Nog jaren na zijn overlijden heb ik zijn sonore, door de jaren gerijpte stem moeten aanhoren telkens als ik naar mijn moeder belde. Dat hij zo snel mogelijk contact zal opnemen

tien jaar zonder vaderBENNO WAUTERS HERDENKT JAN WAUTERS

'Een duim omhoog, een hand die in mijn hand kneep, en dan zijn allerlaatste woorden'

Nog jaren na zijn overlijden heb ik zijn sonore, door de jaren gerijpte stem moeten aanhoren telkens als ik naar mijn moeder belde. Dat hij zo snel mogelijk contact zal opnemenBeeld Digital images

Op 18 mei 2010, vlak na de opnames voor 'Phara', zeeg sportjournalist Jan Wauters op de grond in de VRT-studio aan de Reyerslaan. Zeventien dagen later werden de apparaten aan zijn sterfbed losgekoppeld. Zoon Benno Wauters herdenkt zijn vader, het radiomonument, in dit in memoriam: 'Ik weet nog altijd niet of mijn broers en mijn moeder de laatste woorden van mijn vader hebben begrepen.'

27 mei 2010, de intensivecareafdeling van een Brussels ziekenhuis.

Wij (enthousiast): 'Ja, papa, zeg het maar!'

Hij:

Wij: 'Wat? Wat? Ja, probeer maar, wij lezen je wel.'

Hij: (amechtig met de mond en lippen bewegend, geluidloos commentaar gevend bij zijn finale)

Wij (lachend): 'Ja, papa, doe maar! Buikspreken, tongue in cheek! Doe maar, komaan, het lukt je wel!'

Hij: (Langzaam bewegen zijn lippen, nog steeds geen geluid, maar hij zegt iets. Of in elk geval: zijn lippen vormen woorden, maken een zin. Hij rondt iets af, ik probeer te liplezen. Ik liplees, alsof zijn leven ervan afhangt.)

Ik: 'Nee, laat maar papa, dat verstaan we niet, en het is te vermoeiend voor jou. Laat maar zo, we spreken mekaar later wel.'

★★★

Niet, dus.

Dat waren ze, de niet-bestaande, nooit uitgesproken fameuze laatste woorden van Jan Wauters, niet vanop de motor, maar vanop zijn sterfbed, eind mei 2010.

Nauwelijks tien dagen eerder, op 18 mei, was hij meteen na de tv-opnames van 'Phara' over het nakende WK voetbal in Zuid-Afrika (zijn tweede thuisland, al is dat in Zuid-Afrika een zwaarbeladen woord) opgestaan en terstond weer gevallen, languit op het podium in het bijzijn van Phara de Aguirre, Lieven Van Gils, Tom Lanoye en Jan Mulder. De opnames zijn nooit uitgezonden.

Iemand in de studio ging meteen met de defibrillator uit de gangen van de VRT aan de slag en kreeg na ongeveer anderhalve minuut het hart van mijn vader weer aan het slaan. Met de ambulance werd hij afgevoerd naar een Brussels ziekenhuis. Onderweg viel z'n hart nog eens stil en kreeg de spoedarts het met veel inspanning weer aan de praat. Nog zeventien dagen heeft hij zo in het ziekenhuis gelegen, nauwelijks zelfstandig ademend, soms bij bewustzijn, soms in een kunstmatige coma gebracht om zijn lichaamstemperatuur te laten dalen en zo zijn hele systeem in de koelkast te zetten. Leven op een laag pitje. Stilzwijgend.

Welk bewustzijn was er nog over na die hartstilstand, dat zuurstofgebrek? Wat zou hij nog kunnen, als hij er ooit zou doorkomen? Bewustzijn genoeg, daar heb ik nooit aan getwijfeld, zeker niet toen ik naast zijn ziekbed soms de hand vasthield van mijn verder passieve vader. Mijn hand in zijn hand. En soms kneep hij daarin, ten teken van verstandhouding. Bewust, daar ben ik zeker van. En dan moest ik denken aan de laatste woorden van hem in een interview met Humo, een terugblik op zichzelf: ‘Jan Wauters, klein verstand, groot bewustzijn.' En ik kneep terug, met mijn hand in zijn hand, zijn hand op zijn ziekbed en latere sterfbed. Wij, de niet-communicerende vaten van zo vaak, nu hand in hand kameraden, maar dan zonder grootspraak, zonder spraak zelfs. 'Geen grootspraak, maar kleinspraak,' een uitspraak van de dichter-journalist Herman de Coninck, zijn voormalige spitsbroeder bij menig interview dat ze samen voor Humo hebben afgenomen.

Maar ondanks die bewuste kneep in mijn hand, ondanks die bewuste poging tot het vormen van woorden zonder klank, bleek mijn vader het niet te redden. Na twee weken zweven tussen leven en dood, tussen zelfstandig ademen en kunstmatige coma, zeiden de behandelende artsen dat er niets meer gedaan kon worden: zijn lichaam begon zichzelf te vergiftigen, de nierfunctie viel uit. Nog enkele dagen later, op 4 juni, werden we erbij gehaald: het einde was nabij, de machines werden losgekoppeld. Papa kon gaan. Jan Wauters, radiostem par excellence, de man die al zijn Latijn in zijn Nederlands had gestoken, zweeg voorgoed.

'I LOVE YOU, BABY'

'Taalvirtuoos' of 'radiomonument', dat zijn de epitheta die aan Jan Wauters kleven. Gelukkig maar, zou je zeggen, dat zijn laatste woorden ook effectief zijn opgetekend én zelfs opgenomen, gefilmd en gearchiveerd door de VRT. Hij was namelijk op die fatale dinsdag 18 mei op de VRT. Tien jaar na zijn pensioen kwam hij langs bij 'Phara' om daar zijn visie op het nakende WK voetbal in Zuid-Afrika te verwoorden. Of Zuid-Afrika er klaar voor was: de infrastructuur, de stadions, de toegangswegen. En of de Zuid-Afrikanen er klaar voor waren: de supporters, de ordehandhavers, de verkeersagenten, de metrobestuurders, de zwarten, de blanken, de kleurlingen, de haves en de havenots die in Zuid-Afrika samenleven.

In dat mooie, weerbarstige land, waar mijn vader zijn hart - toen dat nog klopte - verloren had, het land waar Nelson Mandela ook na de apartheid zo vergevingsgezind was blijven spreken met blank en zwart en alles daartussenin. Daarover zal het wel gegaan zijn tijdens die opnames van 'Phara', tot mijn vaders hart het begaf en hem een ultiem spreekverbod oplegde. Maar ze bestaat dus, ze is niet onopgemerkt gebleven: de opname van wat mijn vaders laatste woorden geweest moeten zijn. Na zijn overlijden heeft de VRT een dvd van die opnames van 'Phara' naar mijn moeder gestuurd. De uitzending, die nog diezelfde avond gepland was, is niet te zien geweest op de VRT. Uit respect voor mijn vader is de uitzending nooit vertoond. De dvd ligt bij mijn moeder. Ik heb hem nooit aangeraakt, laat staan bekeken.

Geen famous last words dus van hem voor mij of de wereld. Die moet het stellen met wat bij zijn leven en welzijn als dusdanig werd genoteerd. Zoals journalist Paul Keysers dat heeft gedaan in 'Dag Jan', de cd en het boek die samen een ode brengen aan Jan Wauters. In zijn inleiding citeert Paul Keysers mijn vader over zijn eigen famous last words. Hij zegt daar in de derde persoon over zichzelf, als was het een grafschrift: 'Hij wist dat hij moest gaan, hij wist het maar al te goed.'

Misschien nog mooier als laatste woorden is de tekst die hij op de radio heeft voorgedragen: 'Afscheid van mijn microfoon', ook opgenomen in 'Dag Jan'. Waarin een groot radiojournalist klein kan (en moet) zijn: de microfoon. In dat 'afscheid' noemt hij zijn microfoon 'mijn zoon'. En ja, dan voel ik me aangesproken, zeker als dat wordt gevolgd door: 'Kom hier voor nog een zoen. Jij gaat me overleven, niet voor even, maar ook daarna nog, als je overgaat in andere handen, hoe zal ik dat overleven. Mijn lege handen, zonder banden met jou. Mijn lieve vriend, vreemd en zo vertrouwd, soms uitgeleend, altijd teruggekomen, bij me gebleven in goede en kwade dagen. Wat heb ik je vastgegrepen, opgevreeën. Wat was je koel, en van metaal, maar ook zo glad, omvingerd in mijn handen, zo zacht gelegen en gegleden, zo naar mijn mond gestuwd en vóór gehouden, wachtend op mijn ademstoot, de start van ons minnespel.'

Dat 'Afscheid van mijn microfoon', het journalistieke en persoonlijke testament van mijn vader, eindigt met zijn laatste woorden: 'Laat mij die funny phone, my microphone. I love you, baby. Kom, ik ga.'

‘In België was zo’n huis tussen de wijnranken ondenkbaar en onbetaalbaar, maar in Zuid-Afrika kostte alles twintig jaar geleden zoveel minder.’Beeld Hetty Zantman

VONKELWIJN

Ik weet het niet meer. Ik weet niet wat de laatste woorden waren die mijn vader tegen mij persoonlijk heeft gezegd. Zoveel zagen we mekaar niet, en zoveel spreken deden we niet. ('Ik luister graag naar mijn vader. Op de radio' had Guy Mortier ooit gekopt bij een interview met mij in Humo.) We hadden mekaar ook al genoeg tegengesproken. Al was de kloof wel gedicht en een dooi ingetreden, gevoed door de warmte van Zuid-Afrika, na zijn verplichte pensionering vanaf het jaar 2000 zijn overwinterplek, waarover hij met zoveel liefde kon spreken.

Mijn broers en ik overbrugden met onze gezinnen zo vaak als we konden de kloof en trokken naar de Kloofstraat nr. 12 in Paarl. Om Papa Jan - zijn koosnaam van de kleinkinderen - de Paarlberg te laten aanwijzen, de grandioze granieten rotspartij die het stadje Paarl domineert en die zo schittert als een parel wanneer de straffe Zuid-Afrikaanse zon na een verkwikkende regenbui door het wolkendek breekt. Of we lieten onze (groot)vader samen met zijn vrouw - onze (groot)moeder - wijzen vanuit de voorstoep van hun bijna honderd jaar oude, enigszins aftandse victoriaanse villa naar de overkant van de vallei, naar het middengebergte van de Du Toitskloof. Exact één uur deed ik erover om met de mountainbike vanop die voorstoep op de top van die Du Toitskloof te staan. En dan weer terug, de kloof overbruggend tot in de Kloofstraat. Of we lieten Papa Jan als badmeester rond zijn zwembad gaan - in België was zo'n huis tussen de wijnranken ondenkbaar en onbetaalbaar, maar in Zuid-Afrika kostte alles twintig jaar geleden zoveel minder. Bovendien, zo was mijn vader nu eenmaal: even penny wise als pound foolish.

Ja, wat wandelde hij graag, gewapend met een schepnet, rond het zwembad om er de laatste vuiltjes en gevallen blaadjes uit te halen - 'bladmanager', zo omschreef hij zichzelf weleens ironisch. Want het water van het zwembad moest zo zuiver als Zuid-Afrikaanse vonkelwijn sprankelen en parelen in de zon van het zuidelijk halfrond, op een zucht van Kaapstad, daar aan de uiterste tip van het Afrikaanse continent.

Maar geen laatste woorden dus, geen afscheid, geen omhelzing, niet mekaar in de ogen kijkend, vergiffenis vragend of schenkend, liefde betuigend. Wel nog te achterhalen, dankzij de geheelonthouder die wij een pc noemen: zijn allerlaatste bericht aan mij, technisch gezien zijn laatste woorden. Geschreven en verstuurd op dinsdag 18 mei 2010, de dag van zijn hartstilstand:

----- Original Message ----

From: Jan Wauters <wauters.jan@skynet.be>

To: benno wauters <bennowauters@yahoo.com>

Sent: Tue, 18 May, 2010 10:29:05

Subject: Re: discuslijden

Aan Benno met de gebroken klomp,

Mam zal met K. afspreken voor zondag op de Bruul.

Zondagavond samen afkomen zou best kunnen, en dan blijven slapen met koffiekoeken op pinkstermaandag. Goed idee.

De school blijft de school, volgens mam, als je maar een beetje leert (hoe) ermee om te gaan. Pap.

Raar, nu ik erop terugkijk. Hoe hij afsluit met 'Pap'. Waardoor ik in de geschiedenis van mijn mails op de pc aanvankelijk het bericht niet meer terugvond, want ik had de pc opgedragen om naar 'papa' te zoeken. Ook raar, bij nader inzien: hoe hij zich mailsgewijs voorstelt als Wauters.Jan, dus met de familienaam eerst, terwijl hij heel zijn leven heeft gefulmineerd tegen onderwijzers, sollicitanten en andere dorre schrijvers die steevast met hun familienaam begonnen, zich achterstevoren voorstelden, 'alsof je Merckx Eddy zou zeggen, of Van Himst Paul of Boonen Tom of Kompany Vincent'.

Nu we het toch over namen hebben: nog jaren na zijn overlijden heb ik zijn sonore, door de jaren gerijpte stem moeten aanhoren telkens als ik naar mijn moeder belde. Zij had zijn gsm overgenomen, inclusief de voicemail waarop mijn vader zich excuseert voor zijn afwezigheid, maar eraan toevoegt dat hij zo snel mogelijk contact zal opnemen. Vanuit het graf, als het ware. Dat was elke keer opnieuw luisteren, en zien (want je zag hem voor je als je zijn stem hoorde), en zwijgen. En slikken.

Maar nog steeds geen echte laatste woorden. Wel herinner ik me de eerste woorden die ik hoorde over die fatale 18 mei, waarop mijn vaders hart en stem waren stilgevallen. Dat gebeurde op woensdagochtend 19 mei, in het radionieuws van 7 uur. In de hoofdpunten al werd vermeld dat 'radiocollega Jan Wauters' de avond voordien getroffen was door een hartstilstand en dat de situatie kritiek was. Mijn moeder had me diezelfde avond nog proberen te bellen, maar m'n gsm stond af: ik hou van mijn rust 's avonds, en bovendien moest ik de dag daarop de hele voormiddag lesgeven. Als leerkracht kun je gsm-gerinkel missen als kiespijn. In de klas telefoons afnemen van heimelijk sms'ende leerlingen, allemaal goed en wel, maar dan mag je jezelf niet laten betrappen op gepiep of gejengel van je eigen beltoon. Afzetten dus, die handel. En zo moest ik het einde van mijn vader, radiomonument Jan Wauters, vernemen via z'n eigen geliefde medium, de radio.

‘In zijn afscheid op de radio noemde hij zijn microfoon ‘mijn zoon’. Ik voelde me aangesproken, zeker toen dat werd gevolgd door ‘Kom hier voor nog een zoen.’’ (Foto: Jan en Benno in Zwitserland.)Beeld HUMO

DIENSTWEIGERAAR

Dan toch, een week of wat later in het Brusselse ziekenhuis, het minimale contact: een duim omhoog, een hand die in mijn hand kneep, en mijn vader een enkele keer als buikspreker zonder geluid, en ik de liplezer van dienst. En de dienstweigeraar.

Want dat was ik, een dienstweigeraar: ik weigerde mijn vader een laatste keer van dienst te zijn. Ik weigerde zijn smeekbede, zijn 'Read my lips' te vertalen, ik weigerde een stem te geven aan zijn stemloos uitgesproken laatste woorden. Tot vandaag, nu tien jaar later, weet ik nog altijd niet of de andere aanwezigen die dag in het ziekenhuis, mijn broers en mijn moeder, de laatste woorden van mijn vader hebben gelezen. Of zij ze hadden begrepen. Ik wel. Was het omdat ik toevallig voor hem stond aan het voeteneinde van het bed en de anderen meer aan de zijkant, waardoor ze er niet zo'n goed zicht op hadden? Was het omdat ik als leerkracht een goed oog heb gekregen voor wat leerlingen tegen mekaar fluisteren terwijl ze doen alsof ze opletten? Of hebben mijn broers en mijn moeder het destijds ook gezien, maar zwegen ze erover omdat ze het zelf niet over hun lippen kregen? Dat wat mijn vader wel degelijk heeft gezegd, dat wat hij wél over zijn lippen kreeg, al had uitgerekend hij geen adem meer om zijn stembanden te laten vibreren, de wetenschappelijke essentie van spreken, het zogenaamde bernoulli-effect. Dat weet elke germanist en leerkracht Nederlands. Dat ben ik, dat is mijn vader geweest.

In elk geval: ik hing aan de lippen van mijn vader, daar op zijn sterfbed, en ik heb hem goed begrepen, al te goed, al zei ik luidop tegen hem en de andere aanwezigen dat we hem niet verstonden en dat hij zijn adem beter kon sparen voor later. Het later dat er nooit zou komen. Want dit was het laatste wat er uit zijn mond kwam, zijn ultieme famous last words. Helder en duidelijk zag ik wat hij deed: met zijn mond en lippen en heel zijn stervende lijf, met zijn klein verstand en groot bewustzijn vormde hij de zin die ik las, maar niet uitsprak:

'I K G A D O O D'.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234