krijg weer ruzie.»

HUMO Beloofd. Je hebt al ruzie genoeg gemaakt, niet?

De Gendt «Waarover dan?»

HUMO

Omdat je trouwt op de dag dat de Tour begint en je je huwelijksfeest niet wilt uitstellen.

De Gendt «De ploeg wou dat ik mijn trouw naar de vrijdag verplaatste - de dag voor de proloog in Luik. Of, in 't zotste geval, dat ik zaterdagochtend trouwde, daarna met de helikopter naar Luik vloog, de proloog reed, onder politie-escorte naar huis ging voor het avondfeest, en 's zondags weer bij de ploeg aansloot.»

HUMO Fijn vooruitzicht voor je huwelijksnacht.

De Gendt «Ach, ik heb al gehoord dat er niet veel libido meer overblijft als je tot vijf uur 's morgens hebt gefeest, dus dát zou ik nog kunnen missen. Maar zit in zo'n Touretappe maar eens op je fiets als je de hele nacht gedanst hebt, en gegeten en gedronken als een zwijn.»

Thomas De Gendt: Geen monnik

HUMO Wist je, voor je vorig jaar in de Ronde van Zwitserland de bergrit naar Serfaus won, dat je zo goed kon klimmen?

De Gendt «Ik was vooraf hoogtestage geweest, op de Stelvio in Italië. In het begin van die ronde voelde ik dat het vlot liep, ook bergop, maar je zag het niet meteen aan de uitslagen: in de eerste bergritten was ik negenentwintigste of zesendertigste.

»Die etappe naar Serfaus heb ik niet gewonnen als klimmer maar als aanvaller: ik zat in de goeie vlucht, viel aan in de vallei en hield op de slotklim stand tegen Andy Schleck. Verrassend, ook voor mij.

»Ik ben nog altijd niet overtuigd dat ik een klimmer ben - ik ben van nature meer een tijdrijder. Maar met een paar kilo minder vóél ik het verschil in de bergen.

»Vorig jaar heb ik voor het eerst echt op mijn gewicht gelet: op stage at ik alleen rauwe wortels, want dat vult de maag, en ik dronk proteïneshakes. En ineens was ik vier kilo kwijt. Maar ik slaagde er niet in om zo mager te blijven: in de Tour, twee weken later, woog ik alweer zevenenzestig - twee kilo erbij.»

HUMO Er zit geen monnik in jou?

De Gendt «Eén maand kan ik keihard voor mijn sport leven, maar dan verzwakt mijn karakter. Zéker als ik eens heb gewonnen: dan vind ik dat ik een pakje friet heb verdiend, en een ijsje als dessert zal ook wel geen kwaad kunnen.»

HUMO Dus: als je niet meer zou winnen, zou je een betere coureur zijn?

De Gendt (lacht) «Ik zou me zeven maanden moeten laten opsluiten, met water en rijstkoeken en wortels, en alleen buiten mogen om te trainen en te koersen. Lieuwe Westra (dit jaar ritwinnaar in Parijs-Nice en tweede in de eindstand, red.) heeft dat karakter wel: hij is drie kilo kwijt door voor en na de training alleen water en proteïneshakes te drinken.»

HUMO Dáárom ziet hij er dus uit als een anorexiapatiënt.

De Gendt «Hij heeft geen grammetje vet: je zíét de vezels van zijn spieren onder zijn huid. Zijn gewichtsverlies heeft ook geholpen: Lieuwe klimt beter dan ooit tevoren.»

HUMO Voor coureurs die het niet kunnen opbrengen om zichzelf uit te hongeren, bestaan er hulpmiddeltjes. Aicar is het nieuwste van het nieuwste op de dopingmarkt: je zou er al van vermageren als je gewoon in de zetel te blijven zitten.

De Gendt «Ik geloof daar niet in. En: het is verboden.»

HUMO Aicar is niet opspoorbaar. Dus mag het eigenlijk.

De Gendt «Jaja, maar de UCI vriest al je bloed- en urinestalen in: over twee jaar kunnen ze die ontdooien en analyseren. Als je nu iets gebruikt wat nog niet opspoorbaar is, zal dat dan wél te vinden zijn. En dan hang je.»

HUMO Renners moeten toch hun toestemming geven om hun stalen te laten bewaren? Je kan dus zeggen dat je dat niet wilt.

De Gendt «Ja, maar eigenlijk geef je op die manier al toe dat je niet zuiver op de graat bent.»

HUMO En dat ben jij wel?

De Gendt «Ik heb al mijn koersen honderd procent zuiver gewonnen. Ik zou liever nog vijftien jaar knecht zijn en het minimumloon verdienen dan dat ik drie jaar alles en iedereen belazer, veel win en dan gepakt word. Dan ben je voor altijd een bedrieger. Dan zou ik mij niet meer durven vertonen bij de slager van Semmerzake.

»Ik durf niet eens in een peloton te rijden omdat ik bang ben om te vallen en een schedelbreuk of zo op te lopen. Wat zou ik dan experimentele dopingproducten gebruiken die alleen via de zwarte markt te koop zijn, en waarvan niemand weet of je er niet plots van kan doodvallen?»

HUMO In de Tour van 2011 werd je zesde op Alpe d'Huez. Volgens je ploegleider Hilaire Van der Schueren had je gewonnen als je die ochtend je oortje niet was vergeten: hij kon niet met je communiceren.

De Gendt «Ik wist niet in welke positie ik reed. Ineens zag ik al die grote namen: Evans, Andy en Fränk Schleck, Voeckler. 'Amai, die zijn slecht vandaag,' dacht ik. Wist ik veel dat ik vijftig man voorbij was gereden.

»Het gíng ook niet erg snel, vond ik. Ik demarreerde en niemand volgde: honderd meter vóór mij reden Samuel Sanchez en Pierre Roland. Ik durfde me niet te forceren, en ik wist niet dat die twee vlak achter Contador zaten en dat hij aan het verzwakken was. Had iemand uit de volgwagen mij dát gezegd, ik had dat gaatje dichtgereden in plaats van in mijn eigen tempo door te gaan.

»Dat ik die etappe had moeten winnen, is lichtjes overdreven. Maar het is waar dat er meer had ingezeten als ik een oortje had gedragen: dan had ik tenminste de situatie kunnen inschatten.»

HUMO Daarna werd je nog vierde in de slottijdrit: had je verwacht zo sterk te zullen rijden in de slotweek?

De Gendt «Ik was ziek in het begin van de Tour, en vóór de laatste week had ik geen trap te veel gegeven. Ik was dus nog fris, terwijl bij de rest van het peloton de nek eraf was.

»En blijkbaar had ik de dag van de tijdrit superbenen: ik haalde snel Thor Hushovd bij, die vier minuten voor me was gestart. Daar werd ik lichtjes euforisch van, en dan kan je nog nét iets sneller.»

Thomas De Gendt: De laatste tattoo

HUMO Hoe groot de euforie na de Tour ook was, de kritiek na je tegenvallende WK-tijdrit in Kopenhagen was snoeihard. Hoe ga jij daarmee om?

De Gendt «Ach, mensen zijn zo kortzichtig: een renner is maar zo goed als zijn laatste uitslag. 'Hij was vijftigste. Zie je wel dat hij het niet kan!'

»Ik wás niet goed in Kopenhagen, maar ik had wel een seizoen lang boven alle verwachtingen gereden. Ritten gewonnen in Parijs-Nice en de Ronde van Zwitserland, top 10-plaatsen in sleutelritten in de Tour... En ik was maar een simpele knecht, hè! Niemand in de ploeg had van mij verwacht dat ik meer zou doen dan drinkbussen brengen en af en toe de publiciteit verzorgen in de ontsnapping van de dag.»

HUMO Werd je nerveus van die nieuwe, grotere verwachtingen?

De Gendt «Tegen het einde van het seizoen wel, zeker bij het WK tijdrijden: ik blokkeerde van de stress. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Dat WK was de koers te veel: ik was óp - niet zozeer mijn benen, vooral mijn hoofd.

»Er was ook nog eens veel commotie geweest de dagen voordien: Maxime Monfort vond dat hij op basis van zijn tijdritten in de Vuelta mijn plaats in de selectie had verdiend. Onbewust ga je dat ook in je hoofd steken, en dus: in je benen.

»De week na het WK heb ik de Chrono des Herbiers nog gereden, een tijdrit in Frankrijk: ik werd negende. Op drie minuten van Tony Martin, ja, maar conditioneel was ik dus nog in orde. Het verschil met het WK was dat ik niet meer móést presteren.»

HUMO Mensen die je goed kennen, keken ervan op: volgens de meesten ben jij te laconiek om stress te hebben.

De Gendt «Ik lijk nonchalant, en ik verstop mezelf graag achter een mop. Neem nu de tijdrit in de Tour. Na de aankomst vraagt een reporter of ik opwarmde op de rollen. 'Nee,' zeg ik, naar waarheid, en ik voeg al lachend toe: 'Ik fop mijn benen, want dan denken ze in de koers dat we nog aan het opwarmen zijn.' Maar wat maken de mensen daar dan van? 'Thomas De Gendt ligt tot vijf minuten voor de start van een tijdrit in de bus, trekt rap zijn aërodynamische pakje aan, springt op zijn fiets en vertrekt.'

»Dat is niet zo: ik rij alleen niet op de rollen omdat ik heb gemerkt dat mijn benen daar loom van worden. Dus warm ik op de straat op: in de Tour was ik ongeveer de enige die 's morgens het hele parkoers met de fiets had gereden. Ik wist waar het bergop ging, en waar ik groter en kleiner moest schakelen. En net voor de tijdrit ga ik nog eens de straat op en plaats een paar versnellingen, om eventjes in het rood te gaan.»

HUMO Een ex-ploegmaat van jou zei dat die nonchalance een pose is: 'Hij is beter voorbereid dan hij laat uitschijnen.'

De Gendt «Ik heb altijd een plan. Ook nu: ik rij de Tour niet, en in de plaats daarvan ga ik naar de Giro én de Vuelta. Ik ben ervan overtuigd dat die combinatie van twee grote rondes in één seizoen een betere renner van me zal maken.

»De Tour is waanzinnig: alles wat je daar doet, wordt honderd keer uitvergroot. In de Giro en de Vuelta ben je meer ontspannen.»

HUMO Zit er ook een plan achter het drinken van paardenmelk?

De Gendt «Mijn moeder had gelezen dat paardenmelk gezonder was, en goed voor de weerstand. Maar daar ben ik al lang mee gestopt.

»Als coureur geloof je de vreemdste dingen. Als tienjarig manneke vertelde iemand me dat ik Tuborg met een paar klontjes suiker erin moest drinken - die klontjes zouden de alcohol neutraliseren. Vergeet het! Ik zat halfdronken op mijn fiets. Maar ik wón, dus dacht ik: 'Het zal wel werken.'»

HUMO Misschien moet je voor de Giro nog een tattoo laten zetten? Naar verluidt heb je de eerste koers ná een bezoek aan de tattooshop telkens gewonnen.

De Gendt «Op de binnenkant van mijn rechterarm staat 'Thomas'. Dat was wel stoer, vond ik: als ik won, zag iedereen op de foto hoe ik heette. Drie dagen later won ik mijn eerste koers bij de beloften. Ik dacht: 'Hé, da's toevallig.'

»Een tijdje later liet ik in Chinese tekens de begrippen 'kracht', 'geluk' en 'liefde' tatoeëren, en opnieuw won ik drie dagen later een koers.

»Op mijn rug staan, ook in Chinese tekens, mijn naam en geboortedatum. En ja, een week nadat ik die had laten zetten, was het wéér prijs. Alsof ik van die tattoos een adrenalinestoot kreeg.

»Maar Evelien heeft het niet zo voor tatoeages. Ik mag er nog eentje zetten: een trouwring rond mijn vinger - da's gemakkelijker, want koersen met ringen is ambetant. Ik zal ermee wachten tot de week voor het BK Tijdrijden: daar wil ik graag winnen.»

HUMO Nog één vraag, maar dan wel een prangende: waar dient je tongpiercing voor?

De Gendt «Haha, die stamt nog uit mijn rebelse periode. Thuis mocht ik er geen hebben, en de dag dat ik achttien was, heb ik mij laten piercen: ik was meerderjarig, mijn ouders hadden niets meer te zeggen!

»Mijn beste maat had al een tepelpiercing, maar dat durfde ik niet: hij had er drie maanden pijn van gehad. Volgens de man van de tatoeëerder was eentje in de tong minder pijnlijk...»

HUMO De vraag was: waar dient hij voor?

De Gendt «Hééft zo'n piercing wel nut? Misschien heeft Evelien er meer plezier aan dan ik?

»Hoewel: ze kan niet vergelijken, want ze heeft me alleen mét gekend (lacht)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234